AP 8. Bijlage 13 Bomeneffectanalyse Laan 43a Nunspeet
Tekst van het document
BOMEN EFFECT ANALYSE DNS planvorming B.V. BEA Laan 43A Nunspeet
BEA
Rapportnummer:
240069
Datum:
11-03-2024
BOOMTOTAALZORG
Inhoud Colofon
3
1
Inleiding
4
1.1
Aanleiding van het onderzoek
4
1.2
Doel van het onderzoek
4
1.3
Plangebied
4
Wijze van onderzoek
5
2.1
Analyse
7
Voorstudie
8
3.1
Uitganspunten project
8
3.2
Toetsing uitvraag
9
3.3
Functie of waarde boom
9
2
3
4
5
6
Veldonderzoek
10
4.1
Ruimtestudie
11
4.2
Verplantbaarheid
12
Analyse
13
5.1
Impact ruimtegebruik
13
5.1
Impact uitvoering
13
Conclusie en advies
15
6.1
Eindoordeel effecten
15
6.2
Advies en boombescherming
15
6.3
Alternatief
18
6.4
Aanplant nieuwe bomen
18
Bijlage I Boomgegevens
21
Bijlage II. Meetresultaten bodemonderzoek
22
Bijlage III. Tekeningen
23
Bijlage IV. Foto’s
28
Bijlage V. Bomenposter
32
BEA 240069 - DNS PLANVORMING B.V., BEA LAAN 43A NUNSPEET
2 / 32
BOOMTOTAALZORG
Colofon Onderzoeksrapport:
240069
Project:
BEA Laan 43A Nunspeet
Locatie:
Laan 43A Nunspeet
Opdrachtgever/eigenaar:
DNS planvorming B.V. Klaprozenweg75c 1033 NN Amsterdam
Contactpersoon:
De heer Nijdam nijdam@dnsplanvorming.nl
Opdrachtnemer
Boomtotaalzorg Lange Uitweg 27 3998 WD Schalkwijk 030-6011880 info@boomtotaalzorg.nl www.boomtotaalzorg.nl KvK 30098295 BTW 818691992
Auteur:
J.J. Veldhuis A. van Eck (ett) b.vaneck@boomtotaalzorg.nl
BEA 240069 - DNS PLANVORMING B.V., BEA LAAN 43A NUNSPEET
3 / 32
BOOMTOTAALZORG
1 Inleiding In opdracht van de heer R. Nijdam van DNS planvorming B.V. heeft Boomtotaalzorg een Bomen Effect Analyse uitgevoerd naar aanleiding van de plannen om op perceel van het adres Laan 43A in Nunspeet zes woningen te realiseren.
1.1 Aanleiding van het onderzoek Aanleiding voor deze Bomen Effect Analyse (BEA) is het voornemen om het plangebied binnenkort anders in te richten. De herinrichting houdt in dat het bestaande KPN gebouw op Laan 43A wordt gesloopt waarna er 6 woningen worden gebouwd. Vervolgens zal de hele buitenruimte op het perceel opnieuw worden aangelegd. De vraag is welke gevolgen de geplande activiteiten kunnen hebben voor het voortbestaan van deze bomen.
1.2 Doel van het onderzoek Het doel van dit bomenonderzoek is enerzijds om na te gaan wat de huidige conditie en kwaliteit van de bomen is en welke levensverwachting de bomen hebben. Als basis wordt hiervoor gebruik gemaakt van de eerder in 2022 (rapport 220249) uitgevoerde inventarisatie. Anderzijds worden in een BEA de te verwachten (nadelige) effecten van de activiteiten op het duurzaam behoud van de boom objectief en onderbouwd beschreven. Tenslotte maakt de BEA duidelijk of er maatregelen te treffen zijn, of dat er alternatieven voor handen zijn, om de negatieve effecten tot een minimum te beperken en aan welke randvoorwaarden voldaan moet worden om de bomen bij een eventuele herinrichting duurzaam in te passen en te behouden.
1.3 Plangebied Hieronder een afbeelding van de huidige situatie in het plangebied,
Afbeelding 1. Overzichtstekening plangebied
BEA 240069 - DNS PLANVORMING B.V., BEA LAAN 43A NUNSPEET
4 / 32
BOOMTOTAALZORG
2 Wijze van onderzoek De beoordeling en analyse van onderliggende BEA vindt plaats middels de Richtlijn BEA van de Bomenstichting/CROW. De richtlijn kent een vast stramien. De BEA bestaat uit 12 bouwstenen, verdeeld over 4 onderdelen: Voorstudie Bouwsteen 1: Uitgangspunten project Bouwsteen 2: Toetsing uitvraag Bouwsteen 3: Functie of waarde van de boom Veldwerk Bouwsteen 4: Kwaliteit boom Bouwsteen 5: Ruimtestudie Bouwsteen 6: Kansen en knelpunten Analyse Bouwsteen 7: Impact bovengronds ruimtegebruik Bouwsteen 8: Impact ondergronds ruimtegebruik Bouwsteen 9: Impact uitvoering Conclusie en advies Bouwsteen 10: Eindoordeel effecten Bouwsteen 11: Randvoorwaarden Bouwsteen 12: Alternatieven
Aan de hand van dit stramien worden de volgende zaken bepaald: •
Beoordeling beleidsstatus en intrinsieke waarden boom;
•
Beoordeling conditie, kwaliteit en toekomstverwachting;
•
Beoordeling groeiplaats, bodem en bewortelingspatroon;
•
Analyse van mogelijke negatieve effecten van het voorgenomen bouwplan op de duurzame instandhouding van de boom;
•
Gevolgtrekking of de boom duurzaam te behouden is en onder welke randvoorwaarden;
•
Advies over boombeschermingsmaatregelen en boomvriendelijke (bouw) alternatieven.
Het veldwerk bestaat uit een visuele nulmeting van alle bomen binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden en uit een bodem- en bewortelingsonderzoek. Iedere boom krijgt een uniek boomnummer. Per boom zijn de volgende boomgegevens geïnventariseerd: •
Boomsoort (Nederlandse en wetenschappelijke benaming, inclusief variëteit indien van toepassing);
•
Stamdiameter (gemeten in cm, op 1,30 m boven maaiveld);
•
Kroondiameter (in m);
•
Huidige conditie (conform conditiebepaling van Dr. Roloff (zie Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.)
•
Toekomstverwachting (op basis van de boomsoort, leeftijd, omgevingsfactoren, aantastingen/verzwakkingen (zie Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.);
•
Kwaliteit boom (op basis van conditie, structurele opbouw en toekomstverwachting (Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.);
BEA 240069 - DNS PLANVORMING B.V., BEA LAAN 43A NUNSPEET
5 / 32
BOOMTOTAALZORG
•
Eventuele boomgebreken (VTA kenmerken).
Dit BEA advies levert een bijdrage aan de besluitvorming rond de voorgenomen plannen en de wijze van uitvoering van het project. Daarbij zijn heldere randvoorwaarden omschreven waaraan voldaan moet worden voor blijvend behoud van de bomen, mits dit mogelijk is.
Conditie De conditie is de huidige gezondheid waarin de boom verkeert. Deze is bepaald volgens de methode van beoordeling van de kroonstructuur van Dr. A. Roloff. Hierbij is gelet op het vertakkingspatroon, de scheutlengte ontwikkeling en vorming van dood hout. De conditie kent de volgende klassen:
Goed De conditie is goed. Het vertakkingspatroon is normaal voor deze soort, gezien de leeftijd van de boom.
Redelijk De conditie is verminderd, maar nog wel voldoende. Het vertakkingspatroon aan de rand van de kroon is dunner.
Matig De
conditie
is
duidelijk
verminderd.
De
eindscheuten zijn korter dan normaal. Herstel van de boom is eventueel mogelijk.
Slecht De
conditie
van
de
boom
is
minimaal.
Kroondelen sterven af. De toestand van de boom is dusdanig slecht dat herstel van de boom niet of nauwelijks mogelijk is.
Kwaliteit De kwaliteit is gebaseerd op de huidige conditie, mechanische opbouw en stabiliteit van de boom. Ook de functievervulling van de boom speelt hierbij een rol. Aan een bosboom worden immers andere kwaliteitseisen gesteld dan aan een laanboom. De boom is rondom en in zijn geheel bekeken. Hierbij is gelet op mogelijke afwijkingen, aantastingen, verzwakkingen en andere (potentiële) problemen in opbouw/structuur van stam en kroon, die visueel zijn waar te nemen. De kwaliteit is ingedeeld in: Goed Redelijk Matig Slecht
De boom vertoont het beeld dat van de soort verwacht mag worden, gezien de leeftijd van de boom en de groeiplaatsomstandigheden. De boom vertoont een verminderd beeld, gelet op de leeftijd en de omstandigheden. De aangetroffen afwijking hoeft geen negatieve gevolgen te hebben voor de verdere ontwikkeling van de boom. De boom vertoont een sterk verminderd beeld. Negatieve gevolgen voor de verdere ontwikkeling van de boom zijn niet uit te sluiten. Indien mogelijk, zijn doeltreffende maatregelen voor herstel van de kwaliteit gewenst. De boom vertoont een beeld van aftakeling. Herstel van kwaliteit is niet (meer) mogelijk.
BEA 240069 - DNS PLANVORMING B.V., BEA LAAN 43A NUNSPEET
6 / 32
BOOMTOTAALZORG
Toekomstverwachting De toekomstverwachting geeft aan wat de levensduur van de boom is, gegeven de boomsoort, leeftijd, omgevingsfactoren en mogelijke afwijkingen, aantastingen en/of verzwakkingen van de boom. De indeling in klassen is als volgt: Goed Redelijk
De mechanische en/of fysiologische toestand van de boom is zodanig dat binnen een termijn van 15 jaar of meer geen problemen te verwachten zijn. De mechanische en/of fysiologische toestand van de boom zijn enigszins verminderd. Binnen een termijn van 10-15 jaar zijn echter geen problemen te verwachten.
Matig
De mechanische en/of fysiologische toestand van de boom is duidelijk verminderd. Herstel is eventueel mogelijk door het treffen van adequate maatregelen.
Slecht
De mechanische en/of fysiologische toestand van de boom is minimaal of nihil. Herstel van de boom niet of nauwelijks mogelijk.
2.1 Analyse Beoordeling specifieke ingreep De invloed van een bepaalde ingreep en/of van werkzaamheden op het duurzaam voortbestaan van de boom is beoordeeld op grond van de huidige kwaliteit van de boom en een inschatting van de effecten van de ingreep en/of de werkzaamheden. De verwachte gevolgen zijn ingedeeld in: Geen
De maatregel zal niet of nauwelijks gevolgen hebben voor de kwaliteit en toekomstverwachting van de boom. Beperkt De maatregel heeft negatieve gevolgen voor de kwaliteit van de boom. Conditie afname wordt de eerste jaren verwacht. Voor de toekomstverwachting van de boom zal de ingreep geen tot mogelijk geringe gevolgen hebben. Aanzienlijk De maatregel heeft negatieve tot ernstige negatieve gevolgen voor de kwaliteit van de boom. De conditie en hiermee ook de toekomstverwachting van de boom zal (sterk) verminderen. Er is een reëel risico dat de boom vervroegd zal afsterven. Onhoudbaar De maatregel heeft zeer negatieve gevolgen voor de kwaliteit van de boom. De verwachting is dat de boom vervroegd (op korte termijn) zal afsterven.
BEA 240069 - DNS PLANVORMING B.V., BEA LAAN 43A NUNSPEET
7 / 32
BOOMTOTAALZORG
3 Voorstudie 3.1 Uitganspunten project Het project bevindt zich in de SO-fase (Schets ontwerp). Ondanks dat er nog mogelijkheden zijn om het plan op een aantal punten aan te passen staan de contouren en de posities van de nieuwbouw al wel vast. Voor onderliggende BEA is gebruikt gemaakt van de volgende tekeningen en documenten die zijn ontvangen van de opdrachtgever: • • • • •
23-170 Blad S1a 02-02-2024.pdf Rapportage 220249 bomeninventarisatie Nunspeet Laan 43.pdf 1044032-SIT-240212-Nunspeet 230301 1159-64 Nunspeet BT-00 230301 23-170 Blad HP1 23-02-2024
Deze BEA richt zich uitsluitend op de bomen die binnen de invloedsfeer staan van de contouren het plangebied. In de plannen zoals deze nu bekend zijn zullen de volgende werkzaamheden plaatsvinden: • • • • • •
Slopen bestaande gebouwen Bouwrijp maken terrein Toepassen nieuwbouw Aanleg en Kabels en leidingen Inrichten bouwterrein (depots, bouwkeet, etc.) Herinrichten buitenruimte
Afbeelding 2. Schetsontwerp
BEA 240069 - DNS PLANVORMING B.V., BEA LAAN 43A NUNSPEET
8 / 32
BOOMTOTAALZORG
3.2 Toetsing uitvraag Dit onafhankelijk boomonderzoek is bedoeld om te beoordelen of de bomen toekomstbestendig te behouden zijn met het oog op de voorgenomen herinrichting. Deze BEA is vooral bedoeld om randvoorwaarden in beeld te brengen voor de mogelijke inpassing, kap dan wel verplanting van de bomen en om te beoordelen of alternatieven wenselijk zijn, inclusief de kansen die de ontwikkeling met zich mee kan brengen voor verbetering van de groeiomstandigheden van de bomen.
3.3 Functie of waarde boom De bomen staan binnen de grenzen van de bebouwde kom Boswet, dus de bomen zijn wel vergunningsplichtig conform de APV van de gemeente en ook meldingsplichtig volgens de Wet natuurbescherming. Er staat één boom op de gemeentelijke lijst met beschermwaardige of monumentale bomen. Dit is de boom met nummer 1, een beuk (Fagus sylvatica). Deze is niet benoemd op het landelijk register van monumentale bomen (Bomenstichting). De bomen maken verder niet deel uit van de hoofbomenstructuur/groenstructuur/nevenstructuur.
Afbeelding 3. Monumentale bomen kaart (Bron: Gemeente Nunspeet) De beuk nummer 1 in deze inventarisatie staat vermeld op de kaart is aangegeven met cirkel.
BEA 240069 - DNS PLANVORMING B.V., BEA LAAN 43A NUNSPEET
9 / 32
BOOMTOTAALZORG
4
Veldonderzoek
Binnen het plangebied zijn 16 bomen geïnventariseerd, waarvan Douglasspar (Pseudotsuga menziesii) en Venijnboom (Taxus baccata) de meest voorkomende soorten zijn. In bijlage I zijn alle specifieke gegevens van de bomen weergegeven. Door de opdrachtgever is een landmeetkundige inmeting uitgevoerd hierdoor staan alle boomposities exact op tekening. De bomen verkeren over het algemeen in een redelijke conditie, matige kwaliteit en redelijke toekomstverwachting. In tabel 1 en 2 zijn respectievelijk de kwaliteit en de voorkomende boomsoorten weergegeven. Voornamelijk de Douglassparren zijn qua conditie, kwaliteit en toekomstverwachting er vergeleken met de andere bomen er slecht voor. Tabel 1. Conditie, Kwaliteit en toekomstverwachting bomen. Conditie
Kwaliteit
#
%
#
%
Toekomstverwachting #
%
Goed
5
31,25
3
18,75
6
37,5
Redelijk
10
62,5
5
31,25
4
25
Matig
-
-
5
31,25
6
37,5
Slecht
1
6,25
3
18,75
-
-
Dood
-
-
-
-
-
-
Eindtotaal
16
100
16
100
16
100
Tabel 2. Voorkomende boomsoorten. Boomsoort
Aantal #
%
Venijnboom
4
25
Douglasspar
4
25
Amerikaanse eik
2
12,5
Krentenboompje
2
12,5
Vogelkers
1
6,25
Conifeer
1
6,25
Beuk
1
6,25
Eindtotaal
16
100
BEA 240069 - DNS PLANVORMING B.V., BEA LAAN 43A NUNSPEET
10 / 32
BOOMTOTAALZORG
4.1
Ruimtestudie
De 16 bomen binnen het plangebied staan grotendeels in de open grond. Er is geen sprake van wortelopdruk. Om een globaal beeld te krijgen van de bodem en het bewortelingspatroon is op enkele locaties een bodemonderzoek uitgevoerd (bijlage II). De bodem binnen het plangebied bestaat in het algemeen uit een laag gelig humeusloos (cunet)zand onder de verharding en daaronder een laag humeus zand. Het grondwater zit het gehele jaar door onder de 400 cm onder het maaiveld (Bron: Vitens.lizard.net). In bijlage II zijn de resultaten van het bodemonderzoek opgenomen.
Afbeelding 4. Grondwaterstanden (Bron Vitens.Lizard.net) Gearceerde gedeelte projectgebied
Afbeelding 5. Bodemprofiel nabij boom 16.
BEA 240069 - DNS PLANVORMING B.V., BEA LAAN 43A NUNSPEET
11 / 32
BOOMTOTAALZORG
4.2 Verplantbaarheid De bomen zijn tijdens het uitvoeren van het veldwerk eveneens op verplantbaarheid beoordeeld. Bij het beoordelen van de verplantbaarheid van een boom staat de (boomtechnische) kwaliteit van de boom centraal. De kwaliteit van de boom dient voldoende te zijn om een verplanting te kunnen rechtvaardigen. De huidige kwaliteit dient minimaal gehandhaafd te blijven bij het verplanten. Is dat niet is te verwachten dan volgt een negatief verplantbaarheidsadvies. Ten behoeve van de verplantbaarheid is alleen een beoordeling van boven- en ondergrondse kenmerken uitgevoerd. Er is geen KLIC-melding uitgevoerd om de ligging van de kabels en leidingen ten aanzien van de verplantbaarheid te beoordelen. Wij adviseren om de bomen in het plangebied niet te verplanten. Verschillende bomen hebben een onevenredige kroon waardoor de habitus (de boomvorm) niet meer voldoende is om als solitaire verplante boom te dienen; en/of zij maken onderdeel uit van een bomensingel of groep bomen waardoor het moeilijk is een verplantkluit te maken. Overige bomen hebben reeds een grote omvang bereikt waardoor de slagingskans op een succesvolle verplanting verminderd en de verplanting een relatief dure en een uitdaging vormt in praktische zin.
BEA 240069 - DNS PLANVORMING B.V., BEA LAAN 43A NUNSPEET
12 / 32
BOOMTOTAALZORG
5 Analyse 5.1 Impact ruimtegebruik Onderliggende BEA beschrijft de mogelijke effecten op bomen van de verschillende geplande activiteiten: • • • • •
Het verwijderen van het bestaande gebouw; Nieuwbouw; Aanleg nieuw pad; Aanleg kabels en leidingen; Herinrichting buitenruimte.
In veel gevallen vindt een deel van de activiteiten binnen de zogeheten kwetsbare boomzone (kroonprojectie plus 1,5 m) plaats. Dit is de zone waar de bomen in beginsel hun kroon en wortelgestel hebben gevormd. Het uitvoeren van aanlegwerkzaamheden binnen deze zone heeft dus potentieel gevolgen voor de bomen. Kijkend naar het nieuwe ontwerp, zal dit inhouden dat nieuwbouw dichter bij bestaande bomen wordt gerealiseerd dan de bestaande bebouwing. Ook de inrichting van de buitenruimte rondom de woningen en het trottoir aan de voorzijde van de nieuwe woningen zal betekenen dat op korte afstand van bestaande bomen ruimte voor bomen verloren gaat. Vanwege de nieuwbouw en aanleg van het trottoir ontstaat een onhoudbaar effect voor de bomen met de volgende nummers : 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19. Dat betekent dat deze bomen niet te behouden zijn. De aanleg van de nieuwe kabel en leidingenstrook zal voor een deel onder of nabij de toegangsweg / inrit worden aangelegd. Dit kan mogelijk nadelige gevolgen hebben voor de monumentale beuk. De impact van voor deze boom zal met name afhangen van de gehanteerde werkwijze.
5.1 Impact uitvoering Vanwege de nieuwbouw en het herinrichten van de buitenruimte zullen op de bomen 1, 5 en 6 na, alle bomen verwijderd moeten worden. De impact op deze 3 bomen hangt in belangrijke mate af van de uitvoering en de werkwijze. Voor de uitvoering van de werkzaamheden zijn mogelijk grote machines nodig die kroon- en stamschade kunnen veroorzaken. Gelet moet worden of de kroonhoogte voldoende is voor de hoge machines en vrachtwagens zodat geen takken van te behouden bomen worden beschadigd. Er is ook werkruimte nodig voor de bouwwerkzaamheden. Daarnaast zal verdichting optreden als zware machines worden gebruikt in de kwetsbare zone van de bomen. Bij deze herinrichting is kans op schade aan boven- en ondergrondse boomdelen. Zo kunnen door het ophogen van het maaiveld wortels beschadigd raken, en kan kroon- en/of stamschade ontstaan door het aanstoten.
Schade aan bovengrondse boomdelen Risico op schade aan bovengrondse boomdelen kan ontstaan doordat machines de stam, of kroon aanstoten, of wanneer materieel en materiaal binnen de kwetsbare zone wordt gestald. Schade kan worden beperkt door het nemen van adequate boom beschermende maatregelen (zie paragraaf
BEA 240069 - DNS PLANVORMING B.V., BEA LAAN 43A NUNSPEET
13 / 32
BOOMTOTAALZORG
hoofdstuk 6) en de in te zetten machine en werkmethode af te stemmen op de beschikbare doorrijhoogte van de te behouden bomen.
Schade aan ondergrondse boomdelen Risico op schade aan bovengrondse boomdelen kan ontstaan doordat gewerkt wordt binnen de kwetsbare boomzone. Hierdoor kunnen wortels direct (bv afgraven) of indirect (bv verdichting) beschadigd worden. Schade kan worden beperkt door het nemen van adequate boom beschermende maatregelen of alternatieven te onderzoeken en uit te voeren. Bij het uitvoeren van graafwerkzaamheden binnen het leefgebied van bomen, wordt de impact op bomen grotendeels bepaald door de afstand tussen de graaflocatie en de bomen, e.e.a. zoals opgenomen in tabel 3.
Tabel 3. Analyse projectinvloed Activiteit (graven)
Impact
Effect op duurzame handhaving van de boom
Buiten kwetsbare zone
Geen
Geen of nauwelijks gevolgen op kwaliteit en toekomstverwachting
Binnen kwetsbare zone
Beperkt
negatieve gevolgen op kwaliteit, conditie afname, geen tot geringe gevolgen
(<1/3e wordt aangetast) Binnen kwetsbare zone
op toekomstverwachting Aanzienlijk
(>1/3e wordt aangetast)
Behoud is mogelijk, maar negatieve tot ernstige gevolgen op kwaliteit, (sterke) afname van conditie en toekomstverwachting, reëel risico op vervroegd afsterven.
Binnen minimale graafafstand
Onhoudbaar
zeer negatieve gevolgen op kwaliteit, vervroegd (op korte termijn) afsterven van boom.
BEA 240069 - DNS PLANVORMING B.V., BEA LAAN 43A NUNSPEET
14 / 32
BOOMTOTAALZORG
6 Conclusie en advies 6.1 Eindoordeel effecten Binnen het plangebied zijn in totaal 16 bomen geïnventariseerd. Ten opzichte van de eerder uitgevoerde boominventarisatie (rapport 220249) waarin 19 bomen stonden beschreven zijn 3 bomen niet meer aanwezig. Boom nummer 1 betreft een gewone beuk met een stamdoorsnede van 91cm. Deze beeldbepalende boom staat vermeld op de gemeentelijke monumentale bomenlijst. Wanneer de plannen zoals die nu bekend zijn worden uitgevoerd, wordt de impact op 13 bomen beoordeeld als onhoudbaar. Deze bomen staan dermate dicht bij de nieuwbouw dat duurzaam behoud niet mogelijk is. Wij adviseren om deze bomen te kappen. De bomen zijn te groot en/of en hebben onvoldoende conditie en kwaliteit om te verplanten. Bij de drie overige bomen wordt een aanzienlijke impact verwacht en adviseren wij adequate boom beschermende maatregelen te treffen. Rondom de bomen 5 en 6 ( zuidzijde plangebied) staan diverse struiken en heesterbeplanting die als het ware een natuurlijke beschermingsbuffer vormen voor deze bomen. Als deze beplanting gehandhaafd blijft is geen specifieke bescherming noodzakelijk. Tabel 5. Impact bomen. Bomen
Werkzaamheden
Impact
Advies
7, 8, 9, 10, 11, 12, 13,
Herinrichting Laan 43A
Onhoudbaar
Rooien
Herinrichting Laan 43A
Aanzienlijk
1, 5, 6 specifieke bescherming en toezicht
14, 15, 16, 17, 18, 19 1, 5, 6
6.2 Advies en boombescherming Wij adviseren om tijdens de realisatie van het project boom beschermende maatregelen te nemen om duurzaam behoud van de bomen 1, 5 en 6 mogelijk te maken. Het gaat om de volgende randvoorwaarden en boombeschermingsmaatregelen: •
Stel een boomdeskundig toezichthouder aan
•
Boombeschermingsplan / Werkplan
•
Aanbrengen boombeschermingsgebied met bouwhekken.
•
Bescherming kwetsbare zone.
•
Niet graven binnen de minimale graafafstand.
•
Voorkomen van grondverdichting binnen het leefgebied van de te behouden bomen.
•
Aanbrengen stambescherming.
Stel een boomdeskundig toezichthouder aan De beste garantie voor het duurzaam voortbestaan van deze bomen is het aanstellen van een onafhankelijk boomdeskundig toezichthouder gedurende de verdere plantontwikkeling maar ook tijdens realisatie van de plannen. Deze ter zake kundige toezichthouder (European Tree Technician of vergelijkbaar niveau) heeft tijdens de uitvoering van de werkzaamheden een adviserende rol. In geval van conflicterende situaties voor
BEA 240069 - DNS PLANVORMING B.V., BEA LAAN 43A NUNSPEET
15 / 32
BOOMTOTAALZORG
wat betreft duurzaam behoud van de bomen dient hij/zij over voldoende mandaat te beschikken om het werk te onderbreken en in overleg met stakeholders naar oplossingen te zoeken of alternatieven te vinden.
Boombeschermingsplan / Werkplan Stel voorafgaand aan de uitvoering een plan van aanpak of werkplan op. In het werkplan dient een boombeschermingsparagraaf te zijn opgenomen waarin duidelijk is omschreven hoe en op welke wijze bomen worden beschermd, en schade aan behoudenswaardige bomen voorkomen wordt.
Boombeschermingsgebied met behulp van bouwhekken Het is belangrijk om niet alleen de stam en de kroon te beschermen tegen beschadigingen tijdens de uitvoering van de werkzaamheden, ook de kwetsbare zone (Afbeelding 6) van de boom dient te worden ontzien. Door het afzetten van de kwetsbare zone met bouwhekken is de kwetsbare zone voor iedereen duidelijk zichtbaar en ontoegankelijk. Zo worden ook geen materialen of zware machines onder de boom gestald en wordt tak- en stamschade als gevolg van stootschade door de giek van de mobiele kraan voorkomen.
Kwetsbare zone Werkzaamheden binnen de kwetsbare zone kunnen negatief van invloed zijn op de boom. De kwetsbare zone is het grondvlak ter grootte van de kroonomvang plus 1,5 meter. Het opslaan van materieel en materiaal in deze zone kan leiden tot grondverdichting, waardoor de beluchting naar de wortels in de bodem afneemt. Verder wordt het ook ten sterkste afgeraden om binnen deze zone met machines te rijden. Is dit onvermijdelijk, dan wordt aangeraden om rijplaten neer te leggen. Binnen deze wordt ook afgeraden om het maaiveld te ontgraven. Ophogen kan alleen onder strikte randvoorwaarden gebeuren.
Afbeelding 6. Schematische weergave van de kwetsbare zone Om bomen duurzaam te behouden zal een minimale te respecteren afstand tussen de bomen en grondverzet en graafwerkzaamheden moeten worden aangehouden. Deze is in principe gelijk aan de ruimte van de kwetsbare zone, zoals bovenstaand is weergegeven. Indien, incidenteel op kleinere afstand van bomen gegraven moet worden, zal de minimale graafafstand aangehouden moeten worden zoals weergegeven in afbeelding 10.
BEA 240069 - DNS PLANVORMING B.V., BEA LAAN 43A NUNSPEET
16 / 32
BOOMTOTAALZORG
Minimale graafafstand De minimale graafafstand is de afstand vanuit de boom dat minimaal aangehouden moet worden bij graafwerkzaamheden.
Binnen
deze
zone
zitten
het
overgrote
gedeelte
van
de
cruciale
stabiliteitsbeworteling. Bij graafwerkzaamheden binnen deze zone wordt het wortelpakket ernstig beschadigd wat de stabiliteit en de conditie van de boom negatief beïnvloed.
Afbeelding 7. Schematische weergave voor de minimale graafafstand
Afbeelding 8. Schematische weergave voor het werken rond bomen Wanneer tijdens de graafwerkzaamheden wortels dikker dan 2,5 cm worden aangetroffen, dan mogen deze alleen haaks op de groeirichting worden doorgezaagd of doorgeknipt. Wortels mogen niet worden kapotgetrokken. Wortels dikker dan 5cm mogen niet of bij hoge uitzondering en alleen onder toezicht en toestemming van een boomtechnisch adviseur worden doorgezaagd.
Stambescherming Werkzaamheden binnen de kwetsbare boomzone uitsluiten met toestemming van de bomendeskundige. In dat geval zal met name bij boom 1 stambescherming aangebracht moeten worden. Stambescherming moet bestaan uit verticaal aangebrachte latten, onderling op meerder plaatsen met elkaar verbonden, om de stam. Minimale latlengte: 4m. tussen de latten en stam afstandhouders plaatsen zodat er een dempende werking is tussen de latten en schors van de stam, zoals te zien is in afbeelding 5.
BEA 240069 - DNS PLANVORMING B.V., BEA LAAN 43A NUNSPEET
17 / 32
BOOMTOTAALZORG
Afbeelding 9. Voorbeeld van stambescherming
Groeiplaatsverbetering Om de negatieve impact op boom 1 zo beperkt mogelijk te houden, adviseren wij om na afronding van de werkzaamheden een groeiplaats verbeterende maatregel uit te voeren. Voordat dit gebeurt, moet de groeiplaats worden beoordeeld. Als er tijdens de werkzaamheden onverhoopt bodemverdichting is opgetreden, kan dit worden vastgesteld. Er zijn verschillende methoden om de groeiplaats te verbeteren. De meest eenvoudige methode is het aanbrengen van een mulchlaag bestaande uit schimmeldominante humuscompost. Als de groeiplaats echter verdicht is, moet de verdichting worden opgeheven. Een doeltreffende methode hiervoor is het toepassen van de pneumatische injectiemethode. Onder lage luchtdruk wordt zowel horizontaal als verticaal een mengsel van compost en een structuurverbeteraar geïnjecteerd. Dit zorgt voor extra voeding en verbetert de bodemstructuur door storende of verdichte lagen te doorbreken.
6.3
Alternatief
Boom
16
is
een
markante
beeldbepalende
boom
met
een
redelijke
kwaliteit,
conditie
en
toekomstverwachting. Voor deze boom is het effect van de realisatie beoordeeld als onhoudbaar, omdat het nieuwe gebouw binnen de minimale graafafstand van de boom komt. Ook het trottoir naar het meest noordelijke gebouw komt binnen de minimale graafafstand van deze boom te liggen. Wanneer het nieuwe gebouw twee meter zou opschuiven richting het westen wordt de impact op de boom verlaagd naar ‘’aanzienlijk’’. Ook zal het looppad moeten worden aangepast zodat het buiten de minimale graafafstand komt te liggen.
6.4 Aanplant nieuwe bomen Aan de westkant van het terrein komt in de nieuwe situatie ruimte vrij. Het voornemen is om daar twee bomen en overig groen aan te planten. Echter blijft de boven- en ondergrondse ruimte beperkt en adviseren wij bomen van de 2e grootte (uiteindelijke hoogte 8-15m) met een smalle kroon aan te. De volgende drie boomsoorten voldoen aan deze criteria: •
Betula pendula ‘Zwitsers Glorie’
•
Acer campestre ‘Elsrijk’
•
Ulmus ‘Columella’
BEA 240069 - DNS PLANVORMING B.V., BEA LAAN 43A NUNSPEET
18 / 32
BOOMTOTAALZORG
Het is belangrijk dat tijdens de herinrichting van de buitenruimte ook groeiplaatsen voor bomen worden aangelegd. Een boomtechnisch adviseur ETT kan een nader groeiplaatsadvies opstellen, zodat de nieuwe bomen na aanplant kunnen ontwikkelen tot volwassen boom.
Afbeelding 10. Ulmus ‘Columella’ (Bron; Norminstituut Bomen)
Afbeelding 11. Acer campestre 'Elsrijk' (Bron: Norminstituut Bomen)
Afbeelding 12. Betula pendula 'Zwitsers Glorie' (Bron Norminstituut Bomen)
BEA 240069 - DNS PLANVORMING B.V., BEA LAAN 43A NUNSPEET
19 / 32
BOOMTOTAALZORG
Het beeld wat deze bomen geven is afhankelijk hoe de opdrachtgever het zal inrichten. Een combinatie van de drie zal een natuurlijker sfeer geven en een enkele soort uitkiezen een strak beeld. Ook de wijze hoe de bomen geplant gaan worden is bepalend. Worden de bomen in een rijtje geplant of meer sprongsgewijs.
BEA 240069 - DNS PLANVORMING B.V., BEA LAAN 43A NUNSPEET
20 / 32
BOOMTOTAALZORG
91
2
Picea abies
Fijnspar
20
9-12 m
3
Betula pendula
Ruwe berk
37
12-15 m
4
Picea abies
Fijnspar
16
5
Amelanchier lamarckii
Amerikaans krentenboompje
17
6
Amelanchier lamarckii
Amerikaans krentenboompje
7
Taxus baccata
8
20
0
0
1
Monu-
Meer-
Verplantbaar-
tastingen
mentaal
stammig
heid
Effect
0
Ja
Ja
1-stammig
Nee
Aanzienlijk
Opmerkingen
Goed
Redelijk
Goed
4
2
Redelijk
Redelijk
Goed
1,25
0
0
0
0
Nee
Nee
1-stammig
Nee
Nvt
Verwijderd
6
3
Redelijk
Redelijk
Goed
1,5
0
0
0
0
Nee
Nee
1-stammig
Nee
Nvt
Verwijderd
6-9 m
4
2
Redelijk
Redelijk
Redelijk
1,25
0
0
0
0
Nee
Nee
1-stammig
Nee
nvt
Verwijderd
0-6 m
2
1
Redelijk
Goed
Goed
1,25
0
0
1
0
Ja
Nee
3-stammig
Nee
Aanzienlijk
15
0-6 m
2
1
Redelijk
Goed
Goed
1,25
0
0
0
0
Nee
Nee
3-stammig
Nee
Aanzienlijk
Venijnboom
51
9-12 m
10
5
Goed
Goed
Goed
1,75
0
0
0
1
Ja
Nee
1-stammig
Nee
Onhoudbaar
Taxus baccata
Venijnboom
24
6-9 m
4
2
Redelijk
Goed
Goed
1,5
0
0
0
0
Nee
Nee
1-stammig
Nee
Onhoudbaar
9
Taxus baccata
Venijnboom
36
6-9 m
4
2
Goed
Goed
Goed
1,5
0
0
0
0
Nee
Nee
1-stammig
Nee
Onhoudbaar
10
Taxus baccata
Venijnboom
24
0-6 m
4
2
Slecht
Redelijk
Slecht
1,5
0
2
1
0
Ja
Nee
1-stammig
Nee
Onhoudbaar
11
Pseudotsuga menziesii
Douglasspar
52
18-24 m
6
3
Matig
Redelijk
Matig
1,75
0
0
1
0
Ja
Nee
1-stammig
Nee
Onhoudbaar
12
Quercus rubra
Amerikaanse eik
82
18-24 m
16
8
Matig
Redelijk
Matig
2,5
0
0
0
0
Nee
Nee
1-stammig
Nee
Onhoudbaar
13
Pseudotsuga menziesii
Douglasspar
52
12-15 m
6
3
Redelijk
Redelijk
Redelijk
1,75
0
0
1
0
Ja
Nee
1-stammig
Nee
Onhoudbaar
14
Pseudotsuga menziesii
Douglasspar
45
12-15 m
6
3
Slecht
Slecht
Matig
1,75
0
0
0
0
Nee
Nee
1-stammig
Nee
Onhoudbaar
15
Acer pseudoplatanus
Gewone esdoorn
20
9-12 m
4
2
Matig
Redelijk
Redelijk
1,25
0
0
0
0
Nee
Nee
1-stammig
Nee
Onhoudbaar
16
Quercus rubra
Amerikaanse eik
98
18-24 m
12
6
Redelijk
Redelijk
Redelijk
2,5
0
0
0
1
Ja
Nee
1-stammig
Nee
Onhoudbaar
17
Pseudotsuga menziesii
Douglasspar
51
9-12 m
6
3
Slecht
Redelijk
Matig
1,75
1
0
1
0
Ja
Nee
1-stammig
Nee
Onhoudbaar
Onderstandig begroeit met Hedera
18
Chamacuparis
Conifeer
32
9-12 m
6
3
Redelijk
Redelijk
Matig
1,5
0
0
0
0
Nee
Nee
1-stammig
Nee
Onhoudbaar
Onderstandig
19
Prunus padus
Vogelkers
15
0-6 m
4
2
Matig
Redelijk
Redelijk
1,25
0
0
0
0
Nee
Nee
1-stammig
Nee
Onhoudbaar
21 / 32
2,5
Aan-
10
BEA 240069 - DNS PLANVORMING B.V., BEA LAAN 43A NUNSPEET
18-24 m
Plakoksel
Beuk
Toekomstverwachting
Dood hout
Fagus sylvatica
Conditie
Stamschade
1
Kwaliteit
Scheefstand
Boomhoogte
Kroonstraal (m)
Boomsoort (NL)
Kroondiameter (m)
Boomsoort
Stamdiameter (cm)
Boomid
Minimale graafafstand (m)
Bijlage I Boomgegevens
Tegen betonnen rand
BOOMTOTAALZORG
Bijlage II. Meetresultaten bodemonderzoek Tabel 6. Bodem- en bewortelingsonderzoek 1 Op 1,2 m van stamvoet boom 16. Diepte (cm)
Bodemlaag/horizon
Beworteling
0–5
Humeus zand
Intensieve fijne beworteling
5 - 15
Humusloos straatzand
Geen beworteling
Humeus zand
Extensieve fijne beworteling
Vanaf 15
Afbeelding 13. Bodemen Tabel 7. Bodem- en bewortelingsonderzoek 2 bewortelingsonderzoek 1 Op 1 m van stamvoet boom 1. Diepte (cm)
Bodemlaag/horizon
Beworteling
0 – 20
Humusloos straatzand
Extensieve fijne beworteling
Vanaf 20
Humeus zand met puin
Extensieve fijne beworteling
Afbeelding 14. Bodem- en bewortelingsonderzoek 2
BEA 240069 - DNS PLANVORMING B.V., BEA LAAN 43A NUNSPEET
22 / 32
BOOMTOTAALZORG
Bijlage III. Tekeningen
Afbeelding 15 Huidige situatie
BEA 240069 - DNS PLANVORMING B.V., BEA LAAN 43A NUNSPEET
23 / 32
BOOMTOTAALZORG
Afbeelding 16 Impactkaart
BEA 240069 - DNS PLANVORMING B.V., BEA LAAN 43A NUNSPEET
24 / 32
BOOMTOTAALZORG
Afbeelding 17. Conditiekaart
BEA 240069 - DNS PLANVORMING B.V., BEA LAAN 43A NUNSPEET
25 / 32
BOOMTOTAALZORG
Afbeelding 18. Kwaliteitskaart
BEA 240069 - DNS PLANVORMING B.V., BEA LAAN 43A NUNSPEET
26 / 32
BOOMTOTAALZORG
Afbeelding 19 Toekomstverwachtingkaart
BEA 240069 - DNS PLANVORMING B.V., BEA LAAN 43A NUNSPEET
27 / 32
BOOMTOTAALZORG
Bijlage IV. Foto’s
Afbeelding 20. Oostzijde gebouw
Afbeelding 21. Westzijde gebouw
Afbeelding 22. Grondboring 1
Afbeelding 23. Proefsleuf 1
Afbeelding 24. Boom 10
Afbeelding 25. Bomen 7, 8 en 9
BEA 240069 - DNS PLANVORMING B.V., BEA LAAN 43A NUNSPEET
28 / 32
BOOMTOTAALZORG
Afbeelding 26. Boom 14
Afbeelding 27. Boom 5
Afbeelding 28. Amerikaans krentenboompje
Afbeelding 29. Boom 6
Afbeelding 30. Boom 8 en 9
Afbeelding 31. Boom 19
BEA 240069 - DNS PLANVORMING B.V., BEA LAAN 43A NUNSPEET
29 / 32
BOOMTOTAALZORG
Afbeelding 32. Boom 11 en 12
Afbeelding 33. Boom 11, 12 en 13
Afbeelding 34. Boom 15
Afbeelding 35. Boom 19
Afbeelding 36. Boom 16 en 17
Afbeelding 37. Boom 11, 12 en 13
BEA 240069 - DNS PLANVORMING B.V., BEA LAAN 43A NUNSPEET
30 / 32
BOOMTOTAALZORG
Afbeelding 38 Boom. 14 t/m 17
Afbeelding 39. Inrit terrein
Afbeelding 40. Boom 10
BEA 240069 - DNS PLANVORMING B.V., BEA LAAN 43A NUNSPEET
31 / 32
BOOMTOTAALZORG
Bijlage V. Bomenposter
BEA 240069 - DNS PLANVORMING B.V., BEA LAAN 43A NUNSPEET
32 / 32