AP 8. Bijlage 1. Vastst. BP Driestweg 30 Toelichting en Regels
Tekst van het document
28
bestemmingsplan Driestweg 30 (vastgesteld)
Hoofdstuk 4 Wijze van Bestemmen / Juridische planbeschrijving 4.1
Algemene Plansystematiek
Algemeen Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsbepalingen van de gronden in het plangebied Driestweg 30 te Nunspeet. De juridische regeling is vervat in een Verbeelding, Regels en een Toelichting. De Verbeelding en de Regels tezamen vormen het juridisch bindende deel van het plan. De Verbeelding en de Regels dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden. Het Bro bepaalt dat een bestemmingsplan vergezeld gaat van een Toelichting. Deze Toelichting heeft echter geen juridische status, maar is wel belangrijk als het gaat om de onderbouwing van hetgeen in het bestemmingsplan is geregeld.
De Planregels De Regels zijn onderverdeeld in drie hoofdstukken Hoofdstuk 1 (inleidende regels), met daarin begripsbepalingen en meetvoorschriften die van belang zijn voor de toepassing en interpretatie van de Regels in de overige hoofdstukken. Hoofdstuk 2 (bestemmingsregels), waarin bij de bestemming een bestemmingsomschrijving, bouwregels, en (eventuele) afwijkingsregels worden gegeven. Hoofdstuk 3 (algemene regels), waarin algemeen geldende gebruiks-, afwijkings- en wijzigingsregels zijn opgenomen, alsmede algemene procedureregels ene en een anti-dubbeltelbepaling (artikel 5). Hoofdstuk 4 (overgangs- en slotvoorschriften), waarin een aantal gebruikelijke slotbepalingen is ondergebracht, waaronder het overgangsrecht, een strafbepaling, en een slotvoorschrift. Het bestemmingsplan "Nunspeet-Kom" heeft de hieronder beschreven opzet. En het bestemmingsplan "Driestweg 30" heeft, omdat dat plan is gebaseerd op het bestemmingsplan "Nunspeet-Kom", dezelfde uitgangspunten gekregen als het bestemmingsplan "Nunspeet-Kom". Aan de gebruiker van gronden en opstallen worden zo veel mogelijk vrijheden gegeven om zijn eigen beleid te voeren, zonder dat de overheid daarin regels stelt. Deze vrijheden worden zonder beperking als recht in het plan geformuleerd.
Indien een mogelijke beschadiging van de belangen van andere burgers wordt verwacht, geeft het plan als recht iets beperktere mogelijkheden. Voor uitzonderingssituaties biedt het plan bij recht iets beperktere mogelijkheden, maar deze zijn voorwaardelijk in het plan opgenomen, in de vorm van een vrijstellingsbevoegdheid (= afwijkingsbevoegdheid), of, voor zwaardere gevallen, een wijzigingsbevoegdheid. In dit soort situaties is het niet goed mogelijk om vooraf te bepalen onder welke voorwaarden en in welke situatie deze extra mogelijkheid zal kunnen worden toegekend dan wel de extra beperking noodzakelijk zal zijn.
4.2
Inleidende Regels
De Hoofdstuk 1 Inleidende regels zijn de inleidende regels van het bestemmingsplan geregeld, dat wil zeggen in Artikel 1 Begrippen zijn de begrippen van het bestemmingsplan geregeld. In dit artikel is in dit geval vooral geregeld dat voor het onderhavige bestemmingsplan de berippen volgens artikel 1 van het bestemmingsplan "Nunspeet-Kom" ook van kracht zijn (blijven).
In Artikel 2 Wijze van meten zijn de regels voor de "wijzen van meten" geregeld. In dit arikel is in dit geval vooral geregeld dat de (sub)artikelen met betrekking tot de Wijze van meten volgens artikel 2 van het bestemmingsplan "Nunspeet-Kom" van de gemeente Nunspeet ook van kracht zij voor het onderhavige bestemmingsplan "Driestweg 30".
29
bestemmingsplan Driestweg 30 (vastgesteld)
4.3
De Bestemmingen
De bestemmingen zijn geregeld in Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels.
4.3.1
Tuin
De bestemming "Tuin" is geregeld in Artikel 3 Tuin. Hierbij is van belang dat de voortuinen van de woning(en) zijn bestemd als tuin. Binnen deze bestemming zijn gebouwen niet toegestaan. Op grond van de Regels is het onder voorwaarden toegestaan om een vrijstelling te verlenen (een afwijking toe te staan) voor het bouwen van aan- en uitbouwen, zoals erkers, aan de woning(en). Met dien verstande dat deze aan- en uitbouwen uitsluitend voor de voorgevel aan de voorkant van de woning(en) zijn toegestaan.
4.3.2
Wonen
De bestemming "Wonen" is geregeld in Artikel 4 Wonen. Hierbij is het volgende van belang. Bouwvlak De woning binnen het plangebied is bestemd tot Wonen. Het perceel is voorzien van een "bouwvlak". Binnen dit "bouwvlak" mag de bebouwing voor de woning worden gesitueerd. Dit is geregeld in Artikel 4 Wonen, lid 4.1 Bestemmingsomschrijving en Artikel 4 Wonen, lid 4.2 Bouwregels. Vanzelfsprekend betekent dit dat buiten het bouwvlak in principe niet gebouwd mag worden voor een woning. De voortuinen en in sommige gevallen ook de zijtuinen zijn gelegen buiten het bouwvlak. Tevens is in de bouwvlakken middels een aanduiding aangegeven welke woningsoort binnen dat bouwvlak gebouwd mag worden. Voor de onderhavige woning Driestweg 30 is dit een twee-aaneen woning.
Bijgebouwen Hierbij geldt de regel dat de bijgebouwen uitsluitend op 3 m achter de voorgevel van de woning mogen worden gebouwd. Deze regel is opgenomen om een duidelijk onderscheid te maken tussen de hoofdbebouwing en de bijgebouwen in het straatbeeld. Voorkomen dient te worden dat er één lange straatwand ontstaat. De goothoogte en bouwhoogte van bijgebouwen is beperkt tot 3 m respectievelijk 5 m. Ook aan de oppervlakte van de te bouwen bijgebouwen is een maximum verbonden. Maximaal 50% van de gronden binnen de bestemming "Wonen", niet meegerekend die binnen het bouwvlak, mag worden bebouwd. Hiervoor geldt een maximum van 60 m2. Vrijstelling kan worden verleend tot een maximum van 75 m2, wanneer de oppervlakte van de bij de betreffende woning behorende gronden meer dan 600 m2 bedraagt.
Afwijken van de bouwregels in Artikel 4 Wonen, in lid 4.3 Afwijken van de bouwregels, zijn enkele afwijkingsmogelijkheden van de bouwregels verwoord.
Afwijken ten behoeve van een praktijkruimte In Artikel 4 Wonen, 4.3 Afwijken van de bouwregels, in lid 4.3.1, is een afwijkingsmogelijkheid van de bouwregels opgenomen ten behoeve van een praktijkruimte. Dit ten behoeve van het bouwen van een gebouw bij een woning voor de genoemde praktijkruimte, tot ten hoogste 75 m2.
Overige afwijkingsmogelijkheden van de bouwregels bij woningen In Artikel 4 Wonen, in lid 4.3 Afwijken van de bouwregels, in sublid 4.3.2 overige afwijkingen bij woningen: zijn nog enkele overige afwijkingsregels van de bouwregels bij woningen opgenomen.
30
bestemmingsplan Driestweg 30 (vastgesteld)
Afwijken van de gebruiksregels In artikel 4, lid 4.3 Afwijken van de bouwregels zijn enkele afwijkingsmogelijkheden van de gebruiksregels verwoord.
Beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten aan huis De regels voor beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten aan huis zijn geregeld in artikel 4, lid 4.4, sub 4.4.1 afwijken t.b.v. beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten. Dit is als volgt geregeld. Het inrichten en gebruiken van de woning met bijgebouwen als praktijkruimte voor zogenaamde vrije beroepen, zoals arts, tandarts, en notaris wordt in de jurisprudentie als meest doelmatig gebruik aangemerkt en bij recht toegestaan. Voorwaarde is dat de op wonen gerichte functie van de betreffende bebouwing in redelijke mate intact blijft. Het plan bevat daarnaast een mogelijkheid om met een afwijkingsbevoegdheid, mits aan een aantal voorwaarden is voldaan, een deel van de woning en bijgebouwen te gebruiken ten behoeve van andere beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten aan huis.
Afwijken van het begrip "bijgebouw" Met de regels volgens artikel 4, lid 4.4, sub 4.4.2 afwijken van het begrip "bijgebouw" kan geregeld worden dat een bijgebouw, onder voorwaarden, kan worden gebruikt voor het gebruiken en inrichten van een aan een woning aangebouwd bijgebouw voor wonen. De voorwaarden staan in dit sublid verwoord.
Afwijken voor een bed en breakfast De regels voor het kunnen vestigen van een bed en breakfast zijn verwoord in artikel 4, lid 4.4, lid 4.4.3. in dit lid zijn de regels opgenomen onder welke voorwaarden kan worden afgeweken door het college van Burgemeester en Wethouders van artikel 4, lid 4.1 voor de bed en breakfast-voorziening. Deze regeling is overgenomen van het bestemmingsplan "Parapluplan Bed en Breakfast" (vastgesteld d.d. 2 juni 2022).
4.3.3
Algemene regels
In Hoofdstuk 3 Algemene regels van de Regels zijn de Algemene regels van het bestemmingsplan verwoord.
In Artikel 5 Anti-dubbeltelbepaling is de verplichte Anti-dubbeltelbepaling opgenomen. Hierin is geregeld dat grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing moet worden gelaten.
In Artikel 6 Specifieke gebruiksregels zijn in artikel 6.1 Specifieke gebruiksregels en Afwijkingsregels m.b.t. Onzelfstandige Bewoning regels opgenomen. Deze regeling is gebaseerd op het bestemmingsplan "Parapluplan Onzelfstandige Bewoning en Logies Arbeidsmigranten / Seizoenarbeiders e.a. (vastgesteld d.d. 2 juni 2022). Deze regels zijn in het bestemmingsplan "Driestweg 30" opgenomen om "onzelfstandige bewoning" van woningen te reguleren.
In 7 Algemene gebruiksregels zijn algemene gebruiksregels opgenomen. In artikel 7, lid 7.1 is het gebruiksverbod opgenomen. Hierin is beschreven dat het verboden is om de in het bestemmingsplan begrepen gronden en bouwwerken te gebruiken en/of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de in het plan aan deze gronden gegeven bestemming en met het in of krachtens het plan ten aanzien van het gebruik van deze gronden en bouwwerken bepaalde.
In artikel 7, lidl 7.2 zijn een aantal vormen van verboden gebruik expliciet beschreven.
In artikel 7, lid 7.3 is een afwijkingsmogelijk geschreven waarin is geregeld dat het college van Burgemeester en Wethoudres kunnen afwijken van het bepaalde in artikel 7, lid 7.1 (van het gebruiksverbod, indien strikte
31
bestemmingsplan Driestweg 30 (vastgesteld) toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen worden gerechtvaardigd.
In Artikel 8 Algemene afwijkingsregels zijn de mogelijkheden weergegeven onder welke voorwaarden het college van Burgemeester en Wethouders kunnen afwijken van het plan in enkele gevallen.
In Artikel 9 Algemene wijzigingsregels is geregeld dat het college van Burgemeester en Wethouders bevoegd zijn het bestemmingsplan te wijzigen: namelijk het wijzigen van bestemmingsgrenzen, zodanig dat de geldende oppervlakte van de bij wijziging betrokken vlakken met niet meer dan 10% wordt verkleind of vergroot.
In Artikel 10 Algemene procedureregels zijn de procedureregels beschreven die bij het toepassen van de afwijkingsbevoegdheid en/of bij het toepassen van de wijzigingsbevoegdheid dienen te worden toegepast.
In Artikel 11 Overige regels zijn met name de regels gegeven met betrekking tot het parkeren, in artikel 11, lid 11.1 Parkeren. Hierin zijn de regels voor het Parkeren geregeld die moeten worden toegepast bij het aanvragen / verlenen van omgevingsvergunningen. Deze regels zijn gabaseerd op het bestemmingsplan "Parapluplan Parkeren" dat op 29 april 2021 is vastgesteld.
In Artikel 12 Strafbepaling is de strafbepaling opgenomen waarin is geregeld dat een overtreding van het verbod zoals gesteld in artikel 6, lid 6.1 en in artikel 7, lid 7.1 als een strafbaar feit wordt aangeduid in de zin van artikel 1a, onder 2° van de Wet op de economische delicten.
In Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels zijn de zogenoemde "Overgangs- en slotregels" opgenomen. In Artikel 13 Overgangsrecht is het overgangsrecht geregeld. In Artikel 14 Slotregel is de slotregel opgenomen, waarin staat dat de Regels dienen te worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan "Driestweg 30" van de gemeente Nunspeet.
4.3.4
Bijlage bij de Regels: Staat van Bedrijfsactiviteiten (categorie 1 t/m 3.1)
In de voorwaarde om met een afwijking een deel van de woning en bijgebouwen te gebruiken ten behoeve van (andere) beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten aan huis wordt verwezen naar de Staat van Bedrijfsactiviteiten die als bijlage 1 bij de Regels is opgenomen.
32
bestemmingsplan Driestweg 30 (vastgesteld)
Hoofdstuk 5
5.1
De Procedure
Inspraak en Participatie
Het plan heeft niet voor inspraak ter inzage gelegen. Dat laatste is niet gebruikelijk bij dergelijke kleine bestemmingsplannen als het onderhavige. Wel is er een participatie-traject doorlopen. Hiervoor verwijzen wij naar het Participatieverslag dat bij de stukken van het bestemmingsplan is gevoegd, namelijk Bijlage 1 bij deze Toelichting: Verslag van de Omgevingsdialoog. Uit het Verslag van de Omgevingsdialoog blijkt dat alle omwonenden akkoord zijn het het plan.
5.2
Overleg
Voor dit bestemmingsplan is geen vooroverleg gevoerd met de Provincie Gelderland en met het Waterschap. Dat is niet gebruikelijk bij dergelijke kleine bestemmingsplannen (postzegelplannen) als de onderhavige.
5.3
Zienswijzen
Het bestemmingsplan zal voor de zienswijzenprocedure zes weken ter inzage worden gelegd op grond van artikel 3.8, lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De ingediende zienswijzen zullen worden betrokken bij de vaststelling van het onderhavige bestemmingsplan.
33
bestemmingsplan Driestweg 30 (vastgesteld)
34
bestemmingsplan Driestweg 30 (vastgesteld)
Bijlagen bij de Toelichting
35
bestemmingsplan Driestweg 30 (vastgesteld)
Bijlage 1 Verslag van de Omgevingsdialoog
36
bestemmingsplan Driestweg 30 (vastgesteld)
40
bestemmingsplan Driestweg 30 (vastgesteld)
Regels
41
bestemmingsplan Driestweg 30 (vastgesteld)
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
De Begrippen volgens Artikel 1 van het bestemmingsplan "Nunspeet-Kom" van de gemeente Nunspeet zijn ook van kracht voor het onderhavige bestemmingsplan "Driestweg 30", dit behoudens de volgende twee begrippen: in het moederplan "Nunspeet-Kom" zijn nu de begrippen "het plan" en "plankaart" als volgt opgenomen: het plan 'het bestemmingsplan "Nunspeet-Kom" van de gemeente Nunspeet;'
dit dient nu als volgt te worden vastgesteld voor het onderhavige bestemmingsplan:
'het bestemmingsplan "Driestweg 30" van de gemeente Nunspeet';
plankaart 'de plankaart van het bestemmingsplan "Nunspeet-Kom", bestaande uit de kaart met nummer 10976d, blad 1 tot en met 4';
dit begrip dient nu als volgt te worden vastgesteld:
'de verbeelding van het bestemmingsplan "Driestweg 30", volgens de kaart NL.IMRO.0302.BP01205 d.d. 23 augustus 2022'.
42
bestemmingsplan Driestweg 30 (vastgesteld)
Artikel 2
Wijze van meten
De (sub)artikelen met betrekking tot de Wijze van meten volgens Artikel 2 van het bestemmingsplan "Nunspeet-Kom" van de gemeente Nunspeet zijn ook van kracht voor het onderhavige bestemmingsplan "Driestweg 30".
43
bestemmingsplan Driestweg 30 (vastgesteld)
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Tuin
Bestemmingsomschrijving
De op de plankaart (verbeelding) als "tuin" aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen, met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2
Bouwregels
3.2.1 Bouwen Op en in de gronden als bedoeld in artikel 3.1, mogen uitsluitend bij de bestemming behorende bouwwerken, geen gebouwen zijn, worden gebouwd. 3.2.2 Eisen De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan hierna is aangegeven:
bouwwerken, geen gebouwen zijnde
maximale bouwhoogte
erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel van een woning:
1m
overige erf- en terreinafscheidingen en overige 2m bouwwerken, geen gebouw zijnde, met uitzondering van vlaggenmasten: vlaggenmasten:
3.3
6m
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van het bepaalde in artikel 3.2.1 ten behoeve van het bouwen van aan- of uitbouwen, zoals erkers en ingangspartijen, vóór de voorgevel van een woning: a. b. c. d.
met een diepte van ten hoogste 1,5 m, mits de diepte van de overblijvende, niet met gebouwen bebouwde voortuin ten minste 2,5 meter bedraagt; met een gezamenlijke oppervlakte van ten hoogste 12 m2 en een overkapping, met dien verstande, dat bij aaneengebouwde woningen slechts een oppervlakte van 6 m2 en een overkapping is toegestaan; met een goothoogte van ten hoogste 3 m; de leden a, b, en c van artikel 3, lid 3.3 kunnen worden toegepast, mits: 1. het woongenot van de naaste buren niet onevenredig wordt aangetast; 2. het straatbeeld niet onevenredig wordt aangetast.
44
bestemmingsplan Driestweg 30 (vastgesteld)
Artikel 4
Wonen
4.1
Bestemmingsomschrijving
4.1.1
Bestemmingsomschrijving
De op de plankaart voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen ter plaatse van de aanduidingen:
aaneengebouwd
aaneengebouwde woningen
gestapeld
gestapelde woningen
twee-aaneen
twee-aaneen gebouwde woningen
vrijstaand
vrijstaande woningen
met bijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en andere bijbehorende voorzieningen als tuinen en erven.
4.1.2 Garageboxen Garageboxen, die hierna zijn aangegeven bij de aanduiding die op de plankaart in het betreffende bestemmingsvlak is aangeduid: aanduiding
functie
sw-1
specifieke vorm van wonen - garagebox
4.2
Bouwregels
4.2.1 Bouwen Op en in de gronden als bedoeld in artikel 4.1 mogen uitsluitend worden gebouwd woningen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals erf- of perceelsafscheidingen en tuinmeubilair.
4.2.2 Eisen Voor het bouwen van bouwwerken als bedoeld in sublid 4.2.1 gelden de volgende eisen: a. woningen mogen uitsluitend binnen bouwvlakken worden gebouwd; b. de afstand van een woning tot de zijdelingse perceelsgrens of -grenzen mag aan de zijde of zijden waar die woning niet aan een andere woning is aangebouwd, niet minder dan 3 m bedragen, tenzij op de plankaart anders is aangegeven; c. de goothoogte en bouwhoogte van de woningen mogen niet meer bedragen dan op de plankaart, met inachtneming van maatvoeringsgrenzen, is aangegeven; d. de goothoogte en bouwhoogte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mogen niet meer bedragen dan hierna is aangegeven: bouwwerken
maximale goothoogte
maximale (bouw)hoogte
aan- en uitbouwen:
3m
5m
bijgebouwen en overkappingen:
3m
5m
pergola's:
-
3m
45
bestemmingsplan Driestweg 30 (vastgesteld)
er- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel van de woning: overig erf- en terreinafscheidingen en overige, andere bouwwerken, niet zijnde vlaggenmasten:
2m
vlaggenmasten:
6m
e. f. g. h. 4.3
-
de goothoogte en bouwhoogte van de garageboxen mogen niet meer bedragen dan op de plankaart, met inachtneming van maatvoeringsgrenzen, is aangegeven; aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mogen uitsluitend op ten minste 3 m achter de voorgevel van de betreffende woning worden gebouwd; van de bij een woning behorende gronden als bedoeld in artikel 4.1, en 3.1, niet meegerekend die binnen het bouwvlak, mag ten hoogste 50% worden bebouwd; de gezamenlijke oppervlakte van bij een woning behorende bijgebouwen en overkappingen mag niet meer dan 60 m² bedragen, onverminderd het bepaalde onder g. Afwijken van de bouwregels
4.3.1 afwijking t.b.v. een praktijkruimte: Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om af te wijken van het bepaalde in: a. artikel 4, lid 4.1 en 4.2.2, sub h, ten behoeve van het bouwen van een praktijkruimte, als gebouw bij een woning; b. Voor het bouwen gelden de volgende eisen: 1. de gezamenlijke oppervlakte van praktijkruimten mag bij eenzelfde woning niet meer bedragen dan 50% van de gezamenlijke oppervlakte van de woning en bijbehorende gebouwen, en ten hoogste 75 m2; 2. de goothoogte van een praktijkruimte mag niet meer dan 3 m en de bouwhoogte mag niet meer dan 5 m bedragen. 4.3.2 overige afwijkingen bij woningen: Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om af te wijken van het bepaalde in: a. artikel 4, lid 4.2.2, onder b, ten behoeve van het bouwen tot aan de zijdelingse perceelsgrens, mits: - het woongenot van de naaste buren niet onevenredig wordt aangetast; - het straatbeeld niet onevenredig wordt aangetast; b.
artikel 4, lid 4.2.2, onder d, ten behoeve van het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen aan woningen tot de goothoogte van de betreffende woning, mits: - het woongenot van de naaste buren niet onevenredig wordt aangetast; - het straatbeeld niet onevenredig wordt aangetast;
c.
artikel 4, lid 4.2.2, onder f, ten behoeve van het bouwen van een inpandige garage of een garage, die een architectonische eenheid vormt met de betreffende woning, tot aan de voorgevel van de betreffend woning, mits: - het woongenot van de naaste buren niet onevenredig wordt aangetast; - het straatbeeld niet onevenredig wordt aangetast;
d.
artikel 4, lid 4.2.2, onder h, indien de oppervlakte van de bij de betreffende woning behorende gronden als bedoeld in artikel 4, lid 4.1, meer dan 600 m2 bedraagt, ten behoeve van het bouwen van bijgebouwen en overkappingen tot een gezamenlijke oppervlakte van 75 m2 , onverminderd het bepaalde in artikel 4, lid 4.2.2, onder g.
46
bestemmingsplan Driestweg 30 (vastgesteld)
4.4
Afwijken van de gebruiksregels
4.4.1 afwijken t.b.v. beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om af te wijken van het bepaalde in artikel 4, lid 4.1, ten behoeve van het gebruiken en inrichten van woningen en bijbehorende gebouwen voor andere beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten, dan vrije beroepsactiviteiten, zoals die van een accountant, advocaat, architect, arts of kunstenaar, mits: a. de gezamenlijke oppervlakte van ruimten voor de andere beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten bij eenzelfde woning niet meer bedraagt dan 25% van de gezamenlijke oppervlakte van de woning en bijbehorende gebouwen, en ten hoogste 45 m2; b. 1. 2.
3. 4. 5. 6. 7.
die andere beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten: niet milieuvergunningplichtig en/of niet meldingsplichtig zijn; in de van deze regels deel uitmakende bijlage "Staat van bedrijfsactiviteiten" zijn aangemerkt als categorie 1, danwel daarmee gelijk kunnen worden gesteld wat betreft hun gevolgen voor de omgeving; geen horeca betreffen; geen detailhandel betreffen; geen wezenlijke verandering van het woonkarakter en de uiterlijke verschijningsvorm van de woning met zich meebrengen; geen buitenopslag met zich meebrengen; geen onevenredige vergroting van de verkeers- en parkeerdruk in de omgeving met zich meebrengen, met dien verstande dat: het parkeren ten behoeve van die activiteiten zoveel mogelijk op eigen terrein dient plaats te vinden; behoudens in- en uitladen, geen bedrijfsmatige activiteiten in de openbare ruimte rond het bedrijf mogen plaatsvinden.
4.4.2 afwijken van het begrip "bijgebouw" Burgemeester en wethouders zijn bevoegd vrijstelling te verlenen van het bepaalde in artikel 1, met betrekking tot het begrip "bijgebouw", ten behoeve van het gebruiken en inrichten van een aan een woning aangebouwd bijgebouw voor wonen, mits: het woongenot van de naaste buren niet onevenredig wordt aangetast; het straatbeeld niet onevenredig wordt aangetast. 4.4.3 afwijken voor een bed en breakfast Het college van Burgemeester en Wethouders kan afwijken van het bepaalde in artikel 4, lid 4.1, door een omgevingsvergunning te verlenen voor het gebruiken van en het verbouwen tot een bed en breakfast overeenkomstig de volgende regels: 1. Een bed en breakfast mag gerealiseerd worden in een woning of in een bedrijfswoning bij de bestemmingen Wonen, Dienstverlening, Gemengd, Horeca en Maatschappelijk. Binnen de bestemming Tuin is een bed en breakfast nadrukkelijk niet toegestaan. Ook in een niet-vrijstaand bijbehorend bouwwerk bij de woningen of bedrijfswoningen binnen deze bestemmingen kan onder voorwaarden een bed en breakfast worden gerealiseerd. 2. Er mag voor de bed & breakfast niet meer dan 40% van de gebruiksvloeroppervlakte van de woning/bedrijfswoning en een niet-vrijstaand bijbehorend bouwwerk worden gebruikt met een maximum van 120 m2.
Onder de toegestane oppervlakte van een bed en breakfast vallen de volgende ruimten: slaapkamer(s); bad-, douche-, en toiletruimten die niet gedeeld worden met de bewoner(s); een gemeenschappelijke ruimte; Gemeenschappelijke verkeersruimtes hoeven niet bij de toegestane oppervlakte te worden meegerekend. 3. Voor het realiseren van een bed en breakfast in maximaal één vrijstaand bijbehorend bouwwerk kan vergunning worden verleend als: a. deze bijdraagt aan de doelstellingen zoals deze genoemd worden in Thema 3 van de Omgevingsvisie Nunspeet; b. niet meer dan 50 m2 van het vrijstaande bijbehorende bouwwerk hiervoor wordt ingericht. Hierbij dient wel het maximum aan m2 voor een bed en breakfast van in totaal 120 m2, volgens lid 2 van dit artikel, in acht te worden genomen. c. het desbetreffende vrijstaande bijbehorende bouwwerk op minimaal 1 meter van de erfgrens staat.
47
bestemmingsplan Driestweg 30 (vastgesteld) 4.
Degene die de bed en breakfast exploiteert, dient ingeschreven te staan in de BRP (Basisregistratie Personen) op het desbetreffende adres. 5. Een bed en breakfast mag eveneens worden gerealiseerd in een uniek object, niet zijnde een woning of bijbehorend bouwwerk. Het gaat dan om karakteristieke gebouwen en/of varende constructies. Voorwaarde is dat het gebouw en/of de varende constructie voldoet aan de eisen zoals deze genoemd worden in het Bouwbesluit. Dergelijke initiatieven worden per geval beoordeeld. Omdat hier niet altijd sprake is van een inschrijving van de bewoner(s) in de BRP (Basisregistratie Personen), wordt een afweging per geval gemaakt. 6. In de bed en breakfast mag geen zelfstandige kookvoorziening aanwezig zijn. 7. Er moet een parkeergelegenheid aanwezig zijn of worden aangelegd op het perceel waarop de bed en breakfast wordt aangeboden. Het aantal parkeerplaatsen voor de bed en breakfast moet minimaal overeenkomen met het aantal slaapkamers van de bed en breakfast boven op het aantal parkeerplaatsen dat bij de bestemming hoort. 8. Ter beoordeling van de aanvraag om omgevingsvergunning vindt een belangenafweging plaats, waarbij de volgende aspecten worden getoetst en meegewogen: a. de belangen van de gebruikers of van de eigenaren van de aanliggende gronden en nabijgelegen woningen en bedrijven; b.
de afstand van de bed en breakfast tot een woning op een naastgelegen perceel moet minimaal 10 m bedragen; Bij knelpunten vanwege deze 10 meter-eis kan het college van B&W hiervan afwijken waarbij aan de overige letters van dit sublid (letters a, c, d, e, f, en g) wel moet worden voldaan; c. de milieusituatie (aan de bedrijfsvoering van agrarische en niet-agrarische bedrijven in de nabije omgeving mag door een en breakfast geen beperking ontstaan); d. de verkeersveiligheid; e. de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden; f. het straatbeeld; g. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en naastgelegen woningen. 9. Degene die de gelegenheid biedt tot het houden van nachtverblijf is belastingplichtig op grond van de geldende Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting. De exploitant is verplicht hiervoor een eigen nachtverblijfregister bij te houden, die door de gemeente kan worden gecontroleerd. 10. Het aantal overnachtingen waarbij in een bed en breakfast mag worden overnacht mag maximaal 14 nachten achtereen bedragen. 11. Op het perceel van de bed en breakfast mag maximaal één reclameaanduiding in de vorm van een bord met een opschrift voor de bed en breakfast worden geplaatst. Dit bord dient te voldoen aan de eisen die aan reclame worden gesteld in de “Reclameverordening 1994” en in de “Welstandsnota (2015)”.
48
bestemmingsplan Driestweg 30 (vastgesteld)
Hoofdstuk 3 Artikel 5
Algemene regels
Anti-dubbeltelbepaling
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
49
bestemmingsplan Driestweg 30 (vastgesteld)
Artikel 6
6.1
Specifieke gebruiksregels
Specifieke gebruiksregels en Afwijkingsregels m.b.t. Onzelfstandige Bewoning
6.1.1 Specifieke gebruiksregels m.b.t. Onzelfstandige Bewoning a. Het is verboden om voor de bestemmingen "Wonen" en/of "Woongebied" aangewezen gronden woningen, en/of woonhuizen, en/of wooneenheden, en/of bedrijfswoningen te gebruiken of in gebruik te geven voor onzelfstandige bewoning. b. Het is tevens verboden in andere bestemmingen dan "Wonen" of "Woongebied" waar volgens de bestemmingsregeling de functie wonen is toegestaan in woningen, en/of woonhuizen, en/of wooneenheden, en/of bedrijfswoningen te gebruiken of in gebruik te geven voor onzelfstandige bewoning. c. De verboden zoals beschreven onder lid 6.1.1, onder a, en onder b, gelden ook voor (ver)bouwwerkzaamheden ten behoeve van onzelfstandige bewoning. d. Het bepaalde in lid 6.1.1, onder a, onder b, en onder c, is niet van toepassing op bestaande onzelfstandige bewoning in woningen en/of woonhuizen, en/of wooneenheden en/of bedrijfswoningen die voor onzelfstandige bewoning gebruikt mogen worden op grond van de huidige vigerende bestemmingsplannen en/of waarvoor met een afwijkingsprocedure een omgevingsvergunning is verleend. 6.1.2 Afwijken van de specifieke gebruiksregels m.b.t.
Onzelfstandige Bewoning Door het college van Burgemeester en Wethouders kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in lid 6.1.1, onder a, onder b, en onder c, voor het gebruik van een woning en/of woonhuis en/of bedrijfswoning en/of wooneenheid voor onzelfstandige bewoning, mits: a. het de huisvesting van maximaal 5 personen betreft; b. maximaal 5% van de woningen in de straat wordt aangewend voor de huisvesting voor onzelfstandige bewoning; c. minimaal vier aaneengesloten panden aanwezig moeten zijn die niet als onzelfstandig gebruikte woningen en/of wooneenheden en/of woonhuizen en/of bedrijfswoningen worden gebruikt tussen de woningen die aangewend worden voor onzelfstandige bewoning; d. voor woningen en/of woningen met kamergewijze verhuur in woongebouwen met 6 of meer woningen en/of woningen met kamergewijze verhuur geldt als aanvullende regel dat er tussen twee woningen met kamergewijze verhuur minimaal twee woningen gelegen moeten zijn e. binnen een straal van 250 meter rondom het vrijstaande kamerverhuurpand is geen ander vrijstaand pand met onzelfstandige bewoning, zoals bijvoorbeeld een kamerverhuurpand, aanwezig; f. er mogen niet meer bewoners zijn dan het aantal aanwezige kamers (gemeenschappelijke ruimtes niet meegerekend); g. er per bewoner minimaal één kamer aanwezig is; h.
dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden, hierbij spelen de volgende factoren een rol: 1. de aard van de omgeving; 2. de aard van de voorzieningen; 3. de verhouding koop / huurwoningen; 4. de staat van onderhoud van panden en tuinen; 5. de aard van en het aantal klachten over onder meer: geluidsoverlast; overlast als gevolg van afval op straat of in tuinen; drugsoverlast; overlast vanwege drankmisbruik; vernielingen; geweld, mishandeling, bedreiging. i. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de parkeernormen zoals vastgelegd in artikel 11, lid 11.1, e.v.; j. sprake is van een verblijfsruimte van minimaal 12 m2 per persoon; k. voldaan wordt aan milieu wet- en regelgeving; l. dit niet leidt tot strijdigheid met een goede ruimtelijke ordening, zoals dit blijkt uit: 1. het woon- en leefklimaat; 2. het straat- en bebouwingsbeeld; 3. de verkeersveiligheid en de parkeersituatie; 4. de brandveiligheid;
50
bestemmingsplan Driestweg 30 (vastgesteld) 5. 6. 7. 8. 9.
de externe veiligheid; de rampenbestrijding; de milieusituatie; de cultuurhistorische waarde; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
51
bestemmingsplan Driestweg 30 (vastgesteld)
Artikel 7 7.1
Algemene gebruiksregels
gebruiksverbod
Het is verboden de in het plan begrepen gronden en bouwwerken te gebruiken en/of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de in het plan aan deze gronden gegeven bestemming en met het in of krachtens het plan ten aanzien van het gebruik van deze gronden en bouwwerken bepaalde. 7.2
vormen van verboden gebruik
Onder verboden gebruik als bedoeld in artikel 7, lid 7.1 wordt in elk geval verstaan: a. onbebouwde gronden als stand- of ligplaats van onderkomens, tenzij dit gebruik verband houdt met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; b. onbebouwde gronden als opslag-, stort- of bergplaats van machines , voer- en vaartuigen en andere al of niet afgedankte stoffen, voorwerpen en producten, tenzij dit gebruik verband houdt met het op de bestemming gerichte beheer van de gronden; c. bebouwde en onbebouwde gronden als seks- en/of pornobedrijf.
7.3
afwijking
Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van het bepaalde in artikel 7, lid 7.1 indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
52
bestemmingsplan Driestweg 30 (vastgesteld)
Artikel 8 8.1
Algemene afwijkingsregels
afwijkingen
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd af te wijken van deze regels: a. ten behoeve van het bouwen van niet voor bewoning bestemde bouwwerken voor nutsvoorzieningen, zoals gasdrukregelstations, wachthuisjes en transformatorhuisjes, uitgezonderd verkooppunten voor motorbrandstoffen, van welke bouwwerken de oppervlakte niet meer dan 45 m2 en de goothoogte niet meer dan 3 m mag bedragen; b. indien en voor zover afwijkingen ten aanzien van grens of richting van wegen, paden, bebouwingsgrenzen en aanduidingen noodzakelijk zijn ter aanpassing van het plan aan de bij uitmeting blijkende werkelijke toestand van het terrein, mits die afwijkingen ten opzichte van hetgeen op de verbeelding is aangegeven niet meer dan 5 m bedragen; c. voor afwijkingen van eisen, gesteld ten aanzien van maten, afmetingen en percentages, mits die afwijkingen beperkt blijven tot ten hoogste 10% van de in het plan aangegeven maten, afmetingen en percentages. d. ten behoeve van het bouwen van antennemasten en/of reclamemasten tot een hoogte van 20 m.
53
bestemmingsplan Driestweg 30 (vastgesteld)
Artikel 9 9.1
Algemene wijzigingsregels
wijziging
Burgemeester en wethouders zijn bevoegd binnen de volgende grenzen het plan te wijzigen, voor zover zulks het belang van een goede ruimtelijke ontwikkeling van het in het plan begrepen gebied niet schaadt: het wijzigen van bestemmingsgrenzen, zodanig dat de geldende oppervlakte van de bij wijziging betrokken vlakken met niet meer dan 10% wordt verkleind of vergroot.
54
bestemmingsplan Driestweg 30 (vastgesteld)
Artikel 10 Algemene procedureregels Bij het afwijken van het bestemmingsplan of bij het toepassen van een wijzigingsbevoegdheid wordt de procedure gevolgd, die is vervat in Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.
55
bestemmingsplan Driestweg 30 (vastgesteld)
Artikel 11 Overige regels 11.1
Parkeren
11.1.1 Parkeerregels Algemeen a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen en / of voor het wijzigen van het gebruik van een gebouw dan wel voor het wijzigen van het gebruik van een onbebouwd terrein wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat gelet op de omvang of de bestemming van het gebouw of het terrein in voldoende mate wordt voorzien in ruimte voor: 1. het parkeren of stallen van auto's en fietsen; 2. het laden of lossen van goederen; 3. het realiseren van parkeervoorzieningen voor invaliden. b.
De onder a genoemde voorzieningen voor parkeren en laden of lossen worden gerealiseerd op eigen terrein, in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort respectievelijk op of onder het onbebouwde terrein waarvan het gebruik wordt gewijzigd.
11.1.2 Afwijken van de Parkeerregels Burgemeester en Wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 11.1.1: a. indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; b. of voor zover aantoonbaar op andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien. 11.1.3 Voorwaarden voor het Afwijken van de Parkeerregels De in lid 11.1.2 genoemde omgevingsvergunningen worden uitsluitend verleend onder de voorwaarde dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: de parkeersituatie in de openbare ruimte; het woon- en leefklimaat; de sociale veiligheid; de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 11.1.4 Parkeerfonds a. Van de parkeerregels genoemd in lid 11.1.1 kan, indien er geen voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen worden gerealiseerd, en de parkeerplaatsen niet voldoende in het openbaar gebied aanwezig (kunnen) zijn, door het college van Burgemeester en Wethouders ook worden afgeweken met een omgevingsvergunning, door de aanvrager van een omgevingsvergunning een financiële bijdrage te doen storten in het parkeerfonds. b. Een omgevingsvergunning, zoals bedoeld in lid a, komt tot stand volgens Hoofdstuk 3 van de Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014). c.
De financiële bijdrage voor het parkeerfonds wordt berekend volgens Hoofdstuk 3 van de Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014). 11.1.5 Beleidsregels Bij de beoordeling van een aanvraag om omgevingsvergunning als bedoeld in de leden 11.1.1, 11.1.2, 11.1.3, en 11.1.4 wordt getoetst aan de beleidsregel Parkeernota van de gemeente Nunspeet (2014) dan wel, in het geval deze tussentijds wordt gewijzigd of vervangen door een andere beleidsregel, aan deze gewijzigde, respectievelijk vervangende, beleidsregel.
56
bestemmingsplan Driestweg 30 (vastgesteld)
Artikel 12 Strafbepaling Overtreding van het verbod, gesteld in in artikel 6, lid 6.1 en in artikel 7, lid 7.1 wordt hierbij als een strafbaar feit aangeduid in de zin van artikel 1a, onder 2° van de Wet op de economische delicten.
57
bestemmingsplan Driestweg 30 (vastgesteld)
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
Artikel 13 Overgangsrecht 13.1 1.
2.
3.
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. Het bepaalde in het eerste lid, onder a, is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
13.2 1. 2.
3.
4.
Overgangsrecht bouwwerken
Overgangsrecht gebruik
Het gebruik van gronden en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
58
bestemmingsplan Driestweg 30 (vastgesteld)
Artikel 14 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan "Driestweg 30" van de gemeente Nunspeet.
Aldus vastgesteld in de raadsvergadering van ----------- 2022.
De voorzitter,
De griffier,
---------------------
-------------------------------------
59
bestemmingsplan Driestweg 30 (vastgesteld)
60
bestemmingsplan Driestweg 30 (vastgesteld)
Bijlagen bij de Regels
61
bestemmingsplan Driestweg 30 (vastgesteld)
Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten (categorie 1 t/m 3.1)
62