AP 6l. Bijlage conc. raadsvoorstel Omgevingswet diverse besluiten
Tekst van het document
Raadsvoorstel 5438 Agendapunt: Nummer: Datum college: Raadsvergadering: Commissie Datum commissie: Portefeuillehouder: Onderwerp:
<Agendapunt> <Nummer> 9 november 2021 24 februari 2022 Ruimte en Wonen 7 februari 2022 J. Groothuis Omgevingswet: delegatie, bindend adviesrecht, verplichte participatie en uitgebreide procedure.
Voorstel 1. In te stemmen met het delegatiebesluit (bijlage 1); 2. In te stemmen met het besluit bindend adviesrecht (bijlage 2); 3. In te stemmen met het besluit verplichte participatie (bijlage 3); 4. Het college te adviseren om de uitgebreide procedure van toepassing te verklaren in gevallen waar de raad bindend adviesrecht heeft.
Geachte raad, Inleiding Met de komst van de Omgevingswet wordt een aantal nieuwe instrumenten geïntroduceerd. In de periode tot aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet moet een aantal besluiten genomen worden door de raad om de overgang naar de wet zo soepel mogelijk te laten verlopen. Op 14 april 2021 is tijdens een themabijeenkomst over de Omgevingswet onder andere ingegaan op wat er verandert voor de gemeenteraad als de wet in werking treedt. Op de tweede themabijeenkomst van 22 september jl. is stilgestaan bij het thema participatie. Het voorliggende raadsvoorstel heeft betrekking op: - het delegatiebesluit bij het omgevingsplan, waarin de raad aangeeft welke wijzigingsbevoegdheden naar het college worden gedelegeerd; - het bindend adviesrecht dat als instrument in de plaats komt van de verklaring van geen bedenkingen en waarbij de raad het college adviseert m.b.t. afwijkingen van het omgevingsplan met een omgevingsvergunning; - de gevallen waarbij participatie een verplicht onderdeel wordt van de aanvraag; - een (niet bindend) advies aan het college in welke gevallen het in de rede ligt om de uitgebreide procedure van toepassing te verklaren. Argumenten/overwegingen Bij het opstellen van de Omgevingswet is als uitgangspunt genomen dat de raad een kaderstellend en controlerend orgaan is.
De wet biedt mogelijkheden om die kaderstellende rol meer te pakken en de uitvoering en uitwerking over te laten aan college en initiatiefnemers. Er wordt ook wel gesproken over het “loslaten” door de raad.
-2-
In de bijgevoegde voorstellen is hier nog niet van uit gegaan. Nunspeet heeft immers gekozen voor een consoliderende invoeringsstrategie. Dit betekent dat alles zoveel mogelijk bij het oude blijft en er vanuit de bestaande situatie wordt doorontwikkeld gedurende de overgangsperiode. Bij de conceptbesluiten voor delegatie en bindend advies is dit dan ook het uitgangspunt geweest. Delegatiebesluit Waar de gemeenteraad nu bestemmingsplannen vaststelt, stelt de raad onder de Omgevingswet (wijzigingen in) het omgevingsplan vast. De wet biedt ruimte om bepaalde wijzigingen te delegeren aan het college. Als er geen delegatiebesluit wordt vastgesteld, komt alles wat op dit moment aan het college gedelegeerd is weer onder de bevoegdheid van de raad te vallen. Figuur 1: voorbeeld gedelegeerde bevoegdheid nu en onder de Omgevingswet
In bijgevoegd delegatiebesluit zijn gevallen opgenomen: - van praktische aard: hieronder vallen technische wijzigingen, verwerking van provinciale of rijksregels, wijzigingen in de toelichting van het omgevingsplan, vergunningen die na besluitvorming reeds onherroepelijk in werking zijn getreden en verwerkt moeten worden in het omgevingsplan en ook het beleidsneutraal overzetten van regels uit verordeningen die ondergebracht moeten gaan worden in het omgevingsplan (resp. nrs. 1, 2, 3, 5 en 8); - van reeds gedelegeerde bevoegdheden: zoals wijzigingsbevoegdheden die nu onderdeel zijn van vastgestelde bestemmingsplannen of verordeningen (resp. nrs. 6 en 7); - voor toekomstige situaties: waarbij de raad bij het vaststellen van beleid expliciet besluit dat het college dit verder uit mag werken en het omgevingsplan mag wijzigen (nr. 9). Nr. 4 uit bijgevoegd delegatiebesluit luidt: “Wijzigen van het omgevingsplan voor categorieën van gevallen, waarvoor bij het volgen van de afwijkingsprocedure van het omgevingsplan middels een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit geen bindend adviesrecht wordt gegeven door de raad”.
-3-
Hiermee wordt bedoeld en beoogd dat er een directe verbinding is tussen het delegatiebesluit en het bindend adviesrecht. Als de raad het voor een situatie niet nodig vindt dat er bindend adviesrecht is, zou het college ook bevoegd moeten zijn als voor dezelfde situatie een wijziging omgevingsplan wordt aangevraagd. Concreet gaat het dan om die gevallen die onder het huidige recht op de kruimelgevallenlijst staan (Bijlage II, art. 4 BOR). Bindend adviesrecht Het college is in de huidige situatie bevoegd tot het nemen van een besluit over de afgifte van een omgevingsvergunning in geval van strijdigheid met het bestemmingsplan, maar de raad moet daaraan voorafgaand wel een verklaring van geen bedenkingen afgeven. De raad kan bepalen in welke gevallen er géén verklaring van geen bedenkingen nodig is. Onder de Omgevingswet vervalt de verklaring van geen bedenkingen en is de situatie omgekeerd. De raad geeft niet meer aan wat niet voorgelegd hoeft te worden, maar geeft aan in welke gevallen er wel advies van de raad noodzakelijk is. Stelt de raad geen lijst van gevallen vast, dan is het college in alle gevallen bevoegd om het besluit te nemen over de afgifte van een omgevingsvergunning in geval van strijdigheid met het omgevingsplan. Figuur 2: voorbeeld vvgb vs bindend adviesrecht
In bijgevoegd besluit met de lijst van bindend adviesrecht is aansluiting gezocht bij de huidige lijst van gevallen waarvoor geen verklaring van geen bedenkingen nodig is, de regels uit de bestemmingsplannen en reeds vastgesteld beleid (bv. t.a.v. duurzaamheid). De volgende categorieën zijn opgenomen: 1. Wonen 2. Agrarische bedrijven 3. Bedrijven 4. Duurzame energie 5. Verkeer, vervoer en openbare ruimte 6. Maatschappelijke voorzieningen M.b.t. Wonen Woningbouw op Maat verzoeken komen in dit voorstel nog steeds naar de raad voor een bindend advies. Hierbij is wel een aanpassing gedaan t.a.v. de huidige situatie. In 2010, ruim voor het Woningbouw op Maat beleid, is vastgesteld dat het college een zelfstandige bevoegdheid heeft als het gaat om één of twee woningen. Bij drie woningen of meer geeft de raad een verklaring van geen bedenkingen af.
-4-
Op basis van de ervaringen met Woningbouw op Maat in de afgelopen jaren, is het voorstel om het bindend adviesrecht te laten gelden bij meer dan vijf woningen. Deze voorstellen ziet de raad wel terug in de jaarlijkse lijst “Dynamisch programma woningbouw”, maar niet meer individueel. Dit gaat om woningbouw binnen de bebouwde kom. Buiten de bebouwde kom geldt dezelfde regel als nu. Alle voorstellen gaan naar de raad voor bindend advies, behalve bij functieverandering i.v.m. het vastgestelde beleid hierover. Hier is ook de verbinding gezocht met het delegatiebesluit. Als een initiatiefnemer een aanvraag voor functieverandering doet via een omgevingsvergunning dan is er in dat geval geen bindend adviesrecht. Deze bevoegdheid ligt in het geval van een wijziging van het omgevingsplan immers ook bij het college. De verwachting is overigens dat dit weinig voor zal komen en dat er meestal om een wijziging van het omgevingsplan gevraagd wordt. M.b.t. Bedrijven en Maatschappelijke voorzieningen In tegenstelling tot de meeste andere categorieën is bij bedrijven en maatschappelijke voorzieningen een splitsing gemaakt tussen enerzijds nieuwe en uitbreiding van bestaande bedrijven en maatschappelijke voorzieningen en anderzijds tussen binnen en buiten de bebouwde kom. Het resultaat is in het huidige conceptvoorstel in al deze situaties en combinaties hetzelfde.
De raad heeft bindend adviesrecht. De reden om het zo op te nemen, is dat hier op termijn meer in gevarieerd kan gaan worden. Bv. bindend adviesrecht bij een bedrijfsuitbreiding vanaf 20%. M.b.t. Verkeer, vervoer en openbare ruimte Voor deze categorie is gekozen voor de term “grote impact op de fysieke leefomgeving”. Deze terminologie sluit aan bij de Omgevingswet en bij het Nunspeetse beleid over de omgevingsdialoog. Hierbij kan gedacht worden aan het project rondom de stationsomgeving. Kleinere projecten voor het verleggen van een enkel fietspad met weinig impact op de omgeving vallen hier buiten. Samenhang met verplichte participatie en toepassen uitgebreide procedure Zoals toegelicht in de themabijeenkomst van 22 september jl. is er een relatie te leggen tussen het bindend adviesrecht en het verplichten van participatie in bepaalde gevallen. Daarnaast is er een relatie met de bevoegdheid die het college heeft om toch in bepaalde gevallen de uitgebreide procedure van 26 weken van toepassing te verklaren in plaats van de reguliere procedure.
-5-
Figuur 3: Samenhang bij afwijken omgevingsplan met een vergunning
Verplichte participatie Participatie is binnen de Omgevingswet een belangrijk onderdeel. Het is voor het bevoegd gezag verplicht om bij een omgevingsvisie, programma of omgevingsplan participatie toe te passen en daarvoor gemeentelijke beleid op te stellen. Dit is verankerd in de wet zelf. Ook initiatiefnemers kunnen te maken krijgen met participatie bij het opstellen van hun plannen. Bij alle initiatieven wordt participatie gestimuleerd. Dit wordt vastgesteld in het gemeentebrede participatiebeleid. Dit wordt thans opgesteld en eind 2021/begin 2022 voorgelegd aan de raad. Op dit moment geldt al het vastgestelde beleid 'Omgevingsdialoog gemeente Nunspeet'. Daarnaast kunnen initiatiefnemers ook met verplichte participatie te maken krijgen. De Omgevingswet geeft de raad de mogelijkheid om gevallen aan te wijzen, waarbij participatie verplicht is. Dit kan alleen voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor activiteiten die niet passen binnen het omgevingsplan, de zogenaamde buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. De initiatiefnemer bepaalt vervolgens zelf hóe de participatie wordt vormgegeven. De gemeente kan hierbij ondersteunen, zoals in het geval van Nunspeet met de handreiking omgevingsdialoog. In de aanvraag geeft de initiatiefnemer aan hoe zij de participatie hebben vormgegeven, wie er betrokken zijn, wat de opbrengst was en of/hoe het plan daarop is aangepast.
Voorstel: in bijgevoegd conceptbesluit is opgenomen dat participatie verplicht is in álle situaties, waarbij men met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit af wil wijken van het omgevingsplan. Daarnaast worden initiatiefnemers gestimuleerd om te werken volgens de werkwijze van de omgevingsdialoog. Met deze keuze wordt het belang dat de gemeente hecht aan participatie onderstreept en is voor initiatiefnemers duidelijk wat er van hen wordt verwacht.
-6-
Uitgebreide procedure De beslistermijn voor aanvragen voor een omgevingsvergunning wordt bij invoering van de Omgevingswet standaard acht weken. Het bevoegd gezag kan de termijn eenmalig met zes weken verlengen. Uiteraard kan er nog bezwaar en beroep volgen. De van rechtswege verleende vergunning (lex silencio positivo) komt onder de Omgevingswet te vervallen. Naast een aantal gevallen die bij AMvB is bepaald en situaties waarbij de initiatiefnemer het zelf verzoekt of daarmee instemt, is het college bevoegd om de uitgebreide procedure van toepassing te verklaren, mits: - het initiatief aanzienlijke gevolgen voor de fysieke leefomgeving heeft of kan hebben én - waartegen naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben. Het plan wordt dan ook ter inzage gelegd en er kunnen zienswijzen worden ingediend. Hoewel het dus een bevoegdheid van het college is, kan de raad het college wel adviseren in welke gevallen dit passend kan zijn. Het is zoeken naar een balans tussen snellere en betere besluitvorming (wat met de Omgevingswet wordt beoogd) en tijd voor een zorgvuldige afweging bij een complex en gevoelig onderwerp met grote impact op de fysieke leefomgeving. De volgende scenario’s zijn denkbaar. De gemeente raad adviseert het college: 1. niet en laat de afweging geheel over aan het college zelf; 2.
om geen gevallen aan te wijzen (alleen uitgebreide procedure zoals bij AMvB bepaalt en als de initiatiefnemer het zelf verzoekt of daarmee instemt); 3. specifieke gevallen aan te wijzen; 4. om alle buitenplanse OPA’s aan te wijzen als gevallen waarop de uitgebreide procedure van toepassing is. Voorstel is om wel een advies uit te brengen aan het college en om dan specifieke gevallen aan te wijzen, waarbij een directe relatie wordt gelegd met de lijst van het bindend adviesrecht. Ter illustratie is in onderstaande tabel voor de categorieën wonen, duurzame energie en situaties waarin geen bindend adviesrecht geldt, in beeld gebracht hoe dit er dan in samenhang uitziet. Als er sprake is van een bindend adviesrecht ziet de raad dus ook terug hoe de participatie is vormgegeven en wat de initiatiefnemer met de resultaten daarvan heeft gedaan.
-7-
Figuur 4. Vb samenhang bindend adviesrecht, verplichte participatie en uitgebreide procedure Categorieën van gevallen Bindend Participatie Advies m.b.t. Adviesrecht verplicht uitgebreide procedure Meer dan 5 woningen binnen de ✓ ✓ ✓ bebouwde kom Woningen buiten de bebouwde kom, niet passend binnen vastgesteld beleid Huisvesten arbeidsmigranten Zonnepanelen op land (trede 3 vastgestelde beleidskader) Buitenplanse OPA’s waarvoor het college bevoegd is
✓
✓
✓
✓ ✓
✓ ✓
✓ ✓
-
✓
-
Standpunt commissie Dit onderwerp is in de commissie Ruimte en Wonen tijdens haar vergadering van …… aan de orde geweest. De commissie adviseert de raad …. Stukken ter inzage N.v.t. Bijlage(n) - Delegatiebesluit - Besluit bindend adviesrecht - Besluit verplichte participatie - Woordenlijst (ter informatie) JS Burgemeester en wethouders van Nunspeet, de secretaris, de burgemeester, mr. A. Heijkamp
B. van de Weerd