AP 7. Bijlage BP Stakenbergweg 35 Regels
Tekst van het document
Stakenbergweg 35
bestemmingsplan Stakenbergweg 35
Inhoudsopgave
Regels
3
Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
4 4 10
Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Bestemmingsregels Agrarisch Tuin Verkeer Wonen Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3
11 11 14 15 16 23 25
Hoofdstuk3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15
Algemene regels Antidubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
27 27 28 29 30 32 34 35
Hoofdstuk4 Artikel 16 Artikel 17
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
37 37 38
2
Inhoudsopgave (concept)
bestemmingsplan Stakenbergweg 35
Regels
Regels (concept)
3
bestemmingsplan Stakenbergweg 35
Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1
Inleidende regels
Begrippen
plan
het bestemmingsplan "Stakenbergweg 35" met identificatienummer NL.IMRO.0302.BP01214-OW01 van de gemeente Nunspeet. 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5
aan huis verbonden beroep
een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch, of hiermee gelijk te stellen gebied, uitgezonderd prostitutie, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend door de gebruiker, waarbij het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.6
achtererfgebied
erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.7
agrarisch bedrijf
een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of door middel van het houden van dieren, niet zijnde: een glastuinbouwbedrijf, een hout- en/of fruitteeltbedrijf, een boom- en/of sierkwekerij, een gebruiksgerichte paardenhouderij of een bollenteeltbedrijf; 1.8
archeologische waarde
de waarde die van belang is voor de archeologie en voor de kennis van de beschavingsgeschiedenis; 1.9
bebouwing
een of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.10
bebouwingsgebied
achtererfgebied alsmede de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw; 1.11
bed & breakfast
een bedrijfsmatige voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt als toeristisch-recreatieve activiteit, welke bedrijfsmatige voorziening ondergeschikt is aan de hoofdbestemming;
4
Regels (concept)
bestemmingsplan Stakenbergweg 35
1.12
bedrijf
een bedrijfseconomische eenheid; onder eenheid worden ook verstaan rechtspersonen die ruimtelijk als één bedrijf optreden. Onder bedrijf - buitengebied gerelateerd wordt begrepen een bedrijf dat vanwege de aard van de bedrijfsvoering past in het buitengebied; 1.13
bedrijfsgebouw
een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.14
bedrijfsmatig
in de uitoefening van een beroep of bedrijf of tegen vergoeding; 1.15
bedrijfswoning/beheerderswoning/dienstwoning
een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is voor beheer of toezicht; 1.16
bestaande
bestaand en legaal aanwezig op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan; 1.17
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.18
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; indien en voor zover twee bestemmingsvlakken middels de figuur relatie met elkaar zijn verbonden worden deze aangemerkt als één bestemmingsvlak; 1.19
bijbehorend bouwwerk
uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. 1.20
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.21
bouwgrens
de grens van een bouwvlak; 1.22
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; indien en voorzover twee bouwpercelen middels de figuur relatie met elkaar zijn verbonden worden deze aangemerkt als één bouwperceel; 1.23
bouwperceelgrens
de grens van een bouwperceel; 1.24
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
Regels (concept)
5
bestemmingsplan Stakenbergweg 35
1.25
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.26
dak
iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.27
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen, geen motorbrandstoffen zijnde, aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.28
eigen terrein als bedoeld in de regeling voor parkeren en laden en lossen
het terrein en/of bouwwerk dat de aanvrager in eigendom of in gebruik heeft en waarover hij kan beschikken en die bij het te realiseren (bouw)plan en/of het bouwwerk horen; 1.29
erf
een al dan niet bebouwd perceel of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een woning en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van de woning; 1.30
erfbeplanting
afschermende en/of het landschapsbeeld versterkende en overwegend opgaande (rand)beplanting binnen of direct aansluitend op het bouwvlak van een agrarisch bedrijf of binnen of direct aansluitend aan een ander bedrijf of een woning; 1.31
erfinrichtingsplan
juridisch bindend plan dat aangeeft op welke wijze inpassing van voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen op een erf plaatsvindt. Tot deze inpassing behoren situering van de opstallen en de inrichting van het perceel, waaronder de erfbeplanting ten opzichte van het landschap. Het gaat om bestaande en gewenste karakteristieken en kwaliteiten van het erf. Een en ander uit zich in een ontwerpgerichte benadering waarin de karakteristieken en kwaliteiten verder worden versterkt; 1.32
extensief recreatief medegebruik
een extensief dagrecreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan, waaronder in elk geval niet wordt verstaan: boerengolf, paintball, gemotoriseerde sport; 1.33
extensieve (dag)recreatie
die vormen van recreatie die in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving zoals wandelen en fietsen en die in principe plaatsvinden tussen zonsopgang en zonsondergang en niet gericht zijn op het verstrekken van nachtverblijf; 1.34
exploitant bed en breakfast
degene die de bed en breakfast exploiteert. 1.35
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.36
gebruiksvloeroppervlakte
de totale vloeroopervlakte van die delen van een gebouw met eenzelfde gebruiksbestemming;
6
Regels (concept)
bestemmingsplan Stakenbergweg 35
1.37
gemeenschappelijke ruimte
een voor de recreant ingerichte ruimte voor ontspanning en vermaak waar ook het ontbijt kan worden genuttigd; 1.38
groepsaccommodatie
een (deel van) een gebouw dat blijvend is bestemd voor recreatief nachtverblijf door groepen, waarbij wordt overnacht in slaapzalen en/of slaapkamers en waarin een dagverblijf beschikbaar is waarin de gasten mede huishoudelijke werkzaamheden kunnen verrichten; 1.39
hoofdgebouw
gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.40
huishouden
een verzameling van één of meerdere personen die samen één zelfstandig huishouden vormen dat zich kenmerkt door continuïteit in samenstelling en onderlinge verbondenheid; 1.41
inwoning
twee huishoudens in een woning waarbij er sprake is van een hoofdtoegang, die toegang verschaft tot een gemeenschappelijke hal van waaruit rechtstreekse toegang tot de beide woonruimtes wordt verschaft en waarbij er sprake blijft van één aansluiting op de nutsvoorzieningen; 1.42
kleine windturbine
een bouwwerk voor het opwekken van elektrisch of thermisch vermogen uit wind; 1.43
kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten
het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten, geheel of overwegend door middel van handwerk, geen detailhandel zijnde en prostitutie, dat in of bij een woonhuis of de bedrijfswoning wordt uitgeoefend door de gebruiker, en waarvan de omvang zodanig is, dat het woonhuis of de bedrijfswoning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.44
kleinschalige kampeerterrein
een kampeerterrein met ten hoogste 25 kampeermiddelen, tenzij ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van recreatie - kampeerterrein", in welk geval geen maximum aantal kampeermiddelen van toepassing is, uitgezonderd stacaravans, gedurende de periode van 15 maart tot en met 31 oktober; 1.45
landschappelijke inpassing
inpassing in het omringende landschap door bij de situering in te spelen op de landschappelijke kenmerken en/of door het gebruik van beplanting die past bij het landschapstype ter plaatse, om de bebouwing minder nadrukkelijk in het landschap te plaatsen; 1.46
landschappelijke waarde
de aan een gebied toegekende waarde, in verband met de waarneembare verschijningsvorm van dat gebied; 1.47
mantelzorg
intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond;
Regels (concept)
7
bestemmingsplan Stakenbergweg 35
1.48
mantelzorgunit
een tijdelijk bijbehorend bouwwerk ten behoeve van mantelzorg; 1.49
natuurlijke waarde
de aan een gebied toegekende waarde, in verband met de geologische, geomorfologsiche, bodemkundige en/of biologische elementen, voorkomend in dat gebied; 1.50
normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden
werkzaamheden die regelmatig noodzakelijk zijn voor een goed beheer van de gronden, waaronder begrepen de handhaving dan wel de realisering van de bestemming; 1.51
paardenbak
een door middel van een afscheiding afgezonderd stuk terrein, kennelijk ingericht voor het africhten en/of trainen en berijden van paarden en pony's en/of het anderszins beoefenen van de paardensport, met of zonder de daarbij behorende voorzieningen; 1.52
peil
a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het plaatselijke niveau ten opzichte van Nieuw Amsterdams Peil; d. indien de onder a tot en met c genoemde peilen in het veld aanleiding geven tot onduidelijkheden, een door of namens burgemeester en wethouders aan te wijzen peil; 1.53
prostitutie
het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander persoon tegen vergoeding; 1.54
recreatief verblijf
de overnachting die plaatsvindt in het kader van de weekend- en/of verblijfsrecreatie (dus niet als hoofdverblijf); 1.55
recreatiewoning
een gebouw dat dient voor recreatief (nacht)verblijf voor recreanten die hun hoofdverblijf elders hebben; 1.56
seksinrichting
de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.57
stacaravan
een gebouw, bestaande uit een lichte constructie, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatief verblijf en dat binnen 24 uur demontabel is. De stacaravan mag niet zijn/worden opgebouwd uit steenachtige materialen; 1.58
teeltondersteunende voorzieningen
voorzieningen in, op of boven de grond die door agrarische bedrijven bij plantaardige teelten worden gebruikt om de volgende doelen na te streven: verbetering van de productie, onder meer door teeltvervroeging en -verlating, terugdringing van
8
Regels (concept)
bestemmingsplan Stakenbergweg 35 onkruidgroei en beperking van vraatschade; verbetering van de arbeidsomstandigheden, onder meer door gewassen verhoogd te telen; het bereiken van positieve effecten op milieu en water (bodembescherming, terugdringing onkruidbestrijding, effectief omgaan met water); of het voorkomen van schade door vorst; 1.59
verbeelding/plankaart
a. de digitale verbeelding van het bestemmingsplan Stakenbergweg 35; b. de analoge (papieren) kaart van het bestemmingsplan Stakenbergweg 35 met legenda en tekeningnummer NL.IMRO.0302.BP01214-OW01; 1.60
voorgevel
de naar de weg gekeerde gevel van een woning of, bij onduidelijkheid daarover, de als zodanig door of namens burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel; 1.61
wijziging
een wijziging als bedoeld in artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening; 1.62
woning
een complex van ruimten dat dient voor de zelfstandige huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.63
woonhuis
een gebouw, hetzij vrijstaand, hetzij aaneengebouwd, dat slechts één woning omvat.
Regels (concept)
9
bestemmingsplan Stakenbergweg 35
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
Gebouwen en bouwwerken
2.1.1
De breedte van een gebouw:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of de harten van de scheidingsmuren. 2.1.2
De dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.1.3
De goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Wolfseinden worden hieronder niet begrepen. 2.1.4
De bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.1.5
De inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.1.6
De oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. Bouwonderdelen zoals goten, dakoverstekken en in dakoverstekken geïntegreerde goten en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen met een oversteek van meer dan 75 cm worden in de oppervlakte meeberekend. 2.1.7
De hoogte van een windturbine:
De hoogte van een windturbine wordt gemeten vanaf het peil tot aan: 1. bij een horizontale as-turbine: de (wieken)as van de windturbine; 2. bij een verticale as-turbine: de bovenzijde van de rotor. 2.1.8
De vloeroppervlakte van een beroeps- en/of bedrijfsactiviteit:
tussen de binnenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren van de ruimtes die in gebruik zijn voor de beroeps- en/of bedrijfsactiviteit. 2.2
Maatvoering
Alle maten zijn tenzij anders aangegeven: a. b. c. d. e.
10
voor lengten in meters (m); voor oppervlakten in vierkante meters (m²); voor inhoudsmaten in kubieke meters (m³); voor verhoudingen in procenten (%); voor hoeken/hellingen in graden (º).
Regels (concept)
bestemmingsplan Stakenbergweg 35
Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Agrarisch
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
f.
de uitoefening van het agrarisch bedrijf; het weiden van vee, anders dan in het kader van de uitoefening van het agrarisch bedrijf; bos- en/of natuurelementen met een oppervlakte van minder dan 2 hectare; bestaande wegen, wandel-, fiets- en ruiterpaden, toegangswegen; voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water, niet zijnde voorzieningen ten behoeve van ijsbanen of siervijvers; het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke waarde en de landschappelijke waarde van de gronden;
met daarbijbehorende veldschuren, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en andere werken. 3.2
Bouwregels
Op de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 3.2.1
Gebouwen
Er mogen geen gebouwen worden gebouwd. 3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, geldt de volgende regel: a. de bouwhoogte van teeltondersteunende voorzieningen mag niet meer dan 0,3 m bedragen; b. de bouwhoogte van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, mag niet meer dan 1,5 m bedragen. 3.3
Afwijken van de bouwregels
3.3.1
Afwijking nieuwe schuilgelegenheden
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 3.2.1, in die zin dat nieuwe schuilgelegenheden voor het bieden van schuilgelegenheid voor dieren worden gebouwd en gebruikt, met dien verstande dat: a. de schuilgelegenheid alleen wordt gebouwd en gebruikt ten behoeve van het hobbymatig houden van dieren; behoudens de gevallen zoals bedoeld in artikel 3, lid 3.3.1 onder c; b. de omgevingsvergunning voor het afwijken van artikel 3.2.1 alleen wordt verleend voor een tijdelijke afwijking van het bestemmingsplan, voor een periode van maximaal 5 jaar; na de periode van 5 jaar kan na een nieuwe beoordeling eventueel een verlenging plaatsvinden; c. in afwijking van artikel 3, lid 3.3.1, onder a, kan een omgevingsvergunning voor een tijdelijke schuilgelegenheid worden verleend wanneer het gaat om het bedrijfsmatig houden van dieren, waarbij deze vergunning dan alleen seizoensgebonden wordt verleend voor de periode tussen 1 maart en 1 november; d. de schuilgelegenheid aantoonbaar noodzakelijk en doelmatig is in het kader van dierenwelzijn; e. aanvrager niet in de nabijheid woont van het weiland waar het vee loopt/graast waardoor er niet aangehaakt kan worden bij bestaande bebouwing en er een behoefte bestaat aan een solitaire schuilgelegenheid; f. de oppervlakte van de schuilgelegenheid niet meer dan 30 m2 bedraagt; g.
de bouwhoogte van de schuilgelegenheid niet meer dan 3 m bedraagt; h. de goothoogte van de schuilgelegenheid niet meer dan 2 m bedraagt; i. de schuilgelegenheid enkel uit houten wanden bestaat of eventueel uit wanden met een houtachtige uitstraling; j. de schuilgelegenheid ten minste één zijde heeft die voor tweederde open moet zijn;
Regels (concept)
11
bestemmingsplan Stakenbergweg 35 k. de schuilgelegenheid niet zodanig mag worden uitgerust waardoor permanent verblijf van dieren mogelijk is; l. er geen buitenopslag mag plaatsvinden; m. de aanvrager van een schuilgelegenheid minimaal 2.000 m2 aaneengesloten agrarische percelen in eigendom dan wel in gebruikt heeft; n. per aanvrager maximaal 1 schuilgelegenheid is toegestaan; o. voorafgaand aan de aanvraag een onderzoek dient plaats te vinden of geen gebruikgemaakt kan worden van bestaande bebouwing; p. de schuilgelegenheid landschappelijk ingepast dient te worden, waarbij aansluiting wordt gezocht bij het bestaande landschap en/of bestaande landschapselementen en/of aangrenzende bebouwing; 3.3.2
Afwijking teeltondersteunende voorzieningen
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 3.2.2 onder b juncto artikel ten behoeve van de bouw van teeltondersteunende voorzieningen tot een bouwhoogte van 1,5 m, met dien verstande dat: a. de noodzaak aannemelijk is gemaakt; b. de tijdelijkheid van twee maanden is verzekerd; c. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden. 3.3.3
Afwijking afrasteringen
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 3.2.2 onder b ten behoeve van de bouw van afrasteringen met een bouwhoogte van niet meer dan 2 m ter voorkoming van wildschade, met dien verstande dat: geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden. 3.3.4
Opwekking zonne-energie
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 3.2.2 onder b ten behoeve van de bouw van zonnepanelen en de bijbehorende constructies en installaties met een bouwhoogte van niet meer dan 4 m op of boven het maaiveld, met dien verstande dat: a. de bouwwerken landschappelijk worden ingepast; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en cultuurhistorische waarden; c. bij aanvragen in de directe nabijheid van de Natura 2000-gebieden Veluwe en Veluwerandmeren, kan alleen een omgevingsvergunning worden verleend als aangetoond is dat er geen significant negatieve effecten op de wettelijke instandhoudingsdoelstellingen van deze gebieden zullen optreden. d. de oppervlakte van zon op land (zonnevelden) mag maximaal 200 m2 bedragen, waarbij aanvragen worden getoetst aan het Beleidskader Zonne-energie gemeente Nunspeet. 3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1
Strijdig gebruik
Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruiken of laten gebruiken van de gronden en bouwwerken ten behoeve van verblijfsrecreatieve doeleinden; b. het gebruiken of laten gebruiken van de gronden en bouwwerken voor opslag; c. het gebruiken of laten gebruiken van gronden voor verharding, anders dan bedoeld in lid 3.1 onder d, met uitzondering van koepaden met een oppervlakte van niet meer dan 200 m²; d. het aanleggen en/of bouwen van kuilvoerplaten, sleufsilo's en voorzieningen ten behoeve van de opslag van mest en/of voer; e. het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van de aanleg van een paardenbak; f. het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van de opwekking van zonne-energie.
12
Regels (concept)
bestemmingsplan Stakenbergweg 35
3.5
Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1
Afwijking wandel-, fiets- en ruiterpaden
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van 3.4.1 onder b ten behoeve van de aanleg van nieuwe wandel-, fiets- en/of ruiterpaden dan wel het wijzigen van de tracees van bestaande wandel-, fiets- en/of ruiterpaden, met dien verstande dat: a. de afwijking uitsluitend wordt toegepast voor de aanleg van nieuwe paden en/of het verleggen van bestaande paden ten behoeve van de verbetering van natuurwaarden vanuit beheerinrichting; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden. 3.5.2
Afwijking koepaden
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van 3.4.1 onder c ten behoeve van het vergroten van koepaden tot een oppervlakte groten dan 200 m², mits: a. de oppervlakte noodzakelijk is voor een goed agrarisch gebruik; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden. 3.5.3
Afwijking paardenbak
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 3.4.1 onder d ten behoeve van het gebruik en de bouw van 1 paardenbak voor eigen hobbymatig gebruik, met dien verstande dat: a. de paardenbak moet zijn gesitueerd bij een woonhuis of bedrijfswoning gelegen binnen een bestemmingsvlak, waarbij geldt dat de paardenbak voor niet minder dan 20% moet zijn gelegen in het bestemmingsvlak waarin het woonhuis of de bedrijfswoning is gelegen en niet meer dan 80% is gelegen binnen de bestemming Agrarisch; b. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast in combinatie en qua criteria passend met de afwijking voor de aanleg van een paardenbak binnen de van toepassing zijnde bestemming; c. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 3.5.4
Afwijking zonne-energie
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 3.4.1 onder f ten behoeve van het gebruik van gronden voor de opwekking van zonne-energie, met dien verstande dat: a. deze afwijking uitsluitend in combinatie met de afwijking genoemd in 3.3.4 wordt toegepast. 3.5.5
Afwijking paardenbak buiten het bestemmingsvlak
Met een omgevingsvergunning kan, indien er een goede landschappelijke inpassing mogelijk is, worden afgeweken van het bepaalde in 3.4.1 onder e ten behoeve van het gebruik en de bouw van 1 paardenbak voor eigen hobbymatig gebruik buiten het bestemmingsvlak, met dien verstande dat: a. het niet mogelijk is de paardenbak binnen het bestemmingsvlak te situeren overeenkomstig het bepaalde in 3.5.3 of gemotiveerd wordt waarom de paardenbak binnen het bestemmingsvlak niet wenselijk is; b. de oppervlakte van de paardenbak niet meer mag bedragen dan 1200 m2; c. de afstand tot een andere woning: 1. niet minder dan 50 meter mag bedragen, indien palen en masten ten behoeve van de paardenbak aanwezig zijn; 2. niet minder dan 30 meter mag bedragen, indien geen palen en masten ten behoeve van de paardenbak aanwezig zijn; d. daarbij tevens de bouw van lichtmasten kan worden toegestaan tot een bouwhoogte van niet meer dan 6 meter indien op niet minder dan 50 meter een andere woning is gesitueerd; e. de paardenbak landschappelijk wordt ingepast middels een landschappelijk inpassingsplan; f. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden.
Regels (concept)
13
bestemmingsplan Stakenbergweg 35
Artikel 4 4.1
Tuin
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen; met bij een en ander behorende voorzieningen zoals in- en uitritten, paden, bermen, parkeervoorzieningen, en andere bouwwerken. 4.2
Bouwregels
a. Op de voor 'Tuin' aangewezen gronden mogen uitsluitend uitbouwen zoals een erker, overkappingen en andere bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. b. De bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 6 m. c. De bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel van een woning mag niet meer bedragen dan 1 m. d. De bouwhoogte van overige erf- en terreinafscheidingen en overige andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan 2 m. 4.3
Afwijken van de bouwregels
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 4.2 ten behoeve van het bouwen van bijbehorende bouwwerken, zoals bijgebouwen, erkers en ingangspartijen, vóór de voorgevel van een woning. Voor het verlenen van de omgevingsvergunning gelden de volgende voorwaarden: a. de diepte van de erker en/of ingangspartij bedraagt ten hoogste 1,5 m, mits de diepte van de overblijvende, niet met gebouwen bebouwde voortuin ten minste 2,5 meter bedragen; b. de gezamenlijke oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken bedraagt ten hoogste 20 m2 en een overkapping, met dien verstande, dat bij aaneengebouwde woningen slechts een oppervlakte van 14 m2 en een overkapping is toegestaan; c. de goothoogte en bouwhoogte van de bijbehorende bouwwerken mogen niet meer bedragen dan respectievelijk 3,5 en 5 meter; d. het woongenot van de naaste buren mag niet onevenredig worden aangetast; e. het straatbeeld mag niet onevenredig worden aangetast.
14
Regels (concept)
bestemmingsplan Stakenbergweg 35
Artikel 5 5.1
Verkeer
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
verkeer en het vervoer over de weg; bermen; watergangen; kunstwerken;
met daarbijbehorende gebouwen, zoals bushaltes, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, andere werken en voorzieningen, zoals fietspaden, taluds, ongelijkvloerse kruisingen, faunapassages, carpoolplaatsen, parkeer- en groenvoorzieningen, met dien verstande dat: e. de verkoop van motorbrandstoffen niet is toegestaan. 5.2
Bouwregels
Op de voor 'Verkeer' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 5.2.1
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 6 m mag bedragen. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer zoals bovenleidingen, palen, masten en verkeerstekens mag niet meer dan 10 m bedragen. 5.3
Specifieke gebruiksregels
Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van de gronden ten behoeve van de inrichting van: a. overige wegen met meer dan 2 rijstroken.
Regels (concept)
15
bestemmingsplan Stakenbergweg 35
Artikel 6 6.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen in een woning of een woonhuis al dan niet in combinatie met een aan-huis-verbonden beroep en/of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit; b. landschappelijke inpassing en/of erfbeplanting; met daarbijbehorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, andere werken, tuinen en erven. 6.2
Bouwregels
Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 6.2.1
Hoofdgebouwen
Voor het bouwen van een hoofdgebouw gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woonhuizen worden gebouwd; b. per bestemmingsvlak mag niet meer dan één woonhuis worden gebouwd; c. de oppervlakte van een woonhuis mag niet meer dan 120 m2 bedragen, indien de bestaande oppervlakte groter is dan 120 m2 mag de oppervlakte van een woonhuis (inclusief, indien van toepassing, niet woongedeelten binnen het oorspronkelijke boerderijpand) ten hoogste de bestaande oppervlakte bedragen; d. de goothoogte mag niet meer dan 4 m bedragen, tenzij de bestaande goothoogte hoger is, in welk geval de goothoogte ten hoogste de bestaande goothoogte mag bedragen; e. de bouwhoogte mag niet meer dan 9 m bedragen, tenzij de bestaande bouwhoogte hoger is, in welk geval de bouwhoogte ten hoogste de bestaande bouwhoogte mag bedragen; f. de dakhelling mag niet minder dan 15° bedragen, danwel bestaand, indien dit minder bedraagt; g. kelders mogen uitsluitend worden gerealiseerd loodrecht onder het woonhuis, inclusief de aangebouwde bijbehorende bouwwerken, tot een diepte van niet meer dan 3,50 m; h. de afstand tot de bouwperceelgrens moet ten minste 3 m bedragen. 6.2.2
Bijbehorende bouwwerken
Voor het bouwen van een bijbehorend bouwwerk bij een woning gelden de volgende regels: a. een bijbehorend bouwwerk moet worden gesitueerd op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevel van het woonhuis, tenzij de bestaande afstand minder bedraagt, in welk geval de afstand de bestaande afstand mag bedragen; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijbehorende bouwwerken voor de voorgevel' mogen bijbehorende bouwwerken voor de voorgevel worden gebouwd; c. een vrijstaand bijbehorend bouwwerk moet worden gesitueerd op een afstand van ten hoogste 25 m van het dichtstbijzijnde punt van het woonhuis; d. de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag per woning niet meer bedragen dan 110 m², tenzij het bestaande gezamenlijke oppervlakte meer bedraagt, in welk geval de bestaande gezamenlijke oppervlakte mag bedragen. Indien het bebouwingsgebied groter is dan 500 m², mag de gezamenlijke oppervlakte worden vermeerderd met 10% van de oppervlakte van het bebouwingsgebied vanaf 500 m² tot een maximum van 150 m²; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bijbehorende bouwwerken voor de voorgevel' mag de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken maximaal 150 m2 bedragen; f.
de goothoogte van een bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan 3,50 m bedragen, tenzij de bestaande goothoogte hoger is, in welk geval de goothoogte ten hoogste de bestaande goothoogte mag bedragen; g. de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan 6 m bedragen, tenzij de bestaande bouwhoogte hoger is, in welk geval de bouwhoogte ten hoogste de bestaande bouwhoogte mag bedragen; h. vrijstaande bijbehorende bouwwerken mogen niet worden voorzien van een kelder.
16
Regels (concept)
bestemmingsplan Stakenbergweg 35
6.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. indien zij vóór de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van het hoofdgebouw of het verlengde daarvan worden opgericht mag de bouwhoogte niet meer dan 1,5 m bedragen; b. in overige gevallen mag de bouwhoogte niet meer dan 2,5 m bedragen. 6.3
Afwijken van de bouwregels
6.3.1
Afwijking oppervlakte woonhuis bij nieuwbouw of verbouw
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 6.2.1 onder c in die zin dat de oppervlakte van een woonhuis niet meer dan 140 m2 mag bedragen, met dien verstande dat: a. het boerderijvormen betreft met cultuurhistorische en/of architectonische waarde en een lage gooten bouwhoogte; b. de vergroting van de oppervlakte bijdraagt aan de cultuurhistorische waarde; c. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het bebouwingsbeeld en de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden. 6.3.2
Afwijking oppervlakte woonhuis ten behoeve van inwoning
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 6.2.1 onder c in die zin dat de oppervlakte van een woning niet meer dan 140 m2 mag bedragen, met dien verstande dat de uitbreiding plaatsvindt ten behoeve van inwoning waarvoor afwijking is of wordt verleend als bedoeld in 6.5.5. 6.3.3
Afwijking bouw erkers en serres
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 6.2.1 onder c in die zin dat de oppervlakte van een woonhuis wordt vergroot ten behoeve van de bouw van erkers of serres, met dien verstande dat de oppervlakte van een erker of een serre niet meer bedraagt dan 12 m². 6.3.4
Afwijking goothoogte bij waardevol pand
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 6.2.1 onder d en 6.2.2 onder d ten behoeve van een afwijkende goothoogte indien deze bijdraagt aan de historische, cultuurhistorische en/of architectonische waarde, met dien verstande dat de goothoogte niet meer zal bedragen dan 6m en de afwijking in ondergeschikte mate voor delen van het gebouw wordt toegepast. 6.3.5
Afwijking bouwhoogte woonhuis
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 6.2.1 onder e in die zin dat de bouwhoogte van een woonhuis wordt vergroot tot niet meer dan 10 m, met dien verstande dat: geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 6.3.6
Afwijking dakvorm
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 6.2.1 onder f ten behoeve van een afwijkende dakvorm, met dien verstande dat het bebouwingsbeeld daardoor niet onevenredig wordt aangetast. 6.3.7
Afwijking afstand bijbehorend bouwwerk tot voorgevel woonhuis
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 6.2.2 onder a in die zin dat een bijbehorend bouwwerk op minder dan 1 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw dan wel vóór de voorgevel van het hoofdgebouw wordt gebouwd, met dien verstande dat: a. dit stedenbouwkundig aanvaardbaar is; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 6.3.8
Afwijking afstand vrijstaand bijbehorend bouwwerk tot woonhuis
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 6.2.2 onder b in die zin dat een vrijstaand bijbehorend bouwwerk wordt gebouwd op een afstand van meer dan 25 m vanaf het dichtstbijzijnde punt van het woonhuis, met dien verstande dat:
Regels (concept)
17
bestemmingsplan Stakenbergweg 35 a. er binnen de afstand van 25 m redelijkerwijs geen ruimte aanwezig is voor de bouw van het vrijstaande bijbehorende bouwwerk; b. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden, de woonsituatie, het bebouwingsbeeld en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 6.3.9
Afwijking afstand tot bouwperceelgrens
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 6.2.1 onder h in die zin dat de afstand van een gebouw tot de bouwperceelgrens minder bedraagt dan 3 m, met dien verstande dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 6.3.10 Afwijken vergroten woonruimte Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 6.2.1 en 6.2.2 ten behoeve van het vergroten van de woonruimte met behoud van de waarde van het kleine woonhuis, afgeweken wordt van de vereiste ondergeschiktheid van bijbehorende bouwwerken qua afmetingen aan het hoofdgebouw, mits: a. er sprake is van een architectonisch hoogwaardig bouwplan waarbij geen afbreuk wordt gedaan aan de waarden van het kleine woonhuis; b. de gezamenlijke oppervlakte van het hoofdgebouw en de bijbehorende bouwwerken ten hoogste 200 m² zal bedragen; c. de goothoogte van een bijbehorend bouwwerk ten hoogste 4,50 m zal bedragen; d. de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk ten hoogste 9,00 m zal bedragen; e. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woonsituatie, de landschappelijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.
6.3.11 Afwijken aangebouwd bijbehorend bouwwerk aan een woonhuis Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 6.2.2 onder c ten behoeve van het vergroten van een woonhuis dat kleiner is dan 120 m2 door middel vaneen aangebouwd bijbehorend bouwwerk, mits: a. het aan te bouwen bijbehorende bouwwerk wordt gebruikt voor de uitbreiding van een primaire woonfunctie (uitbreiding woonkamer, keuken, badkamer of slaapkamer); b. het aan te bouwen bijbehorende bouwwerk ten hoogste 25 m2 bedraagt; c. de gezamenlijke oppervlakte van het woonhuis en het aan te bouwen bijbehorende bouwwerk niet meer bedraagt dan de in 6.2.1 onder c genoemde maximale oppervlakte; d. de toegestane oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken als bedoeld in 6.2.2 onder c al volledig is benut; e. de goothoogte van het aan te bouwen bijbehorende bouwwerk ten hoogste 3,5 m zal bedragen; f. de bouwhoogte van het aan te bouwen bijbehorende bouwwerk ten hoogste 7,5 m zal bedragen; g. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woonsituatie, de landschappelijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 6.4
Specifieke gebruiksregels
6.4.1
Strijdig gebruik
Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruiken of laten gebruiken van de gronden ten behoeve van een grondwal; b. het gebruiken of laten gebruiken van een woonhuis en de daarbijbehorende bouwwerken voor een aan huis verbonden beroep en/of kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, met dien verstande dat dit is toegestaan indien: 1. ten hoogste 40% van de gezamenlijke oppervlakte van het woonhuis met de daarbijbehorende bijbehorende bouwwerken wordt gebruikt ten behoeve van het aan huis verbonden beroep en/of de kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, mits deze gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 50 m², 2. de uitstraling als woning intact blijft; 3. het gebruik geen nadelige gevolgen heeft voor het woon- en leefmilieu; 4. het gebruik geen nadelige gevolgen heeft op de normale ontwikkeling van het verkeer en geen nadelige toename van de parkeerbehoefte veroorzaakt; 18
Regels (concept)
bestemmingsplan Stakenbergweg 35
c. d. e. f. g. h.
5. geen detailhandel wordt uitgeoefend; 6. geen sprake is van reclame-uitingen en buitenopslag; het gebruiken of laten gebruiken van een woonhuis voor meer dan één woning; het gebruiken of laten gebruiken van gronden ten behoeve van de aanleg van een paardenbak; het gebruiken of laten gebruiken van vrijstaande bijbehorende bouwwerken ten behoeve van bewoning; het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken ten behoeve van verblijfsrecreatieve doeleinden; het gebruiken of laten gebruiken van een woonhuis ten behoeve van een extra huishouden; het gebruiken of laten gebruiken ten behoeve van bewoning van bijbehorende bouwwerken - die al dan niet omgevingsvergunningvrij zijn gerealiseerd - waarin de bewoning in verband met mantelzorg niet binnen drie maanden is beëindigd;
6.4.2
Voorwaardelijke verplichting erfinrichtingsplan
a. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik en het in gebruik laten nemen van nieuwe bouwwerken overeenkomstig de in 6.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 1 opgenomen erfinrichtingsplan teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing; b. in afwijking van het bepaalde onder a mogen nieuwe bouwwerken overeenkomstig de in 6.1 opgenomen bestemmingsomschrijving gebruikt worden en in gebruik genomen worden onder de voorwaarde dat binnen 12 maanden na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning voor de bouw van bouwwerken geheel uitvoering is gegeven aan de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 1 opgenomen erfinrichtingsplan teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing. 6.4.3
Voorwaardelijke verplichting sloop
Tot en met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van nieuwe gebouwen overeenkomstig de in 6.1 opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de afgeronde sloop van de gebouwen conform de in Bijlage 2 opgenomen sloopopgave waarbij geldt dat: a. binnen 12 maanden na onherroepelijk worden van dit bestemmingsplan de gebouwen in de Bijlage 2 opgenomen sloopopgave moeten zijn gesloopt; b. de in Bijlage 2 opgenomen sloopopgave moet binnen 3 maanden na de start van de bouw van nieuwe gebouwen zijn uitgevoerd. 6.4.4
Voorwaardelijke verplichting bodem
Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik of in gebruik laten nemen van de in Bijlage 3 geconstateerde saneringsplichtige verontreinigde gronden overeenkomstig de bestemming, zonder de sanering van de in Bijlage 3 geconstateerde saneringsplichtige verontreinigde gronden. 6.4.5
Specifieke gebruiksregels m.b.t. Onzelfstandige Bewoning
a. Binnen de bestemming 'Wonen' aangewezen gronden is het verboden om woningen, en/of woonhuizen, en/of wooneenheden te gebruiken of in gebruik te geven voor onzelfstandige bewoning. b. Het verbod zoals beschreven in lid 6.4.5 onder a geldt ook voor (ver)bouwwerkzaamheden ten behoeve van onzelfstandige bewoning. c. Het bepaalde in lid 6.4.5, onder a en onder b, is niet van toepassing op bestaande onzelfstandige bewoning in woningen en/of woonhuizen, en/of wooneenheden die voor onzelfstandige bewoning gebruikt mogen worden op grond van de huidige vigerende bestemmingsplannen en/of waarvoor met een afwijkingsprocedure een omgevingsvergunning is verleend. 6.5
Afwijken van de gebruiksregels
6.5.1
Afwijking woningsplitsing
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 6.4.1 onder c in die zin dat twee woningen in 1 woonhuis worden gevestigd (woningsplitsing), met dien verstande dat: a. het de oorspronkelijke woning betreft; Regels (concept)
19
bestemmingsplan Stakenbergweg 35 b. de inhoud van de twee woningen tezamen niet minder dan 700 m3 bedraagt; c. de woningsplitsing uit milieu-oogpunt toelaatbaar is, waaronder begrepen geluid en externe veiligheid; d. door de woningsplitsing de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden niet onevenredig worden geschaad; e. de afwijkingsbevoegdheid passend is in het geldende woningbouwbeleid; f. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 6.5.2
Afwijking paardenbak
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 6.4.1 onder d ten behoeve van het gebruik en de bouw van 1 paardenbak voor eigen hobbymatig gebruik, met dien verstande dat: a. de paardenbak moet zijn gesitueerd bij een woning, waarbij geldt dat de paardenbak voor niet minder dan 20% moet zijn gelegen in het bestemmingsvlak waarin de woning is gelegen. In geval een deel van de paardenbak buiten het bestemmingsvlak waarin de woning is gelegen wordt aangelegd, de afwijking wordt toegepast in combinatie met de afwijking opgenomen onder 3.5.3 zoals opgenomen in het bestemmingsplan "Buitengebied 2023"; b. de paardenbak moet zijn gesitueerd achter de voorgevel van de woning; c. de oppervlakte van de paardenbak niet meer mag bedragen dan 800 m2; d. daarbij tevens de bouw van lichtmasten kan worden toegestaan tot een bouwhoogte van niet meer dan 6 m; e. de afstand tot een andere woning: 1. niet minder dan 50 m mag bedragen, indien palen en masten ten behoeve van de paardenbak aanwezig zijn; 2. niet minder dan 30 m mag bedragen, indien geen palen en masten ten behoeve van de paardenbak aanwezig zijn; f. palen en masten ten behoeve van de paardenbak niet zijn toegestaan buiten het bestemmingsvlak; g.
geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 6.5.3
Afwijking mantelzorg
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 6.4.1 onder e ten behoeve van mantelzorg in een aangebouwd of vrijstaand bijbehorend bouwwerk of een aparte unit bij een woning, met dien verstande dat: a. de zorgbehoefte objectief aannemelijk is gemaakt; b. verzekerd is dat na beëindiging van de mantelzorg het bijbehorend bouwwerk ongeschikt wordt gemaakt voor bewoning ten behoeve waarvan een overeenkomst wordt gesloten; c. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de verkeerssituatie en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 6.5.4
Afwijking bed & breakfast
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 6.4.1 onder f ten behoeve van bed & breakfast, met dien verstande dat: a. bed & breakfast uitsluitend mag plaatsvinden in een legaal aanwezige woning, waarbij geldt dat ook de deel van een (voormalige) boerderij wordt geacht deel uit te maken van de woning; b. de gezamenlijke oppervlakte voor bed & breakfast niet meer mag bedragen dan 40% van de gebruiksoppervlakte van de woning en tevens niet meer dan 120 m², waarbij onder de oppervlakte voor bed & breakfast worden begrepen: 1. slaapkamers; 2. bad-, douche- en toiletruimten, die niet gedeeld worden met bewoners; 3. een gemeenschappelijke ruimte van niet meer dan 30 m2; c. niet meer dan vier slaapkamers met elk maximaal twee bedden (exclusief kinderbedjes) zijn toegestaan; d. een kookvoorziening niet is toegestaan; e. parkeervoorzieningen op eigen terrein moeten worden gerealiseerd, waarbij geldt dat het aantal parkeerplaatsen ten minste gelijk dient te zijn aan het aantal slaapkamers dat voor bed & breakfast
20
Regels (concept)
bestemmingsplan Stakenbergweg 35 wordt aangewend; f. bed & breakfast uitsluitend mag worden geëxploiteerd door de bewoner(s) van de woning; g. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden, het straatbeeld, de verkeerssituatie, de ontwikkelingsmogelijkheden van nabij gelegen bedrijven en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 6.5.5
Afwijking inwoning
Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in 6.4.1 onder g in die zin dat een woonhuis wordt gebruikt voor meer dan één huishouden ten behoeve van inwoning, met dien verstande dat: a. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van de huisvesting van één extra huishouden van één of twee personen; b. de vloeroppervlakte van het inwoondeel niet meer dan 60 m² mag bedragen; c. de inwoning wordt gerealiseerd op de begane grond waarbij minimaal 30 m² in het architectonische hoofdgebouw wordt gerealiseerd. 6.5.6
Afwijking voorwaardelijke verplichting
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.4.2 indien in plaats van de gestelde landschapsmaatregelen andere landschapsmaatregelen wordt getroffen, met dien verstande dat: a. de landschapsmaatregelen minimaal gelijk zijn aan de in Bijlage 1 opgenomen landschapsmaatregelen en voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarden; b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in de omgeving aanwezige functies en waarden; c. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de belangen van eigenaren en gebruikers van omliggende gronden. 6.5.7
Afwijken van de specifieke gebruiksregels m.b.t. Onzelfstandige Bewoning
Door het college van Burgemeester en Wethouders kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in lid 6.4.5, onder a en onder b, voor het gebruik van een woning, en/of woonhuis, en/of wooneenheid voor onzelfstandige bewoning, mits: a. het de huisvesting van maximaal 5 personen betreft; b. maximaal 5% van de woningen in de straat wordt aangewend voor de huisvesting voor onzelfstandige bewoning; c. minimaal vier aaneengesloten panden aanwezig moeten zijn die niet als onzelfstandig gebruikte woningen en/of wooneenheden en/of woonhuizen en/of bedrijfswoningen worden gebruikt tussen de woningen die aangewend worden voor onzelfstandige bewoning; d. voor woningen en/of woningen met kamergewijze verhuur in woongebouwen met 6 of meer woningen en/of woningen met kamergewijze verhuur geldt als aanvullende regel dat er tussen twee woningen met kamergewijze verhuur minimaal twee woningen gelegen moeten zijn e. binnen een straal van 250 meter rondom het vrijstaande kamerverhuurpand is geen ander vrijstaand pand met onzelfstandige bewoning, zoals bijvoorbeeld een kamerverhuurpand, aanwezig; f. er mogen niet meer bewoners zijn dan het aantal aanwezige kamers (gemeenschappelijke ruimtes niet meegerekend); g. er per bewoner minimaal één kamer aanwezig is; h.
dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden, hierbij spelen de volgende factoren een rol: 1. de aard van de omgeving; 2. de aard van de voorzieningen; 3. de verhouding koop / huurwoningen; 4. de staat van onderhoud van panden en tuinen; 5. de aard van en het aantal klachten over onder meer: geluidsoverlast; overlast als gevolg van afval op straat of in tuinen; drugsoverlast; overlast vanwege drankmisbruik;
Regels (concept)
21
bestemmingsplan Stakenbergweg 35 vernielingen; geweld, mishandeling, bedreiging. i. er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid overeenkomstig de parkeernormen zoals vastgelegd in lid 15.1; j. sprake is van een verblijfsruimte van minimaal 12 m2 per persoon; k. voldaan wordt aan milieu wet- en regelgeving; l. dit niet leidt tot strijdigheid met een goede ruimtelijke ordening, zoals dit blijkt uit: 1. het woon- en leefklimaat; 2. het straat- en bebouwingsbeeld; 3. de verkeersveiligheid en de parkeersituatie; 4. de brandveiligheid; 5. de externe veiligheid; 6. de rampenbestrijding; 7. de milieusituatie; 8. de cultuurhistorische waarde; 9. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 6.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden 6.6.1
Vergunningsplicht
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: het vellen of rooien van houtopstanden, houtwallen, singels, bomenrijen, boomgroepen en bos, voorzover dat in de Bomenverordening 2016 is bepaald. 6.6.2
Uitzondering
Het bepaalde in 6.6.1 is niet van toepassing op werken, geen bouwwerk zijnde, en werkzaamheden die; a. normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden betreffen; b. worden uitgevoerd krachtens een vastgesteld beheersplan; c. onderdeel uitmaken van de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen conform het in Bijlage 1 opgenomen erfinrichtingsplan. 6.6.3
Toetsingscriteria
De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk en werkzaamheden als bedoeld in 6.6.1 kan slechts worden verleend, met dien verstande dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke inpassing en/of erfbeplanting. 6.7
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
6.7.1
Vergunningsplicht
Het is verboden om zonder een omgevingsvergunning bouwwerken op het perceel geheel of gedeeltelijk te slopen. 6.7.2
Uitzonderingen
Het bepaalde in 6.7.1 is niet van toepassing indien een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is verkregen, dan wel middels nader onderzoek naar de steenmarter wordt aangetoond dat geen ontheffing is benodigd.
22
Regels (concept)
bestemmingsplan Stakenbergweg 35
Artikel 7 7.1
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden. 7.2
Bouwregels
7.2.1
Omgevingsvergunning voor het bouwen
Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 120 m2 waarbij voor de gehele oppervlakte werkzaamheden dieper dan 0,50 m onder het maaiveld plaatsvinden, moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overlegd waarin naar het oordeel van het van het bevoegd gezag is aangetoond dat: a. geen archeologische waarden aanwezig zijn; dan wel b. de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; dan wel c. de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet kunnen worden verstoord. 7.2.2
Omgevingsvergunning voor het bouwen zonder rapport
In afwijking van lid 7.2.1, behoeft geen rapport te worden overgelegd indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door de archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld. 7.2.3
Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen
Indien uit het in lid 7.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen kunnen worden verstoord, kunnen één of meer van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, en/of; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; c. de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificatie. 7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.3.1
Vergunningplicht
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: a. grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; b. het verlagen van het waterpeil; c. het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; d. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 7.3.2
Uitzondering
Het bepaalde in 7.3.1 is niet van toepassing indien: a. de werken of werkzaamheden worden verricht op of in gronden onder bestaande gebouwen dan wel op of in gronden die 5 m rondom bestaande gebouwen zijn gelegen; b. op basis van archeologisch onderzoek naar het oordeel van het van het bevoegd gezag is aangetoond dat: 1. geen archeologische waarden aanwezig zijn; dan wel
Regels (concept)
23
bestemmingsplan Stakenbergweg 35 2. de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; dan wel 3. de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet kunnen worden verstoord; dan wel c. op basis van archeologisch onderzoek door het bevoegd gezag is bepaald dat bescherming van archeologisch materiaal afdoende kan plaatsvinden door aan de omgevingsvergunning een van de volgende voorwaarden te verbinden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, of; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; 3. de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumenten-zorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificatie. d. het werken betreft op een geringere diepte dan 0,50 m onder maaiveld; e. het werken betreft op een groter diepte dan 0,50 m onder maaiveld maar met een kleiner oppervlakte dan 2500 m2
24
Regels (concept)
bestemmingsplan Stakenbergweg 35
Artikel 8 8.1
Waarde - Archeologie 3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden. 8.2
Bouwregels
8.2.1
Omgevingsvergunning voor het bouwen
Voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 500 m2 waarbij voor de gehele oppervlakte werkzaamheden dieper dan 0,50 m onder het maaiveld plaatsvinden, moet alvorens een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt verleend, door de aanvrager een rapport worden overlegd waarin naar het oordeel van het van het bevoegd gezag is aangetoond dat: a. geen archeologische waarden aanwezig zijn; dan wel b. de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden geschaad; dan wel c. de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet kunnen worden verstoord. 8.2.2
Omgevingsvergunning voor het bouwen zonder rapport
In afwijking van 7.2.1, behoeft geen rapport te worden overgelegd indien de archeologische waarde van de gronden in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst door de archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld. 8.2.3
Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen
Indien uit het in lid 8.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen kunnen worden verstoord, kunnen één of meer van de volgende voorwaarden worden verbonden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, en/of; b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of; c. de verplichting de uitvoering van de bodemverstorende activiteit te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificatie. 8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1
Vergunningplicht
Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: a. grondwerkzaamheden, waartoe worden gerekend het ophogen, afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; b. het verlagen van het waterpeil; c. het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; d. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 8.3.2