AP 7. St.t.i. Bijlage 3 - Quickscan flora en fauna
Tekst van het document
Quickscan In het kader van de Wet natuurbescherming en de Omgevingsverordening Gelderland Plangebied: Vreeweg 11, Nunspeet Opsteller(s): G.S. Posthuma
Quickscan In het kader van de Wet natuurbescherming en de Omgevingsverordening Gelderland Colofon Plangebied
Vreeweg 11, Nunspeet – CONCEPT –
Opsteller(s)
G.S. Posthuma
Datum
05-11-2021
Versienummer
01
Rapportkenmerk
ER20211102v01
Aantal pagina’s
32
Opdrachtgever
Kubiek Ruimtelijke Plannen
Contactpersoon
R. Hoekstra
Kwaliteitscontrole
K. van Veen
Wijze van citeren
Posthuma, G.S., 2021. Quickscan. In het kader van de Wet natuurbescherming en Omgevingsverordening Gelderland. Plangebied: Vreeweg 11, Nunspeet. Kenmerk: ER20211102v01. Ecoresult B.V., Dordrecht
Ecoresult B.V. Van Ravesteyn-erf 156 3315 DK Dordrecht 078 75 184 12 info@ecoresult.nl www.ecoresult.nl
© copyright Ecoresult B.V. 2021
2
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Ecoresult B.V. kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.
Inhoudsopgave 1
2
3
4
5
6
7
Inleiding
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Doel
5
1.3
Onderzoeksmethodiek
5
1.4
Leeswijzer
6
Toelichting onderzoekskader
7
2.1
Wet natuurbescherming
7
2.1.1
Bescherming van gebieden
7
2.1.2
Bescherming van soorten
8
2.1.3
Bescherming van houtopstanden
9
2.2
Omgevingsverordening Gelderland
10
Omschrijving plangebied
11
3.1
Algemeen
11
3.2
Beschrijving
11
3.3
Geplande ingrepen
12
3.3.1
Omschrijving werkzaamheden
12
3.3.2
Werkplanning, werktijden en realisatieperiode
12
3.3.3
Methode uitvoering: materieel en werkwijze
12
3.3.4
(Ontwerp)tekening
12
Onderzoeksresultaten beschermde gebieden
13
4.1
Wet natuurbescherming
13
4.1.1
Natura 2000
13
4.2
Omgevingsverordening Gelderland
14
4.2.1
Gelders Natuurnetwerk
14
Beschermde houtopstanden
16
5.1
Wet natuurbescherming
16
5.2
Omgevingsverordening
16
Onderzoeksresultaten beschermde soorten
17
6.1
Soorten Vogelrichtlijn
17
6.1.1
Bronnenonderzoek
17
6.1.2
Verkennend veldonderzoek
17
6.1.3
Effectbeoordeling en toetsing
19
6.2
Soorten Habitatrichtlijn
21
6.2.1
Bronnenonderzoek
21
6.2.2
Verkennend veldonderzoek
21
6.2.3
Effectbeoordeling en toetsing
23
6.3
Nationaal beschermde soorten
24
6.3.1
Bronnenonderzoek
24
6.3.2
Verkennend veldonderzoek
25
6.3.3
Effectbeoordeling en toetsing
26
6.4
Invasieve exoten
26
Conclusies en aanbevelingen
27
3
8
7.1
Algemeen
27
7.2
Beschermde gebieden
27
7.3
Beschermde soorten
28
7.4
Aanbevelingen
29
Geraadpleegde bronnen
30
8.1
Literatuur
30
8.2
Internet
30
Ecoresult B.V. Oktober 2021
4
1
Inleiding
1.1
Aanleiding In opdracht van Kubiek Ruimtelijke Plannen. heeft Ecoresult B.V. een quickscan uitgevoerd voor het plangebied genaamd: Vreeweg 11, Nunspeet. De aanleiding voor dit verzoek zijn de voorgenomen sloop/bouwwerkzaamheden binnen het plangebied (zie verder hoofdstuk 3.3). Deze voorgenomen ontwikkelingen kunnen schadelijke effecten hebben op beschermde soorten en natuurgebieden. Wet- en regelgeving voor flora, fauna en natuurgebieden kan hierdoor worden overtreden. Deze quickscan zoomt in op de (mogelijke) effecten door de activiteiten en op welke wijze gehandeld kan worden. Mochten de voorgenomen ontwikkelingen wijzigen dient voorliggend ecologisch onderzoek te worden geactualiseerd. De resultaten in voorliggende quickscan zijn drie jaar geldig.
1.2
Doel Door middel van een oriënterend bronnen- en veldonderzoek zal worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot: •
Overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige soorten flora en fauna. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb).
•
Een (significant) negatief effect op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb).
•
Overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige houtopstanden. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb).
•
Een (significant) negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Of negatief effect op anderzijds beschermde natuurgebieden op provinciaal niveau (o.a. bijzondere provinciale natuurgebieden, bijzondere provinciale landschappen, belangrijke weidevogelgebieden en strategische reservering natuur). In het kader van de Omgevingsverordening Gelderland.
1.3
Onderzoeksmethodiek De quickscan komt tot stand door middel van een verkennend veldonderzoek en bureaustudie. •
Het verkennend veldonderzoek is uitgevoerd op 19-10-2021 door G.S. Posthuma en K. de Vries, ecologisch deskundigen1 bij Ecoresult B.V. Het complete plangebied alsmede een zone rondom het plangebied is – daar waar nodig met hulp van een verrekijker en een zaklamp– onderzocht.
•
Ten behoeve van de bureaustudie is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd om een indruk te krijgen van de aanwezigheid van beschermde soorten rondom het plangebied tot een afstand van 5 kilometer tot het plangebied. De tabellen in hoofdstuk 6 zijn gebaseerd op waarnemingen uit de NDFF-database van de afgelopen 5 jaar in het weergeven grid (zie Figuur 1). Op basis van het bronnenonderzoek en de aanwezige habitats was een goede inschatting van de potenties en aan- of afwezigheid van de beschermde soorten te maken.
Voor een definitie van ecologisch deskundige wordt verwezen naar: https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarischondernemen/beschermde-planten-dieren-en-natuur/ruimtelijke-ingrepen/ontheffing-vrijstelling/ecologischdeskundige 1
Ecoresult B.V. Oktober 2021
5
•
Voor het onderzoek naar beschermde natuurgebieden en houtopstanden is gebruik gemaakt van de online viewers die de provincie ter beschikking heeft gesteld. Hierdoor zal in deze quickscan altijd een actueel beeld worden weergegeven van gebiedsgrenzen, doelstelling etc.
Figuur 1: Grid waarbinnen NDFF-waarnemingen zijn gezocht. De rode cirkel geeft het plangebied weer. Bron: NDFF.
1.4
Leeswijzer In deze rapportage wordt allereerst het kader beschreven waaraan getoetst wordt. Vervolgens wordt
het
plangebied
en de
geplande
activiteiten beschreven. Hierna worden per
beschermingsregime de voor het plangebied relevante beschermde gebieden en beschermde soorten en houtopstanden beschreven en beoordeeld. In de conclusie worden de resultaten van dit oriënterend onderzoek samengevat en wordt (indien van toepassing) geadviseerd welk nader onderzoek noodzakelijk is. Afgesloten wordt met een bronvermelding en een fotobijlage van het oriënterend veldbezoek.
Ecoresult B.V. Oktober 2021
6
2
Toelichting onderzoekskader
2.1
Wet natuurbescherming De Wet Natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van beschermde natuurgebieden (Natura 2000) en regelt de soortbescherming. De provincies zijn voor de Wet Natuurbescherming het bevoegd gezag en regelt tevens de vergunning en ontheffingen. De bescherming van de Wet Natuurbescherming is grofweg op te delen in 3 categorieën.
2.1.1
Bescherming van gebieden De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op de Natura 2000gebieden. De verschillende Natura 2000 gebieden zijn deels aangewezen voor specifieke Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en/of habitattypen. Invloeden (ook van buiten het Natura 2000 gebied) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen. Daarnaast mag de oppervlakte van het Natura 2000 gebied niet worden aangetast.
2.1.1.1
Toetsing stikstofemissies Natura 2000 Sinds 1 juli 2021 geldt een partiële vrijstelling van de Natura 2000-vergunningplicht voor de gevolgen van stikstofdepositie door een bij AMvB aan te wijzen activiteiten van de bouwsector. De vrijstelling geldt alleen voor tijdelijke stikstofemissies die tijdens de bouw- en aanlegfase veroorzaakt worden. De vrijstelling geldt niet voor structurele stikstofemissies als gevolg van een (veranderende) gebruiksfase of voor het delven van grondstoffen en de productie van bouwmaterialen. De vrijstelling omvat grofweg alle werkzaamheden die te maken hebben met sloopwerkzaamheden, werkzaamheden in het kader van bouwrijp maken, nieuwbouwwerkzaamheden en bijbehorende activiteiten en verkeersbewegingen. Tevens omvat de partiële vrijstelling onder andere ook werkzaamheden
zoals
baggerwerkzaamheden,
aanleg
van
energievoorzieningen
(zoals
zonneparken) en de aanleg- en vervanging van wegen. Stikstofemissies als gevolg van de gebruiksfase zoals bewoning, gebruik van een utiliteitsgebouw of verkeer aantrekkende werking dienen wel getoetst te worden aan de Natura 2000 instandhoudingsdoelstellingen, al dan niet door middel van een AERIUS-berekening. De partiële vrijstelling komt mede tot stand door de verwachte emissiebeperkingen die gerealiseerd worden door bestaand beleid. De emissiebeperkingen komen mede tot stand door veranderingen in de werkwijzen en door verplichtingen als gevolg van nieuwe maatregelen. Deze maatregelen omvatten onder andere:
•
Het treffen van adequate maatregelen in de bouwregelgeving tot het beperken van emissies,
• •
Het inzetten op emissiearme aanbestedingen door rijksdiensten, Het stimuleren van de aanschaf van emissievrij materiaal en van ombouw naar emissievrij of emissiearm materieel,
•
Het bevorderen van kennisontwikkeling en innovatie voor meer emissiearme bouw.
Initiatiefnemers zijn als gevolg van de partiële vrijstelling verplicht om stikstofemissies te beperken bij de werkzaamheden. De genoemde verplichting gaat gelden voor werkzaamheden die op grond van het Besluit bouwwerken leefomgeving reeds vergunning- of meldingsplichtig zijn. In dit geval dient het bevoegd gezag voor de start van de werkzaamheden door de initiatiefnemer
Ecoresult B.V. Oktober 2021
7
geïnformeerd te worden over de concrete invulling van deze verplichting. Men kan hierbij denken aan:
2.1.2
•
Emissievrij/emissiearme mobiele werktuigen,
•
Meer gebruik van prefab bouwmateriaal (zoals off-site productie),
•
Emissievrij materiaal,
•
Emissiearme bouwconcepten en bouwlogistiek,
•
Efficiëntere bouwprocessen en bouwlogistiek.
Bescherming van soorten De
Wnb
onderscheidt
drie
verschillende
beschermingsregimes,
met
elk
hun
eigen
verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de Nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”). Voor de soorten binnen dit beschermingsregime geldt een onderzoeksplicht, en bij negatieve effecten een ontheffingsplicht. De provincies kunnen aangeven of zij soorten uit deze lijst willen vrijstellen van ontheffingsplicht. Naar deze soorten is nader onderzoek of een ontheffing niet nodig, wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs van men verwacht kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen2.
2
Ministerie van Economische zaken (2016) Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen
Ecoresult B.V. Oktober 2021
8
Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb
Beschermingsregime Beschermingsregime Nationaal beschermde soorten Habitatrichtlijn § soorten (andere soorten) 3.2 Wnb § 3.3 Wnb
Art 3.1 lid 1 Art 3.5 lid 1 Het is verboden in het wild Het is verboden soorten in levende vogels opzettelijk hun natuurlijke te doden of te vangen. verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.
Art 3.1 lid 2 Art 3.5 lid 4 Het is verboden opzettelijk Het is verboden de nesten, rustplaatsen en voortplantingsplaatsen of eieren van vogels te rustplaatsen van dieren te vernielen of te beschadigen of te beschadigen, of nesten vernielen. van vogels weg te nemen.
Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.
Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.
Niet van toepassing
Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.
Art 3.1 lid 4 en lid 5 Art 3.5 lid 2 Het is verboden vogels Het is verboden dieren opzettelijk te storen, tenzij opzettelijk te verstoren. de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Tabel 1: Soortenbescherming en verbodsbepalingen volgens de Wnb
2.1.3
Bescherming van houtopstanden De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijbomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod. Deze voorwaarden zijn tevens van kracht als het slechts een deel van de
Ecoresult B.V. Oktober 2021
9
houtopstand groter dan 10 are of 20 bomen in een rij betreft. Het onderdeel beschermde houtopstanden heeft geen betrekking op: •
Houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom,
•
Houtopstanden op erven of in tuinen,
•
Fruitbomen en windschermen om boomgaarden,
•
Naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar,
•
Kweekgoed,
•
Uit populieren of wilgen bestaande: o
Wegbeplantingen,
o
Beplantingen langs waterwegen, en
o
Eenrijige beplantingen langs landbouwgronden,
•
Het dunnen van een houtopstand,
•
Uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: o
Ten minste eens per tien jaar worden geoogst,
o
Bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en zijn aangelegd na 1 januari 2013.
2.2
Omgevingsverordening Gelderland In de Omgevingsverordening Gelderland zijn het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en de Groene Ontwikkelingszones (GO) vastgelegd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het NNN wordt beschermd via het planologisch kader. Het NNN is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de regels uit de provinciale Verordening ruimte zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid voor het NNN kent het “nee, tenzij principe en is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. De Groene Ontwikkelingszone (GO) bestaat uit gebieden met andere bestemmingen dan natuur binnen de begrenzing van het GNN alsmede weidevogelgebieden en rustgebieden voor winterganzen. De Groene Ontwikkelingszone is ruimtelijk verweven met het GNN en hangt daar functioneel mee samen. In de Groene Ontwikkelingszone wordt ingezet op versterking van de samenhang tussen inliggende en aangrenzende natuurgebieden. Naast het NNN kan de provincie planologische bescherming aan gebieden toekennen door hen aan te wijzen als “bijzondere provinciale natuurgebieden” of “bijzondere provinciale landschappen”. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan de bescherming van belangrijke weidevogelgebieden. Het NNN kent geen uniform beschermingsregime.
Iedere provincie kan een eigen invulling geven aan bijvoorbeeld compensatie. Het beschermingsregime van overige op provinciaal niveau beschermde gebieden kan sterk verschillen tussen provincies.
Ecoresult B.V. Oktober 2021
10
3
Omschrijving plangebied
3.1
Algemeen Het plangebied voor deze quickscan omvat 1 woning aan de Vreeweg 11, Nunspeet, gemeente Nunspeet, provincie Gelderland (zie Figuur 2).
Figuur 2: Ligging plangebied en het onderzochte gebied, voor regionale ligging zie kaartinzet rechtsboven (Bron: PDOK)
3.2
Beschrijving •
De woning in het plangebied stamt uit bouwjaar 19363.
•
De bebouwing in het plangebied is opgetrokken uit baksteen. Halverwege de gevel is er gevelbetimmering aanwezig.
•
De daken zijn afgewerkt met dakpannen, verspreid zijn dakramen aanwezig.
•
Aan de zuidkant is een schuur aanwezig evenals een tent die dient als (brom)fietsenstalling.
•
De voortuin is noordoost georiënteerd. In de tuin bevindt zich tuinbeplanting in de vorm van bomen tot circa 10 meter hoog, gazon, vaste planten en struiken.
•
In geen van de bomen zijn holten, scheuren, nestkasten of (grotere) boomnesten aangetroffen.
•
Aan de westkant van het gebouw is een grote oprit aanwezig met ruime parkeerplekken in de vorm van klinkersbestrating.
•
Aan de zuidwest kant van het plangebied ligt een braak stuk terrein met zandgrond en ruigte.
•
Het plangebied grenst aan de oostkant met een ander woonhuis.
•
Open water (watergangen, poelen etc.) en vochtige tot natte terreinen (natuurvriendelijke oevers etc.) zijn in het plangebied afwezig.
•
De ondergrond bestaat uit zand.
•
Straatverlichting is aanwezig in en rondom het plangebied door middel van lantaarnpalen. Verder bestaat verlichting uit armaturen en plaatselijk gevelverlichting in tuinen.
3
https://bagviewer.kadaster.nl/
Ecoresult B.V. Oktober 2021
11
Figuur 3: Vreeweg 11, gezien vanuit het westen. Foto: G.S. Posthuma | Ecoresult B.V.
3.3
Geplande ingrepen
3.3.1
Omschrijving werkzaamheden De woning zal gesloopt worden en in de plaats zal een nieuwe woning komen.
3.3.2
Werkplanning, werktijden en realisatieperiode Een gedetailleerde planning is nog niet beschikbaar.
3.3.3
Methode uitvoering: materieel en werkwijze De exacte invulling is nog niet bekend. Het gebouw zal worden gesloopt en ervoor in de plaats komt een nieuw gebouw.
3.3.4
(Ontwerp)tekening Een ontwerptekening is niet beschikbaar.
Ecoresult B.V. Oktober 2021
12
4
Onderzoeksresultaten beschermde gebieden
4.1
Wet natuurbescherming
4.1.1
Natura 2000 Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Veluwe op 500 meter ten zuidoosten van het plangebied (zie Figuur 4), en heeft verschillende stikstofgevoelige habitats. De werkzaamheden binnen het plangebied behelzen nieuwbouw van 1 woning binnen het plangebied. De aanlegfase van deze ontwikkeling valt onder de partiële vrijstelling zoals benoemd staat in paragraaf 2.1.1.1. Een nadere toetsing is voor de aanlegfase op het component stikstofdepositie niet nodig. In de gebruiksfase zal er geen verkeer aantrekkende werking optreden. Er wordt één gebouw gesloopt en er komt een vergelijkbaar gebouw voor terug in de plaats. Op basis van Tabel 5.4/5.5 van de Vuistregels bij het beoordelen van stikstof voor woningbouw 4 blijkt dat de maximale effectafstand van de verkeer aantrekkende werking voor 1 vrijstaande woningen maximaal 0,2 km betreft. Bij plannen die binnen de in de tabellen genoemde effectafstand liggen geeft een AERIUSberekening uitsluitsel over de depositie in een Natura 2000-gebied. Voor dit project valt de afstand tussen het projectgebied en het Natura 2000 gebied buiten de minimale effectafstand. Een nadere beoordeling middels de AERIUS-berekening is derhalve niet nodig. Initiatiefnemers zijn als gevolg van de partiële vrijstelling verplicht om stikstofemissies te beperken bij de werkzaamheden.
In dit geval dient het bevoegd gezag voor de start van de werkzaamheden door de initiatiefnemer geïnformeerd te worden over de concrete invulling van deze verplichting. Ecoresult B.V. kan u adviseren over concrete maatregelen om invulling te geven aan deze verplichting. Negatieve effecten als gevolg van overige verstoringsvormen dan stikstofdepositite (zoals geluid, trillingen, verlichting, mechanische effecten of menselijke aanwezigheid) zijn uitgesloten wegens de grote afstand tussen het plangebied en het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied.
4
Cardinaals et.al, 2019
Ecoresult B.V. Oktober 2021
13
Figuur 4: Plangebied (blauwe speld) en de nabijgelegen Natura 2000 gebieden met stikstofgevoelige habitats (paars). Bron: AERIUS 2020
4.2
Omgevingsverordening Gelderland
4.2.1
Gelders Natuurnetwerk Het plangebied maakt geen deel uit van het Gelders Natuurnetwerk (GNN). De meest dichtstbijzijnde onderdeel van het GNN is het Belvederebos. Dit gebied ligt ten zuiden van het plangebied op een afstand van ca. 330 meter (zie Afbeelding 5). Er zijn geen ecologische verbindingszones aanwezig in de nabijheid van het plangebied. Op basis van de aard en de afstand van de ontwikkeling tot deze gebieden kunnen negatieve effecten als gevolg van de ontwikkeling op de wezenlijke kenmerken en waarden van bovenstaand GNN-onderdeel worden uitgesloten. De Omgevingsverordening Gelderland wordt niet overtreden.
Ecoresult B.V. Oktober 2021
14
Figuur 5: Ligging plangebied (rode cirkel) ten opzichte van het Gelders Natuurnetwerk (donkergroen) en Groene ontwikkelzone (lichtgroen). Bron: https://gldanders.planoview.nl/planoview/conceptplannen#NL.IMRO.9925.PVOVa8vst1/NL.IMRO.PT.s49fe0b69-0d2a-4e3b-b482-3828ad9ad5c6
4.2.2
Groene ontwikkelingszone In de Groene Ontwikkelingszone wordt ingezet op versterking van de samenhang tussen inliggende
en
aangrenzende
natuurgebieden.
Dichtstbijzijnde
Groene
Ontwikkelingszone (GO) ligt ten westen van het plangebied. Het betreft de Zwarte Goor op een afstand van ca. 1 kilometer van het plangebied (zie Figuur 5). De planontwikkeling vindt niet plaats binnen de GO. De Omgevingsverordening Gelderland kent geen bepalingen ten aanzien van externe werking op het GO. Alleen wanneer sprake is van een bestemmingswijziging binnen de begrenzing van het GO zijn de bepalingen uit de Omgevingsverordening Gelderland van toepassing. Aangezien het plangebied buiten de begrenzing van het GNN ligt, is nadere toetsing aan de Omgevingsverordening
Gelderland
voor
het
aspect
GO
niet
noodzakelijk.
Vervolgstappen zijnde een ontheffing/vergunning is niet nodig.
Ecoresult B.V. Oktober 2021
15
5
Beschermde houtopstanden
5.1
Wet natuurbescherming Het plangebied bevindt zich buiten de bebouwde kom van Nunspeet (zie Figuur 6). Vanwege het feit dat de bomen op een erf staan is de Wet natuurbescherming, onderdeel houtopstanden niet van toepassing.
5.2
Omgevingsverordening Wellicht is voor het verwijderen van de bomen wel een omgevingsvergunning activiteit kappen van de gemeente nodig. In de bomenverordening van uw gemeente ligt vast voor welke houtopstanden deze vergunning nodig is.
Figuur 6: Het plangebied gelegen buiten de bebouwde kom van Nunspeet.
Ecoresult B.V. Oktober 2021
16
6
Onderzoeksresultaten beschermde soorten
6.1
Soorten Vogelrichtlijn
6.1.1
Bronnenonderzoek
6.1.1.1
Nationale Databank Flora en Fauna Soort
Beschermingscategorie
Buizerd
Categorie 4
Gierzwaluw
Categorie 2
Havik
Categorie 4
Huismus
Categorie 2
Kerkuil
Categorie 3
Oehoe
Categorie 3
Ooievaar
Categorie 3
Roek
Categorie 2
Sperwer
Categorie 4
Steenuil
Categorie 1
Wespendief
Categorie 4
Categorie 1: Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen ook buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. Categorie 2: Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing. Categorie 3: Nesten van vogels (niet-koloniebroeders), die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. Categorie 4: Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. Tabel 2: Waargenomen vogels met jaarrond beschermde vaste rust- of verblijfplaatsen binnen een afstand van 5 km van het plangebied. Bron: NDFF geraadpleegd op 12-10-2021
6.1.2
Verkennend veldonderzoek
6.1.2.1
Jaarrond beschermde nesten Het plangebied is geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten in gebouwen. Voor zowel huismus als gierzwaluw zijn mogelijkheden in de woning om vaste rust en verblijfplaatsen te herbergen. De woning is met pannendaken geschikt voor zowel huismus en gierzwaluw. Huismus kan tot broeden komen onder de pannendaken. Ook de kantpannen op de kopgevels bieden geschikte ruimtes. Daarnaast kan ook gierzwaluw op deze plekken geschikte
Ecoresult B.V. Oktober 2021
17
nestplaatsen vinden. Ook omliggende woningen met dakpannen daken zijn geschikt voor deze soorten.
Figuur 7: Kopgevel aan de noordkant van het gebouw Foto: G.S. Posthuma | Ecoresult B.V.
Functioneel leefgebied voor huismus is aanwezig binnen en grenzend aan het plangebied. Tijdens het veldbezoek werden in dichte truwelen net buiten het plangebied meerdere huismussen waargenomen. Voor uilensoorten zoals kerkuil en steenuil herbergt het plangebied geen geschikte broedplaatsen (geen steenuil- en kerkuilnestkasten aanwezig). Ook voor oehoe en ooievaar zijn geen geschikte plekken in het plangebied aanwezig. Ooievaarsnesten zijn afwezig. Voor slechtvalk is het plangebied ongeschikt. De bebouwing is voor deze soort te laag en er bevinden zich in het plangebied geen nestkasten gericht op deze soort. Grote gele kwikstaart wordt niet verwacht binnen het plangebied wegens het ontbreken van snelstromende watergangen. Nestplaatsen bevinden zich vaak onder bruggetjes of duikers nabij dit habitat. Een incidenteel foeragerende vogel op het dak kan niet worden uitgesloten. Binnen de begrenzing van het plangebied zijn geen grote bomen, of bosschages aanwezig. Tijdens het verkennend veldonderzoek zijn in de bomen direct rondom het plangebied geen nesten waargenomen die kunnen dienen als vaste rust- en verblijfplaats van vogels met jaarrond beschermde nesten in bomen. Mede op basis hiervan kan aanwezigheid van soorten als ransuil, boomvalk, buizerd, havik, sperwer en roek worden uitgesloten.
Ecoresult B.V. Oktober 2021
18
6.1.2.2
Niet jaarrond beschermde nesten Het plangebied is geschikt voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten, zoals de spreeuw en eventueel boomkruiper, koolmees en pimpelmees (zogenaamde Categorie 5-soorten). Er zijn geschikte invliegmogelijkheden onder de daken. De directe omgeving van het plangebied is geschikt voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten zoals ekster.
6.1.2.3
Algemene broedvogels Het plangebied en directe omgeving is geschikt als voortplantingsplaats voor andere algemene broedvogels, te weten kauw, houtduif, Turkse tortel en merel. Algemene vogels kunnen tevens tot broeden komen in bijvoorbeeld de struiken en bomen in de tuin van het plangebied.
6.1.3
Effectbeoordeling en toetsing
6.1.3.1
Jaarrond beschermde nesten Potentieel geschikte voortplantingsplaatsen of vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel leefgebied van soorten met jaarrond beschermde nesten in bebouwing zijn in het plangebied aanwezig. Gierzwaluw en huismus kunnen in de daken tot broeden komen. Door de voorgenomen sloop, bouwrijp maken en herontwikkeling van het plangebied kunnen permanente schadelijke effecten optreden op eventueel aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen en functioneel leefgebied van huismus en gierzwaluw. Verbodsbepalingen Art. 3.1 lid 2 (zie Tabel 1) van de Wnb kunnen worden overtreden. Nader veldonderzoek is daardoor nodig om te bepalen of: •
Of voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen en functioneel leefgebied van huismus in het plangebied aanwezig zijn. Dit onderzoek dient te worden uitgevoerd in de periode 1 april – 15 mei (2 veldonderzoeken) of 4 bezoeken tussen 20 maart en 20 juni. De tussenliggende tijd tussen de veldonderzoeken is minimaal 10 dagen. De aanpak voor het nader veldonderzoek is conform de eisen5 die het bevoegd gezag hieraan stelt. Indien vaste rust- en verblijfplaatsen aanwezig zijn dient een ontheffing of vergunning in bezit te zijn voordat met verbodsbepaling overtredende werkzaamheden kan worden gestart. De doorlooptijd van de ontheffingsaanvraag is maximaal 6 maanden. Tevens dienen dan mitigerende maatregelen te worden getroffen, zoals het plaatsen van tijdelijke voorzieningen. Deze dienen aanwezig te zijn tenminste 3 maanden voor de start van het werk.
•
Of voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen van gierzwaluw in het plangebied aanwezig zijn. Dit onderzoek dient te worden uitgevoerd in de periode 1 juni – 15 juli. Totaal zijn 3 veldonderzoeken nodig. De tussenliggende tijd tussen de veldonderzoeken is minimaal 10 dagen. De aanpak voor het nader veldonderzoek is conform de eisen 6 die het bevoegd gezag hieraan stelt. Indien vaste rust- en verblijfplaatsen aanwezig zijn dient een ontheffing in bezit te zijn voordat met verbodsbepaling overtredende werkzaamheden kan worden gestart. De doorlooptijd van de ontheffingsaanvraag is maximaal 6 maanden. Tevens dienen dan mitigerende maatregelen te worden getroffen, zoals het plaatsen van tijdelijke voorzieningen. Deze dienen aanwezig te zijn voor de start van het volgende broedseizoen (mei t/m juli).
5 6
https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-009-Kennisdocument-Huismus-1.0.pdf https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-006-Kennisdocument-Gierzwaluw-1.0.pdf
Ecoresult B.V. Oktober 2021
19
Een ontheffingsaanvraag wordt op hoofdlijn getoetst aan de volgende criteria: •
Afwezigheid van reële alternatieven (planning, werkwijze, locatie).
•
Wettelijk belang van de werkzaamheden (verschilt per beschermingscategorie).
•
Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Dit is onder andere afhankelijk van de ruimtelijke spreiding van de soort in de directe omgeving.
Dit
kan
worden
voorkomen
door
het
treffen
van
voldoende
mitigerende/compenserende maatregelen. Het plangebied is voor overige soorten met jaarrond beschermde nesten ongeschikt.
6.1.3.2
Niet jaarrond beschermde nesten Het plangebied is potentieel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen vogels met niet-jaarrond beschermde nesten. Vogels met niet jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) zijn vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan en die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 5soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In dezen zijn er geen ecologische omstandigheden waardoor Categorie 5 soorten in het plangebied jaarrond beschermd dienen te zijn. Het betreft een lokale en regionaal algemene vogels. In de directe omgeving zijn voldoende geschikte structuren die als alternatief gebruikt kunnen worden. •
Schadelijke effecten op Categorie 5 soorten vogels door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 1 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk.
6.1.3.3
Algemene vogels Het plangebied en de directe omgeving van het plangebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor algemene vogels. Nesten van algemene vogels vallen alleen tijdens het broedseizoen onder de bescherming van de wet. Schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van algemene vogels zijn onder andere te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 1 maart – 15 augustus), of een inspectie te laten uitvoeren door een ecologisch deskundige.
Ecoresult B.V. Oktober 2021
20
6.2
Soorten Habitatrichtlijn
6.2.1
Bronnenonderzoek
6.2.1.1
Nationale Databank Flora en Fauna Soort
Soortgroep
Bever
Zoogdieren
Bosvleermuis
Zoogdieren
Franjestaart
Zoogdieren
Gevlekte witsnuitlibel
Libellen
Gewone dwergvleermuis
Zoogdieren
Gewone grootoorvleermuis
Zoogdieren
Gladde slang
Reptielen
Heikikker
Amfibieën
Kamsalamander
Amfibieën
Kleine dwergvleermuis
Zoogdieren
Laatvlieger
Zoogdieren
Meervleermuis
Zoogdieren
Muurhagedis
Reptielen
Poelkikker
Amfibieën
Rosse vleermuis
Zoogdieren
Rugstreeppad
Amfibieën
Ruige dwergvleermuis
Zoogdieren
Watervleermuis
Zoogdieren
Wolf
Zoogdieren
Zandhagedis
Reptielen
Tabel 3: Waargenomen Habitatrichtlijnsoorten binnen een afstand van 5 km van het plangebied. Bron: NDFF, geraadpleegd 12-10-2021.
6.2.2
Verkennend veldonderzoek
6.2.2.1
Vleermuizen De bebouwing binnen het plangebied biedt potentie voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor gebouwbewonende vleermuizen. De bebouwing in het plangebied bevat meerdere gaten en kieren zoals open stootvoegen, ruimtes tussen gevels en daklijsten, ruimtes tussen gevelbetimmering en daklijsten en ruimtes tussen gevels en kantpannen welke toegang geven tot de luchtspouw of de ruimte onder het dak waar vleermuizen gebruik van kunnen maken.
Ecoresult B.V. Oktober 2021
21
De verwachte soorten zijn gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis. Het plangebied kan voor deze soorten derhalve een functie hebben als zomer-, kraam- en paar- en winterverblijfplaatsen (zie Tabel 4). Het laatste verblijftype (winterverblijfplaats) geldt voor enkele solitaire dieren. Massawinterverblijfplaatsen zijn in het plangebied uitgesloten door beperkte omvang, geringe hoogte en laag temperatuurregulerend vermogen van de bebouwing. Als winterverblijfplaats voor meervleermuis is het plangebied ongeschikt. Deze soort heeft stabiele vorstvrije onderkomens nodig. De bebouwing rondom het plangebied is eveneens potentieel geschikt voor de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen in
Essentiele vliegroute
Essentieel foerageergebied
Massawinterverblijfplaats
Winterverblijfplaats
Paarverblijfplaats
Kraamverblijfplaats
Zomerverblijfplaats
Soort
ruimtes onder dakpannen daken en open stootvoegen die toegang bieden tot de luchtspouw.
Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Ruige dwergvleermuis Kleine dwergvleermuis Laatvlieger Meervleermuis Tabel 4: Soorten welke verwacht worden en bijbehorende functies.
De bomen in de voortuin van het perceel zijn ongeschikt voor boombewonende vleermuizen zoals bosvleermuis, franjestaart, ruige dwergvleermuis, watervleermuis en rosse vleermuis. De bomen zijn te klein en bevatten geen holten of scheuren welke door deze soorten gebruikt kunnen worden als vaste rust- en verblijfplaats. Het plangebied en de directe omgeving kan functioneren als leefgebied bestaande uit vliegroutes 7 en foerageergebied voor vleermuizen. In de omgeving van het plangebied zijn alternatieve mogelijkheden van een vergelijkbare kwaliteit aanwezig. Binnen het plangebied is derhalve geen sprake van essentieel leefgebied.
7 Een vliegroute is essentieel wanneer er geen goede alternatieve vliegroute is om vanuit de verblijfplaats het betreffende foerageergebied te bereiken dan wel dat er wel een alternatieve vliegroute is, maar het gebruik hiervan kost vergeleken met de originele vliegroute te veel energie (te ver omvliegen of te onbeschut). Een foerageergebied is van essentieel belang voor het functioneren van de verblijfplaats wanneer er geen alternatieve foerageergebieden zijn om de eventuele aantasting ervan op te vangen.
Ecoresult B.V. Oktober 2021
22
6.2.2.2
Amfibieën en reptielen De zandgrond net buiten het plangebied kan geschikt zijn voor vaste rust- en verblijfplaatsen van rugstreeppad. Uit de gegevens van de NDFF is echter gebleken dat de waargenomen amfibieën ver van de planlocatie zijn waargenomen en de afwezigheid van water en aanwezigheid van veel wegen rondom het plangebied zorgen dat het niet het niet aannemelijk is om de heikikker, kamsalamander, poelkikker en rugstreeppad waar te nemen in de directe omgeving van het plangebied. De aanwezigheid van de zandhagedis en gladde slang kan worden uitgesloten door de afwezigheid van duin- en heidegebieden, hoogveen en bossen binnen en direct rondom het plangebied.
6.2.2.3
Overige Habitatrichtlijn soorten Open water, rivieren en poelen zijn in het plangebied afwezig. Hierdoor kan de aanwezigheid van watergebonden zoogdieren als bever en libellen worden uitgesloten. Libellen als gevlekte witsnuitlibel zijn gebonden aan grote moerasgebieden met een gevarieerde (drijvende) watervegetatie. Bever komt voor in grote waterrijke gebieden met bosschages. Ook is het plangebied ongeschikt voor de wolf doordat er geen vaste rust- en verblijfplaats aanwezig is en het geen onderdeel is van essentieel leefgebied.
6.2.3
Effectbeoordeling en toetsing Aanwezigheid van vleermuizen in gebouwen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis) is binnen het plangebied niet uit te sluiten. De werkzaamheden (sloop, nieuwbouw) kunnen invloed hebben op mogelijk aanwezige verblijfplaatsen. Hierdoor kunnen de verbodsbepalingen Art 3.5 lid 2 en 4 (zie Tabel 1) van de Wnb worden overtreden. Nader onderzoek is nodig in de periode 15 mei tot 15 juli middels 3 bezoeken en tussen 15 augustus en 15 september middels 2 bezoeken om te bepalen of: •
Voortplantingsplaatsen en/of vaste rust- en verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger en/of meervleermuis aanwezig zijn binnen en grenzend aan het plangebied. De tussenliggende tijd tussen de veldonderzoeken is minimaal 20 dagen. De aanpak voor het nader veldonderzoek is conform de eisen8 die het bevoegd gezag hieraan stelt. Indien vaste rusten verblijfplaatsen aanwezig zijn en de verblijfplaatsen door de werkzaamheden niet kunnen worden ontzien dient een ontheffing of vergunning in bezit te zijn voordat met verstorende werkzaamheden kan worden gestart. Tevens dienen dan mitigerende maatregelen te worden getroffen, zoals het plaatsen van tijdelijke voorzieningen. Per vleermuissoort en per functie kunnen andere gewenningsperioden gelden.
De doorlooptijd van de ontheffingsaanvraag is maximaal 6 maanden. Een ontheffingsaanvraag wordt op hoofdlijn getoetst aan de volgende criteria: •
Afwezigheid van reële alternatieven (planning, werkwijze, locatie).
•
Wettelijk belang van de werkzaamheden (verschilt per beschermingscategorie).
•
Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Dit is onder andere afhankelijk van de ruimtelijke spreiding van de soort in de directe
8
Vleermuisprotocol 2021
Ecoresult B.V. Oktober 2021
23
omgeving.
Dit
kan
worden
voorkomen
door
het
treffen
van
voldoende
Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Kleine dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis Laatvlieger Meervleermuis
Zomerverblijfplaatsen Zomer/kraamverblijfplaatsen Paarverblijfplaatsen Tabel 5: Onderzoeksperiode vleermuizen
6.3
Nationaal beschermde soorten
6.3.1
Bronnenonderzoek
6.3.1.1
Nationale Databank Flora en Fauna
Ecoresult B.V. Oktober 2021
24
December
November
Oktober
September
Augustus
Juli
Juni
Mei
April
Maart
Februari
Januari
mitigerende/compenserende maatregelen.
Soort
Soortgroep
Provinciale vrijstelling
Zoogdieren Nee
Bastaardkikker
Amfibieën
Ja
Bosmuis
Zoogdieren Ja
Bruine kikker
Amfibieën
Ja
Bunzing
Zoogdieren Nee
Gewone pad
Amfibieën
Ja
Damhert
Zoogdieren Nee
Kleine watersalamander Amfibieën
Ja
Das
Zoogdieren Nee
Adder
Reptielen
Nee
Edelhert
Zoogdieren Nee
Hazelworm
Reptielen
Nee
Eekhoorn
Zoogdieren Nee
Levendbarende hagedis Reptielen
Nee
Ringslang
Reptielen
Nee
Soort
Soortgroep
Boommarter
Provinciale vrijstelling
Egel
Zoogdieren Ja
Grote vos
Dagvlinders Nee
Haas
Zoogdieren Ja
Sleedoornpage
Dagvlinders Nee
Huisspitsmuis
Zoogdieren Ja
Vliegend hert
Kevers
Konijn
Zoogdieren Ja
Veenbloembies
Vaatplanten Nee
Ree
Zoogdieren Ja
Nee
Rosse woelmuis Zoogdieren Ja Steenmarter
Zoogdieren Nee
Vos
Zoogdieren Ja
Waterspitsmuis
Zoogdieren Nee
Wezel
Zoogdieren Nee
Wild zwijn
Zoogdieren Nee
Tabel 6: Waargenomen Nationaal beschermde soorten (Andere soorten § 3.3 Wnb) binnen een afstand van 5 km van het plangebied. Bron: NDFF, geraadpleegd 12-10-2021.
6.3.2
Verkennend veldonderzoek
6.3.2.1
Vaatplanten Tijdens het verkennend veldonderzoek zijn geen beschermde planten aangetroffen. Daarnaast zijn geen moerassen en andere waterwegen afwezig wat maakt dat het plangebied en de directe omgeving daarvan ongeschikt is voor de veenbloembies.
6.3.2.2
Zoogdieren Het plangebied en de directe omgeving zijn potentieel geschikt voor algemene soorten waarvoor in Gelderland een provinciale vrijstelling geldt. Dit betreffen o.a. de egel en verschillende soorten (spits-)muizen. Bomen met holten en grote boomnesten zijn afwezig, waardoor aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van boommarter en eekhoorn is uitgesloten. Een enkel passerend dier is echter niet uitgesloten. Het plangebied is door het ontbreken van grotere openingen in de gevels
Ecoresult B.V. Oktober 2021
25
ongeschikt voor steenmarter. Tevens zijn van deze soort tijdens het veldbezoek geen sporen aangetroffen. 6.3.2.3
Amfibieën Het plangebied is enkel geschikt als terrestrisch habitat voor Nationaal beschermde soorten amfibieën waarvoor in Gelderland een vrijstelling geldt, zoals gewone pad en bruine kikker. Overige beschermde amfibieën zijn uitgesloten wegens het ontbreken van geschikt habitat. Open water is in het plangebied niet aanwezig.
6.3.2.4
Overige soorten Nationaal beschermde reptielen, kevers en vissen worden niet verwacht. Open water is in het plangebied niet aanwezig. Daarnaast ligt het plangebied niet in heide- of bosgebied. Het plangebied herbergt geen geschikt habitat voor beschermde dagvlinders, zoals grote vos. Deze soort komt voor in vochtige bossen en boomgaarden en is afhankelijk van wilgenbossen als waardplant. De soort heeft een sterk zwervend karakter en waarnemingen rondom het plangebied hebben betrekking op zwervende exemplaren.
6.3.3
Effectbeoordeling en toetsing Het plangebied is geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Gelderland een vrijstelling geldt, zoals algemene (spits)muizen, egel, gewone pad en bruine kikker. Nader onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijke effecten op soorten zoals gewone pad, bruine kikker, egel en muizen zoveel mogelijk dienen te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden, of daar direct aan voorafgaand. Voor overige niet-vrijgestelde Nationaal beschermde soorten is het plangebied ongeschikt.
6.4
Invasieve exoten Tijdens het veldbezoek zijn geen invasieve exoten vastgesteld in het plangebied. Uitheemse duizendknopen, reuzenberenklauw en/of andere invasieve exoten zijn niet aanwezig.
Ecoresult B.V. Oktober 2021
26
7
Conclusies en aanbevelingen
7.1
Algemeen In opdracht van Kubiek Ruimtelijke plannen. heeft Ecoresult B.V. een quickscan uitgevoerd voor het plangebied genaamd: Vreeweg 11, Nunspeet. De aanleiding voor dit verzoek zijn de voorgenomen renovatiewerkzaamheden binnen het plangebied. Deze voorgenomen ontwikkelingen kunnen schadelijke effecten hebben op beschermde soorten en natuurgebieden. In voorliggend hoofdstuk zijn de aangetroffen potenties en vervolgstappen uitgesplitst in Tabel 7 en Tabel 8. In deze tabellen staan de potenties uit de vorige hoofdstukken en eventueel bijbehorende
vervolgstappen
weergegeven.
Voor
een
nadere
uitwerking
van
de
effectenbeoordeling wordt verwezen naar Hoofdstuk 4 (Beschermde gebieden), Hoofdstuk 5 (Beschermde houtopstanden) en Hoofdstuk 6 (Beschermde soorten).
7.2
Beschermde gebieden Negatief Nader effect onderzoek
Mitigerende Ontheffing maatregelen
Natura 2000
Nee
Nee
Nee
Nee
Natuurnetwerk Nederland
Nee
Nee
Nee
Nee
Weidevogelleefgebied
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Nee
Type
Beschermde houtopstanden
Afstand tot plangebied
N.V.T.
Tabel 7: Effectentabel beschermde gebieden.
Ecoresult B.V. Oktober 2021
27
Jaarrond beschermd nest
(Mitigerende) maatregelen
Ontheffing nodig
Nader onderzoek
Negatief effect*
Huismus
Ja
Vaste rustMogelijk Ja en verblijfplaats, functioneel leefgebied
Mogelijk Mogelijk
Gierzwaluw
Ja
Vaste rusten verblijfplaats
Mogelijk Mogelijk
Overige soorten jaarrond beschermd nest
Nee n.v.t.
n.v.t.
Cat. 5 vogels
Diverse
Ja
Vaste rusten verblijfplaats
Mogelijk Nee
Nee
Ja
Algemene vogels
Diverse
Ja
Vaste rusten verblijfplaats
Mogelijk Nee
Nee
Ja
Ja
Vaste rusten verblijfplaats
Mogelijk Ja
Mogelijk Mogelijk
Habitatrichtlijn Vleermuizen Gewone (gebouwbewonend) dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger, meervleermuis
Nationaal beschermd (niet vrijgesteld)
Functie
Soort
Soortgroep
Vogelrichtlijn
Geschikt / aanwezig
Beschermde soorten
Beschermingsregime
7.3
Mogelijk Ja
n.v.t. n.v.t.
n.v.t.
Grondgebonden zoogdieren
N.V.T.
-
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t. n.v.t.
n.v.t.
Reptielen
N.V.T.
nee
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t. n.v.t.
n.v.t.
Overige Nee n.v.t. Habitatrichtlijnsoorten
n.v.t.
n.v.t. n.v.t.
n.v.t.
N.V.T.
Nee n.v.t.
n.v.t.
n.v.t. n.v.t.
n.v.t.
Overige niet vrijgestelde soorten
Nee n.v.t.
n.v.t.
n.v.t. n.v.t.
n.v.t.
Grondgebonden zoogdieren
Ecoresult B.V. Oktober 2021
28
Nationaal beschermd (vrijgesteld)
Diverse
Invasieve exoten
Ja
Vaste rustMogelijk Nee en verblijfplaats/ Essentieel leefgebied
Nee n.v.t.
n.v.t.
Nee
n.v.t. n.v.t.
Ja
n.v.t.
Tabel 8: (mogelijk) aanwezige beschermde soorten. * Een negatief effect is bepaald op basis van de aanwezige potenties en de getoetste maatregelen uit paragraaf 3.3.
7.4
Aanbevelingen Los van de onderzoeksresultaten, maar als duurzame inrichtingsmaatregel “inclusief bouwen voor vleermuizen en vogels, heeft het de ecologische voorkeur om rekening te houden met de wensen van vleermuizen en vogels in het nieuwe ontwerp. Gebruik bijvoorbeeld inbouwkasten voor vleermuizen en broedvogels binnen het plangebied. Tevens kan worden ingespeeld op te verwachten ontwikkelingen in de omgeving van het plangebied.
Ecoresult B.V. Oktober 2021
29
8
Geraadpleegde bronnen
8.1
Literatuur • Cardinaals J.T.B., J. Daamen, G.F.J. Smit & H. van Ziel, 2019. Woningbouw en Natura 2000. Vuistregels bij het beoordelen van stikstofdepositie. Bureau Waardenburg Rapportnr. 19-246. Bureau Waardenburg, Culemborg.
8.2
Internet Beschermde gebieden & soorten •
https://calculator.aerius.nl/calculator/?locale=nl
•
https://gldanders.planoview.nl/planoview/conceptplannen#NL.IMRO.9925.PVOVa8vst1/NL.IMRO.PT.s08f68916-05b7-4aa9-86b2-164babfab906
Kadastrale Kaarten •
https://bagviewer.kadaster.nl/lvbag/bag-viewer/index.html
Kennisdocumenten soorten •
https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soorten-
• •
ontheffingen-wet-natuurbescherming/ https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-009-Kennisdocument-Huismus-1.0.pdf https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-006-Kennisdocument-Gierzwaluw-1.0.pdf
Nationale Databank Flora en Fauna •
https://ndff-ecogrid.nl/
Natuurwetgeving •
www.rvo.nl
PDOK – Publieke Dienstverlening op de Kaart •
http://pdokviewer.pdok.nl
Vleermuisprotocol 2021 •
https://www.netwerkgroenebureaus.nl/downloads/category/20?download=812
Ecoresult B.V. Oktober 2021
30
Bijlage 1 Foto-impressie plangebied
Figuur 8
Figuur 9
Ecoresult B.V. Oktober 2021
31
Figuur 10
Ecoresult B.V. Oktober 2021
32