CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 7. Bijlage BP Stakenbergweg 35 Toelichting

Raadsvergadering 27 juni 2024, gemeente NunspeetBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Stakenbergweg 35 in Elspeet (hamerstuk).15.690 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Stakenbergweg 35

bestemmingsplan Stakenbergweg 35

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Geldend bestemmingsplan 1.5 Leeswijzer

4 4 4 4 5 6

Hoofdstuk2 Planbeschrijving 2.1 Beschrijving huidige situatie 2.2 Beschrijving toekomstige situatie 2.3 Verkeer en parkeren

7 7 8 10

Hoofdstuk3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid

12 12 14 16

Hoofdstuk4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Geluid 4.2 Bodem 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Externe veiligheid 4.5 Bedrijven en milieuzonering 4.6 Geur 4.7 Ecologie 4.8 Archeologie & Cultuurhistorie 4.9 Besluit milieueffectrapportage 4.10 Water

23 23 24 25 26 28 30 31 33 34 35

Hoofdstuk5 Juridische aspecten en planverantwoording 5.1 Inleiding 5.2 Opbouw van de regels 5.3 Bestemmingen

38 38 38 39

Hoofdstuk6

41

Economische uitvoerbaarheid

Hoofdstuk7 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 7.1 Vooroverleg 7.2 Inspraak en burgerparticipatie

2

42 42 42

Inhoudsopgave (concept)

bestemmingsplan Stakenbergweg 35

Toelichting

Toelichting (concept)

3

bestemmingsplan Stakenbergweg 35

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Op het perceel aan de Stakenbergweg 35 te Elspeet (hierna: het plangebied), in het buitengebied van de gemeente Nunspeet, ligt een agrarisch erf. Het erf, met daarop twee bedrijfswoningen en diverse bedrijfsgebouwen zijn niet meer in gebruik voor agrarische doeleinden. Initiatiefnemer is daarom voornemens om in het kader van functieverandering de agrarische bedrijfsgebouwen te slopen en hiervoor in de plaats twee vrijstaande woningen terug te bouwen. In totaal wordt 1.265 m2 aan agrarische bedrijfsgebouwen gesloopt. Daarnaast wenst de initiatiefnemer de twee bestaande bedrijfswoningen op de locatie Stakenbergweg 33a en 35 om te zetten naar reguliere woningen. Het gehele erf met die vier woningen in totaal wordt landschappelijk ingepast, waardoor deze goed wordt ingepast op de omgeving. Op basis van de huidige planologische regime is voorliggend initiatief in strijdt met de vigerende bouwen gebruiksmogelijkheden. Binnen de agrarische bestemming ontbreken immers de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor de reguliere woningen. Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Nunspeet heeft een positief standpunt ingenomen inzake het wijzigen van de bestemming 'Agrarisch' en 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' naar hoofdzakelijk de bestemming 'Wonen' met daarbij de bestemmingen 'Tuin', 'Verkeer' en 'Agrarisch'.

Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk. In voorliggend bestemmingsplan wordt aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en vanuit planologisch oogpunt verantwoord is.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt aan de Stakenbergweg 33a-35 te Nunspeet en staat kadastraal bekend gemeente Nunspeet, sectie F, 8507, 8508, 8511, 8512, 7215, 7594, 8727, 8728. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de directe omgeving en de kern van Elspeet weergegeven. Het plangebied is hierin met respectievelijk de rode ster en contour indicatief aangeduid.

Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Elspeet en de nabije omgeving (Bron: PDOK.nl)

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan 'Stakenbergweg 35" bestaat uit de volgende stukken:

4

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Stakenbergweg 35 verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0302.BP01214-OW01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen) Op de verbeelding zijn de bestemmingen binnen het plangebied aangegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan, maar maakt geen onderdeel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Geldend bestemmingsplan

1.4.1

Geldende bestemmingsplannen

Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de volgende bestemmingsplannen: "Welstand Nunspeet 2015"; "Buitengebied 2019"; "Parapluplan Parkeren"; "Parapluplan Bed en Breakfast"; "Parapluplan Onzelfstandige Bewoning en Logies Arbeidsmigranten / Seizoenarbeiders e.a.". De genoemde paraplubestemmingsplannen voorzien in aanvullende regels voor wat betreft welstand, bed & breakfast en parkeren. Het "Parapluplan Onzelfstandige Bewoning en Logies Arbeidsmigranten / Seizoenarbeiders e.a. " voorziet in aanvullende regels ten aanzien van bewoning van de (reguliere) woningen in de gemeente Nunspeet waarbij deze woningen niet worden bewoond door één (zelfstandig) huishouden. In voorliggend geval is hoofdzakelijk het bestemmingsplan "Buitengebied 2019" relevant. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij dat bestemmingsplan opgenomen. Het plangebied wordt op deze afbeelding indicatief aangeduid met de rode omlijning.

Afbeelding 1.2: Uitsnede bestemmingsplan "Buitengebied 2019" (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

Toelichting (concept)

5

bestemmingsplan Stakenbergweg 35

1.4.2

Beschrijving bestemmingen

Op basis van het bestemmingsplan "Buitengebied 2019" zijn de gronden binnen het plangebied voorzien van de enkelbestemmingen 'Agrarisch' en 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' en de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 2' ,'Waarde - Archeologie 3' en 'Waarde - Jonge heideontginning'. De gronden zijn tevens voorzien van de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone – verwevingsgebied'. Enkelbestemmingen 'Agrarisch' De voor ' Agrarisch ' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van het agrarisch bedrijf, het weiden van vee, anders dan in het kader van de uitoefening van het agrarisch bedrijf, bos- en/of natuurelementen met een oppervlakte van minder dan 2 hectare, bestaande wegen, wandel-, fiets- en ruiterpaden en toegangswegen. De gronden zijn tevens bestemd voor voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water, niet zijnde voorzieningen ten behoeve van ijsbanen of siervijvers met daarbijbehorende veldschuren, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en andere werken. 'Agrarisch – Agrarisch bedrijf' De voor ' Agrarisch - Agrarisch bedrijf ' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van het agrarisch bedrijf.

Dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 3' De voor 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden. 'Waarde - Jonge heideontginning' De voor 'Waarde - Jonge heideontginning ' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden zoals deze tot uitdrukking komen in de openheid, de wegenstructuur en de beplantingstructuur. 1.4.3

Strijdigheid

De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de sloop van de voormalige agrarische bebouwing ter plaatse van het plangebied. Binnen het plangebied is het voornemen na de sloop vervolgens als compensatie twee vrijstaande woningen nieuw te realiseren en gelijktijdig de twee bestaande bedrijfswoningen (qua gebruiksmogelijkheden) om te zetten naar reguliere woningen. De bouw van de compensatiewoningen en het gebruik van reguliere woningen past niet binnen de vigerende agrarische bestemming(en). Daarnaast dienen de sloop en de landschappelijke inpassing te worden geborgd. Om het gewenste plan mogelijk te maken dient het bestemmingsplan te worden herzien. In paragraaf 3.3 wordt nader op het totale planvoornemen in gegaan. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het gewenste juridische planologisch kader om de voorgenomen ontwikkeling te kunnen realiseren.

1.5

Leeswijzer

De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit een zevental hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in Hoofdstuk 2 een beschrijving van het plangebied. In Hoofdstuk 3 is het beleidskader opgenomen dat van toepassing is op dit bestemmingsplan. In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de milieuen omgevingsaspecten. In Hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de wijze van bestemmen en juridische verantwoording. Ten slotte wordt in Hoofdstuk 6 en Hoofdstuk 7 ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

6

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Stakenbergweg 35

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Beschrijving huidige situatie

Zoals in de aanleiding reeds is verwoord ligt het plangebied aan de Stakenbergweg 35 in het buitengebied van de gemeente Nunspeet, ten noordwesten van de kern Elspeet. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich hoofdzakelijk woonpercelen en verspreidliggende agrarische percelen in een overwegend agrarisch gebied. Langs de noordzijde van het plangebied ligt de Stakenbergweg. Ten zuidoosten van het plangebied ligt de kern Elspeet. Het plangebied zelf is in de huidige situatie ingericht als een agrarisch erf met bijbehorende agrarische cultuurgronden. Op het terrein zijn diverse agrarische bedrijfsgebouwen aanwezig. Ook staan er twee bedrijfswoningen met daarbij enkele bijgebouwen. In de huidige situatie zijn de agrarische bedrijfsgebouwen niet meer als zodanig in gebruik. In afbeelding 2.1 is een luchtfoto van de huidige situatie van het plangebied weergegeven. Het plangebied is indicatief met rode contour weergegeven.

Afbeelding 2.1: Luchtfoto huidige situatie plangebied (Bron: PDOK)

Toelichting (concept)

7

bestemmingsplan Stakenbergweg 35

2.2

Beschrijving toekomstige situatie

2.2.1

Het plan

Het voornemen is om een passende vervolgfunctie te geven aan de recent vrijgekomen agrarische bedrijfsgebouwen in het plangebied, alsmede het vrijkomen van een agrarische bedrijfslocatie zonder concrete toekomstplannen. Hiervoor wenst de initiatiefnemer de agrarische bedrijfsgebouwen, met een omvang van circa 1.265 m2, te slopen. Als compensatie hiervoor worden twee nieuwe woningen gerealiseerd en worden de twee bestaande bedrijfswoningen omgezet naar reguliere woningen. De percelen worden landschappelijke ingepast. In afbeelding 2.2 is een sloopoverzicht weergegeven, deze is tevens bijgevoegd in Bijlage 1 bij deze toelichting en wordt ook geborgd middels een sloopverplichting in de regels.

Afbeelding 2.2: Sloopoverzicht (Bron: Slaa+vanAsselt architecten) Er is veel vraag naar vrijstaande woningen in de gemente Nunspeet en specifiek in Elspeet, wat ook blijkt uit het gemeentelijke woonbeleid. Het eindbeeld van de voorgenomen ontwikkeling zie toe op een woonerf met vier vrijstaande woningen. De vrijstaande woningen betreffen koopwoningen. De behoefte ten aanzien van deze woningen is uitgewerkt in paragraaf 3.3.3. 2.2.2

Landschappelijke inpassing

De woningen (en hiermee het nieuwe woonerf) worden landschappelijk ingepast conform het erfinrichtingsplan in afbeelding 2.3. Het plan zelf is terug te vinden in Bijlage 2 van de toelichting.

8

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Stakenbergweg 35

Afbeelding 2.3: Landschappelijk inpassingsplan (Bron: BJZ.nu) Erfinrichting Middels de voorgenomen ontwikkeling wordt aansluiting gezocht bij de karakteristieke erfindeling. De beoogde bebouwing staat verspreid op de percelen. De verstrooide bebouwing sluit hiermee aan bij de uitgangspunten van het essenlandschap. In de beoogde situatie wordt het bijgebouw apart van de woning gerealiseerd. De bijgebouwen worden qua architectuur en materialisatie ondergeschikt aan het hoofdgebouw. De percelen B en C hebben een eigen toegangsweg. De percelen A en C worden gezamenlijk ontsloten via één in- en uitrit. Hierdoor heeft het de illusie van een gezamenlijk erf. Groenstructuren Het landschap rondom het plangebied ligt in een onregelmatig blokpatroon met open kamers. De zichtlijnen vanaf de nieuwe erven naar het achterliggende open landschap blijft behouden. Door middel van een gemengde inheemse haag worden de erven van elkaar gescheiden. De bestaande bomenrij wordt aangevuld en vormt een laan in het landschap. Deze bomenrij heeft een dichte onderbegroeiing met inheemse soorten die zorgen voor afscheiding tussen de percelen. De openheid van het landschap blijft behouden doordat de bomenrij alleen langs de in- en uitrit staat. Daarnaast wordt een solitaire boom aangeplant op perceel B. Tot slot wordt op perceel C een bomenrij en een kruidenrijk grasland toegevoegd.

Toelichting (concept)

9

bestemmingsplan Stakenbergweg 35

2.3

Verkeer en parkeren

2.3.1

Algemeen

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de mogelijke extra verkeersgeneratie en parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiervoor kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 381` (december 2018)' van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. De gemeente Nunspeet beschikt samen met de buurgemeenten (Elburg, Hattem en Oldebroek) over een eigen parkeernota. Hierin zijn de uitgangspunten zoals vermeld in de CROW-publicatie 'verkeer en parkeren' omtrent verstedelijkingsgraad, stedelijke zone en functie grotendeels overgenomen. Daarnaast is ter plaatse van het plangebied het paraplubestemmingsplan “Parapluplan Parkeren” van toepassing. Dit bestemmingsplan “Parapluplan Parkeren” verwijst voor de te hanteren parkeernormen naar de Parkeernota van de gemeente Nunspeet.

In de beleidsregels is nader uitgewerkt wat de parkeerbehoefte bij een bepaald gebruik (de parkeernormen) is en - als de extra parkeerbehoefte niet op eigen terrein kan worden gerealiseerd - onder welke voorwaarden er een ontheffing respectievelijk een afwijkingsvergunning kan worden verleend. 2.3.2

Uitgangspunten

Ten aanzien van de verstedelijkingsgraad en stedelijke zone worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: verstedelijkingsgraad: Weinig stedelijk; Stedelijke zone: Buitengebied; Functie: Wonen, koop, vrijstaand Buiten de bebouwde kom is het uitgangspunt dat het parkeren op eigen terrein plaats moet vinden. Ten aanzien van de stedelijke zone 'buitengebied' wordt vanuit de parkeernota verwezen naar de publicatie van het CROW. In onderstaande paragraaf 2.3.3 wordt dit nader uitgewerkt. 2.3.3

Parkeren

Uitgaande van voorgenoemde uitgangspunten geldt per vrijstaande woning een gemiddelde parkeernorm van 2,5 parkeerplaatsen per woning. Wat betreft de bestaande bedrijfswoningen welke worden omgezet naar reguliere woningen, behoeft er geen nadere toetsing te worden uitgevoerd wat betreft het aspect 'parkeren', omdat deze woningen reeds planologisch mogelijk zijn (en aanwezig) binnen het geldende bestemmingsplan. In de huidige situatie is omliggend aan deze woningen voldoende verharding aanwezig om te voorzien in de eigen parkeerbehoefte. De te realiseren woningen zijn elk voorzien van een ruim perceel. Zoals in afbeelding 2.3 is weergegeven iso p elke perceel voldoende ruimte aanwezig om te voorzien in drie parkeerplaatsen. Gesteld wordt dat er in de eigen parkeerbehoefte van 3 parkeerplaatsen wordt voorzien. Het aspect parkeren vormt daarmee geen belemmering voor onderhavig voornemen. 2.3.4

Verkeersgeneratie

Huidige situatie In de huidige situatie zijn twee bedrijfswoningen aanwezig. Beide bedrijfswoningen worden omgezet naar reguliere woningen, derhalve vindt hier geen wijziging plaats ten aanzien van de verkeergeneratie. Nieuwe situatie In de nieuwe situatie worden twee nieuwe woningen gerealiseerd. Deze woningen behoeven elk een verkeersgeneratie van 8,2 per woning per etmaal. In het totaal betreft het een toename van 16,4 auto's per etmaal.

10

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Stakenbergweg 35

De agrarische bestemming (en daarmee de aan de agrarische bedrijfsactiviteiten verwante verkeersbewegingen) vervalt echter, waardoor de netto toename in het aantal verkeersbewegingen lager uitvalt dan 16,4 ten opzichte van de bestaande situatie. In de gewenste situatie ontsluiten de nieuwe woningen via de bestaande en nieuw aan te leggen in- en uitrit op de Stakenbergweg. Gesteld wordt dat dit geen onevenredige hinder veroorzaakt voor de omgeving en dat de omliggende wegen beschikken over voldoende capaciteit om het verkeer als gevolg van het voornemen op een veilige wijze af te wikkelen. 2.3.5

Conclusie

Het aspect 'Verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor de uitvoering van voorliggend bestemmingsplan.

Toelichting (concept)

11

bestemmingsplan Stakenbergweg 35

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte;

12

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Stakenbergweg 35 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. 3.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI Voorliggend bestemmingsplan betreft een ontwikkeling waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconstateerd is dat de woonfunctie de meest logische vervolgfunctie is voor deze locatie. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen herontwikkeling. 3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

3.1.2.1 Algemeen In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), de voorloper van de NOVI, is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In het Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking (hierna 'Ladder') is van toepassing op bestemmingsplannen, uitwerkings- en wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c in samenhang met artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 van de Wabo. Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is.

11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) 12 woningen wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953). Het begrip "woningbouwlocatie" (zoals opgenomen in de omschrijving van het begrip "stedelijke ontwikkeling" in artikel 1.1.1. Bro) is niet nader gedefinieerd. In de praktijk speelt daarom regelmatig de vraag, hoe bepaald moet worden wanneer woningen één woningbouwlocatie vormen. Er is sprake van één woningbouwlocatie als er tussen de te realiseren woningen, ruimtelijke en functionele samenhang

Toelichting (concept)

13

bestemmingsplan Stakenbergweg 35 bestaat. Uit de jurisprudentie volgt dat daarvoor onder meer betekenis toekomt aan de onderlinge afstand tussen de woningen. De voorgenomen ontwikkeling betreft een woningbouwontwikkeling die voorziet in de realisatie van twee nieuwe woningen en de wijziging van de functie van de twee bedrijfswoningen naar reguliere woningen, hiervoor behoeft er geen nadere toetsing te worden uitgevoerd, omdat deze woningen reeds planologisch mogelijk zijn (en aanwezig) binnen het geldende bestemmingsplan. Hieruit volgt de conclusie dat met de realisatie van vier woningen (netto toevoeging van twee) er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Nadere toetsing aan de ladder van stedelijke ontwikkeling is niet nodig. Conclusie Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat het plan in overeenstemming is met de Ladder voor duurzame verstedelijking. 3.1.3

Conclusie toetsing van het initiatief aan het rijksbeleid

Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

3.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid behelst een doorvertaling van rijksbeleid en is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste beleid betreffen de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en de Omgevingsverordening Gelderland. 3.2.1

Omgevingsvisie Gelderland

3.2.1.1 Algemeen De provincie Gelderland heeft een integraal provinciaal beleidsplan, de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. De Provinciale Staten van Gelderland heeft de Omgevingsvisie op 19 december 2018 vastgesteld. In de Omgevingsvisie heeft de provincie twee doelen gedefinieerd die de rol en kerntaken van de provincie als middenbestuur benadrukken. De doelen zijn: 1. een duurzame economische structuurversterking, 2. het borgen van de kwaliteit en de veiligheid van onze leefomgeving. Deze doelen versterken elkaar en kunnen niet los van elkaar gezien worden. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat is meer dan een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Het betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. In deze Omgevingsvisie staat het 'fysieke' in de leefomgeving centraal. Tegelijk zit er een sterke 'sociale' component aan de opgaven voor sterke steden en een vitaal landelijk gebied. 3.2.1.2 Woon- en leefomgeving: Dynamisch, divers, duurzaam Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid.

Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. In onze groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd investeren we in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied ons vertrekpunt. Gelderland geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen. Gelderland gaat voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, breiden we uit aan de randen van onze steden of dorpen. De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. De ambities zijn als volgt geformuleerd:

14

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Stakenbergweg 35 Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. We benutten de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen; Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas; Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal. Om vorenstaande ambities te realiseren gaat de provincie in overleg met de Gelderse regio's, om zodoende regionale afspraken te maken. 3.2.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Gelderland Voorliggend plan betreft de realisatie van vier woningen (netto toevoeging van twee) op de locatie van een voormalig agrarisch erf. Uit de gemeentelijke woonvisie blijkt de behoefte aan woningen in de gemeente Nunspeet (zie paragraaf 3.3.3). Het plan wordt stedenbouwkundig en landschappelijk ingepast in de omgeving en de nieuwe woningen worden conform het bouwbesluit gerealiseerd. Het plan voldoet aan het borgen van kwaliteit van de woon- en leefomgeving en het behoud van vitale kernen, zoals omschreven in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Daarnaast is het de ambitie om leegstand van bestaande bebouwing te beperken tot regulier wisselniveau en de uitstraling van de provincie plaatselijk te verbeteren.

Daarmee wil de provincie transformatie naar andere functies zoveel mogelijk stimuleren, hetgeen met voorliggend plan wordt bewerkstelligd. Met deze ontwikkeling wordt daarbij een bijdrage geleverd aan de lokale woningbouwbehoefte, en hiermee tevens het vitaal houden van het buitengebied van Nunspeet Gesteld wordt dat voorliggend initiatief past binnen de beleidsuitgangspunten zoals opgenomen in de Omgevingsvisie Gelderland. 3.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

3.2.2.1 Algemeen Met een ruimtelijke verordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke plannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn het bestemmingsplan op deze regels afstemmen. 3.2.2.2 Van toepassing zijnde artikelen In voorliggend geval zijn in het kader van dit project artikelen 2.2 en 2.56 van belang. Deze artikelen luiden: Artikel 2.2 Instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda 1. Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. 2. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b.

de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en d. Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling. Artikel 2.56 (ontwikkeling in Nationaal landschap) a. Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Nationaal landschap maar buiten de Groene ontwikkelingszone, het Gelders natuurnetwerk en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, maakt ten opzichte van het op 17 oktober 2014 geldende bestemmingsplan alleen bestemmingen mogelijk die

Toelichting (concept)

15

bestemmingsplan Stakenbergweg 35 de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap, bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen, niet aantasten. b. In afwijking van het eerste lid zijn activiteiten die deze kernkwaliteiten aantasten alleen mogelijk als: 1. er geen reële alternatieven zijn; 2. er sprake is van redenen van groot openbaar belang; 3. compenserende maatregelen plaatsvinden ter waarborging van de kernkwaliteiten van de Nationale Landschappen zoals vastgelegd in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen. 3.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsverordening Gelderland De plancapaciteit waarin voorliggend bestemmingsplan voorziet kan worden ondergebracht in de aan de gemeente Nunspeet toegekende plancapaciteit. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar paragraaf 3.3.3. Er wordt dan ook voldaan aan artikel 2.2 van de Omgevingsverordening Gelderland. Daarnaast wordt bestaande agrarische bebouwing gesloopt waarvoor twee woningen terugkomen en de bestaande woningen worden omgezet tot reguliere woningen. De woningen worden landschappelijk ingepast, waaruit blijkt dat het nationaal landschap niet wordt aangetast, maar juist verbeterd. 3.2.3

Conclusie toetsing van het initiatief aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat voorliggend voornemen in overeenstemming is met het provinciale beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Omgevingsvisie 2018 Nunspeet

3.3.1.1 Algemeen De gemeenteraad van Nunspeet heeft op 29 november 2018 de Omgevingsvisie Nunspeet vastgesteld. De gemeente Nunspeet heeft een integrale toekomstvisie opgesteld voor de gehele gemeente, de Omgevingsvisie Nunspeet. In deze visie kijkt de gemeente vooruit in een periode tot 2030. De gemeente blijft bouwen aan een krachtige en vitale gemeente, waar het goed wonen, werken en recreëren is. De gemeente werkt hier graag aan mee met zoveel mogelijk partijen uit de samenleving. De omgevingsvisie heeft een breed karakter. De Omgevingsvisie Nunspeet geeft de koers, die voor een belangrijk deel samen met de samenleving uitgestippeld is en waar de gemeente vervolgens ook samen mee aan de slag willen gaan. Deze koers is niet nieuw, de gemeente bouwt voort op documenten als de 'Integrale Toekomstvisie Nunspeet 2030'.

3.3.1.2 Planspecifiek Voor de gemeente Nunspeet wordt ingezet op de volgende koers: Behoud en versterken van het aantrekkelijk woon- en onderneemklimaat; Een rustige uitvalsbasis en woonomgeving voor alle doelgroepen en opleidingsniveaus; Inzetten op verbeteren kwaliteit woongebieden en van bedrijventerreinen Faciliteren van een goed ondernemingsklimaat, vergroten van de diversiteit hierbinnen (kansen voor innovatieve maakindustrie, voedselindustrie, ICT, zakelijke dienstverlening en zorg en recreatie oppakken); Aantrekkelijk maken voor nieuwe bedrijvigheid voor hoger opgeleiden, versterken relaties tussen onderwijs en bedrijvigheid. Op het gebied van wonen wil de gemeente dat toevoeging van woonlocaties in balans moet zijn met de uitbreidingsbehoefte. Ook wil de gemeente dat er tot 2030 circa 895 woningen bij moeten komen. Om aan de vraag te voldoen overweegt de gemeente zelfs om uitleglocatie te ontwikkelen. Het plangebied ligt in het deelgebied 7 'Kern en agrarische enclave Elspeet'. In afbeelding 3.1 is het plangebied indicatief met rode ster weergegeven.

16

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Stakenbergweg 35

Afbeelding 3.1: Uitsnede kaart Omgevingsvisie 2018 Nunspeet (Bron: gemeente Nunspeet) Voor het gebied waarbinnen het plangebied zich bevindt is de volgende ambitie opgesteld: openheid tussen kern en bosrand waarborgen (voormalig beschermd dorpsgezicht); behoud agrarische- en dorps karakteristiek, zoals de ruimtelijke structuur van wegen, de beeldkwaliteit en belevingswaarde van aanwezige bebouwing en inrichting van openbare ruimte; behoud van markante plekken, monumenten en karakteristieke bebouwing, zoals de brink, de schaapskooi en omgeving, de molen De Hoop en omgeving; behoud van de doorzichten binnen het dorp en naar het buitengebied (bossen en akkers); het is in het algemeen van belang dat zorgvuldig omgegaan wordt met de ligging in het Veluws natuurgebied. 3.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie 2018 Nunspeet Wanneer de gewenste ontwikkeling wordt getoetst aan de 'Omgevingsvisie Nunspeet, wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling aansluit bij de gemeentelijke beleidsambities op het gebied van de openheid/doorzichten binnen het dorp en naar het buitengebied. Het initiatief voorziet namelijk in het toevoegen van twee woningen in een groene setting en het omzetten van twee bedrijfswoningen tot reguliere woningen.

Het voornemen is een mooie kans om de grote omvang van de agrarische bebouwing te slopen en daarvoor in de plaats passende woningen met landschappelijke inpassing toe te staan. In het plan wordt tevens de openheid tussen kern en bosrand gewaarborgd. De nieuwe woningen worden compact nabij de bestaande bedrijfswoningen op het erf gerealiseerd. De impact op de omgeving is hiermee beperkt en kan zelfs als positief ervaren worden door het opruimen van landschapsontsierende bebouwing. Het plan is tevens milieukundig uitvoerbaar (zie hoofdstuk 5), zodat er sprake is van een balans. De gewenste ontwikkeling sluit concluderend goed aan bij de “Omgevingsvisie Nunspeet”.

Toelichting (concept)

17

bestemmingsplan Stakenbergweg 35

3.3.2

Integrale toekomstvisie Nunspeet 2030

3.3.2.1 Algemeen De gemeente Nunspeet heeft de Integrale toekomstvisie Nunspeet 2030 vastgesteld. Deze integrale toekomstvisie (ITV) vormt voor de gemeente de koers voor het te ontwikkelen beleid om de visie in al haar facetten gerealiseerd te krijgen. Vanuit de gedachte 'meer samenleving, minder overheid' zal de gemeente meer vanuit een stimulerende, faciliterende en uitnodigende rol de toekomstvisie gaan uitvoeren, waarbij het benutten van kansen centraal staat. Daarnaast vormt de ITV een uitdaging voor ondernemers, inwoners, maatschappelijke organisaties, enzovoorts om met elkaar, vanuit de kracht van de samenleving ervoor te zorgen dat Nunspeet in 2030 een vitale, ondernemende en zorgzame gemeente is waar het uitstekend wonen, werken en recreëren is. De uitdaging is om te blijven streven naar een goede onderlinge balans tussen dynamiek en rust, tussen wonen, bedrijvigheid en infrastructuur enerzijds en natuur en landschap anderzijds. Om alle aanwezige kwaliteiten te behouden is hier en daar ook verandering noodzakelijk. In de toekomstvisie zijn vier ontwikkelingsrichtingen uitgewerkt: Eén autonome gemeente met vier hechte kernen; Een prettige woonomgeving voor iedereen; Een bereikbare, bedrijvige en duurzame gemeente is; Een plek om van de natuur te genieten. In voorliggend geval is met name het thema 'Een prettige woonomgeving voor iedereen' van belang.

3.3.2.2 Een prettige woonomgeving voor iedereen In de kernen van de gemeente Nunspeet is het niet eenvoudig om betaalbare woningen te kunnen aanbieden voor jongeren, starters, jonge gezinnen of senioren. Het waarborgen van voldoende diversiteit en beschikbaarheid op de woningmarkt vormt dan ook een wezenlijke voorwaarde voor het waarborgen van de sociale samenhang en verscheidenheid van de lokale samenleving. Verder is van belang dat de kerngerichtheid van de bewoners groot is. Er wordt ernaar gestreefd om elke inwoner woonruimte te kunnen bieden in zijn/haar eigen kern. Dit betekent niet automatisch veel bouwen, maar zorgvuldig en periodiek analyseren wat noodzakelijk is om het aanbod voor alle groepen op peil te houden en de doorstroming te bevorderen. De strategie is maatwerk. De gemeente wil op basis van de werkelijke behoefte in de kernen woningbouw mogelijk maken, waarbij ook het bestaande aanbod in aanmerking wordt genomen. Het doel is om aan iedereen kansen te geven, belangrijke doelgroepen zijn de starters, jonge doorstromers en senioren. Nieuwe ontwikkelingen moeten er vooral op gericht zijn de bestaande kernkwaliteiten te versterken en recht te doen aan het credo 'het hart op de juiste plaats'. Daarom zal bij de woningbouwopgave bezien worden of er in het bestaand bebouwd gebied kan worden ingebreid.

Hierdoor wordt het landschap ontzien en wordt er voldoende aandacht besteed aan beeldkwaliteit en cultuurhistorische waarden. 3.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Integrale toekomstvisie Nunspeet 2030 Onderhavig voornemen ziet toe op het mogelijk maken van van vier reguliere woningen op een voormalig agrarisch erf. Voor wat betreft de gebiedsgerichte opgaven geldt dat het plangebied zich uitstekend leent voor een functietransformatie in combinatie met aanvullende passende landschapsmaatregelen. Het sluit hier naadloos op aan. Tot slot geldt dat het voornemen bijdraagt aan een versterking van de natuurlijke- en landschappelijke kwaliteiten. Geconcludeerd wordt dat voorliggend initiatief in overeenstemming is met de 'Integrale toekomstvisie Nunspeet 2030'. 3.3.3

Woonvisie gemeente Nunspeet 2020-2025

3.3.3.1 Algemeen In de woonvisie legt de gemeenteraad de ambities op het gebied van wonen vast. De woonvisie 'Goed wonen in de gemeente Nunspeet' is op 20 februari 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. Deze woonvisie is vastgesteld voor de periode van 2020 tot 2025. Met deze woonvisie wordt een nieuw fundament gelegd voor voldoende aantrekkelijke woningen voor

18

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Stakenbergweg 35 iedereen, een kwalitatief en energetisch hoogwaardige woningvoorraad, waar iedereen in elke levensfase, met of zonder zorgbehoefte, kan (blijven) wonen. In de woonvisie staan drie ambities centraal: a. een gezonde woningmarkt met passende woningen, voor nu en later; b. ambitieus in energietransitie; c. evenwichtige en zorgzame wijken. Het gemeentebestuur wil dat alle inwoners van de gemeente Nunspeet zo passend mogelijk wonen, en wil de vier kernen 'in balans' houden. Daarvoor is een uitbreiding van de woningvoorraad nodig in de periode 2020 tot 2025. Voor starters is de grootste urgentie, maar ook het passend wonen voor senioren is een grote opgave. Dit vraagt vooral om meer betaalbare woningen: sociale huur en betaalbare koop. De gemeente wil een duurzame woningvoorraad die zich kenmerkt door groen en zuinig energieverbruik, dan wel energieneutraliteit. Tevens wil de gemeente goed wonen voor mensen met een zorgbehoefte mogelijk maken. 3.3.3.2 Dilemma's op de woningmarkt De woonvisie biedt inzicht in de ontwikkelingen op het brede gebied van het wonen. Het geeft ook een beeld van de effecten van beleid van de afgelopen jaren.

Ook richt de visie zich op de toekomst waar zich grote veranderingen aankondigen, in hoofdlijnen worden de volgende dilemma's benoemd: Aantal huishoudens blijft groeien, dit vraagt om flexibele oplossingen; Veranderende bevolkingssamenstelling; ontgroening, vergrijzing en kleinere huishoudens; Vertrekoverschot, met name door jongeren en jongvolwassenen; Langer zelfstandig wonen en toenemende zorgbehoefte (senioren verhuizen nauwelijks); Kwaliteit en geschiktheid bestaande woningvoorraad; Wat te doen met nieuwbouwplannen. 3.3.3.3 Kwantitatieve woningbehoefte Op 1 januari 2019 kende Nunspeet 10.851 woningen (Bron: CBS). De vraag is hoeveel woningen er in 2025 nodig zijn om aan de woningbehoefte te voldoen. In de meest recente huishoudensprognose in Nunspeet voor de periode van 2019-2025 een toename van 535 huishoudens verwacht. Ook speelt er een huidig woningtekort van huishoudens die nu al graag zelfstandige woning wensen in Nunspeet maar nog niet zelfstandig wonen. Dit woningtekort moet bij de geraamde groei van het aantal huishoudens worden opgeteld om tot een reële woningbehoefte te komen. Het is niet duidelijk hoe groot dit tekort in Nunspeet precies is, maar de provincie Gelderland raamt voor de hele provincie dat de woningbehoefte ongeveer 25% hoger ligt dan de groei van het aantal huishoudens.

Wanneer we deze vuistregel toepassen op Nunspeet dan is er in de gemeente tot 2025 sprake van een extra woningbehoefte van circa 670 woningen. Voor de periode 2025-2030 gaat het om respectievelijk een huishoudensgroei van 282 huishoudens en een extra woningbehoefte van 350 woningen. 3.3.3.4 Plancapaciteit Momenteel kent de gemeente een plancapaciteit van 919 woningen, waarvan ruim een kwart harde en driekwart zachte plannen betreft. Wanneer we deze plancapaciteit afzetten tegen de geraamde woningbehoefte dan blijkt dat Nunspeet onvoldoende plannen heeft om in de verwachte extra woningbehoefte te kunnen voorzien. Zowel voor de periode tot 2025 als daarna. De realiteit is dat een deel van de plannen uiteindelijk niet doorgaat. Wanneer we rekening houden met dergelijke planuitval dan blijkt het tekort aan woningbouwplannen nog groter. Tot 2025 komt de gemeente plannen te kort voor circa 277 woningen. Bovendien zijn de plannen tot 2025 slechts 100 woningen in harde plannen voorzien. Er worden dus naar verwachting te weinig woningen gerealiseerd om in de woningbehoefte te kunnen voorzien. Sturen op realisatie en versnelling is noodzaak.

Toelichting (concept)

19

bestemmingsplan Stakenbergweg 35

3.3.3.5 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie Nunspeet Voorliggend initiatief voorziet in de bouw van twee nieuwe woningen, en het omzetten van twee bedrijfswoningen naar reguliere woningen in het buitengebied van Elspeet. Hiervoor geldt dat de gemeente faciliteert bij concrete behoefte van onderop, van de inwoners zelf. In voorliggend geval is hiervan sprake, het betreft een particulier initiatief. Daarnaast is het van belang dat met woningbouw een bijdrage geleverd worden aan de vitaliteit/leefbaarheid en de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied. In voorliggend geval wordt hier bij aangesloten. Het betreft namelijk de bouw van woningen voor de lokale behoefte, waarbij de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid van het buitengebied door de sloop en het inpassen aanzienlijk wordt verbeterd. Gezien de schaarste van de woningen binnen de gemeente Nunspeet geeft onderhavig initiatief een impuls aan de woningmarkt. Het voornemen ziet toe op de realisatie van vrijstaande koopwoningen. Met voorliggend voornemen wordt een kleine doorstroom gecreëerd. Bestaande kopers/huurders van bijvoorbeeld middeldure koopwoningen verhuizen naar een vrijstaande woning. Zo wordt er plaats gemaakt voor jongeren of jonge gezinnen waarvoor veel vraag is naar goedkope en middeldure koopwoningen. Het voornemen voorziet in het bouwen voor de lokale behoefte.

Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de 'Woonvisie Nunspeet'. 3.3.4

Welstandsnota Nunspeet 2015

3.3.4.1 Algemeen De gemeente Nunspeet heeft op 9 december 2015 de Welstandsnota 'Welstand Nunspeet 2015' vastgesteld. In deze welstandsnota zijn de beleidsregels met daarbij welstandscriteria die worden gehanteerd bij de welstandbeoordeling van bouwplannen vastgelegd. 3.3.4.2 Toetsing van het initiatief aan de Welstandsnota Nunspeet 2015 Het stedenbouwkundige ontwerp van het planvoornemen dient met de gemeente te worden besproken en akkoord bevonden worden. Vervolgens is het aan de welstandscommissie of het bouwplan voldoet aan de welstandsnota. Dit aspect maakt onderdeel uit van de omgevingsvergunning voor het bouwen. 3.3.5 Notitie functieverandering - Uitgangspunten voor nieuw functieveranderingsbeleid van agrarisch naar wonen 3.3.5.1 Algemeen De agrarische sector is van groot belang voor de gemeente Nunspeet. Net als in andere gemeenten staat deze sector voor enorme toekomstige opgaven en veranderingen: een transitie naar circulaire landbouw en het naleven van de (Europese en nationale) doelstellingen op het gebied van milieu, duurzaamheid, klimaat, biodiversiteit, dierenwelzijn, plantgezondheid en bodem. Daarnaast staat het landelijk gebied van Nunspeet onder druk als gevolg van allerlei ruimte vragende opgaven zoals woningbouw, en duurzaamheids- en klimaatvraagstukken.

En zeer actueel heeft de landbouwsector te maken met de stikstofcrisis en de gevolgen van Covid19-uitbraak. Agrarische bedrijven zijn in deze complexe situatie bezig om te overleven en om voor hun bedrijf haalbare toekomststrategieën te ontwikkelen. Ook zullen agrarische bedrijven noodgedwongen moeten stoppen. Functieverandering naar wonen is één van de mogelijke alternatieven voor stoppende agrariërs. Na circa 15 jaar met deze beleidsregels voor functiewijziging naar wonen te hebben gewerkt, heeft de gemeenteraad gevraagd om het beleid en de regels voor functieverandering te evalueren en een herijking door te voeren. De actuele ontwikkelingen en de toekomstperspectieven in het landelijk gebied vragen om een passende regeling. De visie is gericht op: het behoud van de gebieden met grondgebonden landbouw in de gemeente; geen verdere functiemenging met wonen in het gebied waar de grondgebonden landbouw als hoofdfunctie wordt gezien (open randmeergebied); het passend ondersteunen van agrarische ondernemers in de intensieve veehouderij die op korte termijn gaan stoppen.

20

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Stakenbergweg 35

3.3.5.2 Functiewijziging naar wonen Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Nunspeet heeft per 5 juli 2022 een Besluit van tot specificatie van de beleidsregels voor de uitvoering van functieverandering van agrarisch naar wonen in de gemeente Nunspeet 2021-2022. Met dit besluit heeft het college voorgenomen uitgangspunten voor nieuw functieveranderingsbeleid van agrarisch naar wonen, d.d. 17 december 2020 nader te specificeren. Keuzes over functiewijziging naar wonen zijn gebaseerd op de beslisboom zoals opgenomen in afbeelding 3.2.

Afbeelding 3.2 Beslisboom specificatie van de beleidsregels voor de uitvoering van functieverandering van agrarisch naar wonen (www.Overheid.nl) Uit de beslisboom blijkt dat nieuwbouw in het kader van functieveranderingsbeleid niet mag plaatsvinden in het door de provincie aangewezen waardevol open gebied. Daarnaast dient er geen tweede locatie te zijn voor de salderingsregeling en moet het ruimtelijk wenselijk zijn.

Toelichting (concept)

21

bestemmingsplan Stakenbergweg 35

3.3.5.3 Staffeling Voor de funtiewijziging van agrarische bebouwing naar wonen in het kader van deze rood voor rood regeling wordt onderstaande staffeling gebruikt

Afbeelding 3.3 Staffeling (bron: Notitie functieverandering, Uitgangspunten voor nieuw functieveranderingsbeleid van agrarisch naar wonen) (Bron: Gemeente Nunspeet) 3.3.5.4 Toetsing aan de Notitie functieverandering In voorliggend geval worden voldoende vierkante meters (1.265 m2) aan voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt, waardoor ter compensatie het recht op twee vrijstaande woningen ontstaat. In Bijlage 1 is een sloopoverzicht weergegeven. De locatie ligt niet binnen, door de provincie aangewezen als, waardevol open gebied. Tevens is er geen sprake van een tweede locatie o.b.v. de salderingsregeling. In deze toelichting wordt aangetoond, dat voorliggend plan past binnen een goede ruimtelijke ordening. De gronden zijn recent in gebruik geweest ten behoeve van agrarische activiteiten. De locatie is uitermate geschikt voor het vestigen van woningen, vanwege de aansluiting op bestaande bebouwing. Gezien het vorenstaande wordt voldaan aan alle voorwaarden die worden gesteld in de "Notitie functieverandering, Uitgangspunten voor nieuw functieveranderingsbeleid van agrarisch naar wonen". 3.3.6

Conclusie gemeentelijk beleid

Geconcludeerd wordt dat de in voorliggend bestemmingsplan besloten ontwikkeling past binnen het gemeentelijk beleid.

22

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Stakenbergweg 35

Hoofdstuk 4 4.1

Geluid

4.1.1

Algemeen

Milieu- en omgevingsaspecten

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 4.1.2

Situatie plangebied

4.1.2.1 Wegverkeerslawaai In voorliggend geval worden, vanuit planologisch oogpunt, nieuwe geluidsgevoelige objecten toegevoegd. Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is noodzakelijk als de geluidsgevoelige bestemming binnen de wettelijke geluidszone van de weg is gelegen. In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen:

De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: wegen die zijn aangeduid als woonerf (art. 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art. 74.2). Situatie plangebied Het voornemen ziet toe op het omzetten van twee bedrijfswoningen naar reguliere woningen en de realisatie van twee nieuwe woningen. In artikel 76 van de Wgh is bepaald dat de geluidbelasting van een aanwezige weg op bestaande woningen niet getoetst hoeft te worden aan de grenswaarden. Dit betreft de bestaande bedrijfswoningen. Ten aanzien van de nieuwe reguliere woningen is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het volledige onderzoeksrapport is opgenomen in Bijlage 3 bij deze toelichting. Onderstaand wordt nader ingegaan op de belangrijkste onderzoeksresultaten. Onderzoeksresultaten akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai De geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeerslawaai van de Stakenbergweg bedraagt, inclusief aftrek art.110g Wgh, 49 dB voor compensatiewoning 1. Compensatiewoning 2 voldoet aan de voorkeurswaarde van 48 dB. De geluidbelasting van het wegverkeerslawaai van respectievelijk de Merelweg en de Nachtegaalweg bedraagt, inclusief aftrek art.110g Wgh, 26 dB en 24 dB. Met deze waarden wordt voldaan aan de voorkeurswaarde uit de Wgh. De te realiseren woning 1 beschikt over een geluidsluwe gevel en geluidsluwe buitenruimte.

Daarnaast zijn overdrachtsmaatregelen niet doelmatig. Tevens is het vergroten van de afstand tot de weg stedenbouwkundig niet wenselijk. Er wordt voldaan aan het gemeentelijk geluidbeleid, indien de te realiseren gevels minimaal een geluidswering van 21 dB bevatten. Er kan dan ook een hogere waarde van 49 dB verleend worden voor het wegverkeerslawaai afkomstig van de Stakenbergweg. In Bijlage 4 is het concept ontwerpbesluit hogere grenswaarde bijgevoegd. Gelet op vorenstaande is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aangaande het aspect wegverkeerslawaai.

Toelichting (concept)

23

bestemmingsplan Stakenbergweg 35

4.1.2.2 Industrielawaai In de omgeving van het plangebied is geen gezoneerd bedrijventerrein, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, aanwezig. Het aspect industrielawaai is niet van toepassing. Wat betreft de invloed van individuele bedrijven op de woningen wordt verwezen naar paragraaf 4.5 (milieuzonering). 4.1.2.3 Railverkeerslawaai Het aspect railverkeerslawaai kan in voorliggend geval buiten beschouwing worden gelaten omdat de dichtstbijzijnde spoorlijn op ruime afstand van het plangebied ligt. 4.1.3

Conclusie

De Wet geluidhinder vormt, mits een hogere waarde wordt verleend door de gemeente Nunspeet, geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.

4.2

Bodem

4.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de NEN-richtlijnen. 4.2.2

Situatie plangebied

In voorliggend geval is door Dumea Milieu een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Met dit verkennend bodemonderzoek is ook een asbest in grondonderzoek uitgevoerd. Onderstaand wordt ingegaan op de onderzoeksresultaten. De volledige rapportage is bijgevoegd als bij deze toelichting. Onderzoeksresultaten verkennend bodemonderzoek (incl. asbest in grondonderzoek) Verkennend bodemonderzoek NEN5740 Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn boringen en inspectiegaten uitgevoerd ten behoeve van een bodemonderzoek conform de NEN5740 en NEN5707. Gehele locatie In het bovengrondmengmonster BM1 is een lichte verhoging kobalt aangetroffen. In het bovengrondmengmonster BM2 zijn geen verhogingen aangetroffen. In de bovengrondmengmonsters BM3 en BM4 zijn lichte verhogingen PAK aangetroffen. In de ondergrondmengmonsters OM1 en OM2 zijn geen verhogingen aangetroffen. In het grondwatermonster Pb1wm1 zijn lichte verhogingen barium en naftaleen aangetroffen. In het grondwatermonster Pb2wm1 zijn geen verhogingen aangetroffen. Verkennend bodemonderzoek NEN5707 "asbestin bodem" & NEN5897 “asbestin puin” Op de onderzoekslocatie zijn meerdere asbestverdachte materialen waargenomen. In bijlage III zijn de contouren weergegeven waar de materialen zijn aangetroffen. Geadviseerd wordt om het aanwezige asbest op het maaiveld, middels handpicking te verwijderen.

Gehele locatie Ter plaatse van de locatie zijn meerdere inspectiegaten gegraven, bemonsterd en geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. In de mengmonsters MM1, MM3 en MM4 is analytisch geen asbest aangetoond. De mengmonsters MM2 en MM10 zijn licht asbesthoudend, de gewogen asbestgehalten blijven ruim onder de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Oprit De gewogen asbestgehalten van de inspectiegaten ter plaatse van de half-verharding zijn hoger dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek en hoger dan de interventiewaarde. 24

Toelichting (concept)

bestemmingsplan Stakenbergweg 35

Omdat de contour van de half-verharding in beeld is, kan gesteld worden dat de omvang van de verontreiniging voldoende in beeld is. In de ondergrond (0,50-1,00 m-mv) zijn zintuiglijk geen asbesthoudende materialen waargenomen. De verontreiniging met asbest word veroorzaakt door de aangetroffen asbesthoudende materialen (>20mm). Als een laag meer dan 50% bodemvreemd materiaal bevat, is de Wbb niet van toepassing. Dit betekent dat voor het ontgraven van een dergelijke puinlaag geen saneringsplan hoeft worden opgesteld. Een asbestweg moet worden gemeld bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). De verontreiniging mag voor sanering niet worden geroerd als gevolgd van sloop- en grondwerkzaamheden. Samenvattend Ter plaatse is een asbesthoudend pad aanwezig. Deze wordt gesaneerd. De sanering van de verontreining is middels een voorwaardelijke verplichting in de regels geborgd. Beoordeling Omgevingsdienst De omgevingsdienst heeft in een bodemnotitie aangegeven dat er ter plaatse van de stallen aanvullend onderzoek dient plaats te vinden in het kader van de NEN 5740 en NEN 5707 (asbest in grond). Dit onderzoek kan echter pas uitgevoerd worden na sloop van de stallen en kelders. 4.2.3

Conclusie

Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

4.3

Luchtkwaliteit

4.3.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder andere grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). 4.3.2

Besluit en de Regeling niet in betekende mate bijdragen

Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtverontreiniging van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend omstikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14293229/1