CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitieve beantwoording schriftelijke vragen commissie Algemeen Bestuur 11 april 2024

Commissie Algemeen Bestuur 11 april 2024, gemeente NunspeetBij agendapunt: Mededelingen (burgemeester college en commissie.3.283 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht schriftelijke vragen commissie Algemeen Bestuur 11 april 2024. Agendapunt 6a (Jaarcijfers politie 2023 gemeente Nunspeet). Dhr. H.J. Polinder (SGP) Vragen: Ons valt op dat de cijfers m.b.t. drank- en drugshandel teruggelopen zijn naar ‘2’. Op zich mooi natuurlijk, maar gezien de signalen die wij ontvangen (o.a. over één specifieke locatie meerdere signalen) kunnen we dit niet helemaal plaatsen. Daarom de check: klopt dit cijfer? Daarnaast staat drank- en drugsoverlast voor alle jaren op ‘0’, ook daarbij hebben we vragen over de feitelijke juistheid, graag een reactie daarop. Antwoorden: Handel in drugs en het bezit ervan liggen dicht bij elkaar. Handel is vaak moeilijk te bewijzen waardoor het veelal blijft steken op bezit. Dergelijke zaken worden dan ook niet geregistreerd onder drugshandel. Voor wat betreft drank- en drugsoverlast (alle jaren op 0) is gelegen dat hieronder de overige drugsdelicten vallen. De politie zal dit nader toelichten in de commissievergadering. Dhr. S.M. Kouwenberg (PvdA/GroenLinks) Vraag: Welke misdrijven bevatten de 2 noteringen onder "bijzondere wetten?" Antwoord: Hieronder vallen misdrijven Wet op de kansspelen, Telecommunicatiewet, misdrijven anders en witwassen. Op https://data.politie.nl/#/Politie/nl/ kunt u voor elk item vinden welke misdrijven hieronder vallen. Vraag: Opvallend zijn de 7 noteringen onder moord en doodslag.

Kan het college hier duiding aan geven? Antwoord: In 2023 hebben er meerdere steekpartijen plaatsgevonden. Deze incidenten en ook pogingen tot worden hieronder geregistreerd. Vraag: Opvallend is dat er opvallend weinig misdrijven onder drugshandel genoteerd zijn, zeker in vergelijking met voorgaande jaren. Droogt de drugshandel op in Nunspeet of is men de politie te slim af? Antwoord: Handel in drugs en het bezit ervan liggen dicht bij elkaar. Handel is vaak moeilijk te bewijzen waardoor het veelal blijft steken op bezit. Dergelijke zaken worden dan ook niet geregistreerd onder drugshandel. Vraag: De meldingen overlast van jeugd is wederom behoorlijk afgenomen. In welk licht ziet het college dit? Antwoord: Een positief signaal, waarbij de kanttekening geldt dat het aantal meldingen niets zegt over de feitelijke overlastsituatie.

-2-

Vraag: In een eerder stadium heeft PvdA GroenLinks gevraagd om de meldingen van jeugdoverlast onder te verdelen in unieke melders om zo een concreter beeld te krijgen. Dit in verband met veelklagers. Graag een overzicht van unieke melders. Antwoord: Er is geen onderverdeling gemaakt. De wijze van vastleggen gebeurt door de politie in heel Nederland op dezelfde wijze. Vraag: Het aantal meldingen verwarde personen blijft hoog. Welke stappen heeft het college ondernomen om hier een oplossing voor te vinden? Antwoord: Het aantal meldingen personen met verward gedrag zal naar verwachting niet afnemen. Waar het om gaat, is de opvolging waarbij hopelijk minder politie nodig is. En GGZ hopelijk eerder met expertise aan de voorkant / bij de melding kan komen. Vanuit de gemeente zijn de volgende stappen gezet: Realisering regieteam zorg en veiligheid (Z&V); Realisering landelijk van meldpunt niet-acute zorg; Realisering lokale aanpak woonoverlast i.s.m. buurtbemiddeling, Omnia Wonen, politie en lokaal regieteam Z&V; Netwerkbijeenkomsten voor professionals. Vraag: Om een concreter beeld te krijgen, graag de cijfers van 'unieke' verwarde personen, zodat de probleemsituatie duidelijker inzichtelijk is. Antwoord: Er is geen onderverdeling gemaakt. De wijze van vastleggen gebeurt door de politie in heel Nederland op dezelfde wijze.

Vraag: Het statement in het commissievoorstel "De jaarcijfers 2023 voor onze gemeente komen overeen met het landelijk beeld," zou concreet inhouden dat het aantal misdrijven met betrekking tot moord en doodslag in Nederland in een jaar tijd meer dan verdubbeld is en het aantal misdrijven met betrekking tot drugshandel met maar liefst 70% is gedaald. Graag een duiding van het statement. Antwoord: Het is en blijft lastig om de jaarcijfers te duiden. Op basis van afwijkende cijfers kunnen geen “harde” conclusies worden getrokken. Het beeld bekijkend over de afgelopen jaren dan is het redelijk stabiel en lopen we als gemeente niet uit de pas. Agendapunt 6b (Terugblik jaarwisseling 2023-2024). Dhr. S.M. Kouwenberg (PvdA/GroenLinks) Vraag: Waaruit bestond de 5500 euro schade? Graag een overzicht. Antwoord: Schadeoverzicht is bijgevoegd.

-3-

Vraag: Is het aannemelijk dat de organisator van de locatie De Brink, Elspeet, ook komende jaarwisseling deze organisatie op zich zal nemen? Antwoord: Ja er is al contact gelegd. Vraag: Opmerkelijk is te lezen dat zich inwoners daags na de activiteit hebben gemeld met klachten. Waaruit bestonden deze klachten? Antwoord: Klachten bestonden uit het carbidschieten en ander vuurwerk tot na het toegestane tijdstip van 04:00 uur, stankoverlast door gebruik van de oliedrums in de bebouwde kom. Met klager heeft inmiddels een gesprek plaatsgevonden. Vraag: Enerzijds rept het college in deze mededelingenbrief over de gevaren van illegaal vuurwerk, het heftige vuurwerkongeluk in onze gemeente en de noodzaak van overleg tussen Nederland en collega-EU-staten. Vervolgens lezen we: "De politie heeft eenmalig een grote hoeveelheid illegaal vuurwerk in een woning aangetroffen. Als reactie hierop heeft de gemeente maatregelen genomen in de vorm van een waarschuwing. Bij een volgende constatering moet de eigenaar van de woning of het pand een bestuurlijke boete betalen." Als het college dan zo bewust is van het levensgevaarlijke karakter van illegaal vuurwerk, zowel bij afsteken als bij het risico van ontploffing bij bewaring in een woning, waarom is de overtreder er dan met een waarschuwing afgekomen? Antwoord: Dit is vastgelegd in het beleid t.a.v. aantreffen illegaal vuurwerk.

Op grond van de Woningwet is het college bij herhaalde overtredingen van artikel 1b van de Woningwet bevoegd tot het opleggen van een bestuurlijke boete. Dit artikel verbiedt om een bestaand gebouw of ander bouwwerk in een staat te brengen, te laten komen of te houden die niet voldoet aan de voorschriften uit het Bouwbesluit. Dit laat onverlet dat er eventueel vanuit het Openbaar Ministerie een strafrechtelijke vervolging plaatsvindt. Agendapunt 6c (verantwoording Handhaving Uitvoeringsprogramma (HUP) 2023 en vaststelling HUP 2024). Dhr. S.M. Kouwenberg (PvdA/GroenLinks) Vraag: Is het mogelijk om tijdens de bespreking van de HUP ook boa's uit te nodigen als gesprekspartner, zoals nu ook gebeurt met de politie? Dit overigens niet 'ter verantwoording' maar om vanuit het veld te horen hoe onze prioritering uitwerkt en waar pijnpunten liggen. Antwoord: We zullen bezien of de Boa coördinator in de gelegenheid is om aanwezig te zijn tijdens de bespreking van de verantwoording HUP 2023 en het vastgestelde HUP 2024.

-4-

Vraag: Zijn de meldingen jeugdoverlast in de HUP onderdeel van de meldingen jeugdoverlast in de politiecijfers? Antwoord: Nee. De meldingen jeugdoverlast in het HUP zijn de meldingen die bij de gemeente zijn ingediend. Overigens kan het wel voorkomen dat een burger of ondernemer zowel bij de gemeente als de politie melding doet van overlast. Vraag: Is inmiddels ook gekeken naar de (al dan niet vergunde) tijdelijke bewoning door werkers en de brandveiligheid van de bovenste verdieping van het Van Liendenhuis, zoals het college heeft toegezegd op eerdere vragen van PvdA/GroenLinks? Antwoord: De brandspecialist van de VNOG is ter plaatse geweest. Als tijdelijke maatregel tijdens de bouw zijn rookmelders aangebracht. Dit is – mede in verband met de aanwezig vluchtroutes – akkoord bevonden door de brandspecialist van de VNOG. In de eindsituatie zal er een brandmeldinstallatie worden geplaatst. Vraag: Is er een overzicht beschikbaar van de excessen die geresulteerd hebben in een proces-verbaal? Antwoord: Alle processen-verbaal die een boa uitschrijft worden geregistreerd in het Boa Registratie Systeem of in de Transactie module van de CJIB. Uit beide systemen is niet te halen wat nu precies een exces is of niet. De feitelijke beoordeling of iets een exces is waarvoor een proces verbaal zou kunnen worden uitgeschreven, vindt op moment van constatering door de boa plaats.

Agendapunt 6d (Juridische toets memo ‘Onjuist gebruik van gemeentelijke belastingadministratie?’). Dhr. S.M. Kouwenberg (PvdA/GroenLinks) Vraag: Kan de commissie beschikking krijgen over de pagina's van zowel Van der Sar als Kranenborg en Verheij die gebruikt worden als bronvermelding in het advies vd Bosch? Antwoord: Het boek van Van der Sar 2021 is online te raadplegen. Zie https://scholarlypublications.universiteitleiden.nl/access/item%3A3210823/view. Deze link is tevens als bijlage 17. bij de stukken van agendapunt 6d geplaatst. De betreffende pagina’s uit Kranenborg en Verhey 2018 zijn bijgevoegd en ook als bijlage 18. bij de stukken van agendapunt 6d geplaatst. Vraag: Uit het advies van vd Bosch blijkt dat het aspect ‘uitvoering van de belastingwet’ breed wordt opgevat. Deze brede opvatting is echter geen onderdeel van art. 67 lid 1 AWR en is ook niet terug te vinden in jurisprudentie met een soortgelijke situatie als de onze. Is het college van mening dat volgens de letterlijke letter van de wet er geen sprake was van uitvoering van de belastingwet?

-5-

Antwoord: Uitvoering van de belastingwet is niet beperkt tot aanslagloplegging, bezwaar en beroep en invordering, maar kan ook gaan om evaluatie van belastingbeleid of onderzoek naar een ondernemersfonds dat gevoed wordt door middel van een opslag op het OZB-tarief voor niet-woningen. Het verstrekken van gegevens aan Bureau Blaauwberg heeft in dit kader plaats gevonden. Ondanks dat de gemeenteraad formeel nog niet had besloten tot het verhogen van de OZB-tarieven voor niet-woningen is het college van mening dat het verstrekken van gegevens wegens onderzoek naar een ondernemersfonds wel valt onder de brede opvatting van de uitvoering van de belastingwet. Vraag: Over het aspect 'noodzakelijk' stelt vd Bosch het volgende: Voor wat betreft het aspect ‘noodzakelijk’ in art. 67 lid 1 AWR, er zijn verschillende visies over de reikwijdte van dat begrip. Voorheen stond in de wettekst het woord ‘nodig’, maar met vervanging door de term ‘noodzakelijk’ is inhoudelijk geen wijziging beoogd; het betekent in elk geval niet absoluut of strikt noodzakelijk. We lezen echter in "De reikwijdte van artikel 67 AWR" van Martijn Hermans het volgende: "Zodoende is bijvoorbeeld het woord ‘nodig’ vervangen door het woord ‘noodzakelijk’. Hiermee heeft de wetgever getracht een betere aansluiting te krijgen met de wetgeving, gelet op de strekking en bedoeling van de wet, in art. 2:5 Awb48 en art.

8 Wet Bescherming Persoonsgegevens." Met beweging van nodig naar noodzakelijk is dus wel degelijk een wijziging beoogd. Is het college van mening dat, indien de term noodzakelijk geïnterpreteerd dient te worden als strikt noodzakelijk, er geen sprake was van noodzakelijkheid? Antwoord: In theorie kan de gemeente de analyse ten behoeve van de inrichting en aansturing van een ondernemersfonds zelf doen. Indien de term ‘noodzakelijk’ geïnterpreteerd dient te worden als ‘strikt noodzakelijk’ is er volgens het college geen sprake van noodzakelijkheid. Vraag: Hoe duidt het college de verenigbaarheid van enerzijds "De kans is erg klein dat een rechter zou oordelen dat het ontheffingsbesluit onrechtmatig is. Al met al is de kans te verwaarlozen (*14) dat in Situatie 1 sprake is van schending van de geheimhoudingsplicht van art. 67 AWR." en voetnoot 14 "In theorie is altijd een kans aanwezig dat dit anders kan zijn?" Antwoord: Een rechter heeft zijn eigen beoordeling te maken. In theorie is er daardoor altijd een mogelijkheid dat een rechterlijk oordeel anders uitvalt.

Vraag: We lezen: "In dit verband kan ook nog worden opgemerkt dat de beslissing van de Stuurgroep om een online enquête en nulmeting uit te voeren voor haar kennelijk voortvloeide uit de omstandigheid dat de gemeenteraad om een draagvlakonderzoek heeft gevraagd." Is het college van mening dat de uitgevoerde nulmeting een directe opdracht van de raad was of was dit het college dat vorm probeerde te geven aan de wens van de raad voor draagvlakonderzoek? Antwoord: Het college heeft invulling gegeven aan de wens van de raad voor een draagvlakonderzoek. Agendapunt 6e (Notitie subsidie impuls organiserend vermogen bedrijventerrein Feithenhof en De Kolk). Dhr. H.J. Polinder (SGP) Vraag: 1. Wat zijn exact de afspraken zoals die gemaakt zijn met de provincie Gelderland over de bestemming van de subsidie? Waar was de subsidie exact voor bedoeld? Welke opdrachtformulering was vanuit de provincie gekoppeld aan de subsidie?

-6-

Antwoord: In de toekenningsbeschikking is het volgende hierover opgenomen: “De subsidie is bestemd voor procesondersteuning ten behoeve van het toekomstbestendiger maken van de bedrijventerreinen De Kolk en Feithenhof voor:  Het opzetten/verbeteren van organiserend vermogen, en  De planvorming van collectieve fysieke maatregelen met betrekking tot het thema energietransitie. Op bedrijventerrein De Kolk gaat het vooral om het vergroten van draagkracht en slagkracht om het terrein zowel qua uitstraling als duurzaamheid ‘state of the art’ te laten zijn. Een professionelere opzet van het organiseren vermogen op De Kolk heeft een voorbeeldfunctie voor de andere Nunspeetse bedrijventerreinen. Op bedrijventerrein Feithenhof gaat het om het organiserend vermogen opzetten vanuit een energie-aanpak. Waarbij vanuit individuele plannen voor duurzaamheidsmaatregelen bij ongeveer 30 bedrijven gezamenlijke ambities langdurig en vasthoudend worden uitgevoerd. Voor die uitvoering en borging is organiserend vermogen nodig.” Vraag: 2. Wat zijn exact de afspraken zoals die gemaakt zijn met de BKN over de bestemming van de subsidie? Waar was de subsidie exact voor bedoeld? Welke opdrachtformulering heeft de BKN meegekregen? Antwoord: De activiteiten zoals opgenomen in de toekenningsbeschikking van de subsidie zijn 1 op 1 overgenomen in de overeenkomst tussen de BKN en de gemeente.

Verder is de intentie opgenomen om na afloop van de projectperiode het organiserend vermogen al dan niet te continueren, eventueel met gebruikmaking van het mogelijk te realiseren ondernemersfonds. Vraag: 3. Op welke momenten heeft de gemeente toezicht gehouden op de rechtmatige besteding van de subsidie? Antwoord: Per kwartaal was er een overleg over de voortgang van de activiteiten tussen gemeente, ondernemers, parkmanager. Ook was er periodiek een overleg met de provincie. Vraag: 4. Op welke wijze is door de BKN verantwoording afgelegd over de besteding van de subsidie? Antwoord: Er is een financieel overzicht aangeleverd waarin is opgenomen hoe de subsidie is besteed. In dit overzicht zijn onder andere opgenomen:  de kosten;  een omschrijving van de kosten en;  welke externe partij deze kosten heeft gemaakt. Vraag: 5. In de documenten lezen we dat het college de BKN laat weten dat “de activiteiten en de resultaten naar tevredenheid zijn”. Welke resultaten waren op dat moment opgeleverd? En op welke activiteiten wordt hier gedoeld? Hoe kwam het college tot deze beoordeling?

-7-

Antwoord: De output bestond uit de volgende onderdelen: 1) Plannen voor duurzaamheidsmaatregelen bij 30 Nunspeetse bedrijven. Dit is door middel van een tweetal rapportages (maatregelen per bedrijf) Feithenhof en De Kolk onderbouwd. 2) Een organisatievorm: stg. Parkmanagement Nunspeet in oprichting onder BKN. Dit is door middel van een werkplan parkmanagement onderbouwd. Verder is er een overzicht toegevoegd van de genomen stappen gedurende de projectperiode. Bij het beoordelen van de inzet van de subsidie is het voorbehoud gemaakt dat het aan de provincie is om de subsidie definitief vast te stellen. Gezien de verantwoording door de BKN en het feit dat de kosten in de uitvoering zijn gemaakt, werd het risico klein geacht dat de provincie de subsidie lager zou vaststellen. Vraag: 6. Hoe beoordeelt het college het feit dat de provincie kennelijk niet van mening is dat activiteiten en resultaten naar tevredenheid zijn uitgevoerd? Antwoord: De subsidie is specifiek toegekend voor de bedrijventerreinen Feithenhof en De Kolk. De uitvoering van zowel de duurzaamheidsplannen als het opzetten van/verbeteren van organiserend vermogen ging (soms) over een groter gebied (ook bedrijventerrein Lepelingen of gemeentebreed). Als subsidieontvanger had de gemeente de afbakening van dit gebied en de daarmee samenhangende kosten scherper moeten bewaken.

We begrijpen het standpunt van de provincie en het feit dat niet alle kosten hiermee subsidiabel zijn, omdat sommige kosten in een groter gebied zijn gemaakt. Vraag: 7. Voor de helderheid: als we de stukken goed lezen heeft de BKN €102.868 aan kosten opgevoerd, heeft de provincie daarvan €59.116 als ‘subsidiabel/rechtmatig’ beoordeeld en wordt 50% daarvan gesubsidieerd (€29.558). Is dit correct? Antwoord: Nee, dit is niet correct. De BKN heeft een bedrag ad. € 51.029,98 (inclusief BTW) opgevoerd. De overige kosten zijn door de gemeente opgevoerd en gefinancierd uit onder meer de budgetten voor duurzaamheid en economie. Vraag: 8. Is door de gemeente het volledige bedrag van €102.868 betaald aan/via de BKN? Zo niet, welk bedrag wel? Antwoord: Nee, de subsidie van de provincie Gelderland bedroeg maximaal: € 49.300. BKN heeft op voorschotbasis een bedrag (80%) ontvangen ad. € 39.440 (excl. BTW en € 47.722 incl. BTW). Na verantwoording is het overige (20%) betaald € 9.860 (excl. BTW en € 11.930 incl. BTW). Vraag: 9. Heeft de BKN, voorafgaand aan het aangaan van specifieke betaalverplichtingen, vooraf deze kosten voorgelegd aan de gemeente? Zijn daar afspraken over gemaakt? Antwoord: Nee, daar zijn geen afspraken over gemaakt in de overeenkomst.

-8-

Vraag: 10. Hoe wil het college het bedrag dekken wat nu niet door de provincie wordt gesubsidieerd? Antwoord: Het bedrag wat moet worden terugbetaald aan de provincie ad € 9.882 zal worden opgevangen binnen het beschikbare budget voor economie. Vraag: 11. Overweegt het college of heeft het college overwogen de subsidie terug te vorderen bij de ontvanger? Waarom wel/niet? Antwoord: Nee, wij hebben niet overwogen om de subsidie terug te vorderen bij de ontvanger omdat we naar aanleiding van de verantwoording van het project eind 2022 de ontvanger hebben bericht dat de activiteiten en de resultaten naar tevredenheid zijn. Wij zijn als subsidieontvanger zelf verantwoordelijk voor de uitvoering, de verantwoording en het nakomen van de subsidieverplichtingen. En het is aan de provincie om de subsidie vast te stellen. Vraag: 12. Zijn er regels op deze subsidie van toepassing (vanuit provincie of gemeente) in de subsidiebeschikking (of elders) die betrekking hebben op de rechtmatige besteding van de subsidie? Graag ontvangen we alle op de subsidie van toepassing zijnde voorwaarden/regels.

Antwoord: Hiermee verwijzen we naar de in de beschikking opgenomen juridische grondslagen:  Algemene wet bestuursrecht  Algemene subsidieverordening Gelderland 2016  Regels Ruimte voor Gelderland 2016 Wij verlenen deze subsidie op grond van artikel 6.41.1 aanhef en onder a, alsmede artikel 6.41.1 aanhef en onder c (m.b.t. thema energietransitie) van de Regels Ruimte voor Gelderland 2016. Wij verlenen het voorschot op grond van artikel 21, lid 2, van de Algemene subsidie-verordening Gelderland 2016. Artikel 6.41.1 Subsidiabele activiteiten Regels Ruimte voor Gelderland 2016 Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de AsG kan worden verstrekt voor procesondersteuning ten behoeve van het toekomstbestendiger maken van bestaande bedrijventerreinen voor: a. het opzetten of verbeteren van het organiserend vermogen op een bedrijventerrein; of b. het bevorderen van publiek private samenwerking zodat de ondernemers op een bedrijventerrein zich beter kunnen weren tegen criminele activiteiten waardoor de veiligheid verbetert; c. de planvorming van collectieve fysieke maatregelen op bedrijventerreinen die zich richt op het opzetten en uitvoeren van een gebiedsproces, het analyseren van knelpunten en kansen, het onderzoeken van de haalbaarheid of het uitwerken van plannen en businesscases met betrekking tot één of meerdere van de volgende thema’s: 1e. herstructurering; 2e.

energietransitie inclusief gebiedsgerichte aanpak energiebesparing bij bedrijven; 3e. circulaire economie; 4e. klimaatadaptatie; 5e. biodiversiteit; 6e. digitale ontsluiting; 7e. weerbaarheid tegen criminaliteit; 8e. buitenruimte die aanzet tot sporten en bewegen; 9e. collectieve vormen van vervoer van en naar een bedrijventerrein; 10e. gedeelde (slimme) laadinfrastructuur of collectief aanbod van duurzame brandstoffen/energiedragers;

-9-

11e. slimme en schone vervoers- en transportconcepten; 12e. gedeelde truck parkings; 13e. fysieke voorzieningen voor onderwijs en ontmoeting. Artikel 21 Voorschotverlening Algemene subsidie-verordening Gelderland 2016 1. Het provinciebestuur kan voorschotten verlenen. 2. De voorschotten bedragen in totaal maximaal 80% van de verleende subsidie. 3. In afwijking van het vorige lid bedragen voorschotten voor subsidie die op grond van artikel 25, eerste lid, onder b, ambtshalve wordt vastgesteld, in totaal maximaal 100% van de verleende subsidie. 4. In afwijking van het tweede lid bedragen de voorschotten voor per boekjaar verstrekte subsidies in totaal maximaal 100% van de voor het betreffende boekjaar verleende subsidie. 5. Als bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, kunnen Gedeputeerde Staten in afwijking van het tweede lid in totaal maximaal 100% van de verleende subsidie voorschotten verlenen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14023010/1