CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 8. Bijlage BP Harderwijkerweg 445 Hulshorst Bijlagen bij de toelichting Bijlage 6 Quickscan natuurwaardenonderzoek

Raadsvergadering 26 oktober 2023, gemeente NunspeetBij agendapunt: Vaststellen ontwerpbestemmingsplan Harderwijkerweg 445 in Hulshorst. (hamerstuk)3.373 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan Wnb Harderwijkerweg 445 Hulshorst

Quickscan Wnb Harderwijkerweg 445 Hulshorst

Titel

Quick Scan Wnb, Harderwijkerweg 445 Hulshorst

Uitvoering

Bureau Bleijerveld

Opdrachtgever

Groenadviesbureau H.A. ten Have Spanjaardsdijk 53 7433 PW Schalkhaar

Datum

25 februari 2022

Status

1e versie

8451 KB Oudeschoot mob 06-40559568 mobleijerveld@gmail.com

www.ruimtevooradvies.nl

Schoterlandseweg 53

Inhoudsopgave 1

Inleiding 1.1 Aanleiding & doel 1.2 Methoden 1.3 Plangebied 1.4 Ingreep

1 1 2 2 4

2

Beschermde gebieden 2.1 Aanwezigheid beschermde gebieden 2.2 Effecten beschermde gebieden

5 5 5

3

NDFF-gegevens

6

4

Beschermde soorten 4.1 Planten 4.2 Zoogdieren 4.3 Vleermuizen 4.4 Vogels 4.5 Amfibieën 4.6 Reptielen 4.7 Vissen 4.8 Ongewervelden 4.9 Samenvatting

7 7 7 7 8 9 9 9 9 10

5

Conclusies 5.1 Beschermde gebieden 5.2 Beschermde soorten

11 11 11

Bronnen Bijlage I. Wettelijk kader en beleidsbeleid

13

1 1.1 Aanleiding & doel

Inleiding

Aan de Harderwijkerweg 445 in Hulshorst (gem. Nunspeet) is bungalowpark De Hoefstal gevestigd. Het voornemen bestaat om de bedrijfsactiviteiten te beëindigen en het terrein te bestemmen voor woningbouw. Hierbij wordt de huidige bebouwing gesloopt. Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met beschermde soorten en gebieden. Wet- en regelgeving omtrent deze soorten en gebieden is vastgelegd in de Wet Natuurbescherming (Wnb, 2017) en de provinciale structuurvisie/ verordening (o.a. Nederlands Natuurnetwerk).

Figuur 1. Globale ligging plangebied (rood).

Het onderhavige rapport beschrijft de resultaten van de quickscan van beschermde natuurwaarden in en rond het plangebied. De rapportage kan dienstdoen als onderbouwing bij bestemmingsplanwijzigingen en ontheffings- of vergunningaanvragen in het kader van de Wet Natuurbescherming of omgevingsverordening. Een quickscan betreft een beoordeling van de aanwezige natuurwaarden in en rond het plangebied op basis van beschikbare gegevens, een terreinbezoek en ecologische kennis. De quickscan is een momentopname en geen standaard veldinventarisatie waarbij meerdere veldrondes in een seizoen worden uitgevoerd. Een quickscan geeft daardoor een beperkter beeld dan een standaard veldinventarisatie. Omdat het onderzoek een momentopname betreft kan geen rekening worden gehouden met de dynamische aspecten van natuur, zoals migratie en kolonisatie door soorten en veranderd terreingebruik en –beheer na afloop van het onderzoek.

Quickscan Wnb, Harderwijkerweg 445 Hulshorst

1

1.2 Methoden

Bij de beoordeling van het plangebied is een bronnenonderzoek verricht naar het voorkomen van beschermde soorten en de ligging van beschermde gebieden in de regio. Daarvoor zijn de gegevens van de Nederlandse Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Voor de ligging van beschermde gebieden is gebruik gemaakt van de digitale atlas van provincie Overijssel. Op 17 februari 2022 is het plangebied bezocht. Daarbij is gelet op de aanwezigheid van beschermde soorten en sporen (verblijfplaatsen, wissels, pootafdrukken en dergelijke). Verder is het terrein beoordeeld op de geschiktheid voor beschermde soorten (habitatbeoordeling).

1.3 Plangebied

Het plangebied wordt gevormd door een bungalowpark van ruim één hectare dat gelegen is in de bebouwde kom van Hulshorst. Op het terrein staan zo’n vijfentwintig bungalows en stacaravans met één bouwlaag en uiteenlopende constructie. Het gaat om gevels van metselwerk, hout of plaatmateriaal en de meeste daken zijn plat. Langs de oostzijde staat een aantal bungalows met een flauw zadeldak met pannen. Langs de weg staat de oorspronkelijke woning uit de eerste helft van de vorige eeuw met een aanbouw van recentere datum. Het terrein wordt in het centrum gevormd door een grasveld met speelplaats waar de huisjes omheen staan. Tussen de percelen staan veel heggen en betrekkelijk lage coniferen van voornamelijk uitheemse soorten. Verspreid op het terrein staat een klein aantal oudere bomen, voornamelijk aan de westzijde. Rond het terrein liggen erven. Op en rond het terrein komt geen oppervlaktewater voor.

Figuur 2. Recente luchtfoto plangebied met plangrens (rood).

Quickscan Wnb, Harderwijkerweg 445 Hulshorst

2

Figuur 4. Straatzijde met woning (l) en bijgebouw.

Figuur 5. Centrale veld in zuidelijke richting gezien.

Figuur 6. Centrale veld in noordelijke richting gezien.

Figuur 7. Aanzien van de oostelijke rand bungalows.

Figuur 8. Centrale veld in noordwestelijke richting gezien.

Figuur 9. Aanzien van de zuidwesthoek van het park.

Quickscan Wnb, Harderwijkerweg 445 Hulshorst

3

1.4 Ingreep

Het voornemen bestaat om het terrein te gebruiken voor woningbouw. Het plan voorziet in vijf vrijstaande en vijf rijtjeswoningen. De bestaande woning blijft behouden. Voor het erf is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld dat bestaat uit het behoud en aanvulling van de houtsingel rond het terrein en de aanplant van groenelementen binnen het terrein.

Figuur 10. Inrichtingsschets toekomstige situatie.

Quickscan Wnb, Harderwijkerweg 445 Hulshorst

4

2 2.1 Aanwezigheid beschermde gebieden

Beschermde gebieden

Het plangebied maakt geen deel uit van beschermde gebieden. In de omgeving liggen beschermde natuurgebieden met de status Gelders Natuurnetwerk (GNN) en Natura 2000-gebied Veluwe. Ten westen van het plangebied loopt een ecologische verbindingszone. De minimale afstand tot het Natuurnetwerk bedraagt 150 meter, tot het Natura 2000-gebied en de ecologische verbindingszone minimaal één kilometer.

Figuur 11. Ligging plangebied t.o.v. beschermde natuurgebieden. 2.2 Effecten beschermde gebieden

Het plangebied ligt in de bebouwde kom en ligt niet in of in de directe omgeving van beschermde natuurgebieden. De schaal van het plan is beperkt en het toekomstige gebruik verschilt niet wezenlijk van het huidige gebruik. Op basis hiervan is een negatief effect op voorhand uit te sluiten met uitzondering van externe werking op Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie. Mogelijk is in dit verband een Aeriusbereking vereist.

Quickscan Wnb, Harderwijkerweg 445 Hulshorst

5

3

NDFF-gegevens

In de databank zijn van de afgelopen tien jaar geen waarnemingen van beschermde soorten uit het plangebied bekend. In de straat rond het plangebied zijn losse waarnemingen gedaan van boerenzwaluw, huismus en huiszwaluw. De drie soorten staan op de lijst met broedvogels met vaste nestplaatsen. Van de overige soortgroepen zijn geen beschermde soorten waargenomen.

Quickscan Wnb, Harderwijkerweg 445 Hulshorst

6

4

Beschermde soorten

4.1 Planten

Het terrein is sterk gecultiveerd en de groene delen bestaan uit gazon en plantvakken. Spontane vegetatie is niet aanwezig. Er groeiden wilde soorten die kenmerkend zijn voor deze milieus zoals vetmuur, gewone vogelmuur, gewone paardenbloem en madeliefje. Er zijn geen bedreigde of beschermde soorten gevonden. Het terreinbezoek heeft plaatsgevonden in een periode die minder geschikt is voor de beoordeling van flora. Vanwege het karakter en het gebruik van het terrein is de aanwezigheid van beschermde flora echter uit te sluiten.

4.2 Zoogdieren

Alle inheemse soorten zoogdieren met uitzondering van de mol zijn in meer of mindere mate beschermd. In het plangebied zijn geen zoogdieren of sporen aangetroffen. Vanwege het sterk gecultiveerde karakter en grote aandeel uitheemse begroeiing is slechts een beperkt aantal algemene soorten te verwachten zoals egel, gewone bosmuis, huisspitsmuis en rosse woelmuis. De genoemde zoogdieren zijn nationaal beschermde soorten waarvoor in geval van ruimtelijke ingrepen een algemene vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Wnb geldt. Van de zoogdieren waarvoor geen algemene vrijstelling geldt is alleen steenmarter een kenmerkende soort van gebouwen. De meeste gebouwen op het terrein zijn ongeschikt voor steenmarter vanwege het ontbreken van toegankelijk besloten ruimten in de constructie. Bij de gebouwen met een pannendak zijn nergens sporen van steenmarter vastgesteld zoals veegsporen op de gevels, prooiresten of uitwerpselen. Op grond hiervan is geconcludeerd dat geen verblijfplaats van steenmarter op het erf aanwezig is. Verder is het mogelijk dat het terrein tot het leefgebied van eekhoorn behoort maar in de bomen zijn geen verblijfplaatsen aangetroffen. Vanwege het gecultiveerde karakter en de dorpse ligging is een belang van het terrein als leefgebied voor kleine marterachtigen uit te sluiten.

4.3 Vleermuizen

Alle soorten vleermuizen zijn strikt beschermd in de Wnb onder de Europese Habitatrichtlijn. Het leefgebied inclusief de verblijfplaatsen zijn jaarrond beschermd. Verblijfplaatsen bevinden zich in holten van bomen en besloten of donkere ruimten van bouwwerken. In de bomen op het terrein zijn geen holten aangetroffen die geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. De bungalows met de platte daken zijn grotendeels ongeschikt als verblijfplaats vanwege de gesloten bouw (o.a. gaasafdichting) en het materiaalgebruik (glad plaatmateriaal). Een enkele bungalow beschikt echter plaatselijk over open stootvoegen in metselwerk. Verder zijn de woning met bijgebouw en de bungalows met pannendak langs de oostrand in potentie geschikt als verblijfplaats. De bungalows worden marginaal geschikt geacht vanwege de lage dakrand en de vele heggen en coniferen die de aanvliegbaarheid bemoeilijken.

Quickscan Wnb, Harderwijkerweg 445 Hulshorst

7

Figuur 12. Pannendak van het bijgebouw als potentieel verblijf van vleermuizen.

Figuur 13. Hoekpannen van een bungalow langs de oostkant van het terrein al potentiele toegang voor vleermuizen.

Figuur 14. Open stootvoegen in de gevel van een bungalow aan de westkant als potentiele toegang voor vleermuizen.

Het is aannemelijk dat het terrein tot het (veel grotere) foerageergebied behoort van vleermuizen maar het belang is te verwaarlozen vanwege het gecultiveerde karakter en het hoge aandeel coniferen. Een negatief effect op de kwaliteit van het foerageergebied is bovendien uit te sluiten omdat het interessantste deel de groene buitenrand - behouden blijft en wordt aangevuld. Vanwege de structuurrijke omgeving is het uitgesloten dat het plangebied een wezenlijke rol speelt in vliegroutes. Bovendien blijft de groene buitenrand als functioneelste deel behouden. 4.4 Vogels

Alle inheemse broedvogels zijn beschermd. De Wnb maakt onderscheid tussen vogels zonder en met vaste broedplaatsen. Van vogels zonder vaste broedplaats zijn alleen de broedsels beschermd en niet het leefgebied. Van vogels met een vaste broedplaats is naast de broedplaats (jaarrond) ook het functionele leefgebied beschermd. Broedvogels zonder vaste nestplaatsen zijn met name te verwachten in de opgaande begroeiing op het terrein. In het hoofdgebouw en de bungalows met een pannendak zijn broedsels niet uit te sluiten van bijvoorbeeld spreeuw en witte kwikstaart.

Quickscan Wnb, Harderwijkerweg 445 Hulshorst

8

Wat de soorten met vaste nestplaatsen betreft is huismus niet uit te sluiten. Het gaat dan alleen om het hoofdgebouw en de bungalows met pannendak. Vanwege de lage dakrand van de bungalows is de aanwezigheid van nestplaatsen van huismus minder waarschijnlijk. Huismus was tijdens het terreinbezoek niet aanwezig. De overige soorten met vaste nestplaatsen zijn uit te sluiten op grond van het karakter van het terrein en het ontbreken van grotere nesten in de bomen. 4.5 Amfibieën

Alle soorten amfibieën zijn in meer of mindere mate beschermd. In en rond het terrein komt geen oppervlaktewater voor en het plangebied en de omgeving hebben een sterk gecultiveerd karakter. Op grond hiervan zijn hoogstens algemene soorten te verwachten zoals bruine kikker en gewone pad. Voor de te verwachten soorten geldt een algemene vrijstelling van de Wnb in geval van ruimtelijke ingrepen.

4.6 Reptielen

Alle soorten reptielen zijn in meer of mindere mate beschermd. Het plangebied en de omgeving hebben een sterk gecultiveerd karakter met onnatuurlijke vegetaties en voldoen niet aan de habitateisen van de Nederlandse soorten reptielen. Een negatief effect op deze soortgroep is uit te sluiten.

4.7 Vissen

In en rond het plangebied komt geen oppervlaktewater voor. Een negatief effect op vissen in het algemeen is uitgesloten.

4.8 Ongewervelden

De beschermde soorten ongewervelden zijn gebonden aan zeer specifieke habitats. Het plangebied komt voor geen van de beschermde soorten overeen met hun habitat. Deze soortgroep is daarom in zijn geheel uit te sluiten.

Quickscan Wnb, Harderwijkerweg 445 Hulshorst

9

4.9 Samenvatting

In het plangebied is het voorkomen van algemene, kleine zoogdieren mogelijk waarvoor een algemene vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ingrepen. In de opgaande begroeiing en de gebouwen met een pannendak zijn broedsels van vogelsoorten zonder vaste nestplaatsen niet uit te sluiten. Van huismus kunnen vaste nestplaatsen voorkomen in de gebouwen met een pannendak. Van de overige soortgroepen is de aanwezigheid van beschermde soorten uit te sluiten of het plan heeft geen negatieve effecten voor deze soorten. Tabel 1: Beschermde soorten die binnen de planlocatie worden verwacht op basis van bestaande gegevens en het veldbezoek. SOORTGROEP

TOELICHTING

BESCHERMDE SOORTEN GEEN

Planten

WNB

HR

VR

X

Zoogdieren

Algemene soorten

Alg. ontheffing

Vleermuizen

Verblijfplaatsen

Potentieel

Vleermuizen

Foerageergebied

Geen effect

Vleermuizen

Vliegroutes

Broedvogels

Zonder vaste nestplaats

Broedvogels

Met vaste nestplaats

X Mogelijk X

Mogelijk huismus

Amfibieën

Algemene soorten

Alg. ontheffing

Reptielen

X

Vissen

X

Ongewervelden

X

Quickscan Wnb, Harderwijkerweg 445 Hulshorst

10

5

Conclusies

5.1 Beschermde gebieden

Het plangebied ligt niet in of in de directe nabijheid van een Natura 2000-gebied of het Natuurnetwerk Nederland. Negatieve effecten op deze beschermde natuurgebieden zijn uit te sluiten vanwege de kleine schaal van het plan en het toekomstige gebruik dat nauwelijks verschikt van het huidige gebruik. Mogelijk is wel een Aeriusberekening nodig om de externe werking van stikstofdepositie uit te sluiten.

5.2 Beschermde soorten

Kleine zoogdieren (nationale soorten Wnb, art. 3.10) Door werkzaamheden op het terrein kan verstoring van deze soorten optreden en ook sterfte van dieren. Voor een aantal van de nationaal beschermde soorten geldt afhankelijk van de provincie een vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen. In provincie Gelderland geldt deze vrijstelling voor alle te verwachte soorten. Aanvullende maatregelen zijn voor deze soorten niet noodzakelijk. Vleermuizen (Wnb-Habitatrichtlijn, art. 3.5) In het hoofdgebouw en sommige bungalows zijn verblijfplaatsen niet uit te sluiten. Door de sloop kan sterfte en verstoring van vleermuizen optreden. Daarom dient nader onderzoek te worden uitgevoerd naar deze soortgroep. Dit onderzoek dient plaats te vinden in de periode van 15 mei tot eind september. Broedvogels zonder vaste nestplaatsen (Wnb-Vogelrichtlijn, art. 3.1) In de bedrijfsgebouwen zijn algemene broedvogels niet uit te sluiten. Bij werkzaamheden tijdens het broedseizoen kan sterfte en verstoring van broedsels optreden. Daarom dienen deze ingrepen buiten het broedseizoen plaats te vinden. De piek van het broedseizoen beslaat de periode van 15 maart tot 15 juli, maar eerdere en vooral latere broedgevallen zijn mogelijk. In de periode van 1 september tot 1 maart is de kans op broedgevallen gering. Broedvogels met vaste nestplaatsen (Wnb-Vogelrichtlijn, art.

3.1) Door de sloop van de bedrijfsgebouwen kunnen nestplaatsen verloren gaan van huismus maar het is niet bekend of deze aanwezig zijn op het terrein. Daarom dient nader onderzoek plaats vinden naar deze soort. Om de afwezigheid van nestplaatsen van huismus aan te tonen schrijft het provinciale onderzoeksprotocol twee bezoeken voor in de periode 15 maart – 15 mei.

Quickscan Wnb, Harderwijkerweg 445 Hulshorst

11

Tabel 2. Maatregelen en vervolgacties n.a.v. quick scan Soortgroep

Soort

Maatregel/vervolgactie

Planten

Alle

¾

Vleermuizen

Alle

Nader onderzoek in de periode 15 mei – 30 september

Zoogdieren

Alle

¾

Vogels zonder vaste

Alle

Sloop en rooien uitvoeren buiten de periode (1 mrt) 15 maart – 15 juli

verblijfplaats

(1 sep)

Vogels met vaste verblijfplaats

Huismus

Nader onderzoek in de periode 15 mrt – 15 mei

Amfibieën

Alle

¾

Reptielen

Alle

¾

Vissen

Alle

¾

Ongewervelden

Alle

¾

Quickscan Wnb, Harderwijkerweg 445 Hulshorst

12

Bronnen www.ndff.nl www.gelderland.nl www.synbiosis.alterra.nl

Quickscan Wnb, Harderwijkerweg 445 Hulshorst

13

Bijlage I

Wettelijk kader en beleidskader

De toets is gericht op de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden. De bescherming is in de wet geregeld middels de Wet natuurbescherming. De gebiedsbescherming die voortkomt uit het beleid uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de provinciale structuurvisies en verordeningen (NNN/EHS) neemt een aparte positie in. Wet natuurbescherming

De Wet natuurbescherming (Wnb) verenigt of vervangt verschillende wetten en verdragen op het gebied van bos- en natuurbescherming, te weten: • • • •

Voormalige Flora- en Faunawet Europese Vogelrichtlijn Europese Habitatrichtlijn, Verdrag van Bonn en Verdrag van Bern Voormalige Boswet

Activiteiten mogen niet leiden tot een overtreding van de verbodsbepalingen. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: • •

•

Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geen voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.

De Wnb kent verschillende beschermingsregimes voor nationaal beschermde soorten, Vogelrichtlijnsoorten en Habitatrichtlijnsoorten. Elk van deze drie beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten en belangen voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de verbodsbepalingen die relevant zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen en dergelijke. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.1 lid 2 Art 3.5 lid 4 Het is verboden opzettelijk nesten, Het is verboden de rustplaatsen en eieren van vogels voortplantingsplaat- sen of te vernielen of te beschadigen, of rustplaatsen van dieren te nesten van vogels weg te nemen. beschadigen of te vernielen. Art 3.1 lid 3 Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en Het is verboden eieren van

Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wnb Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Niet van toepassing

deze onder zich te hebben.

dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren.

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Niet van toepassing. Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Niet van toepassing.

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Vrijstelling In sommige gevallen geldt voor een handeling die gevolgen heeft voor een soort een vrijstelling. Vormen van vrijstellingen zijn het toepassen van een gedragscode, een programmatische aanpak, een provinciale verordening en een ministeriele regeling. Zorgplicht De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leef- omgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd. Bevoegd gezag De provincie waarin een handeling plaatsvindt is in principe verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wnb. In een aantal gevallen is de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland namens het Rijk verantwoordelijk. Het gaat om zaken van nationaal of provincie-overschrijdend belang, zoals Rijkswegen, -wateren en militaire activiteiten. Rode lijst

Een Rode Lijst bevat een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. Dit wordt bepaald op basis van zeldzaamheid en/of negatieve trend. De lijsten worden periodiek vastgesteld door de minister van EZ. Rode lijsten hebben geen juridische status. Als een soort op de lijst komt, is deze niet automatisch beschermd. Daarvoor moet de soort worden aangewezen onder de Wnb. De Rode lijsten helpen daarbij. Deze lijsten worden ook gebruikt om te toetsen of de beleidsdoelen over biodiversiteit worden gehaald (www.rijksoverheid.nl).

NNN/EHS

Het Nationale Natuurnetwerk (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur EHS) is een netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden in Nederland. De EHS is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De juridische borging van de nationale ruimtelijke belangen die in de SVIR worden aangewezen vindt plaats via het

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De rijkslijn zoals verwoord in het SVIR en Barro is dat er bij EHS geen sprake is van externe werking. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Zij wijzen in hun structuurvisie of verordening de gebieden aan die onder het NNN vallen. In of in de nabijheid van een NNN-gebied geldt het 'nee, tenzij'-principe: nieuwe plannen of projecten zijn niet toegestaan als ze de wezenlijke (potentiële)waarden en kenmerken van het NNN-gebied significant aantasten, tenzij er sprake is van redenen van groot openbaar belang en er geen reële alternatieven zijn. De schade dient in dat geval door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt te worden. De restschade dient te worden gecompenseerd. De planologische bescherming van het NNN vindt plaats in op basis van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen bestemmingsplannen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13352198/1