CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 7. St.t.i. Bijlage 7 - Verkennend bodem- en asbestonderzoek

Raadsvergadering 29 februari 2024, gemeente NunspeetBij agendapunt: Afgifte (ontwerp) verklaring van geen bedenkingen Vreeweg 11 in Nunspeet. (hamerstuk)23.473 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Vreeweg 13 (a t/m e) te Nunspeet Opdrachtgever: Kubiek Ruimtelijke Plannen Contactpersoon: Mevr. R. Hoekstra Datum: 15 juni 2022 Projectnummer: P21M0148

Colofon Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. Valkseweg 62 - 3771 RG Barneveld Postbus 99

- 3770 AB Barneveld

tel. 088 440 3 440 e-mail milieu@vink.nl www.vinkmilieu.nl

Titel:

Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Vreeweg 13 (a t/m e) te Nunspeet

Opdrachtgever: Kubiek Ruimtelijke Plannen

Document MAD-06.1 versie: 28-12-2020

Projectnummer: P21M0148

Auteur(s): T.van den Brink

Autorisatie: M. Hebinck

Barneveld 15 juni 2022

Barneveld 15 juni 2022

Het is toegestaan dit rapport te verveelvoudigen en/of openbaar te maken na instemming door de opdrachtgever onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat alleen vermenigvuldiging en gebruik van het gehele rapport is toegestaan. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van dit rapport.

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING ..................................................................................................................................... 1

2.

VOORONDERZOEK ..................................................................................................................... 3 2.1. Algemeen ....................................................................................................................................... 3 2.2. Actuele situatie en toekomstig gebruik .......................................................................................... 3 2.3. Voormalig bodemgebruik ............................................................................................................... 5 2.4. Voorgaande bodemonderzoeken, uitgevoerde sanering .............................................................. 7 2.5. Bodemopbouw en geohydrologie .................................................................................................. 8 2.6. Conclusie vooronderzoek en hypothese ....................................................................................... 9

3.

VERKENNEND ONDERZOEK - OPZET EN UITVOERING ....................................................... 11 3.1. Onderzoeksstrategie .................................................................................................................... 11 3.2. Veldwerkprogramma.................................................................................................................... 11 3.3. Laboratoriumonderzoek ............................................................................................................... 12

4.

VERKENNEND ONDERZOEK - INTERPRETATIE EN TOETSING .......................................... 15 4.1. Toetsingskader ............................................................................................................................ 15 4.2. Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen ............................................................................. 16 4.3. Analyseresultaten Deellocatie A (NEN 5740): Groenstrook ten oosten van bebouwing Vreeweg 13 a t/m c ............................................................................................................................................ 16 4.4. Analyseresultaten Deellocatie B (NEN 5740): Voormalig mestopslag ten zuiden van bebouwing Vreeweg 13 d, e ................................................................................................................................. 17 4.5. Analyseresultaten Deellocatie C (NEN 5707): gehele onderzoekslocatie (bovengrond) ............ 18

5.

CONCLUSIE EN ADVIES ........................................................................................................... 19 5.1. Conclusie deellocatie A (NEN 5740): Groenstrook ..................................................................... 19 5.2. Conclusie deellocatie B (NEN 5740): Voormalig mestopslag ..................................................... 19 5.3. Conclusie deellocatie C (NEN 5707): gehele onderzoekslocatie (bovengrond) ......................... 20

(KAART) BIJLAGEN: A. Toetsingstoelichting B. Analyseresultaten C. Analysecertificaten D. Profielbeschrijving E. Gegevensselectie vooronderzoek Omgevingskaart Kadastrale kaart Kaart met situering boorpunten

Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Vreeweg 13 (a t/m e) te Nunspeet Projectnummer: P21M0148 Datum: 15 juni 2022

1.

INLEIDING

Kubiek Ruimtelijke Plannen heeft ons op 04 februari 2022 opdracht gegeven tot het uitvoeren van een verkennend bodem- en asbestonderzoek aan de Vreeweg 13 (a t/m e) te Nunspeet. Voor de ligging van de onderzoekslocaties wordt verwezen naar de kaartbijlagen. Ter plaatse van Vreeweg 13 (d, e) is zowel een verkennend onderzoek als een verkennend onderzoek asbest uitgevoerd. Ter plaatse van Vreeweg 13 (a t/m c) heeft actualisatie van de bovengrond plaatsgevonden middels het bemonsteren van de bovengrond (0-50 cm-mv). Als extra parameter is asbest meengenomen. Aanleiding voor het verkennend bodem- en asbestonderzoek is de beoogde bestemmingswijziging(en). Vreeweg 13 (d, e) Het doel van het verkennend bodemonderzoek is: 

aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond of het freatisch grondwater in gehaltes boven respectievelijk de achtergrondwaarden en de streefwaarden.

Het doel van het verkennend asbestonderzoek is: 

met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking van verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem.

Vreeweg 13 (a t/m c; actualisatie bovengrond) Het doel van het verkennend bodemonderzoek is: 

aan te tonen dat op de locatie redelijkerwijs gesproken geen verontreinigende stoffen aanwezig zijn in de grond in gehaltes boven de achtergrondwaarden.

Het doel van het verkennend asbestonderzoek is: 

met een relatief geringe onderzoeksinspanning na te gaan of de verdenking van verontreiniging van de bodem met asbest terecht is en een indicatieve uitspraak te doen over het asbestgehalte in de bodem.

Het onderzoek is uitgevoerd volgens de: 

NEN 5725 [Bodem ‐ Landbodem ‐ Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017].

NEN 5740 [Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, januari 2009] en het wijzigingsblad NEN 5740/A1 van februari 2016.

NEN 5707 [Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem, augustus 2015] en het wijzigingsblad NEN 5707/C1 van augustus 2016.

1

Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Vreeweg 13 (a t/m e) te Nunspeet Projectnummer: P21M0148 Datum: 15 juni 2022

In dit rapport zal achtereenvolgens worden ingegaan op het vooronderzoek, de verrichte werkzaamheden en de resultaten van het onderzoek. Ten slotte worden conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. is een onafhankelijk adviesbureau dat beschikt over een gecertificeerd kwaliteitssysteem conform NEN-EN-ISO 9001:2015 en is gecertificeerd volgens BRLSIKB 2000 'Beoordelingsrichtlijn voor het SIKB procescertificaat veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek'. Tussen Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. en de opdrachtgever bestaat geen relatie die strijdig is met de functiescheiding zoals omschreven in de BRL SIKB 2000 (versie 6). Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden, maar blijft een steekproefsgewijze benadering. Het is voor ons daarom onmogelijk garanties ten aanzien van de verontreinigingssituatie af te geven op basis van de resultaten van het bodemonderzoek. Dit betekent dat Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. geen aansprakelijkheid accepteert ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door ons uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Voor het vooronderzoek geraadpleegde bronnen zijn niet altijd zonder fouten en/of volledig.

Voor het verkrijgen van informatie zijn wij wel afhankelijk van diverse bronnen, waardoor wij niet kunnen instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde gegevens voor het vooronderzoek. Tot slot is het onderzoek een momentopname. Beïnvloeding van de bodemkwaliteit zal ook plaats kunnen vinden na de uitvoering van dit onderzoek, bijvoorbeeld door bouwrijp maken, aanvoer van grond van elders of door de verspreiding van een verontreiniging van elders via het grondwater. De onderzoeksresultaten hebben daardoor een beperkte geldigheidsduur.

2

Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Vreeweg 13 (a t/m e) te Nunspeet Projectnummer: P21M0148 Datum: 15 juni 2022

2.

VOORONDERZOEK

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het vooronderzoek, bestaande uit de inventarisatie van actuele en historische locatiegegevens, het toekomstige gebruik en de bodemopbouw en geohydrologie. Op basis van de geïnventariseerde gegevens vindt hypothesestelling plaats ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. 2.1. Algemeen Het doel van het vooronderzoek conform de NEN 5725:2017 is inzicht krijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen op de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. Het vooronderzoek heeft zich niet specifiek gericht op aanwezigheid van onder meer niet gesprongen explosieven/ conventionele explosieven, kabels en leidingen en archeologische waarden. De gebruikte informatiebronnen betreffen: voorgaande bodemonderzoeken1,2, 3, uitgevoerde sanering4 relevante bouwvergunningen, sloopvergunningen, beschikbare milieuvergunningen, (gemeentelijk) tank- en bodeminformatiesysteem, Dienst voor het kadaster en de openbare registers Nederland, TNO grondwaterkaart van Nederland, Bodemloket, BAG viewer, Topotijdreis, Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN), huidige gebruiker onderzoekslocatie en de opdrachtgever.

Op 2 november 2021 is relevante bodeminformatie toegezonden door de gemeente Nunspeet. 2.2. Actuele situatie en toekomstig gebruik Vreeweg 13 (a t/m c) De onderzoekslocatie is gelegen ten oosten van de woningen nummers 13 a t/m 13c en heeft een oppervlakte van circa 930 m² en is kadastraal bekend gemeente Nunspeet, sectie I, nummers 3541, 4560, 4561, 4562, 4563 (ged). De locatiecoördinaten zijn X = 180080 en Y = 487351. Er zijn geen beperkingen bekend in de Landelijke Voorziening WKPB en de Basisregistratie Kadaster.

1

Verkennend en afperkend bodemonderzoek aan de Vreeweg 11 te Nunspeet, Grondvitaal BV, projectnummer 815116, d.d. 09 september 2008.

2

Aanvullend bodemonderzoek aan de Vreeweg 11 te Nunspeet, Grondvitaal BV, projectnummer 815116/A, d.d. 27 oktober 2008.

3

Verkennend bodemonderzoek Vreeweg 13 te Nunspeet, Grondvitaal BV, projectnummer 1623088, d.d. 14 juni 2016.

4

Evaluatie grondsanering aan de Vreeweg 11 te Nunspeet, Grondvitaal BV, projectnummer 815116/ev, d.d. 24 november 2008.

3

Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Vreeweg 13 (a t/m e) te Nunspeet Projectnummer: P21M0148 Datum: 15 juni 2022

Vreeweg 13 (d, e; voormalige mestopslag) De onderzoekslocatie is gelegen ten zuiden van de woningen nummers 13 d en e heeft een oppervlakte van circa 1.700 m² en is kadastraal bekend als gemeente Nunspeet, sectie I, nummers 4558 en 4564. De locatiecoördinaten zijn X = 180029 en Y = 487321. Er zijn geen beperkingen bekend in de Landelijke Voorziening WKPB en de Basisregistratie Kadaster. Op 16 maart 2022 heeft een terreinverkenning plaatsgevonden. De onderzoekslocatie gelegen ten oosten van de woningen met nummers 13 a t/m c is braakliggend en bestaat uit gras. Achter de schuurtjes van de woningen is een klinkerpad gelegen. De onderzoekslocatie gelegen ten zuiden van de woningen met nummers 13 e en d is eveneens braakliggend en bestaat uit gras (gazon). Tijdens de visuele terreininspectie zijn geen mogelijk bodembelastende omstandigheden of activiteiten waargenomen op de onderzoekslocaties. Voor een indruk van de locatie wordt verwezen naar de onderstaande foto's.

Foto 1:

Onderzoekslocatie Vreeweg 13 a t/m c, gezien in westelijke richting met de aanwezige woningen.

Foto 2:

Aanwezige klinkerpad achter de schuurtjes van de woningen Vreeweg 13 a t/m c.

Foto 3:

Huidige tuin onderzoeklocatie Vreeweg 13 d, e (locatie voormalige mestopslag), gezien in noordelijke richting.

Foto 4:

Huidige tuin Vreeweg 13 d, e gezien in oostelijke richting.

4

Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Vreeweg 13 (a t/m e) te Nunspeet Projectnummer: P21M0148 Datum: 15 juni 2022

De onderzoekslocaties bevinden zich in een omgeving met voornamelijk woningen. Rondom de onderzoekslocaties vinden voor zover bekend geen activiteiten plaats die de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem van de onderzoekslocaties mogelijk sterk beïnvloeden. Men is voornemens om de bestemming ‘Groen’ of ‘Agrarisch’, zoals aangeduid in het vigerende bestemmingsplan om te zetten naar ‘Tuin’ en ‘Wonen’. 2.3. Voormalig bodemgebruik De locatie heeft van oudsher een agrarische functie. Uit navolgende topografische kaarten blijkt dat de onderzoekslocaties tot 1985 braakliggend zijn, waarbij nooit sprake is geweest van bebouwing. Rond 1985 is de eerste bebouwing te zien op de onderzoekslocaties. Dit komt echter niet overeen met het reeds uitgevoerde dossieronderzoek door de firma Grondvitaal. Dit dossieronderzoek is uitgevoerd in het kader van het uitgevoerde verkennend en afperkend bodemonderzoek [noot1]. Hierin is vermeld dat de eerste bebouwing op de locatie dateert van 1939. In de jaren die volgen zijn vervolgens een schuur, een varkensschuur, een mestkalverenstal, een veldschuur en een kantoor gebouwd. Hierna volgen oude kaartfragmenten, waar de ontwikkeling van de onderzoekslocatie en de directe omgeving zichtbaar is.

Fragment topografische kaart 1950

Fragment topografische kaart 1960

5

Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Vreeweg 13 (a t/m e) te Nunspeet Projectnummer: P21M0148 Datum: 15 juni 2022

Fragment topografische kaart 1985. Op het naastgelegen perceel is bebouwing aanwezig.

Fragment topografische kaart 1986 met de aanwezige bebouwing.

Fragment topografische kaart 2000. Met voormalige mestopslag.

Fragment topografische kaart 2010. Er is geen bebouwing meer aanwezig op de locatie.

De bebouwing (nieuwbouw 13 a t/m e) op de onderzoekslocatie aan de wegzijde dateert volgens de BAG-viewer uit 2014. In 2017 en 2018 zijn er nog eens 2 panden bijgebouwd (Vreeweg 13 d, e). Voor de onderzoekslocaties (Vreeweg 13 a t/m e) zijn de volgende milieuvergunningen opgenomen in het gemeentelijk archief: 

In 1994 is er een vergunning verleend voor een landbouw- en loonbedrijf, grondwerk en stratenmakerij. Op de locatie wordt afgewerkte olie opgeslagen (200 liter), alsmede accu's, oliefilters, verfresten en tl-buizen. Tevens is een spoelplaats aanwezig. De afvoer van afvalstoffen vindt plaats via Dusseldorp. Op de locatie was een bovengrondse dieselolietank aanwezig (5000 liter). In1997 is de milieuvergunning van 1994 door de Raad van State vernietigd;

6

Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Vreeweg 13 (a t/m e) te Nunspeet Projectnummer: P21M0148 Datum: 15 juni 2022

In maart 1998 is een controlebezoek uitgevoerd op de locatie. De olietanks stonden niet in lekbakken. De olie-/benzineafscheider was vol met vet en vuil en diende gereinigd te worden. Op 20 maart 2002 is een dubbelwandige tank (10 m³) geplaatst (KIWA verklaring);

Uit informatie van Bodemloket (Rapport GE030200171) blijkt dat er meerdere verontreinigde locaties op de onderzoeklocatie aanwezig zijn. Op deze locatie zijn in het verleden diverse bodemonderzoeken uitgevoerd [noot 1,2,3] en heeft een sanering plaatsgevonden [noot 4]. Het rapport van Bodemloket is opgenomen in bijlage E. Voor zover bekend heeft er geen brand gewoed op de locatie. Er is zodoende een verwaarloosbare kans dat er geblust is met blusschuim. In de omgeving van de locatie zijn voor zover bekend geen industriële activiteiten aanwezig (geweest) waarbij PFAS wordt of werd gebruikt. Er zijn geen bijmengingen in de grond waargenomen die kunnen duiden op de aanwezigheid van PFAS-houdende producten (zoals stortmateriaal). De locatie is onverdacht ten aanzien van het voorkomen van PFAS. Voor zover bekend hebben op de onderzoekslocatie geen ongewone voorvallen plaatsgevonden. De directe omgeving van de onderzoekslocatie had in het verleden voornamelijk wonen/agrarische functie. In het verleden hebben in de directe omgeving van de onderzoekslocatie voor zover bekend geen bodembelastende activiteiten plaatsgevonden die een sterke invloed hebben gehad op de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie. 2.4.

Voorgaande bodemonderzoeken, uitgevoerde sanering Op de onderzoekslocatie zijn in het verleden diverse bodemonderzoek uitgevoerd die hieronder kort worden beschreven. Verkennend en afperkend bodemonderzoek Vreeweg 11 te Nunspeet, Grondvitaal, projectnummer 815116, d.d. 9 september 2008 [noot1]: Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat aan de westzijde van het perceel in de bovengrond een lichte verontreinigd met EOX, minerale olie en PAK’s is aangetroffen. Het grondwater is licht verontreinigd met cadmium, chroom, koper, nikkel en xylenen. Ook op andere delen van het perceel zijn licht tot matig verhoogde gehalten aan minerale olie aangetroffen. Er is geen asbest aangetroffen op of in de bodem. Aan de hand van het afperkend onderzoek is de conclusie getrokken dat ter plaatse van boring 13 en E4 een sterke verontreiniging met minerale olie aanwezig is. Ter plaatse van boring 01 is de bodem matig verontreinigd met minerale olie. Ter plaatse van boringen 01B, 13A, 13C, 13D, E5 en E6 was de grond tot 0,5 m. beneden maaiveld licht verontreinigd met minerale olie (zie Bijlage E).

7

Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Vreeweg 13 (a t/m e) te Nunspeet Projectnummer: P21M0148 Datum: 15 juni 2022

Aanvullend bodemonderzoek Vreeweg 11 te Nunspeet, Grondvitaal, projectnummer 815116/A, d.d.27 oktober 2008 [noot2]: Uit de onderzoekresultaten komt naar voren dat in de peilbuizen 13 en E4 voor de parameter xylenen de streefwaarde wordt overschreden. In de ondergrond van boring 5 en 9 is kobalt boven de achtergrondwaarde aangetroffen. Evaluatierapport grondsanering Vreeweg 11 te Nunspeet, Grondvitaal, projectnummer 815116/ev, d.d. 24 november 2008: De verontreinigde grond bevindt zich verspreid over drie kleine verontreinigingsspots, waarvan 2 spots sterk verontreinigd zijn en één spot matig verontreinigd is. Alle spots zijn verontreinigd met minerale olie. Spot 1 is gelegen op het noordwestelijk deel van het perceel. Spot 2 bevindt zich vrijwel in het midden van het perceel en spot 3 is gelegen op het zuidelijk gedeelte van het perceel. Tijdens de sanering is in totaal 79,6 ton verontreinigde grond afgevoerd naar de erkende verwerkingslocatie van de firma Theo Pouw te Utrecht. Na het uitkeuren van de ontgravingsspots kan geconcludeerd worden dat de aanwezige verontreiniging met minerale olie niet meer aanwezig is. De resultaten voldoen aan de terugsaneerwaarde. Verkennend bodemonderzoek Vreeweg 13 te Nunspeet, Grondvitaal, projectnummer 1623088, d.d. 14 juni 2016: Ten behoeve van woningbouw is op dit perceel een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd.

Op basis van de resultaten blijkt dat in de bovengrond koper en minerale olie licht verhoogd zijn aangetroffen. Er is geen asbest aangetroffen op of in de bodem. Bodemkwaliteitskaart Door de gemeente Nunspeet is in samenwerking met een aantal buurgemeenten een bodemkwaliteitskaart5 opgesteld, waarbij grondgebieden zijn opgedeeld in zones met een vergelijkbare bodemkwaliteit. Uit de gegevens blijkt dat de bodemfunctieklasse van de locatie landbouw/natuur betreft. Uit de ontgravingskaarten blijkt dat de kwaliteitsklasse voor zowel de bovenals ondergrond landbouw/natuur betreft. 2.5. Bodemopbouw en geohydrologie De onderzoekslocatie ligt globaal op 5 meter +NAP. Het eerste watervoerende pakket reikt tot aan het maaiveld en behoort tot de formatie van Boxtel. Deze formatie is opgebouwd uit zanden, die overwegend matig grof tot matig fijn zijn. De dikte van het eerste watervoerende pakket is circa 8 meter. De transmissiviteit van het eerste watervoerende pakket is 500 tot 2.000 m² per dag. Het freatisch grondwater bevindt zich op circa 1,50 meter +NAP. De eerste scheidende laag is de formatie van Drente, met voornamelijk grove zanden. Het watervoerend pakket reikt tot aan het maaiveld. De eerste scheidende laag heeft een dikte van circa 18 meter. Over de verticale hydraulische weerstand van deze laag zijn weinig gegevens bekend; wellicht loopt deze op tot enkele duizenden dagen.

5

Nota bodembeheer regio Noord Veluwe, 21 januari 2014.

8

Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Vreeweg 13 (a t/m e) te Nunspeet Projectnummer: P21M0148 Datum: 15 juni 2022

Algemeen kan gesteld worden, dat het grondwater van de hooggelegen gestuwde gebieden naar de as van de Gelderse Vallei stroomt en dat over een belangrijk deel van dat traject voeding door infiltrerende neerslag plaatsvindt. De algemene grondwaterstroming is westelijk gericht. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Binnen een straal van 1.000 meter bevinden zich voor zover bekend geen kwetsbare objecten met betrekking tot de grondwaterkwaliteit. 2.6. Conclusie vooronderzoek en hypothese Op basis van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie in deellocaties onderverdeeld. De aanname ten aanzien van eventuele bodemverontreiniging is in het navolgende per deellocatie omschreven. Verkennend bodemonderzoek (NEN5740) Deellocatie A: Groenstrook ten oosten van bebouwing Vreeweg 13 a t/m c Deellocatie A betreft de bodem die in 2008 al is onderzocht [noot1]. Op basis van het vooronderzoek kan worden aangenomen dat de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de bovengrond mogelijk is aangetast met zware metalen als gevolg van activiteiten die op het terrein hebben plaatsgevonden. De hypothese voor deellocatie A luidt: ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VEDHE)’. Deellocatie B: Voormalig mestopslag ten zuiden van bebouwing Vreeweg 13 d, e Deellocatie B betreft de bodem ter plaatse van de voormalige mestopslag gelegen op het perceel 4558 en 4564.

Op basis van het vooronderzoek kan worden aangenomen dat de milieuhygiënische bodemkwaliteit mogelijk is aangetast. De hypothese voor deellocatie B ‘luidt verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE)’. Tevens blijkt dat er nog geen onderzoek heeft plaats gevonden op deze locatie waar de voormalige mestopslag zich bevond. Verkennend asbestonderzoek (NEN5707) Deellocatie C: gehele onderzoekslocatie (bovengrond) Deellocatie C betreft het bodemtraject van 0 tot 0,50 m-mv van de gehele onderzoekslocatie. Uit het vooronderzoek blijkt de bodem mogelijk verontreinigd te zijn met asbest. De hypothese voor deellocatie C luidt ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’.

9

Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Vreeweg 13 (a t/m e) te Nunspeet Projectnummer: P21M0148 Datum: 15 juni 2022

10

Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Vreeweg 13 (a t/m e) te Nunspeet Projectnummer: P21M0148 Datum: 15 juni 2022

3.

VERKENNEND ONDERZOEK - OPZET EN UITVOERING

In het navolgende worden de opzet en de uitvoering van het onderzoek behandeld. Daarbij wordt ingegaan op de onderzoeksstrategie, het veldwerkprogramma en het laboratoriumonderzoek. 3.1. Onderzoeksstrategie Bij het opstellen van de onderzoeksstrategie zijn de in hoofdstuk 1 genoemde NEN normen als richtlijn gehanteerd. Op basis van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie in deellocaties onderverdeeld. De onderzoeksstrategie is in het navolgende per deellocatie omschreven. Verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) Deellocatie A: Groenstrook ten oosten van bebouwing Vreeweg 13 a t/m c Voor de bovengrond van het reeds onderzochte terreindeel luidt de hypothese ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE)’. Het onderzoek zal worden uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie als beschreven in § 5.6 van de NEN 5740:2009 en conform de NEN 5740/A1:2016. Als verdachte bodemlaag is het bodemtraject tot 0,5 m-mv aangemerkt. Het onderzoek heeft zich gericht op zware metalen in de grond. Deellocatie B: Voormalig mestopslag ten zuiden van bebouwing Vreeweg 13 d, e Voor de voormalige mestopslag gelegen op het perceel 4558 en 4564 luidt de hypothese ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE)’. Het onderzoek zal worden uitgevoerd volgens onderzoeksstrategie in § 5.6 van de NEN 5740:2009 en conform de NEN 5740/A1:2016.

Hierbij wordt de bovengrond en het grondwater als verdacht beschouwd. Het onderzoek heeft zich gericht op de parameters van het standaardpakket voor grond en grondwater. Verkennend asbestonderzoek (NEN5707) Deelonderzoek C: gehele onderzoekslocatie (bovengrond) Vanwege de voormalige bebouwing, het aantreffen van asbestverdacht materiaal op het maaiveld in 2008 door de gemeente Nunspeet en de aangetroffen puinbijmenging en puinverharding tijdens het verkennend onderzoek uit 2008 [noot1], dient de locatie als verdacht te worden beschouwd voor asbest. De hypothese voor het reeds onderzochte terrein luidt ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie als omschreven in § 6.4.5 van de NEN 5707:2015 en het wijzigingsblad NEN 5707/C1 van augustus 2016. Er heeft systematische monsterneming plaatsgevonden om de eventuele diffuse verontreiniging aan te kunnen tonen. De actuele contactzone is de bodemlaag tot 0,5 m-mv. Onderzoek heeft zich gericht op asbest in grond. 3.2. Veldwerkprogramma De boringen en de bemonstering van de bodem zijn uitgevoerd onder certificaat en in overeenstemming met de protocollen 2001, 2002 en 2018 (allen versie 6). Het veldwerk is uitgevoerd door D. Karsten van Vink Milieutechnisch Adviesbureau b.v. op 16 en 23 maart 2022.

11

Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Vreeweg 13 (a t/m e) te Nunspeet Projectnummer: P21M0148 Datum: 15 juni 2022

Bij alle boringen is de vrijgekomen grond zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, verdachte geuren en kleuren en eventuele bodemvreemde bestanddelen zoals puin, afval of asbestverdachte materialen. De waarnemingen zijn in het veld in profielbeschrijvingen vastgelegd. Peilbuizen worden bemonsterd na een minimale rusttijd van één week. Alle monsters zijn individueel verpakt in geschikte monsterverpakkingen en zijn volgens de geldende richtlijnen geconserveerd. Verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) Deellocatie A: Groenstrook ten oosten van bebouwing Vreeweg 13 a t/m c Systematisch verdeeld over deellocatie A zijn in totaal 7 boringen verricht tot 0,5 meter in de verdachte laag. Deellocatie B: Voormalig mestopslag ten zuiden van bebouwing Vreeweg 13 d, e Systematisch verdeeld over deellocatie B zijn in totaal 8 boringen verricht tot 0,5 meter in de verdachte laag. Er zijn drie boringen doorgezet tot een diepte van 2,0 m-mv die tevens verwerkt zijn tot een peilbuis voor de bemonstering van het ondiepe grondwater. Verkennend asbestonderzoek Deellocatie C: gehele onderzoekslocatie (bovengrond) Er zijn 15 inspectiegaten gegraven met een lengte, breedte en diepte van 0,3 x 0,3 x 0,5 meter in de actuele contactzone. De vrijgekomen grond is per inspectiegat voorbehandeld op locatie.

De grove fractie is (indien aanwezig) afgescheiden door uitharken en visueel onderzocht op asbestverdachte materialen. Van de fijne fractie zijn per inspectiegat een proportioneel aantal grepen genomen van circa 0,5 kilogram ten behoeve van 3 analysemonsters. De gaten zijn na afloop van het onderzoek gedicht door de uitgegraven grond terug te storten. 3.3. Laboratoriumonderzoek De monsters zijn met gekoeld monstertransport voor analyse aangeboden aan het door het RvA geaccrediteerde milieulaboratorium SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam. De asbestmonsters zijn aangeboden aan het RvA geaccrediteerde milieulaboratorium Eurofins ACMAA Testing te Deurningen. In tabel 1 wordt een overzicht gegeven van de samengestelde (meng)monsters en uitgevoerde analyses. Tabel 1: (Meng)monsters en uitgevoerde analyses

Nr.1 Omschrijving Matrix Boorpunt, diepte (cm-mv) Verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) Deellocatie A: Groenstrook ten oosten van bebouwing Vreeweg 13 a t/m c 1 Mengmonster Grond 11N: 0-50, 12N: 0-50, 13N: bovengrond 0-50, 2 Mengmonster Grond 14N: 0-50, 15N: 0-50, 16N: bovengrond 0-50, 17N: 0-50 Deellocatie B: Voormalig mestopslag ten zuiden van bebouwing Vreeweg 13 d, e 3 Mengmonster Grond 21N: 0-50, 22N: 0-50, 23N: bovengrond 0-50, 24N: 0-50 4 Mengmonster Grond 26N: 0-50, 27N: 0-50, 28N: bovengrond 0-50 5 Mengmonster Grond 24N: 100-150, 25N: 100ondergrond 150, 26N: 50-100 2 Peilbuis Grondwater 25-1: 200-300 3 Peilbuis Grondwater 26-1: 200-300

12

Analyse(s)

Standaardpakket grond3 Standaardpakket grond

Standaardpakket grond Standaardpakket grond Standaardpakket grond Zware metalen Zware metalen

Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Vreeweg 13 (a t/m e) te Nunspeet Projectnummer: P21M0148 Datum: 15 juni 2022

Nr.1 4

Omschrijving Peilbuis

Matrix Grondwater

Verkennend asbestonderzoek (NEN 5707) Deellocatie C: gehele onderzoekslocatie (bovengrond) 1 Mengmonster Grond bovengrond 2 Mengmonster Grond bovengrond 3 Mengmonster Grond bovengrond

Boorpunt, diepte (cm-mv) 24-1: 200-300

Analyse(s) Standaardpakket grondwater4

11, 16, 17 (0-50)

Asbest 2

23, 26, 27, 28 (0-50)

Asbest

21, 22, 24 (0-50), 25 (2050)

Asbest

1

Deze nummers corresponderen met de monstercodes in bijlage B. Asbest:  Chrysotiel (witte asbest), amosiet (bruine asbest), crocidoliet (blauwe asbest), anthophylliet (gele asbest), tremoliet (grijze asbest), actinoliet (groene asbest) 3 Standaardpakket grond:  Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink)  Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK 10 VROM)  Polychloorbifenylen (7 PCB)  Minerale olie  Organische stof en lutum 4 Standaardpakket grondwater:  Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink)  Vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen en naftaleen)  Gehalogeneerde koolwaterstoffen (1,1-dichloorethaan, 1,2-dichloorethaan, 1,1-dichlooretheen, cis-1,2dichlooretheen (cis), trans- 1,2-dichlooretheen, dichloormethaan, 1,1-dichloorpropaan, 1,2-dichloorpropaan, 1,3 dichloorpropaan, tetrachlooretheen (per), tetrachloormethaan (tetra), 1,1,1-trichloorethaan, 1,1,2-trichloorethaan, trichlooretheen (tri), chloroform, vinylchloride, bromoform)  Minerale olie 2

13

Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Vreeweg 13 (a t/m e) te Nunspeet Projectnummer: P21M0148 Datum: 15 juni 2022

14

Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Vreeweg 13 (a t/m e) te Nunspeet Projectnummer: P21M0148 Datum: 15 juni 2022

4.

VERKENNEND ONDERZOEK - INTERPRETATIE EN TOETSING

De resultaten van het uitgevoerde onderzoek worden in dit hoofdstuk geïnterpreteerd en getoetst aan het toetsingskader van de Wet bodembescherming. Ingegaan wordt op het genoemde toetsingskader en aansluitend de bodemopbouw, de zintuiglijke waarnemingen en de toetsing van de analyseresultaten van de grond en het grondwater. 4.1. Toetsingskader Het toetsingskader van de Wet bodembescherming (Wbb) gaat uit van achtergrond- dan wel streefen interventiewaarden voor de bodem. Bij een overschrijding van de achtergrond-/ streefwaarde is in beginsel sprake van aantoonbare verontreiniging. Bij een overschrijding van de interventiewaarde is in beginsel sprake van dreigende vermindering of ernstige vermindering van de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant of dier. De achtergrond- en interventiewaarden voor grond zijn bodemspecifiek en afhankelijk van het lutumgehalte en het organische stofgehalte. Voor de berekening van toetsingswaarden voor organische parameters is het lutumgehalte niet van toepassing. Bij een organische stofgehalte van minder dan 2,0% wordt voor de berekening van de toetsingswaarden van de organische verbindingen het minimaal te hanteren organische stofgehalte van 2,0% toegepast. Asbest Voor asbest is geen streefwaarde vastgesteld, maar een interventiewaarde (100 mg/kgds gewogen).

Deze interventiewaarde is niet gebaseerd op het Maximaal Toelaatbaar Risico (MTR) maar op het veel strenger Verwaarloosbaar Risiconiveau (VR). Bij gehalten beneden de interventiewaarde voor asbest (gewogen) is geen sprake van locatiespecifieke risico’s. Het gewogen gehalte aan asbest wordt berekend door het gehalte aan serpentijn asbest te vermeerderen met 10 maal het gehalte aan amfibool asbest. Bij materialen niet zijnde bodem is geen sprake van een interventiewaarde, maar van een restconcentratienorm (100 mg/kgds gewogen asbest). Een uitgebreidere toelichting op het toetsingskader van de Wbb wordt gegeven in bijlage A. De getoetste analyseresultaten en de analysecertificaten 6 zijn opgenomen in bijlage B en C. De resultaten worden getoetst met behulp van BoToVa, de Bodem Toets- en Validatie Service van de overheid via elektronische data uitwisseling.

6

Op de analysecertificaten staan voetnoten, die betrekking kunnen hebben op de betrouwbaarheid van de uitgevoerde analyse of duiden op een indicatief gehalte. Bij beschouwing van de voetnoten op de bijgevoegde analysecertificaten is er geen aanleiding om te verwachten dat deze van invloed zijn op de betrouwbaarheid van dit bodemonderzoek.

15

Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Vreeweg 13 (a t/m e) te Nunspeet Projectnummer: P21M0148 Datum: 15 juni 2022

4.2. Bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen De bodemprofielen van de verrichte boringen en de zintuiglijke waarnemingen staan vermeld in bijlage D ‘profielbeschrijving’. In tabel 2 is een schematische weergave van de bodemopbouw van de onderzoekslocatie opgenomen. Tabel 2: Schematische weergave van de bodemopbouw

Bodemtraject (m-mv)

Hoofdmengsel

Bijmengsel(s)

Kleur

0,0 - 0,5 0,5 - 1,5 1,5 - 3,0

Zand, matig fijn Zand, matig fijn Zand, matig fijn

Zwak siltig, zwak humeus, zwak grindig, sporen puin Matig siltig Zwak siltig

Donkerbruin Donkerbruin Lichtgrijs

De gemeten grondwaterstand(en) staan vermeld bij de analyseresultaten van het grondwater. Bodemvreemde materialen Binnen de gehele onderzoekslocatie zijn sporen puin waargenomen. Op basis van het vooronderzoek was de verwachting dat puin aangetroffen kon worden in de bodem. De aanwezigheid van puin werd al verwacht en heeft niet geresulteerd tot aanpassing van de onderzoeksstrategie. 4.3. Analyseresultaten Deellocatie A (NEN 5740): Groenstrook ten oosten van bebouwing Vreeweg 13 a t/m c De analyseresultaten en toetsing van de grond zijn opgenomen in tabel 3. Tabel 3: Analyseresultaten en toetsing grond (mg/kgds)

Monsternr.1

1

2

Zware metalen Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink

-

-

Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK) PAK (10 VROM)

-

-

Polychloorbifenylen Som PCB (7) (µg/kgds)

-

-

Minerale olie Totaal olie C10-C40 1 11N: 0-50, 12N: 0-50, 13N: 0-50 2 14N: 0-50, 15N: 0-50, 16N: 0-50, 17N: 0-50

Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond met een bijmenging aan sporen puin geen van de onderzochte parameters is aangetroffen in een gehalte boven de achtergrondwaarde.

16

Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Vreeweg 13 (a t/m e) te Nunspeet Projectnummer: P21M0148 Datum: 15 juni 2022

4.4. Analyseresultaten Deellocatie B (NEN 5740): Voormalig mestopslag ten zuiden van bebouwing Vreeweg 13 d, e De analyseresultaten en toetsing van de grond en grondwater van deellocatie B zijn opgenomen in tabel 4. Tabel 4: Analyseresultaten en toetsing grond en grondwater

Monsternr.1 eenheid

3 mg/kgds

4 mg/kgds

5 mg/kgds

Grondwaterstand (m-mv) Zuurgraad (-) Geleidbaarheid (µS/cm) Zware metalen Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Lood Molybdeen Nikkel Zink

2 µg/l

3 µg/l

4 µg/l

1,45 6,05 457

1,41 6,77 435

1,39 6,12 325

-

-

-

69 * -

140 * -

200 * -

-

-

-

-

-

-

Polychloorbifenylen Som PCB (7) (µg/kgds)

-

-

-

-

Minerale olie Totaal olie C10-C40

-

-

-

-

Vluchtige aromaten Benzeen Tolueen Ethylbenzeen Xylenen Styreen Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK) Naftaleen PAK (10 VROM) Interventiefactor PAK (10 VROM) Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen Cis 1,2-dichlooretheen (cis) Trans 1,2-dichlooretheen Som 1,2-dichloorethenen Dichloormethaan 1,1-dichloorpropaan 1,2-dichloorpropaan 1,3-dichloorpropaan Som dichloorpropanen Tetrachlooretheen (per) Tetrachloormethaan (tetra) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan Trichlooretheen (tri) Chloroform Vinylchloride Bromoform

17

Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Vreeweg 13 (a t/m e) te Nunspeet Projectnummer: P21M0148 Datum: 15 juni 2022

Monsternr.1 3 4 5 2 3 4 eenheid mg/kgds mg/kgds mg/kgds µg/l µg/l µg/l 3 21N: 0-50, 22N: 0-50, 23N: 0-50, 24N: 0-50 4 26N: 0-50, 27N: 0-50, 28N: 0-50 5 24N: 100-150, 25N: 100-150, 26N: 50-100 2 25-1: 200-300 3 26-1: 200-300 4 24-1: 200-300 1 : Deze nummers corresponderen met de monstercodes in bijlage B. - : geen overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde * : overschrijding van de achtergrond-/streefwaarde, maar niet van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde ** : overschrijding van het gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde, maar niet van de interventiewaarde *** : overschrijding van de interventiewaarde

Uit de analyseresultaten blijkt dat in zowel de boven- als ondergrond geen van de onderzochte parameters is aangetroffen in een gehalte boven de achtergrondwaarde. In het grondwater is bij alle peilbuizen een licht verhoogd gehalte aan barium gemeten. Ten aanzien van deze lichte verhoging met barium in het grondwater wordt verwacht dat deze van nature in het grondwater aanwezig is. De resultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader onderzoek. Geen van de overige geanalyseerde parameters is aangetroffen in een gehalte boven de streefwaarde. 4.5. Analyseresultaten Deellocatie C (NEN 5707): gehele onderzoekslocatie (bovengrond) Er zijn tijdens de locatie inspectie en tijdens de uitvoering van het veldwerk op het geïnspecteerde maaiveld geen asbestverdachte materialen waargenomen. In de gegraven inspectiegaten zijn geen asbestverdachte materialen (grove fractie) aangetroffen. Tabel 5: Analyseresultaten asbest (mg/kgds);

Monster

Aangeleverd (kg) Gemeten asbestconcentratie Gewogen asbestconcentratie Ondergrens (95% betr. interv.) Bovengrens (95% betr. interv.) Gemeten serpentijngehalte Gemeten amfiboolgehalte Berekende bepalingsgrens Niet hechtgebonden asbest (-)

Inspectiegaten 21,22,24(0-50) 25 (20-50)

Inspectiegaten 23,26,27,28 (0-50)

Inspectiegaten 11,16,17 (0-50)

12,6 1,5 1,5 1,5 1,9 1,5 n.a <4 -

12,9 3,0 3,0 2,4 3,6 3,0 n.a <4 -

11,5 <0,7 n.a 1,3 n.a n.a <4 -

Uit tabel 5 blijkt dat in de fijne fractie van de inspectiegaten asbest is aangetroffen. De aangetroffen gehalten bevinden zich ruimschoots onder de grens van 50 mg/kg d.s. waarbij aanvullend onderzoek noodzakelijk is.

18

Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Vreeweg 13 (a t/m e) te Nunspeet Projectnummer: P21M0148 Datum: 15 juni 2022

5.

CONCLUSIE EN ADVIES

In opdracht van Kubiek Ruimtelijke Plannen is een verkennend bodem- en verkennend asbestonderzoek aan de Vreeweg 13 te Nunspeet uitgevoerd. Op basis van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie in deellocaties onderverdeeld. Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek is de beoogde bestemmingswijziging(en). 5.1. Conclusie deellocatie A (NEN 5740): Groenstrook Op basis van het vooronderzoek is aangenomen dat de bodem ter plaatse van het onderzochte terrein mogelijk diffuus verontreinigd is met zware metalen met een heterogeen karakter op schaal van monsterneming en daarom de hypothese ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’ geldt. Uit de resultaten van het verkennend onderzoek blijkt het volgende: 

Zintuiglijk is in de bovengrond een bodemvreemde bijmenging aangetroffen in de vorm van sporen puin;

In de bovengrond zijn geen parameters aangetroffen boven de achtergrondwaarde.

Geconcludeerd wordt dat de hypothese ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’ kan worden verworpen. 5.2. Conclusie deellocatie B (NEN 5740): Voormalig mestopslag Op basis van het vooronderzoek is aangenomen dat de bodem mogelijk diffuus verontreinigd is met een heterogeen karakter op schaal van monsterneming en daarom de hypothese ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’ geldt. Uit de resultaten van het verkennend onderzoek blijkt het volgende: 

Zintuiglijk is in de bovengrond een bodemvreemde bijmenging aangetroffen in de vorm van sporen puin;

In zowel de boven- als ondergrond zijn geen parameters aangetroffen boven de achtergrondwaarde;

in het grondwater is een licht verhoogd gehalte aan barium aangetroffen. Dit licht verhoogde gehalte aan barium geeft geen aanleiding tot nader bodemonderzoek.

Geconcludeerd wordt dat de hypothese ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’ kan worden verworpen. De lichte verhoging aan barium komt mogelijk van nature voor in het grondwater en is niet verontrustend.

19

Verkennend bodem- en asbestonderzoek; Vreeweg 13 (a t/m e) te Nunspeet Projectnummer: P21M0148 Datum: 15 juni 2022

5.3. Conclusie deellocatie C (NEN 5707): gehele onderzoekslocatie (bovengrond) Op basis van het vooronderzoek is aangenomen dat de bodem mogelijk diffuus verontreinigd is met asbest met een heterogeen karakter op schaal van monsterneming en daarom de hypothese ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’ geldt. Uit de resultaten van het verkennend onderzoek blijkt het volgende: 

In alle inspectiegaten zijn sporen baksteen waargenomen;

In de inspectiegaten 21, 22, 24 en 25 ter plaatse van ‘deellocatie A’ is een gewogen asbestconcentratie van 1,5 mg/kg ds aangetoond;

In de inspectiegaten 23, 26, 27, 28 ter plaatse van ‘deellocatie B’ is een gewogen asbestconcentratie van 3,0 aangetoond.

Geconcludeerd wordt dat de hypothese ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld’ aangenomen kan worden. De hoeveelheid aangetroffen asbest leidt echter niet tot nader onderzoek. Het gehalte bevind zich ruimschoots onder de grens voor nader onderzoek (50 mg/kg ds.). De geconstateerde milieuhygiënische bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie kan voldoen als referentieniveau met het oog op de toekomstige activiteiten. De milieuhygiënische bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde bestemmingsplanwijziging(en). De milieuhygiënische bodemkwaliteit speelt een rol bij grondverzet. Voor de grond geldt dat dit mag worden hergebruikt op het perceel. Indien de grond verplaatst wordt naar een locatie elders, moet dit worden gemeld bij het Meldpunt bodemkwaliteit (https://meldpuntbodemkwaliteit.agentschapnl.nl) en gelden samenstellingseisen met betrekking tot verschillende mogelijkheden voor hergebruik conform het Besluit bodemkwaliteit en de regionale Nota Bodembeheer. Wanneer verplaatsing van de grond niet mogelijk is, wordt aanbevolen de grond af te voeren naar een grondbank of een erkend verwerker (eventueel) op basis van een indicatieve kwaliteitsbepaling van de grond.

20

BIJLAGE A Toetsingstoelichting

TOETSINGSTOELICHTING In deze bijlage wordt een toelichting gegeven op de toetsingswaarden die binnen het Nederlands bodembeleid worden gebruikt om de milieuhygiënische bodemkwaliteit te beoordelen. Om de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem te kunnen interpreteren zijn toetsingswaarden opgenomen in de Wet bodembescherming (Wbb) dan wel hieronder vallende Besluiten en Amvb's. Bodem omvat zowel vaste bodem (grond) als grondwater en waterbodem (slib). Bodemonderzoek kan zich richten op één of meerdere van deze compartimenten. De toetsingswaarden voor de vaste bodem, het grondwater en waterbodem zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering van 1 juli 2013 (Stcrt. 2013, nr. 16675) en de Regeling bodemkwaliteit van 13 december 2007, nr. DJZ2007124397 en de hierop volgende wijzigingen van de Regeling. Er wordt onderscheid gemaakt in landelijke achtergrondwaarden (AW2000-project) voor grond en waterbodem en streefwaarden voor grondwater en in interventiewaarden voor verontreinigende stoffen in grond en grondwater. Daarnaast wordt bij de interpretatie van analyseresultaten gebruik gemaakt van de tussenwaarde of het criterium voor nader onderzoek, die wordt berekend als het gemiddelde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde voor grond en de streef- en interventiewaarde in geval van grondwater.

Ten slotte zijn voor enkele stoffen zogenaamde indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging vastgelegd. Voor de achtergrondwaarden en de interventiewaarden voor de vaste bodem en waterbodem geldt een bodemtypecorrectie. Streefwaarde De streefwaarde is wettelijk vastgelegd als het gehalte waarboven wel en waaronder geen sprake is van grondwaterverontreiniging. Achtergrondwaarde (AW 2000) De achtergrondwaarde komt overeen met de achtergrondconcentraties van verschillende stoffen in de Nederlandse bodem. Een achtergrondwaarde kan worden beschouwd als een indicatief concentratieniveau, waarboven wel en waaronder geen sprake is van een aantoonbare verontreiniging in grond. Gemiddelde van de achtergrond-/streef- en interventiewaarde Het gemiddelde van achtergrond- en interventiewaarde wordt gebruikt als hulpmiddel om te bepalen of de aangetroffen gehalten aanleiding geven tot vervolgonderzoek. Interventiewaarde De interventiewaarde is wettelijk vastgelegd als het gehalte waarbij sprake kan zijn van ernstige verontreiniging, waardoor de bodem niet, of mogelijk niet meer, geschikt is voor elke vorm van bodemgebruik. De interventiewaarden zijn onderbouwd met gegevens over gezondheidsrisico's voor mens, plant en dier. Hierbij is uitgegaan van het Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau (MTR): het gehalte waarboven ontoelaatbare effecten voor mens, plant of dier kunnen gaan optreden.

Om van een geval van ernstige verontreiniging te spreken dient het gemiddelde aangetroffen gehalte in

minimaal 25 m³ vaste bodem of in het grondwater van ten minste 100 m³ bodemvolume hoger te zijn dan de interventiewaarde. Indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging Voor enkele verontreinigende stoffen zijn gegevens over gezondheidsrisico's voor mens, plant en/of dier voorhanden, maar niet genoeg om een interventiewaarde vast te stellen, of ontbreken gestandaardiseerde analysemethoden. Voor deze stoffen zijn indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging vastgesteld. Deze indicatieve niveaus hebben een grotere mate van onzekerheid dan de interventiewaarde. Overschrijding ervan leidt niet zonder meer tot het vaststellen van een geval van ernstige bodemverontreiniging, omdat niet altijd met zekerheid vastgesteld kan worden dat er sprake is van mogelijk risico voor mens, plant en/of dier. Asbest Voor asbest is geen streefwaarde vastgesteld. Sinds 1 januari 2003 geldt een interventiewaarde van 100 mg/kgds voor asbest gewogen voor de vaste bodem en waterbodem. Deze interventiewaarde is niet gebaseerd op het Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau (MTR) maar op het veel strengere Verwaarloosbaar Risiconiveau (VR), gezien de bijzondere eigenschappen van asbest.

Bij gehalten beneden de interventiewaarde voor asbest (gewogen) is geen sprake van locatiespecifieke risico’s (Beoordeling van de risico’s van bodemverontreiniging met asbest, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, RIVM rapport 711701034/2003, Bilthoven, 2003). Het gewogen gehalte aan asbest wordt berekend door het gehalte aan serpentijn asbest te vermeerderen met 10 maal het gehalte aan amfibool asbest. Chrysotiel (wit asbest) is een serpentijn asbest. Amosiet (bruin asbest), crocidoliet (blauw asbest), anthophylliet (geel asbest), tremoliet (grijs asbest) en actinoliet (groen asbest) behoren tot de groep van amfibool asbest. Amfibool asbest vormt een groter risico voor de gezondheid omdat de asbestvezels van deze soort asbest gemakkelijk in de lengte splijten, waarbij steeds dunnere vezels ontstaan. Om van een geval van ernstige verontreiniging te spreken is het eerder genoemde volume-criterium niet van toepassing. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest indien de gemiddelde concentratie binnen een ruimtelijke eenheid (RE) hoger is dan de interventiewaarde van 100 mg/kgds gewogen.

BIJLAGE B Analyseresultaten

Projectnaam Projectcode

P21M0148 P21M0148

Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtypebt)

11 1

22 2 or

br

33 3 or

br

or

br

monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)

Ja 91.7 <1 Geen

---

-----

Ja 91.3 <1 Geen

---

-----

Ja 88.7 <1 Geen

---

-----

organische stof (gloeiverlies)(% vd DS)

1.6

--

--

1.2

--

--

2.0

--

--

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) <2

--

--

<2

--

--

2.2

--

--

<20 <0.2 <1.5 <5 <0.05 <10 <0.5 <3 22

54.2 0.241 3.69 7.24 0.0503 11 0.35 6.12 52.2

<20 <0.2 <1.5 6.6 <0.05 13 <0.5 3.2 28

52.9 0.24 3.61 13.6 0.0501 20.4 0.35 9.18 65.8

<0.01 0.12 0.03 0.26 0.13 0.12 0.07 0.12 0.09 0.09

-----------

1.037

1.04

METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink

<20 <0.2 <1.5 <5 <0.05 11 <0.5 <3 28

54.2 0.241 3.69 7.24 0.0503 17.3 0.35 6.12 66.4

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen <0.01 --<0.01 fenantreen 0.02 --0.02 antraceen <0.01 --0.01 fluoranteen 0.08 --0.09 benzo(a)antraceen 0.04 --0.05 chryseen 0.04 --0.05 benzo(k)fluoranteen 0.03 --0.03 benzo(a)pyreen 0.04 --0.05 benzo(ghi)peryleen 0.05 --0.05 indeno(1,2,3-cd)pyreen 0.04 --0.04 pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 0.354 0.354 0.397

-----------

-----------

0.397

-----------

POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) <1 PCB 52(µg/kgds) <1 PCB 101(µg/kgds) <1 PCB 118(µg/kgds) <1 PCB 138(µg/kgds) <1 PCB 153(µg/kgds) <1 PCB 180(µg/kgds) <1 som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) 4.9

--------

--------

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1

--------

--------

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1

--------

--------

24.5

a

4.9

24.5

a

4.9

24.5

a

MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40

----100

-----

<5 <5 14 13 30

----150

-----

<5 <5 8 6 <20

----70

-----

<5 <5 12 9 20

Monstercode en monstertraject 1 13642574-001 1 1, 12N: 0-50, 13N: 0-50, 11N: 0-50 2 13642574-002 2 2, 14N: 0-50, 15N: 0-50, 16N: 0-50, 17N: 0-50 3 13642574-003 3 3, 21N: 0-50, 22N: 0-50, 23N: 0-50, 24N: 0-50 De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit,

Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en * interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de ** interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012).

+ De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging en geen sprake is van thermisch gereinigde grond en baggerspecie. ° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd. or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat bt)

De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing zijn de grond (as3000) monsters ingedeeld in de volgende bodemtypen: (als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) 1: lutum 2% humus 1.6% 2: lutum 2% humus 1.2% 3: lutum 2.2% humus 2%

Projectnaam Projectcode

P21M0148 P21M0148

Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtypebt)

41 4

52 5 or

br

63 6 or

br

or

br

monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)

Ja 88.2 <1 Geen

---

-----

Ja 87.1 <1 Geen

---

-----

Ja 88.3 <1 Geen

---

-----

organische stof (gloeiverlies)(% vd DS)

2.0

--

--

2.8

--

--

3.2

--

--

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) 2.6

--

--

<2

--

--

<2

--

--

<20 <0.2 <1.5 5.5 <0.05 15 <0.5 <3 28

54.2 0.232 3.69 11.1 0.05 23.3 0.35 6.12 65.1

23 <0.2 <1.5 8.2 0.05 41 <0.5 <3 41

89.1 0.228 3.69 16.3 0.0711 63.1 0.35 6.12 94.4

<0.01 0.09 0.02 0.25 0.15 0.14 0.11 0.16 0.15 0.15

-----------

1.227

1.23

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1

--------

4.9

15.3

<5 <5 8 8 <20

----43.8

METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink

<20 <0.2 <1.5 6.0 0.05 13 <0.5 3.3 27

50.5 0.239 3.46 12.2 0.0711 20.2 0.35 9.17 62.2

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen <0.01 --<0.01 fenantreen 0.03 --0.07 antraceen <0.01 --0.02 fluoranteen 0.11 --0.17 benzo(a)antraceen 0.06 --0.10 chryseen 0.06 --0.10 benzo(k)fluoranteen 0.04 --0.10 benzo(a)pyreen 0.07 --0.17 benzo(ghi)peryleen 0.06 --0.20 indeno(1,2,3-cd)pyreen 0.06 --0.17 pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 0.504 0.504 1.107

----------1.11

POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) <1 PCB 52(µg/kgds) <1 PCB 101(µg/kgds) <1 PCB 118(µg/kgds) <1 PCB 138(µg/kgds) <1 PCB 153(µg/kgds) <1 PCB 180(µg/kgds) <1 som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) 4.9

--------

--------

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1

--------

24.5

a

4.9

17.5

MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40

----70

-----

<5 <5 11 7 <20

----50

<5 <5 10 10 <20

-----------

--------

-----

*

-----------

--------

-----

Monstercode en monstertraject 1 13642574-004 4 4, 26N: 0-50, 27N: 0-50, 28N: 0-50 2 13642574-005 5 5, 26N: 50-100, 24N: 100-150, 25N: 100-150 3 13642574-006 6 6, 01N: 0-50, 02N: 20-70, 03N: 0-50, 04N: 0-50 De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit,

Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en * interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de ** interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012).

+ De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging en geen sprake is van thermisch gereinigde grond en baggerspecie. ° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd. or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat bt)

De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing zijn de grond (as3000) monsters ingedeeld in de volgende bodemtypen: (als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) 4: lutum 2.6% humus 2% 5: lutum 2% humus 2.8% 6: lutum 2% humus 3.2%

Projectnaam Projectcode

P21M0148 P21M0148

Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) Monstercode Bodemtypebt)

71 7 or

br

monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)

Ja 85.1 <1 Geen

---

-----

organische stof (gloeiverlies)(% vd DS)

<0.5

--

--

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) <2

--

--

METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink

<20 <0.2 <1.5 <5 <0.05 <10 <0.5 <3 <20

54.2 0.241 3.69 7.24 0.0503 11 0.35 6.12 33.2

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen <0.01 --fenantreen <0.01 --antraceen <0.01 --fluoranteen <0.01 --benzo(a)antraceen <0.01 --chryseen <0.01 --benzo(k)fluoranteen <0.01 --benzo(a)pyreen <0.01 --benzo(ghi)peryleen <0.01 --indeno(1,2,3-cd)pyreen <0.01 --pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 0.07 0.07 POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) <1 PCB 52(µg/kgds) <1 PCB 101(µg/kgds) <1 PCB 118(µg/kgds) <1 PCB 138(µg/kgds) <1 PCB 153(µg/kgds) <1 PCB 180(µg/kgds) <1 som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) 4.9

--------

--------

24.5

a

MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40

----70

-----

<5 <5 <5 <5 <20

Monstercode en monstertraject 1 13642574-007 7 7, 01N: 100-150, 01N: 150-200, 02N: 100-150, 02N: 150-200 De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van

een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en * interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de ** interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn. b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). + De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging en geen sprake is van thermisch gereinigde grond en baggerspecie.

° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd. or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat bt)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13824115/1