CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 6l. Bijlage Toel. bestermmingsplan Elspeet, Oude Hof 25-27pdf

Commissie Ruimte en Wonen 13 juni 2022, gemeente NunspeetBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan “Elspeet, Oude Hof 25-27”.17.198 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan | Toelichting

Elspeet, Oude Hof 25-27

Gemeente Nunspeet

Datum: 16 mei 2022 Projectnummer: 200183 ID: NL.IMRO.0302.BP01193-vg01

INHOUD 1

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding en doelstelling Plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

3 3 5 9

2

Bestaande en toekomstige situatie

10

2.1 2.2

Bestaande situatie Toekomstige situatie

10 12

3

Beleid en regelgeving

18

3.1 3.2 3.3

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

18 20 23

4

Milieu- en omgevingsaspecten

31

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13

Milieueffectrapportage Bodem Natuur Bedrijven en milieuzonering Geluid Luchtkwaliteit Geur Externe veiligheid Water Archeologie Cultuurhistorie Verkeer en parkeren Kabels en leidingen

31 31 33 36 41 42 44 45 47 50 52 54 55

5

Wijze van bestemmen

56

5.1 5.2 5.3

Algemeen Methodiek Bestemmingen

56 56 57

6

Economische uitvoerbaarheid

60

7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

61

7.1 7.2 7.3

Proces Overleg Zienswijzen

61 61 61

Bijlagen − − − − − − − − − − −

Bijlage 1: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 2: Asbestinventarisatierapport Bijlage 3: Quick scan flora en fauna Oude Hof 25-27 Bijlage 4: Memo stikstofberekeningen Bijlage 5: Voortoets Oude Hof 25-27 Bijlage 6: Quick scan flora en fauna Krommeweg 16 Bijlage 7: Akoestisch onderzoek industrielawaai Bijlage 8: Watertoets Oude Hof 25-27 Bijlage 9: Watertoets Krommeweg 16 Bijlage 10: Archeologisch onderzoek Bijlage 11: Nota zienswijzen

1 1.1

Inleiding Aanleiding en doelstelling Aan de Oude Hof 25 - 27 in Elspeet bevindt zich een intensieve veehouderij met bedrijfswoning. De initiatiefnemer wil de bedrijfsvoering beëindigen en de bedrijfsbebouwing op het perceel slopen. Aan de hand van de ruimte-voor-ruimte regeling wil hij hier vier nieuwe woningen realiseren. Bovendien wordt de bestaande bedrijfswoning gesloopt en wordt hiervoor binnen het plangebied een nieuwe burgerwoning gebouwd. Om te voldoen aan het ruimte-voor-ruimte beleid wordt ook op de locatie Krommeweg 16 in Nunspeet de agrarische bedrijfsvoering beëindigd en de aanwezige bedrijfsbebouwing (met uitzondering van de bedrijfswoning en 290 m2 aan bijgebouwen) gesloopt. Om de nieuwe woningen te kunnen realiseren moet het bestemmingsplan worden herzien. De initiatiefnemer heeft ten behoeve van bovenstaande wensen bij de gemeente Nunspeet een principeverzoek ingediend. Op 9 december 2019 heeft de gemeente aangegeven positief tegenover het verzoek van de initiatiefnemer te staan. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een planologisch-juridisch kader dat de bovenstaande ontwikkelingen mogelijk maakt

1.2

Plangebied Het plangebied is gelegen in het buitengebied van de gemeente Nunspeet en bestaat uit de gronden die behoren bij de bedrijven aan de Oude Hof 25-27 in Elspeet en de Krommeweg 16 in Nunspeet. Oude Hof 25-27 in Elspeet Het deel van het plangebied aan de Oude Hof 25-27 in Elspeet bevindt zich ten zuidwesten van de kern Elspeet. Aan de westzijde van het plangebied ligt de Oude Hof, met aan de overzijde de woningen op de adressen Oude Hof 26, 38, 38a en 40 en een agrarisch bedrijf met bedrijfswoning aan de Oude Hof 32. Aan de oostzijde grenst het plangebied aan camping de Meulebarg. Aan de overige zijden grenst het plangebied aan weilanden. Op de navolgende afbeelding is de globale ligging van het plangebied weergegeven. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding van dit bestemmingsplan.

3

Globale ligging plangebied locatie Oude Hof 25 – 27 (rode ster, bron: pdok.nl/viewer)

Luchtfoto met globale begrenzing plangebied locatie Oude Hof 25-27(rood, bron: pdokviewer.pdok.nl)

Krommeweg 16 in Nunspeet Het deel van het plangebied aan de Krommeweg 16 in Nunspeet bevindt zich ten westen van de kern Nunspeet. Aan de westzijde grenst het plangebied aan de Krommeweg en ten noorden van het plangebied liggen de (plattelands)woningen Krommeweg 18 en 20 en een perceel waar volgens het geldende bestemmingsplan een intensieve veehouderij is toegestaan. De bedrijfsbebouwing op dit perceel is gesloopt en het is daarom in de huidige situatie niet in gebruik al intensieve veehouderij. Aan de overige zijden grenst het plangebied aan weilanden.

4

Op de navolgende afbeelding is de globale ligging van het plangebied weergegeven. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding van dit bestemmingsplan.

Globale ligging plangebied locatie Krommeweg 16 (rode ster, bron: pdok.nl/viewer)

Luchtfoto met globale begrenzing plangebied locatie Krommeweg 16 (rode lijn, bron: pdokviewer.pdok.nl)

1.3

Vigerend bestemmingsplan Op dit moment geldt voor het plangebied het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2019’, dat op 25 juni 2020 is vastgesteld door de gemeenteraad van Nunspeet.

5

Oude Hof 25-27 Op grond van dit bestemmingsplan heeft het plangebied de bestemmingen ‘Agrarisch’, ‘Agrarisch - Agrarisch Bedrijf’ en ‘Natuur - Landschap’ en de dubbelbestemmingen ‘Waarde - Archeologie 2’, ‘Waarde - Archeologie 3’ en ‘Waarde - Oude bouwlanden enclaves’. Daarnaast is het perceel gelegen binnen de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone - extensiveringsgebied’ en de aanduiding ‘vrijwaringszone - molenbiotoop’. De gronden met de bestemming ‘Agrarisch’ zijn bestemd voor de uitoefening van het agrarisch bedrijf, het weiden van vee, bos- en of natuurelementen met een oppervlakte van minder dan 2 hectare, bestaande wegen, wandel-, fiets- en ruiterpaden, toegangswegen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding. Op de gronden mogen behalve veldschuren geen gebouwen worden gebouwd. De gronden met de bestemming ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ hebben de aanduiding ‘intensieve veehouderij’. Deze gronden zijn bestemd voor de uitoefening van het agrarisch bedrijf en voor intensieve veehouderij zowel als hoofdtak als neventak.

Daarbij geldt dat de oppervlakte die mag worden aangewend voor het houden van intensieve veehouderijdieren niet meer mag bedragen dan de oppervlakte van de bestaande bebouwing gelegen binnen het aanduidingsvlak, waarbij voor het bepalen van de oppervlakte geldt dat de oppervlakte van de stal wordt gemeten aan de buitenzijde van het gebouw (dus inclusief voerpaden, hygiënesluizen enz.). De gronden zijn verder mede bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke inpassing van en/of erfbeplanting op agrarische bouwpercelen, met daarbij behorende bedrijfsgebouwen, waaronder teeltondersteunende kassen, bedrijfswoningen al dan niet in combinatie met een aan-huis-verbonden beroep en/of een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, bijbehorende bouwwerken bij een bedrijfswoning, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, andere werken, tuinen, erven en agrarische gronden. Per bestemmingsvlak mag één bedrijfswoning worden gebouwd.

De gronden met de bestemming ‘Natuur - Landschap’ zijn bestemd voor bos, houtwallen, solitaire bomen, heide, zandverstuivingen, vennen en houtproductie, natuurlijk beheerde graslanden, het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijk waarde en de landschappelijke waarde, bestaande wegen, wandel- en fiets- en ruiterpaden, voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water, voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik, zoals parkeervoorzieningen ten behoeve van toeristische overstappunten. De dubbelbestemmingen ‘Waarde - Archeologie 2’ en ‘Waarde - Archeologie 3’ beogen archeologische waarden te beschermen. De dubbelbestemming ‘Waarde – Oude bouwlanden enclaves’ beoogd het behoud, de bescherming en/of het herstel van de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden zoals deze tot uitdrukking komen in het reliëf en de morfologie, de openheid en de bestaande houtwallenstructuur en is vastgelegd in een bijlage bij het geldende bestemmingsplan.

6

De gronden met de aanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop’ zijn mede bestemd voor het behoud, het herstel en de bescherming van de windvang van de molen. Op de navolgende afbeelding is een fragment van de verbeelding opgenomen. De begrenzing van het plangebied is hierop aangeduid met een rood kader.

Uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2019’ met aanduiding plangebied Oud Hof 25,27 (rode lijn, bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Op basis van de bestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ is het niet toegestaan bebouwing op te richten ten behoeve van de woonfunctie. De voorgenomen ontwikkeling past daarom niet binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan. Krommeweg 16 Op grond van het geldende bestemmingsplan heeft het plangebied ter plaatse van de locatie Krommeweg 16 de bestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Agrarisch - Agrarisch Bedrijf’ en de dubbelbestemming ‘Waarde - Randmeerkust’. Daarnaast is het perceel gelegen binnen de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone - verwevingsgebied’. De regels voor de bestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ komen overeen met de regels zoals benoemd voor de locatie Oude Hof 25-27. Ter plaatse van de bestemming ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ is naast de aanduiding ‘intensieve veehouderij’ ook de aanduiding ‘maximum oppervlakte: 825 m2’ opgenomen. Dit bete-

7

kent dat hier maximaal 825 m2 mag worden aangewend voor het houden van intensieve veehouderijdieren. De dubbelbestemming ‘Waarde – Randmeerkust’ beoogd het behoud, de bescherming en/of het herstel van de natuurlijke, landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden zoals deze tot uitdrukking komen in de openheid en de bestaande houtwallenstructuur en zoals deze zijn vastgelegd in een bijlage bij het geldende bestemmingsplan.

Uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2019’ met aanduiding plangebied Krommeweg 16 (rode lijn, bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Op basis van de bestemmingen ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ zijn op de locatie een intensieve veehouderij en bedrijfswoning toegestaan. De bedoeling is om de bedrijfsactiviteiten te stoppen en van de bedrijfswoning een burgerwoning te maken. Het bestemmingsplan moet hiertoe worden aangepast.

8

1.4

Leeswijzer Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De toelichting is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. Het volgende hoofdstuk (Hoofdstuk 2) beschrijft het plan, waarbij wordt ingegaan op de bestaande situatie, de planbeschrijving en de historie. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van het ruimtelijke beleidskader van de verschillende overheden waaraan het plan moet voldoen. Hoofdstuk 4 bevat de milieu- en de omgevingsaspecten van het plan. De toelichting besluit met hoofdstukken over de opbouw, verantwoording en uitleg van de planregels (Hoofdstuk 5), de economische uitvoerbaarheid (Hoofdstuk 6) en de maatschappelijke uitvoerbaarheid (Hoofdstuk 7).

9

2 2.1

Bestaande en toekomstige situatie Bestaande situatie Oude Hof 25-27 Op de locatie aan de Oude Hof 25-27 wordt een intensieve veehouderij geëxploiteerd. Op het bedrijf worden vleeskalveren gehouden. Op de percelen die bij dit bedrijf behoren zijn een bedrijfswoning met bijgebouw en een bedrijfsgebouw aanwezig. De oppervlakte van het bedrijfsgebouw is 1.818,94 m2. Het bedrijfsgebouw en de bedrijfswoning zijn weergegeven in onderstaande afbeelding.

Luchtfoto met aanduiding bedrijfsgebouw (blauw) en de bedrijfswoning en bijgebouw (geel)

De onbebouwde gronden van het plangebied zijn in gebruik als weiland.

Impressie plangebied vanaf de Oude Hof (bron: google streetview)

10

Impressie plangebied vanaf de Oude Hof (bron: google streetview)

Krommeweg 16 Op de locatie aan de Krommeweg 16 werd een intensieve veehouderij geëxploiteerd. Op het bedrijf werden varkens gehouden. Op de percelen die bij dit bedrijf behoren zijn een bedrijfswoning en drie bedrijfsgebouwen aanwezig. De bedrijfsgebouwen zijn weergegeven in de volgende afbeelding en hebben afzonderlijk de volgende oppervlaktes: 1 Paardenstal: 37,80 m2 2 Veldschuur: 165 m2 3 Varkensstal (incl. tochtsluis): 825,56 m2

Luchtfoto met aanduiding bedrijfsgebouwen (blauw) en de bedrijfswoning (geel)

De onbebouwde gronden van het plangebied zijn in gebruik als weiland.

11

Impressie plangebied, bedrijfsbebouwing gezien vanaf de Krommeweg (bron: google streetview)

Impressie plangebied, bedrijfswoning gezien vanaf de Krommeweg (bron: google streetview)

2.2

Toekomstige situatie

2.2.1

Algemeen De initiatiefnemer wil het agrarisch bedrijf aan de Oude Hof 25-27 beëindigen en de aanwezige bedrijfsbebouwing, de bedrijfswoning en het bijgebouw te slopen. Aan de Krommeweg 16 wordt ook een deel van de bedrijfsbebouwing gesloopt. In het kader van de ruimte-voor-ruimte regeling worden in ruil voor de sloop van de bedrijfsbebouwing en het verwijderen van het agrarische bouwvlak, op de locatie Oude Hof 25-27 vier nieuwe woningen gerealiseerd. Daarnaast wordt voor de sloop van de bedrijfswoning één nieuwe vrijstaande woning gerealiseerd. Hiermee worden op de

12

locatie Oude Hof 25-27 in totaal vijf nieuwe woningen gebouwd. De bedrijfswoning aan de Krommeweg 16 wordt in de toekomstige situatie een burgerwoning. 2.2.2

Oude Hof 25-27 Sloop en nieuwbouw In navolgende afbeelding zijn de te slopen bebouwing op de locatie Oude Hof 25-27 weergegeven. In totaal wordt op deze locatie 2.076,94 m2 aan bebouwing gesloopt. Hiervan is 1.818,94 m2 bedrijfsbebouwing en beschikbaar voor de functieverandering.

81 45

Luchtfoto met te slopen bebouwing (rood), bron: maps.google.nl

Op de locatie worden twee twee-onder-een-kapwoningen met geïntegreerde bijgebouwen en twee vrijstaande woningen met een vrijstaand bijgebouw teruggebouwd. Daarnaast blijft de bestaande (bedrijfs)woning met bijgebouw gehandhaafd. Landschappelijke inpassing Voor het perceel is een inrichtingsplan gemaakt dat landschappelijk is ingepast (zie volgende afbeelding). De gehele kavel is van noord naar zuid verdeeld in vijf verschillende kavels. De toekomstige perceelindelingen volgen de aanwezige natuurlijke structuren. De randen van de tuin en woningen worden begrensd door hagen en langs 13

de gehele oostzijde wordt een houtwal gerealiseerd. De hagen worden ingepland met beuk of haagbeuk en ook voor de houtwal zullen inheemse soorten gebruikt worden. Op de meest noordelijke kavel wordt een vrijstaande woning gerealiseerd. In zuidelijke richting volgt dan een kavel met twee twee-onder-een-kapwoningen en vervolgens twee kavels met een nieuwe vrijstaande woning. De nokrichting van de woningen is zoals weergegeven in de tekeningen west-oost en sluit aan op de bestaande nokrichtingen in de omgeving van het plangebied. De twee-onder-een-kapwoningen krijgen een maximale goot- en bouwhoogte van 3 respectievelijk 8 meter. De vrijstaande woningen krijgen een maximale goot- en bouwhoogte van 3 tot 6 respectievelijk 9 meter. De maximale oppervlakte per woning is 120 m2, waarbij voor de vrijstaande woningen een afwijkingsmogelijkheid wordt opgenomen in het voorliggende plan voor een oppervlakte van 140 m2. Per woning is een gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken toegestaan van maximaal 110 m2. Wanneer het bebouwingsgebied groter is dan 500 m², mag de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken worden vermeerderd met 10% van de oppervlakte van het bebouwingsgebied vanaf 500 m² tot een maximum van 150 m². Het hoofdmateriaal dat gebruikt gaat worden voor de woningen is natuurlijk en passend in het omgevingsbeeld.

De hoofdbestanddelen zijn roodpaarse baksteen gecombineerd met hout. De woningen krijgen een eenvoudige detaillering en een sobere uitstraling met een landelijke en informele architectuur. De bijgebouwen krijgen een verwante architectuur en materialisatie. Alle daken hebben een uitgesproken kapvorm en zijn afgedekt met een donkere kleur dakpan of riet.

14

Landschappelijke inpassing Oude Hof 25-27 (bron: VanWestreenen)

2.2.3

Krommeweg 16 Sloop en nieuwbouw In navolgende afbeelding zijn de te slopen en te handhaven bebouwing op de locatie Krommeweg 16 weergegeven. In totaal wordt op deze locatie 825,64 m2 aan bebouwing gesloopt. Hiervan is 750 m2 beschikbaar voor de functieverandering aan de Oude Hof 25-27.

15

Luchtfoto met te handhaven bebouwing (groen) en te slopen bebouwing (rood), bron: maps.google.nl

Op de locatie Krommeweg 16 blijven de bestaande (bedrijfs)woning, de veldschuur, de mestopslag en de paardenstal gehandhaafd. Landschappelijke inpassing Voor het perceel aan de Krommeweg 16 is een landschappelijk inpassingsplan gemaakt (zie volgende afbeelding). Op het nieuwe woonerf worden tussen de woning en de te behouden bijgebouwen een fruitboomgaard en drie solitaire essen aangeplant (2 en 3). De bomenrij langs de weg wordt doorgezet door de aanplant van een drietal knotwilgen (1). Ten zuiden van de nieuwe woning wordt een nieuwe vijver aangelegd en aan de oostzijde van de kavel een paddenpoel.

16

Landschappelijke inpassing Krommeweg 16 (bron: VanWestreenen)

17

3

Beleid en regelgeving

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

De Nationale Omgevingsvisie De NOVI biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving met ambities. In deze NOVI worden de nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Er worden vier prioriteiten voor Nederland geformuleerd:  ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;  duurzaam economisch groeipotentieel;  sterke en gezonde steden en regio's;  toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het prioriteren en afwegen van de verschillende belangen en opgaven; 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Er wordt weer gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van ruimte 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: er moet altijd gekeken worden naar de context van het gebied. Keuzes in verschillende gebieden kunnen daarom verschillen. 3.

Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties Toetsing Het rijk zet in de NOVI voor het landelijk gebied in op een toekomstbestendige ontwikkeling. Dit betekent dat landgebruik in balans wordt gebracht met natuurlijke systemen en ontwikkelingen in het landelijk gebied niet ten koste gaan van landschappelijke kwaliteiten. Het voorliggende plan ziet op het beëindigden van de bedrijfsvoering van een agrarisch bedrijf en de sloop van agrarische bebouwing op twee verschillende locaties. Hiervoor in de plaats worden 4 nieuwe woningen toegevoegd en een bedrijfswoning gesloopt en verplaatst. De woningen worden landschappelijk ingepast. Deze ontwikkeling zorgt ervoor dat de natuurlijke systemen minder worden belast en levert een bijdrage aan de verbetering van de landschappelijke kwaliteiten. Het plan sluit hiermee aan bij de ambities uit de NOVI.

3.1.2

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een integraal kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau. In de structuurvisie schetst het Rijk de ambities voor concurrentiekracht, bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid tot 2040 (lange termijn) en doelen, belangen en opgaven tot 2028 (middellange termijn).

18

De centrale visie wordt uiteengezet in drie hoofddoelstellingen voor de middellange termijn (2028), namelijk ‘concurrerend, bereikbaar en leefbaar&veilig’. Voor de drie rijksdoelen zijn de onderwerpen van nationaal belang benoemd waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Voor alle nationale opgaven worden rijksinstrumenten ingezet, waarbij financiering slechts één van de instrumenten is. Ook decentrale overheden en marktpartijen dragen bij aan de realisatie van nationale opgaven. De nationale belangen uit de SVIR die juridische borging vragen worden geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. Het gaat onder meer om nationale belangen als Rijksvaarwegen, Defensie, Ecologische hoofdstructuur (tegenwoordig NNN), Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, Hoofdwegen en hoofdspoorwegen, Elektriciteitsvoorziening, Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen en Primaire waterkeringen.

Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Toetsing Voorgenomen plan raakt geen van de nationale belangen en is niet in strijd met het rijksbeleid. 3.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking (Bro 3.1.6 tweede lid) Op 1 oktober 2012 is de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Op 1 juli 2017 is een wijziging van het Bro in werking getreden, waarbij de Ladder voor duurzame verstedelijking is aangepast. De (gewijzigde) Ladder is in artikel 3.1.6 lid 2 Bro vastgelegd en luidt als volgt: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening. Onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling.

Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien.

19

Wat onder ‘stedelijke ontwikkeling’ en ‘bestaand stedelijk gebied’ wordt verstaan is in het Bro opgenomen en verder uitgekristalliseerd in jurisprudentie. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het Bro ‘een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Onder ‘bestaand stedelijk gebied’ verstaat het Bro een ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. Toetsing Uit jurisprudentie1 blijkt dat een woningbouwplan die voorziet in maximaal 11 woningen binnen bestaand stedelijk gebied niet hoeft te worden aangemerkt als woningbouwlocatie of een andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Met het voorliggende plan worden per saldo 4 nieuwe woningen aan de voorraad toegevoegd. Dit betekent dat geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het is daarom niet nodig om de Ladder voor duurzame verstedelijking te doorlopen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient wel de behoefte aan de woning te worden aangetoond. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 3.3.3.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie en –verordening Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. Sinds 1 maart 2019 is deze Omgevingsvisie van kracht. De provincie heeft in de Omgevingsvisie een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal gesteld. − Gezond en veilig. Dat = een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. Dat = voorbereid zijn op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. En, dat = aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. − Schoon en welvarend. Dat = een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. Maar dat = ook: het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. En: het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. Onderdeel van de Omgevingsvisie zijn diverse thematische visieschetsen met de volgende thema’s: − Energietransitie: van fossiel naar duurzaam. − Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer. − Circulaire economie: sluiten van kringlopen. − Biodiversiteit: werken met de natuur. − Bereikbaarheid: duurzaam verbonden. 1

Zie hiervoor de uitspraak van de ABRvS d.d. 16 september 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2921). 20

− Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio. − Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam. De Omgevingsvisie bevat de strategische ambities voor de lange termijn. De Omgevingsverordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving.

Toetsing Raadpleging van de digitale kaarten van de Omgevingsvisie en -verordening Gelderland heeft uitgewezen dat het besluitgebied onderdeel is van het Nationaal Landschap Veluwe en gedeeltelijk binnen een molenbiotoop ligt. Daarnaast is het algemene beleid voor woonlocaties van toepassing. Nationaal Landschap Het plangebied ligt in Nationaal Landschap De Veluwe. Een plan voor gronden binnen een Nationaal Landschap mag alleen bestemmingen mogelijk maken die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap niet aantasten of versterken. De locatie Oude Hof 25-27 ligt in deelgebied Veluwemassief. De locatie Krommeweg 16 ligt in deelgebied Randmeerkust agrarisch. De kernkwaliteiten van deelgebied Veluwemassief zijn: − groene long van Nederland; − stuwwal met grootschalige afwisseling van open heide, gesloten bos, uitgestrekt open stuifzand en vennen, agrarische enclaves.

Deze afwisseling is in het westelijk deel sprekender dan in het oostelijk; − rijk aan aardkundige kwaliteiten (vooral het reliëf); − afwezigheid van oppervlaktewater met uitzondering van de vennen en enkele beken; − weinig bebouwing; − karakteristieke en cultuurhistorisch waardevolle open essen op de flanken − een ‘antropogene’ leegte van nu met een schatkamer van cultuurwaarden van toen: landgoederen, grafheuvels, boerderijen et cetera; − rijke variatie aan (cultuurhistorisch bepaalde) soorten bos: van zeer oude loofboscomplexen tot rechtlijnig verkaveld productiebos en recent ontwikkeld ‘oerbos’ met begrazers; − rust, ruimte, donkerte.

21

Het plan tast de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap niet aan. In het plangebied zijn geen waardevolle open essen, bos of andere cultuurwaarden aanwezig. De afwisseling tussen open heide, gesloten bos, uitgestrekt open stuifzand en vennen en agrarische enclaves blijft herkenbaar. De locatie Oude Hof 25-27 is in de huidige situatie in gebruik en bebouwd ten behoeve van een agrarisch bedrijf. In de toekomstige situatie blijft het een bebouwd perceel, alleen dan met woningen. Verder wordt op het perceel geen water toegevoegd. De totale hoeveelheid aanwezige bebouwing wordt in de toekomstige situatie bovendien kleiner.

De kernkwaliteiten van deelgebied Randmeerkust agrarisch zijn: − zichtbare beeldbepalende gradiënt van stuwwal naar Randmeer: bos; open essen; strokenverkaveling; onregelmatige blokverkaveling op strandwallen; − van besloten boslandschap via kleinschaligheid naar grootschalig open; de overgang is eerst steil, daarna geleidelijk; − karakteristieke open veenweidegronden met een groot aantal zuid-noord stromende sloten en laaglandbeken; van hieruit zicht op de bossen van Flevoland en het Veluwemassief; − kleinschalige flank van het Veluwemassief met dorpen en buurtschappen, houtsingels en grasland Lintbebouwing parallel aan de hoogtelijnen; − enkele landgoederen in de strokenverkaveling vormen mooie ensembles; − relatief gaaf ontwaterings-, ontsluitings- en verkavelingspatroon: regelmatig in het veenlandschap, onregelmatig in het kleilandschap; het vroegmiddeleeuws ontginningslandschap bij Doornspijk en Wessingen springt eruit; − rust, ruimte, donkerte in het veengebied. Op de locatie Krommeweg 16 wordt alleen bedrijfsbebouwing gesloopt. Dit is niet van invloed op de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap. Molenbiotoop De locatie Oude Hof 25-27 ligt binnen een molenbiotoop. In de verordening is opgenomen dat een bestemmingsplan voor gronden binnen een molenbiotoop geen nieuwe bebouwing of beplanting mogelijk mag maken als daardoor de windvang van een molen wordt beperkt.

In paragraaf 3.3.1 is het voorliggende plan getoetst aan de regels voor de molenbiotoop die zijn opgenomen in het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied 2019’. Hieruit blijkt dat de windvang van de molen door het plan niet wordt beperkt. Woonlocaties In artikel 2.2. van de verordening is opgenomen dat een bestemmingsplan alleen nieuwe woningen mogelijk kan maken als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. De regionale woonagenda kent geen specifieke regels ten aanzien van dit voorgestelde plan.

22

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Bestemmingsplan Buitengebied 2019

3.3.1.1

Functieverandering Algemeen In het geldende bestemmingsplan buitengebied 2019 is in artikel 44.1.4 een algemenen wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor ‘wijziging naar bestemming Wonen met sloop bebouwing’. Burgemeester en wethouders kunnen onder andere de bestemming ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ wijzigen in de bestemming ‘Wonen’, wanneer wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a bij sloop van bestaande bedrijfsgebouwen de volgende regeling hanteren, indien het agrarische bedrijf is of wordt beëindigd dan wel geen sprake meer is van een reële agrarische bedrijfsvoering: 1 bij sloop van alle maar minimaal 500 m² aan bestaande bedrijfsgebouwen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - GNN' minimaal 350 m² geldt, mag een woonhuis of een agrarische bedrijfswoning worden teruggebouwd; 2 bij sloop van alle maar minimaal 1.000 m² aan bestaande bedrijfsgebouwen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - GNN' minimaal 700 m² geldt, mag een twee aaneen gebouwd woonhuis worden teruggebouwd; 3 bij sloop van alle maar minimaal 1.500 m² aan bestaande bedrijfsgebouwen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - GNN' minimaal 1.050 m² geldt, mogen twee woonhuizen worden teruggebouwd; 4 bij sloop van alle maar minimaal 2.500 m² aan bestaande bedrijfsgebouwen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding

'overige zone - GNN' minimaal 2.000 m² geldt, mogen twee woonhuizen van 180 m² met bijbehorende bouwwerken van 125 m² worden teruggebouwd; 5 bij sloop van meer dan 2.500 m² aan bestaande bedrijfsgebouwen binnen de gemeentegrenzen van de gemeente Nunspeet mag ten hoogste 2/3 van hetgeen boven de 2.500 m² wordt gesloopt worden gebruikt en ingezet voor een tweede functieveranderingslocatie. Op deze tweede functieveranderingslocatie wordt de daar beschikbare sloopoppervlakte vermeerderd met het 2/3 deel van het overschot op de eerste locatie teneinde de mogelijkheden voor woningbouw te bepalen; 6 de oppervlakte te slopen gebouwen afkomstig is van ten hoogste twee locaties binnen de gemeente Nunspeet; 7 er een inrichtingsplan wordt opgesteld op kosten van de initiatiefnemer en door een in overleg aan te wijzen deskundige; 8 dit geen beperkingen voor omliggende bedrijven oplevert; 9 de overige gronden van het voormalige bestemmingsvlak worden bestemd tot een agrarisch of natuurbestemming; 10 een overeenkomst is gesloten aangaande sloop, inrichting, planschade en instandhouding;

23

b in geval er sprake is van de bouw van een bedrijfswoning bij een agrarisch bedrijf er sprake moet zijn van een aantoonbare en overtuigende relatie met het volwaardige agrarische bedrijf; c indien niet kan worden voldaan aan de voorwaarden opgenomen onder a, kan de bestemming gewijzigd worden in de bestemming Wonen en aansluitende gebiedsbestemmingen zonder daarbij extra woningen toe te staan; d bij toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de "Notitie Ruimtelijke kwaliteit, Functieverandering agrarische bebouwing naar wonen in de gemeente Nunspeet", zoals opgenomen in Bijlage 2 bij de toelichting als toetsingskader van toepassing is; e geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden, de verkeersveiligheid, de woonsituatie en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. Toetsing Op de locatie Oude Hof 25-27 wordt 2.076,94 m2 aan bebouwing gesloopt, waarvan 1.818,94 m2 beschikbaar is voor de functieverandering. Dit betekent dat hier op basis van de regels uit de wijzigingsbevoegdheid twee vrijstaande woningen voor mogen worden teruggebouwd. Op de locatie Krommeweg 16 wordt 750 m2 gesloopt. Wanneer hierbij de resterende sloopmeters van de locatie Oude Hof 25-27 worden opgeteld, dan wordt meer dan 1000 m2 gesloopt. Hiervoor mag een twee aaneen gebouwd woonhuis worden teruggebouwd.

Met deze benadering wordt afgeweken van de voorwaarden uit de wijzigingsbevoegdheid. Naast de oppervlaktes van de sloopmeters valt het plan deels binnen de bestemming agrarisch, de bestemming ‘Agrarisch’ valt niet onder de wijzigingsbevoegdheid. De gemeente Nunspeet heeft op 22 november 2020 echter de Notitie functieverandering vastgesteld. Hierin zijn de uitgangspunten voor nieuw functieveranderingsbeleid van agrarisch naar wonen vastgelegd welke leidend zijn voor onderhavige functieverandering. Dit beleid wordt behandeld in paragraaf 3.3.4. Voor beide locaties wordt wel aan de overige voorwaarden voor functieverandering voldaan: − de oppervlakte te slopen bebouwing is afkomstig van twee locaties; − er is een landschappelijk inrichtingsplan opgesteld; − in paragraaf 4.4 (bedrijven en milieuzonering) is onderzocht of het plan geen belemmering oplevert voor omliggende bedrijven. Geconcludeerd is dat het plan geen belemmeringen oplevert; − de overige gronden worden bestemd tot agrarisch; − bij de inrichting van de toekomstige erven wordt rekening gehouden met de aandachtspunten uit de “Notitie Ruimtelijke kwaliteit, Functieverandering agrarische bebouwing naar wonen in de gemeente Nunspeet”. Zie paragraaf 3.3.5. − met het voorliggende plan wordt een bijdrage geleverd aan natuurwaarden en landschappelijke kwaliteit.

In hoofdstuk 4 is voor de verschillende aspecten geconcludeerd dat ter plaatse van de toekomstige woonlocaties sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Daarnaast is in paragraaf 4.12 geconcludeerd dat het plan geen belemmering oplevert voor de verkeersveiligheid.

24

3.3.1.2

Molenbiotoop Een deel van de gronden op de locatie Oude Hof 25-27 hebben in het geldende bestemmingsplan Buitengebied 2019 de aanduiding ‘vrijwaringszone - molenbiotoop’. Deze gronden zijn bestemd voor het behoud, het herstel en de bescherming van de windvang van de nabijgelegen molen ‘Molen Hoop’ in Elspeet. De molen ligt op circa 270 meter van het plangebied. De bouwhoogte van bouwwerken mag hier niet meer bedragen dan 9 meter. In het plangebied is op deze locatie een bouwhoogte van maximaal 9 meter toegestaan. De windvang van de molen zal hierdoor niet worden geschaad. De ligging binnen de molenbiotoop vormt geen belemmering voor het voorliggende plan.

3.3.1.3

Dubbelbestemming ‘Waarde - Oude bouwlanden enclaves’ Ter plaatse van een deel van het plangebied is de dubbelbestemming ‘Waarde - Oude bouwlanden enclaves’ opgenomen. De voor 'Waarde - Oude bouwlanden enclaves' aangewezen gronden, zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden zoals deze tot uitdrukking komen in het reliëf en de morfologie, de openheid en de bestaande houtwallenstructuur en zoals deze zijn vastgelegd in paragraaf 3.4.3. in Bijlage 6 bij de toelichting). In paragraaf 4.11 is het voorliggende plan getoetst aan de criteria die in bijlage 6 bij de toelichting (quick scan cultuurhistorie) zijn vastgelegd voor de oude bouwlanden enclaves. Geconcludeerd wordt dat aan deze toetsingscriteria wordt voldaan. Het plan zorgt hiermee voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de aanwezige natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden.

3.3.2

Omgevingsvisie Nunspeet De gemeenteraad van Nunspeet heeft op 29 november 2018 de Omgevingsvisie Nunspeet vastgesteld. In deze visie kijkt de gemeente vooruit naar een periode tot 2030. De gemeente blijft bouwen aan een krachtige en vitale gemeente, waar het goed wonen, werken en recreëren is. De gemeente werkt hier graag aan mee met zoveel mogelijk partijen uit de samenleving. De omgevingsvisie heeft een breed karakter. De Omgevingsvisie Nunspeet geeft de koers, die voor een belangrijk deel samen met de samenleving uitgestippeld is en waar de gemeente vervolgens ook samen mee aan de slag wil gaan. Deze koers is niet nieuw, de gemeente bouwt voort op documenten als de 'Integrale Toekomstvisie Nunspeet 2030'. Voorliggende omgevingsvisie heeft een aantal bijzondere kenmerken, die sterk medebepalend zijn voor het karakter: − Grensoverschrijdend, De gemeenten Nunspeet, Elburg en Oldebroek (NEO) hebben de gezamenlijke opgaven gedefinieerd die grensoverschrijdend zijn; − Uitnodigend: De omgevingsvisie wil uitnodigend zijn. De koers is in nauw overleg met de inwoners tot stand gekomen; − Brede aanpak, Inzet van de visie is om de ontwikkelingen breed op te pakken met economische-, sociale, ruimtelijke- en milieuthema's. Inzet is het behouden en versterken van vitaliteit en leefbaarheid.

25

Voor de gemeente Nunspeet is de uitdaging om te blijven streven naar een goede onderlinge balans tussen dynamiek en rust, tussen wonen, bedrijvigheid en infrastructuur enerzijds en natuur en landschap anderzijds. Om alle aanwezige kwaliteiten te behouden is hier en daar ook verandering noodzakelijk. In de omgevingsvisie zijn zeven thematische speerpunten benoemd voor de gemeente Nunspeet: − Versterken sociaaleconomische positionering; − een duurzame ontwikkeling van het (agrarisch) buitengebied; − een vitale toeristische-recreatieve sector bereiken; − ruimtelijk inpassen van duurzame energieopwekking; − ontwikkeling stationsomgeving als levendig knooppunt in Nunspeet; − milieu- en gezondheidsbeleid initiëren en accommoderen; − behouden en versterken van de rijke cultuurhistorie van Nunspeet. Toetsing In de omgevingsvisie zijn de agrarische enclaves Elspeet en Vierhouten aangegeven als deelgebied. De locatie Oude Hof 25-27 ligt in dit deelgebied. Over dit deelgebied wordt gesteld dat de hoofdfunctie buiten de kernen de landbouw is. De menging hiervan met wonen en recreatie maakt het tot een uniek deelgebied. Voor voldoende toekomstperspectief wordt verbreding van de agrarische sector gefaciliteerd, mits de kwaliteiten niet worden aangetast. Leegstand moet worden voorkomen. Het heeft de voorkeur om geen nieuwe bebouwing te realiseren of verdichting te laten plaatsvinden.

Met het voorliggende plan wordt een intensieve veehouderij beëindigd en de aanwezige agrarische bebouwing verwijderd. Hiermee wordt ruimte geboden aan een nabijgelegen verblijfsrecreatieterrein en zal de belasting op het nabijgelegen Natura 2000gebied verminderen. Daarnaast wordt door vier nieuwe woonfuncties toe te staan, de sloop van de agrarische bebouwing en bedrijfswoning mogelijk gemaakt en leegstand voorkomen. Door de kavel bovendien landschappelijk in te passen wordt een bijdrage geleverd aan de kwaliteit van het landschap op deze locatie. In de toekomstige situatie zal tot slot minder bebouwing worden teruggebouwd dan wordt gesloopt. Er is geen sprake van een verdichting. Hiermee wordt aangesloten op het gestelde in de omgevingsvisie. De locatie Krommeweg 16 ligt in het deelgebied ‘grootschalig open landschap/ randmerengebied’. De uitgangspunten voor dit deelgebied zijn samengevat: − de agrarische functie blijft hier de hoofdfunctie en is bepalend voor de belevingswaarde van het gebied; − beter benutten van de ligging aan het water; − bijdragen aan de opgave van de energietransitie. De sloop van de agrarische bedrijfsbebouwing op de locatie Krommeweg 16 en het omzetten van de bedrijfswoning naar een burgerwoning, staat deze uitgangspunten niet in de weg.

26

3.3.3

Woonvisie Nunspeet ‘Goed wonen in de gemeente Nunspeet’ Sinds de vaststelling van de vorige woonvisie in 2015 is de woningmarkt sterk veranderd. Denk aan de recent toegenomen druk op de woningmarkt en de gestegen koopprijs. Ook ziet de gemeente door de voortzettende vergrijzing en huishoudensverdunning de vraag naar het type woningen veranderen. De recente herleving van de bouwproductie heeft het vestigingstekort omgebogen in een vestigingsoverschot. Dit heeft de prognose van de behoefte aan woningen veranderd. Tot en met 2025 moeten 670 woningen worden toegevoegd. Daarbij blijft Nunspeet inzetten op passende prestatieafspraken met Omnia Wonen en huurdersorganisatie SHOW. De vraag naar zowel koop als (sociale) huurwoningen is momenteel groot. Naast het invullen van uitbreidingslocaties wil de gemeente plannen ten aanzien van nieuwbouw en transformatie binnen bestaand stedelijk gebied zoveel mogelijk faciliteren en ondersteunen (‘Woningbouw op maat’). Deze aanpak biedt ruimte voor starters, waaronder jongeren en jonge gezinnen, en geeft nieuwe dynamiek in de omgeving. Ook wil de gemeente huisvesting voor ouderen dichtbij benodigde voorzieningen zo veel mogelijk ondersteunen. Verder wordt de succesvolle aanpak ten aanzien van het Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) gecontinueerd.

Met deze woonvisie legt de gemeente een nieuw fundament voor voldoende aantrekkelijke woningen voor iedereen, een kwalitatief en energetisch hoogwaardige woningvoorraad, waar iedereen in elke levensfase, met of zonder zorgbehoefte, kan (blijven) wonen. Drie ambities staan in de woonvisie centraal: − een gezonde woningmarkt met passende woningen, voor nu en later; − ambitieus in energietransitie; − evenwichtige en zorgzame wijken. Toetsing Met de voorgenomen ontwikkeling wordt voorzien in de bouw van vier nieuwe koopwoningen. Daarnaast wordt de bedrijfswoning gesloopt en op een andere locatie binnen het plangebied herbouwt als burgerwoning. Op de locatie Oude Hof 25 -27 worden in totaal twee twee-onder-een-kapwoningen en drie vrijstaande woningen gerealiseerd. Gezien de ligging van de locatie in het buitengebied bij de kern Elspeet, leent de locatie zich niet voor de realisatie van appartementen. Daarnaast is deze locatie door de ligging buiten de kern minder geschikt voor senioren en starters. De woningen worden bovendien gerealiseerd in het kader van een ruimte voor ruimte regeling. In de beleidsregel ‘Woningbouw Op Maat’ bij de woonvisie stelt de gemeente dat locaties van vrijkomende agrarische bebouwing in het buitengebied vragen om maatwerk en dienen te passen binnen het provinciaal en gemeentelijk beleid van functieverandering in het buitengebied.

Zoals in paragraaf 3.3.1 is beschreven wordt met het voorliggende plan hierop aangesloten. De woonvisie stelt bovendien dat er ook een behoefte is aan middeldure koop en dure koopwoningen, namelijk in beide categorieën 130 woningen in 2025. Met voorliggende ontwikkeling wordt voorzien in deze behoefte.

27

3.3.4

Notitie functieverandering gemeente Nunspeet Op 22 november 2020 heeft de gemeente Nunspeet de Notitie functieverandering ‘Uitgangspunten voor nieuw functieveranderingsbeleid van agrarisch naar wonen’ vastgesteld. Deze notitie bevat richtinggevende uitgangspunten voor een herijking van het beleid voor functieverandering naar wonen in het buitengebied van de gemeente Nunspeet. In afgelopen jaren is in de diverse bestemmingsplannen voor het buitengebied van Nunspeet een generieke regeling opgenomen die het mogelijk maakt om op het perceel één of meerdere woningen te bouwen in ruil voor het slopen van agrarische bebouwing. Voor functieverandering naar wonen is in het bestemmingsplan Buitengebied 2019 een wijzigingsbevoegdheid opgenomen (artikel 44.1.4 Wijziging naar bestemming Wonen met sloop bebouwing). Onder voorwaarden kunnen de bestemmingen ‘Agrarisch-Agrarisch bedrijf’, ‘Agrarisch-Kwekerij’ en ‘AgrarischPaardenhouderij’ worden gewijzigd in de bestemming ‘Wonen’. Deze generieke regeling is van toepassing op de hele gemeente. Deze regeling is gedurende de jaren gemonitord en op onderdelen verruimd of aangepast. Zo is onder andere een salderingsregeling ingevoerd, waarmee (stoppende) agrariërs de mogelijkheid krijgen om elders in de gemeente de mogelijkheid krijgen om ‘overtollige sloopmeters’ op een tweede functieveranderingslocatie elders in de gemeente in te zetten.

In de ‘Notitie Ruimtelijke kwaliteit functieverandering agrarische bebouwing naar wonen’ zijn de uitgangspunten voor de ruimtelijke kwaliteit (landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing) van plannen voor functieverandering opgenomen. Deze notitie uit 2011 geldt nog steeds en is onderdeel van de gemeentelijke Welstandsnota 2015. Aan initiatieven voor functieverandering worden ruimtelijke eisen gesteld. Deze vereisten zijn opgenomen in de Welstandsnota 2015 (inclusief de Notitie Ruimtelijke kwaliteit functieverandering agrarische bebouwing naar wonen, 2011). De visie is erop gericht om de landschappelijk inpassing van functieveranderingen zwaarder te laten wegen. De stedenbouwkundige en architectonische invulling laten we meer over aan de initiatiefnemer, door een aantal sturende criteria los te laten. Deze visie werkt door in de functieveranderingsregels die in het bestemmingsplan zijn opgenomen. In het bestemmingsplan buitengebied 2019 is het beleid voor functieverandering van agrarisch naar wonen via een wijzigingsbevoegdheid gereguleerd. De regels gaan uit van de volgende staffeling:

28

Staffeling huidige regeling

Deze staffeling is in het nieuwe beleid aangepast, met de bedoeling om de mogelijkheden voor functieverandering voor grotere bedrijven (tijdelijk) te verruimen en tegelijk voor de kleinere bedrijven de sloop- en salderingsmogelijkheden te behouden. De volgende tabel geeft de nieuwe staffeling weer.

Staffeling nieuwe regeling

Toetsing Op de locatie Oude Hof 25-27 wordt 2.076,94 m2 aan bebouwing gesloopt. Hiervan is 1.818,94 m2 bedrijfsbebouwing welke beschikbaar is voor de functieverandering. Dit betekent dat hier twee vrijstaande woningen voor mogen worden teruggebouwd. Daarnaast resteren hier dan nog 618,94 m2. Op de locatie Krommeweg 16 wordt 750 m2 gesloopt. Wanneer hierbij de resterende sloopmeters van de locatie Oude Hof 25-27 worden opgeteld, dan wordt meer dan 1200 m2 gesloopt. Hiervoor mogen nogmaals twee vrijstaande woningen worden teruggebouwd. In onderhavig plan is sprake van een twee-onder-een-kapwoning. Met deze benadering wordt afgeweken van de voorwaarden uit het gemeentelijk functieveranderingsbeleid. De gemeente heeft ervoor gekozen hier medewerking aan te verlenen vanwege de extra winst voor natuur, milieu, landschap en omgeving: • door het definitief beëindigen en saneren van een intensieve veehouderij verdwijnen de bijbehorende negatieve effecten voor het milieu en de overlast voor de omgeving (onder andere geur); • er wordt bijgedragen aan de natuurlijke- en landschappelijke kwaliteiten van het plangebied, door het behouden, aanvullen en aanleggen van houtwallen en hagen.

• aangezien hier sprake is van een locatie dichtbij Natura 2000-gebied, wordt met het definitief beëindigen van twee intensieve veehouderijen een grote bijdrage geleverd aan het terugdringen van de depositie van stikstof op dit gebied. Deze bijdrage is inzichtelijk gemaakt in de memo beoordeling stikstof (zie bijlage 4) en bestaat uit een afname van de depositie met 139,09 mol/ha/j. Vanwege gemaakte afspraken op basis van het oude beleid is onderhavige functieverandering niet gebaseerd op het nieuwe functieveranderingsbeleid.

29

3.3.5

Notitie Ruimtelijke kwaliteit: Functieverandering agrarische bebouwing naar wonen in de gemeente Nunspeet De gemeente heeft in het bestemmingsplan Buitengebied een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor functieverandering naar wonen bij sloop van vrijkomende agrarische bebouwing. De notitie geeft de uitgangspunten en randvoorwaarden aan voor het ruimtelijk ontwerp van landschap, erf en bebouwing en laat zien hoe met functieverandering de ruimtelijke kwaliteit en het landschap ter plekke versterkt kunnen worden. Toetsing Met het voorliggende plan worden alleen op de locatie Oude Hof 25-27 nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Dit deel van het plangebied ligt in het deelgebied agrarische enclaves. In de notitie ruimtelijke kwaliteit zijn de volgende aandachtspunten opgenomen voor functieveranderingen in de agrarische enclaves: − sluit aan op bestaande houtwallen en singels; − geef erven met beplanting een plek in landschap, maar maak geen groen eiland van het erf; − geen bebouwing en groen op essen en enken; bebouwing en groen aan de randen; − erfbeplanting aan één of twee zijden van het erf; − enken en essen open houden; − gebouwen zijn laag. Met het inrichtingsplan voor de locatie Oude Hof 25-27 is rekening gehouden met deze aandachtspunten. Langs de meest oostelijke rand van het plangebied wordt een nieuwe houtwal toegevoegd.

Deze sluit aan op de bestaande houtwal die ten zuiden van het plangebied ligt. De gebouwen krijgen een bouwhoogte van maximaal 9 meter, waarmee wordt voorzien in relatief lage bebouwing. Met het materiaalgebruik, kleurstelling en de vorm van de toekomstige gebouwen wordt aangesloten bij de uitgangspunten voor bebouwing. Dit zijn bijvoorbeeld een eenvoudige basisvorm, geen opvallende kleuren en inpandige bergingen.

30

4

Milieu- en omgevingsaspecten

4.1

Milieueffectrapportage

4.1.1

Algemeen De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In de bijlage van het Besluit m.e.r zijn twee onderdelen (C en D) opgenomen. In onderdeel C zijn activiteiten genoemd waarbij direct sprake is van een m.e.r.-plicht als bij besluiten de genoemde drempelwaarden worden overschreden. Voor de activiteiten die zijn genoemd in onderdeel D geldt dat als de drempelwaarden worden overschreden een m.e.r.-beoordeling dient plaats te vinden. Voor besluiten met een omvang onder de drempelwaarden moet een zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling worden gedaan.

4.1.2

Toetsing Jurisprudentie wijst uit dat met name de aard en omvang van een project bepalen of gesproken moet worden van een stedelijk ontwikkelingsproject zoals bedoeld in categorie D.11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Het voorliggende plan voorziet op de locatie Oude Hof 25-27 in de realisatie van vijf nieuwe woningen (waarvan één de huidige bedrijfswoning vervangt), op een locatie waar op basis van het geldende bestemmingsplan een intensieve veehouderij is toegestaan. De hoeveelheid aanwezige en toegestane bebouwing neemt in de toekomstige situatie af. Deze ontwikkeling is daarmee kleinschalig te noemen en het ruimtebeslag van de toekomstige ontwikkeling is beperkt. Gelet op de aard en omvang van deze ontwikkeling is er daarom geen sprake van een activiteit zoals genoemd in het Besluit m.e.r.

4.1.3

Conclusie Een nadere beoordeling in een (vormvrije) m.e.r-beoordeling of plan-m.e.r. is niet noodzakelijk.

4.2

Bodem

4.2.1

Algemeen Bij functiewijzigingen die leiden tot een verandering van de bestaande bestemming moet worden aangetoond dat de kwaliteit van de bodem de realisatie van de gewenste functie toestaat. Daarnaast geldt dat de bodemkwaliteit invloed kan hebben op de financiële haalbaarheid als blijkt dat de bodem gesaneerd moet worden.

31

4.2.2

Toetsing Oude Hof 25 - 27 Door Grondvitaal BV is in mei 2020 een verkennend bodemonderzoek, asbest in bodemonderzoek en asbest in puin onderzoek uitgevoerd2. Het complete rapport is als bijlage bij de toelichting gevoegd. Uit het uitgevoerde verkennende bodemonderzoek wordt het volgende geconcludeerd: − De onderzoekshypothese ”onverdacht” kan op grond van de analyseresultaten van de grondmonsters heel strikt genomen niet worden gehandhaafd. Formeel gesproken is de kwalificatie verdacht van toepassing; − De aangetroffen concentraties zijn echter van lichte aard en geven geen aanleiding tot aanvullend onderzoek. De invloed hiervan op de volksgezondheid en het milieu is nihil. Met betrekking tot de voorgenomen bouwactiviteiten op de onderzochte locatie, zijn milieutechnisch geen belemmeringen aan te geven. Uit het uitgevoerde asbest in grond onderzoek volgen de volgende conclusies en aanbevelingen: − de onderzoekshypothese "verdachte locatie met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld" wordt op basis van de analyseresultaten en het berekende gewogen gehalten asbest verworpen; − het berekende gewogen gehalte asbest in grond in de inspectiegaten G01, G02 en G05 is kleiner dan de helft van de maximaal toegestane waarde van 100 mg/kg d.s.

De aangetroffen asbesthoudende materialen op het maaiveld ter plaatse van inspectiegaten G01 en G02 zijn meegenomen voor analyse, derhalve zijn deze niet meer aanwezig op locatie; − in de overige inspectiegaten (G03 en G04) is geen asbest aangetroffen; − met betrekking tot het voorgenomen gebruik van de onderzochte locatie, zijn op basis van het uitgevoerde asbest in bodemonderzoek milieutechnisch geen bezwaren aan te geven. Uit het uitgevoerde asbest in puin onderzoek volgen de volgende conclusies en aanbevelingen: − Op basis van het uitgevoerde asbest in puin onderzoek conform “NEN5897:2015/C2:2017 § 6.5.2 (open halfverharding)” kan worden geconcludeerd dat alleen ter plaatse van SL04 de maximaal toegestane waarde van 100 mg/kg.ds. wordt overschreden. Ter plaatse van de overige inspectiesleuven wordt deze waarde niet overschreden; − In de aangrenzende inspectiesleuven (SL03 en SL05) wordt wel asbest aangetroffen, echter de aangetroffen gehalten liggen beneden de halve maximaal toegestane waarde. Uitgaande van een oppervlakte van ca. 132 m2 en een laagdikte van 50 cm is circa 66 m3 (vaste kuubs) puin verontreinigd met asbest;

2

Grondvitaal BV, Verkennend bodemonderzoek, asbest in bodemonderzoek en asbest in puin onderzoek, projectnummer: 2027043, 27 mei 2020. 32

− Aanbevolen wordt om deze verontreiniging voorafgaand aan de graaf- en bouwwerkzaamheden te verwijderen/saneren. Voorafgaand aan de sanering dient een plan van aanpak te worden opgesteld en ter goedkeuring te worden ingediend bij Inspectie Leefomgeving en Transport (ILenT). Bij voorkeur dient de sanering uitgevoerd te worden door een BRL7000 gecertificeerde aannemer en dient het werk begeleid te worden door een BRL6000 gecertificeerd bureau. Asbestinventarisatierapport Naar aanleiding van een wijziging in het plan heeft tevens een asbestinventarisatie 3 plaatsgevonden ter plaatste van de woning met schuur aan de Oude Hof 27. Hierin is het gehele gebouw onderzocht. In het onderzoek is uitgegaan van volledige renovatie of totale sloop van de woning. Tijdens het onderzoek is geen beperking geconstateerd en er zijn geen asbestverdachte bronnen aangetroffen welke buiten het toepassingsgebied vallen. Uit oogpunt van een mogelijk gevaar voor de volksgezondheid is er geen aanleiding om de aangetroffen asbesthoudende materialen direct te laten verwijderen. Deze materialen worden echter verwijderd in het kader van asbestverwijdering, sloop of renovatie van de bouwkundige eenheid. Krommeweg 16 Op de locatie Krommeweg 16 wordt geen nieuwe gevoelige functie mogelijk gemaakt en vinden geen bouwwerkzaamheden plaats. Een bodemonderzoek is daarom niet noodzakelijk. 4.2.3

Conclusie De verontreiniging op de locatie Oude Hof 25-27 zal voorafgaand aan de graaf- en bouwwerkzaamheden worden gesaneerd.

4.3

Natuur

4.3.1

Algemeen Bij ruimtelijke ingrepen moet rekening gehouden worden met de aanwezige natuurwaarden van het plangebied. Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming zijn de Wet natuurbescherming en provinciale verordeningen van toepassing. De provincies beschermen via provinciale verordening waardevolle natuurgebieden zoals het Natuurnetwerk Nederland, weidevogelgebied en ganzenfoerageergebied. Daarnaast kunnen natuurgebieden of andere gebieden die essentieel zijn voor het behoud van bepaalde flora en fauna, aangewezen worden als Europees vogelrichtlijn- en/of habitatrichtlijngebied (Natura 2000). De verplichtingen uit de Vogel- en Habitatrichtlijn zijn in Nederland opgenomen in de Wet natuurbescherming. Ook de bescherming van individuele plant- en diersoorten is geregeld in deze wet.

3

Buro Inventas (2021). Asbestinventarisatierapport. Datum: 7 juli 2021. 33

4.3.2

Toetsing Oude Hof 25-27: quick scan flora en fauna Ter plaatse van het plangebied is een quick scan flora en fauna4 uitgevoerd, om te onderzoeken of het project van invloed is op natuurwaarden en beschermde soorten en of de ontwikkeling niet in strijd is met de provinciale verordening of de Wet natuurbescherming. Gebiedsbescherming Omdat het NNN in Gelderland geen externe werking kent en het plangebied buiten het NNN gelegen is, is een verdere toetsing niet aan de orde. Het plangebied ligt nabij Natura 2000-gebied de Veluwe. De geplande ontwikkeling heeft geen invloed op het oppervlakte van het Natura 2000-gebied. Een voortoets Natura 2000 zal de effecten van de ontwikkeling in beeld moeten brengen. Gezien de ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000 wordt een Aeriusberekening geadviseerd.

4

Flora en fauna quickscan Oude hof 25-27 Elspeet, Inventarium, 28 augustus 2021. 34

Soortenbescherming Met betrekking tot flora, vleermuizen en zoogdieren is er geen sprake van overtreding van de Wet Natuurbescherming. Om vogels te beschermen moet buiten het broedseizoen worden gesloopt. Houtopstanden Er worden geen bomen gekapt die vallen onder de houtopstanden die op basis van de Wet natuurbescherming worden beschermd. Oude Hof 25-27: stikstofberekeningen Het plangebied ligt nabij natura 2000-gebied. Het is niet op voorhand uitgesloten dat er een toename van stikstofdepositie teweeg wordt gebracht door de voorgenomen plannen. Dit is onderzocht in een memo beoordeling stikstof5, waarbij gebruik is gemaakt van AERIUS-stikstofberekeningen. Hierin wordt het volgende geconcludeerd: Op onderhavige situatie is reeds lange tijd, in ieder geval sinds 1974, sprake van een agrarisch bedrijfsvoering waarbij landbouwhuisdieren gehouden worden. Voor het houden van dieren is instemming verleend op grond van de Natuurbeschermingswet. Voor de bepaling van de referentiesituatie kan aanspraak worden gemaakt op de stikstofrechten van 552 st. vleeskalveren RAV. A4.100. Tijdens de realisatie van de nieuwbouw worden maatregelen getroffen om de effecten op het natuurgebied te minimaliseren. De werkzaamheden zorgen niet voor negatieve invloeden op het natuurgebied.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11532296/1