CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 7. Bijlage BP Stakenbergweg 35 Bijlagen bij de toelichting Bijlage 2 Landschappelijk inpassingsplan

Raadsvergadering 27 juni 2024, gemeente NunspeetBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Stakenbergweg 35 in Elspeet (hamerstuk).4.312 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ruimtelijk kwaliteitsplan Stakenbergweg 35, Elspeet

Ruimtelijk kwaliteitsplan

Stakenbergweg 35, Elspeet 2

Inhoudsopgave

1. Inleiding 5 2. Omgevingsanalyse 9 2.1 2.2 2.3

Natuurlijke ondergrond 10 Landschapstype 12 Huidige situatie 13

3. Beleid 15 3.1

Gemeentelijk beleid 16 3.1.1 Welstandsnota Gemeente Nunspeet 16 3.1.2 Notitie Ruimtelijke kwaliteit Gelders Genootschap 16

4. Onderbouwing landschapsplan 19

4.1 Uitgangspunten 20 4.1.1 Uitgangspunten initiatiefnemer 20 4.1.2 Uitgangspunten gemeente Nunspeet 20 4.1.3 Aandachtspunten voor functieverandering in de enclaves 20 4.2 Groenstructuren en inrichting 22 4.2.1 Kenmerken landschapsplan 22

5. Aanleg en beheer 5.1 5.2 5.3

23

Algemene aanplantinstructie 24 Specifieke aanplantinstructie 24 Specifiek beheer 24

Colofon 26 3

4

1. Inleiding In dit hoofdstuk wordt het projectgebied geïntroduceerd en daarnaast een toelichting over het plan gegeven.

1

1. Inleiding Voorliggend plan heeft betrekking op een perceel aan de Stakenbergweg in Elspeet. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Nunspeet, nummer 8507, 7215, 8512, 7594 en 8728. De percelen zijn gelegen in het buitengebied van de gemeente Nunspeet. Het initiatief bestaat om twee woningen te realiseren met een bijbehorend bijgebouw. Dit betreft de percelen 8507 en 7215. Deze ontwikkeling moet op een goede manier worden ingepast in het landschap. BJZ.nu is gevraagd een visie te geven op de inrichting van het perceel in de gewenste situatie, waar in voorliggend ruimtelijk kwaliteitsplan invulling aan wordt gegeven. Het voorliggende ruimtelijk kwaliteitsplan is gebaseerd op een analyse van het landschap. Daarnaast zijn de wensen van de initiatiefnemer in het plan verwerkt.

Afbeelding 1 Bouwlocatie nieuwe woningen ten opzichte van kern Elspeet (bron Plattekaart.nl)

Afbeelding 2 Bouwlocatie nieuwe woningen (bron Plattekaart.nl)

6

1

Afbeelding 3 Luchtfoto projectgebied (bron Topotijdreis)

7

8

2. Omgevingsanalyse In dit hoofdstuk wordt de omgeving geanalyseerd. Hierbij wordt ingegaan op de natuurlijke ondergrond van het gebied. Daarnaast wordt het landschapstype en de huidige situatie toegelicht. 1

2. Omgevingsanalyse 2.1 Natuurlijke ondergrond

Geomorfologie

Om een goede keuze te kunnen maken in het type beplanting is het van belang om in beeld te hebben wat de natuurlijke ondergrond is. Door in het projectgebied gebruik te maken van de plantensoorten die passen bij deze natuurlijke ondergrond, wordt zwak plantmateriaal voorkomen. Ook wordt met natuurlijke vegetatie een grotere bijdrage geleverd aan de biodiversiteit. Geomorfologie Geomorfologie valt in te delen in verschillende landvormen. In dit geval ligt het projectgebied in de landvorm: Vlakte van sneeuwsmeltwaterafzettingen. Het water van de smeltende sneeuwmassa’s stroomde in het Weichselien via erosiedalen (huidige droge dalen) naar de lage gebieden, waar dan door het afzettingsproces veelal zeer vlakke terreinen ontstonden. Deze sneeuwsmeltwaterafzetting is later bedenkt door dekzand in de formatie van Boxtel.

Afbeelding 4 Geomorfologie (bron Bodemdata)

Hoogteligging

Vlakten zijn horizontaal of vrijwel horizontaal liggende terreinen zonder relief of met zeer zwak ontwikkeld relief, waarbij hoogteverschillen op korte afstand niet meer dan 0,5m mogen bedragen, ongeacht de grootte van de voorkomende hellingshoeken. Hoogteligging Het projectgebied betreft een hoog vlak gebied met korte hellingen met lokaal maximaal hoogteverschillen van maximaal 0,5m. De hoogte bedraagt gemiddeld 26,5m boven NAP. Afbeelding 5 Hoogteligging (bron AHNviewer)

1 10

2. Omgevingsanalyse Bodem

Bodem Het ontstaan van een bepaalde bodem wordt beïnvloed door het materiaal van de ondergrond, de hoogteligging en de vochtigheid van de grond. Het projectgebied ligt op een hoge enkeerdgrond. Deze gronden bestaan uit leemarm fijn zand. Het bevat een dunne humushoudende laag. Grondwatertrappen De grondwatertrap is 8. De grondwaterstand ligt gemiddeld dieper dan 140 cm onder het maaiveld. Het grondwater zit hier dus relatief diep ten opzichte van het maaiveld. Dit betekent dat het een droger gebied is.

Afbeelding 6 Bodem (bron Bodemdata)

Grondwatertrappen

Beplanting De gronden rondom het projectgebied bieden van nature een goede basis voor onder andere de volgende beplanting: zomereik, wintereik, ruwe berk, lijsterbes, meidoorn, hazelaar, veldesdoorn, vuilboom, gelderse roos, beuk, linde, tamme kastanje, paardenkastanje, kers, pruim of walnoot. Dit wordt ook wel potentiële natuurlijke vegetatie genoemd.

Afbeelding 7 Grondwatertrappen (bron Bodemdata)

11 1

2. Omgevingsanalyse 2.2 Landschapstype

1850

1900

1950

2022 1

Het projectgebied ligt in de gemeente Nunspeet ten westen van de kern Elspeet. In afbeelding 8 is de ontwikkeling van dit landschap in de omgeving van het projectgebied tussen 1850 en 2022 te zien. Het plangebied ligt in een essenlandschap. Het essenlandschap bestaat uit een samenhangend systeem van essen, flanken, lager gelegen maten en flier gronden, heidevelden en kenmerkende bebouwing rond de es. Het landschap is geordend vanuit de erven en de essen, de eeuwenoude akkercomplexen die op de hogere dekzandkoppen en flanken van stuwwallen werden aangelegd. Eeuwenlange bemesting met heideplaggen en stal mest (potstalsysteem) heeft geleidt tot een karakteristiek relief met soms hoge stijlranden. Onder en in de es heeft zich op deze wijze een waardevol archeologisch archief opgebouwd. De dorpen en erven lagen op de flanken van de es, op overgang naar het lager gelegen maten en flieren landschap. Zo lagen ze droog en werden te gelijkertijd de werklijnen zo kort mogelijk gehouden. De zandpaden volgen steeds de lange ‘luie’ lijnen van het landschap. Zo ontstond vanuit de dorpen een organische spinragstructuur naar de omliggende Flank Maten.

Afbeelding 8 Ontwikkeling van het landschap (bron Topotijdreis)

1 12

2. Omgevingsanalyse 2.3 Huidige situatie Het projectgebied maakt onderdeel uit van een een bebouwingslint. Langs dit lint zijn voornamelijk agrarische bedrijven gevestigd. Het lint is op verschillende plekken bebouwd, waaronder ook het projectgebied. Het projectgebied bestaat deels uit twee (voormalige agrarische erven en deels uit agrarische cultuurgronden. Op het huidige erf van nummer 35 staat een nieuwe woning en nog 1 vrijstaande stal en een 4-tal geschakelde stallen met een aantal aanbouwen. 1

De voormalig bij 33a behorende stallen zijn al weer enige tijd geleden door opdrachtgever gekocht. Op het huidige erf van nummer 33a staat een langer bestaande woning en de twee voormalige stallen oude schuren die gesloopt worden. Verder staan er een aantal grote bomen in het projectgebied die passend zijn in het landschap. Het projectgebied wordt in de huidige situatie gebruikt als wonen en agrarisch grasland voor kleinvee. Aan de oost- en westzijde zijn woningen gelegen. Ten noorden van het projectgebied zijn woningen gevestigd. Aan de zuidzijde ligt agrarisch grasland.

Afbeelding 9 Huidige situatie projectgebied (bron Topotijdreis)

De belangrijkste kenmerken van de omgeving zijn dan ook het half-open landschap en de onregelmatige blokverkaveling. Daarnaast zijn er ook houtwallen zichtbaar in het landschap.

13

14

3. Beleid In dit hoofdstuk wordt het huidige beleid weergeven. Dit wordt toegelicht door middel van het beleid op gemeentelijk niveau. 1

3. Beleid 3.1 Gemeentelijk beleid Het uitgangspunt is om zorgvuldig met de waardevolle landschapskwaliteiten om te gaan en deze te behouden en verder te ontwikkelen. Vanuit dit uitgangspunt is er ruimte voor nieuwe ontwikkelingen om invulling te geven aan de ruimtebehoefte van inwoners en ondernemers.

3.1.1 Welstandsnota Gemeente Nunspeet 2015 De gemeente Nunspeet heeft haar gemeentelijke welstandsbeleid opgenomen in de Welstandsnota ‘Welstand Nunspeet 2015’. Deze geeft de gemeente de mogelijkheid om de cultuurhistorische stedenbouwkundige en architectonische waarden die in een bepaald gebied aanwezig zijn, te benoemen en een rol te laten spelen bij de ontwikkeling en beoordeling van bouwplannen. Het projectgebied ligt in het welstandsgebied ‘ Buitengebied Veluwe’ in het deelgebied ‘agrarische enclaves’ Tevens is de ‘eenvoudige toets’ van toepassing. Beschrijving bestaande situatie De agrarische enclaves Elspeet en Vierhouten liggen in het CVN en zijn ontstaan op de kruisingen van oude handelswegen. Het besloten karakter van de kernen Elspeet en Vierhouten wordt bepaald door de ligging als agrarische enclave in het dicht beboste natuurgebied. Kenmerken van een agrarisch enkdorp zijn nog aanwezig.

16

Stedenbouwkundige kenmerken Naast de grote enclave rond Elspeet wordt ook de kleine enclave rond Vierhouten tot de agrarische enclaves gerekend. Dit Kampen- en

Essenlandschap bestaat uit een open complex van aaneengesloten akkers in een kleinschalige landschapsstructuur van bosschages, lijnvormige houtwallen en singels met een gemengde agrarische structuur, waarbij het accent geleidelijk verschuift van agrarisch productiegebied voor veelal kleine gemengde bedrijven, naar agrarisch landschapsbeheer. De hoofdfunctie hier is landbouw. Daarnaast bevinden zich diverse verblijfsrecreatieve voorzieningen in de agrarische enclave. De landbouwgronden in de enclaves vervullen ook een rol als foerageergebied voor de grote zoogdieren uit het CVN. Beleid Voor de agrarische enclaves geldt behoud en herstel van het kleinschalige besloten en agrarische karakter. Het beleid is gericht op handhaving van de agrarische functies. Negatieve ontwikkelingen in de sfeer van landschappelijke verpaupering door leegstand en marginalisering van de landbouw worden tegengegaan. Het streven is om de agrarische bedrijven te concentreren door herstructurering en landschapsbeheer en verbetering van de beeldkwaliteit door aanleg en behoud van houtwallen en hergebruik van vrijkomende agrarische bebouwing (VAB). Het behoud van de economische vitaliteit kan gepaard gaan met ontwikkeling van in het landschap passende extensieve functies.

3.1.2 Notitie Ruimtelijke kwaliteit Gelders Genootschap Deze notitie gaat in op de functiewijziging van agrarische ervan naar wonen. Een van de voorwaarden waaraan moet worden voldaan om de

wijzigingsbevoegdheid toe te kunnen passen, is dat het initiatief landschappelijk moet worden ingepast en ingericht. Deze notitie biedt hiervoor kader. De notitie geeft uitgangspunten en randvoorwaarden aan voor het ruimtelijk ontwerp van landschap, erf en bebouwing en laat zien hoe met functieverandering de ruimtelijke kwaliteit en het landschap ter plekke versterkt kunnen worden. Erven zijn belangrijke elementen in het agrarische cultuurlandschap van Nunspeet. Ze zijn onderdeel van de ontginningsgeschiedenis van het platteland en zijn bouwstenen in het landschap. Een agrarisch erf heeft een karakteristiek die bepaald wordt dooreen aantal kenmerken. Deze karakteristiek maakt een erf tot een duidelijk herkenbare eenheid in het landschap. Deze kenmerken bieden aanknopingspunten voor functieverandering van een erf. Hoewel elke functieverandering van een erf maatwerk is. De gemeente Nunspeet wil graag dat de veranderingen op het erf bijdragen aan een mooi en vitaal platteland. Ook nadat de agrarische functie is verdwenen moet het erf passen in het platteland. Bij functieverandering worden de onderstaande drie kenmerken gehanteerd als voorwaarden voor het nieuwe erf.

• Samenhang op het erf • Hiërarchie, er is een hoofdgebouw met bijgebouwen • Het erf is verbonden met het landschap Samenhang op het erf Een erf is een samenhangend geheel van bij elkaar staande gebouwen, bestrating en beplanting. Elk gebouw heeft een eigen functie en een plek op het erf. Ook de beplanting op het erf heeft

3. Beleid een logische plek, zoals windsingel of kavelgrens. Deze samenhang is uitgangspunt voor het nieuwe erf. Zet de nieuwbouw dicht bij elkaar en zet er beplanting bij, zodat het een compact en samenhangend groepje woningen en bijgebouwen wordt dat past in het landschap. Hoofd- en bijgebouwen De gebouwen op het erf zijn over het algemeen volgens een bepaalde hiërarchie op het terrein gesitueerd. Op een boerenerf staat een hoofdgebouw met bijgebouwen. De gebouwen staan nooit verspreid van elkaar maar altijd geclusterd. Vaak is het erf ontstaan rondom de boerderij met voorhuis en achterhuis, waarna in de loop der jaren meer gebouwen zijn toegevoegd die qua uitstraling ondergeschikt zijn aan de boerderij. De laatste jaren zijn soms bijgebouwen toegevoegd die niet meer passen bij de schaal van het erf. Ook is soms geen ‘echte’ boerderij meer aanwezig maar is er sprake van een ‘burgerwoning’. Ook in dat geval is aan de uitstraling en vormgeving van het woonhuis te zien dat de woning het hoofdgebouw is. Nieuwe woningen zijn daar dan ook aan ondergeschikt door vormgeving, plek op het erf en materiaalgebruik. Verbonden met het landschap Naast de kenmerken die algemeen gelden voor erven, zijn er ook kenmerken die karakteristiek zijn voor de plek die het erf in het landschap heeft. In de loop der tijd is het landschap kaler geworden. Veel bomenrijen, lanen en bosjes zijn verdwenen.

Deze maken juist de verschillen tussen de landschappen. Bij functieverandering van een erf dient het landschap aantrekkelijker te worden gemaakt door aanleg van paden, lanen,

singels en houtwallen. Door het aansluiten van erven op bestaande paden of daar nieuwe paden aan te leggen en erven met elkaar te verbinden, worden recreatieve routes uitgebreid. Het landschap wordt daarmee beter toegankelijk en beter beleefbaar. Bestaande gebouwen op het erf zijn meestal georiënteerd op bepaalde lijnen in het landschap, bijvoorbeeld kavelgrenzen, beken, sloten of bomenrijen. Door aan te sluiten bij deze lijnen in het landschap krijgen gebouwen een natuurlijke plek in het landschap. Door de lijnen aan te zetten met beplanting, de randen van het erf te beplanten en verschillende groenelementen op de juiste plek op het erf te plaatsen, wordt het landschap versterkt.

Bij erven met intensieve veehouderij is er vaak sprake van een groot bebouwd oppervlak met lage schuren en de meer kleinschalige landbouw en melkveebedrijven.Van oudsher staan boerderijen aan de randen van de enken en essen. De intensieve veehouderij ligt veelal verspreid in de meer open gebieden waar vaak ook veel kavelgrensbeplanting is verdwenen.

Landschap De agrarische enclaves vormen open, duidelijk omkaderde ruimtes, binnen het zeer besloten bosgebied van de Veluwe. Karakteristiek zijn de essen, enkdorpen, houtwallen en singels. Verder ook de afwisseling tussen open ruimten met akkers en weilanden en verspreide bebouwing en meer besloten kleinschalige bebouwing met stevige houtwallen en bospercelen. Hoofdfunctie is hier landbouw met zowel kleinschalige landbouw als intensieve veeteelt. De strategie voor dit gebied is gericht op behoud en versterking van het kleinschalige besloten en agrarische karakter. Verder betekent dit verbetering van de beeldkwaliteit door herstel van kenmerkende landschapselementen en het beleefbaar maken van cultuurhistorische waarden. Bestaande erven in dit gebied Binnen de enclaves zijn duidelijke verschillen tussen de erven, afhankelijk van het soort landbouw.

Afbeelding 10 Samenhang op het erf (Bron Gelders genootschap)

17

Afbeelding 11 Hoofd- en bijgebouwen (Bron Gelders genootschap)

18

Afbeelding 12 Verbonden met het landschap (Bron Gelders genootschap

4. Onderbouwing landschapsplan In dit hoofdstuk wordt het landschapsplan toegelicht aan de hand van een onderbouwing.

1

4. Onderbouwing landschapsplan 4.1 Uitgangspunten Het projectgebied ligt in het buitengebied van de gemeente Nunspeet. Het projectgebied is gelegen in een essenlandschap met agrarische enclaves.

4.1.1 Uitgangspunten initiatiefnemer:

• Realiseren van twee vrijstaande woningen met een bijbehorend bijgebouw. • Inpassing van de nieuwe erven in de omgeving.

4.1.2 Uitgangspunten gemeente Nunspeet: Samenhang op het erf • Plaats de woningen dicht bij elkaar zodat er een compact erf ontstaat. • Samenhang in vormen en detaillering van gebouwen. De gebouwen vormen als het ware samen één familie. Sluit met nieuwe gebouwen aan bij de vormentaal van de te behouden bebouwing. • Erfbeplanting wordt behouden, versterkt en waarnodig toegevoegd, waarbij streekeigen soorten worden gebruikt.

20

Hoofd- en bijgebouwen • Het hoofdgebouw heeft de belangrijkste plek op het erf. • De nieuwe woningen komen enkele meters achter de rooilijn van het hoofdgebouw. • Qua uitstraling en vormgeving zijn de nieuwe woningen ondergeschikt aan het hoofdgebouw. • Zowel het hoofdgebouw als bijgebouwen hebben een eenvoudige rechthoekige grondvorm. • Eén bouwlaag met zadeldak.

• Kleur- en materiaalgebruik sluiten aan bij karakteristieken uit de omgeving. Verbonden met het landschap • Behoud en versterk bestaande erfbeplanting en beplanting op de kavels. • Gebruik streekeigen soorten voor de landschapsversterking.

4.1.3 Aandachtspunten voor functieverandering in de enclaves Landschap • Sluit aan op bestaande houtwallen en singels. • Geef erven met beplanting een plek in landschap, maar maak geen groen eiland van het erf. • Geen bebouwing en groen op essen en enken. • Bebouwing en groen aan de randen. Erf • Erfbeplanting aan één of twee zijden van het erf. • Enken en essen open houden. Gebouwen • Gebouwen zijn laag.

Legenda 1. Bestaande woningen 2. Te realiseren woningen 3. Te realiseren bijgebouwen 4. Te realiseren parkeerplaatsen minimaal 3 parkeerplekken 5. Te slopen stallen (RvR) 6. Aan te planten solitaire boom 7. Aan te planten bomenrij met onderbegroeiing 8. Aan te planten gemengde inheemse haag 9. In te zaaien kruidenrijk grasland 10. Aan te planten bomenrij P e rc

eel B P e rc

eel D

1 8 2 3 P e rc

eel A

5

1

7 4

5 8 7

6

3

5 4 2 P e rc

eel C

9 10 5

4. Onderbouwing landschapsplan 4.2 Groenstructuren en inrichting In het landschapsplan wordt op twee aspecten ingegaan, namelijk: de erfinrichting en de groenstructuren. De erfinrichting gaat in op de situering van de bebouwing op het erf en de groenstructuren gaat in op de passende beplanting op het erf.

4.2.1 Kenmerken landschapsplan Erfinrichting Erven en landschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Waar en hoe een erf ligt en hoe het eruit ziet, wordt bepaald door de bodem en het type landschap. Middels de voorgenomen ontwikkeling wordt aansluiting gezocht bij de karakteristieke erfindeling. De bebouwing op de toekomstige percelen is verspreid geplaatst. De erven in het essenlandschap hebben vaak een verstrooide bebouwing. De nieuwe woningen worden uitgevoerd in een landelijke stijl met een rechte kap en een apart bijgebouw. Het bijgebouw wordt gedeeld door de twee percelen B en C, zie tekening gewenste situatie. Het bijgebouw moet qua architectuur en materialisatie onderdanig aan de woningen zijn. De percelen A en C worden gezamelijk ontsloten via één in- en uitrit. Hierdoor heeft het de illusie van een gezamelijk erf.

22

Alle erven zijn van voldoende omvang om te voldoen aan de parkeernormen. De keuze voor verharding en materialen van de woningen en het bijgebouw moet in gedekte kleurstelling sober

worden toegepast en in afstemming met elkaar. Perceelafscheidingen in de vorm van schuttingen en hekwerken zijn ongewenst.

de inheemse haag, worden de erven gescheiden van elkaar. Het eindbeeld van deze haagbeuk is een natuurlijke haag van circa 1-2m meter hoog.

Landschappelijk De agrarische enclaves vormen open, duidelijk omkaderde ruimtes, binnen het zeer besloten bosgebied van de Veluwe. Karakteristiek zijn de essen, enkdorpen, houtwallen en singels. Daarnaast is de afwisseling tussen open ruimten zoals akkers, weilanden met verspreide bebouwing en het meer besloten kleinschalige bebouwing met stevige houtwallen en bospercelen.

De bestaande bomenrij wordt aangevuld en vormt een laan in het landschap. Deze bomenrij heeft een dichte onderbegroeiing van 4m breed met inheemse soorten die zorgen voor afscheiding tussen de percelen. Deze groenstructuur verbind de percelen met elkaar, maar zorgt tegelijk ook voor privacy. De openheid blijft doordat de bomenrij met onderbegroeiing alleen langs de in- en uitrit staat.

Nieuwe erven dragen bij aan het landschap door nieuwe zichtlijnen te creëren (sloop bebouwing) en verdwenen groenstructuren aan te vullen. Dit gebeurt in de vorm van open singels en houtwallen om zichtlijnen tussen de verschillende ruimten te houden.

Daarbij is het voornemen om de nieuwe erven te vergroenen door middel van de aanplant van een solitaire boom. Deze boom staat zorgt voor zorgt afscheiding tussen de percelen C en B.

De ambitie is het behouden van deze landschappelijke kenmerken. Het landschap rondom het projectgebied ligt in een onregelmatig blokpatroon met open kamers. Op de perceelsgrenzen komt soms erfbeplanting voor. Hierbij is het van belang dat, ondanks het toevoegen van twee woningen en bijbehorend bijgebouw, het landschappelijke karakter van die open kamers wordt behouden. Zichtlijnen vanaf de nieuwe erven naar het achterliggende open landschap moeten behouden blijven. Deze zichtlijnen dienen niet te worden geblokkeerd door bebouwing of hoge dichte groenstructuren. Door middel van het aanplanten van een gemeng-

Op perceel C wordt kruidenrijk grasland toegevoegd op het ‘agrarisch’ vlak. Dit zorgt voor meer biodiversiteit en een mooie overgang in omliggende het agrarisch grasland. Dit grasland wordt niet beweid of bemest. Langs de zuidkant van dit perceel wordt een open bomenrij geplaatst met genoeg onderlinge afstand om het zicht op het achterliggende landschap te behouden. Hiermee wordt een oude groenstructuur teruggebracht en blijven zichtlijnen bestaan. Met dit voorstel worden de erven beter ingepast in het landschap en neemt de ruimtelijke kwaliteit toe, maar houd het landschap ook zijn karakter.

1

5. Aanleg en beheer In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de ingetekende landschapselementen idealiter geplant of onderhouden dienen te worden.

1

1

5. Aanleg en beheer 5.1 Algemene aanplantinstructie 1. Het aanplanten van een landschapselementen kan plaats vinden tussen (half) november en (half) maart, mits het niet vriest. 2. Voor de aanplant wordt vaak gekozen voor een zogeheten bewortelde stek met de maat 200-250 cm hoogte vanaf de wortelhals. 3.Indien u niet direct alle bomen kunt aanplanten, dan kunt u ervoor kiezen de bomen tijdelijk op te kuilen. Kies hiervoor een vochtige schaduwrijke plaats uit. Het opkuilen kan door een gat in de grond te graven en daar de bomen met de wortels in te zetten. Bedek de wortels met de vrijgekomen grond.

5.2 Specifieke aanplantinstructie

24

Bomenrij 1. Voor het aanplanten is een ruim plantgat noodzakelijk waarin de wortels zich wijd kunnen uitspreiden. Het plantgat dient daarom ongeveer een afmeting te hebben van 70x70x70 cm groot. Spit na het graven de bodem van het plantgat los. 2. Plaats daarna een boompaal van onbehandeld hout naast de boom (maat 250 cm lengte bij 8 cm doorsnede), op circa 15 cm van de boom, aan de kant van de heersende windrichting (zuidwesten). Bevestig de jonge boom met sisal boomtouw aan de boompaal. Knoop het touw aan de paal en draai het touw circa 3 maal in een 8-vorm om de boom. Leg een knoop in het touw om deze aan de paal te bevestigen. Snijd overtollig touw af. 3. U kunt nu het plantgat weer dichtgooien. Pas indien nodig bodemverbetering toe door bijvoorbeeld potgrond te mengen met de grond uit het

plantgat. 4. Plaats bij een bomengroep de bomen ruim uit elkaar, de minimale plantafstand is 6 meter. Een volwassen boom kan al snel een kroon ontwikkelen van 10 meter breed. Gemengde haag Voor het ontwikkelen van een dichte gemengde haag is de aanplant van 1 rij met bosplantsoen voldoende, meer rijen mag ook. Per strekkende meter kunt u 4 stuks bosplantsoen aanplanten. Graaf voor het planten een sleuf, die diep en breed genoeg is om de wortels van het plantgoed er ruim in te leggen. Eventueel kunt u een draad spannen als hulpmiddel bij het graven van de plant- sleuf. Sluit de plantsleuf na aanplant weer af met aarde. Kruidenrijk grasland 1. De voorkeursperioden voor zaaien zijn augustus-september of februari-maart. Dit heeft ermee te maken dat veel planten koude- en weersinvloeden nodig hebben om te kunnen kiemen. Bij voorkeur niet zaaien als de grond drijfnat is (in ieder geval op zware kleigrond). Ook zaaien tijdens vorst of sneeuw wordt afgeraden. 2. Het zaad van inheemse, meerjarige planten is vaak stof-fijn, waardoor een kleine hoeveelheid zaad al genoeg is. 3. Meng het zaaigoed met licht vochtig zand (niet nat). Hiervoor kunt u bijvoorbeeld straatzand gebruiken. Dit steekt mooi af tegen de overwegend donkere ondergrond. Op die manier kunt u goed zien waar u al zaden gestrooid heeft.

Ga voor menging uit van ongeveer 1 emmer zand op iedere 100 gram zaad of 1 kruiwagen zand voor 1 kg zaad.

Heesters Houd rekening met het type bodem en kies daar de soorten bomen en struiken op uit. Veel verschillende soorten, geeft meer diversiteit in het element.

5.3 Specifiek beheer Bomenrij Zo min mogelijk snoeien heeft de voorkeur, omdat er zo weinig mogelijk wonden ontstaan. De boom zal met de mogelijkheden van de groeiplaats uitgroeien tot een volwassen boom. Gemengde haag De beste snoeiperiode is eind februari of begin maart. Kruidenrijk grasland 1. Maai de vegetatie het eerste jaar zodra deze 20-25 cm hoog is. Maai met een zeis, bosmaaier met een messenblad (geen draadkop!) of een cyclomaaier zodat het maaisel kan worden afgevoerd. Gebruik geen klepelmaaier, aangezien deze het maaisel te fijn maakt waardoor harken/ oprapen niet mogelijk is. Maai niet te laag (> 5 cm boven grond). 2. Afvoeren van maaisel voorkomt dat een viltige laag van oud maaisel op de bodem ontstaat. Deze belemmert kieming van zaden en verstikt eventuele kiemplanten. 3. Vanaf het tweede jaar bestaat het beheer eveneens uit maaien en afvoeren van maaisel. Frequentie en tijdstip van maaien is afhankelijk van de productiviteit van de begroeiing. Over het

5. Aanleg en beheer algemeen geldt dat tweemaal per jaar maaien (en afvoeren) volstaat: de eerste maaibeurt tussen half mei en half juni en de tweede maaibeurt later in de zomer. Solitaire boom Zo min mogelijk snoeien heeft de voorkeur, omdat er zo weinig mogelijk wonden ontstaan. De boom zal met de mogelijkheden van de groeiplaats uitgroeien tot een volwassen boom. Heesters Na ongeveer 5 – 6 jaar zullen de takken in de heesterrand elkaar gaan raken en dient er waar nodig gesnoeid en gedund worden. Na tien jaar is de eerste keer onderhoud noodzakelijk. Dit kan door middel van gefaseerd hakhoutbeheer.

25

Colofon

Project:

Stakenbergweg 35, Elspeet

Auteur:

BJZ.nu

Datum:

December 2023

Status:

Definitief

www.bjz.nu 0546 434 466 info@bjz.nu Vestiging Almelo Twentepoort Oost 16a 7609 RG Almelo

Vestiging Zwolle Dr. van Wiechenweg 2 8025 BZ Zwolle

Vestiging Utrecht Wattbaan 51 3439 ML Nieuwegein

Vestiging Groningen Helperpark 284 9723 ZA Groningen

26

Legenda 1. Aan te planten solitaire boom Castanea sativa (Tamme kastanje) aanplantmaat 20-25 solitair 2. Aan te planten bomenrij met onderbegroeiing Sortiment bomenrij: 50% Quercus robur (Zomereik) 25% Alnus glutinosa (Gewone els) 25% Betula pendula (Ruwe berk) Lege plekken aanvullen. Soorten gemengd planten, niet opeenvolgend. Aantal: 12 stuks Aanplantmaat 16-18, onderlinge afstand 6m Sortiment onderbegroeiing: 20% Corylus avellana (Hazelaar) 20% Sorbus aucuparia (Wilde lijsterbes) 20% Rahmnus frangula (Vuilboom) 20% Viburnum opulus (Gelderse roos) 20% Prunus spinosa (Sleedoorn) Te beplanten oppervlakte: 380m2 Plantwijze: 3 rijen met 1,2m afstand in de rij en tussen de rijen Leveringskwaliteit plantmateriaal: bosplantsoen 80-120cm 3. Aan te planten gemengde haag Lengte: 120m met uiteindelijke hoogte minimaal 180cm Plantwijze: 3 rijen met 9 stuks/m2 Leveringskwaliteit plantmateriaal: bosplantsoen 80-120cm Sortiment haag: 25% Crataegus monogyna (Meidoorn) 25% Prunus spinosa (Sleedoorn) 10% Rosa rubiginosa (Hondsroos) 10% Ilex aquifolium (Hulst) 30% Ligustrum vulgare (Wilde liguster) 4. In te zaaien kruidenrijk grasland 1g per m2 kruidenmengsel, totaal 630m2 Zaaisel: M1 Laag bloemrijk grasland van Crydthoeck Dit grasland niet beweiden of bemesten. 5.

Aan te planten bomenrij 50% Quercus robur (Zomereik) 25% Alnus glutinosa (Gewone els) 25% Betula pendula (Ruwe berk) Aantal: 8 stuks Aanplantmaat 16-18, onderlinge afstand 8m Soorten gemengd aanplanten, niet opeenvolgend.

2

3

3

1

2

3 4 5

Elspeet, Stakenbergweg 35

Formaat: A3 Schaal: 1:1000 Datum: December 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14293233/1