CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 8 St.t.i. ruimtelijke onderbouwing

Raadsvergadering 30 september 2021, gemeente NunspeetBij agendapunt: (ontwerp) Verklaring van geen bedenkingen Zwolsewegje 64-66 in Nunspeet (hamerstuk).11.769 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Algemene aandachtspunten Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt.

Dit kan door nadere eisen of randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Het hemelwater wordt in dit plan geïnfiltreerd. Hiervoor is een HWA infiltratie berekening gemaakt. Bergingseis van de gemeente Nunspeet (conform opgave installateur) bedraagt 36 mm. De totale verharding bedraagt 210 + (9 x 2,5 x 5) = 323 m 2. De benodigde infiltratie bedraagt (323 x 36 /1.000 =) 11,7 m³

28

Ruimtelijke onderbouwing Zwolsewegje 64 - 66, Nunspeet Uit te voeren in: Wavin Aquacell Eco 190L Grondwaterstand 0,0 m tot 0,0 m onder maaiveld. Aantal boxen circa 62 stuks. Afmeting box 1.000 x 500 x 390 mm Boxen worden gestapeld geplaatst (zie Bijlage 1 Inrichtingstekening) . 4.7.3

Conclusie

Het aspect water is geen belemmering voor de realisatie van de twee woningen. De watertoets en de samenvatting watertoets zijn respectievelijk als Bijlage 7 Watertoets en Bijlage 8 Samenvatting watertoets toegevoegd aan dit plan.

4.8

Ecologie

4.8.1

Algemeen

Wet natuurbescherming De natuurwetgeving voor Nederland is per 1 januari 2017 vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Binnen de wet zijn de beschermingsregimes voor Natura 2000-gebieden, soortbescherming en houtopstanden opgenomen als afzonderlijke hoofdstukken, waardoor de wet via duidelijke en eenvoudige regels voorziet in een heldere implementatie van de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen. Naast de Wet natuurbescherming bestaat in Nederland het Natuur Netwerk Nederland (NNN), waarvoor de provincies beleid maken. Natura 2000 De wetgeving met betrekking tot Natura 2000-gebieden is vastgelegd in Hoofdstuk 2 van de Wet Natuurbescherming. Natura 2000-is de overkoepelende naam voor gebieden die op Europees niveau worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Vanuit deze richtlijnen worden specifieke diersoorten en hun habitat beschermd om de biodiversiteit te behouden, te herstellen of uit te breiden. Het ondernemen van projecten, plannen of activiteiten in en in de omgeving van een Natura 2000-gebied kan mogelijkerwijs leiden tot (significant) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen. Indien het niet mogelijk is om negatieve effecten op voorhand uit te sluiten, dan is er sprake van een vergunningsplicht en moet een habitattoets uitgevoerd worden.

In een habitattoets worden de projecten, plannen of activiteiten getoetst op hun invloed op de instandhoudingsdoelstellingen en of (onder bepaalde voorwaarden) toestemming voor de uitvoering kan worden verleend. Stikstof In februari 2021 is door Lycens inzichtelijk gemaakt of de realisatie van de plannen leidt tot extra stikstofdepositie op Natura2000 gebied Veluwe. Het plan ligt op circa 1,21 km afstand van Natura 2000 gebied Veluwe. Uit het onderzoek blijkt dat op basis van de aangevraagde ontwikkeling zowel in de realisatie- als gebruiksfase met zekerheid geen toename plaatsvindt van de stikstofdepositie op Natura 2000 gebied Veluwe. De berekende depositie is lager dan 0.00 mol/ha/jaar. Het plan heeft daarmee vanwege de stikstofdepositie geen significant negatieve effecten op Natura 2000 gebied Veluwe. Het onderzoek is als Bijlage 10 Stikstofonderzoek toegevoegd aan dit plan. Soortbescherming De Wet natuurbescherming kent naast het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden drie beschermingscategorieën onder het hoofdstuk ‘soortbescherming’:

29

Ruimtelijke onderbouwing Zwolsewegje 64 - 66, Nunspeet  

Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels op grond van de Vogelrichtlijn (art 3.1). Soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn (art. 3.5).  Nationaal beschermde ‘andere soorten’ (art.3.10) als vermeld in Bijlage A van de Wet Natuurbescherming alsmede alle de vaatplanten van de soorten genoemd in bijlage B van de Wet Natuurbescherming. De Soortbescherming is alleen (met uitzondering van de zorgplicht) van toepassing op soorten genoemd onder deze drie beschermingscategorieën. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Naast de Wet natuurbescherming bestaat in Nederland het Natuur Netwerk Nederland (NNN), waarvoor de provincies beleid maken. Het NNN is ruimtelijk in de Provinciale Structuurvisie vastgelegd. Het vormt een robuust netwerk van natuurgebieden en tussenliggende verbindingszones. Dit netwerk bestaat uit bestaande natuurgebieden, nieuw aan te leggen natuur en verbindingszones tussen deze gebieden. Ook de beheersgebieden voor agrarisch natuurbeheer behoren tot het NNN. De planologische verankering van het NNN vindt plaats in (gemeentelijke) bestemmingsplannen. Wanneer bij ruimtelijke ontwikkelingen een bestemmingsplan wijziging moet worden doorgevoerd dient altijd een ‘Nee, tenzij’- toets te worden uitgevoerd.

Hierin wordt beoordeeld of er als gevolg van de voorgenomen maatregelen significante effecten op de wezenlijke waarden en kenmerken van het netwerk optreden. Voor onderhavig project is het uitvoeren van een ‘Nee, Tenzij’- toets niet nodig omdat er geen wijziging in de bestemmingsplannen plaatsvindt en het plangebied buiten de begrenzing van het NNN ligt. 4.8.2

Onderzoek

Als gevolg van deze voorgenomen activiteiten kan overtreding van de Wet natuurbescherming op voorhand niet uitgesloten worden. Daarom is in maart 2021 door Lycens B.V.onderzoek gedaan om de wettelijke consequenties van de voorgenomen activiteiten in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen ( zie Bijlage 9 Natuurtoets). Hierna wordt kort ingegaan op de wettelijke consequenties met betrekking tot gebiedsbescherming en ssortenbescherming. Wettelijke consequenties m.b.t. gebiedsbescherming Het plangebied behoort niet tot het Gelders Natuurnetwerk, de Groene ontwikkelingszone of Natura 2000-gebied. Vanwege de ligging buiten het Gelders Natuurnetwerk en de Groene ontwikkelingszone, leiden de voorgenomen activiteiten niet tot wettelijke consequenties, omdat de bescherming van het Gelders Natuurnetwerk geen externe werking kent. Een negatief effect op Natura 2000-gebied, als gevolg van de voorgenomen activiteiten, kan op basis van een uitgevoerde stikstofberekening uitgesloten worden. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties in het kader van gebiedsbescherming. Wettelijke consequenties m.b.t. soortenbescherming De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde planten, maar wel tot een geschikt functioneel leefgebied van verschillende beschermde diersoorten.

Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezet een beschermd grondgebonden zoogdier en amfibie er een vaste (winter)rusten/of voortplantingsplaats en nestelen er vogels. Vleermuizen bezetten geen vaste rust- en/of voortplantingsplaats in het plangebied. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Indien de voorgenomen activiteiten uitgevoerd worden tijdens de voortplantingsperiode, dient een broedvogelscan uitgevoerd te worden om de aanwezigheid van een bezet vogelnest uit te sluiten.

30

Ruimtelijke onderbouwing Zwolsewegje 64 - 66, Nunspeet Voor de beschermde grondbonden zoogdieren en amfibieën, die een (winter)rust- en/of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘vangen’ en het ‘beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaats. Grondgebonden zoogdieren en amfibieën mogen niet gedood worden als gevolg van het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten. Wel geldt een vrijstelling voor het beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingsplaats. Deze vrijstelling is van toepassing omdat er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling. Er moet echter wel rekening worden gehouden met mogelijke eieren en larven van amfibieën in de vijver. De mogen niet worden beschadigd, vernield of gedood. Hiervoor moet gewerkt worden buiten de kwetsbare periode. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten, wordt de functie van het plangebied als foerageergebied, voor de in het plangebied foeragerende grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, amfibieën en vogels, lichtelijk aangetast, maar dit leidt niet tot wettelijke consequenties in het kader van soortenbescherming. 4.8.3

Conclusie

Dit aspect heeft geen belemmering voor de realisatie van de plannen.

4.9

Archeologie

4.9.1

Algemeen

De toenemende bedreiging van het archeologische erfgoed in heel Europa, niet alleen door natuurlijke processen of ondeskundig gebruik van het bodemarchief, maar ook door ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening, gaf aanleiding voor het in 1992 door de Europese lidstaten ondertekende Verdrag van Valletta of ook wel Verdrag van Malta genoemd. Doel van het archeologisch (voor)onderzoek is het waar nodig beschermen van archeologische waarden en het streven naar behoud van de waarden in de bodem (in situ). De essentie van het archeologisch (voor)onderzoek is het verkrijgen van gegevens over de archeologische resten in de bodem teneinde in een vroeg stadium een goede afweging te kunnen maken van alle bij een ruimtelijk besluit betrokken belangen. 4.9.2

Onderzoek

Door de regio-archeoloog is onderzoek gedaan naar het plangebied. De bestaande woning nr. 64 dateert uit 1964 en nummer 66 uit 1993 (BAG). Binnen het plangebied heeft historische bebouwing gestaan. In ieder geval stond er in 1832 al een boerderij. In 1872 is dit al een aantal bouwwerken, waarna er ook later in 1930 op de locatie van nummer 64 een huis wordt gebouwd. Tijdens het werk zijn resten van deze bebouwing te verwachten. Duidelijk is dat op dit kruispunt van wegen historische bebouwing heeft gestaan. Er heeft niet zoals de verwachtingskaart van Nunspeet wordt aangegeven een cultuurdek op de plek gelegen. Het is vooral lange tijd erf en tuin geweest. Hierdoor is de bodem al aardig geroerd.

Kaart uit 1872 (plangrens: blauwe lijn)

31

Ruimtelijke onderbouwing Zwolsewegje 64 - 66, Nunspeet Advies van de regio-archeoloog: door het lange gebruik als erf en de wisselende bebouwing is de bodem vermoedelijk erg geroerd. Hierbij zijn eventueel aanwezige archeologische waarden verstoord. Een cultuurdek dat de waarden had kunnen beschermen door afdekking, ontbreekt hier. Daarom adviseert de regio-archeoloog geen archeologisch onderzoek uit te voeren.. 4.9.3

Conclusie

Het aspect archeologie is geen belemmering voor de realisatie van het plan. Ook voor het vrijgegeven plangebied bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet 2016, dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

4.10

Besluit milieueffectrapportage

4.10.1 Algemeen De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffect-rapportage in aanraking komen: Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit be-sluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bij-lage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd.

Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). In het geval dat een activiteit wel genoemd staat in de D-lijst maar onder de genoemde drempelwaarde blijft, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. 4.10.2 Situatie plangebied 4.10.2.1

Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming

Bij elke activiteit die een extra stikstofdepositie met zich meebrengt, dient te worden getoetst of er sprake is van significant negatieve effecten op Natura 2000 gebieden. In dit geval gaat het om de ontwikkeling van 5 woningen, welke circa 40 extra verkeersbewegingen met zich meebrengt. Wanneer er verwacht wordt dat er sprake is van significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden, dient een passende beoordeling te worden opgesteld. Tevens zal er dan een berekening naar de stikstofdepositie benodigd zijn. In dit geval ligt het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ' Veluwe op een afstand van circa 1,16 kilometer. In maart 2021 is daarom nagegaan of er sprake is van stikstofdepositie op Natura-2000 gebieden (zie Bijlage 10 Stikstofonderzoek). Uit de AERIUS-berekeningen voor het beschouwde plan komt naar voren dat, zowel in de aanleg- als de gebruiksfase, géén sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden (<0,00 mol/ha/jr).

32

Ruimtelijke onderbouwing Zwolsewegje 64 - 66, Nunspeet 4.10.2.2

Drempelwaarden Besluit m.e.r.

In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Daarom dient te worden getoetst of er sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden:  een oppervlakte van 100 hectare of meer,  een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of  een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Gezien de drempelwaarden wordt geconcludeerd dat voor dit bestemmingsplan geen sprake is van een m.e.r. beoordelingsplicht. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is het de vraag of er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Bestluit milieueffectrapportage.

Uit jurisprudentie (ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. Gelet op de kenmerken van het project (zoals het karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r., de verwachte milieuhinder en cumulatie met andere projecten), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Eén en ander is tevens bevestigd in de in 4.5.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen opgenomen milieu- en omgevingsaspecten en de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken. Deze paragraaf wordt in dit geval beschouwd als de vormvrije m.e.r.-toets. 4.10.3 Conclusie Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan.

33

Ruimtelijke onderbouwing Zwolsewegje 64 - 66, Nunspeet

34

Ruimtelijke onderbouwing Zwolsewegje 64 - 66, Nunspeet

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Met onderhavig plan wordt een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro mogelijk gemaakt. De gemeente sluit een anterieure overeenkomst af met initiatiefnemer. In deze anterieure overeenkomst worden onder andere de plankosten verhaald en wordt vastgelegd dat eventuele planschadevergoedingen worden verhaald op initiatiefnemer. Hiermee zijn de kosten anderszins verzekerd en is een exploitatieplan niet noodzakelijk.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

In maart 2021 is door de initiatiefnemer de buurt geïnformeerd over de plannen. Hierop is positief gereageerd. Van de reactie sis een kort verslag gemaakt, welk als Bijlage 11 Communicatieverslag is toegevoegd aan dit plan.

35

Ruimtelijke onderbouwing Zwolsewegje 64 - 66, Nunspeet

36

Ruimtelijke onderbouwing Zwolsewegje 64 - 66, Nunspeet

Bijlagen

37

Ruimtelijke onderbouwing Zwolsewegje 64 - 66, Nunspeet

38

Ruimtelijke onderbouwing Zwolsewegje 64 - 66, Nunspeet

Bijlage 1

Inrichtingstekening

39

Ruimtelijke onderbouwing Zwolsewegje 64 - 66, Nunspeet

40

Ruimtelijke onderbouwing Zwolsewegje 64 - 66, Nunspeet

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek

41

Ruimtelijke onderbouwing Zwolsewegje 64 - 66, Nunspeet

42

Ruimtelijke onderbouwing Zwolsewegje 64 - 66, Nunspeet

Bijlage 3

Verkennend bodemonderzoek

43

Ruimtelijke onderbouwing Zwolsewegje 64 - 66, Nunspeet

44

Ruimtelijke onderbouwing Zwolsewegje 64 - 66, Nunspeet

Bijlage 4

Externe veiligheid

45

Ruimtelijke onderbouwing Zwolsewegje 64 - 66, Nunspeet

46

Ruimtelijke onderbouwing Zwolsewegje 64 - 66, Nunspeet

Bijlage 5

Verantwoording groepsrisico

47

Ruimtelijke onderbouwing Zwolsewegje 64 - 66, Nunspeet

48

Ruimtelijke onderbouwing Zwolsewegje 64 - 66, Nunspeet

Bijlage 6

Carola berekening

49

Ruimtelijke onderbouwing Zwolsewegje 64 - 66, Nunspeet

50

Ruimtelijke onderbouwing Zwolsewegje 64 - 66, Nunspeet

Bijlage 7

Watertoets

51

Ruimtelijke onderbouwing Zwolsewegje 64 - 66, Nunspeet

52

Ruimtelijke onderbouwing Zwolsewegje 64 - 66, Nunspeet

Bijlage 8

Samenvatting watertoets

53

Ruimtelijke onderbouwing Zwolsewegje 64 - 66, Nunspeet

54

Ruimtelijke onderbouwing Zwolsewegje 64 - 66, Nunspeet

Bijlage 9

Natuurtoets

55

Ruimtelijke onderbouwing Zwolsewegje 64 - 66, Nunspeet

56

Ruimtelijke onderbouwing Zwolsewegje 64 - 66, Nunspeet

Bijlage 10

Stikstofonderzoek

57

Ruimtelijke onderbouwing Zwolsewegje 64 - 66, Nunspeet

58

Ruimtelijke onderbouwing Zwolsewegje 64 - 66, Nunspeet

Bijlage 11

Communicatieverslag

59

Ruimtelijke onderbouwing Zwolsewegje 64 - 66, Nunspeet

60

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10563487/1