AP 9. Bijlagen bij de toelichting Bijlage 5 Verkennend bodem- en asbestonderzoek spoorzone
Tekst van het document
Verkennend bodem- en asbestonderzoek spoorzone Nunspeet (geocode 017, km 60.95 – 61.2) 28 mei 2021
Kenmerk
R001-1279902RDI-V02-sal-NL
Verantwoording Titel
Verkennend bodem- en asbestonderzoek spoorzone Nunspeet (geocode 017, km 60.95 – 61.2)
Opdrachtgever
ProRail B.V.
Projectleider
Marion Miltenburg
Auteur(s)
Robin Dik
Tweede lezer
Marion Miltenburg (kwaliteitsborger protocol 2018)
Uitvoering meet- en inspectiewerk
R.J. Sappema, R. de Vries (TAUW) A.D.J. Huitsing, T. Gijsbertsen, K. Muller (Sialtech)
Projectnummer
1279902
Aantal pagina’s
28
Datum
28 mei 2021
Handtekening
Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.
Colofon TAUW bv Australiëlaan 5 Postbus 3015 3502 GA Utrecht T +31 30 28 24 82 4 E info.utrecht@tauw.com
2/28
R001-1279902RDI-V02-sal-NL
Kenmerk
Inhoud 1
Inleiding ..................................................................................................................................... 5
2
Vooronderzoek .......................................................................................................................... 5
3
4
5
2.1
Algemeen ........................................................................................................................... 5
2.2
Regionale bodemopbouw en geohydrologie ...................................................................... 7
2.3
Geraadpleegde informatiebronnen verdachte deellocaties ................................................ 7
2.4
Overzicht onderzoeken en verdachte (historische) locaties ............................................... 8
2.4.1
Potentiële lokale (historische) verontreinigingsbronnen uit voorgaande onderzoeken 8
2.4.2
Spoorgerelateerde verontreinigingen ........................................................................ 12
2.5
Asbestverdachtheid van de bodem .................................................................................. 12
2.6
PFAS-verdachtheid van de bodem .................................................................................. 12
2.7
Terreinverkenning ............................................................................................................ 13
2.8
Beantwoording onderzoeksvragen vooronderzoek .......................................................... 13
Onderzoeksstrategie en uitgevoerde werkzaamheden ........................................................... 14 3.1
Onderzoeksstrategie ........................................................................................................ 14
3.2
Uitgevoerde werkzaamheden .......................................................................................... 15
3.3
Veiligheid en kwaliteit ....................................................................................................... 17
Resultaten ............................................................................................................................... 17 4.1
Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen .................................................................... 17
4.2
Resultaten grond en grondwater ...................................................................................... 18
4.3
Asbest in grond ................................................................................................................ 23
4.4
Toetsing CROW 400 ........................................................................................................ 25
Conclusies en aanbevelingen.................................................................................................. 26 5.1
Conclusies ........................................................................................................................ 26
5.2
Aanbevelingen ................................................................................................................. 27
3/28
Kenmerk
R001-1279902RDI-V02-sal-NL
Bijlage 1
Regionale ligging onderzoekslocatie
Bijlage 2
Kaart situering monsternemingspunten
Bijlage 3
Veiligheid en kwaliteit
Bijlage 4
Boorprofielen
Bijlage 5
Toetsingskader
Bijlage 6
Getoetste omgerekende analyseresultaten
Bijlage 7
Analysecertificaten
Bijlage 8
Locatiefoto’s
Bijlage 9
Overzichtstekening deellocaties oriënterend onderzoek NS-emplacement Nunspeet
(TAUW, referentie 3853802, 13-12-2001) Bijlage 10
Asbestformulieren veldwerk
Bijlage 11 Kentallen bodemkwaliteitskaart regio Noord Veluwe (21 januari 2014), R0011206995LNH-baw-V02-NL, TAUW
4/28
Kenmerk
R001-1279902RDI-V02-sal-NL
1 Inleiding In opdracht van ProRail B.V. heeft TAUW een verkennend bodemonderzoek volgens NEN 5740 1 en een verkennend asbest-in-grondonderzoek volgens NEN 5707 2 uitgevoerd ter plaatse van de locatie Spoorzone Nunspeet (geocode 017, km 60.95 – 61.2). Gemeente Nunspeet heeft plannen om het stationsgebied te verbeteren. ProRail realiseert daarbij een spoorwegonderdoorgang voor de Elspeterweg (N310) alsook een nieuwe langzaamverkeersonderdoorgang ter hoogte van het stationsplein tussen het Vennerpad en de Enkweg. In 2020 is door Royal Haskoning DHV een bodem- en verhardingsonderzoek uitgevoerd voor de gehele gemeentelijke scope. Dat rapport voldeed echter niet volledig aan de eisen volgens de NEN 5740, waardoor geen volledig inzicht is verkregen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Derhalve is een verkennend (asbest in)bodemonderzoek uitgevoerd ter hoogte van de toekomstige onderdoorgangen. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en eventueel daaruit vrijkomende grond om: • De noodzaak tot het uitvoeren van nader bodemonderzoek vast te stellen • De te hanteren Arbomaatregelen en veiligheidsklasse volgens CROW-publicatie 400 bij • •
grondwerkzaamheden te kunnen bepalen De (her)gebruiksmogelijkheden conform het generieke kader van het Besluit Bodemkwaliteit te bepalen Een inschatting maken van de risico’s met betrekking tot geld, tijd en scope voor de uitvoeringsfase
2 Vooronderzoek 2.1
Algemeen
Er is een vooronderzoek conform de NEN 5725 3 uitgevoerd. Gezien de aanleiding van het onderzoek is gekozen om de onderzoeksvragen te beantwoorden behorend bij aanleiding G (Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit bij tijdelijke uitplaatsing en bij overig projectmatig grondverzet ten behoeve van het inschatten van arbeidshygiënische risico’s). In paragraaf 2.7 zijn de onderzoeksvragen en antwoorden hierop beschreven. Een kaart met de regionale ligging van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 1. Er zijn twee afzonderlijk beschouwde onderzoeksgebieden: • •
De spoorwegonderdoorgang voor de Elspeterweg (N310) De nieuwe langzaamverkeersonderdoorgang ter hoogte van het stationsplein
1
NEN 5740: Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, 2016 2 NEN 5707: Bodem - Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, 2016 3 NEN 5725: Bodem - Strategie bij het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017
5/28
R001-1279902RDI-V02-sal-NL
Kenmerk
De locaties zijn met een rode omlijning aangegeven in figuur 1.
Figuur 2.1 Luchtfoto met deellocatie spoorwegonderdoorgang (links) en langzaamverkeersonderdoorgang (rechts)
De locaties hebben een oppervlakte van respectievelijk circa 7.800 m² en 5.800 m². De maximale onderzoeksdiepte van de spoorwegonderdoorgangen is respectievelijk 9,0 en 7,5 m -mv. Het vooronderzoek is reeds (grotendeels) uitgevoerd en gerapporteerd door Royal Haskoning DHV (vooronderzoek met referentie BG4029TPRP1904010923 van 26 april 2019 en het NEN 5740 onderzoek met referentie BG9102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001 van 15 mei 2020) . De algemene gegevens van de onderzoekslocatie zijn opgenomen in tabel 2.1. Tabel 2.1 Algemene gegevens onderzoekslocatie
Adres
Omgeving Elspeterweg en Stationsplein Nunspeet
Kadastrale gegevens gelegen binnen de scope (allen
Gemeente Nunspeet, sectie B, nummers 437,
gedeeltelijk)
880, 882, 884, 1344, 1381, 5608, 7529, 7679,
(www.kadaster.nl)
7680, 7681, 7685, 7841, 7791, 9100 en 9452
Bevoegd gezag Wbb
Provincie Gelderland
2
Oppervlakte (m )
Circa 7.800 (deellocatie 1) en 5.800 m² (deellocatie 2)
Verhardingssituatie
Deels onverhard, deels verhard met klinkers/tegels en deels verhard met asfalt
Bebouwing
Grotendeels onbebouwd, ter plaatse van deellocatie 1 bevinden zich enkele horecapanden.
6/28
R001-1279902RDI-V02-sal-NL
Kenmerk
Voormalig gebruik
Bedrijven, openbare ruimte en infrastructuur
Huidig gebruik
Openbare ruimte, horeca en infrastructuur
Toekomstig gebruik
Openbare ruimte en infrastructuur
Gebruik conform circulaire bodemsanering
Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie
Bodemfunctieklasse (bron: Nota bodembeheer regio Noord
De Elspeterweg en de spoorzone vallen onder
Veluwe, TAUW, 1206995, 21-01-2014)
functieklasse Industrie, de noordzijde van het spoor valt onder bodemfunctieklasse Wonen en de zuidzijde onder Landbouw-natuur.
Bodemkwaliteitsklasse (bron: Nota bodembeheer regio
De wegen binnen de onderzoekslocatie vallen in
Noord Veluwe, TAUW, 1206995, 21-01-2014)
de klasse ‘Industrie’, de openbare ruimte in klasse ‘Wonen’. Spoorwegen (eigendommen van Railinfratrust) zijn uitgesloten van de gemeentelijke Bodemkwaliteitskaart en Nota Bodembeheer. Voor werkzaamheden op de spoorse terreinen wordt aangesloten bij het generieke kader van het Besluit Bodemkwaliteit (locatie specifiek stand-still principe).
Bodemkwaliteitskaart inclusief PFAS?
Nee
Lokale saneringsbeleidsregel PFAS?
Regio Noord-Veluwe volgt het landelijk beleid voor PFAS volgens het Tijdelijk Handelingskader PFAS.
Lokale beleidsregel toepassingsbeleid PFAS
Regio Noord-Veluwe volgt het landelijk beleid voor PFAS volgens het Tijdelijk Handelingskader PFAS.
Explosieven
Volgens RailMaps is de locatie verdacht op het voorkomen van ontplofbare oorlogsresten. Uit het vooraf beschikbare PRA blijkt dat de bodem in het worst-case scenario tot 4,4 m -mv verdacht is.
2.2
Regionale bodemopbouw en geohydrologie
Tot een diepte van circa 4 m -mv is een antropogene laag aanwezig, welke gelegen is op de Formatie van Boxtel. De bodem binnen het plangebied bestaat volgens ondergrondmodel REGIS II tot een diepte van 14 m -mv overwegend uit zand. Plaatselijk kunnen klei en leemlagen worden aangetroffen. Het maaiveldniveau op de locatie ligt op circa 9,5 m +NAP, de te verwachten grondwaterstand varieert tussen 5,0 en 6,0 m +NAP (3,5 à 4,5 m -mv).
2.3
Geraadpleegde informatiebronnen verdachte deellocaties
Voor het inventariseren van de verdachte deellocaties (voormalige of huidige bedrijfsactiviteiten, dempingen, tanks, incidenten et cetera) zijn de volgende informatiebronnen geraadpleegd: • BAG-gegevens •
Bevoegd gezag Wbb, Provincie Gelderland
7/28
R001-1279902RDI-V02-sal-NL
Kenmerk
•
Omgevingsdienst Noord-Veluwe
• • •
Bodemloket DINO-loket Straat- en luchtfoto’s van Cyclomedia Streetsmart
• • •
Historische topografische kaarten van Topotijdreis Door de opdrachtgever aangeleverde informatie Fysieke terreinverkenning
• •
Railmaps Het eigen archief
2.4
Overzicht onderzoeken en verdachte (historische) locaties
Uit raadpleging van de in paragraaf 2.3 opgegeven informatiebronnen blijkt dat zowel binnen de onderzoekslocaties als in de (directe) omgeving verdachte locaties alsmede eerder aangetoonde bodemverontreinigingen bekend zijn. Deze zijn op de overzichtskaart in bijlage 9 weergegeven. Onderstaand zijn enkele van de nabijgelegen (historische) locaties nader beschreven. 2.4.1
Potentiële lokale (historische) verontreinigingsbronnen uit voorgaande onderzoeken Oriënterend onderzoek NS-emplacement Nunspeet (TAUW, referentie 3853802, 13-12-2001) In bijlage 9 zijn een overzichtstekening met de desbetreffende deellocaties weergegeven en een overzichtstekening met alle meetpunten en onderzoeksgegevens uit de directe omgeving. Deellocatie 9 – Woning/wachthuisje km 61,065 De gebouwen waren van 1925-1974 aanwezig en tot 1961 in gebruik als kiosk, daarna als wachthuisje. Nu bestaat de locatie uit gras en stoeptegels. De locatie is niet eerder onderzocht, aangezien hier gezien het voormalige gebruik geen aanleiding voor was. Deellocatie 10 – Lampisterie km 61,070 De lampisterie was van 1925-1961 in gebruik. Momenteel is grasbegroeiing aanwezig ter plaatse van de voormalige lampisterie. De locatie bevindt zich tussen twee sporen. Alleen het grondwater is onderzocht (boringen 1001, 1002, 1003). Er zijn geen concentraties boven de tussenwaarde gemeten. Deellocatie 11 – Stationsgebouw km 61,160 Het stationsgebouw is vanaf 1925 aanwezig. In 1961 is deze afgebroken en vervangen voor een nieuw gebouw, circa half zo groot. Een grote overkapping overdekt nu het stationsgebouw als wachtkamer. Locatie is niet onderzocht, aangezien hier geen aanleiding voor was. Deellocatie 12 – Schuur km 61,145 De schuur was aanwezig van 1925-1961, wat er werd opgeslagen is niet bekend.
Nu is de locatie verhard met stoeptegels. Grond en grondwater zijn onderzocht (boringen 1201, 1202, 1203), er zijn geen gehalten of concentraties boven de tussenwaarde gemeten.
8/28
Kenmerk
R001-1279902RDI-V02-sal-NL
Deellocatie 13 – Los- en laadweg km 61,300 De los- en laadweg was aanwezig van 1925-1961. Een deel van deze locatie is nu in gebruik als parkeerterrein verhard met kinderkopjes. Zowel grond als grondwater zijn onderzocht (boringen 1301-1304). In de grond zijn koper en lood aangetoond in de bovengrond boven de tussenwaarde. De exacte oorzaak van de verontreiniging is niet bekend, maar deze wordt gerelateerd aan de aanwezigheid van puin- en kooldeeltjes in combinatie met slijtage aan de bovenleidingen. Deze verontreiniging is geclusterd tot één geval met deellocaties 1, 13, 18 en 20 (NS-geval 165) en betreft een verontreiniging met koper en lood in de bovengrond. Nb. Een NSgeval betreft geen (gesaneerd) Wbb-geval, maar een nader te onderzoeken object. Deellocatie 21 – Rijwielstalling km 61,1 De rijwielstalling is nog steeds aanwezig en verhard met stoeptegels. Locatie is niet onderzocht, aangezien hier geen aanleiding voor was. Deellocatie 23 – Perron km 61,2 Het perron is nog aanwezig. Locatie is niet onderzocht, aangezien hier geen aanleiding voor was. Deellocatie 24 – Dienstgebouw km 61,150 Het dienstgebouw is in 1961 verwijderd. Wanneer deze is gebouwd is onbekend. Locatie is niet onderzocht, aangezien hier geen aanleiding voor was. Deellocatie 900 – Diffuus onderzoek Betreft boringen 9001-9015, tot 1,0 m-mv.
Grond is verontreinigd met koper en PAK boven de tussenwaarde (gevalnummer 175). De verontreinigingen zijn gerelateerd aan slijtage aan de bovenleidingen en overslagactiviteiten, hierdoor zijn over het gehele terrein verhoogde gehalten koper en PAK aangetroffen. Nunspeet – Kwaliteitsverbetering stationsomgeving (Royal Haskoning DHV, referentie BG4029TPRP1904010923, 26 april 2019) Deellocatie Stationsplein 4 - “Verkennend bodemonderzoek, Grondvitaal, 2001855, 23-03-2001” Boven- en ondergrond binnen de onderzoekslocatie zijn licht verontreinigd met minerale olie en PAK. Het grondwater bevat licht verhoogde concentraties arseen. Deellocatie Elspeterweg 2 - “Saneringsevaluatie, Arcadis, 110301/OF9/0S1/001770, 05-03-2010” Ter plaatse van de Elspeterweg 2 is restmateriaal uit voormalige asbestfabrieken toegepast. In december 2018 zijn sanerende maatregelen op de locatie uitgevoerd. De saneringsdoelstellingen op de locatie zijn behaald en er zijn geen restverontreinigingen achtergebleven. Nb. Op basis van de huidige bij ons beschikbare gegevens is niet bekend wat de precieze saneringsdoelstellingen waren. Op basis van het generieke saneringsdoel beschreven in het Besluit asbestwegen milieubeheer mag verwacht worden dat asbest in ieder geval is gesaneerd tot <100 mg/kg ds.
9/28
Kenmerk
R001-1279902RDI-V02-sal-NL
Deellocatie Plesmanlaan 4 - “Historisch onderzoek, TAUW, 977782, 09-07-2010” Op de onderzoekslocatie hebben geen voor bodemverontreiniging verdachte activiteiten plaatsgevonden die mogelijk een bedreiging vormen voor drinkwaterwinning in het gebied. Ook blijkt dat er in 2001 een grondsanering heeft plaatsgevonden (Saneringsevaluatie, Tukkers milieu onderzoek B.V., ASS/CD2001/317/2145570, 18-06-2001). Uit voorgaande onderzoeken is gebleken dat alle parameters (met uitzondering van koper) in het grondwater kleiner zijn dan de detectiegrens. Koper is verhoogd ten opzichte van de detectiegrens maar kleiner dan de streefwaarde gemeten. F.A. Molijnlaan toekomstig parkeerterrein NS - “Verkennend onderzoek NEN 5740, Strukton Milieutechniek, VB/M20390-46, 2017-02-22” In de bovengrond van de spoorzone aan de noordzijde van het station zijn sterk verhoogde gehalten nikkel aangetoond. De aangetoonde gehalten worden gerelateerd aan het gebruik en de aanwezigheid van ballast in de grond. Analytisch zijn alle overige monsters, bovengrond en ondergrond binnen de onderzoekslocatie ten hoogste licht verontreinigd met zware metalen, PAK en minerale olie. In onderstaande figuur is het deel van de spoorzone gemarkeerd waar sterk verhoogde gehalten nikkel zijn aangetoond.
De rapportage zelf (“VO Spoorwegemplacement Nunspeet”, BIS-code AA0302000020, locatie 3430379), opgenomen in RailMaps, kan echter niet geopend worden. Bovenstaande gegevens zijn afkomstig uit het vooronderzoek van Royal Haskoning DHV.
Figuur 2: locatie waar sterk verhoogde gehalten nikkel in de bovengrond zijn aangetoond in rood gemarkeerd.
Industrieweg 8 “Deelsaneringsevaluatie, Tukkers milieu-onderzoek, ASS/CD2001/97/2045893, 06-03-2001” Op deze locatie is een deelsanering uitgevoerd van een olieverontreiniging ter plaatse van een aan te leggen vorminstallatie. Vooruitlopend op deze sanering is destijds een bronnering geplaatst binnen een damwand om ontgraving in den droge mogelijk te maken. De grondsanering heeft plaatsgevonden in de periode van 30 oktober tot en met 10 november 2000.
10/28
Kenmerk
R001-1279902RDI-V02-sal-NL
Uit de controlemonsters van de putbodem en de depotbemonstering blijkt dat de verontreinigde grond is verwijderd. De putbodem is met uitzondering van een puntlocatie niet verontreinigd met minerale olie. “Grondwatermonitoring, TAUW, L002-4692806CMG-sbb-V01-NL, 2010-06-11” Uit dit rapport blijkt dat tijdens de eerste grondwatermonitoring plaatselijk sterk verhoogde concentraties aan minerale olie zijn aangetoond. Bij een herbemonstering is echter een concentratie gemeten onder de rapportagegrens. Een verklaring hiervoor kon niet worden gegeven. Op basis hiervan is het mogelijk dat plaatselijk nog oliespots aanwezig zijn. Elders op het terrein zijn tijdens de herbemonstering matig verhoogde concentraties aan xylenen en licht verhoogde concentraties aan ethylbenzeen, naftaleen en minerale olie aangetoond. Voor zover bekend zijn nadien geen grondwatermonitoringen meer uitgevoerd. In het kader van toekomstige grondwaterbemaling ter hoogte van de tunnels dient rekening gehouden te worden met de mogelijke aanwezigheid van beperkte grondwaterverontreiniging ter plaatse van Industriewegweg 8. Op deze locatie is in 2001 een sterk verhoogde concentratie met minerale olie gemeten, die bij een herbemonstering van het grondwater niet meer is aangetoond. Nader onderzoek naar deze mogelijk aanwezige grondwaterverontreiniging maakte geen deel uit van onderhavig onderzoek.
In hoeverre de mogelijk aanwezige grondwaterverontreiniging verplaatst zal worden door en mogelijk risico’s oplevert tijdens een toe te passen bemaling is op basis van de huidige onderzoeksgegevens niet te bepalen. Stationsplein 8 Deze locatie ligt op circa 50 meter ten noorden van de huidige onderzoekslocatie (deellocatie 2). Invloed op de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van deellocatie 2 wordt minimaal verwacht, maar is niet uitgesloten. Voor de volledigheid zijn de bekende onderzoeksgegevens hier wel beschreven. “Saneringsplan, Grondvitaal B.V., 20029191/san, 2004-08-27” Dit saneringsplan betreft een plan voor de sanering van grond welke sterk verhoogde concentraties PAK bevat. Er zijn een aantal besluiten van instemming op het saneringsplan van de gedeputeerde staten van Gelderland bekend. Echter zijn deze net zoals de saneringsevaluatie uit 2008 niet beschikbaar. Er kunnen dus geen bindende conclusies worden gegeven over de huidige verontreinigingssituatie. “Verkennend onderzoek NEN 5740, Grondvitaal B.V., 2001855, 2001-03-23” Binnen de onderzoekslocatie zijn in de bovengrond licht verhoogde gehalten PAK en minerale olie aangetoond. In de ondergrond zijn alleen licht verhoogde gehalten PAK aangetoond. In het grondwater overschrijdt de concentratie arseen de tussenwaarde.
Er wordt verwacht dat de verhoogde arseenconcentraties een natuurlijke oorsprong hebben.
11/28
Kenmerk
2.4.2
R001-1279902RDI-V02-sal-NL
Spoorgerelateerde verontreinigingen
Een deel van de locatie zelf ligt direct naast het spoor. Diffuse verontreinigingsprocessen treden langs het spoor voortdurend op en domineren daarom in veel gevallen lokale (eenmalige) processen. De volgende verontreinigingen kunnen daarom diffuus worden verwacht: • • •
Koper afkomstig van slijtende bovenleidingen en stroomafnemers van treinen Lood afkomstig van stroomafnemers (pantografen) Nikkel komt mee met ijzerstof als gevolg van slijtage van de spoorbaan en wielbanden
• • •
Zink komt eveneens door slijtage vanaf de spoorbanen Arseen kan samen met ijzerstof vanuit het grondwater neerslaan in ijzer(hydr)oxiden PAK afkomstig van gecreosoteerde dwarsliggers (historisch) en (diesel-)treinen
•
PAK-verontreiniging ontstaan door uitloging uit oude ballast en koolas- en/of sintelhoudende (ophoog-)lagen Minerale olie komt in de spoorgronden voor als gevolg van lekkende locomotieven en
•
smeeroliën. Meer lokaal kan olieverontreiniging voorkomen uit voormalige opslagtanks, lozingen / morsen en schoonmaak / onderhoud Op basis van bovenstaande gegevens zijn geen aparte verdachte sublocaties geselecteerd binnen de huidige twee deellocaties. De aangetoonde verontreinigingen zijn reeds gesaneerd of vallen binnen de lijn der verwachting. Voor verdere details wordt verwezen naar de eerder genoemde (voor)onderzoeken van Royal Haskoning DHV.
2.5
Asbestverdachtheid van de bodem
Uit diverse onderzoeken in de omgeving is gebleken dat deellocatie 1 ‘spoorwegonderdoorgang’ verdacht is op de aanwezigheid van asbest vanwege toegepast restmateriaal uit voormalige asbestfabrieken. Deellocatie 2 ‘langzaamverkeersonderdoorgang’ wordt vooralsnog als onverdacht beschouwd.
2.6
PFAS-verdachtheid van de bodem
Op/nabij de onderzoekslocatie zijn geen terreindelen aanwezig die de bodem verdacht maken voor PFAS verbindingen als gevolg van puntbronnen 4 en 5. De kans op aanwezigheid van PFAS in de bodem als gevolg van aanwezigheid van puntbronnen wordt verwaarloosbaar geacht. De bovengrond en diepere geroerde bodemlagen zijn op basis van de kamerbrief van 8 juli 2019 bij het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS 6 als gevolg van atmosferische depositie. Daarom wordt geconcludeerd dat de bodem diffuus verdacht is voor PFAS met uitzondering van GenX.
4
Op basis van tabel 1 handelingskader PFAS, handelingskader PFAS, Expertisecentrum PFAS, 25 juni 2018 En op basis van Glüge, J., Scheringer, M., Cousins, I. T., DeWitt, J. C., Goldenman, G., Herzke, D., . . . Wang, Z. (2020). An overview of the uses OF per- and POLYFLUOROALKYL Substances (pfas). Environmental Science: Processes & Impacts, 22(12), 2345-2373. doi:10.1039/d0em00291g (Glüge, 2020) 6 Kamerbrief bij Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 8 juli 2019
5
12/28
Kenmerk
2.7
R001-1279902RDI-V02-sal-NL
Terreinverkenning
Er is voorafgaand aan het veldwerk, uitgevoerd in de periode van 8 tot en met 16 april 2021, een terreinverkenning uitgevoerd. Er zijn binnen de onderzoekslocatie geen waarnemingen gedaan die aanleiding gaven tot wijziging van de onderzoeksopzet.
2.8
Beantwoording onderzoeksvragen vooronderzoek
•
Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende?
De onderzoekslocatie betreft twee deellocaties waar de toekomstige tunnelbakken worden uitgegraven. Deellocatie 1, de spoorwegonderdoorgang, heeft een oppervlakte van circa 7.800 m² en heeft een maximale onderzoeksdiepte van 9,0 m -mv. Deellocatie 2, de langzaamverkeersonderdoorgang, heeft een oppervlakte van circa 5.800 m² en heeft een maximale onderzoeksdiepte van 7,5 m -mv. Met deze afbakening kan de bodemkwaliteit ter plaatse van de projectlocatie tot de maximale werkdiepte in kaart worden gebracht. •
Welke bodemkwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden?
De locatie betreft deels een spoorzone. De spoorzone is niet opgenomen in de bodemkwaliteitskaart. De noordzijde van het spoor ligt in zone ‘Wonen centrum’ , de zuidzijde van het spoor ligt in zone ‘natuur-, bos- en heidegebieden’. De gemiddelde bodemkwaliteitsklasse van de openbare ruimte is ‘Wonen’. De wegen binnen de onderzoekslocatie vallen in de klasse ‘Industrie’ •
Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de kritische parameters? Een deel van de locatie betreft een spoorweg, hierbij kunnen diffuus licht tot sterk verhoogde
gehalten zware metalen en PAK worden aangetroffen. Buiten de onderzoekslocatie (ten westen van deellocatie 1, ter plaatse van Industrieweg 8 op circa 130 meter afstand van de locatie) zijn in het verleden KCA-depots, tanks en een smederij aanwezig geweest. De grond en het grondwater ter plaatse zijn ernstig verontreinigd met zware metalen en minerale olie. Ter plaatse van de Plesmanlaan 4 (gelegen tussen beide onderzoekslocaties) zijn in het verleden een autobedrijf, tanks en een opslag van bestrijdingsmiddelen aanwezig geweest. Ter plaatse van Stationsplein 8 is in het verleden een kolen op- en overslag aanwezig geweest, welke is gesaneerd. •
Is de bodem asbestverdacht?
Op basis van de bekende gegevens is deellocatie 1 verdacht op de aanwezigheid van asbest, deellocatie 2 is niet verdacht op de aanwezigheid van asbest. •
Is er een vermoeden dat op basis van beschikbare voorinformatie werkzaamheden plaatsvinden binnen een geval van ernstige bodemverontreiniging? In de spoorzone aan de noordzijde van het station, ter plaatse van deellocatie 2, bevindt zich een
interventiewaarde overschrijding voor nikkel in de bovengrond (0,0 - 0,5 m -mv), welke wordt gerelateerd aan de spoorgerelateerde processen.
13/28
Kenmerk
•
R001-1279902RDI-V02-sal-NL
Is de bodem sterk verontreinigd (boven interventiewaarde)?
Met uitzondering van de spoorzone zelf zijn geen gegevens bekend die erop wijzen dat de bodem ter plaatse van de twee deellocaties sterk verontreinigd is met zware metalen, PAK of minerale olie.
3 Onderzoeksstrategie en uitgevoerde werkzaamheden 3.1
Onderzoeksstrategie
Bodem Ten behoeve van de uitvoering van het bodemonderzoek is per deellocatie uitgegaan van de volgende onderzoeksstrategie uit de NEN 5740: •
Onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE)
Aangezien in het onderzoek van Royal Haskoning geen matig of sterk verhoogde concentraties in het grondwater zijn aangetoond ter plaatse van de onderzoekslocaties zijn in afwijking op de NEN 5740 géén peilbuizen in de spoorzone geplaatst. Dit in verband met de toegankelijkheid zonder begeleiding bij de grondwatermonstername. De peilbuizen zijn vervangen door handmatige boringen tot 2,0 m -mv. Ter plaatse van beide deellocaties is zowel aan de noord- als zuidkant van het spoor een peilbuis geplaatst. Met de verdeling is rekening gehouden met de aanwezigheid van mobiele verontreinigingen buiten de scope van het onderzoek, om eventuele invloed op de kwaliteit van het grondwater van buitenaf kan worden vastgesteld danwel uitgesloten. Het grondwater is aanvullend onderzocht op PFAS. Mechanische boringen Aan weerszijden van het spoor van beide deellocaties is, vanwege de maximale onderzoeksdiepte, één boring verricht middels mechanische boorstelling. Het mechanische boorwerk is uitgevoerd onder begeleiding van ArmaEx om de boorlocaties vrij te geven voor ontplofbare oorlogsresten. Asbest Uit de reeds bekende gegevens is gebleken dat de deellocatie 1 (spoorwegonderdoorgang) verdacht is op de aanwezigheid van asbest. Deze deellocatie is daarom in zijn geheel ook onderzocht volgens de NEN 5707.
Het verkennend bodemonderzoek naar asbest is uitgevoerd volgens NEN 5707 met de strategie ‘Verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’.
14/28
R001-1279902RDI-V02-sal-NL
Kenmerk
Verhardings- en funderingsonderzoek De teerhoudendheid van de aanwezige asfaltverharding is voldoende onderzocht. In voorgaand onderzoek is plaatselijk een puinfundering aangetroffen onder het wegdek. Aanvullend onderzoek naar de kwaliteit van de puinfundering is in overleg met de opdrachtgever niet uitgevoerd.
3.2
Uitgevoerde werkzaamheden
De grond is bemonsterd tussen 8 en 16 april 2021 door Remco (R.J.) Sappema. Het grondwater is bemonsterd op 22 april 2021 door Réne (R.) de Vries. Het veldwerk is uitgevoerd onder certificaatnummer K54913. De mechanische boringen zijn op 23 april 2021 uitgevoerd door A.D.J. Huitsing, T. Gijsbertsen en K. Muller van Sialtech (certificaatnummer MEB-001/8). De procesonderdelen, opstellen monsternemingsplan, aansturing monsternemer, controle veldwerkverslag en rapportage zijn uitgevoerd door TAUW bv. TAUW bv is voor deze werkzaamheden gecertificeerd door KIWA (certificaatnummer K54913). In tabellen 3.1 en 3.2 zijn per deellocatie de uitgevoerde werkzaamheden weergegeven. Tabel 3.1 Overzicht uitgevoerde veld- en analysewerkzaamheden Deellocatie 1 - Spoorwegonderdoorgang Veldwerk
Aantal
Monsterpuntnummers (excl. 125 en 126)
Omschrijving Oppervlakte totale onderzoekslocatie in m2
7.800
Oppervlakte spoorzone in m²
950
Oppervlakte overig locatie in m²
6.850
Maximale onderzoeksdiepte (m -mv)
9,0
Veldwerk spoorzone Asbestgat (0,3x0,3x0,5 m) incl. boring tot 2,0 m -mv
5
101, 102, 104, 105 107
2
103, 106
7
118, 119, 120, 121, 122, 123, 124
Asbestgat (0,3x0,3x0,5) met peilbuis tot 4,5 m -mv
1
116
Asbestgat (0,3x0,3x0,5) met peilbuis tot circa 5,5 m -
1
117
4
112, 113, 114, 115
Asbestgat (0,3x0,3x0,5 m) incl. boring tot 5,0 m -mv
4
108, 109, 110, 111
Mechanische boring tot 9,0 m -mv
2
127, 128
Chemisch onderzoek
Aantal
(Meng)monstercodes
NEN5740 standaardpakket (spoorzone) 1)
5
1S_BG1 t/m 1S_BG3, 1S_OG1, 1S_OG2
NEN5740 standaardpakket (overig locatie)
12
1_BG1 t/m 1_BG6 (2x 1_BG3*), 1_OG1 t/m
(ø 12 cm) Boring tot 2,0 m -mv Veldwerk overig locatie Asbestgat (0,3x0,3x0,5 m) incl. boring tot 2,0 m -mv (ø 12 cm)
mv Asbestgat (0,3x0,3x0,5 m) incl. boring tot 3,5 m -mv (ø 12 cm tot 2,0 m -mv)
1_OG5
15/28
Kenmerk
R001-1279902RDI-V02-sal-NL
Pakket koper (uitsplitsing)
3
102 (0,0-0,5), 104 (0,0-0,5), 105 (0,0-0,5)
PFAS 28 verbindingen (bovengrond)
3
1_PFAS_BG1, 1_PFAS_BG2, 1_PFAS_BG1her
PFAS 28 verbindingen (ondergrond)
2
1_PFAS_OG1, 1_PFAS_OG2
Asbest in grond
4
BA, CA, GA, HA
2
Pb 116, Pb 117
2
Pb 116, Pb 117
NEN5740 standaardpakket grondwater
2)
PFAS 28 verbindingen (grondwater) 1)
Lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB (7), PAK (10), minerale olie (GC) en droge stof
2)
Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), BTEXN, VOCl en
*
Er zijn abusievelijk twee monsters met de naam 1_BG3. Er zal enkel met de bijbehorende boornummers naar
minerale olie (GC)
deze monsters worden gerefereerd.
Tabel 3.2 Overzicht uitgevoerde veld- en analysewerkzaamheden Deellocatie 2 - Langzaamverkeersonderdoorgang Veldwerk
Aantal
Monsterpuntnummers
Omschrijving Oppervlakte totale onderzoekslocatie in m2
5.800
Oppervlakte spoorzone in m²
1.550
Oppervlakte overig locatie in m²
4.250
Maximale onderzoeksdiepte (m -mv)
7,5
Veldwerk spoorzone Boring tot 2,0 m -mv
13
201 t/m 213
Boring tot 2,0 m -mv
6
226 t/m 231
Boring tot 3,5 m -mv
4
218 t/m 221, 2240 (t.p.v. bestaande peilbuis)
Boring tot 5,0 m -mv
4
214 t/m 217
Mechanische boring tot 7,5 m -mv
2
222, 223
Bestaande peilbuis tot 5,7 m -mv
1
224
Boring met peilbuis tot 6,3 m -mv
1
225
Gestaakte boring (circa 0,5 m-mv)
2
2130, 2140
Chemisch onderzoek
Aantal
(Meng)monstercodes
6
2S_BG1 t/m 2S_BG4, 2S_OG1, 2S_OG2
NEN5740 standaardpakket (overig locatie)
15
2_BG1 t/m 2_BG4, 2_OG1 t/m 2_OG11
Pakket lood (uitsplitsing)
2
206 (0,0-0,5), 207 (0,0-0,5)
Pakket koper (uitsplitsing)
3
208 (0,0-0,2), 209 (0,0-0,5), 210 (0,0-0,5)
PFAS 28 verbindingen (bovengrond)
2
2_PFAS_BG1, 2_PFAS_BG2
PFAS 28 verbindingen (ondergrond)
2
2_PFAS_OG1, 2_PFAS_OG2
NEN5740 standaardpakket grondwater 2)
2
Pb 224, Pb 225
PFAS 28 verbindingen (grondwater)
2
Pb 224, Pb 225
Veldwerk overig locatie
NEN5740 standaardpakket (spoorzone)
1)
16/28
Kenmerk
3.3
R001-1279902RDI-V02-sal-NL
Veiligheid en kwaliteit
Voor een overzicht van de veiligheids- en kwaliteitsaspecten wordt verwezen naar bijlage 3. Er is afgeweken van de vigerende protocollen: in verband met de aanwezige verharding en begroeiing was het niet mogelijk een maaiveldinspectie conform protocol 2018 uit te voeren.
4 Resultaten 4.1
Zintuiglijke waarnemingen en veldmetingen
Deellocatie 1 – Spoorwegonderdoorgang De bodem bestaat overwegend uit zand. Ter plaatse van boringen 117 (5,4 – 5,5 m-mv), 127 (7,0 – 8,0 m -mv) en 128 (5,0 – 5,2 m -mv) is een leemlaag aanwezig. Ter plaatse van de boringen in de spoorzone zijn in de bovengrond (0,0 – 0,5 m -mv) plaatselijk sporen tot zwakke bijmengingen met ballast of kooldeeltjes aangetroffen, in de ondergrond (0,5 – 1,0 m -mv) plaatselijk sporen plastic. De aangetroffen bijmengingen zijn zeer waarschijnlijk te relateren aan het huidige spoor. In het merendeel van de boringen buiten de spoorzone zijn in de bovengrond sporen tot zwakke bijmengingen baksteen, asfaltpuin of betonpuin aangetroffen. Gezien het gebruik als infrastructuur, woon-/werkgebied en openbare ruimte en de ouderdom van dit deel van Nunspeet is dit niet vreemd. De aanwezigheid van sporen asfaltpuin in boring 117 wordt gerelateerd aan de ligging direct naast de Elspeterweg en is hoogstwaarschijnlijk gevolg van vroegere wegwerkzaamheden. Ter plaatse van boring 121 zijn eveneens sporen slakken aangetroffen. De herkomst van de sporen slakken is onbekend. De bovengrond van boring 112 (0,0 – 0,5 m -mv), 123 (0,2 – 0,35 m -mv) en 124 (0,2 – 0,5 m -mv) is zwak tot matig puingranulaathoudend. Het betreft hier waarschijnlijk aangebracht materiaal na de sanering van de voormalige asbestweg.
Deellocatie 2 – Langzaamverkeersonderdoorgang De bodem bestaat overwegend uit zand. Ter plaatse van boringen 225 (3,7 – 4,1 m -mv), 222 (5,0 – 6,0 m -mv) en 223 (3,9 – 5,5 m -mv) is een leemlaag aanwezig. Ter plaatse van de boringen in de spoorzone zijn in de bovengrond plaatselijk sporen tot zwakke bijmengingen met baksteen of ballast en sporen metselpuin aangetroffen. Buiten de spoorzone zijn plaatselijk (boringen 214, 216, 221 en 226) sporen tot zwakke bijmengingen met baksteen en/of kooldeeltjes aangetroffen. Ter plaatse van boring 214 is tussen circa 0,8 en 0,9 m -mv een asfaltlaag en van 0,9 tot 2,0 m -mv zwakke bijmengingen met ballast aangetroffen. De bijmengingen worden gerelateerd aan het langdurige gebruik als spoorzone en infrastructuur. Tijdens de werkzaamheden is geen asbest waargenomen. Voor details wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 4.
17/28
R001-1279902RDI-V02-sal-NL
Kenmerk
De veldmetingen zijn weergegeven in tabel 4.1. Tabel 4.1 Veldmetingen Peilbuis
Filterdiepte
Datum
GWS
(m -mv)
(m -mv)
pH
EC
Troebelheid
(μS/cm)
(-)
(ntu)
116
3,5-4,5
22.04.2021
3,29
6,31
390
36
117
4,6-5,6
22.04.2021
4,83
6,08
349
55
224
4,8-5,8
22.04.2021
5,25
6,03
366
40
225
5,3-6,3
22.04.2021
4,17
6,48
1.348
32
Het elektrische geleidingsvermogen van het grondwater ligt binnen de lijn der verwachting (normaliter 200 - 2.000 µS/cm). De troebelheid is verhoogd gemeten (NTU>10). Een verhoogde troebelheid kan leiden tot overschatting van organische parameters. In het voorgaand onderzoek van Royal Haskoning DHV zijn vergelijkbare NTU-waarden gemeten. Aangezien er geen noemenswaardig verhoogde (organische) parameters zijn aangetoond, wordt niet verwacht dat dit invloed heeft gehad op de eindconclusie.
4.2
Resultaten grond en grondwater
In de tabellen 4.2, 4.4 en 4.5 is een samenvatting opgenomen van de onderzoeksresultaten. Het toetsingskader is opgenomen in bijlage 5. Voor een volledig naar standaardbodem omgerekend toetsingsoverzicht wordt verwezen naar bijlage 6. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 7. Tabel 4.2 Mengmonstersamenstelling en toetsingsresultaten grond (Meng)
Deelmonster
monste
Diepte
Textuur en
(m -mv)
bijzonderheden ##
> AW
>T
>I
BBK#
Veiligheids
(indicatief)
klasse
r Deellocatie 1 - Spoorwegonderdoorgang 1_BG1 1_BG2
108-1, 118-2 110-1, 114-1,
0,05-0,6
Zand baksteen 1, betonpuin 1 baksteen 2
0-0,5
Zand
0,1-0,5
Zand baksteen 2, asfaltpuin 1,
-
-
-
AW
Geen
-
-
-
AW
Geen
-
-
-
AW
Geen
116-1, 120-1 1_BG3* 117-2
betonpuin 1
1_BG3* 112-1
0-0,5
Zand puingranulaat 3
PAK, PCB, minerale olie -
-
NT
Geen
1_BG4
0-0,5
Zand
PAK, minerale olie
-
-
IND
Geen
109-1, 113-1, 119-1
1_BG5
121-1
0,08-0,5
Zand slakken 1, betonpuin 1
PAK, minerale olie
-
-
NT
Geen
1_BG6
123-2
0,15-0,35
Zand puingranulaat 3
PAK, minerale olie
-
-
IND
Geen
1_OG1
110-2, 114-2,
0,3-1
Zand
PAK
-
-
WO
Geen
4-4,5
Zand
-
-
-
AW
Geen
116-2, 120-2 1_OG2
108-9, 110-10, 116-10, 117-10
18/28
R001-1279902RDI-V02-sal-NL
Kenmerk
(Meng)
Deelmonster
monste
Diepte
Textuur en
> AW
>T
(m -mv)
bijzonderheden ##
1,5-2
Zand
-
-
3-3,5
Zand
-
8,2-8,8
zand
>I
BBK#
Veiligheids
(indicatief)
klasse
-
AW
Geen
-
-
AW
Geen
-
-
-
AW
Geen
r 1_OG3
121-4, 122-4, 123-6
1_OG4
109-9, 112-7, 113-7
1_OG5
127-19, 128-19
Spoorzone deellocatie 1 - Spoorwegonderdoorgang 1S_BG1 101-1, 103-1,
0-0,5
zand plastic 1
Cu, Pb, PAK
-
-
IND
Geen
0-0,5
zand ballast steen 2
Pb, PAK, minerale olie
Cu
-
IND
Geen
0-0,5
zand kooldeeltjes 1, ballast steen Cu, Pb, Zn, PAK
-
-
IND
Geen
106-1 1S_BG2 102-1, 104-1, 105-1 1S_BG3 107-1
1
1S_OG1 101-2, 103-2,
0,5-1,1
Zand
Cu, PAK, minerale olie
-
-
IND
Geen
1-1,5
zand plastic 1
-
-
-
AW
Geen
102-1
0-0,5
zand ballast steen 2
Cu
-
-
IND
Geen
104-1
0-0,5
zand ballast steen 2
Cu
-
-
IND
Geen
105-1
0-0,5
zand ballast steen 2
-
-
Cu
NT
Geen
106-3, 107-2 1S_OG2 101-4, 102-3, 104-3, 105-3 Uitsplitsing 1S_BG2 102 (0,0-0,5) 104 (0,0-0,5) 105 (0,0-0,5) Deellocatie 2 – Langzaamverkeersonderdoorgang 2_BG1
219-1, 225-1,
0-0,5
Zand
PAK
-
-
AW
Geen
Cu, Hg, Pb, PAK ,
-
-
IND
Geen
230-1, 231-1 2_BG2
214-1, 226-1
0,05-0,5
Zand metaal 1, baksteen 2
2_BG3
221-1
0,05-0,5
Zand kooldeeltjes 1, baksteen 1 PAK , minerale olie
-
-
IND
Geen
2_BG4
215-1, 218-1
0,05-0,5
Zand
-
-
-
AW
Geen
2_OG1
225-10
3,7-4,1
Leem
-
-
-
AW
Geen
minerale olie
baksteen 1
2_OG2
220-5, 228-3
1-2
Zand
2_OG3
219-8, 220-8,
3-3,6
Zand
1-1,5
Zand baksteen 1
PAK
-
-
WO
Geen
-
-
-
AW
Geen
Pb, PAK
Cu
-
IND
Geen
-
-
-
AW
Geen
225-9 2_OG4
226-3
ballast 2
2_OG5
214-3
1-1,5
Zand
2_OG6
214-5, 215-5,
1,5-2,5
Zand
-
-
-
AW
Geen
218-5, 221-4 2_OG7
214-10, 215-10
4,5-5
Zand
-
-
-
AW
Geen
2_OG8
216-3
0,6-0,8
Zand kooldeeltjes 2
PAK
-
-
AW
Geen
19/28
R001-1279902RDI-V02-sal-NL
Kenmerk
(Meng)
Deelmonster
monste
Diepte
Textuur en
(m -mv)
bijzonderheden ##
> AW
>T
>I
BBK#
Veiligheids
(indicatief)
klasse
r 2_OG9
216-12, 217-10
4,5-5
Zand
-
-
-
AW
Geen
2_OG10 222-11, 223-14
5-5,5
leem
-
-
-
AW
Geen
2_OG11 222-13, 223-15
5,5-6,5
zand
-
-
-
AW
Geen
Spoorzone deellocatie 2 - Langzaamverkeersonderdoorgang 2S_BG1 201-1, 203-1,
0-0,5
Zand
Cu
-
-
AW
Geen
2S_BG2 204-1
0-0,5
Zand baksteen 2, ballast 2
Cu, Pb, Zn, PAK, PCB,
-
-
IND
Geen
2S_BG3 206-1, 207-1
0-0,5
Zand baksteen 2, metselpuin 1
Hg, Zn, PAK
Pb
-
IND
Geen
Co, Pb, PAK, minerale
Cu
-
IND
Geen
211-1, 212-1
minerale olie
2S_BG4 208-1, 209-1,
0-0,5
Zand
ballast 1
210-1
olie
2S_OG1 204-2
0,5-1
Zand baksteen 2
Zn
-
-
AW
Geen
2S_OG2 205-2, 207-2,
0,4-1
Zand
Pb
-
-
AW
Geen
206-1
0-0,5
zand baksteen 2, metselpuin 1
-
-
Pb
NT
Rood NV
207-1
0-0,5
zand baksteen 2, metselpuin 1
Pb
-
-
WO
Geen
208-1
0-0,2
zand ballast steen 1
Cu
-
-
IND
Geen
209-1
0-0,5
zand ballast steen 1
Cu
-
-
IND
Geen
210-1
0-0,5
zand ballast steen 1
-
-
Cu
NT
Geen
208-3, 209-3 Uitsplitsing 2S_BG3 206 (0,0-0,5) 207 (0,0-0,5) Uitsplitsing 2S_BG4 208 (0,0-0,2) 209 (0,0-0,5) 210 (0,0-0,5) #
Toepassing op landbodem
##
De mate van bijmenging is als volgt weergegeven; zeer licht (1), licht (2), matig (3)
-
Geen overschrijdingen van geanalyseerde parameters
AW/WO/IND/NT Bodemkwaliteitsklasse Altijd toepasbaar / Wonen / Industrie / Niet toepasbaar *
Er zijn abusievelijk twee monsters met de naam 1_BG3. Er zal enkel met de bijbehorende boornummers naar deze monsters worden gerefereerd.
De indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit is exclusief PFAS, aangezien de toetsing aan het tijdelijk handelingskader PFAS momenteel geen onderdeel uitmaakt van de Regeling bodemkwaliteit. Tabel 4.3 bevat de toetsingswaarden en daarbij behorende beperkingen uit het tijdelijk handelingskader PFAS van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (inclusief de aanpassingen van 2 juli 2020). Tabel 4.4 bevat het resultaat van de daar indicatief aan getoetste PFAS-gehalten.
20/28
Kenmerk
R001-1279902RDI-V02-sal-NL
Tabel 4.3 Beperkingen met betrekking tot PFAS voor het toepassen van grond en baggerspecie op landbodem (gehalten in µg/kg d.s.) Toepassingsbeperking
(SOM)
(SOM)
Individuele
PFOS
PFOA
overige PFAS
A
Geen beperking als gevolg van PFAS. (Hier bij wordt niet de som van
≤ 0,1
≤ 0,1
≤ 0,1
PFOS en PFOA getoetst, maar de individuele parameters: PFOAvertakt, PFOA-lineair, PFOS-vertakt en PFOS-lineair). B1
Beperking voor toepassing in grondwaterbeschermingsgebieden.
≤ 1,1
≤ 0,8
≤ 0,8
B2
Beperking voor toepassing in grondwaterbeschermingsgebieden en
≤ 1,4
≤ 1,9
≤ 1,4
≤ 3,0
≤ 7,0
≤ 3,0
> 3,0
> 7,0
> 3,0
onder oppervlaktewater (afhankelijk van toepassingssituatie) C
Beperking voor toepassing in grondwaterbeschermingsgebieden en onder de grondwaterstand. Grond die op basis van de andere parameters is beoordeeld als kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, is als gevolg van het gehalte PFAS alsnog niet toepasbaar in gebieden die ‘landbouw/natuur’ als toepassingseis hebben.
D
Niet toepasbaar.
Tabel 4.4 Indicatieve toetsingsresultaten PFAS in grond (gehalten in µg/kg d.s.), gecorrigeerd voor organisch stof, indicatief getoetst aan de normwaarden voor toepassing op landbodem volgens het tijdelijk handelingskader PFAS Mengmonster
Deelmonster
Traject
Klassebepalende
Indicatieve beperkingen ten
m -mv
parameter(s)
aanzien van PFAS (A/B1/B2/C/D)
(μg/kg ds) Deellocatie 1 - Spoorwegonderdoorgang 1_PFAS_BG1
101-1, 115-1, 116-1,
0-0,5
PFOS (3,5)
123-2 1_PFAS_BG2
103-1, 107-1, 109-1,
D *op basis van het resultaat is het monster opnieuw geanalyseerd
0-0,5
PFOS (1,0)
B1
0,5-1
PFOA (0,4)
B1
119-1 1_PFAS_OG1
111-2, 114-2, 121-2, 124-3
1_PFAS_OG2
106-3, 112-2, 113-2,
PFOS (0,4) 0,5-1
118-3
PFOA (0,5)
B1
PFOS (0,4)
Heranalyse 1_PFAS_BG1 1_PFAS_BG1her
101-1, 115-1, 116-1,
0-0,5
PFOS (2,6)
C
PFOS (0,6)
B1
123-2 Deellocatie 2 – Langzaamverkeersonderdoorgang 2_PFAS_BG1
204-1, 214-1, 221-1,
0-0,5
226-1 2_PFAS_BG2
211-1, 217-1, 229-1,
diPAP (0,5) 0-0,5
PFOA (0,3)
0,4-1
PFOA (0,2)
231-1 2_PFAS_OG1
202-2, 205-2, 207-2, 227-2
B1
PFOS (0,7) B1
PFOS (0,3)
21/28
Kenmerk
Mengmonster
R001-1279902RDI-V02-sal-NL
Deelmonster
Traject
Klassebepalende
Indicatieve beperkingen ten
m -mv
parameter(s)
aanzien van PFAS (A/B1/B2/C/D)
(μg/kg ds) 2_PFAS_OG2
210-2, 216-3, 219-2,
0,5-1
PFOA (0,4)
230-2
B1
PFOS (0,5)
Tabel 4.5 Toetsingsresultaten grondwater Peilbuis
Filterstelling
>S
>T
>I
Veiligheidsklasse
(m-mv) Pb 116
3,5-4,5
naftaleen
-
-
Geen
Pb 117
4,6-5,6
-
-
-
Geen
Pb 224
4,8-5,8
Mo
-
-
Geen
Pb 225
5,3-6,3
Ba
-
-
Geen
S: Streefwaarde, T: Tussenwaarde, I: Interventiewaarde, -: Geen overschrijdingen door de geanalyseerde parameters
Grond In zijn algemeenheid zijn overwegend geen tot licht verhoogde gehalten zware metalen, PAK, PCB en/of minerale olie aangetoond. Er is beperkte samenhang tussen de aanwezigheid van verontreinigingen en de aanwezigheid van bodemvreemde bijmengingen, wanneer een bijmenging is aangetroffen is de verontreinigingsgraad doorgaans ook hoger. De aanwezigheid van (verweerde) ballast in de bodem gaat over het algemeen samen met de aanwezigheid van verhoogde gehalten koper. Verder zijn geen directe verbanden aanwezig tussen een specifiek type bijmenging en de aanwezigheid van een bepaalde parameter. Ter plaatse van deellocatie 1 worden vaker bodemvreemde bijmengingen aangetroffen dan bij deellocatie 2. Gezien de ligging en (mate van) gebruik wijkt dit niet af van de verwachting. In één van de mengmonsters van de bovengrond uit de spoorzone van deellocatie 1 (mengmonster 1S_BG2) is een matig verhoogd gehalte koper aangetoond. Na uitsplitsing is in het deelmonster van boring 105 een sterk verhoogd gehalte koper aangetoond, in de deelmonsters van boringen 102 en 104 enkel een licht verhoogd gehalte. Het sterk verhoogde gehalte koper wordt gerelateerd aan het gebruik van de locatie als spoorweg. In mengmonsters 2S_BG3 en 2S_BG4 zijn respectievelijk een matig verhoogd gehalte lood en koper aangetoond.
Na uitsplitsing van deze mengmonsters is in de bovengrond van boring 206 een sterk verhoogd gehalte lood en in de bovengrond van boring 210 een sterk verhoogd gehalte koper aangetoond. In de overige deelmonsters is enkel een licht verhoogd gehalte aangetoond. De sterk verhoogde gehalten koper en lood worden gerelateerd aan het gebruik van de locatie als spoorweg. De aangetoonde wisselend licht tot sterk verhoogde gehalten zware metalen in de spoorzone passen in het beeld van heterogeen diffuse verontreinigingen met spoorgerelateerde stoffen.
22/28
Kenmerk
R001-1279902RDI-V02-sal-NL
Derhalve ligt het niet voor de hand dat sprake is van een omvangrijke (aaneengesloten) bodemverontreiniging. In de met sporen baksteenhoudende ondergrond van boring 226 (monster 2_OG4) is een matig verhoogd gehalte koper aangetoond. Het matig verhoogde gehalte is niet eenduidig te relateren aan de bodemvreemde bijmenging, de herkomst van de verontreiniging is niet bekend, mogelijk betreft het aangebrachte grond bij de aanleg van het stationsplein en de omliggende wegen. In zowel de boven- als ondergrond zijn PFAS aangetoond. Overwegend is sprake van een beperking voor toepassing in grondwaterbeschermingsgebieden. Uitzondering hierop is mengmonster 1_PFAS_BG1. In dit mengmonster is in eerste instantie een gehalte PFOS van 3,5 μg/kg ds aangetoond. Op basis hiervan zou de bovengrond afkomstig van de noordzijde van het spoor van deellocatie 1 niet toepasbaar zijn. Hierop is het monster geheranalyseerd (1_PFAS_BG1her), waarna een gehalte van 2,6 μg/kg ds is aangetoond. Op basis hiervan geldt er een beperking voor toepassing in grondwaterbeschermingsgebieden en onder de grondwaterstand. Grond die op basis van de andere parameters is beoordeeld als kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, is als gevolg van het gehalte PFAS alsnog niet toepasbaar in gebieden die ‘landbouw/natuur’ als toepassingseis hebben.
Grondwater In het grondwater van peilbuis 116 is een (zeer) licht verhoogde concentratie naftaleen aangetoond, in peilbuis 224 een licht verhoogde concentratie molybdeen en in peilbuis 225 een licht verhoogde concentratie barium. De herkomst van deze licht verhoogde concentraties zijn niet bekend, maar zijn wel vergelijkbaar met de resultaten uit het onderzoek van Royal Haskoning DHV. In het grondwater van de vier peilbuizen is 0,03 mg/l PFOA en PFOS aangetoond. De overige onderzochte PFAS zijn niet boven de detectiegrens gemeten.
4.3
Asbest in grond
Ter plaatse van deellocatie 1 zijn plaatselijk bodemvreemde (asbestverdachte) bijmengingen waargenomen. Er zijn in totaal negen mengmonsters samengesteld. De mengmonsters zijn samengesteld op basis van ligging, mate van bijmenging en soort bijmenging. In totaal zijn vier mengmonsters geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. Na uitvoering is gebleken dat ter plaatse van deellocatie 2 in boringen 206 en 207 sporen metselpuin zijn aangetroffen. Ter plaatse van deze boringen is een asbestgat gegraven en een mengmonster samengesteld, dit mengmonster is per abuis niet geanalyseerd. In overleg met de opdrachtgever is het monster naderhand niet alsnog geanalyseerd. Op basis van de analyseresultaten uit de op asbest verdachte deellocatie wordt aangenomen dat, indien asbest aanwezig is, dit in een laag gehalte is.
23/28
R001-1279902RDI-V02-sal-NL
Kenmerk
In tabel 4.6 zijn de gegevens weergegeven. In bijlage 10 zijn de asbestformulieren van het veldwerk weergegeven. Tabel 4.6 Overzicht resultaten asbest deellocatie 1 Mons
Deel-
Traject
terco
monsters
(m -mv)
Bodemsoort en bijmengingen
de
Totale gewogen
Toetsing
indicatief 7 gehalte
norm
asbest* (mg/kg d.s.)
BA
108, 117,
0,0-0,5
Zand
0,0-0,5
baksteen 2, betonpuin 1, asfaltpuin 1
3,4
-
Zand puingranulaat 3
0,1
-
puingranulaat 3
3,9
-
<1,0
-
118 CA
112
HA
123, 124
0,0-0,5
Zand
GA
122
0,0-0,5
Zand baksteen 1, metselpuin 1
- 0,5 * Interventiewaarde wordt niet overschreden + 0,5 * Interventiewaarde wordt overschreden Mate van bijmenging 1/2/3: sporen/zwak/matig
In grondmonsters BA, CA en HA is analytisch asbest aangetoond, met een gehalte van ten hoogste 3,9 mg/kg ds. In monster GA is geen asbest aangetoond. Op basis van de gemeten asbestgehalten is geen nader asbestonderzoek noodzakelijk.
7
Bij een verkennend onderzoek conform NEN 5707 heeft de waarde van het analyseresultaat een indicatieve status
24/28
R001-1279902RDI-V02-sal-NL
Kenmerk
4.4
Toetsing CROW 400
De veiligheidsklassen in dit rapport zijn gebaseerd op de CROW 400, tweede gewijzigde druk, 20 december 2017. De veiligheidsklassen zijn gebaseerd op de SRC-waarden zoals deze van kracht waren op 19 april 2021. Op basis van Module 3 van de CROW400 en de vigerende SRCarbo-waarden voor niet-vluchtige stoffen en Tussen- en Interventiewaarden uit de Circulaire Bodemsanering voor vluchtige stoffen is de veiligheidsklasse afgeleid. In navolgende tabel is een samenvatting van deze toetsing opgenomen. Voor meer details wordt verwezen naar bijlage 6. Tabel 4.5 Samenvatting van de veiligheidsklassen Veiligheidsklasse
Grond
Maatgevende
Grondwater
stof(fen) grond
Maatgevende stof(fen) grondwater
Niet vluchtige stoffen
Rood (boring 206)
Lood
-
-
Vluchtige stoffen
Geen
-
-
-
Volledige veiligheidsklasse
Plaatselijk Rood
-
Geen
-
NV, overwegend
(Basishygiëne)
geen klasse (Basishygiëne)
Het aangetoonde gehalte lood in de bovengrond van boring 206 leidt tot veiligheidsklasse Rood Niet Vluchtig. Dit is het enige (meng)monster waarvoor een veiligheidsklasse geldt. Gezien de ligging in de spoorzone voldoet dit aan de verwachting dat heterogeen sterk verhoogde gehalten zware metalen aanwezig kunnen zijn. Echter, gemiddeld genomen liggen de aangetoonde gehalten veel lager, en wordt overwegend geen specifieke veiligheidsklasse (basishygiëne) toegewezen. Indien er lokaal handmatig gegraven gaat worden, dan is het voor de bovengrond/toplaag in de spoorzone aan te bevelen om onder klasse 'Rood niet vluchtig’ te werken. Uiteindelijk dient de veiligheidsklasse voorafgaand aan de werkzaamheden vastgesteld te worden door een veiligheidskundige.
25/28
R001-1279902RDI-V02-sal-NL
Kenmerk
5 Conclusies en aanbevelingen 5.1
Conclusies
Met voorliggend onderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit ter plaatse van spoorzone Nunspeet vastgelegd. Op basis van de gegevens is aanvullend onderzoek nodig. Er zijn plaatselijk matig of sterk verhoogde gehalten zware metalen aangetoond. Deze grondlagen dienen horizontaal en/of verticaal afgeperkt te worden. In tabel 5.1 is een samenvatting van de onderzoeksresultaten weergegeven, waarbij per onderzoeksgebied de spoorzone alsmede de delen ten noorden en zuiden van het spoor worden onderscheiden. Opbouw en kwaliteit van de bodem De bodem bestaat overwegend uit zand, plaatselijk is een leemlaag aanwezig in de diepere ondergrond. Verspreid over de twee deellocaties zijn (plaatselijk) diverse bijmengingen aangetroffen. De bodem bevat sporen tot zwakke bijmengingen baksteen, ballast (spoorzone), kooldeeltjes, betonpuin en metselpuin. Plaatselijk is de bodem matig puingranulaathoudend en in een enkel geval zijn sporen asfaltpuin aangetroffen. Tabel 5.1 samenvatting onderzoeksresultaten per deellocatie, verdeeld in spoorzone, noord en zuid Deellocatie Maximale verontreinigingsgraad (componenten) (Indicatieve) Bovengrond Ondergrond Grondwater Asbest gebruiksklasse Deellocatie 1 Spoorzone Deellocatie 1 Noord Deellocatie 1 Zuid Deellocatie 2 Spoorzone
Sterk (Cu) Licht * (m.o.) Licht (PAK, PCB, m.o.) Sterk (Cu, Pb)
Licht (Cu, PAK, m.o.) Licht (PAK) Niet
-
-
Licht (naftaleen) Niet
Licht (Zn, Pb)
-
Ten hoogste 3,9 mg/kg ds Ten hoogste 3,4 mg/kg ds -
Deellocatie 2 Noord
Licht (Cu, Hg, Pb, PAK, m.o.) Licht (PAK)
Matig (Cu)
Licht (Mo)
-
AW/IND
Basishygiëne, plaatselijk Rood NV Basishygiëne
Licht (PAK)
Licht (Ba)
-
AW/WO
Basishygiëne
Deellocatie 2 Zuid
Overwegend IND, plaatselijk NT Overwegend AW/WO, plaatselijk IND/NT Overwegend AW, plaatselijk IND/NT Overwegend AW/IND, plaatselijk NT
(Voorlopige) veiligheids klasse Basishygiëne Basishygiëne Basishygiëne
-
Niet apart onderzocht binnen deellocatie
AW/WO/IND/NT
Altijd toepasbaar/Wonen/Industrie/Niet toepasbaar
m.o.
Minerale olie
*
Beperking voor toepassing in grondwaterbeschermingsgebieden en onder de grondwaterstand op basis van gehalte PFAS. Grond die op basis van de andere parameters is beoordeeld als kwaliteitsklasse ‘landbouw/natuur’, is als gevolg van het gehalte PFAS alsnog niet toepasbaar in gebieden die ‘landbouw/natuur’ als toepassingseis hebben.
Op basis van de aangetoonde verontreiniging en de ligging kan geen direct verband worden gelegd tussen lokale (historische) verontreinigingsbronnen en de aangetoonde verontreinigingen. De sterk verhoogd aangetoonde gehalten zware metalen worden gerelateerd aan het langdurige gebruik als spoorzone. De herkomst van het in deellocatie 2 aangetoonde matig verhoogde gehalte koper (traject 1,0 – 1,5 m -mv) ter plaatse van de middenberm tussen het Stationsplein en
26/28
Kenmerk
R001-1279902RDI-V02-sal-NL
het station is niet bekend. Mogelijk vindt deze verontreiniging zijn herkomst in aangebrachte grond ten tijde van de aanleg van het stationsplein en de omliggende wegen. Vergelijking bodemkwaliteitskaart De aangetoonde gehalten van de diverse parameters voldoen (met uitzondering van de aangetoonde matig en sterk verhoogde gehalten) overwegend aan de verwachtingswaarden van zone ‘Wonen Centrum’ (noordzijde spoor) en zone ‘Natuur, Bos en Heide’ van de Bodemkwaliteitskaart. De uitzonderingen hierop zijn (meng)monsters 1_BG5, 1_BG6, 2_BG1 en 2_OG2, op basis van het gehalte PAK (vergeleken met P95-waarde). In bijlage 11 zijn de kentallen van de bodemkwaliteitskaart van Nunspeet opgenomen.
5.2
Aanbevelingen
Afperkend onderzoek Op basis van de analyseresultaten kan voor de grond waar matig of sterk verhoogde gehalten koper of lood zijn aangetoond (boringen 105, 206, 210 en 226) niet met zekerheid worden gesteld of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Echter, de aangetoonde sterke gehalten zware metalen in de spoorzone zijn vaak diffuus heterogeen aanwezig, het betreft veelal lokale spots. Voor alle matig tot sterke verontreinigingen die samenhangen met brongebonden (historische) activiteiten, deels gesaneerde verontreinigingen, of doorlopende zintuiglijke verontreinigingen, adviseren we om nader bodemonderzoek uit te laten voeren in de realisatiefase. Op basis van de ligging van de aangetoonde verontreinigingen is het merendeel waarschijnlijk veroorzaakt door het langdurige spoorgebruik en daarom heterogeen diffuus van aard. Veiligheidsklasse Voor de locatie is de conclusie dat overwegend gewerkt kan worden onder ‘Basishygiëne’. Bij werkzaamheden ter plaatse van de spoorzone dient rekening gehouden te worden met de aanwezigheid van spoorgerelateerde verontreinigingen (zware metalen) welke diffuus heterogeen van aard zijn. Plaatselijk is in de spoorzone sprake van veiligheidsklasse ‘Rood niet vluchtig’ vanwege het sterk verhoogde gehalte lood. Eventueel vrijkomende grond dient gekeurd te worden voordat deze kan worden hergebruikt.
Impact onderzoek op scope, kosten en planning Op basis van de aanwezigheid van matig tot sterk verhoogde gehalten zware metalen dient rekening gehouden te worden met het uitvoeren van werkzaamheden onder BUS-melding. Er mag niet zondermeer in sterk verontreinigde grond worden gegraven of gewerkt, hiervoor dient een melding te worden ingediend bij het bevoegd gezag. Hierbij dient rekening gehouden te worden met een termijn van circa zeven weken (5 weken proceduretermijn + 2 weken ondertekening ProRail). Daarnaast zal tijdens de uitvoering rekening gehouden moeten worden met meerdere vrijkomende grondstromen van verschillende bodemkwaliteit.
27/28
Kenmerk
R001-1279902RDI-V02-sal-NL
De saneringswerkzaamheden/grondwerkzaamheden moeten door een BRL 7000 gecertificeerde aannemer uitgevoerd worden.
28/28
Kenmerk
Bijlage 1
R001-1279902RDI-V02-sal-NL
Regionale ligging onderzoekslocatie
Kenmerk
R001-1279902RDI-V02-sal-NL
Kenmerk
Bijlage 2
R001-1279902RDI-V02-sal-NL
Kaart situering monsternemingspunten
123 !
)
122 !
)
124 !
)
227 !
221
116 121 !
226
)
!
224
!
218 !
115 !
)
110 !
)
!
!
! )
!
111 !
)
104 ! 105
101 !
) ! ) 107 ! ) !
) !
!
102 !
)
214
207 ! B !
)
206
201
212 !
!
213 !
202
204
127 k
103
!
215
)
)
2240
205
120 !
114 !
2140 222
B 2130
!
211
203
B
!
208
210 !
209 217
!
!
!
223 k
216 !
219 !
225
228
220 !
!
229
106
231
!
!
230 !
108 !
)
117
Locatiecontour
k ! )
Overig Asbestgat / Boring
!
Boring
B
Boring gestaakt Peilbuis
112 !
)
128 k 113 !
0
)
109 !
20
Opdrachtgever
Schaal
Status
ProRail
)
118 !
)
119 !
)
1:1000
Project
Formaat
ProRail, AO Elspeterweg Nunspeet Titel
A4 Datum 07-05-2021
Spoorzone Nunspeet
´
40 m
Get.
TEGSIS
Gec.
rdi
Definitief Projectnummer
1280748 Tekeningnummer
1 Postbus 133 7400 AC Deventer Telefoon (0570) 69 99 11 Fax (0570) 69 96 66
Esri Nederland, Community Map Contributors
Kenmerk
Bijlage 3
R001-1279902RDI-V02-sal-NL
Veiligheid en kwaliteit
Het keurmerk ‘kwaliteitswaarborg Bodembeheer’ geeft aan dat de activiteiten in het kader bodembeheer, waaronder veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek goed en betrouwbaar volgens door de overheid opgestelde protocollen en programma’s zijn uitgevoerd. TAUW bv is erkend voor het uitvoeren van veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek conform de protocollen 2001, 2002, 2003 en 2018. TAUW bv verklaart dat het veldwerk onafhankelijk van de opdrachtgever is uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000. Bij interne opdrachtverlening is gebruik gemaakt van interne functiescheiding onder de voorwaarden die het Besluit bodemkwaliteit hieraan stelt.
De werkzaamheden uitgevoerd conform BRL SIKB 2000: Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek: • •
Protocol 2001: Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen Protocol 2002: Het nemen van grondwatermonsters
•
Protocol 2018: Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem
De maaiveldinspectie voor het asbestonderzoek is niet volgens protocol 2018 uitgevoerd vanwege de aanwezige verharding en begroeiing. Het beeldmerk is derhalve niet van toepassing op dit aspect van het onderzoek. Het mechanisch boorwerk (verrichten boringen 127, 128, 222 en 223) is uitgevoerd door een extern boorbedrijf volgens BRL SIKB 2100. Certificaathouder extern boorbedrijf: Sialtech. Certificaatnummer extern boorbedrijf: MEB-001/8. TAUW verklaart hierbij dat het een onafhankelijke positie heeft (en kan behouden) ten opzichte van de opdrachtgever. Dat wil zeggen dat er geen organisatorische relatie bestaat met de opdrachtgever (zuster- of moederbedrijf) of diens eigenaar. De monstername voor PFAS is uitgevoerd conform de Handreiking[1] van VKB, VVMA en Expertisecentrum PFAS 8. De analyses zijn uitgevoerd bij een geaccrediteerd milieulaboratorium. De aanwezigheid en ligging van kabels en leidingen is bepaald door het doen van een Klic-melding.
8
Handreiking PFAS bemonsteren Versie 1.0, VKB, VVMA & Expertisecentrum PFAS, d.d. 25 juni 2020
Kenmerk
Bijlage 4
R001-1279902RDI-V02-sal-NL
Boorprofielen
Kenmerk
R001-1279902RDI-V02-sal-NL
Bijlage 5
Toetsingskader
B5.1 Toetsingskader circulaire bodemsanering 2013 De analyseresultaten zijn getoetst aan de volgende, in landelijk beleid opgenomen, toetsingswaarden (normen): • •
De Streefwaarden (voor grondwater) en/of Interventiewaarden (voor grond en grondwater) uit de Circulaire Bodemsanering 9 De Achtergrondwaarden (voor grond) uit bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit 10
Daarnaast is voor grond en grondwater ook getoetst aan de Tussenwaarden. Deze waarde is niet opgenomen in de Circulaire Bodemsanering en/of Regeling Bodemkwaliteit maar wel in de Regeling Uniforme Saneringen (RUS). De Tussenwaarde is gedefinieerd als T = ½(AW + I) voor grond en T = ½(S + I) voor grondwater. In tabel B5.1 is vermeld op welke wijze de toetsingsresultaten zijn weergegeven in toetsingstabellen en tekstueel aangeduid in de rapportage. Tabel B5.1 Overzicht toetsingskader Concentratieniveau voor een stof