Beantwoording def. schr. vrg. Algemeen Bestuur 11 februari 2025 (002)
Tekst van het document
Overzicht schriftelijke vragen commissie Algemeen Bestuur 11 februari 2025. ☐3.
Rondvraag.
S.M. Kouwenberg (PvdA/GroenLinks) Vragen: 1. Vanuit een verontruste inwoner zijn ons signalen binnengekomen dat deze de politie meermaals heeft gewezen op concrete adressen in de wijk Oenenburg waar zich in schuren en op zolders kleine drugslabs zouden bevinden. Is het college bekend met deze signalen en is hier actie op ondernomen? 2. Deze zelfde inwoner wijst er op dat steekproefcontroles op de inhoud van grijze containers een goede methode zou zijn. Hoe staat het college hier tegenover? Antwoorden: 1. Het college is niet bekend met genoemde signalen. Ook bij de politie zijn geen signalen hierover bekend. Wel wordt hierbij aangetekend dat de politiecijfers op straatniveau worden vastgelegd. Wellicht ten overvloede nogmaals de oproep om dergelijke signalen te melden via Meld Misdaad Anoniem (MMA) of via het meldpunt ondermijning van de gemeente. 2. De BOA’s zijn niet bevoegd inzake opsporing drugsafval. Mochten er signalen zijn dat er sprake is van dumpingen in de grijze container dan zullen er in samenwerking met de politie controles plaatsvinden. Vraag: Het college stelt dat er tegen het geschorste burgerlid van de commissie Omgevingskwaliteit klachten zijn geuit, maar ondanks dat het burgerlid meermaals gevraagd heeft om deze klachten schriftelijk te mogen ontvangen alvorens een gesprek aan te gaan over deze schorsing, is dit nagelaten.
Aangezien de gemeenteraad verantwoordelijk is voor het welzijn en welbevinden en het al dan niet ontslaan van burgerleden, verzoekt PvdA/GroenLinks het college per ommegaande de jegens het burgerlid geuite klachten hem schriftelijk te doen komen. Antwoord: Donderdag 28 maart 2024 heeft de griffie u in afschrift een brief gestuurd die was gericht aan het betreffende burgerlid. In deze brief wordt onder vraag en antwoord 2 uw vraag beantwoord. Daarna zijn er pogingen ondernomen om een constructief overleg te voeren gericht op herstel van vertrouwen maar dat is tot op heden niet gelukt. Het college beraadt zich op de situatie. Vraag: Onlangs is er een WOO-verzoek ingediend waarin whatsapp-berichten van de telefoon van een collegelid zijn opgevraagd. Uit de hoorzitting waar PvdA/GroenLinks aanwezig was, blijkt dat het collegelid in kwestie is gevraagd of deze beschikte over desbetreffende Whatsapp-berichten en het antwoord daarop was nee. Er is dus niet door anderen gezocht in de telefoon, noch geprobeerd deze mogelijk verwijderde berichten via de geijkte methoden terug te halen.
Is dit de te volgen procedure bij het via een WOO-verzoek opvragen van Whatsapp-berichten of andere data van telefoons van collegeleden? Antwoord: Whatsapp-berichten die zijn opgesteld of ontvangen en die naar hun aard verband houden met de publieke taak van het bestuursorgaan vallen onder de reikwijdte van de Woo. De Woo schrijft zelf niet voor hoe chatberichten moeten worden bewaard. Een bestuursorgaan mag dit zelf vormgeven, mits de informatie in goede, geordende en toegankelijke staat is. De Woo schrijft ook geen bewaarplicht voor tenzij er sprake is van een Woo-verzoek. Documenten waarop het Woo-verzoek ziet en die op dat moment onder het bestuursorgaan berusten mogen niet worden verwijderd totdat de procedure is afgerond. Uit vaste jurisprudentie blijkt dat de Woo niet voorschrijft hoe er moet worden gezocht naar Whatsappberichten, maar wel dat een zoekslag volledig moet worden uitgevoerd en het mogelijke wordt gedaan om alle documenten te vinden. Er bestaat echter geen verplichting op grond van de Woo om telefoons uit te lezen. Daarbij moet ook worden opgemerkt dat berichtenapps niet in beheer zijn van de gemeente en de technische functionaliteit voor informatiebeheer binnen de berichtenapps beperkt is. Op dit moment kent de gemeente Nunspeet geen beleid of werkprotocol voor het bewaren en archiveren van Whatsapp-berichten voor sleutelfunctionarissen.
Er wordt hiervoor gewerkt aan een toekomstbestendige oplossing rekening houdende met technische (on)mogelijkheden.
Vraag: In deze zelfde hoorzitting is de uitspraak gedaan dat in de Covid-periode geen of nauwelijks gespreksverslagen zijn gemaakt, waardoor praktisch ieder contact tussen inwoners en collegeleden niet is vastgelegd. Is dit een correcte weergave van de werkelijkheid?
Antwoord: Tijdens de hoorzitting is aangegeven dat de Covid-periode waarschijnlijk de oorzaak is geweest voor het feit dat er geen of nauwelijks gespreksverslagen zijn gemaakt. Deze uitspraak geldt echter alleen voor het dossier wat tijdens de betreffende hoorzitting is behandeld.