CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 8. Bijlage 1 Archeologisch onderzoek Laan 43a Nunspeet

Raadsvergadering 18 december 2025, gemeente NunspeetBij agendapunt: Afgifte Verklaring van geen bedenkingen Laan 43a in Nunspeet. (hamerstuk)5.537 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nunspeet, Laan 43a (Gemeente Nunspeet, Gld.)

Een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, Verkennende Fase (IVO-O) Definitief Steekproefrapport 2024-02/14

Nunspeet, Laan 43a (Gemeente Nunspeet, Gld.)

Een Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek, Verkennende Fase (IVO-O) Definitief Steekproefrapport 2024-02/14

Nunspeet, Laan 43a (Nunspeet, Gld.) Een Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek, Verkennende Fase (IVO-O). Een onderzoek in opdracht van Beryllus Alpha 2 B.V. Steekproefrapport 2024-02/14 ISSN 1871-269X Status: Definitief Auteur: R. Hooiveld MA & drs. C.R.C. Schamp (Senior KNA archeoloog/prospector, actor reg. nr. 46647395) Autorisatie: R. Rap MA (Senior KNA archeoloog/prospector, actor reg. nr. 97236416) Goedgekeurd door de bevoegde overheid gemeente Nunspeet dhr. M. Wispelwey d.d. 4 maart 2024 De Steekproef bv werkt volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1 en BRL 4000, en bij dit onderzoek protocollen 4002 & 4003. Foto’s en tekeningen zijn gemaakt door De Steekproef, tenzij anders vermeld. © De Steekproef bv, 28 februari 2024 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt zonder bronvermelding. De Steekproef bv aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. De Steekproef bv Archeologisch Onderzoeks- en Adviesbureau adres telefoon internet e-mail kvk

Hooiweg 5, 9801 AJ Zuidhorn 050 – 5779784 www.desteekproef.nl info@desteekproef.nl 02067214

Inhoud Samenvatting Administratieve gegevens van het plangebied 1. Inleiding........................................................................................................................... 1 • 1.1 Aanleiding en doel (KNA 4.1: LS01)..........................................................................1 • 1.2 Locatie (KNA 4.1: LS01, LS02)..................................................................................2 • 1.3 Beleid (KNA 4.1: LS01, LS02)..................................................................................2 2. Bureauonderzoek (KNA 4.1: LS06)......................................................................................4 • 2.1 Bronnen................................................................................................................. 4 • 2.2 Fysische geografie (KNA 4.1: LS04)...........................................................................4 • 2.3 Archeologie (KNA 4.1: LS04)....................................................................................7 • 2.4 Historische geografie (KNA 4.1: LS03).......................................................................9 • 2.5 Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.1: LS05)..................................................10 3.

Veldonderzoek (KNA 4.1: VS05).......................................................................................11 • 3.1 Methoden en technieken (KNA 4.1: VS01)..............................................................11 • 3.2 Resultaten veldwerk (KNA 4.1: VS02, VS03)............................................................12 4. Conclusies en advies (KNA 4.1: VS07).............................................................................14 Gebruikte bronnen Lijst van figuren en tabellen Appendix I Archeologische perioden Appendix II Boorbeschrijvingen Appendix III Boorstaten

Samenvatting Op 25 januari 2024 is in plangebied Laan 43a te Nunspeet, gemeente Nunspeet, provincie Gelderland een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase (IVO-O) uitgevoerd. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bouw van huizen. Voor deze geplande ingrepen zijn graafwerkzaamheden gepland: dit betekent een bedreiging van de eventueel aanwezige archeologische waarden. Voorafgaand aan het veldwerk is een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. Voor het plangebied geldt een verwachting op archeologische waarden vanaf het paleolithicum tot aan de nieuwe tijd (Appendix I). Tijdens het verkennende veldonderzoek zijn zes grondboringen uitgevoerd. Uit alle boringen blijkt dat de bodem tot in de C-horizont verstoord is. Deze verstoring is minimaal 1 meter onder het maaiveld en maximaal 1,8 meter onder het maaiveld. Er zijn geen vondsten gedaan. Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.1: LS05) Het plangebied ligt vanaf 9000 vC op de hoger gelegen zandgronden. Beekdalen en hun omgeving waren zeer geschikte vestigingsplekken voor de mens. Er kunnen archeologische resten vanaf het paleolithicum verwacht worden. Resten uit deze periode kunnen bestaan uit vuursteenconcentraties, houtskoolconcentraties, aardewerkscherven en sporen zoals haardkuilen.

Omdat het gebied continue bewoonbaar is gebleven worden er ook archeologische waarden uit latere perioden tot aan de nieuwe tijd verwacht. Resten uit deze perioden kunnen bestaan uit aardewerkscherven, bouwmateriaal, glas, metaal en sporen zoals paalkuilen en greppels. Voor alle perioden geldt dat er sprake kan zijn van verstoringen. Mogelijke factoren kunnen de aanwezige bebouwing en kabels en leidingen zijn. Historisch akkergebruik kan eveneens een bedreiging vormen. Selectieadvies (KNA 4.1: VS07) door drs. C.R.C. Schamp (Senior KNA archeoloog/prospector) Uit het huidige onderzoek blijkt dat de bodem in het plangebied verstoord is. Er zijn geen vondsten gedaan. Potentieel aanwezige archeologische waarden zullen zijn verstoord. Naar alle waarschijnlijkheid zijn er in het plangebied geen archeologische waarden meer aanwezig. Wij adviseren om geen vervolgonderzoek uit te voeren en het gebied wat betreft archeologie vrij te geven. Als bij toekomstig graafwerk onverhoopt toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, dan dient daarvan direct melding te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Nunspeet. Reactie bevoegde overheid Namens de bevoegde overheid, de gemeente Nunspeet, heeft de heer M.

Wispelwey (Regioarcheoloog Noord-Veluwe) op 4 maart 2024 kennisgegeven akkoord te zijn met de rapportage en bovenstaand selectieadvies over te nemen.

Administratieve gegevens van het plangebied Provincie

Gelderland

Gemeente

Nunspeet

Plaats

Nunspeet

Toponiem

Laan 43a

Kaartblad

27A

Centrumcoördinaat

182.144 / 488.108

Oppervlakte plangebied

1468 m²

NAP-hoogte maaiveld

7 (in het oosten) tot 7,2 (in het westen) meter boven NAP

Huidig grondgebruik

Bebouwing en tuin

Soort onderzoek

Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek, Verkennende Fase (IVO-O)

Opdrachtgever

Beryllus Alpha 2 B.V.

Uitvoerder

De Steekproef bv

Bevoegde overheid

Gemeente Nunspeet

Bestemmingsplan

-

Maximale diepte onderzoek

200 centimeter

Uitvoering veldwerk

25 januari 2024

Uitvoerders

C.R.C. Schamp & R. Hooiveld

Steekproef projectcode

2024-02/14

Onderzoeksmeldingsnummer

5500129100

Beheer en plaats documentatie

De Steekproef bv / Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed / DANS / DINOloket

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel (KNA 4.1: LS01) In opdracht van Beryllus Alpha 2 B.V. is een archeologisch bureau- en veldonderzoek uitgevoerd voor het plangebied Laan 43a te Nunspeet, gemeente Nunspeet, provincie Gelderland (zie Figuur 1). Het plangebied bestaat uit een oprijlaan, bedrijfspand (KPN) en tuin (zie Figuur 2). De totale oppervlakte van het plangebied beslaat 1468 m². De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bouw van huizen. Voor deze geplande ingrepen zijn graafwerkzaamheden gepland: dit betekent een bedreiging van de eventueel aanwezige archeologische waarden. Om de archeologische waarden in kaart te brengen is dit archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase (IVO-O) uitgevoerd. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen wat de kans is op archeologische waarden in het plangebied. Hiervoor is een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld van het gebied aan de hand van beschikbare fysischgeografische, archeologische en historisch-geografische informatie. Dit verwachtingsmodel is in het veld getoetst.

Figuur 1: Nunspeet, Laan 43a: Topografische kaart met de ligging van het plangebied in rood. De kleine kaart rechtsboven laat de ligging van het plangebied binnen Nunspeet zien. Bron: OpenStreetMap (OSM). 1 1

1.2

Locatie (KNA 4.1: LS01, LS02) Het plangebied bevindt zich in de bebouwde kom van Nunspeet (zie Figuur 1). Ten noorden en zuiden liggen verschillende huizen en tuinpartijen. De westzijde grenst grotendeels aan de Notaris Meesterserf. Aan de oostzijde grenst het plangebied grotendeels met de percelen van Laan 45a en Laan 47. Het plangebied is toegankelijk vanaf de Laan door middel van een oprijlaan. In het noorden van het plangebied bevindt zich het bedrijfspand van KPN (zie Figuur 2). Om dit pand heen ligt een tuin. Zuidelijk in het plangebied is een parkeerplaats en toegangsweg met een naastgelegen tuinpartij.

Figuur 2: Nunspeet, Laan 43a: Luchtfoto (2022) met de ligging van het plangebied in rood. Bron: Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDoK).

1.3

Beleid (KNA 4.1: LS01, LS02) Voor het plangebied geld het Omgevingsplan gemeente Nunspeet (geldig vanaf 01-012024). In dit omgevingsplan zijn echter nog niet de archeologische waarden vertaald. In de geldende bestemmingsplannen zijn geen dubbelwaarden voor archeologie opgenomen. De gemeente Nunspeet gebruikt een eigen archeologische verwachtingskaart. Volgens deze 2 2

kaart ligt het plangebied in een zone met 'Waarde – Archeologie 2', zie Figuur 3. Voor waarde 2 geldt dat er geen bouwwerken groter dan 120m² en dieper reikend dan 50 centimeter gebouwd mogen worden. Binnen de huidig geplande ingrepen zal dit ruimschoots overschreden worden.

Figuur 3: Nunspeet, Laan 43a: De archeologische beleids- en verwachtingskaart van de gemeente Nunspeet. Bron: gemeente Nunspeet

3 3

2.

Bureauonderzoek (KNA 4.1: LS06)

2.1

Bronnen Tijdens het bureauonderzoek is de bestaande relevante kennis van het plangebied verzameld. De gebruikte bronnen voor het bureauonderzoek zijn opgenomen in de literatuurlijst. De onderzoeksmethode is afgestemd op het archeologisch beleid van de gemeente Nunspeet. Aan de hand van het bureauonderzoek is een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. Voor de paragraaf over de fysische geografie zijn kaarten van de bodem, de geologie, geomorfologie en de fysische geografie bestudeerd, evenals het Actueel Hoogtebestand Nederland. Voor de paragraaf over archeologie is onder andere ARCHIS 3, het archeologisch registratie- en informatiesysteem van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd. In ARCHIS 3 kunnen vondstmeldingen, archeologische terreinen en eerder uitgevoerde archeologische onderzoeken worden ingezien. Deze databank is toegankelijk voor organisaties die werkzaam zijn in de archeologie (zoeken.cultureelerfgoed.nl). Het bevat een GIS-systeem waarin de archeologische kaart en aardkundige kaarten geraadpleegd kunnen worden. Rapporten over eerder uitgevoerde archeologische onderzoeken in de directe omgeving van het plangebied zijn eveneens bestudeerd. Voor de paragraaf over de historische geografie is onder meer gebruik gemaakt van historische kaarten en de website topotijdreis.nl, waarop topografische kaarten zijn in te zien.

2.2

Fysische geografie (KNA 4.1: LS04) Op de paleografische reconstructies is zichtbaar dat het plangebied zich omstreeks 9000 vC op de zandgronden bevindt (zie Figuur 4, linksboven). Tevens is het plangebied gelegen aan de rand van een beekdal. Na deze periode trad een periode van vernatting op. Door de combinatie van een stijgende zeespiegel en slechtere ontwatering ontstonden veenmoerassen. Lokaal ontwikkelde ten noordwesten van het plangebied een veenmoerras dat in 500 vC zijn maximale omvang bereikte (zie Figuur 4, rechtsboven). Vanaf 1250 nC neemt dit veenmoerras in omvang af en ligt het verder van het plangebied (Figuur 4, linksonder). De kustlijn van het IJsselmeer (toen nog Zuiderzee) is vanaf dit moment ook herkenbaar. Rond 1850 nC ligt de kustlijn op zijn huidige plek (Figuur 4, rechtsonder). De hoeveelheid veen is sterk afgenomen. Ten noordoosten van het plangebied is een zandverstuivingsgebied ontstaan. Op zowel de geomorfologische als bodemkaart is het plangebied niet gekarteerd en daarom niet afgebeeld. Naar alle waarschijnlijkheid ligt het plangebied op een dekzandrug op basis van de contouren van de dekzandrug buiten de stadsgrenzen. In DINO (ondergrond gegevens) zijn geen boringen binnen het plangebied bekend. 70 meter ten oosten van het plangebied is één boring bekend (B27A1422). Het gaat hier om een boring met een dieptebereik van 130 meter.

Voor het huidige onderzoek is alleen het eerste gedeelte relevant. De eerste 17 meter zijn geclassificeerd als uiterst grof zand met een zwakke grindigheid en zwakke siltigheid. Deze gegevens sluiten aan bij de paleografische reconstructies waarin het plangebied sinds 9000 vC op dekzandgronden ligt.

4 4

Figuur 4: Nunspeet, Laan 43a: Paleografische reconstructies van het landschap rondom het plangebied. Bron: Vos et al. 2018.

Op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) is zichtbaar dat het plangebied zich op een helling bevindt (Figuur 5). Ten zuiden van het plangebied liggen de hoger gelegen zandgronden van de Veluwe op 12 meter boven NAP. Op één kilometer ten noorden van het plangebied is de hoogte afgenomen tot 3 meter boven NAP. Het plangebied zelf ligt op een hoogte van 7,2 meter boven NAP. Op het terrein is een lichte verhoging in het zuiden waarneembaar. Het gaat hier om een tuinpartij die boven het maaiveld uitsteekt met 7,80 meter boven NAP.

5 5

Figuur 5: Nunspeet, Laan 43a: Hoogtekaart met het Actueel Hoogtebestand Nederland. Het plangebied is rood omlijnd. Gebieden met een rode kleur liggen hoger dan gebieden met een blauwe kleur. Bron: www.ahn.nl, via PDoK.

6 6

2.3

Archeologie (KNA 4.1: LS04) In Figuur 6 zijn de bekende archeologische waarden in en rondom het plangebied weergegeven. In Tabel 1 zijn de beschrijvingen weergegeven van de onderzoeksmeldingen in de buurt van het plangebied. Ten oosten van het plangebied bleek de bodem tot in de C-horizont verstoord (4881039100). Dit is eveneens het geval ten zuidoosten en ten westen van het plangebied (resp. 2335273100 & 2193191100). Ten zuidwesten leek op basis van het booronderzoek sprake van eventuele archeologische waarden (4642801100). Tijdens het daaropvolgende proefsleuven onderzoek bleken er geen archeologische waarden in de ondergrond aanwezig (4679706100). Ten zuiden van het plangebied zijn wel mogelijke archeologische waarden aangetroffen. Hier is een podzolbodem aangetroffen die met een eerddek is afgedekt (2260753100). Onder dit eerddek zijn houtskoolresten aangetroffen. Tot op heden zijn hier nog geen proefsleuven geplaatst. Tot slot bevindt er zich ten zuiden van het plangebied een vondstmelding. Het gaat hier om een zilveren antoninianus uit de midden romeinse tijd (2728707100). Tabel 1:

Nunspeet, Laan 43a: Overzicht van de ARCHIS-meldingen. (ABO = booronderzoek, ABU = bureauonderzoek, IVOP = proefsleuven)

Zaaknummer

Omschrijving

Onderzoeksmeldingen 2193191100

2008 ABO Arcadis: Verstoorde bodem aangetroffen met nog te herkennen restanten van de BC-horizont. Geen vervolgonderzoek geadviseerd (Akkerman & Ytsma 2008).

2255934100

2009 ABU Econsultancy: Bureauonderzoek voorafgaand aan zaaknummer 2260753100 (Ten Broeke 2009).

2260753100

2009 ABO ARC: Booronderzoek leverde grotendeels intacte bodems op. Het gaat hier om een podzolbodem die is afgedekt met een eerddek. Onder dit eerddek zijn houtskool resten aangetroffen. Vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven is geadviseerd (Hebinck & Ten Broeke 2009).

2335273100

2011 ABO ADC: De bodem is hier tot in de C-horizont verstoord. Geen vervolgonderzoek geadviseerd (Holl 2011).

4642801100

2018 ABO ADC: Twee boringen lieten restanten van een podzol zien. Boven deze podzol lag een plaggendek of eslaag. Vervolgonderzoek is geadviseerd in de vorm van proefsleuven (Klerks 2020).

4679706100

2019 IVOP ADC: Uit dit onderzoek zijn geen archeologische gegevens gekomen. Geen vervolgonderzoek geadviseerd (Van Benthem 2019).

4881039100

2020 ABO Steekproef: De bodem bleek in elke boring tot in de C-horizont verstoord. Er is geen vervolgonderzoek geadviseerd (Rap & Schamp 2020).

Vondstmeldingen 2728707100

1982: Door een particulier gemelde zilveren munt. Het gaat hier om een antoninianus uit de midden romeinse tijd.

7 7

Figuur 6: Nunspeet, Laan 43a: Archeologische waarden in de omgeving van het plangebied. Bron: Archis.

8 8

2.4

Historische geografie (KNA 4.1: LS03) Nunspeet behoorde voor het jaar 1000 al toe aan het Kerspel Ermelo. De huidige gemeente Nunspeet is pas op 1 januari 1972 van Ermelo afgesplitst. Op het historisch kaartmateriaal is te zien dat er al lang sprake is van bebouwing binnen het plangebied. Vanaf 1850 is er al sprake van bebouwing aan weerszijden van de Laan (Figuur 7, linksboven). In de jaren die hierop volgen wordt het gebied langzaam volgebouwd. Rond 1900 is de straat verder volgebouwd en wordt er naar het noorden uitgebreid (Figuur 7, rechtsboven). Op het kaartmateriaal van 1965 is zichtbaar dat er aan de westzijde van het plangebied bebouwing ontstaat (Figuur 7, linksonder). In 1975 vindt de laatste belangrijke ontwikkeling plaats in het plangebied (Figuur 7, rechtsonder). Vanaf dit moment is het bedrijfspand aanwezig.

Figuur 7: Nunspeet, Laan 43a: Topografische kaarten uit 1850, 1900, 1965 en 1975. Het plangebied is rood omlijnd. Bron: topotijdreis.

9 9

2.5

Archeologisch verwachtingsmodel (KNA 4.1: LS05) Het plangebied ligt vanaf 9000 vC op de hoger gelegen zandgronden. Beekdalen en hun omgeving waren zeer geschikte vestigingsplekken voor de mens. Er kunnen archeologische resten vanaf het paleolithicum verwacht worden. Resten uit deze periode kunnen bestaan uit vuursteenconcentraties, houtskoolconcentraties, aardewerkscherven en sporen zoals haardkuilen. Omdat het gebied continu bewoonbaar is gebleven worden er ook archeologische waarden uit latere perioden tot aan de nieuwe tijd verwacht. Resten uit deze perioden kunnen bestaan uit aardewerkscherven, bouwmateriaal, glas, metaal en sporen zoals paalkuilen en greppels. Voor alle perioden geldt dat er sprake kan zijn van verstoringen. Mogelijke factoren kunnen de aanwezige bebouwing en kabels en leidingen zijn. Historisch akkergebruik kan eveneens een bedreiging vormen. Tabel 2:

Nunspeet, Laan 43a: Specificatie archeologische verwachting.

Datering:

Paleolithicum – Ijzertijd

Romeinse tijd – nieuwe tijd

Complextype:

Jachtkamp, nederzetting

Akkerlagen, bijgebouwen

Omvang:

Vanaf enkele meters

Vanaf enkele meters

Diepteligging:

Top van het dekzand

Vanaf het maaiveld

Gaafheid en conservering:

Onbekend

Onbekend

Locatie:

Hele plangebied

Hele plangebied

Uiterlijke kenmerken:

Vuursteenconcentraties, houtskoolconcentraties, haardkuilen, aardewerkscherven

Aardewerkscherven, bouwmateriaal, glas, metaal en sporen zoals paalkuilen en greppels.

Mogelijke verstoringen:

Kabels & leidingen, verploeging, bouwactiviteiten

Kabels & leidingen, verploeging, bouwactiviteiten

Om dit verwachtingsmodel te toetsen wordt een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Het doel hiervan is om de intactheid van de bodem in kaart te brengen. Eventuele archeologische relevante lagen kunnen op deze manier beschreven worden.

10 10

3.

Veldonderzoek (KNA 4.1: VS05)

3.1

Methoden en technieken (KNA 4.1: VS01) Het plangebied heeft een oppervlakte van 1468 m². KNA-conform is een verkennend booronderzoek met zes boringen per hectare uitgevoerd, met een minimum van zes boringen per plangebied. Voor het huidige onderzoek zijn zes boringen gedaan (zie Figuur 8). De boringen zijn zo gelijk mogelijk over het plangebied geplaatst. Hiermee is een dichtheid van circa 43 boringen per hectare behaald. Het veldwerk is uitgevoerd op 25 januari 2024. Voor het verkennende booronderzoek is gebruik gemaakt van een Edelmanboor met een diameter van zeven centimeter in combinatie met een drie centimeter steekguts. Hiermee is bepaald in welke mate de bodem intact is en wat de diepte is van eventuele archeologische lagen. De boringen zijn beschreven volgens de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB). De locaties van de boringen zijn in het veld bepaald door middel van een GPS. De maaiveldhoogtes zijn bepaald met behulp van de AHN3. Voorafgaand aan het veldwerk is een KLIC-melding gedaan (24G0042807). In het plangebied bevinden zich kabels en leidingen. De boorpunten zijn op minstens één meter afstand van kabels en leidingen geplaatst. De resultaten van de boringen zijn opgenomen in de Appendix II en III in de vorm van laagbeschrijvingen en boorstaten. Zowel de maaiveldhoogtes als coördinaten staan per boring aangegeven bij de laagbeschrijvingen.

Veldkartering was grotendeels onmogelijk door begroeiing en bestrating. Deze kartering heeft derhalve geen resultaten opgeleverd.

11 11

Figuur 8: Nunspeet, Laan 43a: Luchtfoto (2022) met daarop de locaties van de boorpunten en alle kabels en leidingen. Bronnen: PDoK & Kabels en Leidingen Informatie Centrum (KLIC)

3.2 Resultaten veldwerk (KNA 4.1: VS02, VS03) Bij aankomst op het terrein bleek dat reeds enkele werkzaamheden hadden plaatsgevonden. De grond tussen boorpunten 4 en 5 was gewoeld en er stond een nieuwe kast voor ondergrondse infrastructuur (zie Figuren 8 en 9). Vanwege de dichte begroeiing zijn boringen 1 en 2 verplaatst. Beide boringen zijn een meter naar het zuidoosten verplaatst. Geologie De ondergrond in het plangebied is tot in de C-horizont verstoord. In boring 6 is op 100 centimeter onder het maaiveld de C-horizont aangetroffen. In boring is op 180 centimeter onder het maaiveld de C-horizont aangetroffen. Als voorbeeld boring zal boring 2 hier beschreven worden. De bovenste 10 centimeter bestaat uit een zwak siltig, zwak humeuze zandlaag. Deze laag is donkerbruin van kleur en is te omschrijven als een strooisellaag. Onder de strooisellaag bevindt zich een pakket zwak siltig, zwak humeus en zwak grindig zand. Deze laag is bruingrijs van kleur, gevlekt, bevat zandbrokken en heeft een dikte van 40 centimeter. In deze laag zijn tevens baksteenbrokken aangetroffen. Hieronder bevindt zich een matig siltig, zwak grindige zandlaag. Deze laag is lichtgrijs van kleur met een dikte van 20 centimeter. Onder deze laag is een bruingrijs, matig siltig en zwak grindig zandpakket 12 12

aanwezig. Deze laag heeft een dikte van 65 centimeter en is gevlekt. De basis van deze laag is scherp. Hieronder bevindt zich het natuurlijke dekzand, de C-horizont. Het gaat hier om zwak siltig, licht geelgrijs zand. Het dekzand in het plangebied bevindt zich op minimaal 1 meter onder het maaiveld ter hoogte van boring 6 en maximaal 1,8 meter ter hoogte van boring 4. De overige boringen vertonen een relatief vergelijkbaar patroon met vergraven bovenlagen en op diepte het dekzand. Bij boringen 5 en 6 is er sprake van bestrating met daaronder 30 tot 35 centimeter bouwzand. Hier gaat het niet om een vergraven maar een opgebracht pakket. Dit materiaal bestaat uit geel, matig siltig zand. Onderin boring 4 is nog een enkel restant van de originele podzol bodem aangetroffen. Aan de basis van de vergraven lagen waren brokken van een B-horizont zichtbaar. In de rest van de boringen zijn deze brokken niet waargenomen. Archeologie In geen van de boringen zijn archeologische indicatoren aangetroffen. Tussen de 55 en 120 centimeter onder het maaiveld is plastic aangetroffen. Daaruit valt af te leiden dat de grond hier lokaal (sub)recent geroerd is. Archeologische waarden zullen hier hoogstwaarschijnlijk niet (meer) aanwezig zijn. In de boringen zijn geen archeologische vondsten en geen intacte podzol of cultuurlagen aangetroffen.

Hiermee is de kans op behoudenswaardige archeologische resten in het plangebied laag.

Figuur 9: Nunspeet, Laan 43a: Foto van de gewoelde grond tussen boringen 4 en 5. De foto is richting het noordoosten genomen.

13 13

4.

Conclusies en advies (KNA 4.1: VS07) Op 25 januari 2024 is in plangebied Laan 43a te Nunspeet, gemeente Nunspeet, provincie Gelderland een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase (IVO-O) uitgevoerd. De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bouw van huizen. Voor deze geplande ingrepen zijn graafwerkzaamheden gepland: dit betekent een bedreiging van de eventueel aanwezige archeologische waarden. Voorafgaand aan het veldwerk is een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. Voor het plangebied geldt een verwachting op archeologische waarden vanaf het paleolithicum tot aan de nieuwe tijd (Appendix I). Tijdens het verkennende veldonderzoek zijn zes grondboringen uitgevoerd. Uit alle boringen blijkt dat de bodem tot in de C-horizont verstoord is. Deze verstoring is minimaal 1 meter onder het maaiveld en maximaal 1,8 meter onder het maaiveld. Er zijn geen vondsten gedaan.

Selectieadvies (KNA 4.1: VS07) door drs. C.R.C. Schamp (Senior KNA archeoloog/prospector) Uit het huidige onderzoek blijkt dat de bodem in het plangebied verstoord is. Er zijn geen vondsten gedaan. Potentieel aanwezige archeologische waarden zullen zijn verstoord. Naar alle waarschijnlijkheid zijn er in het plangebied geen archeologische waarden meer aanwezig. Wij adviseren om geen vervolgonderzoek uit te voeren en het gebied wat betreft archeologie vrij te geven. Als bij toekomstig graafwerk onverhoopt toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, dan dient daarvan direct melding te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Nunspeet. Reactie bevoegde overheid Namens de bevoegde overheid, de gemeente Nunspeet, heeft de heer M. Wispelwey (Regioarcheoloog Noord-Veluwe) op 4 maart 2024 kennisgegeven akkoord te zijn met de rapportage en bovenstaand selectieadvies over te nemen.

14 14

Gebruikte bronnen Akkerman, E.N. & W.A. Ytsma. 2008. Inventariserend Veldonderzoek Archeologie Vier MFA Locaties Nunspeet. Arcadis project B01034.302001. Assen: Arcadis Benthem, A. van. 2019. Marktstraat 15, Nunspeet, Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een proefsleuf. ADC rapport 4890. Amersfoort: ADC Bosch, J.H.A. 2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Deltares-rapport 2008-U-R0881/A. Broeke, E.M. ten. 2009. Archeologisch Bureauonderzoek Laan 31 te Nunspeet, Gemeente Nunspeet. Rapportnummer 09075770. Doetinchem: Econsultancy Hebinck, K.A. & E.M. Ten Broeke. 2009. Een karterend archeologisch inventariserend veldonderzoek door middel van boringen aan de Laan 31 te Nunspeet (Gld). ARC-rapporten 2009-99. Geldermalsen: ARC Holl, J. 2011. Kroonlaan, Nunspeet, Een Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek. ADC rapport 2823. Amersfoort: ADC Klerks, K. 2020. Markstraat 15 te Nunspeet Een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend en karterend booronderzoek. ADC rapport 4743. Amersfoort: ADC Rap, R. & C.R.C. Schamp. 2020. Nunspeet, F.A. Molijnlaan 166-172 (Gemeente Nunspeet, Gld.) Een Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O) Verkennende Fase. Steekproefrapport 2020-08/07. Zuidhorn: De Steekproef Vos, P., M. van der Meulen, H. Weerts & J. Bazelmans. 2018.

Atlas van Nederland in het Holoceen. Landschap en bewoning vanaf de laatste ijstijd tot nu, Amsterdam: Prometheus.

Internet: AHN-Viewer. www.AHN.nl. Actueel Hoogtebestand Nederland. Rijkswaterstaat, Adviesdienst Geo-informatie en ICT. ARCHIS 3. www.zoeken.cultureelerfgoed.nl Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie 4.1. www.SIKB.nl. 2018. Centraal College van Deskundigen Archeologie. Publieke Dienstverlening op de Kaart (PDoK). www.pdok.nl Omgevingsplannen. https://omgevingswet.overheid.nl/ Topotijdreis. www.topotijdreis.nl

Lijst van figuren en tabellen Figuren 1

Topografische kaart

2

Luchtfoto

3

Archeologische verwachtingskaart

4

Paleografische kaarten

5

Hoogtekaart

6

Archeologische waarden kaart

7

Historische kaarten

8

Boorpunten kaart

9

Foto onderzoeksgebied

Tabellen 1

Archismeldingen

2

Specificatie archeologische verwachting

Appendix I: Archeologische periodes paleolithicum: paleolithicum vroeg: paleolithicum midden: paleolithicum laat: paleolithicum laat A: paleolithicum laat B:

ijzertijd: tot 300.000 BP 300.000 - 35.000 BP 35.000 BP - 8.800 vC 35.000 - 18.000 BP 18.000 BP - 8.800 vC

mesolithicum: mesolithicum vroeg: mesolithicum midden: mesolithicum laat:

8.800 - 7.100 vC 7.100 - 6.450 vC 6.450 - 4.900 vC

neolithicum: neolithicum vroeg: neolithicum vroeg A: neolithicum vroeg B: neolithicum midden: neolithicum midden A: neolithicum midden B: neolithicum laat: neolithicum laat A: neolithicum laat B:

5.300 - 4.200 vC 5.300 - 4.900 vC 4.900 - 4.200 vC 4.200 - 2.850 vC 4.200 - 3.400 vC 3.400 - 2.850 vC 2.850 - 2.000 vC 2.850 - 2.450 vC 2.450 - 2.000 vC

bronstijd: bronstijd vroeg: bronstijd midden: bronstijd midden A: bronstijd midden B: bronstijd laat:

2.000 - 1.800 vC 1.800 - 1.100 vC 1.800 - 1.500 vC 1.500 - 1.100 vC 1.100 - 800 vC

pleistoceen: elsterien saalien wechselien holoceen:

2,5 miljoen - 11.700 BP 465.000 - 418.000 BP 238.000 - 126.000 BP 116.000 - 11.700 BP 11.700 - heden

vC nC BP

= = =

voor Christus na Christus before present; present = 1950

ijzertijd vroeg: ijzertijd midden: ijzertijd laat:

800 - 500 vC 500 - 250 vC 250 - 12 vC

romeinse tijd: romeinse tijd vroeg: romeinse tijd vroeg A: romeinse tijd vroeg B: romeinse tijd midden: romeinse tijd midden A: romeinse tijd midden B: romeinse tijd laat: romeinse tijd laat A: romeinse tijd laat B:

12 vC - 70 nC 12 vC - 25 nC 25 - 70 nC 70 - 270 nC 70 - 150 nC 150 - 270 nC 270 - 450 nC 270 - 350 nC 350 - 450 nC

middeleeuwen: middeleeuwen vroeg: middeleeuwen vroeg A: middeleeuwen vroeg B: middeleeuwen vroeg C: middeleeuwen vroeg D: middeleeuwen laat: middeleeuwen laat A: middeleeuwen laat B:

450 - 1.050 nC 450 - 525 nC 525 - 725 nC 725 - 900 nC 900 - 1.050 nC 1.050 - 1.500 nC 1.050 - 1.250 nC 1.250 - 1.500 nC

nieuwe tijd: nieuwe tijd vroeg: nieuwe tijd midden: nieuwe tijd laat:

1.500 - 1.650 nC 1.650 - 1.850 nC 1.850 – heden

Algemeen

Steentijd (tot 2000 vC) De steentijd is opgedeeld in het paleolithicum, mesolithicum en neolithicum. Het paleolithicum (oude steentijd) wordt vooral gekenmerkt door de ijstijden. Na het laatpaleolithicum verbetert het klimaat. Vindplaatsen uit het late paleolithicum zijn vooral te herkennen aan concentraties vondstmateriaal (bewerkt en/of verbrand vuursteen, houtskool) met weinig en moeilijk te herkennen grondsporen zoals kuilen, paalgaten en houtskoolconcentraties die mogelijk wijzen op haardplaatsen. Vondsten uit het mesolithicum of midden steentijd, gekenmerkt door sporen en vondsten van rondtrekkende jagers en verzamelaars, bestaan voornamelijk uit bewerkt vuursteen, verbrande hazelnootdoppen en houtskoolfragmenten. Mesolithische grondsporen zijn vooral oppervlakte-haarden en haardkuilen. In een natte omgeving kunnen ook werktuigen van gewei of hout bewaard zijn gebleven. Voorbeelden hiervan zijn geweibijlen, bogen, visfuiken, etc. In het neolithicum (nieuwe steentijd) werden dieren gehouden en in het neolithicum werd eveneens akkerbouw bedreven. Grondsporen uit deze periode kunnen bestaan uit paalgaten van bijvoorbeeld boerderijen, resten van beschoeiingen, greppels, (afval)kuilen en haardplaatsen. Aardewerk komt in deze tijd voor, evenals bewerkt (vuur)steen en geslepen bijlen.

Metaaltijden (2000-12 vC) In de bronstijd en ijzertijd kwam bemesting en wisselbouw binnen de akkerbouw voor. Sporen uit de bronstijd en ijzertijd kunnen bestaan uit kuilen, paalgaten van boerderijplattegronden, bijgebouwen of spiekers, waterkuilen of -putten, erf- ofakkerafscheidingen en sporen van akkerbewerking zoals de kruiselings getrokken voren van een eergetouw. Houtskool kan duiden op de aanwezigheid van haarden voor voedselbereiding of het bakken van aardewerk. Ook kunnen er restanten gevonden worden die duiden op metaalbewerking, zoals stukken ovenwand, brons- of ijzerslakken, sintels, mallen, smeltkroezen, metaal bedoeld voor omsmelten, etc. Vondsten kunnen verder bestaan uit bijvoorbeeld metalen voorwerpen of voorwerpen van aardewerk zoals vaatwerk, maar ook slingerkogels, rammelaars, spinklosjes en weefgewichten. Romeinse tijd (12 vC-450 nC) In de romeinse tijd vormde de Rijn de noordelijke grens van het romeinse rijk. Langs deze grens, de limes, werden grensposten, nederzettingen en wegen gebouwd. In het noorden van Nederland zijn ook romeinse vondsten gedaan, maar dit zijn voornamelijk losse vondsten als romeinse munten, mantelspelden en scherven romeins aardewerk. Middeleeuwen en nieuwe tijd (450 nC-heden) Na een afname in de bevolkingsdichtheid aan het einde van de romeinse tijd en de periode erna, steeg deze weer in het begin van de middeleeuwen.

Vondsten uit de middeleeuwen en later bestaan voornamelijk uit scherven aardewerk, waaronder importaardewerk, munten en metalen voorwerpen (zoals mantelspelden, spijkers), resten van aardewerkproductie, metaalbewerking, wolbewerking etc. Belangrijke gebouwen (bijvoorbeeld kerken en borgen) werden van baksteen / kloostermoppen gebouwd.

Appendix II Nunspeet, Laan 43a - Boorbeschrijvingen 01 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Referentievlak Maaiveld (cm) Datum boring Uitvoerder

: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 182133 : 488123 : Normaal Amsterdams Peil : 699 : 25-1-2024 : De Steekproef bv

Lithologie Diepte (cm)

Omschrijving Grondsoort

Archeologische indicatoren

0 - 10 zand zwak siltig, zwak humeus, donker-bruin, 10YR2/1, O-horizont 10 - 55 zand zwak siltig, zwak grindig, zwak humeus, bruin-grijs, 10YR2/3, vergraven, Opm.: Gevlekt en zandbrokken 55 - 120 zand zwak siltig, zwak grindig, grijs, 10YR2/3, basis scherp, vergraven, Opm.: Met plastic, vlekken spoor glas en C-horizont brokken 120 - 155 zand zwak siltig, geel-grijs, 2.5Y6/4, Zand: matig grof, C-horizont, dekzand 02 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Referentievlak Maaiveld (cm) Datum boring Uitvoerder

: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 182155 : 488125 : Normaal Amsterdams Peil : 742 : 25-1-2024 : De Steekproef bv

Lithologie Diepte (cm)

Omschrijving Grondsoort

0 - 10 zand zwak siltig, zwak humeus, donker-bruin-grijs, 10YR2/1, O-horizont 10 - 50 zand zwak siltig, zwak grindig, zwak humeus, bruin-grijs, 10YR2/3, vergraven, Opm.: Gevlekt en zandbrokken 50 - 70 zand matig siltig, zwak grindig, licht-grijs, 10YR4/1, vergraven 70 - 135 zand matig siltig, zwak grindig, bruin-grijs, 10YR4/2, basis scherp, vergraven, Opm.: Gevlekt

Archeologische indicatoren spoor baksteen

135 - 150 zand zwak siltig, licht-geel-grijs, 2.5Y6/4, C-horizont, dekzand 03 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Referentievlak Maaiveld (cm) Datum boring Uitvoerder

: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 182134 : 488101 : Normaal Amsterdams Peil : 701 : 25-1-2024 : De Steekproef bv

Lithologie Diepte (cm)

Omschrijving Grondsoort

Archeologische indicatoren

0 - 10 zand zwak siltig, zwak humeus, bruin-grijs, 10YR2/3, O-horizont 1/3

Appendix II Nunspeet, Laan 43a - Boorbeschrijvingen Diepte (cm)

Omschrijving Grondsoort

Archeologische indicatoren 10 - 125 zand zwak siltig, zwak grindig, bruin-grijs, 10YR2/3, doorworteling, basis scherp, vergraven, Opm.: spoor glas Droog, zandbrokken en plastic 125 - 150 zand zwak siltig, licht-geel-grijs, 2.5Y6/4, C-horizont 04 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Referentievlak Maaiveld (cm) Datum boring Uitvoerder

: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 182148 : 488100 : Normaal Amsterdams Peil : 783 : 25-1-2024 : De Steekproef bv

Lithologie Diepte (cm) 0 - 20 20 - 80 80 - 110 110 - 135 135 - 180 180 - 200

Omschrijving Grondsoort zand matig siltig, grijs-bruin, 10YR2/3, vergraven, Opm.: Gevlekt zand matig siltig, zwak grindig, bruin, 10YR3/3, vergraven, Opm.: Zandbrokken zand matig siltig, zwak grindig, licht-grijs, 2.5Y6/4, vergraven zand matig siltig, zwak grindig, donker-bruin-grijs, 10YR2/2 zand matig siltig, donker-bruin-grijs, 10YR2/2, vergraven, Opm.: B-horizont brokken zand zwak siltig, licht-geel-grijs, 2.5Y6/4, spoor roestvlekken, C-horizont, dekzand

Archeologische indicatoren spoor baksteen spoor baksteen

05 Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Referentievlak Maaiveld (cm) Datum boring Uitvoerder

: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 182159 : 488096 : Normaal Amsterdams Peil : 709 : 25-1-2024 : De Steekproef bv

Lithologie Diepte (cm)

Omschrijving Grondsoort

0 - 8 stenen grijs 8 - 30 zand matig siltig, geel, 2.5Y7/8, Opm.: Bouwzand 30 - 65 zand matig siltig, zwak grindig, licht-grijs, 2.5Y6/1, opgebrachte grond 65 - 125 zand matig siltig, zwak grindig, bruin-grijs, 10YR2/3, vergraven, Opm.: Zandbrokken 125 - 150 zand matig siltig, licht-geel-grijs, 2.5Y6/4, C-horizont, dekzand

Archeologische indicatoren

spoor baksteen

06

Soort boring Coordinaatsysteem X-coordinaat (m) Y-coordinaat (m) Referentievlak Maaiveld (cm) Datum boring Uitvoerder

: Archeologische boring : Rijksdriehoeksmeting : 182175 : 488098 : Normaal Amsterdams Peil : 702 : 25-1-2024 : De Steekproef bv

2/3

Appendix II Nunspeet, Laan 43a - Boorbeschrijvingen Lithologie Diepte (cm)

Omschrijving Grondsoort

0 - 8 stenen grijs 8 - 35 zand matig siltig, geel, 2.5Y7/8, Opm.: Bouwzand 35 - 100 zand matig siltig, zwak grindig, bruin-grijs, 10YR2/3, vergraven 100 - 125 zand matig siltig, licht-geel-grijs, 2.5Y6/4, C-horizont, dekzand

Archeologische indicatoren

spoor glas

3/3

Appendix III Nunspeet, Laan 43a - Boorstaten

(cm)

(cm)

04 780

780

760

760

02 740

740

720

700

01

03

05

720

06 700

680

680

660

660

640

640

620

620

600

600

580

580

560

560

540

540

520

520

500

500

480

480

460

460

440

440

420

420

400

400

380

380

360

360

340

340

320

320

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand Zand, kleiïg

Zand, zwak siltig

leem Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

Zand, uiterst siltig

overige toevoegingen zwak humeus

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16367981/1