AP 8. Bijlage 2. Toelichting bp Buitencentrum Veluwe-Noord
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN BUITENCENTRUM VELUWE NOORD, VASTGESTELD NUNSPEET
Colofon Bestemmingsplan Buitencentrum Veluwe Noord
Opdrachtnemer:
Bureau voor Planvorming & Advies (BP&A), Zwolle
Opgesteld door:
Thom Melenhorst
Datum:
oktober 2022
Versie:
Vastgesteld
Imro-code:
NL.IMRO.0302.BP01101.VA01
1
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ............................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding en doel ......................................................................................................................... 4 1.2 Ligging plangebied ......................................................................................................................... 5 1.3 Huidige planologische situatie ...................................................................................................... 5 1.4 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 6
2. Beleidskader............................................................................................................................. 7 2.1 Rijksbeleid...................................................................................................................................... 7 2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte ............................................................................... 7 2.1.2 Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro) ....................................................... 8 2.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) ......................................................................................... 9 2.2 Provinciaal beleid .......................................................................................................................... 9 2.2.1 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening .......................................................................... 9 2.2.2 Streekplanuitwerking Nationale Landschappen ................................................................ 11 2.2.3 Streekplanuitwerking Waardevolle landschappen ............................................................ 11 2.2.4 Natura-2000 gebied Veluwe, GNN en GO ...........................................................................
12 2.2.5 Recreatiezonering Veluwe .................................................................................................. 12 2.3 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................... 13 2.3.1 Omgevingsvisie Nunspeet ................................................................................................... 13 3. Beschrijving van het plangebied .............................................................................................. 16 4. Planbeschrijving ..................................................................................................................... 18 4.1 Uitbreiding activiteiten Buitencentrum Veluwe-Noord .............................................................. 18 4.2 Bezoekers en parkeren ................................................................................................................ 20 5.
Milieu- en omgevingsaspecten ............................................................................................ 21 5.1 Bodem ......................................................................................................................................... 21 5.2 Water ........................................................................................................................................... 21 5.3 Natuur en ecologie ...................................................................................................................... 22 5.4 Archeologie.................................................................................................................................. 24 5.5 Verkeer en parkeren.................................................................................................................... 24 5.6 Geluid .......................................................................................................................................... 25 5.7 Externe veiligheid ........................................................................................................................ 25 5.8 Bedrijven en milieuzonering........................................................................................................
26 5.9 Luchtkwaliteit .............................................................................................................................. 27 5.10 Vormvrije MER-beoordeling ...................................................................................................... 29 5.11 Conclusie ................................................................................................................................... 29
6.
Juridische planopzet............................................................................................................ 30 2
6.1 Bestemmingen............................................................................................................................. 30 6.1.1 Algemeen.............................................................................................................................. 30 6.1.2 Bestemmingen...................................................................................................................... 31 6.1.3 Algemene regels, overgangs- en slotregels en gebiedsaanduidingen ................................. 32 7.
Uitvoerbaarheid.................................................................................................................. 34 7.1 Economische uitvoerbaarheid ..................................................................................................... 34 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................................. 34 7.2.1 Overleg ex art. 3.1.1. Bro ...................................................................................................... 34 7.2.2 Zienswijzen ontwerp bestemmingsplan ............................................................................... 34
Bijlagen ...................................................................................................................................... 35 Bijlage 1. Watertoets ......................................................................................................................... 36 Bijlage 2. Natuurtoets wet natuurbescherming ................................................................................ 36 Bijlage 3. Aerius berekening .............................................................................................................. 36 Bijlage 4. Natuurversterkingsplan ..................................................................................................... 36 Bijlage 5. Parkeerbalans .................................................................................................................... 36 Bijlage 6. Vormvrije MER-beoordeling .............................................................................................. 36 Bijlage 7. Vergunning o.g.v. de Wet natuurbescherming.................................................................. 36
3
1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel Staatsbosbeheer beheerde sinds 1976 bezoekerscentrum Zandenbos, gelegen aan de toeristische weg gelegen bij de Eperweg te Nunspeet. Eind jaren ‘90 voldeed het bezoekerscentrum niet meer aan de eisen van de moderne tijd. Er kwamen rond de 100.000 bezoekers per jaar (gratis toegang), terwijl het bezoekerscentrum berekend was op ongeveer 60.000 tot 80.000 bezoekers per jaar. De verwarming van het centrum vond plaats middels een oliegestookte centrale verwarming, de riolering was een sceptictank. De tentoonstelling was hard aan vernieuwing toe. Realisering van een nieuw gebouw met expositie was op de oude plek nauwelijks mogelijk. In het kader van Veluwe 2010 ging Staatsbosbeheer op zoek naar een nieuwe locatie aan de rand van de Veluwe. De gemeente Nunspeet ging rond 2000 voortvarend aan de slag om het eerste Veluwetransferium te realiseren. Een overstappunt naar een dagje in de natuur. Op een Veluwetransferium hoort ook een informatiepunt, zoals een bezoekerscentrum. Staatsbosbeheer besloot aan te haken bij het Veluwetransferium, maar kon gezien de doorlooptijd van ontwikkeling en bouw van het bezoekerscentrum niet gelijk op lopen met de ontwikkeling van het Veluwetransferium. Met Europese subsidie werd het Veluwetransferium met uitkijktoren als parkeerplaats/overstappunt gerealiseerd en in 2002 geopend.
Staatsbosbeheer opende in mei 2003 haar bezoekerscentrum Zandenbos, nu Natuurbelevingscentrum Nunspeet geheten. Na opening trok het Veluwetransferium veel bezoekers. Het eerste jaar na opening trok het bezoekerscentrum 130.000 bezoekers, in 2015 was dat nog z’n 110.000 bezoekers. De entree van het bezoekerscentrum was toen nog gratis. In 2010 is Outdoor Centrum Nunspeet door Staatsbosbeheer actief benaderd voor een samenwerking bij het Bezoekerscentrum om de locatie meer rendabel te maken op basis van recreatieve natuurbelevings-functie. Het Bezoekerscentrum veranderde in een natuurbelevingscentrum. Ook de gemeente Nunspeet haakte aan bij de gesprekken. Dat leidde uiteindelijk tot het plan om in het bos bij het bestaande Buitencentrum Veluwe-Noord in Nunspeet het bestaande natuurbelevingscentrum uit te breiden met een klimbos. Outdoor Centrum Nunspeet is initiatiefnemer van het plan en inmiddels eigenaar van de locatie. Onderdeel van het initiatief is het verbouwen van het huidige buitencentrum, zodanig dat er een ondergeschikte kleine horecagelegenheid ter facilitering van de genoemde activiteiten gerealiseerd kan worden. Daarbij wordt het bestaande terras vervangen. De plannen sluiten aan op de gemeentelijke ambitie om het gebied rondom het Veluwetransferium (verder) in te zetten voor recreatie.
De geldende bestemmingsplannen ‘Veluwetransferium’, vastgesteld 29 januari 2004 en onherroepelijk per 11 mei 2004 en ‘Buitengebied, herziening 1996’, vastgesteld 25 september 1997 en onherroepelijk per 14 augustus 2000 laten de gewenste ontwikkelingen niet toe. Om deze ontwikkelingen mogelijk te maken moet daarom eerst een planologische procedure doorlopen worden. De gemeente Nunspeet heeft in principe besloten tot planologische medewerking, onder de voorwaarde dat een bestemmingsplan wordt opgesteld met daarin een onderbouwing waaruit blijkt dat het plan ruimtelijk acceptabel en haalbaar is. Onderhavige bestemmingsplan voorziet hierin. Het plan heeft eerder als ontwerp ter inzage gelegen. Omdat de plannen op basis van voortschrijdend inzicht en ten gevolge van toenmalige zienswijzen gewijzigd zijn, er een behoorlijke periode is verstreken en een vergunning in het kader van de Wet Natuurbescherming is verleend door de Provincie Gelderland (die eerder niet kon worden verleend), wordt het bestemmingsplan nogmaals als ontwerp ter inzage gelegd. Hierbij is rekening gehouden met nieuwe wet- en regelgeving en gewijzigd beleid. 4
1.2 Ligging plangebied Het plangebied ligt ten zuiden van Nunspeet (zie onderstaande afbeelding).
Nunspeet
Aan de noordzijde loopt de spoorlijn van Amersfoort naar Zwolle, de oostzijde grenst aan een verblijfsrecreatielocatie, aan de westzijde loopt de provinciale weg N310 richting Elspeet en aan de zuidzijde van het gebied ligt de A28. Rondom het plangebied is veel bebossing. Het centrum van Nunspeet ligt op korte afstand. Naast het plangebied ligt een transferium.
1.3 Huidige planologische situatie Het plangebied ligt ten zuiden van de kern Nunspeet en grenst direct aan het bestaande Veluwetransferium pal ten zuiden van het NS-station Nunspeet. Ten tijde van het ontwerpbestemmingsplan (in 2014) waren er twee bestemmingsplannen van toepassing, te weten het bestemmingsplan ‘Buitengebied herziening 1996’ (waarin het klimbos is geprojecteerd) en het bestemmingsplan ‘Veluwe Transferium’ (waarin het buitencentrum Veluwe Noord is gelegen). Tijdens de procedure van dit ontwerpbestemmingsplan is er een nieuw bestemmingsplan ‘Spoorzone’ in procedure gebracht. Dit laatste bestemmingsplan geldt voor het gehele gebied, gelegen tussen de A28 en de spoorlijn Zwolle – Amersfoort. Inmiddels is dit plan ‘’Spoorzone’’ gewijzigd vastgesteld per 27 november 2014 door de Gemeenteraad van de gemeente Nunspeet. Omdat er op het moment van de vaststelling van het bestemmingsplan ‘’Spoorzone’’ onduidelijkheid bestond over de haalbaarheid van het natuurbelevingscentrum (waarin het ontwerpbestemmingsplan in voorzag), zijn beide gebieden (bestaande Buitencentrum Veluwe Noord en het klimbos) buiten de vaststelling van het bestemmingsplan ‘’Spoorzone’’ gelaten.
5
De bestemming van het bestaande Buitencentrum is zodoende gelegen in het bestemmingsplan ‘Veluwetransferium’ (vastgesteld 29 januari 2004, goedgekeurd 11 mei 2004). Het Buitencentrum heeft hierin de bestemming ‘‘Maatschappelijke voorzieningen – algemeen’’.
Uitsnede bestemmingsplankaart bestemmingsplan ‘Spoorzone’. De bestemming van het bosperceel waarin het geplande klimbos zal worden gerealiseerd, is geregeld in het bestemmingsplan ‘‘Buitengebied, herziening 1996’’. Het perceel heeft daarin de bestemming ‘Bos’ met meervoudige doelstellingen. Betreffende gronden zijn bestemd voor houtproductie, instandhouding van het bos en extensieve openluchtrecreatie. Er mogen alleen andere bouwwerken met een maximale hoogte van 5 meter worden gebouwd. Onder extensieve openluchtrecreatie wordt verstaan: wandelen, fietsen, paardrijden et cetera. Genoemde bestemmingen laten de uitbreiding van het geplande natuurbelevingscentrum in de vorm van een klimbos niet toe.
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 van deze toelichting wordt ingegaan op het algemeen ruimtelijk beleidskader. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het plangebied en de directe omgeving. De inhoud van het plan wordt beschreven in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 komen de relevante milieu- en omgevingsaspecten aan bod en in hoofdstuk 6 wordt de juridische planopzet beschreven. Tot slot worden in hoofdstuk 7 de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid behandeld.
6
2. Beleidskader 2.1 Rijksbeleid Het (inter)nationale, provinciale beleid is neergelegd in verschillende nota's betreffende de ruimtelijke ordening, alsmede in de verschillende structuurvisies. Een doorvertaling van dit beleid vindt veelal plaats in verschillende gemeentelijke en provinciale uitwerkingsnota's, beleidsplannen en bestemmingsplannen. Ook binnen de gemeente Nunspeet is dit het geval. Het beleid zoals dat door de hogere overheden wordt voorgestaan, is veelal van een andere schaal en aard dan de schaal die noodzakelijk is voor het opstellen van een (kleinschalig) bestemmingsplan. In dit hoofdstuk wordt dan ook uitsluitend ingegaan op het voor de ontwikkeling van het plangebied relevante beleid.
2.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) staan de plannen voor ruimte en mobiliteit. Provincies en gemeentes krijgen meer bevoegdheden bij ruimtelijke ordening. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen. De SVIR verving verschillende nota’s, waaronder de Nota Ruimte en de Nota Mobiliteit. In de SVIR schetst het kabinet hoe Nederland er in 2040 uit moet zien: concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Het ruimtelijke en mobiliteitsbeleid wordt meer aan provincies en gemeenten overgelaten. Hieronder valt bijvoorbeeld het landschapsbeleid. De Rijksoverheid richt zich op nationale belangen, zoals een goed vestigingsklimaat, een degelijk wegennet en waterveiligheid. Tot 2028 heeft het kabinet in de SVIR 3 Rijksdoelen geformuleerd: 1. de concurrentiekracht vergroten door de ruimtelijk-economische structuur van Nederland te versterken. Dit betekent bijvoorbeeld een aantrekkelijk (internationaal) vestigingsklimaat; 2. de bereikbaarheid verbeteren; 3. zorgen voor een leefbare en veilige omgeving met unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden. In de SVIR geeft het kabinet aan hoe het de bereikbaarheid in Nederland de komende jaren wil verbeteren. De provincies en gemeenten krijgen in het nieuwe ruimtelijke en mobiliteitsbeleid meer bevoegdheden.
Bijvoorbeeld op het gebied van landschappen, verstedelijking en het behoud van groene ruimte. Provincies en gemeenten zijn volgens het kabinet beter op de hoogte van de situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties. Daardoor kunnen zij beter afwegen wat er in een gebied moet gebeuren. •
Infrastructuur.
Het beleid richt zich op goed beheer en onderhoud van de bestaande Rijksinfrastructuur als basis voor een robuust mobiliteitssysteem. •
Leefbaarheid, veiligheid en milieukwaliteit.
Een gezonde en veilige leefomgeving is een basisvoorwaarde voor burgers en bedrijven. Een leefbare en veilige samenleving vraagt om een goede milieukwaliteit. De kwaliteit van bodem, water en lucht moet minimaal voldoen aan de (internationaal) geldende norm(en).
7
•
Cultuur en landschap.
Op basis van landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten heeft het Rijk in het verleden een selectie gemaakt van twintig ‘Nationale landschappen’. Deze landschappen weerspiegelen samen de diversiteit en ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Het Rijk laat het beleid ten aanzien van landschap op land over aan provincies en wil provincies meer ruimte geven bij de afweging tussen verstedelijking en landschap, om zo meer ruimte te laten voor regionaal maatwerk. •
Natuur.
Om flora- en faunasoorten in staat te stellen om op lange termijn te overleven en zich te ontwikkelen zijn vanuit ruimtelijk oogpunt twee zaken essentieel: het behoud van leefgebieden en de mogelijkheden om zich te kunnen verplaatsen tussen leefgebieden. De natuur in het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS) blijft goed beschermd met een ‘nee, tenzij’-regime. Binnen het NNN zijn nieuwe projecten, plannen en handelingen met een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet toegestaan, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang en reële alternatieven ontbreken. De flexibiliteit in begrenzing en de mogelijkheden om ontwikkelingen toe te staan blijven hierbij overeind. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en het Buitencentrum Veluwe-Noord Om de biodiversiteit nu en voor toekomstige generaties Gelderlanders veilig te stellen, beschermt de provincie het Gelders Natuurnetwerk (GNN). Een groot deel van het plangebied ligt binnen dit Gelders Natuurnetwerk. Het Gelders Natuurnetwerk is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Dit Gelders Natuurnetwerk bestaat uit alle terreinen met een natuurbestemming binnen de voormalige EHS en bevat tevens een Zoekgebied nieuwe natuur van 7.300 hectare, voor 5.300 hectare nog te realiseren nieuwe natuur.
Een groot deel van de Gelderse natuurgebieden is internationaal beschermd: de Natura 2000gebieden. Een groot deel van het plangebied (waar het klimbos komt) valt binnen Natura 2000-gebied. Juist in deze gebieden moet de biodiversiteit worden behouden of verbeterd. De provincie geeft in het natuurbeleid prioriteit aan het behalen van de Natura 2000-doelen in de Natura 2000-gebieden. Het Gelders Natuurnetwerk vervult daarnaast een belangrijke rol bij het behoud van de biodiversiteit. Ook maakt het plangebied deel uit van een gebied dat is aangewezen als Nationaal Landschap Veluwe, waar behoud door ontwikkeling uitgangspunt is. Het plan voorziet in het behoud van de kernkwaliteiten van het landschap en vormt geen wezenlijke aantasting van de natuurwaarden. Dit komt terug in het natuurversterkingsplan dat aan dit bestemmingsplan is gekoppeld. Doel van dit document is een toetsing van de mogelijke effecten van de uitbreiding van de bestaande activiteiten in en rond het natuurbelevingscentrum met een klimbos op de Natura 2000-doelen en het benoemen van mogelijke versterkende maatregelen. Daarnaast is het vanuit de Wet natuurbescherming noodzakelijk een natuurtoets uit te voeren. Hierover meer in hoofdstuk 5.
2.1.2 Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (Barro) De juridische borging van de nationale belangen uit de SVIR vindt plaats in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 22 augustus 2011 vastgesteld (en aangevuld op 28 augustus 2012) en heeft als doel om vanuit een concreet nationaal belang een goede ruimtelijke ordening te bevorderen. De algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. 8
2.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Artikel 3.1.6, lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), zoals die geldt vanaf 1 juli 2017, bevat de verplichting om in de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving te geven van de behoefte aan die ontwikkeling. Daarnaast, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient een motivering te worden gegeven waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. In voorliggend geval is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.
2.2 Provinciaal beleid 2.2.1 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Provinciale Staten hebben in hun vergaderingen van 9 juli 2014 en 24 september 2014 respectievelijk de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening vastgesteld. Beiden zijn op 17 oktober 2014 in werking getreden. De Omgevingsvisie Gelderland vervangt enkele structuurvisies. Later zijn beide plannen nog opnieuw partieel gewijzigd vastgesteld. De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie er aan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De visie richt zich formeel op de komende tien jaar, maar wil ook een doorkijk bieden aan Gelderland op een langere termijn. Veel maatschappelijke vraagstukken zijn zo complex dat alleen een gezamenlijke inzet succesvol kan zijn. In de Omgevingsvisie zijn de opgaven voor Gelderland daarom in nauwe samenwerking met partners uitgedacht. Daarbij kijken de provincie en partners vanuit een integraal en internationaal perspectief naar Gelderland. Met deze bestuurlijke strategie kunnen voor Gelderland toekomstbestendige keuzes gemaakt worden. De provincie heeft in de Omgevingsvisie twee doelen gedefinieerd. Het zijn doelen die de rol en kerntaken van de provincie als midden bestuur benadrukken. 1. Een duurzame economische structuurversterking.
Een gezonde economie met een aantrekkelijk vestigingsklimaat vraagt om sterke steden en een vitaal landelijk gebied met voldoende werkgelegenheid. Het streven is om de concurrentiekracht van Gelderland te vergroten door het duurzaam versterken van de ruimtelijk-economische structuur. De komende jaren zullen minder in het teken staan van denken in termen van 'groei' en meer in termen van 'beheer en ontwikkeling van het bestaande'. 2. Het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. Dit doel betekent vooral: - ontwikkelen met kwaliteit, recht doen aan de ruimtelijke, landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van de plek; - zorg dragen voor een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden en behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap; - een robuust en toekomstbestendig water- en bodemsysteem voor alle gebruiksfuncties; bij droogte, hitte en waterovervloed; - een gezonde en veilige leefomgeving; - een gezonde vrijetijdseconomie en aandacht voor beleving, bereikbaarheid en toegankelijkheid van cultuur, natuur en landschap. Om deze doelen in beleid te vertalen, hanteert de provincie drie aandachtsgebieden: Dynamisch, Mooi, en Divers Gelderland. Ontwikkelingen in Gelderland wil de provincie benaderen vanuit elk van deze drie perspectieven, die elkaar aanvullen:
9
• • •
Dynamisch: de (ruimtelijk-economische) ontwikkelingen en de geleiding daarvan op provinciaal niveau. Mooi: de Gelderse kwaliteiten die bescherming nodig hebben en ruimte voor behoud door ontwikkeling. Divers: het herkennen van de regionale verschillen in maatschappelijke vraagstukken en opgaven en het koesteren van de regionale identiteiten.
De provincie beschikt over verschillende instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De verordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie er aan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit, bodem, Natura 2000 en het GNN. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Gelderse Ladder voor duurzame verstedelijking Het accent van stedelijke ontwikkelingen verschuift van nieuwbouw naar het vitaliseren van bestaande gebieden en gebouwen.
Voor een goede afweging van keuzes voor locaties van nieuwe gebouwen staat de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik centraal. Met deze ladder wordt een transparante besluitvorming en een zorgvuldige ruimtelijke afweging nagestreefd. Het gaat om het tijdig afwegen van kansen en mogelijkheden om bestaande gebouwen te benutten bij overwegingen van nieuwe bebouwing. Een goede afweging volgens de ladder vraagt om kennis van de bestaande voorraad. Gekoppeld daaraan zijn er vragen over de opgaven en kwaliteiten in een gebied: Past de ontwikkeling bij de doelen in Gelderland? Zo ja: Hoe voegt de ontwikkeling extra kwaliteit toe aan een gebied? Als juridische basis gebruikt de provincie de Ladder voor duurzame verstedelijking die het Rijk heeft vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Deze Rijksladder is van provinciaal belang. Aangezien de juridische borging van de ladder al geregeld is in het Bro, heeft de provincie de ladder niet nogmaals opgenomen in de provinciale omgevingsverordening. Omgevingsvisie, omgevingsverordening en het Buitencentrum Veluwe-Noord Onderliggend plan voorziet in het uitbreiden van het natuurbelevingscentrum met recreatieve activiteiten.
Hiermee wordt ingespeeld op verschillende opgaven waar de provincie voor staat: versterking van de recreatieve sector, benutten van kwaliteiten en het bieden van ruimte voor ondernemers om een passend aanbod te ontwikkelen op deze opgave. Het bijbehorende natuurplan (zie paragraaf 5.3) laat zien dat de ontwikkeling in lijn is met de hiervoor genoemde kenmerken van de Noord-Veluwe.
10
2.2.2 Streekplanuitwerking Nationale Landschappen In de Nota Ruimte was de globale begrenzing van de Nationale Landschappen aangegeven. In de Streekplanuitwerking Nationale Landschappen werd de definitieve begrenzing vastgesteld. Onderliggend plangebied valt binnen Nationaal Landschap Veluwe. Het Nationaal Landschap Veluwe beslaat vrijwel het gehele gebied tussen de Randmeerkust, de IJssel en de Nederrijn. Het omvat de provinciale waardevolle landschappen Noordelijke IJsselvallei, Oosterwolde - Oldebroek, Randmeerkust, Veluwemassief, Wiggen Oost-Veluwe/Beekbergen en Loenen, Zuidelijke IJsselvallei en IJsseluiterwaarden. Deze waardevolle landschappen vertegenwoordigen samen het geheel van Veluwe en de omringende flanken van de Veluwe. In een deel van deze gebieden liggen opgaven die goed bij het Nationaal Landschap passen, zoals ecologische poorten, stedelijke uitloopgebieden. Andere delen zijn toegevoegd als afrondingen. Op onderstaande afbeelding is het Nationale Landschap Veluwe aangegeven met daarin de gemeente Nunspeet.
Nationaal Landschap Veluwe en de gemeente Nunspeet . Nationaal Landschap Veluwe en het Buitencentrum Veluwe-Noord De (interne) verbouw van het Buitencentrum Veluwe Noord en de uitbreiding door middel van de realisatie van een klimbos zijn beperkte ontwikkelingen, waarbij de waarden van het Nationaal Landschap Veluwe niet significant worden geschaad. In het kader van onderliggend plan is een natuurversterkingsplan opgesteld waaruit dat blijkt.
2.2.3 Streekplanuitwerking Waardevolle landschappen In deze streekplanuitwerking heeft de provincie bepaalde gebieden aangewezen als waardevol landschap. Deze gebieden hebben vaak ook bijzondere natuurlijke en recreatieve kwaliteiten. Al deze kwaliteiten wil de provincie behouden, duurzaam beheren en waar mogelijk versterken, zonder de
11
leefbaarheid van het gebied aan te tasten. Een groot deel van de waardevolle landschappen valt binnen de gebieden die het Rijk in de Nota Ruimte had aangewezen als Nationale Landschappen. Binnen de waardevolle landschappen zijn ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk, mits de kernkwaliteiten van het landschap worden behouden of worden versterkt ('ja, mits'-benadering). Nagenoeg het gehele Veluwemassief, waaronder ook het plangebied, is aangewezen als Waardevol landschap met grootschalig bos, heide, zand en landbouwgrond. Waardevolle landschappen en het Buitencentrum Veluwe-Noord De (interne) verbouw van het Natuurbelevingscentrum en de uitbreiding door middel van de realisatie van een klimbos zijn ontwikkelingen, waarbij de kernkwaliteiten van het waardevolle landschap niet worden geschaad. In het kader van het onderhavige plan is een natuurversterkingsplan opgesteld waaruit dat blijkt.
2.2.4 Natura-2000 gebied Veluwe, GNN en GO Het plangebied ligt voor een belangrijk deel in Natura 2000-gebied Veluwe. Alleen het gebied rond het buitencentrum valt er buiten. Daarnaast heeft het terrein ook de status Gelderse Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingzone (GO). De GO is beperkt tot de onbeboste delen rond het bezoekerscentrum en de verharde paden. In geval van overlapping van het GNN met Natura 2000gebieden zijn de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied leidend. Deze doelstellingen zijn opgenomen als bijlage II van het Natuurversterkingsplan dat als bijlage 4 van deze toelichting is opgenomen. Streekplanuitwerking kernkwaliteiten en omgevingscondities en het Buitencentrum Veluwe-Noord De (interne) verbouwing van het Natuurbelevingscentrum en de uitbreiding door middel van de realisatie van een klimbos zijn beperkte ontwikkelingen. De geplande ontwikkelingen hebben geen significante aantasting van genoemde kernkwaliteiten en omgevingscondities van het Gelders Natuurnetwerk of Natura 2000-gebieden tot gevolg. Hierover meer in hoofdstuk 5, waarin dit is aangetoond op basis van een ecologisch onderzoek. Er is sprake van een geringe afname van stikstofdepositie ten gevolge van het plan. In het kader van dit plan is een vergunning aangevraagd in het kader van de Wet natuurbescherming.
In september 2021 is het ontwerpbesluit daarvan bekend gemaakt. De definitieve vergunning is als bijlage 7 opgenomen.
2.2.5 Recreatiezonering Veluwe Steeds meer mensen genieten van de natuur op de Veluwe. Dat bezoek heeft een keerzijde. Want levensgemeenschappen van dieren en planten kunnen worden verstoord door recreatie, verkeer, werkzaamheden en evenementen. Deze verstoring kan zich uiten/uit zich onder meer in versnipperde populaties, verminderd voortplantingssucces en verminderde zichtbaarheid zoals bij herten. Het evenwicht tussen natuur en recreatie raakt uit balans. Daarnaast heeft de natuur het al moeilijk als gevolg van te hoge stikstofdepositie en verdroging. Mede daarom wordt gewerkt aan recreatiezonering voor de hele Veluwe. Hierin is een rol weggelegd voor provincie, gemeenten, grondeigenaren, recreatiesector en gebruikersorganisaties. Er worden zones aangewezen voor verschillende vormen van gebruik. In sommige delen krijgen kwetsbare dieren en planten rust en ruimte, zodat ze indien nodig kunnen herstellen. En het wordt duidelijker waar men kan wandelen, fietsen of paardrijden en waar ruimte voor evenementen is. Zo wordt de natuur beschermd, én kan iedereen ervan blijven genieten en wilde dieren tegenkomen. 12
Het recreatiezoneringsplan krijgt geen ruimtelijk sturende werking in die zin dat er planologische ruimte wordt gecreëerd voor nieuwe functies. Het zoneringsplan richt zich uitsluitend op het dagrecreatieve gebruik en doet dus geen uitspraken over zaken als verblijfsrecreatie of toeristische attracties. Voor bijvoorbeeld de uitbreiding van een toeristische attractie blijft de Wnbvergunningplicht onverminderd van kracht. Het natuurbelevingscentrum ligt binnen de concept-zonering binnen zone A. dit is een zone waar recreatieve ontwikkelingen plaats kunnen vinden en bij kunnen dragen aan de gewenste zonering door bezoekers daar door een aantrekkelijk aanbod op te vangen. Met voorliggend plan wordt zodoende aangesloten op het provinciale beleid ten aanzien van recreatie op de Veluwe.
2.3 Gemeentelijk beleid 2.3.1 Omgevingsvisie Nunspeet De gemeente Nunspeet heeft gewerkt aan een integrale toekomstvisie voor de gehele gemeente, de Omgevingsvisie Nunspeet. In deze visie kijkt de gemeente vooruit tot 2030. De Omgevingsvisie wordt deels gevuld met uitgangspunten die zijn geformuleerd samen met omliggende gemeente Oldebroek en Ermelo. Samen hebben deze gemeenten de NEO-Agenda. Deze NEO-gemeenten werken voor een belangrijk deel al volgens het gedachtengoed van de Omgevingswet. In het gedachtengoed van de Omgevingswet draait het om vertrouwen, initiatieven goed verder brengen, flexibiliteit, integraliteit en samenwerken. De Omgevingsvisie biedt overzicht en inzicht, mobiliseert trajecten/partijen/processen en brengt ze samen en helpt om de juiste prioriteiten, keuzen en acties te benoemen. Twee elementen zijn cruciaal, namelijk integraliteit (fysieke, functionele en sociale aspecten in balans meenemen) én een centrale koers, die positioneert en helpt bij het keuzes maken. De Omgevingsvisie onderscheidt 5 integrale thema’s, die zowel ruimtelijke-, sociale-, gezondheids-, economische- als milieuaspecten bevatten. Enkele thema’s zijn van belang voor onderliggend initiatief.
Aantrekkelijke omgevingskwaliteit en identiteit Een van de prioriteiten is het bewaken van de balans tussen de verschillende functies in het buitengebied: natuur, drinkwater, recreatie en de agrarische sector; Een vitaal economisch klimaat Een van de uitgangspunten is dat om te werken aan de integratie van de verschillende toeristische activiteiten en het verbreden tot andere recreatieve activiteiten. Daarbij dienen koppelingen gemaakt te worden met kunst, leisure, sport en evenementen. Een van de thematische uitwerkingen die in de Omgevingsvisie is opgenomen, is het thema ‘Vitale toeristische sector bereiken’. Daarbinnen worden de volgende kernpunten benoemd:
13
Om aan bovenstaande kernpunten invulling te geven worden initiatiefnemers uitgenodigd om te komen met goede ideeën rondom: Nunspeet entree van de Veluwe, gekoppeld aan het Veluwetransferium, de Stationsomgeving en ontwikkelingen in de zone tussen het spoor en de snelweg A28. Ook Thema 5 is voor het plangebied van belang:
Nunspeet heeft een station, dat het in combinatie met de hoge natuurwaarden en het aantrekkelijke centrum tot een geliefd gebied maakt om te wonen, te werken en te recreëren. De stationsomgeving vormt een belangrijke poort richting de Veluwe. Door ontwikkelingen door de jaren heen is bij deze hoofdentree van de kern Nunspeet een situatie ontstaan waarbij meerdere opgaven samenkomen. Gebiedsgerichte uitwerking De Omgevingsvisie heeft een belangrijke rol in het op gang brengen van investeringen die bijdragen aan het bereiken van beoogde ambities en in het algemeen ook moeten leiden tot een 14
kwaliteitsversterking. Dit is vertaald in gebiedsgerichte uitwerkingen. Onderliggend plangebied ligt in Deelgebied 3 ‘Centraal Veluws Natuurgebied’. Ambitie: Behoud en versterking van de natuurfunctie, conform het beheerplan van Natura 2000 gebied Veluwe. Gedoseerd en afgestemd op de kwaliteiten de belevingsmogelijkheden en toegankelijkheid verbeteren voor recreanten: fietsen, wandelen, paardrijden. Passende recreatie ondersteunende functies zijn afweegbaar. Herontwikkeling van bestaande bebouwde percelen passend in het karakter van het gebied. Voor de agrarische enclaves zijn aparte Ideekaarten gemaakt. Uitgangspunten kwaliteit: -
De ontwikkelingen ten aanzien van natuur moeten leiden tot een verbetering van de ruimtelijke samenhang tussen bos, heide en stuifzandgebieden; De toenemende recreatiedruk vraagt om uitbreiding van het netwerk van wandel-, fiets- en ruiterpaden; Verbetering van bestaande wandel- en fietsroutes; Betere landschappelijke inpassing van de verblijfsrecreatieve voorzieningen ; Aanpak waterproblematiek Elspeet; Initiatieven duurzame energievoorziening ontplooien.
Conclusie Met onderliggend plan wordt invulling gegeven aan doelstellingen, ambities en thematische uitwerkingen uit de Omgevingsvisie. 15
3. Beschrijving van het plangebied Het plangebied ligt op de Noord Veluwe, grenzend aan het Veluwetransferium ten zuiden van de kern Nunspeet in de overgang van de kern naar het bosrijke gebied van de Veluwe, op de grens van de boswachterij.
Plangebied Buitencentrum Veluwe -Noord ten zuiden van Nunspeet. De Noord-Veluwe is wat natuur betreft een van de rijkste gebieden van ons land. Het gebied strekt zich uit van de Randmeerkust in het noordwesten, over de Veluwe tot aan de IJssel in het oosten. Veluwetransferium De ontwikkeling van het Veluwetransferium vond plaats in het kader van ‘Veluwe 2010’, een provinciale beleidsnota voor het landelijk gebied van de regio Veluwe. De rode draad van ‘Veluwe 2010’ is een duurzame, evenwichtige ontwikkeling van ecologie én economie. Onderdeel hiervan is het terugdringen van het autogebruik op de Veluwe en om het gebruik van fiets en openbaar vervoer te bevorderen. Daarnaast moet de toerist/bezoeker toch de mogelijkheid worden geboden van de natuur op de Veluwe te kunnen genieten. De Veluwetransferia zijn ontwikkeld om aan deze doelstellingen tegemoet te komen. Het concept Veluwetransferium is door de provincie Gelderland ontwikkeld en als volgt gedefinieerd: 'Een Veluwetransferium is gelegen aan de rand van het Centraal Veluws Natuurgebied, welke enerzijds dienst doet als opvang van gemotoriseerd (recreatie) verkeer en anderzijds bedoeld is als entree tot de Veluwe in de brede zin van het woord en daarmee beginpunt voor (actieve) beleving van de Veluwse natuur en cultuur.
Een Veluwetransferium biedt hiertoe een gebundeld pakket van diensten en producten afgestemd binnen een vastgesteld concept'. Tegen deze achtergrond is in Nunspeet in 2001 het Veluwetransferium (VT) geopend. Er zijn diverse voorzieningen gerealiseerd, waaronder een parkeerplaats, uitkijktoren en speelplaats voor kinderen met picknicktafels. Verder zijn er vanaf het Veluwetransferium diverse routes aangelegd voor fietsers, wandelaars en nordic walking. In 2014 heeft een revitalisatie van het parkeerterrein plaatsgevonden, waardoor door een efficiëntere invulling van het terrein, meer parkeerplaatsen gerealiseerd konden worden. Ook is nieuwe infrastructuur aangelegd, waardoor het Veluwetransferium door de 16
uitstekende ligging aan het NS station en de A28 de startplek is om de Veluwse natuur te ontdekken, zowel te voet of per fiets. Ook het natuurbelevingscentrum bevindt zich bij het transferium. Buitencentrum Veluwe-Noord, natuurbelevingscentrum Staatsbosbeheer heeft in 2003 een bezoekerscentrum op het Veluwetransferium geopend, het Buitencentrum Veluwe-Noord. Het Buitencentrum geeft veel informatie over de Noord-Veluwe. Inmiddels is de exploitatie overgedragen aan een ondernemer. In Buitencentrum Veluwe-Noord is een vaste expositie over 'Het verhaal van de Veluwe': de ontstaansgeschiedenis, het landschap, de verschillende soorten natuur. Er is ook een plek ingeruimd voor de vogels uit het nabijgelegen randmeergebied. Voor kinderen is er een kabouterhut ingericht. Vanuit het buitencentrum starten diverse wandelroutes en een zogenaamde kabouterroute door het plangebied. Binnen het plangebied zijn een verhard rolstoelpad en diverse onverharde paden aanwezig. Het plangebied is toegankelijk van zonsopgang tot zonsondergang op wegen en paden met aangelijnde honden. Het buitencentrum ontving in de periode dat het gratis toegankelijk was jaarlijks circa 120.000 bezoekers. Alle faciliteiten waren daar goed op berekend. Op dit moment is dat circa 60.000. Deze aantallen zijn gebaseerd op tellingen die zijn uitgevoerd.
Het aantal bezoekers is afgenomen sinds er voor de toegang betaald moet worden voor het buitencentrum. Een deel van de bezoekers maakt ook een wandeling door het bos. Daarnaast lopen door het bos ook (doorgaande) wandelpaden zoals NS-route Zandenbos, ANWB-route, Hulshorster bosrandroute en VBT route Elfwegenpad. Op werkdagen wordt het terrein ook gebruikt door bijvoorbeeld werknemers van bedrijven langs de N310 om een lunchwandeling te maken. Daarnaast zijn er nog bezoekers vanuit hotels en bungalowparken. Bewoners van Nunspeet laten in het plangebied ook vaak hun hond uit.
17
4. Planbeschrijving 4.1 Uitbreiding activiteiten Buitencentrum Veluwe-Noord Het voortbestaan van het natuurbelevingscentrum kwam in gevaar door bezuinigingen bij de financierende overheden. Staatsbosbeheer is op zoek gegaan naar andere financiering om het centrum open te kunnen houden en daarmee de voorzieningen voor recreanten en educatie plus de zonerende werking te behouden. Door de samenwerking te zoeken met een ondernemer ligt er nu de ontwikkeling van het natuurbelevingscentrum. Het Natuurbelevingscentrum Nunspeet wil Buitencentrum Veluwe-Noord een nieuwe impuls geven en het uitbreiden met een aantal functies. Achter het Buitencentrum Veluwe-Noord, aan de zuidzijde, wordt het bestaande natuurbelevingscentrum uitbreid met een klimbos. Tevens wordt het huidige Buitencentrum Veluwe Noord binnen de aanwezige hoeveelheid bebouwing verbouwd. Het oppervlakte aan horeca wordt daarbij gemaximeerd op 120 m2 b.v.o. Deze oppervlakte is nog beschikbaar ter plaatse van het Veluwetransferium en wordt als het ware overgeheveld naar Buitencentrum Veluwe Noord. Hiermee blijft het totale aantal vierkante meter horeca in het gebied binnen het bestemmingsplan ‘Veluwetransferium’ gelijk. Klimbos Op de onderstaande afbeelding is de nieuwe inrichting van het plangebied weergegeven. Het oppervlakte van het geplande klimbos is circa 1 hectare.
Contour klimbos en ligging natuurbelevingscentrum, indicatief. Door de geplande uitbreiding met een klimbos moet het Buitencentrum Veluwe Noord een verbeterd visitekaartje worden. Daarbij gaat het er niet alleen om wat je er kunt doen (de functies), maar vooral ook om de ruimtelijke kwaliteit, de onderlinge samenhang en de samenhang met de (natuurlijke) omgeving. Het klimbos met het buitencentrum, het terras, de entree naar de Veluwe en de routing zorgen voor een totale Natuurbeleving. 18
Een klimbos onderscheidt zich van andere producten, doordat het product wordt geïntegreerd in de natuur. Belangrijk hierbij is vooral ook de visie die betrekking heeft op de integratie van andere producten (educatie e.d.) zodat belangrijke doelgroepen (jeugd) positief en bewust in aanraking komen met de natuur. Het Klimbos wordt geïntegreerd in de natuur en zal een onopvallend ontwerp hebben, zodat het niet opvalt in het bos. Natuurbeleving staat voorop in het Klimbos. Uitgangspunt is dat het karakter van het bos behouden blijft en dat de toe te voegen voorzieningen op respectvolle en bij het natuurlijk karakter passende wijze worden uitgevoerd. Het bos wordt dan ook niet afgesloten. Wel worden maatregelen genomen om het publiek op de paden te laten lopen. Dit is enerzijds uit veiligheidsoverwegingen, en anderzijds om de wortels van de bomen te beschermen en de jonge aangroei op de bodem te beschermen. Er wordt gebruikt gemaakt van het reeds aanwezige padenstelsel. De paden zullen, indien nodig, voorzien worden van houtsnippers als natuurlijke verharding. Om een Klimbos te realiseren zijn 50 tot 80 sterke bomen nodig. Het klimbos zal met name boven in de bomen worden opgehangen. Daarbij wordt gebruik gemaakt van boomvriendelijke bevestigingssystemen voor de hindernissen. De constructies brengen geen schade toe aan de bomen en groeien mee met de bomen.
Onder het klimparcours kunnen mensen door het bos blijven lopen. Indien nodig worden houtsnippers gebruikt om de paden te ‘verharden’. Het plaatsen van hekken wordt voorkomen door op een handige manier de toegang tot het touwparcours af te sluiten. Op onderstaande afbeeldingen zijn referenties van een klimbos opgenomen.
Verbouw Buitencentrum Veluwe Noord.
19
Natuurbelevingscentrum Nunspeet wil intern verbouwen om meer ruimte te creëren ter facilitering van bovengenoemde activiteiten. Door een interne verbouwing zullen expositieruimte en winkel heringericht worden. In het Buitencentrum worden een nieuwe kantoorruimte en werkruimte gerealiseerd ten behoeve van de exploitatie van het klimbos. Het kantoorgedeelte krijgt een oppervlakte van ca. 130 m2 b.v.o. en bestaat uit een kantoor, opslagruimte, balie in combinatie met een uitgiftepunt voor materialen en een kantine met kleedruimte en douche. De benodigde oppervlakte wordt inpandig gerealiseerd. In het Buitencentrum wordt de reeds aanwezige ondergeschikte horeca gebruikt. Deze heeft een ondersteunende functie voor recreatieve activiteiten (klimbos). Het huidige terras zal worden vervangen door een nieuw terras. Nabij het terras worden enkele speeltoestellen voor kinderen in de leeftijd van 1 tot en met 6 jaar geplaatst. De openingstijden van de horecagelegenheid worden afgestemd op de functies die vanuit het Buitencentrum Veluwe Noord worden vervuld. Randvoorwaarde hierbij is dat de huidige toegangsbepalingen voor het omliggende bosgebied gehandhaafd blijven.
4.2 Bezoekers en parkeren Natuurbelevingscentrum Nunspeet verwacht dat het aantal bezoekers van het klimpark per jaar circa 25.000 personen zal zijn, dat komt bovenop de circa 60.000 bezoekers die er op dit moment jaarlijks komen naar het buitencentrum. Daarmee komt het aantal bezoekers van de locatie op ongeveer hetzelfde aantal als voor het invoeren van betaalde toegang van het Buitencentrum. Door het toenemende aantal bezoekers zal ook de parkeerbehoefte bij het Buitencentrum Veluwe Noord toenemen. Om het benodigde aantal parkeerplaatsen in beeld te brengen en te onderzoeken of deze parkeerbehoefte nabij het Buitencentrum kan worden opgevangen is een parkeerbalans opgesteld. Deze parkeerbalans is opgenomen en onderbouwd in paragraaf 5.5 van deze toelichting. Uitgangspunten daarbij zijn een klimbos van ca. 1 hectare, een bestaand gebouw t.b.v. natuurbelevingscentrum met horecagedeelte van circa 120 m2 b.v.o. inpandig, een winkel van circa 68 m2, opslagruimte met een oppervlakte van circa 17 m2 meter en kantoor van circa 27 m2 meter. Daarnaast wordt de bestaande situatie van het Veluwetransferium gehanteerd als uitgangspunt voor het opvangen van de parkeerbehoefte.
20
5. Milieu- en omgevingsaspecten Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van de relevante milieu-en omgevingsaspecten en belangenafweging (artikel 3.2. Algemene wet bestuursrecht).
5.1 Bodem Ten aanzien van de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Gestreefd wordt naar een duurzaam gebruik van de bodem. Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij is van belang te weten of er bodemverontreiniging is die de functiedoelen kan frustreren, of er daardoor gezondheidsrisico's of ecologische risico's zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Hiervoor is wettelijk verplichte informatie over de bodemkwaliteit nodig. Het uitgangspunt wat betreft de bodem in het plangebied is, dat de kwaliteit ervan zodanig dient te zijn dat er geen risico's zijn voor de volksgezondheid bij het gebruik van het plangebied voor de voorgenomen functie(s). Het plan van Staatsbosbeheer voorziet niet in de realisatie van nieuwe bebouwing en er zal slechts zeer beperkt en zeer oppervlakkig grondverzet plaatsvinden. Conclusie bodem Omdat ten behoeve van het gehele plan slechts in zeer beperkte mate en zeer oppervlakkig grondverzet zal plaatsvinden, is het uitvoeren van bodemonderzoek niet noodzakelijk.
5.2 Water De watertoets - zoals deze in het kader van ruimtelijke plannen dient te worden uitgevoerd - is het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. De watertoets wordt uitgevoerd binnen de bestaande wet- en regelgeving op het gebied van ruimtelijke ordening en water. De watertoets vormt de verbindende schakel tussen het waterbeheer en de ruimtelijke ordening. Wateradvies voor ruimtelijke plannen met een klein waterbelang (korte procedure) Ten behoeve van dit bestemmingsplan is op 12 juli 2018 een digitale watertoets uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn samengevat in deze waterparagraaf en als bijlage 1 opgenomen. Beoordeling In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of Awatergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven. Aandachtspunten Voor de verdere uitwerking en concretisering van de beoogde ontwikkeling, geeft het waterschap aan dat rekening gehouden moet worden met een aantal algemene en gebieds specifieke aandachtspunten voor water.
Algemene aandachtspunten Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee 21
wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegengegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) worden voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen of randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Het waterschap vraagt de initiatiefnemer de beslisboom voor het afkoppelen van verhard oppervlak van het waterschap toe te passen.
Conclusie water Het aspect water vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan. Bij de verdere planuitwerking wordt voor zover mogelijk en relevant, rekening gehouden met de aanbevelingen van het waterschap.
5.3 Natuur en ecologie In ruimtelijke plannen moet worden aangetoond hoe de ontwikkelingen die hierin mogelijk worden gemaakt zich verhouden met de wet- en regelgeving op het gebied van gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden geregeld in de Wet natuurbescherming. Op het gebied van gebiedsbescherming regelt de wet de bescherming van zes verschillende soorten natuurgebieden: het natuurnetwerk Nederland, bijzondere provinciale natuurgebieden, bijzondere provinciale landschappen, nationale parken, bijzondere nationale natuurgebieden en Natura 2000-gebieden. Bij activiteiten of ontwikkelingen die kunnen leiden tot negatieve effecten op instandhoudingsdoelen voor een van deze gebieden moet een vergunning worden aangevraagd. Analyse In het kader van onderliggend plan heeft een ecologisch onderzoek plaatsgevonden. Dit onderzoek is opgenomen als bijlage 2. Bij de beoordeling van het plangebied is een bronnenonderzoek verricht naar het voorkomen van beschermde soorten en de ligging van beschermde gebieden in de regio. Daarvoor zijn de Nederlandse Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd en twee onderzoeken die eerder in het gebied zijn verricht. Het gaat om een broedvogelinventarisatie uit 2016 en een natuurtoets uit 2012.
Voor de ligging van beschermde gebieden is gebruik gemaakt van Synbiosys.alterra.nl en de digitale atlas van de provincie Gelderland. Op 5 juli 2018 is het plangebied bezocht. Daarbij is gelet op de daadwerkelijke aanwezigheid van beschermde soorten en indirecte aanwezigheid in de vorm van sporen (verblijfplaatsen, wissels, pootafdrukken en dergelijke). Verder is het terrein beoordeeld op de geschiktheid voor beschermde soorten (habitatbeoordeling).
22
Conclusies uit het onderzoek Beschermde gebieden Het plangebied is onderdeel van Natura 2000-gebied Veluwe en van het Gelders Natuurnetwerk. Het gebruik van het plangebied als klimbos heeft een gering negatief effect op de kwalificerende vogelsoorten Zwarte specht en Wespendief. Dit effect wordt elders in de regio gemitigeerd door het opheffen van 2 bospaden. Omdat er een effect optreedt is er een vergunning noodzakelijk. De Wnbvergunning is inmiddels als ontwerpbesluit bekendgemaakt. Er zijn geen zienswijzen ingediend, waardoor de vergunning wordt afgegeven door de provincie, zie bijlage 7. In het kader van voorliggend plan is eveneens in beeld gebracht of ten gevolge van het project sprake is van een toename van stikstofdepositie. Het initiatief heeft een verkeersaantrekkende werking en het plangebied is gelegen in de directe nabijheid van natura2000-gebieden. In dat kader is een Aeriusberekening uitgevoerd om inzichtelijk te maken of en in hoeverre er sprake is van een overschrijding van de stikstofdepositie op de betreffende natura2000-gebieden. Hierbij is onderscheid gemaakt in de aanlegfase van het project en de gebruiksfase van het project. De berekeningen zijn als bijlage 3 opgenomen.
Conclusie Zowel bij de aanlegfase als bij de gebruikersfase vindt geen depositietoename plaats, in het kader hiervan hoeft voor dit onderdeel ook geen Wnb- vergunning aangevraagd te worden. Beschermde soorten Voor de te verwachten kleine soorten zoogdieren en amfibieën geldt een algemene ontheffing in geval van ruimtelijke ontwikkelingen. Er zijn geen aanvullende maatregelen noodzakelijk. Op deze soorten en op Eekhoorn en Boommarter zijn geen negatieve effecten te verwachten. Aanvullende maatregelen zijn voor deze soorten niet noodzakelijk. Er bestaat een kleine kans dat in het plangebied holten voorkomen die geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. Het gebruik als klimbos is niet schadelijk voor de aanwezigheid van vleermuisverblijven mits bij de installatie van de parcoursen rekening wordt gehouden met potentiële verblijfplaatsen. Daarom dient vermeden te worden dat constructies over holten worden bevestigd of in de uitvliegroute komen te liggen. Verder moeten potentiële holten zich buiten het bereik van bezoekers bevinden. Bij het aanleggen van het klimbos dient rekening gehouden te worden met broedsels van vogelsoorten zonder vaste nestplaats. De genoemde activiteiten dienen buiten het broedseizoen plaats te vinden. De genoemde activiteiten dienen binnen het broedseizoen onder monitoring plaats te vinden.
Natuurversterkingsplan Op basis van de de Wet natuurbescherming is, om de realisatie van het klimbos mogelijk te maken, een natuurversterkingsplan opgesteld. deze is door de provincie akkoord bevonden en wordt uitgevoerd. Het natuurversterkingsplan voorziet in de realisatie van een nieuwe heideverbinding met de Noorderheide en het opheffen van bospaden in de omgeving van Vierhouten. Het natuurversterkingsplan is als bijlage 4 opgenomen.
23
5.4 Archeologie In het kader van de Wet op de archeologische monumentenzorg, opgenomen in de erfgoedwet, toetst de provincie ruimtelijke plannen op archeologische waarden. Indien potentiële archeologische waarden worden verstoord, dient hier nader onderzoek naar te worden verricht. Uitgangspunten van het archeologisch beleid zijn op hoofdlijnen: • • •
archeologische waarden zoveel mogelijk (in situ) in de bodem bewaren; vroeg in de ruimtelijke ordening al rekening houden met archeologie; bodemverstoorders betalen archeologisch vooronderzoek en mogelijke opgravingen.
Het plangebied ligt binnen een gebied dat de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ heeft. De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden. Volgens de Archeologische Monumentenkaart heeft het plangebied echter geen specifieke archeologische waarde of betekenis. Ook liggen er geen archeologische monumenten in het plangebied. Conclusie archeologie Voor de realisatie van het Natuurbelevingscentrum is slechts in zeer beperkte mate en alleen oppervlakkig grondverzet nodig. Op deze reden is archeologisch onderzoek niet noodzakelijk.
5.5 Verkeer en parkeren Door het toenemende aantal bezoekers zal de parkeerbehoefte bij het Buitencentrum Veluwe Noord toenemen. Om het benodigde aantal parkeerplaatsen in beeld te brengen en te onderzoeken of deze parkeerbehoefte nabij het Buitencentrum kan worden opgevangen is een parkeerbalans opgesteld. Deze parkeerbalans is als bijlage 5 opgenomen. Bij het in beeld brengen van de parkeerbehoefte van onderliggend plan is de parkeerbehoefte van de geplande nieuwe functies onderzocht in relatie tot het bestaande aanbod van parkeervoorzieningen (Veluwetransferium). Bepaling behoefte De gemeente Nunspeet geeft in het ‘paraplubestemmingsplan Parkeren’ de te hanteren parkeerkencijfers voor een ontwikkeling aan. In dit bestemmingsplan wordt verwezen naar de parkeernormennota Gemeente Nunspeet 2014. De omschrijving van het klim-/speelbos is niet direct terug te vinden in de parkeernota. De omschrijving die het dichtst bij komt is de functie Attractie-/pretpark met een parkeernorm van 12 parkeerplaatsen per hectare. Gezien de oppervlakte is de maximale parkeervraag dan ook gelijk aan 12 te stellen, waarbij het bezoekersaandeel 99% bedraagt. Opgemerkt wordt dat de gemeente Nunspeet altijd uitgaat van de maximale norm uit de bandbreedte. Voor de bandbreedte wordt een parkeernorm tussen de 4 en 12 aangegeven.
Gezien de locatie van het Natuurtransferium en daarmee het klimbos wordt gesteld dat in de norm van 12 een grote veiligheid zit. Het station zit immers op korte loopafstand van het Veluwetransferium met in de toekomstige situatie een directe toegang van het station naar dit gebied.
24
De omschrijving als opgenomen in de parkeernota die ligt in de lijn van de plannen is Café/bar/cafetaria. De bijbehorende parkeernorm is gelijk aan 8,0 per 100 m2 brutovloeroppervlakte met een bezoekersaandeel van 90%. Gezien de oppervlakte van 120 m2 komt de maximale parkeervraag hiermee op afgerond 10 parkeerplaatsen. Het toekomstig aantal bezoekers van het klimbos zal op circa 25.000 per jaar uitkomen. Het totaal aan bezoekers van de Natuurexpositie en het klimbos zal hiermee op maximaal circa 85.000 (een totale afname van 35.000 bezoekers in relatie tot de ‘oude’ situatie’) komen. Voor wat betreft de gemiddelde autobezetting zal er geen sprake zijn van verschil zitten wat betreft de bezoekers van Natuurexpositie en het klimbos. De maximale parkeervraag van het klimbos, maximaal 12, wordt dan ook ruim gecompenseerd door de afname aan parkeervraag voor de Natuurexpositie, maximaal circa 28 (12 * 60.000/25.000). Wat betreft de kleinschalige horecavoorziening geldt dat de parkeervraag op totaal 10 parkeerplaatsen komt, waarvan één voor de werknemer. De werknemer kan de auto nog kwijt op het terrein behorend bij het Natuurbeleveniscentrum. Opgemerkt wordt dat het merendeel van deze bezoekers tevens de bezoekers van de Natuurexpositie of het klimbos zijn. Dit aantal moet echter wel worden meegerekend in de parkeervraag aangezien hierdoor de gemiddelde parkeerduur zal toenemen.