Concept raadsbesluit Vbb Onzelfstandige bewoning en arbeidsmigranten
Tekst van het document
0302113272
Nr. Raadsbesluit
De raad van de gemeente Nunspeet; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 26 januari 2021, nr. (p.m).; -
gelet op artikel 3.7 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro); gelet op artikel 3.3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo);
besluit:
a.
een voorbereidingsbesluit te nemen om “onzelfstandige bewoning van woningen tegen te gaan / en voor het uitsluiten van logies t.b.v. seizoensarbeiders en/of arbeidsmigranten”, ter voorbereiding van een op nieuw beleid gebaseerd (paraplu-)bestemmingsplan, voor het gehele grondgebied van de gemeente, zoals het gebied is aangegeven op de bij dit besluit behorende verbeelding met de identificatie NL.IMRO.0302.VB00009-vg01 (zie bijlage 1 bij dit voorbereidingsbesluit), en verder wordt voor de van toepassing zijnde bestemmingen verwezen naar de lijst van de vigerende bestemmingsplannen (zie bijlage 2 bij dit voorbereidingsbesluit).
b.
dat, naast de wettelijke regels van artikel 3.3 Wabo met betrekking tot de aanhoudingsplicht van aanvragen die betrekking hebben op activiteiten zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a. of b. Wabo, er op grond van artikel 3.7, lid 4 Wro met dit voorbereidingsbesluit de volgende aanvullende regels worden vastgesteld, zoals hieronder verwoord onder de letters c. en d.
c.
bestemming(en) Wonen, aanvullende regels: 1. dat de hiernavolgende bepalingen gelden in aanvulling op de reeds bestaande regels van de vigerende bestemmingsplannen, volgens de bijgaande lijst van bestemmingsplannen (zie bijlage 2), ten aanzien van de bestemming(en) Wonen, en ook daar waar de bestemming/functie “wonen” volgens de bestemmingsomschrijving is toegestaan, zoals bijvoorbeeld bij de bestemming(en) Centrum, bij de bestemming(en) Gemengd, bij de bestemming(en) Dienstverlening, bij de bestemming(en) Detailhandel, en bij de bestemming(en) Horeca. 2. te bepalen dat in het gebied waar het voorbereidingsbesluit van kracht is, het binnen de bestemming Wonen verboden is om een woning en/of woonhuis en/of woongebouw en/of een wooneenheid om te zetten in onzelfstandige bewoning en deze als zodanig te gebruiken; 3. dat van onzelfstandige bewoning sprake is wanneer personen geen gezamenlijk zelfstandig huishouden voeren en dus de bewoning niet als één afzonderlijk huishouden kan worden aangemerkt; 4. dat de begripsbepaling van een woning is: ”een complex van ruimten dat door zijn indeling en inrichting uitsluitend bedoeld is voor de huisvesting van een afzonderlijk huishouden”; 5. dat de begripsbepaling van een woonhuis is: “een gebouw, hetzij vrijstaand, hetzij aaneengebouwd, dat slechts één woning omvat”; 6.
dat de begripsbepaling van een woongebouw is: “een als zodanig ontworpen en gerealiseerd gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden”; 7. dat de begripsbepaling van een wooneenheid is: “een complex van ruimten in een woning dat dient voor de zelfstandige huisvesting van één afzonderlijk huishouden”;
-2-
8. dat de begripsbepaling van een huishouden is: “een verzameling van één of meerdere personen die samen één zelfstandig huishouden vormen dat zich kenmerkt door continuïteit in samenstelling en onderlinge verbondenheid”; 9. dat bij omgevingsvergunning door het college van burgemeester en wethouders kan worden afgeweken van het in besluitonderdeel c.2. genoemde verbod, indien een omzetting naar onzelfstandige bewoning van een woning, en/of een woonhuis, en/of een woongebouw, en/of een wooneenheid, naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden of tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte, en niet leidt tot strijd met de goede ruimtelijke ordening in het algemeen; d.
bestemming(en) Horeca en bestemming(en) Recreatie, aanvullende regels: 1. dat de hiernavolgende bepalingen gelden in aanvulling op de reeds bestaande regels van de vigerende bestemmingsplannen, volgens de bijgaande lijst van bestemmingsplannen (zie bijlage 2), ten aanzien van de bestemming(en) Horeca en de bestemming(en) Recreatie (recreatieve voorzieningen, zoals een kampeerterrein, een hotel, een pension, een vakantie- en conferentiecentrum, een vakantieboerderij, een recreatiewoning) en de bestemmingen Recreatie-Bungalowpark, Recreatie-Gemengd terrein en Recreatie-Kampeerterrein; 2. te bepalen dat in het gebied waar het voorbereidingsbesluit van kracht is, het binnen de bestemming(en) Recreatie (recreatieve voorzieningen, zoals een kampeerterrein, een hotel, een pension, een vakantie- en conferentiecentrum, een vakantieboerderij, en een recreatiewoning) en de bestemmingen Recreatie-Bungalowpark, Recreatie-Gemengd terrein en Recreatie-Kampeerterrein, het verboden is om een gebouw met de bestemming/functie hotel te wijzigen in logies voor seizoensarbeiders en/of arbeidsmigranten; 3.
te bepalen dat in het gebied waar het voorbereidingsbesluit van kracht is, het binnen de bestemming(en) Recreatie (recreatieve voorzieningen, zoals een kampeerterrein, een hotel, een pension, een vakantie- en conferentiecentrum, een vakantieboerderij, een recreatiewoning), en de bestemmingen Recreatie-Bungalowpark, Recreatie-Gemengd terrein en Recreatie-Kampeerterrein, het verboden is om een gebouw met een andere recreatieve voorziening/functie dan hotel te wijzigen in logies voor seizoensarbeiders en/of arbeidsmigranten; 4. te bepalen dat in het gebied waar het voorbereidingsbesluit van kracht is, binnen de bestemming(en) Horeca het verboden is om een gebouw met deze bestemming te wijzigen in logies voor seizoensarbeiders en/of arbeidsmigranten; 5. dat de begripsbepaling van horeca is: “het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en dranken, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie en/of het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf, met uitzondering van logies ten behoeve van seizoensarbeiders en/of arbeidsmigranten”; 6. dat de begripsbepaling van seizoensarbeider is: “werknemer die in een periode van grote arbeidsbehoefte tijdelijk op een (agrarisch) bedrijf werkzaam is”; 7. dat de begripsbepaling van arbeidsmigrant is: ”werknemer uit het buitenland die als doel heeft tijdelijke arbeid te verrichten en inkomen te verwerven in Nederland”; 8.
dat bij omgevingsvergunning door het college van burgemeester en wethouders kan worden afgeweken van de in besluitonderdelen d.2, d.3, en d.4. genoemde verboden, indien een omzetting naar logies voor seizoensarbeiders en/of arbeidsmigranten naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden of tot een onevenredige parkeerdruk op de openbare ruimte, en niet leidt tot strijd met de goede ruimtelijke ordening in het algemeen;
e.
dat het voorbereidingsbesluit in werking treedt op de dag van de bekendmaking van de terinzagelegging van het voorbereidingsbesluit.
Vastgesteld ter openbare vergadering van 28 januari 2021,
-3-
de griffier,
de voorzitter,