AP 9 Nota lokale heffingen 2024
Tekst van het document
-2Inhoudsopgave
Inleiding ........................................................................................................................................... 3 1. Wet- en regelgeving gemeentelijke belastingen ................................................................. 4 1.1 Wettelijk kader .................................................................................................................. 4 1.2 Belastingen en retributies ................................................................................................. 4 1.3 Bevoegdheden ................................................................................................................. 5 1.4 Verordeningen .................................................................................................................. 5 2. Overzicht belastingsoorten gemeente Nunspeet ................................................................ 6 2.1 Onroerende-zaakbelastingen (artikel 220 t/m 220i van de Gemeentewet) ...................... 6 2.2 Forensenbelasting (artikel 223 van de Gemeentewet) .................................................... 7 2.3 Toeristenbelasting (artikel 224 van de Gemeentewet) ..................................................... 8 2.4 Rioolheffing (artikel 228a van de Gemeentewet) .............................................................
8 2.5 Rechten (artikel 229 van de Gemeentewet) ..................................................................... 9 2.6 Afvalstoffenheffing (artikel 15.33 van de WM)................................................................ 10 3. Overige belastingsoorten .................................................................................................... 11 3.1 Roerende woon- en bedrijfsruimtebelasting (artikel 221 van de Gemeentewet) ........... 11 3.2 Baatbelasting (artikel 222 van de Gemeentewet) .......................................................... 11 3.3 Parkeerbelasting (artikel 225 van de Gemeentewet) ..................................................... 11 3.4 Hondenbelasting (artikel 226 van de Gemeentewet) ..................................................... 11 3.5 Reclamebelasting (artikel 227 van de Gemeentewet) ................................................... 11 3.6 Precariobelasting (artikel 228 van de Gemeentewet) .................................................... 12 3.7 Rechten (artikel 229 van de Gemeentewet) ................................................................... 12 3.8 Bedrijfsinvesteringszone (BIZ) ....................................................................................... 13 4. Conclusie...............................................................................................................................
14 5. Kostendekkendheid ............................................................................................................. 15 5.1 Algemene informatie ....................................................................................................... 15 5.2 Uitgangspunten .............................................................................................................. 15 5.3 Egalisering ...................................................................................................................... 16 6. Tarievenbeleid ...................................................................................................................... 17 7. Lastendruk ............................................................................................................................ 18 7.1 Landelijk niveau .............................................................................................................. 18 7.2 Nunspeetse heffingen in de regio ................................................................................... 19 7.3 Verdeling van de lastendruk ........................................................................................... 20 8. Kwijtscheldingsbeleid ........................................................................................................ 202 9.
Ontwikkelingen op belastinggebied ................................................................................... 23
-3-
Inleiding In artikel 21 lid 3 en 4 van de Financiële verordening 2023 van de gemeente Nunspeet is vastgesteld dat het college eens in de vier jaar een (bijgestelde) nota Lokale Heffingen aanbiedt aan de gemeenteraad. Artikel 21. Lokale heffingen 3. Het college biedt ten minste eenmaal in de vier jaar een (bijgestelde) nota ‘Lokale heffingen’ aan. Deze nota behandelt in ieder geval: a. De samenstelling van het pakket aan gemeentelijke belastingen en heffingen; b. De verdeling van de druk van de belastingen over de diverse bevolkingsgroepen en belanghebbenden; c. De kostendekkendheid van de heffingen; d. Het kwijtscheldingsbeleid en het tarievenbeleid. 4. De nota bevat verder een overzicht van de verordeningen met de bijbehorende vaststellingsdata waarin tarieven, heffingen en prijzen zijn vastgelegd. De raad stelt de nota vast. In deze nota wordt daarom ingegaan op de samenstelling van het pakket aan gemeentelijke belastingen en heffingen, de druk van de belasting over de diverse bevolkingsgroepen en belanghebbenden, de kostendekkendheid van de heffingen, het kwijtscheldingsbeleid en het tarievenbeleid van de gemeente Nunspeet. Naast het aanbieden van deze nota Lokale Heffingen, wordt u jaarlijks geïnformeerd in de paragraaf Lokale Heffingen dat onderdeel uitmaakt van de programmabegroting en de jaarrekening.
-4-
1.
Wet- en regelgeving gemeentelijke belastingen
1.1 Wettelijk kader Een gemeente kan verschillende gemeentelijke belastingen heffen. Belastingheffing moet gebaseerd zijn op een wet (legaliteitsbeginsel; artikel 132, lid 6 van de Grondwet). Op grond van artikel 216 van de Gemeentewet, kan de raad besluiten tot het invoeren, wijzigen of afschaffen van een gemeentelijke belasting door het vaststellen van een belastingverordening. In artikel 219 van de Gemeentewet is limitatief aangegeven dat het om belastingen moet gaan die hetzij in paragraaf 2 en 3 van hoofdstuk XV van de Gemeentewet zijn genoemd, hetzij in een andere bijzondere wet (de Wet milieubeheer (WM)). Hieronder volgt een opsomming van de mogelijke gemeentelijke heffingen, waarbij aangegeven wordt of de gemeente Nunspeet deze ook heeft ingevoerd. Wettelijke Bepaling Artikel 220-220h GW
Belastingsoort
Opbrengsten
Nunspeet
Algemeen dekkingsmiddel
Ja
Algemeen dekkingsmiddel
Nee
Artikel 222 GW
Onroerende-zaakbelastingen Roerende-zaakbelastingen Baatbelasting
Bestemmingsheffing
Nee
Artikel 223 GW
Forensenbelasting
Algemeen dekkingsmiddel
Ja
Artikel 224 GW
Toeristenbelasting
Algemeen dekkingsmiddel
Ja
Artikel 225 GW
Parkeerbelasting
Algemeen dekkingsmiddel
Nee
Artikel 226 GW
Hondenbelasting
Algemeen dekkingsmiddel
Nee
Artikel 227 GW
Reclamebelasting
Algemeen dekkingsmiddel
Nee
Artikel 228 GW
Precariobelasting
Algemeen dekkingsmiddel
Nee
Artikel 228a GW
Rioolheffing
Bestemmingsheffing
Ja
Artikel 229 a en b GW
Rechten (genots/ gebruiksrechten) Vermakelijkhedenretributie Afvalstoffenheffing
Bestemmingsheffing
Ja
Bestemmingsheffing
Nee
Bestemmingsheffing
Ja
Artikel 221 GW
Artikel 229 c GW Artikel 15.33 WM
1.2 Belastingen en retributies Er zijn twee subgroepen gemeentelijke heffingen te onderscheiden, te weten: Belastingen, zoals de onroerende-zaakbelastingen, de forensen- en toeristenbelasting, welke de gemeente kan invoeren, zijn limitatief opgesomd in de Gemeentewet. Tegenover een belasting hoeft geen rechtstreekse individuele tegenprestatie van de gemeente te staan en er hoeft geen verband te zijn tussen de geraamde opbrengsten en de geraamde kosten. Een recht (of retributie) is een betaling die de gemeente op grond van algemene regels vordert ter zake van een concreet bewezen dienst. De geraamde opbrengst mag niet uitgaan boven de geraamde kosten. Rechten kunnen worden geheven op basis van artikel 229 van de Gemeentewet en worden onderscheiden in drie typen: Gebruiksrechten; hierbij gaat het om het gebruik van gemeentebezittingen of inrichtingen (bijvoorbeeld marktgelden).
-5
Genotsrechten; deze kunnen worden geheven ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten (bijvoorbeeld het heffen van leges voor het in behandeling nemen van een vergunningsaanvraag). Vermakelijkheidsrechten; hier kan de gemeente een vergoeding vragen wanneer er voorzieningen worden getroffen of in stand gehouden ten behoeve van een vermakelijkheid.
Opvallend aan een vermakelijkheidsrecht is dat de opbrengsten hoger mogen zijn dan de kosten, zolang de gemeente maar aannemelijk maakt dat er kosten worden gemaakt. Een ander onderscheid is er tussen algemene en bestemmingsheffingen. Algemene heffingen hebben het karakter van een algemeen dekkingsmiddel. Bij bestemmingsheffingen is er een rechtstreeks verband tussen de heffing en bepaalde uitgaven. De riool-, afvalstoffenheffing en baatbelasting is een bestemmingsheffing en ook de rechten vallen hieronder. Overigens kan er bijvoorbeeld bij reclamebelasting ook gekozen worden om hier een bestemmingsheffing van te maken door de reclamebelasting te koppelen aan een ondernemersfonds. 1.3 Bevoegdheden Zoals hierboven vermeld wordt de heffing en de invordering van de gemeentelijke belastingen en heffingen gelegitimeerd door een door de gemeenteraad vastgestelde belastingverordening. De raad heeft overigens de bevoegdheid tot het vaststellen van de verordeningen tot wijziging van een verordening op de heffing en de invordering van leges gemandateerd aan het college van burgemeester en wethouders. De Gemeentewet schrijft voor dat voor de heffing, respectievelijk invordering, ambtenaren worden aangewezen die bevoegd en verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van deze taken.
Het college wijst een heffings- en invorderingsambtenaar aan, alsmede gemeenteambtenaren die belast zijn met de heffing of invordering van gemeentelijke belastingen. 1.4 Verordeningen Jaarlijks worden de belastingverordeningen herzien. In de herziening wordt rekening gehouden met wijzigingen in wetgeving en jurisprudentie. Daarnaast is de begroting uitgewerkt in de verordeningen. Hieronder volgt een overzicht van de thans geldende belastingverordeningen met daarbij genoemd de laatste vaststellingsdata waarin de tarieven, heffingen en prijzen zijn vastgelegd: - Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2024, vastgesteld 21 december 2023. - Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2024, vastgesteld 21 december 2023. - Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2024, vastgesteld 21 december 2023. - Verordening op de heffing en de invordering van forensenbelasting 2024, vastgesteld 21 december 2023. - Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2024, vastgesteld 21 december 2023. - Verordening op de heffing en de invordering van een rioolaansluitrecht 2024, vastgesteld 21 december 2023. - Verordening op de heffing en de invordering van markt- en promotie/geld 2024, vastgesteld op 21 december 2023.
- Verordening op de heffing en de invordering van leges 2024, vastgesteld op 21 december 2023. - Verordening op de heffing en de invordering van begraafrechten 2024, vastgesteld 21 december 2023.
-6-
2.
Overzicht belastingsoorten gemeente Nunspeet
In de volgende paragrafen worden de belastingsoorten besproken die in de gemeente Nunspeet worden geheven. De uitgangspunten en het doel van de verschillende gemeentelijke heffingen komen aanbod. Per belastingsoort wordt in het kort aangegeven wat het belastbaar feit is en wie belastingplichtig zijn. De gemeente Nunspeet kent de volgende gemeentelijke heffingen: 1. Onroerende-zaakbelastingen 2. Forensenbelasting 3. Toeristenbelasting 4. Rioolheffing 5. Rechten: a. leges; b. begraafplaatsrechten; c. marktgelden; d. rioolaansluitrechten. 6. Afvalstoffenheffing 2.1
Onroerende-zaakbelastingen (artikel 220 t/m 220h van de Gemeentewet)
Algemeen
De onroerende-zaakbelastingen (OZB) zijn algemene belastingen. Dit betekent dat de opbrengst vrij kan worden besteed. De OZB kent een relatief hoge acceptatiegraad. Alle gemeenten in Nederland heffen OZB. De OZB bestaat uit twee belastingen te weten een eigenaren- en een gebruikersbelasting. OZB-eigenaren: Belastingplichtig zijn degene die op 1 januari van een belastingjaar het genot hebben van een onroerende zaak krachtens eigendom, bezit of beperkt recht (eigenaren, vruchtgebruikers, erfpachters). Een onroerende zaak kan bijvoorbeeld een woning, winkel, bedrijfspand of perceel grond zijn. OZB-gebruikers: Belastingplichtig zijn degene die op 1 januari van een belastingjaar een onroerende zaak (niet-woning) gebruiken. Het gebruikersdeel voor woningen is echter al sinds 2006 afgeschaft. De OZB is een zogenoemde tijdstipbelasting. Dat wil zeggen dat voor het bepalen van de belastingplicht, de situatie op 1 januari van een belastingjaar geldt. Veranderingen in deze situatie, zoals bijvoorbeeld de verkoop van een onroerende zaak of een verhuizing, hebben geen invloed op de belastingheffing. Dit houdt ook in dat voor een onroerende zaak die na 1 januari wordt gekocht pas met ingang van het volgende jaar hoeft te worden betaald.
Tarief Hoewel de OZB objectief gezien slechts een zeer beperkt deel uitmaken van de collectieve lastendruk in Nederland (denk ter vergelijking bijvoorbeeld aan de inkomstenbelasting en de accijnzen) wordt ieder jaar veel gesproken en geschreven over de OZB-tarieven. De aanslag OZB wordt berekend naar het door de gemeenteraad vastgestelde promillage van de WOZ-waarde. De gemeente bepaalt jaarlijks een nieuwe WOZ-waarde van de woning of niet-woning. De waardebepaling voor de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) is een wettelijke taak van de gemeente. De waardepeildatum ligt een jaar voor het begin van het jaar waarin de waarde geldt. De Waarderingskamer is een onafhankelijk orgaan en houdt toezicht op de waardebepaling en waardevaststelling van onroerende zaken en op de overige in de Wet WOZ geregelde onderwerpen. Het algemene oordeel van de Waarderingskamer is dat de uitvoering van de Wet WOZ in de gemeente Nunspeet goed verloopt.
-7Op landelijk niveau was er een plafond vastgesteld voor de hoogte van de opbrengsten van de OZB, de zogeheten macronorm. Vanaf 2020 is een benchmark woonlasten ingevoerd om jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten inzichtelijker te maken. De relatieve limieten woning/niet-woning zijn vrij. Van een niet-woning is sprake als de waarde van het bedrijfsgedeelte 30% of meer van de totale waarde van de onroerende zaak omvat. Tariefsontwikkeling ozb Eigenaarsgedeelte woning Eigenaarsgedeelte niet-woning Gebruikersgedeelte niet-woning
2024
2023
2022
2021
2020
2019
0,0902% van de WOZwaarde 0,2072% van de WOZwaarde 0,1662% van de WOZwaarde
0,0929%
0,10%
0,106%
0,0929%
0,0906%
0,204%
0,20%
0,200%
0,177%
0,171%
0,163%
0,16%
0,160%
0,145%
0,139%
De WOZ-waarde van woningen is, als gevolg van een wetswijziging, vanaf 1 oktober 2016 een openbaar gegeven. De WOZ-waarde van een woning kan opgevraagd worden bij het online WOZwaardeloket via wozwaardeloket.nl. De WOZ-waarden van niet-woningen zijn vooralsnog geen openbaar gegeven. 2.2 Forensenbelasting (artikel 223 van de Gemeentewet) Algemeen Er zijn twee verschillende typen forensenbelasting; de slaapforensen- en de woonforensenbelasting. De gemeente Nunspeet heft de woonforensenbelasting. Vrijwel geen enkele gemeente heft de slaapforensenbelasting. De woonforensenbelasting wordt geheven van natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, meer dan negentig dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. Dit geldt zowel voor stacaravans als recreatiewoningen. De opbrengst van de forensenbelasting komt ten goede aan de algemene middelen. Tarieven Gemeenten worden niet beperkt in het vaststellen van het tarief van de forensenbelasting. Het tarief moet aansluiten bij de gekozen heffingsmaatstaf. De keuze van de heffingsmaatstaf kan wel gevolgen hebben voor de perceptiekosten en dus voor de vrij te besteden opbrengsten. De wet laat overigens toe dat het tarief gedifferentieerd is. De gemeente Nunspeet heeft gekozen voor een vast bedrag per woning om zodoende de perceptiekosten laag te houden.
Tariefsontwikkeling Forensenbelasting
2024 € 311,00
2023 € 275,00
2022 € 252,50
2021 € 250,00
2020 € 245,00
2019 € 240,50
Controle Het is van belang jaarlijks onderzoek te blijven doen naar de volledigheid van het forensenbestand. Daarom worden jaarlijks een aantal campings/ recreatieparken ter plaatse gecontroleerd. Tegelijkertijd vindt er een controle plaats ten aanzien van de aangifte toeristenbelasting. Tevens vinden steekproefsgewijs controles plaats op overige recreatieverblijven en overige objecten welke niet op recreatieterreinen zijn gelegen.
-82.3 Toeristenbelasting (artikel 224 van de Gemeentewet) Algemeen Toeristenbelasting kan geheven worden ter zake van het houden van verblijf binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene in de Basisregistratie Personen zijn ingeschreven. Er kan naar keuze geheven worden van degene die verblijf houdt of van degene die gelegenheid tot verblijf biedt. Bij heffen van degene die verblijf biedt, mag de belasting worden doorberekend aan degene die verblijf houdt. In de praktijk wordt hier meestal voor gekozen, zo ook door de gemeente Nunspeet. Er zijn twee soorten toeristenbelasting: de gewone toeristenbelasting (verblijf op land, pensions, hotels) en watertoeristenbelasting (verblijf op vaartuigen in het gemeentelijke watergebied). De gemeente Nunspeet heft de gewone toeristenbelasting. Toeristenbelasting komt ten goede aan de algemene middelen. Tarieven De heffing vindt in principe plaats per overnachting per persoon, maar er kan ook voor een (voor)seizoensplaats of jaarplaats een vast tarief betaald worden. Hierbij wordt gewerkt met een forfaitaire berekening van het aantal overnachtingen. Gelet op de bestuurlijke afspraken vindt er in principe eens in de drie jaar een indexeringsverhoging van de toeristenbelasting plaats met 5 cent (per persoon per nacht). Daarbij komt dat de jaarlijkse indexatie van de toeristenbelasting achterwege blijft.
De eerst volgende reguliere verhoging was voor belastingjaar 2024. Daarnaast is bij het dekkingsplan programmabegroting 2024-2027 besloten om naast de indexering een verhoging toeristenbelasting te starten vanaf 2024 met een tariefstijging van € 0,10 per jaar.
Tariefsontwikkeling Toeristenbelasting
Per persoon per overnachting Jaarplaats Seizoensplaats Voorseizoensplaats
2024 € 1,30 € 249,60 € 217,49 € 137,28
2023 € 1,15 € 220,80 € 192,40 € 121,44
2022 € 1,15 € 220,80 € 192,40 € 121,44
2021 € 1,15 € 220,80 € 192,40 € 121,44
2020 € 1,10 € 211,20 € 184,03 € 116,16
2019 € 1,10 € 211,20 € 184,03 € 116,16
Controle Voor een volledige en rechtvaardige heffing is controle van de toeristenbelasting noodzakelijk. Daarom wordt er jaarlijks een controle op de toeristenbelasting uitgevoerd. Tevens wordt onderzocht of alle belastingplichtigen in beeld zijn middels onder andere internetonderzoek, alsmede de diverse platforms die overnachtingen aanbieden. Daarnaast is er een link met de controles in het kader van de forensenbelasting. 2.4 Rioolheffing (artikel 228a van de Gemeentewet) Algemeen Op grond van artikel 228a van de Gemeentewet, heeft een gemeente de mogelijkheid om een rioolheffing op te leggen. De gemeente heeft bij wet een zorgplicht voor drie beleidsvelden op het gebied van water. Doel van de rioolheffing is om geld vrij te maken voor onder meer: • de afvoer van afvalwater; • de afvoer van regenwater (ook wel hemelwater genoemd); • het kwaliteitsbeheer van grondwater. De inkomsten uit rioolheffing zijn alleen beschikbaar voor uitgaven gerelateerd aan de hierboven genoemde zorgtaken. De gemeente Nunspeet legt de rioolheffing op aan de eigenaar van een direct of indirect op het riool aangesloten onroerende zaak. Voor de objectafbakening is gekozen om aan te sluiten op de WOZ-wetgeving. Dit vanuit het oogpunt van perceptiekosten en eenduidigheid alsmede duidelijkheid. Het zogenoemde zakelijk genot van het hebben van een aansluiting op het rioleringsstelsel.
-9Tarief Er wordt bij de heffing onderscheid gemaakt tussen een woning en een niet-woning. De eigenaren van niet-woningen betalen meer dan de eigenaren van woningen. Bij het beoordelen of een object onder woning of niet-woning moet worden gerekend, wordt uitgegaan van de regelgeving op grond van de Wet waardering onroerende zaken. Het tarief is een vast bedrag per woning of niet-woning. Daarnaast is vanaf belastingjaar 2023 het lagere tarief voor percelen waarvan alleen hemelwater wordt afgevoerd opgenomen. Tariefsontwikkeling Rioolheffing
2020
2019
€ 135,00
€ 143,00
€ 147,00
€ 275,00
€ 250,00
€ 255,00
2024
2023
2022
2021
Per woning
€ 142,50
€ 132,46
€ 125,00
Per niet-woning
€ 322,50
€ 299,00
€ 275,00
Enkel hemelwater
€ 20,45
€ 19,00
2.5 Rechten (artikel 229 van de Gemeentewet) a. Leges Bij belastingen moeten burgers betalen zonder dat zij er in directe zin iets voor terugkrijgen. Bij rechten betalen burgers voor een prestatie van de gemeente. Leges zijn daar een voorbeeld van. Leges worden geheven voor een door de gemeente te verlenen individuele dienst (zoals het verstrekken van een paspoort of uittreksel uit het bevolkingsregister) maar ook voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning (zoals een omgevingsvergunning). De geraamde baten mogen niet boven de geraamde kosten uitgaan. De legestarieven zijn afhankelijk van de te verlenen dienst. De inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 heeft zowel gevolgen voor de legesopbrengsten als ook voor de legesverordening en tarieventabel. De legesverordening en tarieventabel zijn aangepast conform het model van de VNG. Bij de tarieventabel is gekozen voor een andere structuur. De nieuwe indeling is in hoofdstukken, paragrafen en artikelen.
De hoofdstukken komen overeen met de voormalige titels: * Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening * Hoofdstuk 2 Dienstverlening en besluiten in het kader van de Omgevingswet * Hoofdstuk 3 Dienstverlening vallend onder de Dienstenrichtlijn en niet vallend onder hoofdstuk 2 Er is door de gemeente Nunspeet gekozen voor een consoliderende invoeringsstrategie van de Omgevingswet, waarbij is uitgesproken dat het streven is om de overgang naar de Omgevingswet beleidsneutraal te laten verlopen. De hoofdstukken 1 en 3 zijn in vergelijking met de voormalige titels 1 en 3 inhoudelijk vrijwel niet gewijzigd. Hoofdstuk 2 van de tarieventabel bevat de tariefbepalingen die betrekking hebben op de Omgevingswet. In dit hoofdstuk zijn bestaande tariefbepalingen gewijzigd of vervallen en nieuwe tariefbepalingen toegevoegd. Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet moeten de leges voor het bouwtechnische deel en het ruimtelijke deel worden gesplitst. Deze knip die de Omgevingswet introduceert tussen het technische en het ruimtelijke aspect van een bouwactiviteit heeft financiële gevolgen. Voor de tarieven verwijs ik u naar de betreffende tarieventabel van de desbetreffende verordening. b.
Begraafplaatsrechten Onder de naam ‘begraafrechten’ worden in Nunspeet rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van daarop betrekking hebbende diensten. Voor de tarieven verwijs ik u naar de betreffende verordening.
- 10 c. Marktgelden Onder de naam 'marktgelden' worden in Nunspeet rechten geheven voor het innemen van een standplaats op de voor markt aangewezen plaatsen gedurende de voor markt aangewezen tijd. Daarnaast worden vanaf belastingjaar 2023 eveneens marktpromotiegelden geheven. Dit komt ten behoeve van de marktcommissie om reclame te maken. Voor de tarieven verwijs ik u naar de betreffende verordening. d. Rioolaansluitrechten Dit recht wordt geheven voor het genot van de door of vanwege het gemeentebestuur verleende dienst, bestaande uit het aanleggen van de aansluitbuis tussen het riool en de grens van de openbare weg. Het wordt geheven van degene aan wie de aansluitvergunning is verleend. Voor de tarieven verwijs ik u naar de betreffende verordening. 2.6 Afvalstoffenheffing (artikel 15.33 van de WM) Algemeen Op grond van de Wet Milieubeheer (WM), heeft de gemeente de plicht ervoor zorg te dragen dat ten minste eenmaal in de week de huishoudelijke afvalstoffen worden ingezameld bij percelen waar deze kunnen ontstaan. Om de kosten voor het ophalen en verwerken van huishoudelijke afvalstoffen te verhalen, hebben gemeenten de keuze uit twee soorten reinigingsheffingen: de afvalstoffenheffing (gebaseerd op artikel 15.33 van de WM) en de reinigingsrechten (gebaseerd op artikel 229 van de Gemeentewet). Voor beide geldt dat geen winst mag worden gemaakt.
De gemeente Nunspeet heft enkel de afvalstoffenheffing.1 Tarief Onder huishoudelijke afvalstoffen worden verstaan de afvalstoffen die afkomstig zijn uit particuliere huishoudens. Ook beperkte hoeveelheden bouw- en sloopafval afkomstig van activiteiten die iedere particulier wel eens om en in zijn woning doet, worden tot huishoudelijke afvalstoffen gerekend. Het staat gemeenten binnen de grenzen van redelijkheid vrij de grondslag van de belasting te bepalen. Een aantal mogelijkheden is een tarief: - per perceel; - per soort onroerende zaak (bijvoorbeeld eengezins- en flatwoningen); - naar het aantal personen per huishouden; - naar de mate van gebruik (bijvoorbeeld het aantal aangeboden vuilniszakken). In de gemeente Nunspeet is de heffingsgrondslag van de afvalstoffenheffing het aantal personen per huishouden. Om te komen tot een eerlijke verdeling van de kosten wordt een onderscheid gemaakt tussen een-, twee- en meerpersoonshuishoudens. Bedrijven vallen buiten de heffing, omdat de gemeente daarvoor geen inzamelingsplicht heeft. Indien een woning recreatief wordt gebruikt, wordt het tarief van een eenpersoonshuishouden in rekening gebracht. Tariefsontwikkeling Afvalstoffenheffing
2024
2023
2022
2021
2020
2019
Eenpersoonshuishouden
€ 179,88
€ 170,28
€ 168,00
€ 158,00
€ 144,00
€ 150,00
Tweepersoonshuishouden
€ 214,68
€ 200,40
€ 198,00
€ 180,00
€ 168,00
€ 174,60
houden
€ 249,96
€ 230,52
€ 228,00
€ 204,00
€ 189,00
€ 195,60
Recreatief gebruik
€ 179,88
€ 170,28
€ 168,00
€ 158,00
€ 144,00
€ 150,00
Drie- of meerpersoonshuis-
1
Bij een reinigingsrecht moet gebruik van de inzameldienst worden aangetoond. Dit in tegenstelling tot de afvalstoffenheffing.
- 11 -
3.
Overige belastingsoorten
Naast de hiervoor genoemde belastingen en rechten kan de gemeenteraad op grond van de Gemeentewet besluiten tot het invoeren van de onderstaande belastingen. Daarom worden de uitgangspunten en het doel van de verschillende gemeentelijke heffingen besproken. 3.1 Roerende woon- en bedrijfsruimtebelasting (artikel 221 van de Gemeentewet) Met ingang van 1995 is in het kader van het gelijkheidsbeginsel de roerende woon- en bedrijfsruimtebelastingen opgenomen in de Gemeentewet. Zo kan van eigenaren en gebruikers van roerende ruimten een vergelijkbare heffing worden geheven als de OZB. Het nadeel van deze belastingsoort is dat de uitvoering niet eenvoudig is. Door het ontbreken van een verplichte registratie is het lastig om een belastingplichtige voor het eigendom, bezit of beperkt recht te vinden. Het tarief van de roerende woon- en bedrijfsruimtebelasting moet op grond van de wet gelijk zijn aan het tarief voor de OZB. De belastingplichtige komt overeen met die voor de OZB, maar geldt voor roerende zaken, zoals woonboten. Door verschuiving in de jurisprudentie worden overigens steeds meer objecten als onroerend aangemerkt.
3.2 Baatbelasting (artikel 222 van de Gemeentewet) Ter zake van de in een bepaald gedeelte van de gemeente gelegen onroerende zaken die gebaat zijn door voorzieningen die tot stand worden of zijn gebracht door of met medewerking van het gemeentebestuur, kan van degenen die van die onroerende zaken het genot hebben op grond van eigendom, bezit of beperkt recht, een baatbelasting worden geheven, waarbij de aan de voorzieningen verbonden lasten geheel of gedeeltelijk worden omgeslagen. De belastingplichtig is de genothebbende op grond van eigendom, bezit of beperkt recht van een gebate onroerende zaak. Voordat baatbelasting geheven mag worden, moet er een bekostigingsbesluit opgesteld worden. Hierin staat hoeveel belasting betaald moet worden en welk gebied het betreft. Dit dient voor rechtszekerheid. Er moet echter wel in ogenschouw worden genomen dat uit de jurisprudentie is gebleken dat de Baatbelastingverordening bij een groot aantal gemeenten onverbindend verklaard is. 3.3 Parkeerbelasting (artikel 225 van de Gemeentewet) Heffing van parkeerbelastingen is onder andere mogelijk in het kader van parkeerregulering. Hiermee worden gemeenten in staat gesteld op een efficiënte en financieel verantwoorde wijze hun parkeerbeleid te realiseren. De opbrengst van parkeren vloeit in de algemene middelen.
Er kunnen twee parkeerbelastingen geheven worden, te weten een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij de belastingverordening dan wel op grond van de belastingverordening in de daarin aangewezen gevallen, of een belasting ter zake van een bij gemeenteweg verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze. De belastingplichtig is degene die een voertuig parkeert op een plek waar betaald parkeren geldt. De belasting kan onder omstandigheden ook worden geïnd bij de kentekenhouder. 3.4 Hondenbelasting (artikel 226 van de Gemeentewet) Bij de hondenbelasting is de houder van een hond belastingplichtig. Het primaire doel is het reguleren van het aantal honden. Artikel 226 van de Gemeentewet stelt geen verplichtingen aan de bestemming van hondenbelasting. De opbrengst komt in dit geval ten goede aan algemene middelen. De uitvoering van de hondenbelasting kent vaak relatief hoge perceptiekosten. Er moet gestreefd worden naar volledigheid. Het is overigens ook mogelijk de hondenbelasting als bestemmingsheffing aan te merken. 3.5 Reclamebelasting (artikel 227 van de Gemeentewet) Ter zake van openbare aankondigingen zichtbaar vanaf de openbare weg kan een reclamebelasting worden geheven.
Onder het begrip openbare aankondigingen vallen diverse reclame-uitingen: borden, lichtreclames, vignetten, merken, logo’s, markiezen en vlaggen met opschrift. De aankondiging moet openbaar zijn, dat wil zeggen het publiek moet er kennis van kunnen nemen. Hier geldt niet de beperking dat de aankondiging onder, op of boven voor de openbare dienst
- 12 bestemde gemeentegrond moet zijn geplaatst. De reclamebelasting is lange tijd slechts door een beperkt aantal gemeenten geheven, maar staat de laatste jaren weer meer in de belangstelling. Reden hiervoor is dat steeds vaker ondernemersverenigingen gemeenten vragen de belasting in te voeren. Met de opbrengst wordt dan een ondernemersfonds gevoed. Echter hier zitten nog wel diverse haken en ogen aan wat de invoering van deze belasting juridisch lastig maakt. 3.6 Precariobelasting (artikel 228 van de Gemeentewet) In artikel 228 van de Gemeentewet is aangegeven dat voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond een precariobelasting kan worden geheven, er is niet aangegeven wie belastingplichtig is voor de precariobelasting. Het ligt evenwel voor de hand dat de belastingplicht beperkt wordt door de woorden ‘het hebben van voorwerpen’. De belastingplicht zal immers in relatie moeten worden gebracht met het hebben van voorwerpen en dus met de persoon, die een voorwerp onder, op of boven gemeentegrond heeft. Op grond van de jurisprudentie wordt de term ‘hebben’ voor de precariobelasting ruim geïnterpreteerd. Daaronder wordt niet alleen verstaan het hebben als eigenaar, maar ook het hebben als huurder of direct belanghebbende. De opbrengst komt ten goede aan de algemene middelen.
Regulering kan een nevendoel zijn van precariobelasting. De perceptiekosten verdienen echter aandacht in relatie tot de opbrengsten. Gemeente Nunspeet heeft vanaf belastingjaar 2016 enkel precariobelasting voor het hebben van buizen, kabels, draden of leidingen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond ingevoerd. Door de wetswijziging van 1 juli 2017, mochten gemeenten tot uiterlijk 1 januari 2022 precariobelasting op nutsnetwerken blijven heffen. In de gemeente Nunspeet wordt nu geen precariobelasting meer geheven, maar behoort wel tot de mogelijkheden om in te voeren. 3.7 Rechten (artikel 229 van de Gemeentewet) Rechten worden op grond van artikel 229, derde lid van de Gemeentewet aangemerkt als gemeentelijke belastingen. Het mogelijk om buiten de rechten die de gemeente Nunspeet al heft, diverse andere rechten te heffen. Bijvoorbeeld havengelden2 of liggelden3. Degene die belastingplichtig is, loopt bij de diverse rechten nogal uiteen, van de aanvrager van een dienst tot degene die gebruik maakt van gemeentebezittingen. Vermakelijkheidsretributie In het bijzonder hierbij aandacht voor de vermakelijkheidsretributie. Opvallend aan een vermakelijkheidsrecht is dat de opbrengsten hoger mogen zijn dan de kosten, zolang de gemeente maar aannemelijk maakt dat er kosten worden gemaakt.
Het belastbare feit is het geven van vermakelijkheden waarbij gebruik wordt gemaakt van, door of met medewerking van het gemeentebestuur tot stand gebrachte of in stand gehouden voorzieningen of waarbij een bijzondere vorm van toezicht of anderszins van de zijde van het gemeentebestuur getroffen wordt. Een vermakelijkheid kan worden omschreven als iets waarbij (mede) wordt beoogd het publiek amusement, verstrooiing, ontspanning of vermaak te verschaffen, een en ander in of daartoe bestemde of geschikte voor ieder in wezen toegankelijke inrichtingen, terreinen of wateren. Voor de hand liggende voorbeelden zijn de Keukenhof, de Floriade, de Efteling, dieren- of pretparken, TT-races, rondvaartboten en Muiderslot. Minder omvangrijke evenementen, als kermissen, bazaars, tentoonstellingen en beurzen, kunnen ook voorwerp van belasting zijn. In het algemeen wordt ervan uitgegaan dat de vermakelijkheid het karakter moet hebben van een voor het publiek toegankelijk evenement of speciaal georganiseerde bijeenkomst van enig belang. Bijeenkomsten ter zake van bijvoorbeeld wetenschap, godsdienst of politiek zijn naar hun aard geen vermakelijkheden, evenmin als het vervoer van dagtoeristen naar Marken en het verblijf aan het Noordzeestrand.
2
Onder de naam ‘havengelden’ kan een gemeente voor het gebruik van havens en kades een vergoeding vragen middels een recht. De opbrengsten dienen voor het dekken van de kosten die de gemeente maakt voor het onderhouden en vernieuwen van de havens en kades. Onder de naam ‘liggelden’ kan een gemeente voor het hebben van een ligplaats voor een woonschip een vergoeding vragen middels een recht.
3
- 13 3.8 Bedrijfsinvesteringszone (BIZ) Op 1 januari 2015 is de Wet op de bedrijveninvesteringszones (Wet BIZ) in werking getreden. Gemeenten krijgen met deze wet de bevoegdheid om een gebied aan te wijzen (Bedrijfsinvesteringszone) waarbinnen een bestemmingsheffing (de BIZ-bijdrage) mag worden geheven ter financiering van door een bepaalde meerderheid van de bijdrageplichtigen gewenste voorzieningen. De BIZbijdrage dient om de kosten die gemoeid gaan met activiteiten in de openbare ruimte of internet, gericht op het bevorderen van leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of economische ontwikkeling te bestrijden. Het gebruik van de BIZ is bedoeld om activiteiten en voorzieningen te realiseren op verzoek van de gezamenlijke ondernemers, maar die niet behoren tot het basisvoorzieningenniveau van de gemeente. De gemeente heft dus op verzoek van de gezamenlijke ondernemers een belasting die vervolgens als een subsidie wordt uitgekeerd aan een door de ondernemers opgerichte BIZ-organisatie. Deze organisatie is verplicht de vooraf overeengekomen en vastgelegde activiteiten en voorzieningen te realiseren. Om de BIZ daadwerkelijk te mogen invoeren dient de gemeenteraad een verordening vast te stellen. In de Wet BIZ is echter opgenomen dat de verordening pas in werking treedt als de formele draagvlakmeting positief is.
De ondernemersvereniging Nunspeet heeft de gemeente Nunspeet in 2015 verzocht om samen met hen de mogelijkheden voor het instellen van een bedrijfsinvesteringszone in het centrum van Nunspeet te onderzoeken. Er is vervolgens getracht een BIZ in te voeren voor het centrum van Nunspeet, echter was er onvoldoende draagvlak bij de ondernemers om tot invoering te komen. In 2022 is een voorstel gedaan om een ondernemersfonds in te stellen middels een opslag op de onroerende-zaakbelastingen van de niet-woningen. Dit voorstel tot het instellen van een ondernemersfonds is na behandeling in de raadscommissie Algemeen Bestuur van 15 september 2022 door het college teruggetrokken.
- 14 -
4.
Conclusie
De gemeente Nunspeet beschikt over een relatief klein eigen belastinggebied dat uiteenvalt in belastingen en rechten. De gemeente ontvangt de financiële middelen waarmee de gemeentelijke taken moeten worden uitgevoerd in hoofdzaak van de rijksoverheid, in de vorm van een algemene uitkering uit het Gemeentefonds en diverse doeluitkeringen. Onderstaand een opsomming van de mogelijk in te voeren heffingen. - Roerende woon- en bedrijfsruimten belastingen Er zijn in de gemeente Nunspeet nauwelijks objecten die in de heffing van deze belasting betrokken zouden kunnen worden. Doordat door de jurisprudentie steeds meer zaken als onroerend worden aangemerkt, is het belang van de roerende woon- en bedrijfsruimten belastingen sterk afgenomen. - Baatbelasting In de praktijk is gebleken dat het niet eenvoudig is om baatbelasting in te voeren. Met name het niet juist bepalen van de baat, alsmede het onjuist vaststellen van het bekostigingsbesluit heeft in de praktijk geleid tot het onverbindend verklaren van de verordening. De baatbelasting is op dit moment geen veelgebruikte heffing. De baatbelasting kan echter onder bepaalde voorwaarden gebruikt worden in relatie tot duurzaamheidsinvesteringen.
- Parkeerbelastingen Gelet op het grote aantal auto’s die de gemeente bezoeken, onder andere in de zomermaanden en tijdens evenementen, zou het invoeren van parkeerbelasting kunnen leiden tot extra opbrengsten en tot parkeerregulering. Indien hiertoe zou worden overgegaan, dienen er wel uitgebreide investeringen gedaan te worden voor onder meer parkeerapparatuur. De kosten van onderhoud, toezicht en handhaving zijn structureel. In het collegeprogramma 2022-2026 is aangegeven dat parkeren gratis blijft in onze gemeente in deze periode. - Hondenbelasting Deze belastingsoort heeft de gemeente Nunspeet eind jaren negentig afgeschaft mede gelet op de relatief hoge perceptiekosten die deze belastingsoort met zich meebrengt. - Reclamebelasting Aan de hand van de reclamebelasting kunnen objecten die op eigen terrein staan en bedoelt om de belangstelling van het publiek te trekken, belast worden. De uitvoering van reclamebelasting is echter arbeidsintensief. - Precariobelasting Precariobelasting kan geheven worden voor het hebben van voorwerpen op, onder of boven gemeentegrond en kan dus ruimer worden ingevoerd dan vanaf belastingjaar 2016-2022 was ingevoerd te weten enkel voor kabels, leidingen, draden en buizen. Het invoeren van precariobelasting kan regulerend werken. - Rechten Het is mogelijk diverse andere rechten in de gemeente Nunspeet te heffen zoals staangelden.
Het invoeren van rechten zoals havengelden is niet aan de orde in de gemeente Nunspeet. Een vermakelijkheidsretributie kan alleen worden ingesteld voor speciale voorzieningen. - Bedrijfsinvesteringszone Een andere mogelijkheid is het instellen van een bedrijfsinvesteringszone, zoals in het verleden reeds getracht is te doen voor het centrum van Nunspeet. Hiervoor gelden echter wel draagvlakeisen, tevens zit aan het invoeren van een BIZ juridische risico’s verbonden.
- 15 -
5.
Kostendekkendheid
De term kostendekkendheid wordt omschreven als de mate waarin de kosten van een door de overheid te verlenen dienst gedekt worden door het voor die dienst gevraagde tarief. Kostendekkendheid wordt in principe beoordeeld op verordeningenniveau. Om een bepaalde dienst kostendekkend te krijgen, kunnen de opbrengsten worden verhoogd (bijvoorbeeld met een verhoging van de tarieven) en/of de kosten verlaagd (door bijvoorbeeld bezuinigingsoperaties). 5.1 Algemene informatie Voor retributies en rechten geldt een maximale opbrengstnorm. Algemene belastingen daarentegen kennen enkel een door de politiek aanvaardbaar geachte opbrengstnorm, vertaald naar tarieven. Maar er mag uiteraard geen sprake zijn van een onredelijke en willekeurige belastingheffing. Bij rechten, rioolheffing en de afvalstoffenheffing geldt dus maximaal 100% kostendekkendheid. In de artikel 229b van de Gemeentewet staat dat bij de bepaling van kostendekking van de tarieven moet worden uitgegaan van de geraamde kosten en geraamde opbrengsten. Dit betekent dat de gegevens zoals in de begroting opgenomen, de basis vormen voor de toetsing van de kostendekkendheid. Alleen de direct of indirect met de gemeentelijke dienstverlening samenhangende kosten mogen in het kader van de kostendekkendheid worden meegenomen. De directe kosten hangen rechtstreeks samen met de door de gemeente verleende dienst.
De indirecte kosten doen dit in mindere mate. De indirecte kosten mogen worden toegerekend als ze in enig verband staan met een door de gemeente verleende dienst. Kosten, die niet mogen worden toegerekend, zijn: - kosten van beleidsvoorbereiding; - kosten van handhaving, toezicht en controle, (behoudens de eerste controle na de vergunningverlening); - kosten van inspraak-, respectievelijk van bezwaar- en/of beroepsprocedures. Deze kosten worden geacht ten laste van de algemene middelen te komen. 5.2 Uitgangspunten In het raadsakkoord 2022-2026 is het volgende weergegeven; gezonde gemeentelijk financiën in combinatie met beperkte lastendruk voor inwoners en bedrijven. Tevens is aangegeven dat het uitgangspunt is dat de OZB zowel met de inflatiecorrectie als trendmatig wordt verhoogd, waarbij de eventuele meeropbrengsten ten opzichte van de begroting jaarlijks wordt gereserveerd, zodat die middelen ten goede komen aan specifiek te benoemen projecten. In het raadsakkoord is ook aangegeven dat voor de rioolheffing, afvalstoffenheffing, rechten en leges het uitgangspunt kostendekkendheid is. Daarnaast is aangegeven kritisch te zijn op doelmatigheid, zodat de tarieven niet hoger zijn dan nodig. Bij de rechten hanteert de gemeente Nunspeet in principe, de maximale norm 100% voor de berekening van de tarieven.
Hierbij geldt dat deze worden berekend vanuit een in het verleden bepaald kostendekkend tarief, welke jaarlijks worden gecorrigeerd met het inflatiecijfer en indexering conform de begroting. Door de wijziging van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn vanaf de begroting 2017 nieuwe begrotingsregels van kracht. Deze nieuwe regels hebben ook invloed op de berekening van de kostenonderbouwing van gemeentelijke heffingen, met name gelet op de toerekening van de overhead. Mede door de wijziging van het BBV hebben er de afgelopen jaren bij een aantal diensten een kosten-/batenanalyse plaatsgevonden en is geconstateerd dat de maximale norm van 100% niet wordt overschreden. Tevens is een nieuwe applicatie aangeschaft ten behoeve van de berekening van de kostendekkendheid van de leges en rechten.
- 16 5.3 Egalisering Bij de bepaling van de kostendekkendheid wordt indien van toepassing rekening houden met toekomstige ontwikkelingen die van invloed zijn op de betreffende dienst. Bijvoorbeeld een rioleringsplan of een voorziening voor begraafplaatsen. Bij de beoordeling van de kostendekkendheid wordt dus niet alleen naar de kosten gekeken die zich in het begrotingsjaar voordoen, maar wordt ook het meerjarenperspectief uitdrukkelijk bij de bepaling van de kosten betrokken. Daarnaast heeft de gemeente een voorziening egalisatie tarieven afvalstoffenheffing en een voorziening egalisatie tarieven rioolheffing om ongewenste schommelingen in de tariefstelling te voorkomen. Dit egaliserende effect op de tarieven wordt via deze voorzieningen afgewikkeld.
- 17 -
6.
Tarievenbeleid
Zoals reeds aangegeven wordt het tarief voor de genot-/ gebruikersrechten, rioolheffing en de afvalstoffenheffing bepaald aan de hand van de geraamde kosten aangezien maximaal 100% van deze kosten gedekt mogen worden. De vermakelijkhedenretributie (artikel 229, lid 1, onder c) kent geen opbrengstlimiet, echter de gemeente Nunspeet heft dit niet, dus hierop wordt niet nader ingegaan. Bij de overige belastingen is de gemeente vrij om de tarieven te bepalen. Echter artikel 219 lid 2 van de Gemeentewet moet wel in acht genomen worden. Op grond van dit artikel mag het te heffen bedrag niet afhankelijk zijn van inkomen, winst en vermogen. Hiermee is tot uitdrukking gebracht dat belastingen niet naar draagkracht geheven mogen worden. Een schriktarief is op grond van de jurisprudentie en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur niet toegestaan. Schriktarieven zijn tarieven die met een ander doel worden vastgesteld dan redelijke belastingheffing. De gemeenteraad bepaalt welke belastingen de gemeente heft en heeft een aantal vrijheden waar het de invulling van het gemeentelijk belastinggebied betreft. Zo kan besloten worden over: • de hoogte van de tarieven; • de totale opbrengst van belastingen; • de verdeling van belastingdruk over bijvoorbeeld burgers en bedrijven.
De rechter kan de gemeentelijke belastingverordeningen toetsen aan onder andere de Gemeentewet en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Dit legt de raad beperkingen op. De heffingen stijgen in principe jaarlijks trendmatig. De toeristenbelasting vormt hierop een uitzondering gelet op de bestuurlijke afspraken die zijn gemaakt. De onroerende-zaakbelastingen stijgt trendmatig echter de lastenstijging is mede gerelateerd aan de beleidsmatige wensen en de financiële dekking daarvan. Beleidsmatig leent de onroerende-zaakbelastingen zich het meest om de lokale lastendruk te beinvloeden. De overige belastingen worden dan wel geheven van personen die niet in de gemeente Nunspeet woonachtig zijn, dan wel zijn qua opbrengst gelimiteerd.
- 18 -
7.
Lastendruk
Tot de gemeentelijke woonlasten worden gerekend de onroerende-zaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De woonlasten vormen het grootste deel van de opbrengst uit de gemeentelijke heffingen en zijn daarmee grotendeels bepalend voor de lokale lastendruk. 7.1 Landelijk niveau Landelijk wordt de gemeentelijke belastingdruk onder andere onderzocht door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van Lagere Overheden (COELO) van de Rijksuniversiteit Groningen en de Vereniging Eigen Huis. Zij onderzoeken jaarlijks het niveau en ontwikkelingen van de lokale lasten en publiceren dit.4 Landelijk gezien bevinden de lokale lasten van de gemeente Nunspeet zich al jaren ruim onder het gemiddelde. In 20235 zijn de gemiddelde woonlasten in Nunspeet, bestaande uit het bedrag dat een meerpersoonshuishouden in een woning met een gemiddelde waarde betaald aan OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing, in totaal € 794,--. In Gelderland is dat € 940,--. In de Coelo-atlas staat de gemeente Nunspeet in 2023 qua woonlasten op de 28e plek op de ranglijst, waarbij nummer 1 de laagste woonlasten heeft (Oldebroek 94e, Elburg 76e, Hattem 300e en Ermelo 324e). Binnen de provincie Gelderland staat de gemeente Nunspeet op plek 6.
Huurders met een meerpersoonshuishouden betaalden in 2023 aan afvalstoffenheffing € 231,-- en Nunspeet staat hiermee op de ranglijst op plek 10 (Oldebroek 176e, Elburg 222e, Hattem 85e en Ermelo 173e). Binnen de provincie Gelderland staat de gemeente Nunspeet op plek 6.
4
Voor meer informatie verwijs ik u naar de website www.coelo.nl en www.eigenhuis.nl.
5
2024 is nog niet gepubliceerd.
- 19 -
Woonlasten Coelo 2023
Nunspeet Oldebroek Elburg Hattem Ermelo
Eigenaar-bewoner Meerpersoonshuishouden € 794,-€ 878,-€ 864,-€ 1070,-€ 1143,--
Ranglijst 28 94 76 300 324
Huurder Meerpersoonshuishouden € 231,-€ 485,-€ 475,-€ 350,-€ 440,--
Ranglijst 10 176 222 85 173
7.2 Nunspeetse heffingen in de regio Ook op regionaal niveau liggen de tarieven in de gemeente Nunspeet onder het gemiddelde. Om een beeld te geven van de regionale lastendruk zijn onderstaand de tarieven van de OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing voor belastingjaar 2024 van een aantal regio gemeenten weergegeven.
- 20 -
Tarieven
ELBURG
OLDEBROEK
HATTEM
ERMELO
NUNSPEET
0,095%
0,1070%
0,1241%
0,1358%
0,0902%
0,200%
0,3113%
0,4137%
0,3572%
0,2072%
0,170%
0,2237%
0,2317%
0,2851%
0,1662%
eenpersoonshuishouden € 192,25 meerpersoonshuishouden € 288,90
Diftar € 182,76 per huishouden plus bedrag ledigingen per containersoort per keer Uitzonderingen voor (verzamel)containers zonder registratiesysteem
Diftar (zie verordening) €216,90 vast bedrag plus een bedrag ledigingen per containersoort per keer tevens reinigingsrecht
Diftar € 98,00 vastrecht plus een bedrag ledigingen per containersoort per keer
eenpersoonshuishouden € 179,88 tweepersoonshuishouden € 214,68 drie- of meerpersoonshuishouden € 249,96
2024 OZB Eigenaar woningen Eigenaar niet-woningen Gebruikers niet-woningen
Afvalstoffen heffing
Rioolheffing
woning €226,15 niet-woning divers (zie verordening)
hoogte van het bedrag afhankelijk kubieke meters leiding- grondwater (laagste € 158,40)
eigenaar: €0,03% van de WOZ-waarde gebruiker: € 100,00 per eenheid 250m3 waterverbruik
hoogte v/h bedrag hangt af v/d hoeveelheid afgevoerd water (laagste € 195,00)
woning €142,50 niet-woning € 311,00
Daarnaast kennen de gemeenten ook nog een aantal recreatieve heffingen, te weten de toeristenen forensenbelasting. Het tarief voor de toeristenbelasting in de regiogemeenten bedragen voor belastingjaar 2024 als volgt:
ELBURG
OLDEBROEK
HATTEM
€ 1,60
€ 1,65
Verschillende tarieven € 1,86 dan wel € 2,33
Overnachtingstarief 2024
ERMELO € 2,22 (hotel, pension, airbnb of B&B) € 1,66 overige accommodatie
NUNSPEET
€ 1,30
In de regiogemeenten worden diverse heffingsmethoden toegepast voor de forensenbelasting:
ELBURG
OLDEBROEK
HATTEM
ERMELO
NUNSPEET
Afhankelijk van de WOZwaarde
Vast bedrag
Vast bedrag
Afhankelijk van de WOZ-waarde
Vast bedrag
Het laagste tarief
€ 350,00
€ 321,76
€ 937,95
€ 362,00
€ 311,00
Het hoogste tarief
€ 1.650,00
€ 321,76
€ 937,95
€ 1.102,00
€ 311,00
Forensenbelasting 2024
7.3 Verdeling van de lastendruk In de nota dient tevens aandacht besteed te worden aan de verdeling van de druk van de belastingen over de diverse belanghebbenden. Daarom de volgende tabel om zodoende een overzicht te geven van de verdeling van de lastendruk.
- 21 -
Belastingjaar 2023
Belastingjaar 2024
Waarde 2022
Waarde 2023
1-pers. huurwoning n.v.t.
n.v.t.
Afvalstoffenheffing
Onroerende-zaakbelastingen
€ 170,28
€ 179,88
Totaal
€ 170,28
€ 179,88 +5,6 %
2-pers. koopwoning € 250.000 (2022), € 268.375 (2023). Onroerende-zaakbelastingen
€ 232,25
€ 242,07
Afvalstoffenheffing
€ 170,28
€ 179,88
Rioolheffing
€ 132,46
€ 142,50
Totaal
€ 534,99
€ 564,45 +5,5%
3-pers. koopwoning € 400.000 (2022), € 429.400 (2023). Onroerende-zaakbelastingen
€ 371,60
€ 387,32
Afvalstoffenheffing
€ 200,40
€ 214,68
Rioolheffing
€ 132,46
€ 142,50
Totaal
€ 704,46
€ 744,50 +5,7%
5+pers. koopwoning € 600.000 (2022), € 644.100 (2023). Onroerende-zaakbelastingen
€ 557,40
€ 580,98
Afvalstoffenheffing
€ 230,52
€ 249,96
Rioolheffing
€ 132,46
€ 142,50
Totaal
€ 920,38
€ 973,44 +5,8%
Huurder bedrijf, bedrijfswaarde € 250.000 (2022), € 259.625 (2023). Onroerende-zaakbelastingen eigenaren
n.v.t
n.v.t.
Onroerende-zaakbelastingen gebruikers
€ 407,50
€ 431,50
Rioolheffing Totaal
n.v.t
n.v.t
€ 407,50
€ 431,50 +5,9%
bedrijfswaarde € 400.000 (2022), € 415.400 (2023). Onroerende-zaakbelastingen eigenaren
€ 816,00
€ 860,71
Onroerende-zaakbelastingen gebruikers
€ 652,00
€ 690,39
Rioolheffing
€ 299,00
€ 322,50
Totaal
€ 1.767,00
€ 1.873,60 +6,0%
bedrijfswaarde € 800.000 (2022), € 830.800 (2023) Onroerende-zaakbelastingen eigenaren
€ 1.632,00
€ 1.721,42
Onroerende-zaakbelastingen gebruikers
€ 1.304,40
€ 1.380,79
Rioolheffing
€ 299,00
€ 322,50
Totaal
€ 3.235,00
€ 3.424,71 + 5,9%
- 22 -
8.
Kwijtscheldingsbeleid
Het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid maakt een integraal onderdeel uit van het gemeentelijk minimabeleid. Kwijtschelding is in principe alleen mogelijk met betrekking tot de afvalstoffenheffing. Hiervoor zijn twee regelingen mogelijk. Als eerste de bijdrage gemeente belasting afvalstoffenheffing vanuit de minimaregelingen en als tweede de kwijtschelding. De bijdrage gemeente belasting afvalstoffenheffing is een voorliggende voorziening ten opzichte van kwijtschelding en bestaat uit de betaling van de afvalstoffenheffing door de gemeente Nunspeet. De bijdrage voor de afvalstoffenheffing is net zo hoog als de opgelegde aanslag en wordt zo mogelijk direct verrekend met de opgelegde aanslag. Als er geen recht bestaat op de bijdrage vanuit de minimaregelingen wordt onderzocht of er recht is op kwijtschelding. Dit is in de praktijk slechts aan de orde voor mensen die zelfstandig wonen én studeren, doordat de vereisten voor de minimaregelingen ruimer zijn dan die voor kwijtschelding. Het gevolg van de beleidskeuze om primair te toetsen of er aan minimabeleid wordt voldaan en pas bij een negatief oordeel de mogelijkheid tot kwijtschelding wordt onderzocht is ondermeer dat in de tariefstelling deze kosten van het minimabeleid niet kunnen worden verdisconteert aangezien dit geen fiscale regeling betreft.
De mogelijkheid voor gemeenten om kwijtschelding van belastingen te verlenen, is geregeld in artikel 255 van de Gemeentewet en artikel 26 van de Invorderingswet. De gemeente heeft geen lokaal beleid met betrekking tot de kwijtschelding, maar hanteert de landelijke "uitvoeringsregeling invorderingswet 1990". Deze uitvoeringsregeling bevat nadere regels voor het kwijtscheldingsbeleid.
- 23 -
9.
Ontwikkelingen op belastinggebied
Wet proceskostenvergoeding WOZ en Bpm De afgelopen jaren maakte WOZ-bureaus die op basis van ‘no cure no pay’ opereren flink reclame voor hun diensten. Dit zorgde voor stijgende kosten en werkdruk door WOZ-bezwaarprocedures die gevoerd werden door de no cure no pay bureaus. Deze bureaus claimen gratis bezwaar te maken, maar als het bezwaar succesvol is moet de gemeente minimaal een proceskostenvergoeding betalen. De Eerste Kamer heeft echter ingestemd met het wetsvoorstel dat de proceskosten en immateriële schadevergoeding matigt. Voor de Wet waardering onroerende zaken (WOZ) bevat het wetsvoorstel in het kort het volgende: 1. De vergoeding in de bezwaarfase van rechtsbijstand wordt vermenigvuldigd met 0,25 als de WOZ-beschikking wordt vernietigd of gewijzigd. 2. De vergoeding van rechtsbijstand in de fase van beroep, hoger beroep of cassatie wordt vermenigvuldigd met 0,25 als de WOZ-beschikking wordt vernietigd of gewijzigd en vermenigvuldigd met 0,10 in de overige gevallen. 3. De vergoeding voor immateriële schade wordt beperkt tot € 50 per half jaar (was € 500) waarmee de redelijke termijn voor afhandeling van een bezwaar is overschreden. 4. Vergoedingen mogen uitsluitend worden uitbetaald op een bankrekening die staat op naam van de belanghebbende zelf.
Concreet betekent dit dus dat door deze wetswijziging de vergoedingen voor proceskosten en immateriële schade bij bezwaren tegen de WOZ-beschikking en aanslag onroerende-zaakbelasting omlaag gaan. De proceskostenvergoeding voor professionele rechtsbijstand wordt 25% van de huidige vergoeding als de burger of het bedrijf gelijk krijgt en de WOZ-waarde dus omlaag gaat. Als in beroep om andere redenen een vergoeding wordt toegekend, is de vergoeding voor professionele rechtsbijstand 10% van de huidige vergoeding. Daarnaast wordt de vergoeding voor immateriële schade lager wanneer niet binnen een redelijke termijn uitspraak wordt gedaan. Die vergoeding is dan geen 500 euro, maar 50 euro voor elk half jaar dat het proces langer duurt dan die termijn. Ook krijgen inwoners die met professionele rechtsbijstand succesvol bezwaar maken tegen WOZ-beschikkingen hun vergoeding vanaf 1 januari 2024 rechtstreeks uitbetaald. De vergoedingen gaan dus niet langer direct naar de bureaus. Het wetsvoorstel is per 1 januari 2024 in werking getreden. Op weg naar een samenhangende objectenregistratie Het ministerie van BZK is gestart met Doorontwikkeling in Samenhang van de Geo-basisregistraties . Doelstelling daarvan is meer samenhang te creëren in de geo-informatie infrastructuur. Onderdeel is de doorontwikkeling van enkele bestaande geo-basisregistraties tot een samenhangende objectenregistratie.
Een samenhangende objectenregistratie is een uniforme registratie met daarin basisgegevens over objecten in de fysieke werkelijkheid die zich voor gebruikers als één registratie gedraagt. Daaronder verstaan we objecten die in het terrein zichtbaar zijn, zoals gebouwen, wegen, water, spoorlijnen en bomen, terreindelen, aangevuld met enkele (registratieve) objecten als woonplaatsen, gemeentegrenzen en openbare ruimten. In de objectenregistratie gaan in ieder geval de objecten van de basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) en de basisregistratie grootschalige topografie (BGT) op. Daarnaast is het de bedoeling dat ook het gedeelte van de WOZ-administratie waarin objectgegevens zijn opgenomen en een aantal basisgegevens uit aanpalende registraties in de objectenregistratie worden opgenomen. Ook zijn er belangrijke raakvlakken met de basisregistratie topografie (BRT) en het Nationaal Wegenbestand.