CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 8. Bijlage BP Harderwijkerweg 445 Hulshorst Toelichting

Raadsvergadering 26 oktober 2023, gemeente NunspeetBij agendapunt: Vaststellen ontwerpbestemmingsplan Harderwijkerweg 445 in Hulshorst. (hamerstuk)15.252 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Harderwijkerweg445 Hulshorst

bestemmingsplan Harderwijkerweg 445 Hulshorst

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Geldend bestemmingsplan 1.5 Leeswijzer

4 4 4 5 5 7

Hoofdstuk2 Planbeschrijving 2.1 Beschrijving huidige situatie 2.2 Beschrijving toekomstige situatie 2.3 Verkeer en parkeren

8 8 9 10

Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

12 12 15 17

Hoofdstuk4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Geluid 4.2 Bodem 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Externe veiligheid 4.5 Bedrijven en milieuzonering 4.6 Geur 4.7 Ecologie 4.8 Archeologie & Cultuurhistorie 4.9 Besluit milieueffectrapportage 4.10 Water

22 22 23 24 25 27 29 30 32 33 34

Hoofdstuk5 Juridische aspecten en planverantwoording 5.1 Inleiding 5.2 Opbouw van de regels 5.3 Bestemmingen

37 37 37 38

Hoofdstuk6

40

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk7 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 7.1 Vooroverleg 7.2 Inspraak en burgerparticipatie

2

41 41 41

Inhoudsopgave (concept)

bestemmingsplan Harderwijkerweg 445 Hulshorst

Toelichting

Toelichting (concept)

3

bestemmingsplan Harderwijkerweg 445 Hulshorst

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Op het perceel aan de Harderwijkerweg 445 te Hulshorst (hierna: het plangebied), in het buitengebied van de gemeente Nunspeet, is de camping De Hoefstal aanwezig. Dit terrein, met een totale oppervlakte van circa 1,1 hectare, biedt ruimte voor 13 recreatiewoningen. Daarnaast staan op het recreatieterrein een bedrijfswoning, caravans en enkele bijgebouwen voor opslag van materialen en onderhoud van het terrein. Het campingbedrijf is ontstaan in de jaren zeventig. Het terrein is gesitueerd aan de Harderwijkerweg en ligt geïsoleerd tussen woonpercelen en verspreidliggende agrarische cultuurgronden. Het recreatieterrein heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld richting het zuiden, op de achterliggende percelen van de lintbebouwing langs de Harderwijkerweg. Het terrein heeft geen directe verbinding met het recreatiegebied van het Veluwemeer en de Veluwe, en de bestaande bebouwing is inmiddels sterk verouderd en voldoet niet meer aan de hedendaagse recreatievereisten. Om het recreatiepark te verduurzamen en toekomstbestendig te maken zijn forse investeringen nodig. Omdat deze investeringen in het recreatiepark niet haalbaar zijn, wenst de initiatiefnemer een andere functie aan het terrein te geven.

Het voornemen van initiatiefnemer ziet op een algehele erftransformatie, waarbij bestaande bebouwing wordt gesloopt en verwijderd en het perceel wordt voorzien van een meer passende woonbestemming. Daarna is het voornemen om ter plaatse enkele woningen te realiseren. Deze woningbouwontwikkeling is een passende vervolgfunctie voor de oorspronkelijke camping 'De Hoefstal', gezien ook de omliggende woonfuncties. Onderhavig plan ziet concreet toe op de bestemmingswijziging van het perceel naar wonen en de bouw van een mix van woningen specifiek vijf starterswoningen, één twee-onder-één kap woning en vijf vrijstaande woningen, daarbij wordt de bestaande bedrijfswoning bestemd als reguliere woning. Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Nunspeet heeft een positief standpunt ingenomen inzake het wijzigen van de bestemming 'Recreatie - Gemengd terrein' naar de bestemming 'Wonen'. Hiermee krijgt de locatie een duurzame vervolgfunctie en wordt er bijgedragen aan het voorzien in een deel van de woningbehoefte binnen de kern Hulshorst. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. Op basis van het geldende bestemmingsplan ontbreken de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor reguliere woningen.

In voorliggend bestemmingsplan wordt aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en vanuit planologisch oogpunt verantwoord is.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt aan de Harderwijkerweg 445 te Hulshorst, in het buitengebied van de gemeente Nunspeet en ten zuidwesten van kern Hulshorst In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

4

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Harderwijkerweg 445 Hulshorst

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Hulshorst en de directe omgeving (Bron: PDOK)

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan 'Harderwijkerweg 445 Hulshorst" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0302.BP01202-ow01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen) Op de verbeelding zijn de bestemmingen binnen het plangebied aangegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan, maar maakt geen onderdeel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Geldend bestemmingsplan

1.4.1

Geldende bestemmingsplannen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de volgende bestemmingsplannen: "Parapluplan Bed en Breakfast"; "Parapluplan Parkeren"; "Parapluplan Onzelfstandige bewoning van woningen/uitsluiten logies t.b.v. seizoensarbeiders en/of arbeidsmigranten"; "Bestemmingsplan Recreatieterreinen 2010"; "Welstand Nunspeet 2015". De genoemde paraplubestemmingsplannen voorzien in aanvullende regels voor wat betreft bed & breakfast en parkeren. Het "Parapluplan Onzelfstandige bewoning van woningen/uitsluiten logies t.b.v. seizoensarbeiders en/of arbeidsmigranten" voorziet in aanvullende regels ten aanzien van bewoning van de (reguliere) woningen in de gemeente Nunspeet waarbij deze woningen niet worden bewoond door één (zelfstandig) huishouden. Voornamelijk zijn daarom de beide bestemmingsplannen "Bestemmingsplan Recreatieterreinen 2010" en "Welstand Nunspeet 2015" van toepassing. In voorliggend geval is hoofdzakelijk het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Recreatieterreinen 2010" relevant. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij dat bestemmingsplan opgenomen. Het plangebied wordt op deze afbeelding aangeduid met de rode omlijning.

Toelichting (concept)

5

bestemmingsplan Harderwijkerweg 445 Hulshorst

Afbeelding 1.2: Uitsnede bestemmingsplan "Bestemmingsplan Recreatieterreinen 2010" (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

1.4.2

Beschrijving bestemmingen

Ter plaatse van het plangebied zijn de gronden bestemd met de enkelbestemmingen 'Recreatie Gemengd terrein' en gedeeltelijk langs de randen van het plangebied zijn de gronden bestemd als 'Groen'. Tevens is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' opgenomen. Op het voorerf ter plaatse van de bestaande bedrijfswoning is de functieaanduiding 'bedrijfswoning' opgenomen. 'Recreatie - Gemengd terrein' De voor 'Recreatie - Gemengd terrein' aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor verblijfsrecreatieve terreinen met recreatiewoningen, standplaatsen voor kampeermiddelen, stacaravans, groepsaccommodaties en trekkershutten. 'Groen' De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor afschermende beplanting en het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke warde en de landschappelijke waarde van de afschermende beplanting. 'Waarde - Archeologie 2' De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden.

6

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Harderwijkerweg 445 Hulshorst

1.4.3

Strijdigheid

De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het herontwikkeling van een recreatieterrein naar woningbouw. Dit is in strijd met het geldende bestemmingsplan aangezien de benodigde gebruiks- en bouwregels voor reguliere woningen ontbreken en de bestemming dit niet toelaat. Om het gewenste plan mogelijk te maken dient het bestemmingsplan te worden herzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het gewenste juridische planologisch kader om de voorgenomen ontwikkeling te kunnen realiseren.

1.5

Leeswijzer

De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit een zestal hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in Hoofdstuk 2 een beschrijving van het plangebied. In Hoofdstuk 3 is het beleidskader opgenomen dat van toepassing is op dit bestemmingsplan. In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de milieuen omgevingsaspecten. In Hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de wijze van bestemmen en juridische verantwoording. Ten slotte wordt in Hoofdstuk 6 ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

Toelichting (concept)

7

bestemmingsplan Harderwijkerweg 445 Hulshorst

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Beschrijving huidige situatie

Zoals in de aanleiding reeds is verwoord ligt het plangebied aan de Harderwijkerweg 445 te Hulshorst in het buitengebied van de gemeente Nunspeet. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich hoofdzakelijk woonpercelen, een bedrijfsbestemming, een agrarisch bedrijf en verspreid agrarische cultuurgronden. Het plangebied grenst aan de noordzijde aan de Harderwijkerweg. Aan de zuidwest zijde wordt het plangebied begrenst door agrarische gronden, de overige zijden worden begrensd door woonpercelen. Het plangebied zelf is in de huidige situatie ingericht als een recreatiepark. Het park is ingericht met 13 recreatiewoningen, een bedrijfswoning, caravans en enkele bijgebouwen voor opslag van materialen en onderhoud van het terrein. Aan de zuid- en westzijde is landschappelijke inpassing aanwezig middels een houtsingel. In afbeelding 2.1 is met een luchtfoto de huidige situatie in het plangebied weergegeven. Het plangebied is indicatief met rode contour weergegeven.

Afbeelding 2.1: Luchtfoto huidige situatie plangebied (Bron: PDOK)

8

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Harderwijkerweg 445 Hulshorst

2.2

Beschrijving toekomstige situatie

Onderhavig voornemen ziet toe op het herontwikkelen van het recreatieterrein naar een duurzame vervolgfunctie, specifiek voor woningbouw. Het plan gaat uit van een mix van woningen op een woonerf. In de beoogde situatie worden vijf starterswoningen, één twee-onder-één kapwoning en vijf vrijstaande woningen gerealiseerd. Tevens blijft de bestaande (bedrijfs-)woning behouden. Deze woning zal eveneens een reguliere woonbestemming krijgen. Voor deze woning zal een verbouwplan worden gemaakt dat aansluit op de beeldkwaliteit van de nieuwe woningen. Het ontwerp van het nieuwe erf is gebaseerd op het boerenerf-principe. De beoogde bebouwing sluit hiermee aan op de oorspronkelijke bebouwingstijl van de woningen langs de Harderwijkerweg. Ten aanzien van het plangebied zelf wordt opgemerkt dat vanuit stedenbouwkundig opzicht het plan qua volume past binnen de omgeving en hiermee als stedenbouwkundig acceptabel wordt aangemerkt. De voorgenomen ontwikkeling kan mogelijk gemaakt worden, omdat de gemeente Nunspeet het voorzien in woningen in de kern van Hulshorst zeer wenselijk vindt. De parkeerbehoefte kan op eigen terrein worden opgelost. Het plangebied zal op verantwoorde wijze worden vormgegeven waarbij rekening wordt gehouden met de historische context van het plangebied.

Bij de uitwerking van de planontwikkeling wordt hiermee rekening gehouden, zowel qua positionering van de bebouwing als het stedenbouwkundige ontwerp (materialisering, kleurstelling etc.). De twee-onder-één kapwoning is qua bebouwing een schuurvorm met zadeldak met inpandig bijgebouw. De verschijningsvorm van de vrijstaande woningen zijn boerderij- en schuur vormen. Deze bebouwingsvormen kennen het grootste bouwvolume, maar dit komt eveneens door het inpandig realiseren van bijgebouwen (bij de boerderijwoningen) om op deze manier verrommeling in het landschap te voorkomen. Voor de bedrijfswoning zal een verbouwplan worden gemaakt dat aansluit op de beeldkwaliteit van de nieuwe woningen. In onderstaande verbeelding is de beoogde situatie met het landschappelijk inpassingsplan weergegeven. Het volledige inrichtingsplan is als Bijlage 1 bijgevoegd bij deze toelichting.

Afbeelding 2.2: Landschappelijk inpassingsplan (Bron: GroenAdviesbureau)

Toelichting (concept)

9

bestemmingsplan Harderwijkerweg 445 Hulshorst

Landschappelijke inpassing Aan de zuid- en westzijde van het plangebied is een houtsingel aanwezig. De uitheemse beplanting in deze singel zal worden verwijderd en daar waar nodig worden nieuwe inheemse struiken toegevoegd. De singelstrook wordt voorzien van de bestemming 'Natuur - Landschap'. Deze singel is een robuust landschapselement die behouden blijft en betreft een fraai landschappelijk 'lint' in het bestaande landschap. In de nieuwe situatie is dit lint eveneens een borging dat op de erfgrenzen geen verrommeling plaats vindt. De erfgrens van de percelen wordt afgezet met een eenvoudig laag hekwerk. Aan de oostzijde van het plangebied wordt een struikensingel toegevoegd als lintbeplanting op de erfgrens met de kavel Harderwijkerweg 443. De singels zijn robuuuste landschappelijke elementen die ecologisch belangrijk zijn en een belangrijke bijdrage leveren aan natuur inclusieve ontwikkelingen. Het inpassingsplan ziet ook toe op het leveren van een ruimtelijke kwaliteit bij de entree en de bestaande bedrijfswoning. Het plan ziet toe op een parkachtige toegang tot het woonerf. De rabatten langs de Harderwijkerweg worden hersteld. Het gehele plan voorziet in de aanplant van 11 stuks inheemse bomen. In het hart van het nieuwe woonerf ligt een open groen gebied. Deze plek biedt mogelijkheden voor het naoberschap voor jong en oud.

De nieuwe bewoners kunnen hier zelf verdere invulling aan geven. Eveneens kan dit groene hart gebruikt worden voor het infiltreren van het hemelwater. Behoud en onderhoud van het groene hart, de groensingels en andere gemeenschappelijke zaken wordt geborgd middels een te ontwikkelen beheerplan.

2.3

Verkeer en parkeren

2.3.1

Algemeen

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de mogelijke extra verkeersgeneratie en parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiervoor kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 381` (december 2018)' van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. De gemeente Nunspeet beschikt samen met de buurgemeenten (Elburg, Hattem en Oldebroek) over een eigen parkeernota. Hierin zijn de uitgangspunten zoals vermeld in de CROW-publicatie 'verkeer en parkeren' omtrent verstedelijkingsgraad, stedelijke zone en functie grotendeels overgenomen. Daarnaast is ter plaatse van het projectgebied het paraplubestemmingsplan “Parapluplan Parkeren” van toepassing. Dit bestemmingsplan “Parapluplan Parkeren” verwijst voor de te hanteren parkeernormen naar de Parkeernota van de gemeente Nunspeet.

In de beleidsregels is nader uitgewerkt wat de parkeerbehoefte bij een bepaald gebruik (de parkeernormen) is en - als de extra parkeerbehoefte niet op eigen terrein kan worden gerealiseerd - onder welke voorwaarden er een ontheffing respectievelijk een afwijkingsvergunning kan worden verleend. 2.3.2

Uitgangspunten

Ten aanzien van de verstedelijkingsgraad en stedelijke zone worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: verstedelijkingsgraad: Weinig stedelijk; Stedelijke zone: Buitengebied; Functie: Wonen, koop Ten aanzien van de stedelijke zone 'buitengebied' wordt vanuit de parkeernota verwezen naar de publicatie van het CROW. In onderstaande paragraaf 2.3.3 wordt dit nader uitgewerkt.

10

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Harderwijkerweg 445 Hulshorst

2.3.3

Parkeren

Uitgaande van voorgenoemde uitgangspunten geldt per vrijstaande woning een gemiddelde parkeernorm van 2,4 parkeerplaatsen per woning. Voor een twee-onder-één kap woning bedraagt de gemiddelde parkeernorm 2,2 parkeerplaatsen per woning. Voor de beoogde starterswoning geldt een gemiddelde parkeernorm van 2 parkeerplaatsen per woning. Wat betreft de bestaande bedrijfswoning welke wordt omgezet naar een reguliere woning, behoeft er geen nadere toetsing te worden uitgevoerd wat betreft het aspect 'parkeren', omdat deze woning reeds planologisch mogelijk is (en aanwezig is) binnen het geldende bestemmingsplan. Voor de vrijstaande woningen en de twee-onder-één kap woningen is er ruimte voor parkeren op het eigen perceel. Daarnaast kan ook worden geparkeerd bij het hart van het nieuwe woonerf, hier zijn eveneens via langsparkeren parkeervoorzieningen beoogd, ondermeer voor bezoekers. Ten aanzien van de starterswoningen worden 10 parkeerplaatsen voor de woningen aangelegd. In zijn totaliteit is er binnen het eigen plangebied voldoende parkeergelegenheid aanwezig. Hiermee wordt de parkeerbehoefte in voldoende mate ingevuld. 2.3.4

Verkeersgeneratie

Huidige situatie In de huidige situatie zijn er 12 recreatiewoningen op het perceel aanwezig. Voor het berekenen van de verkeersgeneratie van recreatiewoningen wordt aangesloten bij de normen van een bungalowpark. Hiervoor geldt een gemiddelde verkeersgeneratie van 2,7 per recreatiewoning. De huidige verkeersgeneratie bedraagt totaal (12*2,7) 33 verkeersbewegingen per weekdagetmaal . Beoogde situatie Uitgaande van voorgenoemde uitgangspunten geldt voor een vrijstaande woning, een twee-onder-één kap woning en een starterswoning een gemiddelde verkeersgeneratie van respectievelijk 8,2, 7,8 en 7,4 verkeersbewegingen per weekdagetmaal. De beoogde verkeersgeneratie per type woning is onderstaand uiteengezet. Vrijstaande woning

8,2 * 5 = 41

Twee-onder-één kap woning

7,8 * 2 = 15,6

Tussen-/hoekwoning

7,4 * 5 = 37

Totaal

afgerond 94

Toename (beoogde verkeersgeneratie huidige verkeersgeneratie)

(94 - 33) = 61 verkeersbewegingen per weekdagetmaal

In de beoogde situatie is er sprake van een toename van 61 verkeersbewegingen per weekdagetmaal . De omliggende wegen rondom het plangebied (zoals de Harderwijkerweg en de hierop aansluitende wegen) betreffen wegen van voldoende kaliber en zijn eveneens van voldoende omvang om dit aantal verkeersbewegingen af te kunnen wikkelen. Bovendien zal er, in tegenstelling tot bij een recreatiebedrijf, nauwelijks sprake zijn van vrachtverkeer. Wat betreft de bestaande bedrijfswoning welke wordt omgezet naar een reguliere woning, behoeft er geen nadere toetsing te worden uitgevoerd wat betreft het aspect 'verkeer', omdat deze woning reeds planologisch mogelijk is (en aanwezig is) binnen het geldende bestemmingsplan. Het huidige verkeersnetwerk kan deze verkeersgeneratie eenvoudig afwikkelen. Op basis van het vorenstaande kan geconcludeerd worden dat er door de woningbouwontwikkeling geen onaanvaardbare toename van de verkeersintensiteit op de omliggende wegen ontstaat. 2.3.5

Conclusie

Het aspect 'Verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor de uitvoering van voorliggend bestemmingsplan.

Toelichting (concept)

11

bestemmingsplan Harderwijkerweg 445 Hulshorst

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte;

12

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Harderwijkerweg 445 Hulshorst 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. 3.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI Het betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconstateerd is dat de woonfunctie de meest logische vervolgfunctie is voor deze locatie. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen herontwikkeling. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

3.1.2.1 Algemeen In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), de voorloper van de NOVI, is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In het Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking (hierna 'Ladder') is van toepassing op bestemmingsplannen, uitwerkings- en wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c in samenhang met artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 van de Wabo. Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is.

11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) 12 woningen wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953). Het begrip "woningbouwlocatie" (zoals opgenomen in de omschrijving van het begrip "stedelijke ontwikkeling" in artikel 1.1.1. Bro) is niet nader gedefinieerd. In de praktijk speelt daarom regelmatig de vraag, hoe bepaald moet worden wanneer woningen één woningbouwlocatie vormen. Er is sprake van één woningbouwlocatie als er tussen de te realiseren woningen, ruimtelijke en functionele samenhang bestaat. Uit de jurisprudentie volgt dat daarvoor onder meer betekenis toekomt aan de onderlinge

Toelichting (concept)

13

bestemmingsplan Harderwijkerweg 445 Hulshorst afstand tussen de woningen. De voorgenomen ontwikkeling betreft een woningbouwontwikkeling die voorziet in de realisatie van 12 reguliere burgerwoningen. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning omgezet naar een reguliere woning, hiervoor behoeft er geen nadere toetsing te worden uitgevoerd, omdat deze woning reeds planologisch mogelijk is (en aanwezig is) binnen het geldende bestemmingsplan. Hieruit volgt de conclusie dat met de realisatie van dit aantal woningen er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Hierna wordt nader op de ladder voor duurzame verstedelijking ingegaan. Artikel 3.1.6 lid 2 van de Bro geeft aan dat de toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voldoen aan een aantal voorwaarden: a. er wordt beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte; b. indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Voordat de behoefte in beeld kan worden gebracht, moet ten eerste duidelijk zijn wat het ruimtelijk verzorgingsgebied voor de ontwikkeling betreft.

De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied van de woningbouwontwikkeling. De aard en de omvang van de ontwikkeling zijn leidend voor het schaalniveau waarop de ruimtebehoefte moet worden afgewogen. Voorliggend plan voorziet in het realiseren van 12 woningen binnen de gemeente Nunspeet. De gemeente Nunspeet maakt zich sterk om het aantal woningen in de gemeente uit te breiden. De gemeentelijke woonvisie is gemaakt op basis van de provinciale woningbehoefteraming. Het ruimtelijk verzorgingsgebied kan gezien vorenstaande worden bepaald op de gemeente Nunspeet. Beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling Kwantitatief Met voorliggend initiatief wordt voorzien in 12 woningen in Hulshorst in de gemeente Nunspeet. Door de gemeente Nunspeet is een woonvisie opgesteld. In deze visie wordt onder andere op de kwantitatieve woningbouwbehoefte versus de plancapaciteit ingegaan. In paragraaf 3.3 van dit bestemmingsplan wordt de voorgenomen ontwikkeling onder andere getoetst aan de Woonvisie gemeente Nunspeet 2020-2025. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling een bijdrage levert aan zowel de woonbehoefte in de gemeente Nunspeet. De behoefte aan de woningen binnen de voorgenomen ontwikkeling is hiermee aangetoond.

Kwalitatieve behoefte Uit de Woonvisie gemeente Nunspeet 2020-2025 blijkt dat er voornamelijk vraag is naar nieuwbouwwoningen. Verder richt de behoefte aan woningen zich vooral op diverse soorten woningen in de sociale- en middeldure huur- en koopsector. Daarnaast is er een vraag naar eengezinskoopwoningen. In alle prijsklassen in de koopsector is er een grote vraag. Opvallend is de grote behoefte aan duurdere koopwoningen. Bouwen voor deze behoefte kan ook een grote bijdrage leveren in het opvangen van de tekorten in de andere segmenten. Het voornemen bestaat om maximaal 12 woningen te realiseren, bestaande uit verschillende soorten grondgebonden woningen. Hierbij worden de woningen gerealiseerd in een mix van verschillende prijssegmenten. In het plan wordt daarnaast kwalitatief voldaan aan de gewenste doelgroepen: senioren, gezinnen, thuiswerkers, langer thuiswonende jongeren en mantelzorg ouders. Daarbij is de nabijheid van de dorpskern Hulshorst aantrekkelijk voor senioren, starters en alleenstaanden. Tot slot wordt voldaan aan de groeiende behoefte aan kleinstedelijke woonmilieus in de gemeente Nunspeet en is sprake van een inbreidingslocatie. Hiermee wordt geconcludeerd dat er sprake is van een kwalitatieve toets.

Binnen of buiten bestaand stedelijk gebied De gronden welke voorheen bestemd zijn voor verblijfsrecreatie wordt gezien als bestaand stedelijk gebied (ABRvS 25 april 2018; ECLI:NL:RVS:2018:1371). Het plangebied betreft een bebouwd perceel waar in dit geval sprake is van herstructurering. De voorgenomen ontwikkeling betreft een transformatie

14

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Harderwijkerweg 445 Hulshorst binnen bestaand stedelijk gebied, waarbij wordt voldaan aan deze trede van de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'. Conclusie Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat het plan in overeenstemming is met de Ladder voor duurzame verstedelijking. 3.1.3

Conclusie toetsing van het initiatief aan het rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid behelst een doorvertaling van rijksbeleid en is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste beleid betreffen de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en de Omgevingsverordening Gelderland. 3.2.1

Omgevingsvisie Gelderland

3.2.1.1 Algemeen De provincie Gelderland heeft een integraal provinciaal beleidsplan, de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. De Provinciale Staten van Gelderland heeft de Omgevingsvisie op 19 december 2018 vastgesteld. In de Omgevingsvisie heeft de provincie twee doelen gedefinieerd die de rol en kerntaken van de provincie als middenbestuur benadrukken. De doelen zijn: 1. een duurzame economische structuurversterking, 2. het borgen van de kwaliteit en de veiligheid van onze leefomgeving. Deze doelen versterken elkaar en kunnen niet los van elkaar gezien worden. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat is meer dan een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Het betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. In deze Omgevingsvisie staat het 'fysieke' in de leefomgeving centraal. Tegelijk zit er een sterke 'sociale' component aan de opgaven voor sterke steden en een vitaal landelijk gebied. 3.2.1.2 Woon- en leefomgeving: Dynamisch, divers, duurzaam Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid.

Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. In onze groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd investeren we in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied ons vertrekpunt. Gelderland geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen. Gelderland gaat voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, breiden we uit aan de randen van onze steden of dorpen. De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. De ambities zijn als volgt geformuleerd: Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning.

We benutten de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen; Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas; Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal.

Toelichting (concept)

15

bestemmingsplan Harderwijkerweg 445 Hulshorst

Om vorenstaande ambities te realiseren gaat de provincie in overleg met de Gelderse regio's, om zodoende regionale afspraken te maken. 3.2.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Gelderland Voorliggend plan betreft de realisatie van twaalf woningen op de locatie van een voormalig recreatieterrein. Uit de gemeentelijke woonvisie blijkt de behoefte aan woningen in de gemeente Nunspeet (zie paragraaf 3.3.3). Het plan wordt stedenbouwkundig ingepast in de omgeving en de woningen worden conform het bouwbesluit gerealiseerd. Het plan voldoet aan het borgen van kwaliteit van de woon- en leefomgeving en het behoud van vitale kernen, zoals omschreven in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Daarnaast is het de ambitie om leegstand te beperken tot regulier wisselniveau en de uitstraling van de provincie plaatselijk te verbeteren. Daarmee wil de provincie transformatie naar andere functies zoveel mogelijk stimuleren. Met deze ontwikkeling wordt daarbij een bijdrage geleverd aan de lokale woningbouwbehoefte, en hiermee tevens het vitaal houden van de kern Hulshorst. Gesteld wordt dat voorliggend initiatief past binnen de beleidsuitgangspunten zoals opgenomen in de Omgevingsvisie Gelderland. 3.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

3.2.2.1 Algemeen Met een ruimtelijke verordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke plannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn het bestemmingsplan op deze regels afstemmen. 3.2.2.2 Van toepassing zijnde artikelen In voorliggend geval is in het kader van dit project hoofdzakelijk artikel 2.2 van belang. Dit artikel luidt: Artikel 2.2 Instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda 1. Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. 2. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b.

de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en d. Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling. 3.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsverordening Gelderland De plancapaciteit waarin voorliggend bestemmingsplan voorziet kan worden ondergebracht in de aan de gemeente Nunspeet toegekende plancapaciteit. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 3.3.3. Er wordt dan ook voldaan aan artikel 2.2 van de Omgevingsverordening Gelderland. 3.2.3

Conclusie toetsing van het initiatief aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat voorliggend voornemen in overeenstemming is met het provinciale beleid.

16

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Harderwijkerweg 445 Hulshorst

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie 2018 Nunspeet

3.3.1.1 Algemeen De gemeenteraad van Nunspeet heeft op 29 november 2018 de Omgevingsvisie Nunspeet vastgesteld. De gemeente Nunspeet heeft een integrale toekomstvisie opgesteld voor de gehele gemeente, de Omgevingsvisie Nunspeet. In deze visie kijkt de gemeente vooruit in een periode tot 2030. De gemeente blijft bouwen aan een krachtige en vitale gemeente, waar het goed wonen, werken en recreëren is. De gemeente werkt hier graag aan mee met zoveel mogelijk partijen uit de samenleving. De omgevingsvisie heeft een breed karakter. De Omgevingsvisie Nunspeet geeft de koers, die voor een belangrijk deel samen met de samenleving uitgestippeld is en waar de gemeente vervolgens ook samen mee aan de slag willen gaan. Deze koers is niet nieuw, de gemeente bouwt voort op documenten als de 'Integrale Toekomstvisie Nunspeet 2030'.

3.3.1.2 Planspecifiek Voor de gemeente Nunspeet wordt ingezet op de volgende koers: Behoud en versterken van het aantrekkelijk woon- en onderneemklimaat; Een rustige uitvalsbasis en woonomgeving voor alle doelgroepen en opleidingsniveaus; Inzetten op verbeteren kwaliteit woongebieden en van bedrijventerreinen Faciliteren van een goed ondernemingsklimaat, vergroten van de diversiteit hierbinnen (kansen voor innovatieve maakindustrie, voedselindustrie, ICT, zakelijke dienstverlening en zorg en recreatie oppakken); Aantrekkelijk maken voor nieuwe bedrijvigheid voor hoger opgeleiden, versterken relaties tussen onderwijs en bedrijvigheid. Op het gebied van wonen wil de gemeente dat toevoeging van woonlocaties in balans moet zijn met de uitbreidingsbehoefte. Ook wil de gemeente dat er tot 2030 circa 895 woningen bij moeten komen. Om aan de vraag te voldoen overweegt de gemeente zelfs om uitleglocatie te ontwikkelen. Op figuur 4.1 is te zien waar deze uitleglocaties zich bevinden.

Toelichting (concept)

17

bestemmingsplan Harderwijkerweg 445 Hulshorst

Afbeelding 3.1: Uitsnede kaart Omgevingsvisie 2018 Nunspeet (Bron: gemeente Nunspeet) Het plangebied is gelegen in Deelgebied 2 'Gemengd kleinschalig overgangsgebied'. Hierin bestaat de ambitie om het behoud en het versterken van de diversiteit, in beleving, in gebruiken naar ecologische waarden. Ook het zorgvuldig inpassen in het kampenlandschap en het zorgdragen voor geleidelijke en aantrekkelijke overgangen tussen de (nieuwe) bebouwingsclusters en het buitengebied is een ambitie voor het gemengd kleinschalig overgangsgebied. 3.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie 2018 Nunspeet Onderhavig voornemen ziet toe op de realisatie van twaalf woningen nabij de kern Hulshorst. De nieuwe ontwikkeling wordt zorgvuldig ingepast in de bosrand en het kampenlandschap. Voor de locatie is een ruimtelijk kwaliteitsplan opgesteld, zie hiervoor ook Hoofdstuk 2 en Bijlage 1. Hierbij is de locatie aan een landschappelijke- en stedenbouwkundige toets onderworpen. In dit bestemmingsplan is aangetoond dat er ter plaatse van de locatie sprake is van een milieutechnisch wenselijke situatie (zie Hoofdstuk 4) en het is eveneens passend om ter plaatse nieuwe woningen in toe te voegen. Het plan is in lijn met de Omgevingsvisie 2018 Nunspeet. 3.3.2

Integrale toekomstvisie Nunspeet 2030

3.3.2.1 Algemeen De gemeente Nunspeet heeft de Integrale toekomstvisie Nunspeet 2030 vastgesteld. Deze integrale toekomstvisie (ITV) vormt voor de gemeente de koers voor het te ontwikkelen beleid om de visie in al haar facetten gerealiseerd te krijgen. Vanuit de gedachte 'meer samenleving, minder overheid' zal de gemeente meer vanuit een stimulerende, faciliterende en uitnodigende rol de toekomstvisie gaan uitvoeren, waarbij het benutten van kansen centraal staat. Daarnaast vormt de ITV een uitdaging voor ondernemers, inwoners, maatschappelijke organisaties, enzovoorts om met elkaar, vanuit de kracht van de samenleving ervoor te zorgen dat Nunspeet in 2030 een vitale, ondernemende en zorgzame gemeente is waar het uitstekend wonen, werken en recreëren is. De uitdaging is om te blijven streven naar een goede onderlinge balans tussen dynamiek en rust, tussen wonen, bedrijvigheid en infrastructuur enerzijds en natuur en landschap anderzijds. Om alle aanwezige

18

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Harderwijkerweg 445 Hulshorst kwaliteiten te behouden is hier en daar ook verandering noodzakelijk. In de toekomstvisie zijn vier ontwikkelingsrichtingen uitgewerkt: Eén autonome gemeente met vier hechte kernen; Een prettige woonomgeving voor iedereen; Een bereikbare, bedrijvige en duurzame gemeente is; Een plek om van de natuur te genieten. In voorliggend geval is met name het thema 'Een prettige woonomgeving voor iedereen' van belang. 3.3.2.2 Een prettige woonomgeving voor iedereen In de kernen van de gemeente Nunspeet is het niet eenvoudig om betaalbare woningen te kunnen aanbieden voor jongeren, starters, jonge gezinnen of senioren. Het waarborgen van voldoende diversiteit en beschikbaarheid op de woningmarkt vormt dan ook een wezenlijke voorwaarde voor het waarborgen van de sociale samenhang en verscheidenheid van de lokale samenleving. Verder is van belang dat de kerngerichtheid van de bewoners groot is. Er wordt ernaar gestreefd om elke inwoner woonruimte te kunnen bieden in zijn/haar eigen kern. Dit betekent niet automatisch veel bouwen, maar zorgvuldig en periodiek analyseren wat noodzakelijk is om het aanbod voor alle groepen op peil te houden en de doorstroming te bevorderen. De strategie is maatwerk.

De gemeente wil op basis van de werkelijke behoefte in de kernen woningbouw mogelijk maken, waarbij ook het bestaande aanbod in aanmerking wordt genomen. Het doel is om aan iedereen kansen te geven, belangrijke doelgroepen zijn de starters, jonge doorstromers en senioren. Nieuwe ontwikkelingen moeten er vooral op gericht zijn de bestaande kernkwaliteiten te versterken en recht te doen aan het credo 'het hart op de juiste plaats'. Daarom zal bij de woningbouwopgave bezien worden of er in het bestaand bebouwd gebied kan worden ingebreid. Hierdoor wordt het landschap ontzien en wordt er voldoende aandacht besteed aan beeldkwaliteit en cultuurhistorische waarden. 3.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Integrale toekomstvisie Nunspeet 2030 Onderhavig voornemen ziet toe op de realisatie van twaalf woningen op een voormalig recreatieterrein. Het initiatief sluit aan bij het voornemen om met name binnen bestaand bebouwd gebied woningen te bouwen. Voor wat betreft de gebiedsgerichte opgaven geldt dat het plangebied zich uitstekend leent voor een functietransformatie in combinatie met aanvullende passende landschapsmaatregelen. Het sluit hier naadloos op aan.

Tot slot geldt dat het voornemen bijdraagt aan een versterking van de natuurlijke- en landschappelijke kwaliteiten.Geconcludeerd wordt dat voorliggend initiatief in overeenstemming is met de 'Integrale toekomstvisie Nunspeet 2030'. 3.3.3

Woonvisie gemeente Nunspeet 2020-2025

3.3.3.1 Algemeen In de woonvisie legt de gemeenteraad de ambities op het gebied van wonen vast. De woonvisie 'Goed wonen in de gemeente Nunspeet' is op 20 februari 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. Deze woonvisie is vastgesteld voor de periode van 2020 tot 2025. Met deze woonvisie wordt een nieuw fundament gelegd voor voldoende aantrekkelijke woningen voor iedereen, een kwalitatief en energetisch hoogwaardige woningvoorraad, waar iedereen in elke levensfase, met of zonder zorgbehoefte, kan (blijven) wonen. In de woonvisie staan drie ambities centraal: a. een gezonde woningmarkt met passende woningen, voor nu en later; b. ambitieus in energietransitie; c. evenwichtige en zorgzame wijken. Het gemeentebestuur wil dat alle inwoners van de gemeente Nunspeet zo passend mogelijk wonen, en wil de vier kernen 'in balans' houden. Daarvoor is een uitbreiding van de woningvoorraad nodig in de periode 2020 tot 2025. Voor starters is de grootste urgentie, maar ook het passend wonen voor senioren is een grote opgave. Dit vraagt vooral om meer betaalbare woningen: sociale huur en betaalbare koop. De gemeente wil een duurzame woningvoorraad die zich kenmerkt door groen en zuinig energieverbruik,

Toelichting (concept)

19

bestemmingsplan Harderwijkerweg 445 Hulshorst dan wel energieneutraliteit. Tevens wil de gemeente goed wonen voor mensen met een zorgbehoefte mogelijk maken. 3.3.3.2 Dilemma's op de woningmarkt De woonvisie biedt inzicht in de ontwikkelingen op het brede gebied van het wonen. Het geeft ook een beeld van de effecten van beleid van de afgelopen jaren. Ook richt de visie zich op de toekomst waar zich grote veranderingen aankondigen, in hoofdlijnen worden de volgende dilemma's benoemd: Aantal huishoudens blijft groeien, dit vraagt om flexibele oplossingen; Veranderende bevolkingssamenstelling; ontgroening, vergrijzing en kleinere huishoudens; Vertrekoverschot, met name door jongeren en jongvolwassenen; Langer zelfstandig wonen en toenemende zorgbehoefte (senioren verhuizen nauwelijks); Kwaliteit en geschiktheid bestaande woningvoorraad; Wat te doen met nieuwbouwplannen. 3.3.3.3 Kwantitatieve woningbehoefte Op 1 januari 2019 kende Nunspeet 10.851 woningen (Bron: CBS). De vraag is hoeveel woningen er in 2025 nodig zijn om aan de woningbehoefte te voldoen. In de meest recente huishoudensprognose in Nunspeet voor de periode van 2019-2025 een toename van 535 huishoudens verwacht. Ook speelt er een huidig woningtekort van huishoudens die nu al graag zelfstandige woning wensen in Nunspeet maar nog niet zelfstandig wonen.

Dit woningtekort moet bij de geraamde groei van het aantal huishoudens worden opgeteld om tot een reële woningbehoefte te komen. Het is niet duidelijk hoe groot dit tekort in Nunspeet precies is, maar de provincie Gelderland raamt voor de hele provincie dat de woningbehoefte ongeveer 25% hoger ligt dan de groei van het aantal huishoudens. Wanneer we deze vuistregel toepassen op Nunspeet dan is er in de gemeente tot 2025 sprake van een extra woningbehoefte van circa 670 woningen. Voor de periode 2025-2030 gaat het om respectievelijk een huishoudensgroei van 282 huishoudens en een extra woningbehoefte van 350 woningen. 3.3.3.4 Plancapaciteit Momenteel kent de gemeente een plancapaciteit van 919 woningen, waarvan ruim een kwart harde en driekwart zachte plannen betreft. Wanneer we deze plancapaciteit afzetten tegen de geraamde woningbehoefte dan blijkt dat Nunspeet onvoldoende plannen heeft om in de verwachte extra woningbehoefte te kunnen voorzien. Zowel voor de periode tot 2025 als daarna. De realiteit is dat een deel van de plannen uiteindelijk niet doorgaat. Wanneer we rekening houden met dergelijke planuitval dan blijkt het tekort aan woningbouwplannen nog groter. Tot 2025 komt de gemeente plannen te kort voor circa 277 woningen. Bovendien zijn de plannen tot 2025 slechts 100 woningen in harde plannen voorzien.

Er worden dus naar verwachting te weinig woningen gerealiseerd om in de woningbehoefte te kunnen voorzien. Sturen op realisatie en versnelling is noodzaak. 3.3.3.5 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie Nunspeet Onderhavig plan voorziet in woningbouw van een mix van soorten woningen. In de beoogde situatie worden vijf starterswoningen, één twee-onder-een kap woning en vijf vrijstaande woningen gerealiseerd. Zoals in de woonvisie naar voren komt ligt de grootste urgentie bij zowel starterswoningen als grotere woningen (met als gevolg dat elders starterswoningen vrijkomen). Daarnaast is er ook behoefte aan woningen voor senioren. Onderhavig voornemen ziet in die behoefte door een mix van woningen aan te bieden voor starters en de overige doelgroepen. De overige doelgroepen kunnen zorgen voor doorstroom van de woningen zodat indirect ook meer (starters-)woningen vrijkomen. Tot slot is de woningbehoefte groot en is de verwachting dat er te weinig woningen worden gerealiseerd om in de woningbehoefte te kunnen voorzien. Voorliggend plan voorziet in deze woningbehoefte. 3.3.4

Welstandsnota Nunspeet 2015

3.3.4.1 Algemeen De gemeente Nunspeet heeft op 9 december 2015 de Welstandsnota 'Welstand Nunspeet 2015' vastgesteld. In deze welstandsnota zijn de beleidsregels met daarbij welstandscriteria die worden gehanteerd bij de welstandbeoordeling van bouwplannen vastgelegd.

20

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Harderwijkerweg 445 Hulshorst

3.3.4.2 Deelgebied Overgangszone Het plangebied is gelegen in 'Buitengebied Randmeren' en specifiek in het 'Deelgebied Overgangszone'. Voor dit deelgebied geldt het toetsniveau 'beperkte toets'. De beperkte toets is een ambtelijke toets en de criteria zijn helder en eenduidig uitlegbaar. De bebouwing is dit gebied is gevarieerd. Boerderijen, eenvoudige woningen en bosbungalows wisselen elkaar af. Vaak hebben deze verschillende bebouwingstypen een enkelvoudige vorm. De boerderijen liggen oorspronkelijk geclusterd met bijgebouwen op het erf. 3.3.4.3 Toetsing van het initiatief aan de Welstandsnota Nunspeet 2015 Het stedenbouwkundige ontwerp van het planvoornemen dient met de gemeente te worden besproken en akkoord bevonden worden. Vervolgens is het aan de welstandscommissie of het bouwplan voldoet aan de welstandsnota. Dit aspect maakt onderdeel uit van de omgevingsvergunning voor het bouwen. 3.3.5

Conclusie gemeentelijk beleid

Geconcludeerd wordt dat de in voorliggend bestemmingsplan besloten ontwikkeling in past binnen het gemeentelijk beleid.

Toelichting (concept)

21

bestemmingsplan Harderwijkerweg 445 Hulshorst

Hoofdstuk 4 4.1

Geluid

4.1.1

Algemeen

Milieu- en omgevingsaspecten

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. 4.1.2

Situatie plangebied

4.1.2.1 Wegverkeerslawaai In voorliggend geval worden, vanuit planologisch oogpunt, nieuwe geluidsgevoelige objecten toegevoegd. Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is noodzakelijk als de geluidsgevoelige bestemming binnen de wettelijke geluidszone van de weg is gelegen. In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen: De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: wegen die zijn aangeduid als woonerf (art. 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art. 74.2). Situatie plangebied Het plangebied bevindt zich binnen de wettelijke geluidszone van de Harderwijkerweg en de Varelseweg. In dit geval is door BJZ.nu een akoestisch onderzoek verricht om de geluidsbelasting van de weg op de gevels van de woningen te berekenen. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. Het volledig onderzoek is opgenomen in Bijlage 2 bij deze toelichting. Onderzoeksresultaten De geluidbelasting ten gevolge van de Varelseweg, inclusief reductie bedraagt hoogstens 32 dB. Met deze waarde wordt ruimschoots voldaan aan de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder. De geluidbelasting ten gevolge van de Harderwijkerweg bedraagt, inclusief reductie, hoogstens 53 dB.

Met deze waarde wordt niet voldaan aan de voorkeurswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. Wel wordt voldaan aan de maximale ontheffingswaarde van 53 dB uit de Wet geluidhinder. De maatregelen die getroffen kunnen worden om aan de voorkeurswaarde te voldoend ontmoeten bezwaren van stedenbouwkundige, landschappelijke of financiële aard. Er kan dan ook een hogere waarde van worden verleend voor de gevels zoals aangegeven in onderstaande tabel voor de Harderwijkerweg.

22

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Harderwijkerweg 445 Hulshorst

Met nemen van gevelmaatregelen met een geluidreductie van minimaal 25 dB wordt een binnenwaarde van 33 dB gewaarborgd. Bij het vaststellen van een hogere waarde moet bij de bouwvergunningsaanvraag aangetoond worden dat aan de gestelde geluidseisen (binnenwaarde in de geluidgevoelige ruimten 33 dB). Gelet op vorenstaande is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren woningen aangaande het aspect wegverkeerslawaai. Er is daarmee sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de te realiseren woningen aangaande het aspect wegverkeerslawaai. 4.1.2.2 Industrielawaai In de omgeving van het plangebied is geen gezoneerd bedrijventerrein, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, aanwezig. Het aspect industrielawaai is niet van toepassing. Wat betreft de invloed van individuele bedrijven op de woningen wordt verwezen naar paragraaf 4.5 (milieuzonering). 4.1.2.3 Railverkeerslawaai Het aspect railverkeerslawaai kan in voorliggend geval buiten beschouwing worden gelaten omdat de dichtstbijzijnde spoorlijn op ruime afstand van het plangebied ligt. 4.1.3

Conclusie

De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

4.2

Bodem

4.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de NEN-richtlijnen. 4.2.2

Situatie plangebied

In voorliggend geval is door Hunneman Milieu-Advies ter plaatse van het plangebied een verkennend bodemonderzoek, in combinatie met een verkennend asbestonderzoek, uitgevoerd. Hierna wordt ingegaan op de belangrijkste onderzoeksresultaten. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar Bijlage 3 van deze toelichting.

Toelichting (concept)

23

bestemmingsplan Harderwijkerweg 445 Hulshorst

Onderzoeksresultaten Zintuiglijk zijn in de humeuse bovengrond lokaal sporen kolengruis waargenomen. In de bodem is zintuiglijk en analytisch geen asbest aangetroffen. In de vaste bodem zijn licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en/of PCB’s aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan chroom en/of zink aangetoond. De aangetoonde gehalten vormen geen aanleiding tot nader onderzoek. Op basis van de onderzoeksresultaten is de actuele bodemkwaliteit afdoende vastgelegd en bestaan geen bezwaren voor de voorgenomen bestemmingswijziging . 4.2.3

Conclusie

Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.3

Luchtkwaliteit

4.3.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder andere grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). 4.3.2

Besluit en de Regeling niet in betekende mate bijdragen

Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend omstikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 4.3.3

Besluit gevoelige bestemmingen

Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig.

24

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Harderwijkerweg 445 Hulshorst

4.3.4

Situatie plangebied

Voorliggend plan voorziet in het planologisch toevoegen van twaalf woningen op een voormalig recreatieterrein. In paragraaf 4.3.2 zijn voorbeelden van de lijst met categorieën van gevallen opgenomen, die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Gelet op de aard en omvang van dit project in vergelijking met de voorgenoemde categorieën, kan worden aangenomen dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. 4.3.5

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

4.4

Externe veiligheid

4.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's Zware Ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de 'Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen'(Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13352202/1