AP 8. Bijlage 5. bijlage 2 bij Toelichting. Natuurtoets klimbos Nunspeet
Tekst van het document
Natuurtoets Wet natuurbescherming Klimbos Nunspeet
Natuurtoets Wet natuurbescherming Klimbos Nunspeet
Titel
Natuurtoets Wet natuurbescherming klimbos Nunspeet
Uitvoering
Ruimte voor Advies Postbus 1799 3600 BT Maarssen Tel 0578-51613592 Dhr. J. Mossink
Contactpersoon Opdrachtgever
Contactpersoon
Bureau voor Planvorming en Advies Korenbloemstraat 30 8012 XS Zwolle Dhr. T. Melenhorst
Datum
26 oktober 2018
Status
Definitief 2e versie
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 Aanleiding & doel 1.2 Methoden 1.3 Locatie 1.4 Huidige gebruik 1.5 Toekomstige situatie
1 1 2 2 4 4
2
Beschermde gebieden 2.1 Aanwezigheid beschermde gebieden 2.2 Doelen Veluwe 2.3 Effecten beschermde gebieden 2.4 Mitigatie
6 6 6 7 7
3
Bestaande gegevens 3.1 Vogelinventarisatie 3.2 NDFF
8 8 8
4
Beschermde soorten 4.1 Planten 4.2 Zoogdieren 4.3 Vleermuizen 4.4 Vogels 4.5 Amfibieën 4.6 Reptielen 4.7 Vissen 4.8 Ongewervelden 4.9 Samenvatting
9 9 9 9 9 10 10 10 10 11
5
Conclusies 5.1 Beschermde gebieden 5.2 Beschermde soorten
12 12 12
Bronnen Bijlage I. Wettelijk kader en beleidsbeleid Bijlage II. Essentietabel Natura 2000-gebied Veluwe Bijlage III. Natuurversterkingsplan klimbos Nunspeet
13
1 1.1 Aanleiding & doel
Inleiding
Extrarius Adventures is initiatiefnemer van een plan om in een bosperceel van Staatsbosbeheer bij het bestaande Veluwetransferium Nunspeet het bestaande natuurbelevingscentrum uit te breiden met een klimbos. Een in 2002 gebouwd bezoekerscentrum is onderdeel van het natuurbelevingscentrum. (fig.1). Van overheidswege worden geen middelen meer beschikbaar gesteld voor de exploitatie van het bezoekerscentrum. Er is daarom gezocht naar een passende op natuurbeleving gerichte uitbreiding die inkomsten genereert om deze kosten te dekken. Staatsbosbeheer wenst het bezoekerscentrum in stand te houden vanwege de zonerende werking die het heeft op recreatie in het gebied.
Figuur 1. Buitengebied bij Nunspeet met globale ligging plangebied (cirkel). Bron: SBB oranje; eigendom Staatsbosbeheer wit gestippeld; langere wandelroutes blauw gestippeld; korte wandelroutes Verder op kaart; fietsenstalling, bankjes en parkeerplaats Veluwetransferium
Onder meer bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met beschermde soorten en gebieden. Wet- en regelgeving omtrent deze soorten en gebieden is vastgelegd in de Wet Natuurbescherming (Wnb, 2017) en de provinciale structuurvisie/ verordening (EHS/NNN). Doel van dit document is een toetsing van de mogelijke effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied door de ontwikkeling van het klimbos.
Natuurtoets Wet natuurbescherming klimbos Nunspeet
1
1.2 Methoden
Bij de beoordeling van het plangebied is een bronnenonderzoek verricht naar het voorkomen van beschermde soorten en de ligging van beschermde gebieden in de regio. Daarvoor zijn de Nederlandse Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd en twee onderzoeken die eerder in het gebied zijn verricht. Het gaat om een broedvogelinventarisatie uit 2016 [2] en een natuurtoets uit 2012 [1]. Voor de ligging van beschermde gebieden is gebruik gemaakt van Synbiosys.alterra.nl en de digitale atlas van provincie Gelderland. Op 5 juli 2018 is het plangebied bezocht. Daarbij is gelet op de daadwerkelijke aanwezigheid van beschermde soorten en indirecte aanwezigheid in de vorm van sporen (verblijfplaatsen, wissels, pootafdrukken en dergelijke). Verder is het terrein beoordeeld op de geschiktheid voor beschermde soorten (habitatbeoordeling).
1.3 Locatie
Aan de rand van de Veluwe, tegen de bebouwing van Nunspeet aan, is eind negentiger jaren van de vorige eeuw Veluwetransferium Nunspeet gerealiseerd (Plesmanlaan 2). Daarbij is een groot parkeerterrein aangelegd en het bezoekerscentrum (BC) van Staatsbosbeheer verplaatst van een locatie aan de Peterson Ramringweg in het natuurgebied naar deze nieuwe locatie aan de rand van het gebied. De gedachte achter deze investering is zonering van het recreatief gebruik. Door recreanten aan de randen van de Veluwe aantrekkelijke voorzieningen aan te bieden zal de invloed van recreatief gebruik (verstoring en verkeer) verder het gebied in afnemen. Aan de noordzijde grenzen Veluwetransferium en bezoekerscentrum aan station Nunspeet, aan de westzijde wordt het begrensd door de N 310, met aan de westzijde enkele grote horecaondernemingen met congresruimten en een kantoorlocatie. De provinciale weg is tevens de verbindingsweg tussen A28 en Nunspeet. Aan de oostzijde bevindt zich een bosrijke bungalow-wijk en aan de zuidzijde ligt een bosperceel in eigendom van de gemeente Nunspeet, en even verderop de autosnelweg A28.
Figuur 2. Recente luchtfoto met begrenzing klimbos (rood). Natuurtoets Wet natuurbescherming klimbos Nunspeet
2
Het klimbos is gepland op kadastraal perceel Nunspeet 01 C 1238 en beslaat circa één hectare. In het bos is Douglas de belangrijkste boomsoort, verder komen regelmatig oude grove dennen (ca. 100 jr) voor en jonge beuken. In de noordoosthoek is jonge beuk dominant. Ruwe berk en Amerikaanse eik zijn schaars. In het plangebied komt weinig ondergroei voor, behalve in de zuidoosthoek. Hier komt betrekkelijk veel ondergroei voor in de vorm van krent, en opschot van zomereik, Amerikaanse eik en lijsterbes. Een kruidlaag is nagenoeg afwezig. Rond het bezoekerscentrum groeit veel uitheemse duizendknoop.
Fig. 3. Algemene beeld van het bosgebied.
Fig. 4. Gebied ten oosten van het bezoekerscentrum. Natuurtoets Wet natuurbescherming klimbos Nunspeet
3
1.4 Huidige gebruik
Vanaf Veluwetransferium Nunspeet en het bezoekerscentrum beginnen verschillende wandelroutes, zoals NS-route Zandenbos, ANWB-route, Hulshorster bosrandroute en VBT route Elfwegenpad. Door het bosgebied lopen een kabouterpad, een verhard rolstoelpad en diverse onverharde paden. Verder zijn er recreatiemeubilair en educatieve aanwijzingen geplaatst. Het bezoekerscentrum is verder al jaren uitvalsbasis voor outdooractiviteiten in de omgeving. De padendichtheid is hoog. Het plangebied is op wegen en paden te voet toegankelijk van zonsopgang tot zonsondergang. Honden dienen te zijn aangelijnd. Het buitencentrum ontving ten tijde van de gratis openstelling jaarlijks circa 120.000 bezoekers (2011). Omdat er sinds enkele jaren toegangsprijs 2 euro betaald dient te worden is dit aantal inmiddels gedaald tot ca 50.000 (2017) Op werkdagen wordt het terrein ook gebruikt door bijvoorbeeld werknemers en deelnemers aan trainingen van bedrijven langs de N310 om een lunchwandeling te maken. Daarnaast zijn er nog bezoekers vanuit hotels en bungalowparken. Bewoners van Nunspeet laten in het plangebied ook vaak hun hond uit. Hoewel niet toegestaan gebeurt dit regelmatig onaangelijnd. De recreatiedruk in het gebied is hoog met actueel circa 50.000 bezoekers aan het buitencentrum, waarbij in acht genomen dient te worden dat lang niet alle bezoekers aan het bos het buitencentrum bezoeken.
Het totaalaantal bezoekers aan het gebied ligt daarom hoger. Het intensieve gebruik is herkenbaar aan de dichtheid en het gebruik van de padenstructuur. Door en langs het plangebied lopen twee verharde en diverse onverharde paden.
1.5 Toekomstige situatie
Aanlegfase Het voornemen is om vier parkoersen (klimroutes) te realiseren met mogelijkheid tot uitbreiding naar zes parcoursen. De gemiddelde lengte per parcours is circa 180 meter. Er worden maximaal zeventig hindernissen in het totale klimbos gerealiseerd. De hoogte van een parcours varieert van twee tot zeven meter boven de grond. Voorafgaand aan de aanleg wordt in het bosperceel een reguliere dunning uitgevoerd. Er wordt gebruik gemaakt van boomvriendelijke bevestigingssystemen voor de hindernissen. De aanlegwerkzaamheden worden buiten het broedseizoen uitgevoerd. Gebruiksfase Tijdens de openstelling van het klimbos is permanent toezicht en instructie nodig, er wordt daarom toegang geheven. De openingstijden zijn vergelijkbaar met die van het bezoekerscentrum. In het hoogseizoen kan het klimbos wat langer open zijn. In ieder geval worden de toegangstijden van het bosgebied (van zonsopgang tot zonsondergang) aangehouden. Verlichting is niet aan de orde. Het klimbos werkt voornamelijk op reservering, waardoor er geen logistieke problemen/te veel bezoekers ontstaan. De klimbosgebruiker vindt de ondersteunende faciliteiten in het bezoekerscentrum. Het klimbosparcours begint en eindigt op één punt. Tussendoor komen bezoekers in principe niet op de grond. Instructeurs en publiek kunnen de bestaande paden blijven gebruiken.
Het plaatsen van hekken wordt voorkomen door op een handige manier de toegang tot het touwparcours af te sluiten.
Natuurtoets Wet natuurbescherming klimbos Nunspeet
4
Er is uitgegaan van max. 20.000 bezoekers per jaar, verdeeld over 9 maanden (in de wintermaanden zijn er geen activiteiten). Het gaat dus om gemiddeld zo’n zeventig mensen per dag. De maximale verblijfsduur in het klimbos bedraagt drie uur. Op basis van de capaciteit van het klimbos wordt ervan uitgegaan dat het maximaal 240 bezoekers per dag trekt (weekenddag in het hoogseizoen).
Fig. 5. Voorbeeld van een parcours in een klimbos bij Paasloo.
Natuurtoets Wet natuurbescherming klimbos Nunspeet
5
2 2.1 Aanwezigheid beschermde gebieden
Beschermde gebieden
Het plangebied ligt voor een belangrijk deel in Natura 2000-gebied Veluwe (fig. 6). Alleen het gebied rond het bezoekerscentrum valt erbuiten. Daarnaast heeft het terrein ook de status Gelderse Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingzone (GO). De GO is beperkt tot de onbeboste delen rond het bezoekerscentrum en de verharde paden (fig. 7). In geval van overlapping van het GNN met Natura 2000-gebieden zijn de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied leidend.
Fig. 6. Ligging plangebied (rood) t.o.v. beschermde gebieden met Natura 2000gebied Veluwe in groen.
Fig. 7. Ligging plangebied (rood) t.o.v. beschermde gebieden met het GNN in groen en in lichtgroen de GO. 2.2 Doelen Veluwe
In bijlage II is een overzicht gegeven van de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebied Veluwe. In en rond het plangebied komen geen kwalificerende habitats voor. De dichtstbijzijnde habitattypen liggen op minimaal een kilometer van het terrein af. De meeste aangewezen habitatsoorten zijn beperkt tot wateren en moerassen en de aangrenzende begroeiing. Dergelijke Natuurtoets Wet natuurbescherming klimbos Nunspeet
6
leefgebieden komen in en rond het plangebied niet voor. Voor Vliegend hert ontbreken oude, dode en kwijnende zomereiken. Meervleermuis verblijft in gebouwen en foerageert op grote wateren. Belangrijk zijn de groene verbindingen tussen de Veluwe en de randmeren. Het plangebied is niet van belang als verbindend element. De aangewezen vogelsoorten zijn grotendeels beperkt tot beken, struwelen, heide, bosranden en open bos. Deze habitats komen in en rond het plangebied niet voor. Alleen voor Wespendief en Zwarte specht is het plangebied qua habitat geschikt als broed- en foerageergebied. Staand dood hout wordt in het terrein bewust verwijderd in verband met het intensieve recreatieve gebruik. Dit om risicoaansprakelijkheid voorkomen. De waarde als foerageergebied voor Zwarte specht is daarom relatief beperkt. 2.3 Effecten beschermde gebieden
Zwarte specht en Wespendief zijn in 2016 niet als broedvogels vastgesteld. In het boscomplex tussen Nunspeet en rijksweg A28 is de afgelopen tien jaar slechts één gedocumenteerde waarneming van een Zwarte specht gedaan (sep 2012). Van Wespendief zijn geen waarnemingen in het bos bekend. In de praktijk zal de drukbezochte bosrand nabij de bebouwde kom van Nunspeet hoogstens marginaal geschikt zijn als leefgebied voor beide soorten vanwege de optische verstoring die hier prominent optreedt. Buiten het toeristenseizoen, met name in de wintermaanden, is optische verstoring minder groot en is het gebied voor Zwarte specht geschikter als foerageergebied. Het plangebied is daarom met name voor de zomervogel Wespendief als ongeschikt te kwalificeren. De situering van het klimbos in de uiterste noordwesthoek van het gebied bij het bezoekerscentrum is een voortzetting van het zoneringsbeleid waarbij door concentratie van publiekstrekkers in de randzone belangrijke delen van het natuurgebied worden ontlast. Een negatief effect op beide soorten door de aanleg en gebruik van het klimbos is niet geheel uit te sluiten, maar op voorhand al klein door de beperkte geschiktheid van het leefgebied.
2.4 Mitigatie
Omdat een negatief effect van de aanleg en gebruik van het klimbos op het leefgebied van Zwarte specht en Wespendief niet geheel uit te sluiten is, is een mitigatieplan opgesteld. In de omgeving van Vierhouten worden twee bospaden met een totale lengte van 940 meter afgesloten door middel van fysieke maatregelen. Daarnaast is een natuurversterkingsplan opgesteld voor de Noorderheide, ten noordoosten van Elspeet. Dit plan voorziet in de creëren van een verbinding van verschillende heideterreinen door bos. Door de verbinding ontstaat een robuuster systeem met een grotere oppervlakte waarvan vele soorten van heide en bosranden profiteren. Het plan is opgenomen in bijlage III.
Natuurtoets Wet natuurbescherming klimbos Nunspeet
7
3 3.1 Vogelinventarisatie
3.2 NDFF
Bestaande gegevens
In 2016 is het bosgebied tussen Nunspeet en rijksweg A28 geïnventariseerd op broedvogels. Daarbij zijn 31 soorten vastgesteld waaronder twee soorten met een vaste verblijfplaats, te weten Sperwer en Havik. Van beide soorten was in de zuidelijke helft van het bosgebied één nestplaats aanwezig. In en in de directe omgeving van het plangebied zijn 15 soorten vastgesteld. Het gaat om algemene soorten van bos en struweel. In onderstaande tabel is hiervan een overzicht gegeven. Soort
Soort
Soort
Houtduif Witte kwikstaart Winterkoning Roodborst Merel
Zanglijster Heggenmus Zwartkop Tjiftjaf Goudhaan
Pimpelmees Koolmees Boomkruiper Vink Goudvink
In het bosgebied tussen Nunspeet en rijksweg A28 zijn veel waarnemingen van beschermde soorten gedaan. Veruit de meeste waarnemingen hebben betrekking op vogels. Deze soortgroep wordt hier niet verder besproken, omdat er een broedvogelinventarisatie uit 2016 beschikbaar is. Zwarte specht en Wespendief zijn aangewezen soorten van Natura 2000-gebied Veluwe. Beide soorten zijn tijdens de inventarisatie niet vastgesteld. In de NDFF is slechts één waarneming van Zwarte specht bekend. Het gaat om een najaarswaarneming uit 2012 in de zuidelijke helft van het bosgebied. Van Wespendief zijn geen waarnemingen bekend. Van de soortgroep zoogdieren is alleen Eekhoorn in het bosgebied waargenomen, waaronder in het plangebied. Langs de snelweg zijn verschillende boommarters gevonden. Van de vleermuizen zijn alleen de gebouwbewonende Laatvlieger en Gewone dwergvleermuis vermeld. Reptielen zijn niet in het bosgebied waargenomen. In het bosgebied ten westen van de N310 is eenmaal een Hazelworm gemeld. Langs de snelweg is Levenbarende hagedis waargenomen. Van de overige soortgroepen zijn geen beschermde soorten in het bosgebied vastgesteld.
Natuurtoets Wet natuurbescherming klimbos Nunspeet
8
4
Beschermde soorten
4.1 Planten
In het plangebied is vrijwel geen vegetatie gevonden. Met zeer lage dichtheid zijn algemene soorten aangetroffen als Gewoon struisgras, Gewone braam en Brede stekelvaren, met name langs paden. Er zijn geen bedreigde of beschermde plantensoorten waargenomen.
4.2 Zoogdieren
Alle inheemse soorten zoogdieren met uitzondering van Mol zijn in meer of mindere mate beschermd. Het terrein biedt weinig leefmogelijkheden voor zoogdieren vanwege het ontbreken van een kruid- en struiklaag. Te verwachten zijn kleine zoogdieren, zoalsGewone bosmuis. Verder is Eekhoorn in het plangebied vastgesteld. Voor kleine zoogdieren als Gewone bosmuis geldt een algemene vrijstelling in geval van ruimtelijke ingrepen. Voor Eekhoorn geldt deze vrijstelling niet. Op beide soorten is geen negatief effect te verwachten. Op grond van de waarnemingen van Boommarter langs de snelweg is het aannemelijk dat Boommarter in het bosgebied ten zuiden van Nunspeet voorkomt. Ook het plangebied kan tot het (grote) leefgebied van Boommarter behoren. Omdat het klimbos in het drukste deel van het bos ligt is het onwaarschijnlijk dat in dit deel een vaste verblijfplaats voorkomt. Het gebruik van het klimbos is beperkt tot de daguren overeenkomstig de overige recreatieve activiteiten. Vanwege de nachtelijke leefwijze van Boommarter is een negatief effect op deze soort uit te sluiten.
4.3 Vleermuizen
Vleermuizen zijn strikt beschermd in de Habitatrichtlijn. Verblijfplaatsen bevinden zich onder meer in bomen. De meeste bomen in het plangebied zijn te jong om geschikte holten te bevatten (beuk) of van een soort die pas op latere leeftijd holten ontwikkelen (douglas). De grove dennen bezitten een leeftijd waarop geschikte holten kunnen ontstaan. Evidente holten zijn niet waargenomen, maar visuele inspectie is hiervoor niet afdoende. Het gebruik van het klimbos is beperkt tot de daguren. Vanwege de nachtelijke leefwijze van vleermuizen is een negatief effect op deze soort uit te sluiten. Wel moet bij het installeren van de parcoursen worden voorkomen dat boomholten worden afgesloten of binnen verstoringsafstand van bezoekers komen te zitten. Een klimbos heeft geen negatief effect op vlieg- en foerageerroutes van vleermuizen.
4.4 Vogels
Alle vogels en hun broedsels zijn strikt beschermd in de Wnb. Van soorten met vaste nestplaatsen is de nestplaats en het functionele leefgebied jaarrond beschermd. In het plangebied waren tijdens het veldbezoek verschillende soorten aanwezig, te weten Merel, Zanglijster, Vink, Boomkruiper, Zwartkop, Roodborst en Grote bonte specht. Er zijn geen grotere nesten gevonden die wijzen op vaste nestplaatsen. Dit komt overeen met de broedvogelinventarisatie uit 2016. Naar verwachting heeft de realisatie van het klimbos nauwelijks effect op de vogelstand. Het gaat om weinig kritische soorten die veelvuldig in de nabijheid van mensen voorkomen, bijvoorbeeld in tuinen. De parcoursen bevinden zich op vaste locaties en worden al voor het broedseizoen in gebruik genomen. Bij de keuze van een nestplaats zullen de vogels hier rekening mee houden. Verstoring van broedsels is daarom niet aan de orde. Wel dient het aanleggen van het klimbos buiten het broedseizoen te gebeuren.
Natuurtoets Wet natuurbescherming klimbos Nunspeet
9
4.5 Amfibieën
Alle soorten amfibieën zijn in meer of mindere mate beschermd. In en rond het plangebied komt geen oppervlaktewater voor, terwijl het plangebied weinig dekking biedt voor amfibieën vanwege het ontbreken van een kruid- en struiklaag. Wel was plaatselijk liggend door hout aanwezig. Het voorkomen van amfibieën in de landfase is daarom niet geheel uit te sluiten. Het eventuele voorkomen blijft beperkt tot algemene soorten, zoals Gewone pad en Bruine kikker. Voor deze soorten geldt een algemene vrijstelling in geval van ruimtelijke ingrepen. Een belang van strikter beschermde soorten is op deze locatie uit te sluiten op grond van de regio en de habitateisen. Naar verwachting heeft het gebruik als klimbos geen invloed op het voorkomen van amfibieën in het plangebied.
4.6 Reptielen
Alle soorten reptielen zijn in meer of mindere mate beschermd. In de regio komen verschillende soorten reptielen voor. Het plangebied voldoet niet aan de eisen die de Nederlandse soorten reptielen aan hun habitat stellen vanwege het ontbreken van zonnige, schrale bermen of open bos en rijk gestructureerd bos. In het bosgebied zijn geen waarnemingen van reptielen bekend. Een negatief effect op deze soortgroep is daarom uit te sluiten.
4.7 Vissen
In en rond het plangebied komt geen permanent oppervlaktewater voor. Een negatief effect op vissen is op voorhand uit te sluiten.
4.8 Ongewervelden
De beschermde soorten ongewervelden stellen zeer specifieke eisen aan hun habitat. Het plangebied voldoet niet aan deze eisen. Beschermde soorten ongewervelden zijn daarom uit te sluiten binnen het plangebied.
Natuurtoets Wet natuurbescherming klimbos Nunspeet
10
4.9 Samenvatting
Het terrein is geschikt voor algemene soorten kleine zoogdieren en amfibieën. Daarnaast komt Eekhoorn voor en vermoedelijk ook Boommarter. Hoewel onwaarschijnlijk is de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen niet uit te sluiten. Door het bos zullen vlieg- en foerageerroutes lopen. Tot slot zijn algemene broedvogels zonder vaste nestplaats aanwezig. Tabel 1: Beschermde soorten die binnen de planlocatie worden verwacht op basis van bestaande gegevens en het veldbezoek. SOORTGROEP
TOELICHTING
BESCHERMDE SOORTEN GEEN
Planten
WNB
HR
VR
X
Zoogdieren
Algemene soorten
Alg. Vrijstell.
Boommarter
Geen effect
Eekhoorn
Geen effect
Vleermuizen
Verblijfplaatsen
Mogelijk
Vleermuizen
Foerageergebied
Geen effect
Vleermuizen
Vliegroutes
Geen effect
Broedvogels
Zonder vaste nestplaats
Broedvogels
Met vaste nestplaats
X Aanwezig
Amfibieën
Alg. Vrijstell.
Reptielen
X
Vissen
X
Ongewervelden
X
Natuurtoets Wet natuurbescherming klimbos Nunspeet
11
5
Conclusies
5.1 Beschermde gebieden
Het plangebied is onderdeel van Natura 2000-gebied Veluwe en van het Gelders Natuurnetwerk. Omdat een negatief effect van de aanleg en gebruik van het klimbos op het leefgebied van Zwarte specht en Wespendief niet geheel uit te sluiten is, is een mitigatieplan opgesteld. In de omgeving van Vierhouten worden twee bospaden met een totale lengte van 940 meter afgesloten door middel van fysieke maatregelen. Daarnaast is een natuurversterkingsplan opgesteld voor de Noorderheide, ten noordoosten van Elspeet. Dit plan voorziet in de creëren van een verbinding van verchillende heideterreinen door bos. Door de verbinding ontstaat een robuuster systeem met een grotere oppervlakte waarvan vele soorten van heide en bosranden profiteren. Omdat er een effect optreedt is er een vergunning noodzakelijk. De vergunning kan worden afgegeven, omdat het effect gering is en omdat de gevolgen afdoende worden gemitigeerd.
5.2 Beschermde soorten
Zoogdieren en amfibieën (Wnb-nationaal) Voor de te verwachten kleine soorten zoogdieren en amfibieën geldt een algemene ontheffing in geval van ruimtelijke ontwikkelingen. Er zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk. Op deze soorten en op Eekhoorn en Boommarter zijn geen negatieve effecten te verwachten. Aanvullende maatregelen zijn voor deze soorten niet noodzakelijk. Vleermuizen (Wnb-VR) Er bestaat een kleine kans dat in het plangebied holten voorkomen die geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. Het gebruik als klimbos is niet schadelijk voor de aanwezigheid van vleermuisverblijven mits bij de installatie van de parcoursen rekening wordt gehouden met potentiele verblijfplaatsen. Daarom dient vermeden te worden dat constructie over holten worden bevestigd of in de uitvliegroute komen te liggen. Verder moeten potentiele holten zich buiten het bereik van bezoekers bevinden. Vogels (Wnb-VR) Bij het aanleggen van het klimbos dient rekening gehouden te worden met broedsels van vogelsoorten zonder vaste nestplaats. De genoemd activiteiten dienen buiten het broedseizoen plaats te vinden. De piek van het broedseizoen valt in de periode van half maart tot half juli. Eerdere en latere broedgevallen zijn mogelijk. Tabel 2. Maatregelen en vervolgacties n.a.v. quickscan Soortgroep
Soort
Maatregel/vervolgactie
Planten Zoogdieren Vleermuizen Vogels zonder vaste verblijfplaats Vogels met vaste verblijfplaats Reptielen Vissen Ongewervelden
Alle Alle Alle Alle Alle Alle Alle Alle
¾ ¾ Bij aanleg rekening houden met potentiele holten Aanleg buiten de periode 15 mrt – 15 jul ¾ ¾ ¾ ¾
Natuurtoets Wet natuurbescherming klimbos Nunspeet
12
Bronnen
1. Altenburg & Wymenga. Broedvogels in de objecten Zwolse Bos en Nunspeet in 2016 A&W rapport 2283 (IJ. van der Heide, K. Jager) 2. Arcadis. 26 juni 2012. Natuurtoets ontwikkelingen Buitencentrum Nunspeet. 076457343:A - Definitief B02042.000164.0200 3. www.ndff.nl 4. www.gelderland.nl 5. www.synbiosis.alterra.nl 6. www.waarneming.nl
Natuurtoets Wet natuurbescherming klimbos Nunspeet
13
Bijlage I
Wettelijk kader en beleidskader
De toets is gericht op de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden. De bescherming is in de wet geregeld middels de Wet natuurbescherming. De gebiedsbescherming die voortkomt uit het beleid uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en de provinciale structuurvisies en verordeningen (NNN/EHS) neemt een aparte positie in. Wet natuurbescherming
De Wet natuurbescherming (Wnb) verenigt of vervangt verschillende wetten en verdragen op het gebied van bos- en natuurbescherming, te weten: • • • •
Voormalige Flora- en Faunawet Europese Vogelrichtlijn Europese Habitatrichtlijn, Verdrag van Bonn en Verdrag van Bern Voormalige Boswet
Activiteiten mogen niet leiden tot een overtreding van de verbodsbepalingen. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: • •
•
Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geen voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.
De Wnb kent verschillende beschermingsregimes voor nationaal beschermde soorten, Vogelrichtlijnsoorten en Habitatrichtlijnsoorten. Elk van deze drie beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten en belangen voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van de verbodsbepalingen die relevant zijn bij ruimtelijke ontwikkelingen en dergelijke.
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.1 lid 2 Art 3.5 lid 4 Het is verboden opzettelijk nesten, Het is verboden de rustplaatsen en eieren van vogels voortplantingsplaat- sen of te vernielen of te beschadigen, of rustplaatsen van dieren te nesten van vogels weg te nemen. beschadigen of te vernielen.
Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wnb Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen. Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
Art 3.1 lid 3 Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en Het is verboden eieren van deze onder zich te hebben. dieren in denatuur opzettelijk te vernielen of terapen. Art 3.1 lid 4 en lid 5 Art 3.5 lid 2 Het is verboden vogels Het is verboden dieren opzettelijk te storen, tenzij de opzettelijk te verstoren. storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Niet van toepassing. Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Niet van toepassing
Niet van toepassing.
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Vrijstelling In sommige gevallen geldt voor een handeling die gevolgen heeft voor een soort een vrijstelling. Vormen van vrijstellingen zijn het toepassen van een gedragscode, een programmatische aanpak, een provinciale verordening en een ministeriele regeling. Zorgplicht De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leef- omgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd. Bevoegd gezag De provincie waarin een handeling plaatsvindt is in principe verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wnb. In een aantal gevallen is de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland namens het Rijk verantwoordelijk. Het gaat om zaken van nationaal of provincie-overschrijdend belang, zoals Rijkswegen, -wateren en militaire activiteiten. Rode lijst
Een Rode Lijst bevat een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. Dit wordt bepaald op basis van zeldzaamheid en/of negatieve trend. De lijsten worden periodiek vastgesteld door de minister van EZ. Rode lijsten hebben geen juridische status. Als een soort op de lijst komt, is deze niet automatisch beschermd. Daarvoor moet de soort worden aangewezen onder de Wnb. De Rode lijsten helpen daarbij. Deze lijsten worden ook gebruikt om te toetsen of de beleidsdoelen over biodiversiteit worden gehaald (www.rijksoverheid.nl).
NNN/EHS
Het Nationale Natuurnetwerk (NNN, voorheen de Ecologische Hoofdstructuur EHS) is een netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden in Nederland. De EHS is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De juridische borging van de nationale ruimtelijke belangen die in de SVIR worden aangewezen vindt plaats via het
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De rijkslijn zoals verwoord in het SVIR en Barro is dat er bij EHS geen sprake is van externe werking. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Zij wijzen in hun structuurvisie of verordening de gebieden aan die onder het NNN vallen. In of in de nabijheid van een NNN-gebied geldt het 'nee, tenzij'-principe: nieuwe plannen of projecten zijn niet toegestaan als ze de wezenlijke (potentiële)waarden en kenmerken van het NNN-gebied significant aantasten, tenzij er sprake is van redenen van groot openbaar belang en er geen reële alternatieven zijn. De schade dient in dat geval door mitigerende maatregelen zoveel mogelijk beperkt te worden. De restschade dient te worden gecompenseerd. De planologische bescherming van het NNN vindt plaats in op basis van de Wet ruimtelijke ordening vast te stellen bestemmingsplannen.
Bijlage II Essentietabel Natura 2000-gebied Veluwe
Bijlage III Natuurversterkingsplan klimbos Nunspeet
Natuurversterkingsplan ivm realisatie klimbos Nunspeet Wat Aanliggend aan het natuurtransferium Nunspeet is de realisatie van een klimbos gepland Voortkomend uit provinciale regelgeving dient, om de realisatie van dit klimbos mogelijk te maken, een natuurversterkingsplan opgesteld en na provinciale goedkeuring uitgevoerd te worden. Het klimbos krijgt een oppervlakte van 1 ha. Waar Staatsbosbeheer wil dit plan uitvoeren op eigendom van Staatsbosbeheer, gelegen binnen de gemeente Nunspeet. De natuurversterking zal plaatsvinden door de onderstaande 2 maatregelen uit te voeren.
1. Realisatie nieuwe heideverbinding Noorderheide Aan de oostkant van de Noorderheide een verbinding realiseren met het heidegebied de 36 bunder van Kroondomein het Loo. Dat heideterrein zal op korte termijn verbonden worden met heiden in het gebied Elspeter Struiken en is al verbonden met enkele andere kleinere heideterreinen. Door de realisatie van deze heidecorridors tussen grotere heiden en al bestaande corridors ontstaat een netwerk van heideterreinen, waarop door realisatie van dit natuurontwikkelingsplan de Noorderheide wordt aangesloten. Dat vormt een belangrijke schakel in westelijke richting naar de Elspeetse heide. De geplande verbinding is op het kaartje met een blauwe lijn aangegeven.
Blauw; te realiseren heidecorridor Waarom een heideverbinding Door kleine en grote heideterreinen van verschillende eigenaren zoals Staatsbosbeheer, Natuur-monumenten, Kroondomein Het Loo en de Gemeente Nunspeet met elkaar te verbinden ontstaat een robuuster systeem met een grotere oppervlakte. Door dat op
Veluwe-schaal te doen worden heidesystemen en leefgebieden verbonden en wordt bijgedragen aan de N2000 instandhoudingsdoelen. In het verleden heeft Kroondomein Het Loo kleine en grote heidevelden met elkaar verbonden door corridors te kappen. Reptielen als Levendbarende hagedis, Zandhagedis, Hazelworm en Gladde slang en insecten als Bruine vuurvlinder, Groentje, Heivlinder, Heideblauwtje, Heidesabelsprinkhaan, Zoemertje en Schavertje kunnen zich via de corridors makkelijker verspreiden van het ene heidegebied naar het andere. Al deze soorten zijn recent (in de afgelopen 5 jaar) waargenomen in de terreinen van het Kroondomein. Op kaartbijlage 1 zijn de gerealiseerde en geplande verbindingen binnen het kroondomein-bezit met een rode stippellijn aangegeven. Behalve als verbinding hebben de heidecorridors een belangrijke functie als nieuw geschikt leefgebied voor verschillende soorten. Uit monitoring blijkt dat de reeds bestaande corridors op het Kroondomein rijk zijn aan bijzondere insectensoorten. Er bevindt zich daar bijvoorbeeld een grote populatie van de Bosparelmoervlinder, terwijl ook Bruine vuurvlinder, Groentje, Heideblauwtje, Groot dikkopje, Heidesabel-sprinkhaan en Bramensprinkhaan in de corridors zijn waargenomen. Op basis van deze ervaringen zal de realisatie van een corridor bij de Noorderheide ook een aanzienlijk positief effect hebben.
Door de toevoeging van bosranden en overgangen naar open heide is sprake van uitbreiding van leef-en foerageergebied van de Natura2000-soorten Wespendief, Zwarte specht en Draaihals. Door realisatie van deze nieuwe verbinding tussen open terreinen neemt de oppervlakte en kwaliteit van leefgebieden voor N 2000 soorten en andere flora en faunasoorten toe. De functionaliteit van deze verbindingen gaat daarmee veel verder dan alleen de tot verbinding direct ingerichte oppervlakte. Huidige situatie De Noorderheide is een structuurrijke heide met struikheide, dopheide, pijpenstrootje, vossenbes, bosbes en lokaal open zand. Dit heideterrein wordt van west naar oost gezien geleidelijk aan smaller en ligt hoger. Uiteindelijk gaat het heidegebied over in typisch Veluws dennenbos. Ca. 200 m. oostelijker ligt de heide van Kroondomein het Loo. In de randen van de Noorderheide zijn zeer recent geleidelijke overgangen gemaakt naar het aanliggend bos, waarbij o.a. meerstammige eiken gespaard zijn. Aan de noord en zuidkant van de heide bevindt zich multifunctioneel bos, bestaand uit oude grovedennen met enkele eikenpercelen. In de meeste bossen is sprake van tenminste enige menging.
Een bijzonder element op de droge heide is de aanwezigheid van een kunstmatige beek (een betonnen loop met een pompinstallatie als bron en enkele betonnen vijvers in de heide) aangelegd door de voormalige eigenaar van Beuningen. “Stroomafwaarts” wordt hier een heideven mee gevoed. Dit vochtige element draagt bij aan de hoge biodiversiteit van deze heide. Het bosgebied waarin de te realiseren corridor is voorzien bestaat uit groveden, volwassen bomen van ca 80 jr met nauwelijks verjonging. Er liggen stamresten van eerder omgewaaide dennen in. De ondergroei bestaat uit vossenbes en bosbes, met een bedekking van ca 90 %. Aan de rand van het pad bevindt zich veel opslag van groveden.
SNL typen, blauwe lijn is de corridor, deze wordt gerealiseerd door een bostype.
Randvoorwaarden functioneren corridor; Voor een goed functioneren als verbindingszone dient er voldoende ruimte te zijn voor de ontwikkeling van korte vegetaties. Daarbij zijn rafelige randen met geleidelijke overgangen naar het aanliggend bosgebied van belang. Dood hout is aanwezig, onder meer in de vorm van oude stobben, die van belang zijn voor mieren en daar weer van afhankelijke avifauna. De breedte van de corridor zal gem. 50 m zijn. Bij een lengte van 280 m gaat het om een opp. van 1,5 ha. De in het aanliggende bosgedeelte uitgevoerde maatregelen ten behoeve van geleidelijker overgangen van heide naar bos hebben een opp. van ca. 1 ha. Totaal ca 2,5 ha Maatregelen; Vellen en afvoeren van de levende grovedennen, in het centrale deel zowel oude als jonge dennen. Een evt aanwezige inlandse eik blijft staan. Takhout dient grotendeels te worden afgevoerd, enkele takkenbulten of een stukje takkenril is wenselijk ivm vogels en zoogdieren. De stobben blijven in de grond. De oudere/dode stamstukken blijven eveneens in het terrein. Bij de houtoogst en biomassa-afvoer dient de aanwezige bosbes en vossenbessenvegetatie voor zover mogelijk gespaard te worden. Er zullen uitrijpaden noodzakelijk zijn, zonodig wordt hier lokaal de humuslaag afgevoerd of wat dieper geplagd. Daarmee ontstaan ontwikkelkansen voor droge heide en lokaal wellicht open zand.
Natura 2000 Habitat; op de habitatkaart is het heideterrein aangegeven als droge heide, het oostelijk deel als stuifzand. Dat is gezien de ligging, omvang, bodem en vegetatie een onjuist habitat. Hier bevindt zich droge heide. Aanliggende bos aan de zuidzijde is beuken-eikenbos met hulst.
habitatkaart N2000 (beheerplan 2016) met de te realiseren verbinding bij de blauwe pijl Op de ambitiekaart van het beheerplan Veluwe staat deze verbinding niet aangegeven. Wel de verbinding n-z tussen de heideterreinen van Kroondomein het Loo. Deze verbinding is daar een logisch vervolg op en een waardevolle aanvulling in het netwerk van heideterreinen. In oost-west richting ontstaat een verbinding tussen enkele grote heideterreinen. Flora en Fauna Bij de uitvoering wordt gewerkt volgens de gedragscode bosbeheer en de checklist. Planning van de werkzaamheden De uitvoering van de werkzaamheden staat gepland voor de herfst/winter van 2018/2019.
2. Opheffen bospaden omgeving Vierhouten Het laten vervallen van bijna 1000 m aan bospaden in het bosgebied ten oosten van Vierhouten. Het gebruik van deze paden zal fysiek onmogelijk gemaakt worden. Hierdoor neemt de rust in de aanliggende bospercelen toe, waarvan vogelsoorten zullen profiteren. Blauw; te vervallen paden
Bijlage 1
Gerealiseerde en geplande heideverbindingen KHDL