CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 9. Bijlage Toelichting en Regels best. plan Stationsgebied Nunspeet

Raadsvergadering 30 juni 2022, gemeente NunspeetBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan "Stationsgebied Nunspeet" (hamerstuk).15.155 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen getroffen moeten worden. De wet geeft de mogelijkheid aan provincies om voor een bepaald aantal soorten via een verordening een algemene vrijstelling op bepaalde verbodsbepalingen te geven. Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menige soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is. Planspecifiek In het kader van het voorgenomen initiatief is gekeken naar de consequenties van de herontwikkeling van het stationsgebied voor de Wet natuurbescherming (Wnb). Hiertoe is onder andere een voortoets stikstofdepositie en passende beoordeling uitgevoerd. De conclusies zijn hierna weergegeven. Gebiedsbescherming Op navolgende afbeelding is de ligging van het plangebied te zien ten opzichte van de Natura 2000 gebieden in de omgeving.

28

Stationsgebied Nunspeet

Natura 2000 gebied Veluwe

De meest zuidelijke punt van het plangebied valt binnen het Natura 2000 gebied Veluwe. Op deze plek in het plangebied zijn geen grootschalige werkzaamheden voorzien. Uit het ecologisch onderzoek blijkt dat de instandhoudingsdoelstellingen van Natura2000-gebied Veluwe niet worden aangetast. Daarnaast zijn effecten op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) uitgesloten. In de Groene Ontwikkelingszone (GO) zijn op twee plaatsen werkzaamheden voorzien die leiden tot verlies van groen areaal, wat kan leiden tot aantasting van de kernkwaliteit “onderdeel van Nationaal Landschap Veluwe”. Het behouden, verplanten of herplanten is noodzakelijk om ten minste dezelfde hoeveelheid groen te behouden in de directe omgeving. Hieraan kan worden voldaan in de directe omgeving van het plangebied. Het plan kan in overeenstemming met het Natura 2000 gebiedsbeschermingsrecht en de provinciale regels met betrekking tot het Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone worden vastgesteld. Voorstoets en passende beoordeling In de voortoets, zie bijlage 13, is vastgesteld dat de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied Veluwe niet worden aangetast als gevolg van optische verstoring, verstoring door geluid, verstoring door licht, verstoring of trillingen. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling zijn er namelijk niet.

Effecten als gevolg van stikstofdepositie zijn gezien de permanente toename van stikstof niet uitgesloten. Hierom is een passende beoordeling opgesteld. Hieruit blijkt dat significante gevolgen vanwege stikstofdepositie kunnen worden uitgesloten na toepassing van externe saldering. Hierdoor is het voornemen vergunningplichtig ingevolge de Wet natuurbescherming. Uit de passende beoordeling volgt dat vanwege stikstof de natuurlijke kenmerken niet worden aangetast. Voor wat betreft de overige storingsfactoren is er geen sprake van (significante) gevolgen, gelet op de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied Veluwe. Geconcludeerd wordt dat voorliggend bestemmingsplan in overeenstemming met artikel 2.7 lid 1 en 2.8 lid 1 en lid 3 Wnb kan worden vastgesteld. Ook kan de natuurvergunning in overeenstemming met artikel 2.7 lid 2, lid 3 en artikel 2.8 lid 1 en lid 3 Wnb worden verleend.

Stationsgebied Nunspeet

29

Soortenbescherming In het kader van voorliggende ontwikkeling is een natuurtoets uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is opgenomen in bijlage 12. Uit de natuurtoets is gebleken dat een negatief effect op verschillende beschermde soorten niet op voorhand is uit te sluiten. Om te bepalen of en in welke mate er beschermde soorten voorkomen is een aanvullend onderzoek uitgevoerd, zie bijlage 14. Geconcludeerd wordt dat het initiatief geen negatieve effecten heeft ten aanzien van beschermde soorten, na uitvoering van mitigerende maatregelen opgenomen in de rapportage. De uitvoerbaarheid van het initiatief voor wat betreft het aspect ecologie is gezien bovenstaande aangetoond.

4.4

Verkeer

Nunspeet kent een hoofdwegenstructuur bestaande uit de Elspeterweg, Eperweg, Harderwijkerweg en Elburgerweg. Daartussen en -buiten liggen de woongebieden en bedrijventerreinen. Hoofdwegen vormen gezamenlijk de voorkeursroutes voor de afwikkeling van het autoverkeer op lokaal en regionaal niveau. De vormgeving van de hoofdwegen wordt mede bepaald door de hoeveelheid verkeer dat over deze wegen wordt afgewikkeld. Voor Nunspeet is de verwachting dat de verkeersgroei relatief beperkt blijft. Er zal sprake zijn van enige mobiliteitsgroei (meer verplaatsingen per auto per persoon) en matige groei door ontwikkelingen (uitbreidingen woon- en werkgebieden), vooral in het noordoosten van Nunspeet. Met een ongelijkvloerse spoorkruising in de Elspeterweg, een tunnel voor fiets- en voetgangers onder het station en een nieuwe stations entree, maakt Nunspeet een grote kwaliteitssprong in de bereikbaarheid. Voor fietsers komen ruime vrijliggende fietspaden die als een netwerk aansluiten op de nieuwe onderdoorgang en nieuwe stations entree. Ook autoverkeer op de Elspeterweg kruist na realisatie van een tunnelbak het spoor ongelijkvloers; er hoeft daardoor niet meer gewacht te worden voor dichte spoorbomen. Het verkeer kan vlotter Nunspeet in- en uitrijden. De Elspeterweg met onderdoorgang krijgt een vormgeving passend bij de wegenstructuur van Nunspeet.

Een rijbaan met twee rijstroken (een per richting) is voldoende voor het huidige verkeersaanbod en is inpasbaar in de beschikbare ruimte. Door het opheffen van de gelijkvloerse spoorkruising wordt de Elspeterweg wellicht iets aantrekkelijker dan de Eperweg, met een gelijkvloerse spoorkruising. De verwachting is dat dit tot beperkt meer verkeer over de Elspeterweg zal leiden. De verkeersafwikkeling wordt namelijk grotendeels bepaald door de nieuwe rotonde Nijverheidsweg-Industrieweg, waarop de Elspeterweg zal aansluiten. Deze rotonde wordt enkelstrooks, ruimtelijk zoveel mogelijk passend bij en schaal van de huidige wegen en de gewenste kwaliteit van dit entreegebied van Nunspeet. De rotonde is daarmee een soort doseerpunt dat verkeer toelaat op de aansluitende wegen. De nu voorgestane ingrepen kunnen de verwachtte verkeersomvang aan. Daarmee is de opvangcapaciteit van dit gebied bereikt. Een verdere uitbouw van infrastructuur in dit gebied is onwenselijk en vraagt opnieuw om ingrijpende aanpassingen en gaat ten koste van de kwaliteit, leefbaarheid en bereikbaarheid van het gebied.

Een ruimer profiel voor de Elspeterweg, met twee rijstroken per richting en een ruimere rotonde of kruising met verkeerslichten, biedt weliswaar ook voor de verre toekomst voldoende capaciteit om verkeer te verwerken, maar vergt een veel groter ruimtebeslag en is een enorme aantasting van de kwaliteit van de openbare en landschappelijke ruimte van Nunspeet. Een dergelijke inrichting vraagt ook om verbreding van de aansluitende wegen Industrieweg en Nijverheidsweg. Een ruimer profiel van de Elspeterweg past niet in de maat en schaal van Nunspeet; het staat niet in verhouding tot de gewenste ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid van het gebied. Het past ook niet bij de wensen en ideeën voor het verbeteren van de uitstraling en het verblijfsklimaat bij de entree van Nunspeet en van het Stationsplein en omgeving.

30

Stationsgebied Nunspeet

Eerder al is de beleidskeuze vastgesteld om vast te houden aan de bestaande verkeershoeveel-heden in het stationsgebied met een beperkte groei. Op de langere termijn en/of bij verdere verkeersgroei is op gemeentelijk niveau de uitdaging hoe de verschillende verkeersmodaliteiten fiets, openbaar vervoer en auto het best gefaciliteerd kunnen worden. Inzet is om de omvang van het verkeer in dit gebied niet verder te laten groeien en de ontsluiting via Elspeterweg niet verder te bevorderen. Daarbij hoort de acceptatie van een beheersbare verkeersdruk op en rondom de nieuwe rotonde op piekmomenten (ochtend- en avondspits). Tegelijkertijd kan worden ingezet op het bevorderen van de verkeersontsluiting via de Eperweg. Bij een verdere verkeerstoename op (langere) termijn die niet meer kan worden opgelost in het stationsgebied, zal sprake zijn van een schaalsprong waarbij het zoeken naar oplossingen op een hoger structuurniveau moet plaatsvinden om Nunspeet leefbaar en bereikbaar te houden. Bovenstaande wordt ondersteund door het nieuwe statische verkeersmodel en het daarop gestoelde dynamische verkeersmodel voor de stationsomgeving (zie bijlage 15 en 16) waarop de ontwerpers zich hebben gericht bij het maken van de plannen. Het beoogde ontwerp is, tot slot, ook verkeerskundig getoetst. Het verslag daarvan is te vinden in bijlage 17. Uit deze toetsing volgt dat het ontwerp goed is.

Er zijn nog wel enkele vragen maar deze raken meer aan (reguliere) uitvoering van verkeersbesluiten dan dat ze van wezenlijke invloed zijn op de ruimtelijke gevolgen die nu ter toetsing voor liggen. Parkeren De herinrichting van het stationsgebied en de reconstructie van de Elspeterweg en de kruising met het spoor brengen ruimtelijke wijzigingen met zich mee. Dit geldt ook voor de parkeerbehoeftes en hoe hierin kan worden voorzien. In 2019 is parkeeronderzoek verricht; zie bijlage 18. Hierin is gekeken naar parkeerbehoeftes en -capaciteiten, in de huidige en toekomstige situatie, op weekdagen, in weekenden en op piekmomenten. Dit zowel gebaseerd op wat volgens het bestemmingsplan nodig is als op het waargenomen gebruik, zoals geteld gedurende enkele dagen in de voorjaarsperiode en in juli in 2019. Het onderzoek is in november 2021 geactualiseerd; zie bijlage 17 (hoofdstuk 3). Hieruit blijkt dat parkeerbehoeftes en -capaciteiten goed op elkaar kunnen worden afgestemd. De voorgenomen ontwikkeling is uitvoerbaar ten aan zien van het aspect verkeer en parkeren.

4.5

Cultuurhistorie en archeologie

In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken.

Stationsgebied Nunspeet

31

Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden. Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor de bescherming van archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Planspecifiek Cultuurhistorie Op de Erfgoedatlas van de gemeente Nunspeet staan enkele onderdelen van het plangebied aangemerkt als cultuurhistorisch waardevol. De nieuwe onderdoorgang voor langzaamverkeer komt op dezelfde plek waar in 1832 ook een weg heeft gelopen en wordt met voorliggend initiatief opnieuw gerealiseerd. De Nijverheidsweg ten noorden van het spoor was in 1832 al aanwezig en wordt met voorliggend initiatief enkele meters verschoven.

De verschuiving is zodanig beperkt dat de cultuurhistorische waarde niet wordt aangetast. Vanuit cultuurhistorie heeft dit plan geen negatieve effecten. Archeologie De archeologische verwachtingenkaart van de gemeente Nunspeet (2010) – zie onderstaande uitsnede – geeft een lage verwachting weer voor het gebied rond de planlocatie. De planlocatie ligt in een archeolandschappelijke zone die wordt omschreven als laaggelegen vlakte van smeltwaterafzettingen afgedekt door stuifzandvlakte met geïsoleerde stuifzandduintjes. Deze zone krijgt een lage archeologische verwachting toebedeeld.

Uitsnede archeologische verwachtingskaart Nunspeet (2010)

32

Stationsgebied Nunspeet

Door de regioarcheoloog is beoordeeld of er nog archeologische waarden te verwachten zijn. De conclusie, zie voor de volledige onderbouwing daarbij bijlage 19, is dat de kans op het aantreffen van intacte archeologische waarden nihil is wat reden is geen vervolgonderzoek hiertoe in te stellen. Conclusie De aanleg van het spoor en de N310 heeft een negatieve invloed gehad op het oorspronkelijke maaiveld. Voor de bouw van woningen en bedrijven en de aanleg van verharding geldt hetzelfde. Er zijn in en om het plangebied geen archeologische waarnemingen bekend. Ongeroerde archeologische waarden worden binnen het plangebied niet meer verwacht. Het onderhavige project zal daarom geen archeologische waarden verstoren.

4.6

Explosieven

Tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben binnen de gemeente Nunspeet diverse gevechtshandelingen plaatsgevonden waardoor hoeveelheden Conventionele Explosieven in de bodem kunnen zijn achtergebleven. Door de geplande werkzaamheden kunnen deze mogelijk ter plaatse aanwezige explosieven een reëel gevaar opleveren voor betrokken medewerkers en de (directe) omgeving. Bij ontwikkelingen die gepaard gaan met bodemingrepen moet dus worden nagegaan of explosieven aanwezig zijn. Planspecifiek Gelet op de ligging van het plangebied en de militaire activiteiten die in WO II in deze omgeving hebben plaatsgevonden is onderzoek uitgevoerd inzake Niet Gesprongen Explosieven (NGE). De rapportage is te vinden in bijlage 20. De conclusie op basis van deze rapportage is dat grote delen van de locatie verdacht zijn op het voorkomen van NGE. Voor de uitvoerbaarheid van dit project heeft dit op zich geen gevolgen Het betekent alleen dat bij het aanbesteden / aanvangen van werkzaamheden volgens bepaalde protocollen gewerkt moet worden.

4.7

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:  het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is;  het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is;  het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek Het ministerie van I & W heeft de spoorwegovergang Elspeterweg opgenomen in het Landelijke Programma Veiligheid Overwegen (LVO) in de 5e tranche van het LVO.

Met inachtneming van de LVO-systematiek kwam het ministerie tot een intakebeslissing met de volgende inhoud:  indien de gemeente besluit tot het realiseren van een onderdoorgang, draagt het ministerie maximaal € 8,4 miljoen bij, een en ander vast te leggen in een bestuursovereenkomst;  voorwaarde is dat de gemeente [na verlenging] uiterlijk 1 juli 2020 besluit tot realiseren van de onderdoorgang;  het ministerie verzoekt de gemeente zelf opdrachtgever te zijn voor zowel de planstudie naar een

Stationsgebied Nunspeet

33

onderdoorgang als ook voor het t.z.t. realiseren van een onderdoorgang. In het verlengde van deze intakebeslissing heeft de provincie Gelderland op 4 juli 2018 besloten, in aanvulling op de LVO-bijdrage en onder dezelfde condities als het ministerie, een bedrag van € 2,6 miljoen voor de oplossing van de spoorproblematiek ter beschikking te stellen in de Voorjaarsnota 2018. Over de financiële onderbouwing van het plan is besloten door de gemeenteraad in zijn vergadering van 28 mei 2020. In deze vergadering is besloten over te gaan tot realisatie van het project verbetering stationsomgeving en heeft de raad via een begrotingswijziging het voor het totale project benodigde krediet aangevuld en beschikbaar gesteld om te komen tot de aanleg van twee gescheiden onderdoorgangen en het inrichten van het stationsgebied, waarbij de overweg aan de Elspeterweg in zijn geheel wordt opgeheven. Hiermee werd voldaan aan de genoemde voorwaarden. De plannen zijn ten behoeve van dit besluit doorgerekend volgens de Standaard Systematiek Kostenramingen (SSK). In deze raming wordt ook voorzien in reserveringen voor mogelijk onvoorziene kosten c.q. optredende risico's. Op basis van dit besluit is de bestuursovereenkomst met het Rijk uitgewerkt en op 23 augustus 2021 ondertekend. Daarmee werd ook de toekenning door de provincie zeker gesteld.

Op basis van het bovenstaande en de gereserveerde budgetten in de gemeentelijke begroting is het project uitvoerbaar.

34

Stationsgebied Nunspeet

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).

Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken.  Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten;  Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik.  Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden.  Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.

5.2

Wijze van bestemmen

Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen:  Verkeer, ten behoeve van de reconstructie van de weg, spoor en het omliggende stationsgebied. Binnen de bestemming zijn tevens een toeristisch informatiepunt, een stationsgebouw, parkeervoorzieningen als ook groenvoorzieningen toegestaan. Het stationsgebouw heeft daarbij een brede gebruiksregeling gekregen zodat deze zich steeds kan blijven doorontwikkelen tot dat wat de reizigers nodig hebben. Feitelijk zijn alle denkbare functies er mogelijk zoals de verkoop van etenswaren, dranken en goederen als ook dienstverlenende functies en kantoren. Zie ook de brede omschrijving in begrip 1.25 welke onderdeel is van artikel 3. Van belang bij het gebruik van dit stationsgebouw is dat het is gericht op de reizigers, wat volgt uit het gegeven dat het gebruik valt onder de bestemming 'Verkeer'. Een zelfstandige winkel- of restaurantfunctie is daarmee bijvoorbeeld niet mogelijk. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.

Stationsgebied Nunspeet

35

Hoofdstuk 6 6.1

Procedure

Algemeen

Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.

Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

6.2

Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro

De vooroverlegpartners provincie Gelderland, waterschap Vallei en Veluwe, ProRail en NS zijn intensief betrokken bij voorliggend initiatief en de ontwikkeling van voorliggend plan ondersteunen ze.

6.3

Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro

Voor het plan wordt geen formele inzageprocedure gehouden. De omwonenden zijn uitvoerig geïnformeerd en de voorgenomen ontwikkeling wordt als bekend beschouwd. Het plan gaat direct als ontwerp ter inzage.

6.4

Verslag zienswijzen

In deze paragraaf, of in een separate bijlage, worden te zijner tijd de zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan en de gemeentelijke reactie hierop opgenomen.

36

Stationsgebied Nunspeet

Bijlagen bij de toelichting

Stationsgebied Nunspeet

37

38

Stationsgebied Nunspeet

Bijlage 1

Ontwerptekening

Stationsgebied Nunspeet

39

40

Stationsgebied Nunspeet

Bijlage 2

Toelichting op het ontwerp

Stationsgebied Nunspeet

41

42

Stationsgebied Nunspeet

Bijlage 3

Ambities duurzaamheid

Stationsgebied Nunspeet

43

44

Stationsgebied Nunspeet

Bijlage 4

Milieuhygiënisch bodem- en verhardingsonderzoek Nunspeet

Stationsgebied Nunspeet

45

46

Stationsgebied Nunspeet

Bijlage 5

Verkennend bodem- en asbestonderzoek spoorzone

Stationsgebied Nunspeet

47

48

Stationsgebied Nunspeet

Bijlage 6

Onderzoek luchtkwaliteit

Stationsgebied Nunspeet

49

50

Stationsgebied Nunspeet

Bijlage 7

Akoestisch onderzoek

Stationsgebied Nunspeet

51

52

Stationsgebied Nunspeet

Bijlage 8

Onderzoek trillingen

Stationsgebied Nunspeet

53

54

Stationsgebied Nunspeet

Bijlage 9

Onderzoek externe veiligheid

Stationsgebied Nunspeet

55

56

Stationsgebied Nunspeet

Bijlage 10

m.e.r.-beoordeling stationsgebied Nunspeet

Stationsgebied Nunspeet

57

58

Stationsgebied Nunspeet

Bijlage 11

Geohydrologisch onderzoek

Stationsgebied Nunspeet

59

60

Stationsgebied Nunspeet

Bijlage 12

Natuurtoets

Stationsgebied Nunspeet

61

62

Stationsgebied Nunspeet

Bijlage 13

Voortoets en passende beoordeling

Stationsgebied Nunspeet

63

64

Stationsgebied Nunspeet

Bijlage 14

Nader onderzoek soorten

Stationsgebied Nunspeet

65

66

Stationsgebied Nunspeet

Bijlage 15

Verkeersmodel

Stationsgebied Nunspeet

67

68

Stationsgebied Nunspeet

Bijlage 16

Modellenstudie Stationsomgeving

Stationsgebied Nunspeet

69

70

Stationsgebied Nunspeet

Bijlage 17

Verkeerskundig onderzoek

Stationsgebied Nunspeet

71

72

Stationsgebied Nunspeet

Bijlage 18

Memo Parkeren Veluwetransferium Nunspeet

Stationsgebied Nunspeet

73

74

Stationsgebied Nunspeet

Bijlage 19

Archeologische onderbouwing

Stationsgebied Nunspeet

75

76

Stationsgebied Nunspeet

Bijlage 20

Onderzoek Niet Gesprongen Explosieven

Stationsgebied Nunspeet

77

78

Stationsgebied Nunspeet

Regels

Stationsgebied Nunspeet

79

80

Stationsgebied Nunspeet

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels Begrippen

1.1 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij horende bijlagen; 1.2 plan: het bestemmingsplan Stationsgebied Nunspeet met identificatienummer NL.IMRO.0302.BP01197-vg01 van de gemeente Nunspeet; 1.3 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5 ander bouwwerk: een bouwwerk, geen gebouw of een bijbehorend bouwwerk zijnde; 1.6 ander werk: een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheid; 1.7 antenne-installatie: installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie; 1.8 antennedrager: antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne; 1.9 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.10 bestaande: bestaand en legaal aanwezig op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan; 1.11 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.12 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.13 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich

op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.14 bodemingreep: grondwerkzaamheden, waartoe onder meer worden gerekend: a. het afgraven van grond waaronder ook wordt begrepen het verwijderen van bestaande funderingen en het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; b. woelen, mengen, diepploegen, ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden, c. het verlagen van het waterpeil; d. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; e. het uitvoeren van hei- en / of boorwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; f. het aanleggen van bos of boomgaard, of het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; g. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen;

Stationsgebied Nunspeet

81

h.

het aanleggen van nieuwe en / of het vervangen en / of uitbreiden van bestaande (ondergrondse) transport-, energie-, riool- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; 1.15 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk; 1.16 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.17 bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.18 evenement: een verplaatsbare, voor het publiek toegankelijke, georganiseerde gebeurtenis, (openlucht-)manifestatie, (thema-)dag of week; 1.19 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.20 gebruiken: het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven; 1.21 landschappelijke waarde: de aan een gebied toegekende waarde, in verband met de waarneembare verschijningsvorm van dat gebied; 1.22 normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden: werkzaamheden die regelmatig noodzakelijk zijn voor een goed beheer van de gronden, waaronder begrepen de handhaving dan wel de realisering van de bestemming; 1.23 nutsvoorzieningen: voorzieningen ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en

apparatuur voor telecommunicatie; 1.24 ondergeschikte bouwdelen: hieronder wordt verstaan plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken. (Schotel)antennes voor zover gelegen aan het voorerf vallen hier niet onder; 1.25 ondergeschikte voorzieningen verkoop en / of gebruik ter plaatse van dranken en / of etenswaren, verkoop van goederen, dienstverlenende functies als ook kantoren mét baliefunctie; 1.26 openbaar toegankelijk gebied: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer; 1.27 overig bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.28 peil: a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het plaatselijke niveau ten opzichte van Nieuw Amsterdams Peil;

82

Stationsgebied Nunspeet

d.

indien de onder a tot en met c genoemde peilen in het veld aanleiding geven tot onduidelijkheden, een door of namens burgemeester en wethouders aan te wijzen peil; 1.29 seksinrichting: een inrichting bestemd voor het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van erotische aard en/of pornografische aard dan wel een gelegenheid waar seksuele handelingen worden verricht; onder seks en/of pornobedrijf wordt mede begrepen: a. seksbioscoop: Een inrichting, bestemd voor het doen plaatsvinden van film- en/of videovoorstellingen van erotische en/of pornografische aard; b. seksclub: een inrichting, bestemd voor het doen plaatsvinden van vertoningen van erotische en/of pornografische aard dan wel een gelegenheid waar seksuele handelingen worden verricht; c. seksautomaat: een inrichting, bestemd voor het door middel van automaten doen plaatsvinden van film- en/of videovoorstellingen van erotische en/of pornografische aard; d. sekswinkel: een ruimte, bestemd voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van seksartikelen, waaronder begrepen pornografische lectuur en videobanden, aan de uiteindelijke verbruiker of gebruiker; e.

prostitutiebedrijf: een ruimte, bestemd dan wel in gebruik voor het daarin uitoefenen van prostitutie, zijnde het tegen betaling hebben van seksuele omgang met anderen; 1.30 uitvoeren: het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven;

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de (zijdelingse) perceelgrens: tussen de zijdelingse grens van het perceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, liftschachten, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.4 de dakhelling: de hoek die het dakvlak maakt ten opzichte van het horizontale vlak gerekend in graden; 2.5 de inhoud van een bouwwerk: tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

Stationsgebied Nunspeet

83

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels Verkeer

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verkeer en het vervoer over de weg; b. een stationsgebouw met ondergeschikte voorzieningen; c. spoorwegvoorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'railverkeer'; d. fietsenstallingen; e. bermen; f. watergangen en voorzieningen van de waterhuishouding; g. groenvoorzieningen; met daarbijbehorende gebouwen, andere bouwwerken, nutsvoorzieningen en andere werken en voorzieningen, zoals voet- en fietspaden, taluds, (straat)verlichting, ongelijkvloerse kruisingen, faunapassages, parkeervoorzieningen en groenvoorzieningen. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Bouwen Op de voor 'Verkeer' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 3.2.2 Eisen Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in artikel 3.2.1 gelden de volgende eisen: a. een fietsenstalling mag een maximale bouwhoogte hebben van 3,5 m; b. een stationsgebouw met ondergeschikte voorzieningen mag een maximale goot- en bouwhoogte hebben van respectievelijk 4 en 6 m; c. de bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan hierna is aangegeven: bouwerken maximale bouwhoogte bouwwerken geen gebouwen zijnde 10 m bouwwerken geen gebouwen zijnde ter plaatse van 6 m de aanduiding 'railverkeer' overige bouwwerken geen gebouwen zijnde 2,5 m

84

Stationsgebied Nunspeet

Hoofdstuk 3 Artikel 4

Algemene regels Anti-dubbeltelbepaling

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Artikel 5

Algemene bouwregels

5.1 Ondergeschikte bouwdelen Bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwvlak- of bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt. 5.2 Bestaande afmetingen, afstanden, oppervlaktes en percentages In die gevallen dat de goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud en/of de afstand tot enige op de plankaart aangegeven lijn van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet tot stand zijn gekomen, op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan minder dan wel meer bedraagt dan in de regels in hoofdstuk 2 is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud, percentage en/of afstand in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan.

5.3 Ontbreken maatvoeringsaanduidingen In die gevallen dat op de verbeelding een noodzakelijke maatvoeringsaanduiding ontbreekt gelden de maatvoeringen van de bestaande bouwwerken, voor zover deze in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet tot stand zijn gekomen, zoals aanwezig op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van het plan waarbij voor het bebouwingspercentage geldt dat dit met 10% mag toenemen ten opzichte van de aanwezige bebouwing.

Artikel 6

Algemene gebruiksregels

6.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik van gronden strijdig met het bestemmingsplan wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden en bouwwerken als of ten behoeve van een seksinrichting; b. het gebruik van onbebouwde gronden: 1. als stand- of ligplaats van onderkomens; 2. als opslag-, stort- of bergplaats van machines, voer- en vaartuigen en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten; een en ander tenzij dit gebruik verband houdt met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; c. het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van zwembaden met een oppervlakte van meer dan 40 m²; d. het gebruik van gronden ten behoeve van de aanleg van een paardenbak tenzij het specifiek wordt toegestaan. 6.2 Voorwaardelijke verplichting De aanleg en ingebruikname van de nieuwe spoorwegonderdoorgangen en het opheffen van de bestaande gelijkvloerse spoorwegovergang ter hoogte van het treinstation Nunspeet overeenkomstig de bestemming Verkeer is uitsluitend toegestaan, indien:

Stationsgebied Nunspeet

85

e.

f. g.

de vigerende milieuvergunning die betrekking heeft op de bedrijfsvoering van saldogever GPS, Oosteinderweg 104 Nunspeet, gedeeltelijk is ingetrokken c.q. gewijzigd, zodat ten minste 65% van de stikstofrechten als bedoeld in de salderingsovereenkomst (opgenomen als bijlage 7 bij de passende beoordeling van 14 februari 2022 met kenmerk R005-1278875WLI-V05-mdg-NL (bijlage 13 bij de plantoelichting)) zijn vervallen ten behoeve van de herinrichting van het stationsgebied Nunspeet; het intrekkingsbesluit c.q. de wijziging van de vigerende milieuvergunning als bedoeld onder a. onherroepelijk is; de ingetrokken en vervallen bedrijfsactiviteiten als bedoeld onder a zijn gestaakt en voor zover die bedrijfsactiviteiten gestaakt blijven.

Artikel 7

Algemene aanduidingsregels

7.1 geluidzone - motorsportterrein 7.1.1 Aanduidingsomschrijving Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - motorsportterrein' geldt dat die gronden - naast de andere aangewezen bestemming(en) - mede dienen voor het tegengaan van een te hoge geluidbelasting van geluidgevoelige objecten van een motorsportterrein. 7.1.2 Bouwregels Voor het bouwen van gebouwen geldt de volgende regel:  een op grond van de daar voorkomende bestemming(en) toelaatbaar geluidsgevoelig gebouw, of de uitbreiding daarvan, mag slechts worden gebouwd indien de geluidsbelasting vanwege het motorsportterrein van de gevel van dit geluidsgevoelige gebouw niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde. 7.1.3 Specifieke gebruiksregels Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend:  het gebruik van niet-geluidsgevoelige gronden en bouwwerken als geluidsgevoelig object.

Artikel 8

Algemene afwijkingsregels

8.1 Algemeen Met een omgevingsvergunning kan afgeweken worden van de regels: a. ten behoeve van het bouwen van niet voor bewoning bestemde bouwwerken voor nutsvoorzieningen, zoals gasdrukregelstations, wachthuisjes en transformatorhuisjes, uitgezonderd verkooppunten voor motorbrandstoffen, van welke bouwwerken de oppervlakte niet meer dan 45 m 2 en de goothoogte niet meer dan 3 m mag bedragen; b. ten behoeve van het bouwen van ondergrondse bergbezinkbassin met een maximale oppervlakte van 2500 m², maximaal 3 meter diep, maximaal 1 meter hoog, met een regelkast van 2 meter hoog en een oppervlakte van 6 vierkante meter; c. indien en voor zover afwijkingen ten aanzien van grens of richting van wegen, paden, bebouwingsgrenzen en aanduidingen noodzakelijk zijn ter aanpassing van het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein, mits die afwijkingen ten opzichte van hetgeen op de verbeelding is aangegeven niet meer dan 5 m bedragen; d. voor afwijkingen van eisen, gesteld ten aanzien van maten, afmetingen en percentages, mits die afwijkingen beperkt blijven tot ten hoogste 10% van de in het plan aangegeven maten, afmetingen en percentages.

86

Stationsgebied Nunspeet

8.2 Voorwaarden voor afwijken Bij de afweging om, al dan niet, tot afwijking over te gaan worden in elk geval de volgende aspecten betrokken: a. het belang van de aanvrager; b. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van nabijgelegen gronden; c. de stedenbouwkundige, milieukundige, planologische en verkeerskundige belangen; d. de vraag of een zekerheidstelling nodig is m.b.t. de (plan)kosten; e. de vraag of er eisen gesteld moeten worden aan het plan met betrekking tot bijvoorbeeld de (perceels)inrichting, sloop, situering, gebruik, termijnen, vormgeving, materiaal- en kleurgebruik etc.

Artikel 9

Algemene wijzigingsregels

9.1 Geringe veranderingen Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen in de vorm van het aanbrengen van geringe veranderingen in de plaats, ligging en/of afmetingen van (bestaande) bestemmings- en bouwgrenzen tot niet meer dan 5 m. 9.2 Uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan De uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan moet zijn gewaarborgd, in verband waarmee in elk geval aangetoond moet worden: a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden geschaad; b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen mogen niet onevenredig worden geschaad; c. dat het wijzigingsplan milieutechnisch aanvaardbaar is; d. dat het wijzigingsplan past in een goede waterhuishouding; e. dat het wijzigingsplan inpasbaar is in het volkshuisvestingsprogramma indien het gaat om woningbouw; f. dat het wijzigingsplan economisch uitvoerbaar is; g. verhaal van gemeentelijke (plan-)kosten is zeker gesteld; h. dat het wijzigingsplan stedenbouwkundig inpasbaar is.

Stationsgebied Nunspeet

87

Hoofdstuk 4 Artikel 10

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht

10.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde onder a. een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder a met maximaal 10%. c. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 10.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het bepaalde onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

Artikel 11

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Stationsgebied Nunspeet' van de gemeente Nunspeet.

88

Stationsgebied Nunspeet

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11622303/1