Bijlage 3. beantwoording vragen raadslid Kouwenberg over burgerleden monumentencommissie (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Svunspeet
GEMEENTE
Markt 1 Postbus 79 8070 AB Nunspeet Telefoon Internet
NLO5
BNGH
april
Nunspeet
@nunspeet.nl 0285 0135
Datum 15
van
(0341) 25 99 11 www.nunspeet.nl
gemeente
IBAN
Gemeenteraad
2025
21
Ons kenmerk
Collegebesluit
1311779
15-4-2025
(geanonimiseerd)
Onderwerp: Beantwoording vragen van raadslid ‘burgerleden monumentencommissie' Geachte leden
van
de
S.
Bijlage
or
Kouwenberg inzake
gemeenteraad,
In het vragenhalfuurtje
tijdens de raadsvergadering van 27 maart jl. heeft dhr. Kouwenberg een aantal vragen gesteld over het onderwerp ‘burgerleden monumentencommissie’. Omdat dit onderwerp zich niet leende voor bespreking tijdens het vragenhalfuurtje, he bben wij u toegezegd bij uw raad hierop terug te komen. Via deze informatiebrief voldoen wij aan deze toezegging. Voordat we ingaan op de vragen van dhr. Kouwenberg, Dhr. Kouwenberg heeft dit onderwerp in het openbaar
merken aan
we
de orde
het
volgende op. gesteld. Hij heeft daarbij
dat hij dit met toestemming deed van de beide direct betrokken inwoners. Dit onderwerp de persoonlijke levenssfeer een aantal mensen raakt. Wij willen daar zorgvuldig mee omgaan. Tegelijkertijd willen we uw raad van alle relevante aangegeven
van
neemt niet weg dat het
informatie voorzien. Wij zijn dan ook bereid om u indien u dit wenst de documenten te verstrekken waarnaar in deze brief wordt verwezen, uiteraard vertrouwelijk geanonimiseerd. -
-
en
Vraag: Waarom waar
de
heeft de burgemeester zich niet onafhankelijk opgesteld als meldpunt voor zorgen burgemeester zelf toe had opgeroepen maar kregen de burgerleden een weerwoord?
Antwoord: Dhr.
Kouwenberg verwijt de burgemeester dat ze de twee burgerleden van de destijds niet serieus heeft genomen door hen “geen onafhankelijk oor” te bieden en zich richting hen niet op te stellen als “aanspreekpunt voor misstanden” en hen niet te beschouwen als “klokkenluiders”. Hij stelt dat de burgemeester “acteerde als verlengstuk van het collegevoorstel, waarin het de bedoeling was dat zij het veld ruimden”. monumentencommissie
Dit is geen juiste
voorstelling van
zaken.
Op 25 november
2023 stuurden
de beide
monumentencommissie
burgerleden
over
een
brief
toenmalige burgerleden van de naar de burgemeester met als onderwerp “Zorgen
positie monumentencommissie”.
monumentencommissie
de
nodige
stof doen
Deze
opwaaien.
brief heeft in en rond de
-
toen nog
-
(en zijn nog steeds) van mening dat problemen en wrijfpunten in onderlinge verhoudingen moeten worden opgelost door op een open en constructieve wijze daarover met elkaar in gesprek te gaan. Pas als het niet is gelukt om problemen in goed overleg op te lossen, kunnen zo nodig andere wegen worden bewandeld. In het licht van dit uitgangspunt heeft de burgemeesterde beide burgerleden uitgenodigd voor een gesprek. Voorafgaand daaraan heeft ze aangegeven dat het doel van dit gesprek is om de weg te effenen voor het direct en open communiceren door en met alle betrokkenen. Beide burgerleden hebben hiermee ingestemd. Tijdens het gesprek hebben beide burgerleden aangegeven dat er wat hen betreft ruimte is om met alle betrokkenen om de tafelte gaan zitten om ‘het goede gesprek’ te hebben. Het gesprek tussen hen en de burgemeester werd dus positief afgesloten. Wij
waren
dag na dit gesprek stuurde één van de burgerleden de mededeling dat hij afziet van zijn benoemingals lid van de nieuwe commissie Omgevingskwaliteit. Dit besluit werd door hem niet gemotiveerd met hetargument dat hij een slecht gesprek had gehad met de burgemeester. Hij verzocht nadrukkelijk zijn brief vertrouwelijkte behandelen. Gezien dit verzoek zullen wij in deze openbare brief hierop niet verder ingaan. De
opvatting van dhr. Kouwenberg dat
de beide burgerleden als ‘klokkenluiders’ hadden moeten worden behandeld, delen wij niet. Een klokkenluider stelt misstanden in een bedrijf of aan de organisatie aan de kaak. De zaken die door de burgerleden in hun burgemeester De
brief
betroffen geen misstanden, maar door hen persoonlijk als negatief ervaren in rond de zaken en monumentencommissie en zaken die hun persoonlijke rol en positie in de monumentencommissie raakten. En zoals gezegd: dit soort zaken probeer op te lossen door (eerst) open ingesprek te gaan met de personen waarmee je de problemen ervaart. Dit laatste werden
genoemd,
je
werd
door beide
burgerleden
ook onderschreven.
college van mening is dat het burgerlid in kwestie “het veld moet ruimen”. Na het hierboven genoemde gesprek tussen de beide burgerleden en de burgemeester, zijn diverse pogingen ondernomen om constructieve gesprekken te voeren met als doel een goed functionerende commissie Omge vingskwaliteit. Omdat deze pogingen niet tot een positief resultaat hebben geleid, is extern advies ingewonnen. Het resultaat hiervan is dat nu op korte termijn opnieuw gesprekken worden geïnitieerd waarbij meer dan voorheen tegemoet wordt gekomen aan door partijen gestelde voorwaarden om in gesprek te gaan. Het doel van deze gesprekken is allereerst het tot stand brengen van een volledig functionerende commissie en anderzijds recht doen aan alle personen die vanaf het begin bij de totstandkoming daarvan betrokken zijn geweest. De bestuurlijke afvaardiging voor deze gesprekken bestaat uit de wethouders Van de Bunte en Stoffer. Beide wethouders zijn niet eerder bij het dossier Het is overigens
betrokken
nadrukkelijk
niet
zo
dat het
geweest.
Vraag: Waarom
de burgemeesterin het proces met de burgerleden en daarna het overgebleven
heeft
burgerlid altijd volgehouden tot een oplossing te willen komen tot herstel van de vertrouwensbreuk terwijl de burgemeester vier dagen voor het eerste gesprek al wist van het collegevoorstel waarin gesteld werd dat ze niet competent zouden zijn? En waarom is dit collegevoorstel in een open gesprek met de burgerleden onbenoemd gebleven? Antwoord:
Op het
moment
dat de
burgemeester het gesprek
had met de beide
burgerleden,
was
er
inderdaad
ambtelijk advies aan het college voorgelegd. Dit advies zou de dag na het gesprek in het college worden besproken. Maar een ambtelijk advies is geen bestuurlijk standpunt, en nog minder een bestuurlijk besluit. Net zomin als een collegevoorstel aan de raad een raadsbesluit is. Op het moment dat het gesprek plaatsvond, was het nog volledig open of het college de volgende dag überhaupt een besluit over het ambtelijk advies zou nemen en zo ja welk besluit hij zou nemen. Het feit dat op het moment dat het gesprek met de beide burgerleden plaatsvond een ambtelijk advies aan het college was voorgelegd, was daarom totaal niet relevant voor de inhoud en het doel van het gesprek. Toen op de dag na het gesprek in het over het betreffende ambtelijk advies werd gesproken, was bekend wat het resultaat college was van het gesprek van de burgemeester met de beide burgerleden, nl. de afspraak om via goede gesprekken met alle betrokkenen te proberen de lucht te klaren en het vertrouwen te herstellen. Ook was op dat moment bekend dat één van beide burgerleden te kennen had gegeven af te zien van zijn benoeming als lid van de commissie Omgevingskwaliteit. Deze feiten waren voor het college reden om vooralsnog afhankelijk van het resultaat van de beoogde het herstel en over van vertrouwen gesprekken rolduidelijkheid geen besluitte nemen over het advies. ambtelijk een
-
-
Vraag: Wethouder Groothuis heeft nog nooit met een burgerlid gesproken en het gesprek met de burgemeester had nog niet eens plaats gevonden: op basis waarvan acht de wethouder dit collegevoorstel (“Intrekking benoemingsbesluit leden Commissie Omgevingskwaliteit”)
noodzakelijk? Antwoord: Zoals gezegd: het betreffende
voorstel
geen bestuurlijk standpunt. voormalige Monumentcommissie, nu de Omgevingskwaliteit, en het college, in dit geval de portefeuillehouder, vindt regulier plaats wanneer het jaarverslag van de commissie wordt aangeboden. Veelal is dit een gesprek tussen de voorzitter van de commissie
hebben
en
was
een
ambtelijk
de
Het contact tussen
advies
en
commissie
de portefeuillehouder. Wanneer individuele leden van de commissie behoefte gesprek portefeuillehouder kunnen zij hiertoe zelf het initiatief nemen.
met de
aan een
Vraag: Waarom
echte
is tijdens de
beweegreden
bespreking van het collegevoorstel met betrekking tot het delegeren de die in het collegevoorstel staat helemaal niet besproken met de commissie?
Antwoord: De
beweegredenen
van
het college met
betrekking tot het delegeren van taken zijn destijds raad is voorgelegd en waarover door uw raad een besluit is taken te delegeren en de beweegreden hiervoor zijn niet besproken
verwoord in het voorstel dat genomen. met
Het voorstel om
de commissie
-
ervan
-
aan
uw
uit gaande
dat u met de commissie de commissie Omgevingskwaliteit overdracht van taken tussen de gemeenteraad en het college
bedoelt omdat het gaat
om
een
het niet tot de taken
van
de commissie behoort
en
om
te adviseren.
hierover
(geanonimiseerd)