CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 8. Bijlage 6 Stikstofdepositie berekening Laan 43a Nunspeet

Raadsvergadering 18 december 2025, gemeente NunspeetBij agendapunt: Afgifte Verklaring van geen bedenkingen Laan 43a in Nunspeet. (hamerstuk)10.350 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

r

AERIUS Calculator 2023.2 stikstofberekening 4 WONINGEN LAAN 43A NUNSPEET

Plangegevens Naam

AERIUS berekening t.b.v. 4 woningen

Plantype

AERIUS Calculator 2023.2

Status

Definitief

Datum

5 juni 2024

Projectnummer

24AF039

Opdrachtgever

Building Design Architectuur t.a.v. mevrouw E. Bijen

Opsteller

Ad Fontem Ruimtelijk Advies Stationsstraat 37 7622 LW Borne

074 255 7020 info@ad-fontem.nl

www.ad-fontem.nl

Y. Yildirim LLB

AD F ONT EM R UIMTELI J K AD VIE S

Contactpersoon

01

INLEIDING

1

02

PROGRAMMA AANPAK STIKSTOF EN DE AERIUS BEREKENING

3

02.1 Programma Aanpak Stikstof (PAS)

3

02.2 AERIUS Calculator 2023.2

3

TOETSING ONTWIKKELING

4

03.1 Ligging projectgebied t.o.v. Natura 2000-gebied

4

03.2 Methode

5

03.3 Uitgangspunten

7

03.4 Conclusie

13

03

AD F ONT EM R UIMTELI J K AD VIE S

Inhoudsopgave

AERIUS BEREKENING

01 INLEIDING Voor de locatie aan de Laan 43a in Nunspeet is een plan ontwikkeld. De initiatiefnemer is voornemens de bestaande telefooncentrale te vervangen voor 4 nieuwe grondgebonden woningen. De telefooncentrale heeft een oppervlak van circa 320 m² (naar boven afgerond). De nieuwe woningen hebben een gezamenlijk oppervlak van circa 330 m² (naar boven afgerond). De woningen worden ontwikkeld in samenwerking met Presolid Home te Enter, een bedrijf dat prefab woningen bouwt. Dat betekent dat de bouw een korte doorlooptijd heeft, omdat de onderdelen/elementen in een fabriek worden gefabriceerd en op de bouwplaats alleen in elkaar gezet hoeven te worden. Verder moet worden opgemerkt dat de woningen volledig gasloos (all-electric) zullen worden gebouwd. Voor de sloop van de huidige telefooncentrale heeft initiatiefnemer een uitvoerder in arm genomen. In figuur 1 is een impressie opgenomen van de beoogde woningen.

Figuur 1 - impressie woning en bijgebouw (bron: Building Design Architectuur) Het projectgebied maakt deel uit van het perceel dat kadastraal bekend staat als gemeente Nunspeet, sectie B, perceelnummer 8955. In figuur 2 is de ligging van het projectgebied globaal weergegeven (rode ster) en in figuur 3 de globale begrenzing van het projectgebied (rood omkaderd). Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling zal er mogelijk een toename in de uitstoot van stikstof en ammoniak plaatsvinden, die kan neerslaan in kwetsbare natuur. Op voorhand zijn negatieve effecten voor Natura 2000-gebieden niet uit te sluiten. Derhalve heeft initiatiefnemer Ad Fontem gevraagd om een AERIUS-berekening uit te voeren en het effect van de voorgenomen ontwikkeling op kwetsbare Natura 2000 gebieden te onderzoeken. Voorliggende AERIUS-berekening voorziet daarin. De AERIUS-

handreiking ‘instructie gegevensinvoer voor AERIUS calculator 2023.2’.

01

AD F ONT E M R UIMTE LI J K AD VIE S

berekening is uitgevoerd met behulp van de AERIUS calculator 2023.2 en de daarbij horende

AERIUS BEREKENING

Figuur 3: begrenzing projectgebied (rood omkaderd) (bron: kadastralekaart.com)

02

AD F ONT E M R UIMTE LI J K AD VIE S

Figuur 2: ligging projectgebied (rode ster) (bron: kadastralekaart.com)

AERIUS BEREKENING

02 PROGRAMMA AANPAK STIKSTOF EN DE AERIUS BEREKENING 02.1

Programma Aanpak Stikstof (PAS)

De overheid wil de hoeveelheid stikstof in de natuur (stikstofdepositie) terugdringen. Daarvoor introduceerde zij in 2015 het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Dit programma was ook gericht op het versterken van de natuur en het maakte tegelijkertijd economische ontwikkeling mogelijk. Op 29 mei 2019 heeft het hoogste bestuursorgaan van ons land, de Raad van State, de vergunningen op basis van het PAS ongeldig verklaard omdat dit in strijd is met de Europese natuurwetgeving. De overheid werkt nu aan een nieuwe aanpak stikstof. De depositie van stikstof vindt plaats in de vorm van NOx (stikstofoxide) en NH3 (ammoniak). De depositie van NOx vindt onder meer plaats bij de verbranding van fossiele brandstoffen. De depositie van NH3 is voor het overgrote deel afkomstig van de landbouw. Om voor afzonderlijke projecten aan te tonen wat het effect is op Natura 2000-gebieden is het rekeninstrument AERIUS in het leven geroepen. Op 5 oktober 2023 is een actualisatie van de AERIUS calculator uitgevoerd. De noodzaak voor deze actualisatie bleek uit een nieuw rapport van Wageningen Environmental Research over de Kritische Depositie Waarden (KDW’n) in opdracht van de minister voor Natuur en Stikstof waarin internationaal onderzoek naar Nederland is vertaald. De opgave om de natuur op een gezond niveau te krijgen en wettelijke doelen te halen, wordt daarmee groter.

De KDW is de wetenschappelijk bepaalde waarde waarboven het risico bestaat dat natuur significante schade lijdt door de invloed van stikstof. Die is per type natuur verschillend. Die waarden worden ongeveer elke tien jaar op Europees niveau geactualiseerd op basis van internationaal onderzoek. In de periode tussen 5 oktober en 6 november 2023 zijn in de AERIUS Calculator onjuiste bronkenmerken voor mobiele werktuigen en railverkeer toegepast (zoals de bronhoogte). Dit is op 6 november gecorrigeerd door een nieuwe versie van de AERIUS Calculator uit te brengen: AERIUS Calculator 2023.0.1. Daarna is de AERIUS Calculator meerdere keren geactualiseerd, waarin nieuwe functionaliteiten en verbeteringen in gebruiksgemak zijn doorgevoerd. Rekenresultaten blijven ongewijzigd. De laatste versie van de AERIUS Calculator is 2023.2.

02.2 AERIUS Calculator 2023.2

gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, is daarvoor, naast een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwen (artikel 5.1 lid 1 sub a Omgevingswet) en een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit zelf, een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit nodig.

03

AD F ONT E M R UIMTE LI J K AD VIE S

Als een bouwproject afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante

AERIUS BEREKENING

Degene die bouw- en sloopwerkzaamheden verricht, moet altijd adequate maatregelen treffen (zoals werktuigen minder stationair laten draaien) om de stikstofemissie te beperken (artikel 7.19a, Bbl). Dat geldt alleen voor een van de volgende gevallen: •

Voor het bouwen is een omgevingsvergunning voor een technische bouwactiviteit nodig.

•

Voor het bouwen is een bouwmelding nodig.

•

Voor het slopen is een melding nodig omdat er meer dan 10 m3 aan afval vrijkomt.

•

Informatie over maatregelen die de stikstofemissie beperken, moet naar het bevoegd gezag toegestuurd worden met: o

de bouwmelding of sloopmelding (artikel 7.5c Bbl)

o

de

vergunningaanvraag

voor

de

technische

bouwactiviteit

(artikel

7.12a

Omgevingsregeling) Om te onderzoeken of het plan/project leidt tot een toename van stikstofdepositie wordt gebruik gemaakt van de AERIUS Calculator 2023.2. Het rekeninstrument AERIUS Calculator 2023.2 berekent zowel de stikstof- als ammoniakdepositie als gevolg van projecten en plannen op Natura 2000gebieden. Met het rekeninstrument kan de uitstoot van stikstof/ammoniak en de neerslag daarvan op Natura 2000-gebieden worden berekend. De uitkomst van de berekening geeft inzicht in de uitvoerbaarheid van een plan of project voor wat betreft stikstof en ammoniak.

03 TOETSING ONTWIKKELING

03.1

Ligging projectgebied t.o.v. Natura 2000-gebied

Het projectgebied ligt als het ware ingesloten tussen 2 Natura 2000-gebieden, de Veluwerandmeren en het Veluwe. De onderlinge afstand tussen het projectgebied met de dichtstbijzijnde gronden die zich behoren tot een Natura 2000-gebied (Veluwe) bedraagt circa 800 meter. Zie figuur 4. Er zijn ook andere Natura 2000-gebieden aanwezig op een grotere afstand van het projectgebied, zoals Rijntakken op circa 19 kilometer afstand en Arkemheen op circa 21 kilometer afstand. Deze worden echter niet weergegeven op onderstaande kaart. De Natura 2000-gebieden die niet op onderstaande kaart zichtbaar zijn, maar wel binnen de straal van 25 kilometer vanaf het projectgebied liggen, worden echter automatisch meegenomen in de

van activiteiten binnen projectgebied tot een afstand van 25 km.

04

AD F ONT E M R UIMTE LI J K AD VIE S

voorliggende AERIUS-berekening. Immers, de AERIUS-calculator 2023.2 rekent de depositiebijdrage

AERIUS BEREKENING

Figuur 4: ligging projectgebied ten opzichte van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (bron: AERIUS Calculator 2023.2)

03.2 Methode

03.2.1 Referentiesituatie Onder het huidige recht geldt in het projectspoor dat de effecten van een (nieuw of gewijzigd) project moeten worden beoordeeld ten opzichte van de effecten die plaatsvinden in de referentiesituatie. Bij een project wordt de referentiesituatie ontleend aan een natuurvergunning of, bij gebreke daarvan, een milieuvergunde situatie ten tijde van de aanwijzing van het Natura 2000-gebied (vgl. ABRvS 14 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1507, r.o. 7). Daarnaast kan voor bepaalde activiteiten (zoals de bemesting van

ABRvS 22 oktober 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2874, r.o. 15 e.v.).

03.2.2 Beoogde Situatie Om de emissie/depositie van stikstof en ammoniak als gevolg van de ontwikkeling te berekenen, wordt in de voorliggende AERIUS-berekening een onderscheid gemaakt in de aanleg- en gebruiksfase:

05

AD F ONT E M R UIMTE LI J K AD VIE S

gronden) de referentiesituatie onder omstandigheden worden ontleend aan het bestemmingsplan (vgl.

AERIUS BEREKENING

Aanlegfase Er kunnen in de aanlegfase op twee mogelijke manieren stikstof en ammoniak vrijkomen: 1.

Inzet werkmateriaal: a.

betreft het werkmateriaal dat wordt ingezet voor het slopen van bestaande bebouwing en het bouwrijp maken van gronden voor het realiseren van nieuwe bebouwing;

b.

betreft het werkmateriaal dat wordt ingezet voor het daadwerkelijk bouwen van de beoogde bebouwing;

c.

betreft het werkmateriaal dat wordt ingezet voor het afwerken van gronden, nadat de beoogde bebouwing is gerealiseerd;

2.

Verkeersbewegingen aanlegfase: dit betreft de verkeersbewegingen van- en naar het projectgebied c.q. de bouwplaats, oftewel bouwverkeer. De calculator berekent de depositiebijdrage van het wegverkeer met een implementatie uit de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 tot een afstand van 25 kilometer van de weg. Bij voorliggende ontwikkeling ligt het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied op circa 800 meter afstand van het projectgebied. Verkeersbewegingen van en naar het projectgebied dienen derhalve meegenomen te worden.

Gebruiksfase Tijdens de gebruiksfase kan er op twee mogelijke manieren stikstof en/of ammoniak vrijkomen: 1.

Gebruik van de woningen: uitgegaan wordt dat in de nieuwe woningen geen sprake zal zijn van een gasaansluiting of andere vorm van stookinstallaties. Hierdoor zal er geen sprake zijn van de uitstoot van stikstof en/of ammoniak. Er vindt immers geen emissie plaats als gevolg van het verwarmen, het koken en/of verwarmen van tapwater in de woningen. Dit onderdeel kan dan ook verder buiten beschouwing worden gelaten.

2.

Verkeersbewegingen gebruiksfase: dit betreft de verkeersbewegingen van en naar de woningen, oftewel bestemmingsverkeer. De calculator berekent de depositiebijdrage van het wegverkeer met een implementatie uit de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 tot een afstand van 25 kilometer van de weg. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is gelegen op circa 800 meter afstand. Dit betekent dat de verkeersbewegingen in de berekening meegenomen dienen te worden.

inrichting worden toegerekend wanneer het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is dit het geval op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. De berekening heeft dienovereenkomstig plaatsgevonden

06

AD F ONT E M R UIMTE LI J K AD VIE S

Een algemeen criterium voor verkeer van en naar inrichtingen is dat de gevolgen niet meer aan de

AERIUS BEREKENING

03.3 Uitgangspunten

03.3.1 Referentiesituatie In voorliggend geval wordt uitgegaan dat er geen sprake is van een depositie van stikstof en ammoniak in de referentiesituatie.

03.3.2 Aanlegfase 03.3.2.1

Algemeen

Het (te verwachten) aantal draaiuren van een werkvoertuig is berekend op basis van het aantal dagen dat een werkvoertuig naar verwachting gemiddeld op de bouwplaats staat. Het brandstofverbruik is berekend aan de hand van de formule die in de ‘instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2023.2’ is opgenomen voor mobiele werkvoertuigen. Die formule luidt als volgt: B = P max * 0,095 + 0,54 * D. Voor wat betreft de mobiele werktuigen is in de voorliggende berekening uitgegaan van een combinatie van elektrische mobiele werktuigen en normale op fossiele brandstoffen aangedreven mobiele werktuigen met een stageklasse vanaf STAGE IV. Bij mobiele werktuigen vanaf STAGE IV is het mogelijk om AdBlue toe te passen, waarmee de uitstoot van stikstof en ammoniak beperkt wordt. Dit draagt bij aan het verwezenlijken van de doelstelling van de overheid om nadelige effecten voor de natuur bij bouwprojecten zo veel mogelijk te beperken. De hoeveelheid AdBlue verbruik is beperkt tot maximaal 6% van het brandstofverbruik, e.e.a. op basis van de resultaten van het onderzoek van de TNO (Ligterink et al 2021) waaruit gebleken is dat het AdBlue verbruik maximaal 6% van het dieselverbruik mag bedragen. Derhalve zal het te toepassen AdBlue verbruik maximaal 6% bedragen, waarvan in de voorliggende AERIUS-berekening is uitgegaan.

Verder is bij het maken van de berekeningen worst-case telkens naar boven afgerond. Voor het berekenen van het AdBlue verbruik is worst-case naar beneden afgerond. Door gebruik te maken van deze uitgangspunten is er een defensieve inschatting gemaakt van het te verwachten inzet aan werkmateriaal in de aanlegfase, wat in de praktijk mogelijk lager zal uitvallen.

03.3.2.2

Sloop- en grondwerk

Alvorens de nieuwbouw woningen kunnen worden gebouwd, moet de bestaande bebouwing van de KPN

uitvoerder van het grondwerk input ontvangen die in de AERIUS-berekening opgenomen kan worden. Dit is als bijlage opgenomen bij deze berekening. Onderstaand volgt een tabel met de in te zetten mobiele werktuigen en toelichting:

07

AD F ONT E M R UIMTE LI J K AD VIE S

worden gesloopt en de gronden bouwrijp worden gemaakt. De initiatiefnemer heeft van de sloper en

AERIUS BEREKENING

Toelichting In de voorbereidingsfase worden diverse werkzaamheden verricht, waaronder voorbereidende werkzaamheden, sloop en grondwerk. Daarbij zullen diverse mobiele werktuigen noodzakelijk zijn. Op basis van de informatie van de uitvoerder blijkt dat het aantal machinale uren 128 draaiuren bedraagt (zie bijlage 1). Omdat niet exact bekend is welk(e) vermogen en mobiele werktuigen ingezet zullen worden om het werk te verrichten, is in de voorliggende AERIUS-berekening rekening gehouden met 1 middelgroot mobiele werktuig van maximaal 100 kW voor het zware werk (slopen) en 2 kleine mobiele werktuigen van maximaal 60 kW voor het lichtere werk (opruimen / grond afgraven). Voor het afvoeren van 570 ton puin en 15 ton dakleer-/bouw- en sloopafval worden containers en vrachtwagens ingezet. Volgens de vuistregel aantal ton x 1,5 = aantal m³, moet er in totaal afgerond 878 m³ aan puin, dakleer-/bouw- en sloopafval worden afgevoerd. Uitgaande van een container van 40 m³ om het afval te vervoeren, zijn er afgerond 22 containers benodigd (berekening: 878/40). Een volle container wordt door een vrachtwagen opgehaald die tegelijkertijd een lege container meeneemt. Uitgaande van 22 containers komt dit neer op 22 vrachtwagens. Tot slot wordt 480 m³ grond afgegraven en bij het aanvullen van de woningen gebruikt. Er vindt daarbij geen grond afvoer plaats.

03.3.2.3

Realisatiefase

Nadat de sloop en het grondwerk zijn uitgevoerd, kunnen de nieuwe woningen worden gebouwd. De volgende mobiele werktuigen zijn daarbij naar verwachting noodzakelijk:

Toelichting

Vervolgens moeten er kalkzandsteenblokken worden gedraaid. Wanneer de blokken zijn gedraaid moeten er betonbalkjes worden gelegd en wordt er nog beton gestort met de pomp. Daarmee zijn de fundering en vloer voor de woning gereed. Volgens de informatie van Presolid Home wordt het draaien van kalkzandsteenblokken gedaan met een elektrische kraan die geen uitstoot heeft. Het storten van

08

AD F ONT E M R UIMTE LI J K AD VIE S

Het niet bekend hoeveel m³ beton gestort moet worden. Er moet beton gestort en verwerkt worden.

AERIUS BEREKENING

het beton wordt gedaan met een betonpomp. Hiervoor is gerekend met maximaal 1 dag per woning, wat neerkomt op 32 uur voor de betonpomp (berekening: 8*4). Nadat de fundering is aangebracht kunnen de HSB-woningen worden gebouwd. Zoals reeds is beschreven, betreffen dit prefab woningen. Dat betekent dat de bouw een korte doorlooptijd heeft, omdat de onderdelen/elementen in een fabriek worden gefabriceerd en op de bouwplaats alleen in elkaar gezet hoeven te worden. Ook is er sprake van lichte materialen. Hierdoor is de inzet van een elektrische kraan voldoende. Zoals reeds beschreven heeft een elektrische kraan geen uitstoot. Hierdoor hoeft deze niet meegenomen te worden in de AERIUS-berekening. Nadat de HSB-woningen helemaal zijn opgezet,

kunnen de woningen worden afgebouwd (o.a.

metselwerk, dakpannen). Het transport van de gevelstenen voor het metselwerk neemt maximaal 1 dag in beslag en het transport van de dakpannen ook (in totaal 2 dagen). Het leggen van de gevelstenen en dakpannen wordt met de hand gedaan. Eventueel kan de elektrische kraan hierbij worden ingezet. Tevens worden eventuele montages in de woning met de hand uitgevoerd, dan wel met elektrisch handgereedschap. Aangezien dit niet leidt tot een uitstoot, hoeft dit niet meegenomen te worden in de AERIUS-berekening. Tot slot zullen er diverse benodigdheden naar de bouwplaats gebracht moeten worden, o.a. beton, (bouw)materialen en steigers. Er komt 1 vrachtwagen voor het brengen van steigers, 2 vrachtwagens voor de cementdekvloer en 1 vrachtwagen per woning voor overige benodigdheden (in totaal 4 vrachtwagens). Het aantal benodigde vrachtwagens in de realisatiefase bedraagt derhalve 7 vrachtwagens.

03.3.2.4

Afrondingsfase

Nadat de woningen gebouwd zijn, dient het terrein woonrijp te worden gemaakt. Naar verwachting

Toelichting Voor de woningen worden parkeerplaatsen aangelegd en een weg om de woningen te bereiken. Daarvoor zal naar verwachting eerst enigszins grond afgegraven moeten worden. Uitgaande van een af te werken terrein van maximaal 500 m² en een afgravingsdiepte van maximaal 0,15 meter voor het plaatsen van klinkers, komt er maximaal 75 m³ grond vrij.

09

AD F ONT E M R UIMTE LI J K AD VIE S

zullen daarbij de volgende werkvoertuigen benodigd zijn:

AERIUS BEREKENING

Voor het afgraven van de gronden is een graafmachine noodzakelijk. De grond die wordt afgegraven wordt geladen in een container en opgehaald door een vrachtwagen. Een kraanbak heeft een minimale inhoud van 0,7 m³. Dit zorgt voor afgerond 108 scheppen (berekening: 75/0.7). Een graafbeweging duurt gemiddeld 1,5 minuut. Dit komt neer op maximaal afgerond 3 draaiuren (berekening: 108*1,5/60). Omdat de grond ook moet worden geladen in een container, wordt uitgegaan van de dubbele hoeveelheid van het aantal uren, te weten 6 draaiuren. Ervan uitgaande dat er een container wordt geplaatst met een inhoud van circa 40 m³, zijn er maximaal afgerond 2 containers en vrachtwagens noodzakelijk (berekening: 75/40). Voorzichtigheidshalve is er in de berekening rekening gehouden met de inzet van overige kleine werktuigen, zoals een mini-graafmachine en/of trilplaat/trilstamper, voor het eventueel aanplanten van groen en/of aanstampen van gronden. Hiervoor is maximaal 1 dag voor uitgetrokken. Dit komt neer op 8 draaiuren (berekening: 1*8). Verder moeten diverse benodigdheden naar het projectgebied te worden gebracht. Op een pallet past circa een oppervlak van 8 m² aan klinkers. Op basis van dit uitgangspunt en een te verharden terrein van maximaal 500 m², komt dit neer op maximaal afgerond 63 pallets (berekening: 500/8). Een vrachtwagen kan circa 35 pallets vervoeren.

Dit betekent dat er maximaal afgerond 2 vrachtwagens benodigd zijn (berekening: 63/35). Het aanleveren van eventueel ophoogzand kan een aantal zakken samen met de bestrating in de vrachtwagens meegenomen worden. Voor het brengen van eventuele beplanting en overige benodigdheden is rekening gehouden met eveneens 2 vrachtwagens. In totaal is er in de afrondingsfase voor de aanvoer van benodigdheden rekening gehouden met maximaal 4 vrachtwagens. De vrachtwagens hebben een zelflosser die wordt gebruikt bij het uitladen.

03.3.2.5

Bouwverkeer

Licht verkeer (verkeersgeneratie vaklieden) Voor de totale duur van de sloopfase wordt maximaal 1 maand uitgetrokken. Binnen deze periode komen dagelijks op de bouwplaats naar verwachting maximaal 2 voertuigen (auto’s en/of busjes). Uitgaande van een doorlooptijd van 1 maand en een werkbare periode van 20 werkdagen, komt dit neer op 40 lichte voertuigen (berekening: 2*20) tijdens de sloopfase. Dit leidt tot 80 lichte verkeersbewegingen (berekening: 40*2). De totale duur van de bouw- en afrondingsfase duurt naar verwachting maximaal 5 maanden. Binnen

busjes). Uitgaande van een doorlooptijd van 5 maanden en een werkbare periode van 100 werkdagen, komt dit neer op 200 lichte voertuigen (berekening: 2*100) tijdens de aanlegfase. Dit leidt tot 400 lichte verkeersbewegingen gedurende de aanlegfase (berekening: 200*2). In totaal bedraagt het aantal lichte verkeersbewegingen tijdens de gehele aanlegfase 480 verkeersbewegingen (berekening: 80+400).

10

AD F ONT E M R UIMTE LI J K AD VIE S

deze periode komen dagelijks op de bouwplaats naar verwachting maximaal 2 voertuigen (auto’s en/of

AERIUS BEREKENING

Zwaar vrachtverkeer In de sloopfase is rekening gehouden met 22 vrachtwagens voor het afvoeren van puin, dakleer, bouwen sloopafval. Dit komt neer op 44 zware verkeersbewegingen (berekening: 22*2). Ook is rekening gehouden met de inzet van diverse mobiele werkvoertuigen. Er is rekening gehouden met 1 middelgrote machine om het sloopwerk te verrichten en 2 kleine machines voor het grondwerk en het opruimen. Geacht wordt dat de middelgrote machine éénmalig naar de bouwplaats rijdt en daar blijft totdat de werkzaamheden zijn uitgevoerd, waarna die weer terugrijdt. Dit komt neer op 2 zware verkeersbewegingen (1*2). De kleine machines worden geacht met 1 vrachtwagen vervoerd te kunnen worden, en dat ze na afloop weer worden opgehaald. Hiervoor zijn er dus in totaal 2 vrachtwagens noodzakelijk. Omdat de vrachtwagens een keer leeg moeten terugrijden en een keer leeg heenrijden, zijn dit 4 verkeersbewegingen per vrachtwagen. Uitgaande van 2 vrachtwagens komt dit neer op 8 verkeersbewegingen (berekening: 4*2). In de bouw- en afrondingsfase is rekening gehouden met 13 vrachtwagens (7 realisatiefase + 6 afrondingsfase). Dit komt neer op 26 zware verkeersbewegingen (berekening: 13*2). Ook is wederom rekening gehouden met de inzet van diverse mobiele werkvoertuigen. Er is rekening gehouden met 2 grote machines (elektrische hijskraan, betonpomp en een machine voor het slopen).

Geacht wordt dat deze machines éénmalig naar de bouwplaats rijden en daar blijven totdat de werkzaamheden zijn uitgevoerd, waarna ze weer terugrijden. Dit komt neer op 4 zware verkeersbewegingen (2*2). Tevens is rekening gehouden met 2 kleine werktuigen voor de afrondingsfase. Geacht wordt dat deze in 1 vrachtwagen vervoerd kunnen worden en na afloop weer opgehaald worden. Omdat de vrachtwagen een keer leeg moet terugrijden en een keer leeg heen moet rijden, zijn dit 4 zware verkeersbewegingen. In totaal bedraagt het aantal zware verkeersbewegingen in gehele aanlegfase derhalve 88 zware verkeersbewegingen (berekening: 44+2+8+26+4+4). In overleg met de initiatiefnemer zal de verkeersgeneratie in de sloop-, bouw- en afrondingsfase via de Laan op de bouwplaats arriveren. Op de Laan kan men naar 2 richtingen rijden. Gelet op dat er 2 richtingen zijn, worden de verkeersbewegingen over de beide richtingen evenredig (50%/50%) verdeeld.

maken van een stagnerende verkeersbron. Bij het laden/lossen van vrachtwagens worden de motors uitgezet, om stikstofuitstoot te beperken.

11

AD F ONT E M R UIMTE LI J K AD VIE S

Daarnaast is rekening gehouden met manoeuvrerende bewegingen op de bouwplaats door gebruik te

AERIUS BEREKENING

03.3.3 Gebruiksfase 03.3.3.1

Verkeersbewegingen van en naar de woning

Dit betreft de verkeersgeneratie die de beoogde ontwikkeling te weeg brengt. Als uitgangspunt zijn de kengetallen van CROW, het nationale kennisplatform voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte, aangehouden. Het projectgebied ligt in stedelijk gebied, in de wijk 00 Nunspeet, die een weinig stedelijke stedelijkheidsgraad (tussen 500 en 1.000 adressen per km²) kent.1 Er worden 4 tussen- en hoekwoningen gerealiseerd. Uitgaande van gebiedstype ‘Rest bebouwde kom’ bedraagt de dagelijkse verkeersgeneratie per woning maximaal 7,8 verkeersbewegingen. Voor 4 woningen komt dit neer op afgerond 32 lichte verkeersbewegingen (berekening: 7,8*4). Bij het wonen dienen de zware verkeersbewegingen afkomstig van vuilniswagens of pakketbezorgers meegenomen te worden. Volgens de CROW uitgave 381 kan bij de functie ‘wonen’ 2% van het totaal aantal verkeersbewegingen beschouwd worden als zwaar verkeer. Dit komt neer op afgerond 1 zware verkeersbeweging per dag (32*0,02). Voor de verkeersbewegingen is dezelfde route aangehouden als in de aanlegfase. Omdat er 2 richtingen zijn, zijn de verkeersbewegingen over beide richtingen evenredig verdeeld (50%/50%). Tevens is rekening gehouden met manoeuvrerende bewegingen ter plaatse van de parkeerplaatsen voor de vuilniswagens en/of pakketbezorgers door gebruik te maken van een stagnerende verkeersbron.

Om het stationair gedraai van de motors van een vuilniswagen en/of pakketbezorger mee te nemen, wordt een separate bron opgenomen conform de instructie ‘gegevensinvoer voor AERIUS calculator 2023.2’, waarin kengetallen zijn opgenomen voor het stationair draaien van zwaar verkeer. Voor zwaar verkeer gaat de instructie voor het jaar 2026 uit van afgerond 74 NOx gram/uur en 0,9 NH3 gram/uur. Er is hierboven rekening gehouden met 1 zware verkeersbeweging per dag. Op jaarbasis zijn dit 365 zware verkeersbewegingen (berekening: 1*365). Dit zijn afgerond 183 zware voertuigen (berekening: 365/2). Hiervan uitgaande en een gemiddelde laad/los tijd van 5 minuten, komt dit afgerond neer op de

1

12

-

NOx = 1,13 kg/j (berekening: 183*5/60*74/1.000)

-

NH3 = 0,02 kg/j (berekening: 183*5/60*0,9/1.000).

CBS StatLine 2023. Kerncijfers wijken en buurten.

AD F ONT E M R UIMTE LI J K AD VIE S

volgende emissies:

AERIUS BEREKENING

03.4 Conclusie

03.4.1 Rekenresultaten De berekeningen voor de aanleg- en gebruiksfase zijn uitgevoerd met het programma AERIUS Calculator 2023.2. Voor de aanlegfase is gerekend voor het rekenjaar 2025. Voor de gebruiksfase is gerekend voor het rekenjaar 2026. De bijdrage aan de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden is in alle gevallen berekend voor een vergunning Natura 2000-activiteit. Als bijlage bij deze rapportage behoort het AERIUS analysebestand (pdf) met rekenresultaten (bronnen, rekenpunten en resultaten) van de aanlegen gebruiksfase. Aanlegfase De totale NOx-emissie bedraagt in deze fase in totaal 14,3 kg/j. De totale NH3-emissie bedraagt 0,5 kg/j. Er zijn rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. De hoogste bijdrage bedraagt 0,01 mol/ha/j ter plaatse van het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’. Gebruiksfase De totale NOx-emissie bedraagt in de aanlegfase in totaal 2,2 kg/j. De totale NH3-emissie bedraagt 0,2 kg/j. Er zijn geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j.

3.4.2 Conclusie Door uitvoering van de voorliggende AERIUS-berekening is aangetoond dat in de aanlegfase nadelige depositie van stikstof en/of ammoniak vrijkomt. De hoogste bijdrage bedraagt 0,01 mol/ha/j ter plaatse van het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’. Nader onderzoek is noodzakelijk. In de gebruiksfase is er geen nadelige depositie van stikstof en/of ammoniak aangetroffen. De hoogste bijdrage bedraagt 0,00 mol/ha/j. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Omdat er in de aanlegfase een nadelige depositie van stikstof en/of ammoniak is aangetroffen heeft de initiatiefnemer een ecologische voortoets laten uitvoeren door Natuurbank Overijssel. Hieruit wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling niet leidt tot significante gevolgen voor het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ of voor andere omliggende Natura 2000-gebieden i.r.t. het aspect stikstofdepositie. Voor de concrete inhoud wordt verwezen naar de ecologische voortoets opgenomen

Gelet op de uitkomst van de voortoets is een vergunning voor een Natura 2000-activiteit niet noodzakelijk, ondanks dat sprake is van een depositie van 0,01 mol/ha/j ter plaatse van het Natura 2000gebied ‘Veluwe’. De AERIUS Calculator 2023.2 biedt voldoende inzicht in het effect van de voorgenomen activiteit op Natura 2000-gebieden voor het aspect stikstof en ammoniak. De uitkomsten van de berekeningen met de AERIUS Calculator 2023.2 zijn geldig en toepasbaar voor ruimtelijke plannen.

13

AD F ONT E M R UIMTE LI J K AD VIE S

als bijlage bij deze berekening.

Ad Fontem ruimtelijk advies

074 255 7020

Stationsstraat 37

info@ad-fontem.nl

147622 LW Borne

www.ad-fontem.nl

AD F ONT E M R UIMTE LI J K AD VIE S

AERIUS BEREKENING

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .

handleidingen op onze website

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Ad Fontem Ruimtelijk Advies Laan 43A , 8071 JH Nunspeet 4 nieuwe woningen aan de Laan 43a Nunspeet AERIUS aanlegfase 4 woningen

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

RRcfLALdHFfH 17 mei 2024, 15:48 OwN2000-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Situatie 1 - Beoogd Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

RRcfLALdHFfH (17 mei 2024)

2025

0,01 mol/ha/j 10,20 ha 0,00 ha 0,01 mol/ha/j -

0,5 kg/j

5438089

14,3 kg/j Veluwe

2/9

Projectberekening

Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2025 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Realisatiefase 2 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Afrondingsfase 9 Anders... | Anders... | Stationair draaien vrachtwagens gebruiksfase 10 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | Sloop en grondwerk  Verkeersnetwerk

RRcfLALdHFfH (17 mei 2024)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

0,2 kg/j 9,3 g/j 20,0 g/j 0,3 kg/j 29,6 g/j

3,8 kg/j 0,8 kg/j 1,2 kg/j 7,2 kg/j 1,2 kg/j

3/9

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RRcfLALdHFfH (17 mei 2024)

4/9

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

10,20

Per gebied

Berekend (ha gekarteerd)

Veluwe (57)

10,20

RRcfLALdHFfH (17 mei 2024)

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

2.037,00

2.037,00

10,20

10,20

0,01

0,01

0,00

0,00

-

-

5/9

Projectberekening

Situatie 1, Rekenjaar 2025 1

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte Naam

Realisatiefase X:182143,59 Y:488111,32 0,14 ha

NOₓ NH₃

Stageklasse

Betonpomp Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja 2

Brandstof­verbruik

Naam

Afrondingsfase X:182143,59 Y:488111,32 0,14 ha

Graafmachine

626 l/j

32 u/j

37 l/j

Stof Emissie

NOₓ NH₃

NOₓ NH₃

Stageklasse

Brandstof­verbruik

Stage-IV, 2014-2018, 56- 38 l/j 75 kW, diesel, SCR: ja

Overige werktuigen (o.a. miniStage-IV, 2014-2018, <= 20 l/j graafmachine, trilplaat, trilstamper) 56 kW, diesel, SCR: nee

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

RRcfLALdHFfH (17 mei 2024)

Draaiuren AdBlue verbruik

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte

3

3,8 kg/j 0,2 kg/j

Verkeersbewegingen aanlegfase (1) X:182195,39 Y:488151,26 141,37 m Binnen bebouwde kom (normaal) Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

0,8 kg/j 9,3 g/j

Draaiuren AdBlue verbruik

6 u/j

3,8 kg/j 0,2 kg/j

2 l/j

8 u/j

Stof Emissie

NOₓ

0,4 kg/j NH₃ 9,1 g/j NOₓ 0,4 kg/j NH₃ 0,0 kg/j

Links Rechts NOₓ 40,4 g/j Type scherm - NO₂ 11,2 g/j Hoogte - NH₃ 0,0 kg/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

220,0 /jaar 0,0 /jaar 44,0 /jaar 0,0 /jaar

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

6/9

Projectberekening

4

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 5

Verkeersbewegingen aanlegfase (2) X:182191,84 Y:488056,37 108,03 m Binnen bebouwde kom (normaal) Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Links Rechts NOₓ 30,9 g/j Type scherm - NO₂ 8,6 g/j Hoogte - NH₃ 0,0 kg/j Afstand tot de weg - -

Aantal voertuigbewegingen

220,0 /jaar 0,0 /jaar 44,0 /jaar 0,0 /jaar

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Wegverkeer | Weg

Naam Manoeuvrerende bewegingen zwaar verkeer bouw- en afrondingsfase LinksRechtsNOₓ55,2 g/j Locatie X:182146,43 Y:488104,23 Type scherm - - NO₂16,9 g/j Lengte 100,92 m Hoogte - - NH₃0,0 kg/j Wegtype Binnen bebouwde kom (stagnerend) Afstand tot de weg - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid Aantal voertuigbewegingen In file

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 6

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

RRcfLALdHFfH (17 mei 2024)

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

0,0 /jaar 0,0 /jaar 88,0 /jaar 0,0 /jaar

Verkeersbewegingen gebruiksfase (1) X:182192,4 Y:488143,19 Type scherm 155,49 m Hoogte Binnen bebouwde kom (normaal) Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ 0,5 kg/j - NO₂ 0,1 kg/j - NH₃ 14,5 g/j

-

-

Aantal voertuigbewegingen

16,0 /etmaal 0,0 /etmaal 1,0 /etmaal 0,0 /etmaal

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

7/9

Projectberekening

7

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Verkeersbewegingen gebruiksfase (2) X:182188,28 Y:488064,68 Type scherm 124,05 m Hoogte Binnen bebouwde kom (normaal) Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 8

Anders... | Anders...

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Stationair draaien Uittreedhoogte vrachtwagens Warmteinhoud gebruiksfase Locatie X:182140,54 Y:488092,86 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie

RRcfLALdHFfH (17 mei 2024)

0,0 m 0,000 MW

-

-

Aantal voertuigbewegingen

In file

16,0 /etmaal 0,0 /etmaal 1,0 /etmaal 0,0 /etmaal

Manoeuvrerende bewegingen zwaar verkeer gebruiksfase X:182146,42 Y:488104,24 Type scherm 100,90 m Hoogte Binnen bebouwde kom (stagnerend) Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer Naam

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

9

Max. snelheid

Links Rechts NOₓ 0,4 kg/j - NO₂ 0,1 kg/j - NH₃ 11,6 g/j

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Links Rechts NOₓ 0,1 kg/j - - NO₂ 35,2 g/j - - NH₃ 1,4 g/j

-

Aantal voertuigbewegingen

-

In file

0,0 /jaar 0,0 /jaar 183,0 /jaar 0,0 /jaar

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

NOₓ NH₃

1,2 kg/j 20,0 g/j

8/9

Projectberekening

10

Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam Locatie Oppervlakte

Sloop en grondwerk X:182143,7 Y:488111,55 0,14 ha

middelgroot werktuig

Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja

klein werktuig

Stage-IV, 2014-2018, 56-75 kW, diesel, SCR: ja

125 l/j

Stage-IV, 2014-2018, 56-75 kW, diesel, SCR: ja

125 l/j

Naam

klein werktuig

Stageklasse

NOₓ NH₃

Brandstof­verbruik

884 l/j

7,2 kg/j 0,3 kg/j

Draaiuren AdBlue verbruik

88 u/j

53 l/j

Stof Emissie

NOₓ NH₃

20 u/j

7 l/j

NOₓ NH₃

20 u/j

7 l/j

NOₓ NH₃

5,2 kg/j 0,2 kg/j 1,0 kg/j 30,0 g/j 1,0 kg/j 30,0 g/j

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.2_20240329_bf14d3585e Database versie 2023.2_bf14d3585e_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website

RRcfLALdHFfH (17 mei 2024)

9/9

Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstofdepositie.

Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over de PDF en AERIUS kunt u vinden in de of .

handleidingen op onze website

Projectberekening

Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie

Activiteit

Omschrijving Toelichting

Berekening

Ad Fontem Ruimtelijk Advies Laan 43A , 8071 JH Nunspeet 4 nieuwe woningen aan de Laan 43a Nunspeet AERIUS gebruiksfase 4 woningen, zie bijgevoegd rapport.

AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie

Rj3RZjqizUnt 05 juni 2024, 14:56 OwN2000-rekengrid

Totale emissie

Rekenjaar

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

Resultaten

Hoogste bijdrage

Hexagon

Gebied

Situatie 1 - Beoogd Situatie 1 - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname

Rj3RZjqizUnt (05 juni 2024)

2026 -

47,2 g/j

2,2 kg/j

2/7

Projectberekening

Situatie 1 (Beoogd), rekenjaar 2026 Emissiebronnen 4 Anders... | Anders... | Stationair draaien vrachtwagens gebruiksfase (1)  Verkeersnetwerk

Rj3RZjqizUnt (05 juni 2024)

Emissie NH₃

Emissie NOₓ

20,0 g/j 27,2 g/j

1,1 kg/j 1,1 kg/j

3/7

Projectberekening

Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.

500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald

© OSM & Kadaster Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)

De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). Rj3RZjqizUnt (05 juni 2024)

4/7

Projectberekening

Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Situatie 1" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)

Totaal

Rj3RZjqizUnt (05 juni 2024)

-

Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)

-

-

-

Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)

-

-

5/7

Projectberekening

Situatie 1, Rekenjaar 2026 1

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Verkeersbewegingen gebruiksfase (1) X:182192,4 Y:488143,19 Type scherm 155,49 m Hoogte Binnen bebouwde kom (normaal) Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m Max. snelheid

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 2

Wegverkeer | Weg

Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

-

-

Aantal voertuigbewegingen

In file

16,0 /etmaal 0,0 /etmaal 1,0 /etmaal 0,0 /etmaal

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Verkeersbewegingen gebruiksfase (2) X:182188,28 Y:488064,68 Type scherm 124,05 m Hoogte Binnen bebouwde kom (normaal) Afstand tot de weg Beide richtingen 1 Normaal 0m

Links Rechts NOₓ 0,4 kg/j - NO₂ 0,1 kg/j - NH₃ 11,4 g/j

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 3

Links Rechts NOₓ 0,5 kg/j - NO₂ 0,1 kg/j - NH₃ 14,3 g/j

Max. snelheid

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

-

-

Aantal voertuigbewegingen

16,0 /etmaal 0,0 /etmaal 1,0 /etmaal 0,0 /etmaal

In file

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

Wegverkeer | Weg

Naam Manoeuvrerende bewegingen zwaar verkeer gebruiksfase (1) LinksRechts NOₓ 0,1 kg/j Locatie X:182146,42 Y:488104,24 Type scherm - - NO₂ 35,1 g/j Lengte 100,90 m Hoogte - - NH₃ 1,4 g/j Wegtype Binnen bebouwde kom (stagnerend) Afstand tot de weg - Rijrichting Beide richtingen Tunnelfactor 1 Type hoogteligging Normaal Weghoogte t.o.v. maaiveld 0 m Verkeer Max. snelheid Aantal voertuigbewegingen In file

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer 4

Naam

Anders... | Anders...

Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren

Stationair draaien Uittreedhoogte vrachtwagens Warmteinhoud gebruiksfase (1) Locatie X:182140,54 Y:488092,86 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie Rj3RZjqizUnt (05 juni 2024)

0,0 m 0,000 MW

0,0 /jaar 0,0 /jaar 183,0 /jaar 0,0 /jaar

0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %

NOₓ NH₃

1,1 kg/j 20,0 g/j

6/7

Projectberekening

Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van AERIUS versie 2023.2_20240329_bf14d3585e Database versie 2023.2_bf14d3585e_calculator_nl_stable Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://link.aerius.nl/website

Rj3RZjqizUnt (05 juni 2024)

7/7

Ecologische toetsing ruimtelijke ontwikkeling Laan 43A te Nunspeet Toetsing van mogelijke effecten op Natura 2000-gebieden in het kader van de Omgevingswet

Uitgevoerd door: Tuitert Natuuronderzoek

Opdrachtgever: BJZ

Projectnummer en versie: AT/2024/04.06 Versie D1 Auteur: D. Tuitert

Status: Definitief Rapportdatum: 04-06-2024

Inhoudsopgave

1

Inleiding ...................................................................................................................... 3 1.1 Aanleiding .............................................................................................................. 3 1.2 Doel ........................................................................................................................ 3 2 Wettelijk kader............................................................................................................ 4 2.1 Omgevingswet (Natura 2000 activiteit) .................................................................. 4 2.2 Jurisprudentie beoordeling stikstofeffecten............................................................ 4 3 Afbakening Natura 2000-gebieden ........................................................................... 6 3.1 Natura 2000-gebieden ........................................................................................... 6 4 Natura 2000-gebied Veluwe ...................................................................................... 7 4.1 Gebiedsbeschrijving ............................................................................................... 7 4.2 Begrenzing en oppervlakte ....................................................................................

7 4.3 Instandhoudingsdoelen .......................................................................................... 8 5 Effecten en toetsing................................................................................................. 10 5.1 Afbakening ........................................................................................................... 10 5.2 Zwarte specht ....................................................................................................... 10 5.3 Draaihals .............................................................................................................. 11 5.4 Cumulatie ............................................................................................................. 12 6 Conclusie .................................................................................................................. 13

2

1

Inleiding

1.1 Aanleiding Voor de locatie aan de Laan 43a in Nunspeet is een plan ontwikkeld. De initiatiefnemer is voornemens de bestaande telefooncentrale te vervangen voor 4 nieuwe grondgebonden woningen. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkelingen wordt stikstof (NOx) uitgestoten, zoals bij de verbranding van fossiele brandstof, welke kan neerslaan in kwetsbare natuur. Door BJZ is hiervoor een stikstofberekening uit gevoerd. Uit de stikstofberekening blijkt dat alleen tijdelijk tijdens de ontwikkelfase sprake is van een toename aan stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied Veluwe. In voorliggende ecologische beoordeling wordt getoetst of de berekende toename aan stikstofdepositie significante gevolgen kan hebben voor het betreffende Natura 2000-gebied.

Figuur 1: Globale ligging van het plangebied (rode ster).

1.2 Doel Doel van voorliggende toetsing is om te bepalen of het voorgenomen project significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden. Indien dit het geval is, dan is voor het voorgenomen project een omgevingsvergunning op grond van artikel 5.1, eerste lid onder e, van de Omgevingswet noodzakelijk. Wanneer uit de ecologische beoordeling blijkt dat significante gevolgen op voorhand met zekerheid zijn uitgesloten, dan kan het voorgenomen project worden uitgevoerd zonder omgevingsvergunning.

3

2

Wettelijk kader

2.1 Omgevingswet (Natura 2000 activiteit) De bescherming van Natura 2000-gebieden (Vogel- en/of Habitatrichtlijngebieden) in Nederland is geregeld in de Omgevingswet. Projecten of plannen die significante gevolgen kunnen voor deze beschermde gebieden, zijn in beginsel (zonder vergunning) niet toegestaan. De verbodsbepalingen uit de Omgevingswet ten aanzien van Natura 2000gebieden staan in artikel 5.1, eerste lid, sub e, van de Omgevingswet. Daarin is aangegeven dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning een Natura 2000 activiteit te verrichten. Een Natura 2000-activiteit is een: Activiteit, inhoudende het realiseren van een project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. Kern van de Natura 2000 toetsing zijn de instandhoudingsdoelstellingen die per Natura 2000-gebied zijn geformuleerd. Een project of plan mag er niet toe leiden dat de instandhoudingsdoelstellingen niet meer gehaald (kunnen) worden. Dan is sprake van significante gevolgen. Naast directe effecten (bijv. ruimtebeslag), dient ook gekeken te worden naar indirecte effecten als gevolg van externe werking (bijv. door geluid, licht en stikstofdepositie).

De eerste stap in de toetsing is vaak een voortoets, waarin wordt getoetst of significante gevolgen voor Natura 2000-gebied op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten. Als significante gevolgen in de voortoets niet op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten, dan is een passende beoordeling noodzakelijk. In dat geval is voor een project een vergunning noodzakelijk op grond van artikel 5.1 van de Omgevingswet. 2.2 Jurisprudentie beoordeling stikstofeffecten Voor alle habitattypen en leefgebieden van soorten waarvoor Natura 2000-gebieden zijn aangewezen is een kritische depositiewaarde (KDW) bepaald. Wanneer deze KDW wordt overschreden door de huidige achtergronddepositie, kan sprake zijn van een effect op de kwaliteit van het betreffende habitattype/leefgebied. Dit is echter niet altijd het geval. In sommige gevallen blijkt uit gebiedsspecifiek onderzoek dat de kwaliteit van een habitattype/leefgebied goed is, ondanks een overschrijding van de KDW. Stikstofdepositie vormt dan niet een bepalend knelpunt voor de kwaliteit van het habitattype/leefgebied in het betreffende (deel)gebied. In een ecologische beoordeling dient dus specifiek gekeken te worden naar de omstandigheden in het betreffende Natura 2000-gebied.

Als middels een gebiedsspecifieke ecologische beoordeling kan worden aangetoond dat de instandhoudingsdoelstellingen van het betreffende Natura 2000-gebied niet in het geding komen, dan kunnen significante gevolgen voor dat Natura 2000-gebied worden uitgesloten, ondanks dat de KDW van een habitattype/leefgebied wordt overschreden. Dit is ook de lijn die de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State hanteert in haar rechtspraak, onder andere in de uitspraak over de Maritieme Servicehaven Noordelijk Flevoland (ECLI:NL:RVS:2022:2752). Voor een aantal habitattypen en leefgebieden binnen de in de voor de MSNF opgestelde passende beoordeling besproken Natura 2000-gebieden geldt dat de KDW wordt overschreden, de kwaliteit momenteel niet goed is en stikstofdepositie in beginsel een knelpunt vormt voor de kwaliteit van het betreffende habitattype en/of leefgebied. Ten aanzien van deze habitattypen en leefgebieden is gekeken of het berekende projecteffect zodanig groot is dat hierdoor merkbare significante gevolgen voor de kwaliteit van het betreffende habitattype of kwalificerende soort(en) binnen een leefgebied kan hebben. Uit de ecologische analyse blijkt dat dit niet het geval is. Ecologisch gezien zijn er geen aantoonbare verschillen in de kwaliteit van de betreffende habitattypen.

Er is in de betreffende Natura 2000-gebieden geen sprake van zodanige omstandigheden dat een ver-

4

waarloosbare toename aan stikstofdepositie alsnog zou kunnen leiden tot in ecologische zin aantoonbare significante gevolgen voor de kwaliteit van het habitattype en/of leefgebied. Het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende habitattypen en leefgebieden van soorten wordt, ondanks de verwaarloosbare toename aan stikstofdepositie, nog steeds mogelijk geacht. Deze gebiedsspecifieke ecologische beoordeling heeft stand gehouden bij de Raad van State in de procedure over de Maritieme Servicehaven bij Urk. Uit voorgaande blijkt dat een (tijdelijke) toename aan stikstofdepositie in een overbelaste situatie niet altijd per definitie betekent dat sprake is van significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied. Aan de hand van een gebiedsspecifieke ecologische beoordeling kan per geval worden vastgesteld of significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied op voorhand met zekerheid kunnen worden uitgesloten. Voorgaande is ook op te maken uit de Pothos-uitspraak van de Raad van State (ECLI:NL:RVS:2023:3129), waarin de Afdeling aangeeft dat een voortoets wordt gemaakt om vast te stellen of een risico bestaat dat een plan of project significante gevolgen heeft voor een gebied.

De Afdeling geeft aan dat het enkele feit dat de KDW in de huidige situatie wordt overschreden niet maakt dat een passende beoordeling zonder meer noodzakelijk is en dat niet met een voortoets volstaan kan worden. De Afdeling sluit niet uit dat de tijdelijkheid van stikstofdeposities in sommige gevallen de conclusie kan rechtvaardigen dat uitgesloten is dat een plan of project significante gevolgen heeft. Daarbij is van belang in hoeverre en op welke termijn een gebied die deposities kan opvangen. Als een gebied maar een klein opvangend vermogen heeft, is het mogelijk dat tijdelijke deposities toch structureel doorwerken en wel significante gevolgen kunnen hebben, maar als een gebied die tijdelijke toename wel kan opvangen, zijn significante gevolgen wellicht uitgesloten. Volgens de Afdeling moet bij elk nieuw plan of project dat leidt tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden een voortoets gemaakt kunnen worden waarbij een ecologische analyse moet worden gegeven van die gevolgen in het licht van de specifieke milieukenmerken en omstandigheden van het betreffende Natura 2000-gebied, ook als het gaat om een tijdelijke en beperkte toename. Daarbij zal voor de relevante Natura 2000-gebieden moeten worden onderzocht hoe de staat van de instandhouding op dat moment is.

De effecten van de stikstofdeposities die al hebben plaatsgevonden, zullen zich daarin vertalen.

5

3

Afbakening Natura 2000-gebieden

3.1 Natura 2000-gebieden Het projectgebied ligt buiten de begrenzing van het Natura 2000-gebied Veluwe, maar grenst wel aan een bosje dat onderdeel uitmaakt van de begrenzing van het Natura 2000-gebied Veluwe. Op onderstaande figuur is de ligging van het projectgebied ten opzichte van de begrenzing van het Natura 2000-gebied Veluwe weergegeven.

Figuur 3.1: Begrenzing Natura 2000-gebied Veluwe ten opzichte van het projectgebied (rode stip). Bron: Aerius Calculator.

Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand (> 10 km) van het projectgebied. Op andere Natura 2000-gebied zijn geen toenames aan stikstofdepositie berekend als gevolg van het voorgenomen project met Aerius Calculator. Significante gevolgen voor deze Natura 2000-gebieden kunnen daarom op voorhand met zekerheid worden uitgesloten.

6

4

Natura 2000-gebied Veluwe

4.1 Gebiedsbeschrijving De Veluwe bestaat overwegend uit droge bossen, droge en natte heide, vennen en stuifzanden. In de voorlaatste ijstijd, zo'n 150.000 jaar geleden, duwden de ijslobben van het landijs enorme hoeveelheden door de rivieren aangevoerd zand en grond voor zich uit en opzij en vormden zo de stuwwallen. Hoewel de hoogteverschillen sindsdien door wind en water zijn afgevlakt, reiken de hoogste delen van de Veluwe tot ruim 100 m boven NAP. Tot 1900 was de Noord-Veluwe één uitgestrekt stuifzandgebied. Tegenwoordig is er in totaal nog enkele honderden hectare actief stuifzand op de Veluwe. Bij Kootwijk is één van de grootste actieve stuifzandgebieden van Europa. Plaatselijk komen in de heiden heischrale graslanden, jeneverbesstruwelen, vennen, trilvenen (Wisselse veen) en hoogveenkernen (Mosterdveen) voor. In het beekdal van de Leuvenumse Beek en op de westelijke flanken worden schraallanden aangetroffen. Langs de randen van de Veluwe ontspringen de (sprengen)beken, waar beekvegetaties en zeer plaatselijk bronbossen voorkomen. 4.2 Begrenzing en oppervlakte De begrenzing van het Natura 2000-gebied Veluwe is aangegeven op onderstaande figuur 4.2. Het Natura 2000-gebied beslaat een oppervlakte van circa 88.370 ha. Het Natura 2000-gebied Veluwe omvat globaal gezegd de bos- en natuurterreinen op de Veluwe.

De buitengrens ervan wordt in beginsel gevormd door de overgang van het aaneengesloten bos- en natuurgebied naar de cultuurgronden en bebouwde kommen van de omringende plaatsen. Het gebied wordt globaal begrensd door de plaatsen Hattem, Wapenveld, Heerde, Epe, Vaassen, Apeldoorn, Beekbergen, Loenen, Eerbeek, Dieren, Rheden, Velp, Rozendaal, Arnhem, Wageningen, Ede, Lunteren, Wekerom, Otterlo, Harskamp, Stroe, Putten, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, ’t Harde en Wezep. Ook enkele beken tussen Epe en Vaassen en bij Ugchelen maken deel uit van het aangewezen gebied.

Figuur 4.2: Begrenzing Natura 2000-gebied Veluwe (groene kleur).

7

4.3 Instandhoudingsdoelen Het Natura 2000-gebied Veluwe is aangewezen op grond van zowel de Habitatrichtlijn als de Vogelrichtlijn. Voor het gebied zijn daarom instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor habitattypen, habitatsoorten en vogelsoorten. In onderstaande tabel zijn de instandhoudingsdoelstellingen voor het Natura 2000-gebied Veluwe weergegeven. Tabel 4.3-1: Instandhoudingsdoelstellingen habitattypen en habitatsoorten van het Natura 2000-gebied Veluwe

8

Tabel 4.3-2: Instandhoudingsdoelstellingen habitatsoorten van het Natura 2000-gebied Veluwe

Tabel 4.3-3: Instandhoudingsdoelstellingen vogelsoorten van het Natura 2000-gebied Veluwe

9

5

Effecten en toetsing

5.1 Afbakening Door BJZ is een stikstofberekening uitgevoerd met het rekenprogramma Aerius Calculator. Daarbij zijn de ontwikkelfase en de gebruiksfase van het voorgenomen project doorgerekend. Uit de stikstofberekening blijkt dat als gevolg van het voorgenomen project alleen tijdens de ontwikkelfase sprake is van een toename aan stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied Veluwe. Tijdens de gebruiksfase is geen sprake van een toename aan stikstofdepositie > 0,00 mol N/ha/jr. Tabel 5.1: Berekende stikstofdepositie van het voorgenomen project in de ontwikkelfase.

De berekende toename aan stikstofdepositie tijdens de ontwikkelfase doet zich voor op slechts 13 hexagonen waarin Lg13 Bos van arme zandgronden aanwezig is. Daarnaast is sprake van een berekende stikstoftoename op 1 hexagon waarin zoekgebieden voor Lg13 (afgerond 0,1 ha) en voor L4030 (afgerond 0,0 ha) aanwezig is. In de Pasgebiedsanalyse voor de Veluwe is aangegeven voor welke stikstofgevoelige kwalificerende soorten Lg13 leefgebied vormt. Dit is het geval voor de volgende kwalificerende broedvogelsoorten: • Zwarte specht • Draaihals Van deze soorten heeft alleen de draaihals een uitbreidingsopgave. Voor deze kwalificerende vogelsoort is uitbreiding van het leefgebied dus relevant via zoekgebieden voor uitbreiding van het leefgebied. De berekende tijdelijke stikstofdepositie op zoekgebieden voor uitbreiding van leefgebied vindt slechts plaats op (afgerond) 0,1 ha aan zoekgebied Lg13 en 0,0 ha aan zoekgebied L4030. Dit betreft een verwaarloosbaar klein deel van het totaal aan zoekgebied voor uitbreiding van de draaihals in het Natura 2000-gebied Veluwe. Het voorgenomen project staat er niet aan in de weg dat uitbreiding van het leefgebied van de draaihals op de Veluwe kan worden gerealiseerd. 5.2 Zwarte specht Voor de zwarte specht geldt dat de trend positief of stabiel is, maar het aantal ligt naar alle waarschijnlijkheid beneden het instandhoudingsdoel.

Het instandhoudingsdoel voor de zwarte specht betreft: Behoud omvang en kwaliteit leefgebied met een draagkracht voor een populatie van ten minste 400 paren. Hoeveel broedparen er momenteel in het Natura 2000-gebied aanwezig zijn is niet bekend. De meest recent beschikbare gegevens van www.sovon.nl/nl/gebieden dateren van 2016, toen zijn 391 broedparen geteld. De zwarte specht is een echte bossoort. De Nederlandse habitat omvat vooral naaldhout (foerageerplekken) met dikke bomen (nestplaats). Het optimale leefgebied bestaat uit aaneengesloten opgaand bos met kleinere onderbrekingen (open plekken, kaalslagen, jonge aanplant) of randen waar de zon op de bodem kan vallen. De soort ontbreekt in de meeste bossen kleiner dan 100 ha, ook wanneer ze ogenschijnlijk geschikt zijn. Fragmentatie van bos is ongunstig; in Nederland is de Zwarte specht veel meer een vogel van

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16367976/1