CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 9. Overzicht schr. vrg. Algemeen Bestuur 12 sept. 2024

Raadsvergadering 26 september 2024, gemeente NunspeetBij agendapunt: Tussenstand uitvoering collegeprogramma 2022-2026.4.468 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Overzicht schriftelijke vragen commissie Algemeen Bestuur 12 september 2024. ☐3.

Rondvraag.

G. Pluim (ChristenUnie) Tijdens de vergadering van Algemeen Bestuur dd. 14 maart 2023 kreeg de raad een overzicht van geheimhoudingsbesluiten van de laatste 4 jaren. We spraken toen af dat de commissie AB jaarlijks een geactualiseerd overzicht van door de raad genomen besluiten over geheimhouding zou krijgen. En indien daar in concrete gevallen aanleiding voor is, zal de raad worden voorgesteld de geheimhouding op te heffen. Onze fractie heeft hierover 2 vragen: Vraag 1.Wanneer kunnen we een geactualiseerd overzicht tegemoet zien? Antwoord: In de beleidsagenda/voortgangslijst van de commissie Algemeen Bestuur staat het ‘Overzicht besluiten geheimhouding’ onder punt 31 gepland in het 4e kwartaal 2024. Het overzicht volgt in november 2024. Vraag 2.Inmiddels zijn drie besluiten meer dan 5 jaar geleden vastgesteld. Deze besluiten vragen op grond van WOO 5.3 (zie kader) een extra motivatie indien het college openbaarmaking weigert.

Onze vraag: hoe gaat het college hiermee om? Kader Bij een verzoek om informatie die ouder is dan vijf jaar motiveert het bestuursorgaan bij een weigering van die informatie waarom de in artikel 5.1, tweede of vijfde lid, of artikel 5.2 bedoelde belangen ondanks het tijdsverloop zwaarder wegen dan het algemeen belang van openbaarheid Antwoord: In artikel 5.3 van de Woo is bepaald dat indien een afwijzing betrekking heeft op een verzoek om informatie die ouder dan vijf jaar is, een verzwaarde motiveringsplicht geldt ten aanzien van de relatieve uitzonderingsgronden en de uitzondering voor persoonlijke beleidsopvattingen voor intern beraad. Zoals aangegeven in dit wetsartikel gaat het bij het toepassing geven aan dit artikel om een verzoek om informatie oftewel een Woo-verzoek. Artikel 5.3 van de Woo staat dan ook los van de besluiten waarin 5 jaar geleden geheimhouding is opgelegd op grond van de Gemeentewet. Het gaat hier tenslotte niet om een verzoek om informatie, maar om opleggen van geheimhouding in de zin van de Gemeentewet. Hier wordt een uitzonderingsgrond uit artikel 5.1 lid 1 of lid 2 van de Woo voor gebruikt. Artikel 5.3 van de Woo is niet van toepassing op besluiten waarin geheimhouding wordt opgelegd en ook niet op het geactualiseerde overzicht waarin alle besluiten zijn opgenomen die over geheimhouding gaan.

Aan artikel 5.3 van de Woo wordt door het college alleen toepassing gegeven wanneer er een Wooverzoek wordt ingediend waaronder informatie valt die ouder is dan 5 jaar. In dat geval moet het college uitdrukkelijk motiveren waarom het belang van de betreffende uitzondering, ondanks het tijdsverloop, zwaarder weegt dan het algemene belang van openbaarheid. Het uitgangspunt is dat de hiervoor genoemde uitzonderingen na vijf jaar niet meer van toepassing zijn, tenzij het bestuursorgaan kan motiveren dat dit wel zo is. De wetgever heeft aangegeven dat dit minder snel aan de orde zal zijn bij informatie die niet openbaar is gemaakt ter voorkoming van economische schade of persoonlijke beleidsopvattingen. Met deze bepaling in de wet is overigens niet bedoeld dat informatie ouder dan vijf jaar automatisch openbaar moet worden gemaakt als daartoe een verzoek wordt ingediend. Als de uitzonderingsgronden daartoe aanleiding geven, kan een verzoek om dergelijke informatie alsnog worden afgewezen. Met de bepaling is ook niet beoogd dat alle verzoeken om informatie die zijn afgewezen na vijf jaar dienen te worden heroverwogen. Bronnen: Kamerstukken II 2013/14, 33328, nummer 7 en nummer 12 en Kamerstukken II 2019/20, 35112, nummer 9

☐6a.

Nut en noodzaak onderzoek activiteitenterrein.

P.V. van Rossen (Gemeentebelang) Inleiding: Het Transferium is meegenomen in dit onderzoek als huidig evenementenlocatie. In de ontwikkeling naar de Poort vd Veluwe is uitgesproken dat het Transferium niet meer wenselijk is als evenemententerrein en/of dat dit door de nieuwe inrichting niet langer mogelijk is. Diverse mogelijke evenementen vinden daar plaats of hebben dat in het verleden gedaan. Vraag 1: Klopt het dat evenementen die voorheen het transferium gebruikten, ivm de werkzaamheden aan de stationsomgeving, momenteel helemaal niet plaatsvinden? Antwoord: Nee, dit klopt niet. Vraag 2: Is in het participatieproces duidelijk geweest dat het transferium als evenementenlocatie in de huidige vorm verdwijnt? Antwoord: Nee, niet dat het definitief verdwijnt als evenementenlocatie. Het is bekend dat vanwege de werkzaamheden aan de verbetering van de stationsomgeving en het transferium het terrein momenteel niet toegankelijk is voor evenementen. Na de werkzaamheden, mits het voldoet aan de kaders voor vergunningverlening, is het terrein weer mogelijk in te zetten als activiteitenterrein. Kanttekening bij het terrein is dat het transferium bestemd is voor dagrecreatie. Vraag 3: Kunnen evenementen die voorheen op het Transferium plaatsvonden op een andere vergunde locatie terecht? Antwoord: Ja, een voorbeeld hiervan is het Brasswood festival.

Dit heeft plaatsgevonden op het buitenterrein van de Veluvine. Vraag 4: Zijn er afgelopen jaren evenementen niet vergund door het gebrek aan een juiste locatie, anders dan genoemd in het collegevoorstel? Antwoord: De enige aanvraag die is geweigerd in de afgelopen jaren is de Visual Art Rally (autorace op de openbare weg). Dit evenement is niet geweigerd vanwege het ontbreken van een juiste locatie. Vraag 5: Heeft de gemeente organisatoren in beeld die door gebrek aan een juiste locatie Nunspeet overslaan en niet eens een poging tot de organisatie van een evenement doen? Antwoord: Informeel is er de afgelopen jaren door drie partijen gevraagd of er binnen onze gemeente een evenemententerrein is waar ruimte is voor een circus, springkussenfestival en het tv programma de ‘slechtste chauffeur’. Vraag 6: Is het college van mening dat, door de beperkte terugkoppeling in het participatieproces, een betrouwbaar en zuiver beeld van behoefte is ontstaan?

Antwoord: Ja, alle potentiële belanghebbenden hebben een uitnodiging ontvangen. Daarnaast zijn inwoners/partijen uitgenodigd (openbare en collectieve uitnodiging) om aanwezig te zijn bij het participatiemoment in maart 2024, of kon men digitaal hun input geven middels een reactieformulier op de gemeentelijke website. Vraag 7: Is de aanzuigende potentie voor nieuwe evenementen na de ontwikkeling van een evenemententerrein ook daadwerkelijk onderzocht? Zo nee, waarom niet? Antwoord: Het uitgangspunt van het onderzoek is een evenemententerrein voor lokale partijen en evenementen. In het participatieproces heeft een brede uitvraag plaatsgevonden aan huidige evenementenorganisatoren, maar ook aan ondernemers of partijen die mogelijk geïnteresseerd waren (waaronder een openbare / collectieve uitnodiging aan elke inwoner of partij). Dit heeft geleid tot de sessie in maart 2024. Tijdens deze avond is ook nagedacht over potentiële evenementen die kunnen plaatsvinden op een nieuw permanent activiteitenterrein. Vraag 8: Uit de analyse blijkt dat diverse organisatoren beperkingen ervaren op de huidige locaties. Kunnen we daaruit concluderen dat er, als een nieuw evenemententerrein niet gerealiseerd wordt, er noodzaak ontstaan huidige locaties op te waarderen? Antwoord: Die conclusie kan niet zonder meer getrokken worden.

Het kan een bestuurlijke/beleidsmatige keuze zijn om de huidige locaties op te waarderen. Kanttekening is dat deze locaties vaak voor meerdere doeleinden inzetbaar zijn. Bestaande terreinen opwaarderen/inrichten als activiteitenterrein leidt per locatie tot nieuwe en andere vraagstukken. Vraag 9: In het collegevoorstel vinden we een vierde beslispunt, waarin gesproken wordt over een kerngroep van organisatoren. Deze kerngroep vinden we in het commissievoorstel terug, maar het beslispunt is daarin niet opgenomen. Waarom is daar, met het oog op de wens van deze raad om keuzes cq scenario’s te krijgen, voor gekozen? Antwoord: Het gaat hier eerst om een afweging of de gemeente verder wil met een permanent activiteitenterrein. Het college ziet geen noodzaak voor een verdere haalbaarheidsstudie. Vandaar dat we ook niet voorstellen met een kerngroep een vervolg op te pakken over de eventuele invulling en locatie(s). Indien u als commissie anders adviseert en als gemeenteraad anders besluit is het mogelijk de kerngroep kaders en uitgangspunten mee te geven en aan eventuele scenario’s te werken.

Vraag 10: Waarom baseert het college de keuze om niet verder te gaan enkel en alleen op de factor ‘noodzaak’ en niet op de wel degelijke gedragen optiek dat er nut is en het bestaan van een bestuurlijke wens? Antwoord: In de uitvraag hebben de meesten aangegeven nu op een goede locatie te zitten voor hun activiteiten. Zij zien vanuit die optiek naast noodzaak ook geen nut voor een extra terrein of terreinen. De bestuurlijke wens (inclusief beschikbare middelen) is in de participatie meermaals genoemd. Het heeft de meeste deelnemende partijen niet op andere gedachten gebracht. Vraag 11: Inmiddels is duidelijk geworden dat er ook behoefte bestaat voor een terrein in de diverse kernen. Heeft het college die behoefte goed in beeld en ziet zij mogelijkheden om die behoefte in te vullen? Antwoord: Alle kernen en bijbehorende partijen zijn uitgenodigd voor de participatiemomenten. Hierdoor is, zo goed als mogelijk, een beeld ontstaan van die behoefte.

☐6b.

Tussenstand uitvoering collegeprogramma 2022-2026.

G. Pluim ChristenUnie Vraag 1: Programma duurzaamheid Bij de tussentijdse evaluatie wordt ten aanzien van het programma Duurzaamheid niet ingegaan op de doelen die gesteld zijn in het programma Duurzaamheid 2020 – 2025. Een CO2- neutrale gemeentelijke organisatie en Nunspeet als geheel 50% CO2- neutraal. Hoe staat het met deze doelstellingen en wat zijn de plannen van het college om deze doelen de komende twee jaar te realiseren? Antwoord: U heeft in de beantwoordingsbrief van 22 mei jl. op vragen van uw fractie kunnen lezen dat wij geen eigen monitoringssysteem hebben. Bovendien is duidelijk dat op landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau de ambities voor het behalen van CO2-reductie onder druk staan (zie bijvoorbeeld de Klimaatnota 2023 van het ministerie van EZK). Vraag 2: Recreatie en toerisme In de evaluatie staat weinig tot niets over de behaalde doelstellingen op het gebied van recreatie en toerisme. Wat is er tot nu toe gerealiseerd en wat zijn de plannen van het college voor de komende twee jaar? Antwoord: Het wandelroutenetwerk is bijna klaar om in opdracht te worden gegeven. De wandelpaden lopen over de terreinen van diverse grondeigenaren waarmee afstemming is en wordt gezocht. Voor Nunspeet aan Zee is er een globale kostenraming gemaakt en het project is door de gemeente Nunspeet samen met Leisurelands ingediend voor Regio Deal II.

Half oktober wordt deze Regio Deal definitief en dan is er tot januari 2025 de tijd om het financiële plaatje rond te krijgen. Uitvoering van de Regio Deal plannen zal plaatsvinden in de jaren 2025 tot en met 2029. Voor het project Vitale Vakantieparken vinden er gesprekken plaats met ondernemers in de cluster 3 en 4, omgevingsgebied West en het Centraal Veluws Natuurgebied. De ontwikkelkaarten van beide clusters zijn naar verwachting begin 2025 gereed. De clusters 1 en 2 aan de Randmeerkust zijn eerder al afgerond. In q4 2024 zal er gestart worden met een onderzoek naar de toegankelijkheid van recreatie en toerisme in de gemeente Nunspeet, inclusief de behoefte aan openbare toiletten. Vraag 3: Sportvoorzieningen en speelaccomodaties In juli ’24 is een motie aangenomen om een beleeftuin te realiseren. Dit is nog niet opgenomen als toekomstige ambitie. Wanneer gaat het college hiermee aan de slag? Antwoord: Het college is gestart met de voorbereidingen voor de realisatie van een beweeg- en beleeftuin. We onderzoeken wat een succesvolle beleeftuin is, welke kosten ermee gemoeid zijn + wat goede locaties en beheer structureren zijn. Ook is er contact met beleeftuinen in de regio om meer informatie op te halen. Van de voortgang houden wij u de komende tijd op de hoogte en zodra er een concrete uitwerking is bieden wij uw gemeenteraad een voorstel aan.

Vraag 4: Openbaar groen In juli ’24 is een motie aangenomen om een geboortebos aan te planten (in een nog nader te bepalen vorm). Dit staat niet opgenomen in de ambities voor de komende jaren. Wanneer komt het college met een voorstel naar de raad? Antwoord: Voor de uitwerking van de motie rondom aanplant geboortebos/nieuwe bomen zijn inmiddels enkele ideeën gedaan vanuit o.a. de vak wethouders en vanuit team Openbare ruimte.

Op dit moment wordt de technische uitwerking hiervan nader bekeken. Hierbij wordt o.a. gedacht aan jaarlijkse bomenkaart (online) van nieuw aangeplante bomen, gekapte bomen, herplant bomen en bomen vanuit ruimtelijke projecten via groen areaal uitbreiding zichtbaar worden gemaakt. Komend najaar zal hiervoor een concreet advies voor worden opgesteld met meer informatie. P.V. van Rossen (Gemeentebelang) Vragen per hoofdstuk/domein: 1.1 Welke acties zijn of worden uitgezet om de effecten van de ingezette gelden te monitoren? Antwoord: In de zomer van 2024 is het project welzijn in de sociale basis afgerond. Onderdeel hiervan was het anders inrichten van de subsidieaanvraag en de financiële verantwoording van de welzijnspartijen richting de gemeente. Dit om de opdracht aan de voorkant helder en eenduidig te maken en aan de achterkant de verantwoordingen te kunnen vergelijken en de effecten van de ingezette financiën inzichtelijk te maken. Bij de verantwoording over 2024 verwachten we de eerste effecten van deze werkwijze terug te zien. Het onderzoek naar een algemene voorziening voor dagbesteding voor ouderen bestaat uit twee fases. Een verkennend onderzoek en een plan van aanpak (uitvoeringsplan). De eerste fase van het onderzoek is afgerond met de conclusie dat een algemene voorziening een goede en laagdrempelige voorziening is.

De tweede fase van het onderzoek naar de algemene voorziening wordt naar verwachting in het eerste kwartaal van 2025 afgerond. Wanneer het onderzoek klaar is, proberen we deze raadsperiode nog te starten met de algemene voorziening. 1.2

Hoe is het streven om een laagdrempelig vangnet beschikbaar te maken voor mensen die buiten de boot dreigen te vallen ingevuld?

Antwoord: In de gemeente Nunspeet zijn er veel verschillende vormen van vangnetten binnen het sociaal domein te onderscheiden. Deze overstijgen het onderwerp van inclusie. Omdat de vraag echter gesteld is onder 1.2 wordt de vraag aan dat licht beantwoord. Vanuit de inclusie-agenda zijn er aandachtsgroepen benoemd. In de zomer is er een evaluatie geweest, nu wordt er toegewerkt naar een nieuwe versie van de inclusie-agenda. Deze wordt ter kennisname toegezonden aan de commissie Maatschappij en Middelen. Voor alle groepen geldt dat zowel het aanbod van de sociale basis als het signaalpunt belangrijke plekken zijn waar vragen vanuit de aandachtsgroepen terecht komen. Vanuit die insteek biedt onze sociale basis, aangevuld met het signaalpunt een vangnet voor mensen die vanwege uitsluiting buiten de boot kunnen vallen. 1.3

We zien veel acties op het gebied van adequate jeugdzorg. Op welke wijze wordt de betaalbaarheid nu en in de toekomst geborgd?

Antwoord: Afspraken over de betaalbaarheid zijn opgenomen in de Hervormingsagenda Jeugd. De maatregelen van de Hervormingsagenda Jeugd zijn allen gericht op de verbetering van de jeugdzorg én de financiële beheersbaarheid. Rijk en gemeenten bepalen de financiële kaders en hebben financiële afspraken gemaakt. Beide partijen erkennen daarbij dat dit een bijzonder grote opgave is die veel van alle partijen vraagt, ook in de context van de maatschappelijke en economische actualiteit. Daarbij werkt men aan een nieuw financieringsmodel wat meer duidelijkheid en voorspelbaarheid moet gaan geven inclusief een passende verdeling van risico’s. Als gemeente en regio doen we er alles aan om lokaal gestuurde en regiogestuurde inspanningen te plegen om de goede zorg binnen het budget uit te voeren. Voor uitgebreide informatie verwijzen wij u naar de raadsinformatiebrief zoals die besproken is in de commissie Maatschappij en Middelen van 7 september 2023 over dit thema. Het implementatieplan waarnaar in deze brief verwezen wordt is inmiddels bekend.

1.5

We zien relatief veel acties gericht op mantelzorgers, maar in de evaluatie betrekkelijk weinig terug over vroegsignalering. Hebben we dit aspect voldoende in beeld?

Antwoord: Het herzien van de mantelzorgwaardering en het plan van aanpak naar aanleiding van het respijtonderzoek zijn gericht op de mantelzorger. De ontwikkeling van een Steunpunt naar een Mantelzorgcentrum is zowel voor bekende als nog onbekende mantelzorgers een heel mooie ontwikkeling. Vanuit deze andere werkwijze als Mantelzorgcentrum wordt er nu juist meer aandacht besteed aan de herkenbaarheid en de bewustwording bij mensen dan voorheen. Aan vroegsignalering wordt door het Mantelzorgcentrum vanuit diverse invalshoeken gewerkt. Via lokale media, flyeren op de markt en bij supermarkten en middels lokale radio-uitzendingen wordt geprobeerd zoveel mogelijk inwoners kennis te laten maken met het Mantelzorgcentrum en wat zij doen. In de Week van de Mantelzorg betrekken zij de WOC’s en buurthuizen bij de activiteiten voor mantelzorgers. Ook wordt er projectmatig gewerkt aan de onderwerpen ‘Mantelzorg en werk’ en ‘Mantelzorg en migratieachtergrond’. Hiervoor wordt contact gezocht met bijvoorbeeld de Nunspeetse Ondernemers en lokale professionals die betrokken zijn bij deze onderwerpen. In november zal worden aangeschoven bij het halfjaarlijkse overleg met de kerken. Ook verzorgen ze een bijeenkomst in de Moskee.

In november 2024 is er weer een Netwerktraining voor professionals, vrijwilligers en inwoners in de gemeente met als onderwerp 'Het versterken van het netwerk van de mantelzorger'. Deze Netwerktraining wordt door Mantelzorgcentrum Nunspeet samen met 3 samenwerkingspartners georganiseerd (Hospice Nunspeet, WZU Veluwe en MEEsamen). Tot slot is het mantelzorgakkoord inmiddels door 52 organisaties ondertekend en wordt met deze organisaties periodiek gesproken. 1.7

Hoe wordt gezorgd dat mensen die op latere leeftijd willen werken ook aan de slag kunnen gaan en blijven? Is deze groep in beeld?

Antwoord: Via de arbeidsmarktregio zijn er voorzieningen voor inwoners en werkgevers, die een leven lang ontwikkelen stimuleren. In Nunspeet zetten we hier, via het Regionaal mobiliteitsteam (RMT) ‘Groei Vooruit’ voor in. Alle inwoners van Nunspeet kunnen hier gebruik van maken. Groei Vooruit kent diverse voorzieningen, zoals loopbaan coaching of een financiële bijdrage aan opleidingen. Op deze manier kunnen inwoners om- of bijscholen, zodat ze beter aansluiten bij de vraag van de arbeidsmarkt. Werkgevers kunnen via de arbeidsmarktregio financiële ondersteuning aanvragen om medewerkers te laten om- of bijscholen. Daarnaast kunnen werkgevers via het leerwerkloket (LWL) en het werkgeversservicepunt (WSP) terecht voor informatie over de (subsidie) verschillende regelingen. Eén daarvan is de loonkostenvoordeel voor oudere werknemers. Via diverse (media)kanalen worden inwoners en werkgevers op de hoogte gehouden van de mogelijkheden. In het kader van de hervorming arbeidsmarktinfrastructuur wordt het Regionaal werkcentrum opgericht. Hierin werken diverse partijen zoals gemeente, UWV, onderwijs, WSP, LWL en fondsen samen. Uitgangspunt is het één deur principe voor inwoners en werkgevers. Het is gericht op actieve dienstverlening voor alle inwoners met een loopbaan- of ontwikkelvraag. Bij de gemeente is de groep ouderen, die een bijstandsuitkering ontvangen, in beeld. 3.2

Er zijn diverse inbreidingsprojecten vertraagd. Dit leidt tot verrommeling. Wat zijn mogelijke acties om beweging in deze projecten te krijgen en worden die ook ingezet?

Antwoord: Als de verrommeling tot excessen leidt, zullen wij contact opnemen met de eigenaar en deze verzoeken om daar acties op te ondernemen. 3.2

Uit het collegeprogramma: We creëren creatieve oplossingen om te voldoen aan de huisvestingsvraag van met name starters, senioren en statushouders. Gemeentebelang heeft regelmatig dergelijke mogelijke oplossingen aangedragen, maar zien in de evaluatie niet terug welke creatieve oplossingen gerealiseerd zijn of kunnen worden. Wat is de actuele stand van zaken op de inzet van deze woonconcepten?

Antwoord: Een van de woonconcepten die door uw fractie veelvuldig wordt genoemd is de z.g. hospitaregeling. Deze regeling kan voor bepaalde groepen zoals studenten een prima woonoplossing bieden. Studenten zijn veelal op zoek naar een tijdelijke woonoplossing. Vanuit de landelijke overheid wordt om die reden op dit moment veel aandacht gegeven aan de mogelijkheden die deze regeling biedt. Starters op de woningmarkt zijn doorgaans op zoek naar een zelfstandige en langdurige woonoplossing. Een kamer in een woning waar de eigenaar van de woning zelf woont komt niet overeen met de woonbehoefte van en starter. Voor de groep starters op de woningmarkt is het daarom belangrijk om te kijken naar structurele oplossingen. 4.2

De huidige acties zijn erg gericht op enkel onze gemeente. Wat is de status van de RES in relatie tot onze doelstellingen?

Antwoord: Door netcongestie wordt het huidige bod van de regio naar alle waarschijnlijkheid niet gehaald. In RESverband werken we daarom de komende tijd aan een herijking. Eind 2025 moet de herijking zijn afgerond. Wij informeren u tussentijds over de voortgang hiervan. 4.2

Op welke wijze kan de gemeente Liander faciliteren in het oplossen van de netcongestie (afgezien van het onderstation aan de Hullerweg)?

Antwoord: We werken voortdurend in regionaal en provinciaal verband aan het verzachten van de netcongestie. Wij kunnen hieraan bijdragen door extra inzet op ruimtelijke inpassing van bijvoorbeeld nieuwe trafohuisjes en het inzetten op het besparen van elektra, zoals we nu al doen door middel van de witgoedregeling en de isolatiesubsidie die in oktober start. Voor nieuwe woningbouwontwikkelingen gaan we onderzoeken hoe vraag en aanbod van energie, zo goed mogelijk op elkaar afgestemd kunnen worden. 4.3

Waarom wachten met de wijkgerichte aanpak voor klimaatadaptatie op het inzicht in netcongestie?

Antwoord: In het Collegeprogramma staat het als één geschreven maar het moet als twee losse onderdelen bekeken worden. Klimaatadaptatie is niet alleen verduurzaming. Waar mogelijk zal dan ook klimaat adaptief gewerkt worden. 6.1

Zijn er initiatieven voor meer buurtpreventieteams. Gaat de gemeente dit stimuleren en/of faciliteren?

Antwoord: Er zijn geen initiatieven voor meer buurtpreventieteams. Als gemeente faciliteren we verzoeken om buurtpreventieborden Whatsappgroepen. 7.1

Wat doet de gemeente aan het stimuleren van sport voor ouderen?

Antwoord: Via onder meer Nunspeet Beweegt zijn er activiteiten voor de oudere doelgroep. Zij brengen het sporten beweegaanbod ook onder de aandacht, bijvoorbeeld specifiek voor deze doelgroep in de Huis-aanHuis. Ook zet men in op het uitbreiden van het sportaanbod voor senioren bij sportverenigingen- en organisaties. Zo is er in Nunspeet Walking Football en wordt er gestart met tafeltennis voor senioren. Verder wordt er een leefstijlbeurs georganiseerd, is er sportaanbod bij de WOC’s en wordt er samengewerkt met de welzijnsorganisaties. Ook vanuit het sport- en preventieakkoord wordt het thema meedoen in sport en samenleving gestimuleerd. Initiatiefnemers kunnen een plan indienen om meer mensen te stimuleren voor een gezonde en sportieve leefstijl. Zo is er een o.a. bijdrage beschikbaar gesteld voor een beweegtas (deze kan ingezet wordt bij de oudere doelgroep), het opzetten van een wandelgroep en een bijdrage voor materialen om koersbal aan te bieden.

8.1

Sommige ondernemers vinden dat de gemeente te weinig doet om evenementen en activiteiten mogelijk te maken. Hoe kijkt het college hiernaar?

Antwoord: Uit de vraagstelling is niet op te maken vanuit welke rol de gemeente te weinig doet om evenementen en activiteiten mogelijk te maken. We stimuleren en faciliteren evenementen en activiteiten binnen de mogelijkheden van de veranderende wet- en regelgeving. Organisatoren kunnen door een vooroverleg of intake ondersteund worden bij de aanvraag voor een vergunning. 8.2

Gemeentebelang heeft de indruk dat de ‘bottom-up’ benadering van het plan GEUS is losgelaten en het uiteindelijke plan niet op draagvlak kan gaan rekenen. Voor Gemeentebelang is draagvlak doorslaggevend alvorens plan Noord doorgang kan vinden, hoe kijkt het college hier naar? Is al duidelijk wat de gevolgen voor GEUS zijn van het hoogstwaarschijnlijk stoppen van het NPLG?

Antwoord: De indruk dat de bottom-up benadering voor het gebiedsplan GEUS is losgelaten is onjuist. Het proces om tot een gebiedsplan voor het gebied GEUS te komen vindt nog steeds van onderop plaats. Via met name de zogenoemde “integratiewerkgroep” en via onder andere de “agrarische werkgroep” van GEUS wordt intensief overleg gevoerd met het Programma Team Geus over hoe het gebiedsplan exact moet worden vormgegeven. Woningbouwlocaties kunnen onderdeel uitmaken van het gebiedsplan GEUS. Van belang hierbij is dat het gebiedsplan GEUS geen bestemmingplan is, noch een omgevingsplan. Het gebiedsplan GEUS zal later “vertaald moeten worden” naar een ruimtelijk plan, bij dit laatste is de gemeenteraad aan zet. Overigens was ons niet duidelijk wat exact wordt bedoeld met “plan Noord” in de vraagstelling. Plan ’t Hul Noord kan niet bedoeld zijn want dat ligt ver buiten het gebied GEUS, bovendien is het plan ’t Hul Noord reeds vastgesteld. Het stopzetten van het NPLG (door het Rijk) heeft wel gevolgen voor het gebiedsproces GEUS, maar op korte termijn heeft het geen verstrekkende gevolgen. Via de provincie Gelderland vindt overleg plaats over budgetten, die via de provincie lopen in het kader van de provinciale VVLG (Vitaal Landelijk Gebied Gelderland). De verwachting is dat via deze route budgetten beschikbaar (blijven) komen voor het gebied GEUS. 9.6

Gezonde financiën hebben een lange termijn investeringsplan als onderlegger met daaraan gekoppeld een trendmatige verhoging van de OZB. Wanneer wordt hieraan inhoud gegeven?

Antwoord: Bij de Programmabegroting 2021 t/m 2024 is al besloten een structurele trendmatige verhoging van de OZB op te nemen als dekking voor aanvullende lasten Duurzaamheid, Onderwijshuisvestiging en Stationsomgeving. Daarnaast is bij de Programmabegroting 2024-2027 besloten, ter dekking van het Koersplan Onderwijshuisvesting, dat de Onroerendezaakbelasting voor de jaren 2024 t/m 2029 1% per jaar (cumulatief) extra stijgt ten gunste van de reserve onderwijshuisvesting. Bij toekomstige Programmabegrotingen kan een trendmatige verhoging van de OZB worden gebruikt als dekking voor nieuwe/aanvullende investeringen. Vraag: We zijn in mei voor het laatst geïnformeerd over het project Vitale Vakantieparken, welke ook in het collegeprogramma is opgenomen. Deze ontbreekt in de evaluatie. Zijn er zaken te melden t.o.v. de mededelingenbrief in mei? Wat is de huidige stand van zaken, ligt het project op koers? Antwoord: Voor het project Vitale Vakantieparken vinden er gesprekken plaats met ondernemers in de cluster 3 en 4, omgevingsgebied West en het Centraal Veluws Natuurgebied. De ontwikkelkaarten van beide clusters zijn naar verwachting begin 2025 gereed. De clusters 1 en 2 aan de Randmeerkust zijn eerder al afgerond. ☐6c. Kaders Herdenken en vieren 80 jaar vrijheid in 2025. Hierover zijn geen vragen gesteld. ☐6d.

Vaststelling vergaderschema commissie- en raadsvergaderingen 2025.

P.V. van Rossen (Gemeentebelang) Vraag 1: We constateren dat regelmatig na (school)vakanties direct het gezamenlijk fractieberaad staat gepland. Voor de voorjaarsvakantie en de (verlengde) meivakantie resulteert dit er in dat raadsleden die gehouden zijn aan schoolvakanties in hun vakantie raadsstukken dienen te lezen. Dit is ongelukkig. Wellicht kan het naar voren halen van publicatie van stukken daarin een oplossing zijn. Antwoord: Publicatie van de commissiestukken is afhankelijk van de datum waarop het college besluitvorming pleegt. Op grond van de ervaringen tot nu toe kan gesteld worden dat het vrijwel onmogelijk is om commissiestukken eerder te publiceren. Vraag 2: De Raadsvergadering van april, welke traditioneel de belangrijke vergadering van de perspectievennota is, is nu gepland in de verlengde meivakantie. Dat verhindert raadsleden die gebonden zijn aan schoolvakanties, in de meivakantie weg te kunnen. Graag lezen we of hier een oplossing voor is. Antwoord: De raad stelt zijn eigen agenda vast. Het is dus aan u om eventuele wijzigingen aan te brengen in het conceptvergaderschema 2025. Op de website van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) staat het volgende: - Meivakantie: 26 april t/m 4 mei 2025. - Adviesweek meivakantie “Scholen kunnen de meivakantie met een week uitbreiden. OCW geeft hiervoor adviesdata: 18 april t/m 26 april 2026.

Kijk in de schoolgids of op de website van de school voor de juiste data.” Ter illustratie: De CNS-scholen in Nunspeet hanteren voor de meivakantie 2025 de volgende data: 18 april t/m 5 mei. De raadsvergadering zou eventueel met een week verplaatst kunnen worden naar donderdag 1 mei 2025, maar het is de vraag of daarmee een oplossing wordt geboden voor raadsleden die gebonden zijn aan de schoolvakanties.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14547640/1