CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 9 Vragen Woo Grote Bunte cie AB 13 mei 2025

Raadsvergadering 22 mei 2025, gemeente NunspeetBij agendapunt: Verzoek tot opheffing geheimhouding documenten rondom Landgoed de Grote Bunte i.v.m. verzoek Wet open overheid (Woo).1.398 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Commissie Algemeen Bestuur d.d. 13 mei 2025, behandeling verzoek tot opheffing geheimhouding documenten rondom landgoed de Grote Bunte i.v.m. verzoek Wet open overheid (Woo).

Toegezegd is dat de gestelde vragen schriftelijk beantwoord worden. Hierbij het overzicht van de vragen. De heer Kouwenberg van de fractie van de PvdA/GroenLinks: 1. Zowel de bezwarencommissie als Pels Rijken hebben aangegeven dat het WOO-verzoek van de heer van Harten op 28 december 2023 op dat moment als verzoek tot opheffing van geheimhouding beschouwd had moeten worden en op dat moment zodoende aan de gemeenteraad had moeten worden voorgelegd. Erkent het college hierin nalatig te zijn geweest? In het Woo-besluit wat op 19 februari 2024 is genomen naar aanleiding van het Woo-verzoek is aangegeven dat het ontwerpbestemmingsplan ”Herontwikkeling Landgoed De Grote Bunte – Chw” ter inzage heeft gelegen. In eerdere correspondentie richting de verzoeker is aangegeven dat zolang het ontwerp van het bestemmingsplan in voorbereiding is er geen documenten die hieronder vallen openbaar kunnen worden gemaakt en dat pas op het moment van de terinzagelegging hierover een besluit kan worden genomen. In het Woo-besluit van 19 februari 2024 is gemotiveerd aangegeven waarom de financiële onderbouwing niet openbaar wordt gemaakt. Er is toen voorbij gegaan aan het feit dat er geheimhouding op de betreffende documenten rustte en aan het bevoegde bestuursorgaan een verzoek om opheffing danwel in stand lating van de geheimhouding had moeten worden voorgelegd.

Aan de hand van de beslissing rondom geheimhouding had vervolgens het Woo-besluit moeten worden genomen. 2. Zowel de bezwarencommissie als Pels Rijcken geven aan dat de gemeente nooit gronden heeft gehad om geheimhouding op het gehele stuk op te leggen. Erkent het college dat, op basis van deze constatering, de heer van Harten medio 28 december 2023 recht had op een collegevoorstel met een gelijke strekking als dat wat nu voorligt? Naar aanleiding van het Woo-verzoek had er een verzoek om opheffing dan wel instandlating van de geheimhouding op de financiële onderbouwing van het bestemmingsplan “Herontwikkeling Landgoed De Grote Bunte – Chw” aan het bevoegde bestuursorgaan moeten worden voorgelegd. Er had toen een beoordeling moeten plaatsvinden of de belangen uit de genoemde gronden van de Woo nog zodanig aanwezig waren dat geheimhouding op dat moment nog gerechtvaardigd was of niet. Of dit een voorstel van gelijke strekking had moeten zijn is niet geheel duidelijk omdat op dat moment zelf een belangenafweging had moet worden gemaakt en de bestemmingsplanprocedure op dat moment nog niet was afgerond waardoor de situatie niet 1 op 1 vergelijkbaar is met die van nu. 3.

Nu blijkt dat volgens zowel de bezwarencommissie als Pels Rijcken de heer van Harten recht had op de gevraagde informatie medio december 2023, erkent het college dat hierdoor de heer van Harten en daarmee het collectief van omwonenden door een onterechte informatieachterstand de kans op een eerlijke procedure is ontnomen? In het ingediende beroepschrift van de Stichting Behoud Landgoed De Grote Bunte is ook een beroepsgrond aan de financiële en economische onderbouwing gewijd. Weliswaar kunnen er op dit moment geen nieuwe beroepsgronden meer worden ingediend, maar er kunnen wel beroepsgronden worden aangevuld. Doordat er al een beroepsgrond is ingediend die kan worden aangevuld is door een informatieachterstand de kans op een eerlijke procedure niet ontnomen. De Stichting Behoud Landgoed De Grote Bunte kan eventueel de ingediende beroepsgrond met betrekking tot de financiële en economische onderbouwing aanvullen.

-2-

De heer Pluim van de fractie van de ChristenUnie: 4. Een vraag, n.a.v. een opmerking van de inspreker. We hoorden van hem dat het blijkbaar nodig was een dwangsom te eisen om het college zo ver te krijgen een besluit op bezwaar te nemen. Op 1 april 2025 is er door inspreker en tevens verzoeker een ingebrekestelling ingediend tegen het uitblijven van de beslissing op bezwaar en om hem een dwangsom toe te kennen. Wanneer er niet tijdig een besluit wordt genomen ontstaat hiertoe het recht op grond van de Wet Dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen. Op dit verzoek zal binnenkort een beslissing worden genomen. Het is echter onjuist dat het verzoek om het toekennen van een dwangsom de reden voor het college was om een besluit op bezwaar te nemen. In dit geval zijn de wettelijke termijnen overschreden vanwege de noodzakelijkheid om tot een juridisch juist besluit op bezwaar te komen dat juridisch stand kan houden bij de rechter. Doormiddel van brieven hebben wij verzoeker op de hoogte gesteld van de verwachte overschrijdingen van termijnen. 5.

Zou het college kunnen uitleggen aan de raad en aan de samenleving wat de wettelijke termijnen zijn waar de overheid zich aan dient te houden bij een WOO verzoek en bij bezwaarprocedures? In artikel 4.4. van de Wet open overheid (Woo) is vastgelegd dat de beslistermijn vier weken bedraagt. Deze termijn kan eenmaal met twee weken worden verlengd. In het geval van het Woo-verzoek dat op 28 december 2023 is ingediend door verzoeker is er op 19 februari 2024 een besluit genomen. De wettelijke beslistermijn voor dit verzoek liep op 8 februari 2024 af. Er is in dit geval sprake geweest van een kleine termijnoverschrijding waarover verzoeker ook tijdig is geïnformeerd. De wettelijke beslistermijn voor bezwaar is vastgelegd in artikel 7:10 van de Awb. In dit artikel is opgenomen dat het bestuursorgaan, indien er een commissie bezwaarschriften is ingesteld binnen twaalf weken beslist, vanaf de dag na die waarop de termijn voor het indienen van het bezwaarschrift is verstreken. Deze termijn kan eenmaal met zes weken worden verlengd. Ook in het geval van bezwaarprocedures is er jurisprudentie verschenen die gaat over een redelijke termijn om juridische bezwaar- en beroepsprocedures af te handelen. Voorbeelden zijn ECLI:NL:RVS:2014:188 en ECLI:NL:RVS: 2024:1489.

De essentie van beide uitspraken is dat voor de behandeling van een bezwaarschrift een redelijke termijn van in principe maximaal zes maanden staat. Er kunnen zich echter omstandigheden voordoen waardoor het niet altijd mogelijk is om juridische procedures af te handelen binnen de wettelijke termijnen en ook niet binnen de redelijke termijn door bijvoorbeeld de ingewikkeldheid van de zaak. Dat laatste is ook in de onderhavige zaak het geval. Dit blijkt ook uit het advies van de Commissie Bezwaarschriften waarin wordt verwezen naar veel jurisprudentie en het overleg dat is gevoerd met een externe jurist over de jurisprudentie die in relatie met de onderhavige casus voor lag.

6. En daarbij ook aangeven wat een inwoner kan doen wanneer die wettelijke termijnen worden overschreden. Theoretisch zou een inwoner wanneer de wettelijke termijnen worden overschreden een beroep kunnen doen op de hiervoor genoemde Wet Dwangsom bij niet tijdig beslissen. Daarnaast kan een inwoner in een dergelijk geval in beroep gaan bij de rechtbank. In zo’n geval kan een inwoner een beroep in verband met niet tijdig beslissen instellen bij de rechtbank.

-3-

In het geval dat er te laat wordt beslist op een verzoek op grond van de Woo kan er niet gelijk een beroep worden gedaan op de Wet Dwangsom bij niet tijdig beslissen. Er moet een ingebrekestelling worden gedaan, waarna bij uitblijven van een beslissing hierop een beroep niet tijdig beslissen kan worden ingesteld bij de rechtbank. De rechter bepaalt vervolgens of er een dwangsom moet worden betaald. 7. Wanneer de raad besluit tot (gedeeltelijk) opheffen van de geheimhouding gaat het college een beslissing op bezwaar nemen. Kan het college aangeven welke wettelijke beslistermijn geldt er bij het nemen van een beslissing op bezwaar? Voor het antwoord op deze vraag wordt verwezen naar ons antwoord bij vraag 5. 8. Waarom heeft het college niet direct het advies van de commissie bezwaarschriften opgevolgd en de raad gevraagd om openbaar maken van de documenten? Waarom is er nog een advies van Pels Rijcken gevraagd terwijl het advies van de bezwaarschriftencommissie duidelijk was? Er was binnen de gemeente een discussie over de juistheid van het advies van de Commissie Bezwaarschriften. Zoals uit het collegevoorstel en uit het raadsvoorstel blijkt was er onder andere de vraag aan de orde of op de stukken die behoorden bij het principeverzoek/ het besluit over het principeverzoek geheimhouding gold.

Daarnaast speelde ook mee dat het Woo-verzoek dateerde van 28 december 2023 terwijl er in oktober 2024 door de gemeenteraad geheimhouding op de financiële onderbouwing van het bestemminsplan “Herontwikkeling Landgoed De Grote Bunte – Chw” is gelegd. Vanwege de complexe juridische situatie is er extern juridisch advies gevraagd bij het advocatenkantoor Pels Rijcken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15565949/1