AP 6k. Bijlage Woordenlijst Omgevingswet
Tekst van het document
Woordenlijst Omgevingswet Met de komst van de Omgevingswet komen er bestaande, maar ook veel nieuwe afkortingen en begrippen voorbij. In deze woordenlijst worden er enkele toegelicht. Op www.iplo.nl is een uitgebreidere begrippenlijst terug te vinden.
A Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) De Omgevingswet is een kaderwet. De nadere uitwerking vindt plaats in vier AMvB’s. Het gaat om: - Besluit activiteiten leefomgeving - Besluit bouwwerken leefomgeving - Besluit kwaliteit leefomgeving - Omgevingsbesluit
B Bindend adviesrecht Het recht van de gemeenteraad om, bij vooraf door de raad aangewezen gevallen, bindend advies te geven over buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. Binnenplanse omgevingsplanactiviteit (binnenplanse OPA) De binnenplanse omgevingsplanactiviteit omvat alle activiteiten waarvoor de gemeente in het omgevingsplan bepaalt, dat het uitvoeren ervan zonder omgevingsvergunning verboden is. Bruidsschat Onder de Omgevingswet verhuist een aantal regels van het Rijk naar gemeenten (en waterschappen). Het Rijk zorgt er met het Invoeringsbesluit voor dat deze regels automatisch in het omgevingsplan komen. Dit heet ook wel de 'bruidsschat'. Daarmee wordt voorkomen dat de regels vervallen voordat de gemeente vergelijkbare of vervangende regels heeft. De gemeente kan er ook voor kiezen om een deel van deze regels te schrappen. Buitenplanse omgevingsplanactiviteit (buitenplanse OPA) De buitenplanse omgevingsplanactiviteit omvat alle activiteiten die in strijd zijn met de regels van het omgevingsplan. Een initiatiefnemer kan met een aanvraag voor een omgevingsvergunning verzoeken om een afwijking van het omgevingsplan.
1 Oktober 2021
D Delegatiebesluit Het besluit waarmee de gemeenteraad gebruik maakt van de bevoegdheid om het wijzigen van (delen van) het omgevingsplan te delegeren aan het college van burgemeester en wethouders. Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) Het DSO is het stelsel van de landelijke voorziening samen met de lokale systemen van overheden. De landelijke voorziening bestaat uit het Omgevingsloket met op de achtergrond een aantal informatiesystemen. Met de landelijke voorziening kunnen o.a. gemeenten: - omgevingswetbesluiten publiceren; - vragenbomen met toepasbare regels publiceren; - vergunningaanvragen en meldingen ontvangen; - begrippen en definities centraal beheren; - onderling en met initiatiefnemers samenwerken.
E Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Het omgevingsplan regelt allereerst een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit betekent dat er een balans bestaat tussen verschillende functies die locaties binnen een gebied kunnen vervullen. Deze regels houden meer in dan alleen het bestemmen in een bestemmingsplan. Denk bij een functie bijvoorbeeld aan de netwerkfunctie (kabels en leidingen) of waterbergende functie (milieu).
F Fysieke leefomgeving Eén van de kernbegrippen in de Omgevingswet is de ‘fysieke leefomgeving’. Het begrip bepaalt tot waar de Omgevingswet geldt. Wanneer er geen sprake is van fysieke leefomgeving, dan is de Omgevingswet niet van toepassing. Een afgebakende definitie van de fysieke leefomgeving is er niet. In de wet staat wel een opsomming van onderdelen die in elk geval onder fysieke leefomgeving vallen: bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed. Deze opsomming is formeel niet uitputtend. Gemeenten hebben enige vrijheid om te bepalen welke activiteiten onder de fysieke leefomgeving vallen.
2 Oktober 2021
G Gemeentelijke adviescommissie Onder de Omgevingswet moeten gemeenten een gemeentelijke adviescommissie instellen voor de omgevingskwaliteit. Deze commissie vervangt de bestaande commissies voor monumenten, welstand en/of ruimtelijke kwaliteit.
I Instructieregel De instructieregel is een bindende regel voor bestuursorganen over: de uitvoering van bepaalde taken, of de inhoud van bepaalde te nemen besluiten (bijvoorbeeld programma’s, omgevingsplannen, vergunningen) Zij kunnen door provincies en het Rijk worden vastgesteld. Die van het Rijk staan in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)
K Kerninstrumenten Om de Omgevingswet in de praktijk uit te voeren, hebben overheden zes kerninstrumenten tot hun beschikking. De omgevingsvisie, programma’s, decentrale regels (o.a. het gemeentelijke omgevingsplan), algemene rijksregels (zoals het Bal, Bbl en Bkl) en het projectbesluit (dit laatste instrument kan ingezet worden door Rijk, provincie of waterschap om in te spelen op ingrijpende of complexe projecten met publiek belang).
O Omgevingstafel De impact van de Omgevingswet op het vergunningverleningsproces en de dienstverlening is behoorlijk. Alle aanvragen moeten in principe binnen 8 weken worden afgehandeld. De Omgevingswet vraagt daarbij om een integrale afweging, met als uitgangspunt: ‘Hoe kunnen we dit initiatief mogelijk maken?’ Dit alles vraagt met name bij complexe aanvragen om een uitgebreider vooroverleg. Dit kan georganiseerd worden via de Omgevingstafel. Omgevingsplan Het omgevingsplan bevat alle regels over de fysieke leefomgeving die de gemeente stelt binnen haar grondgebied. Per gemeente is er één omgevingsplan. Deze komt in de plaats van de bestemmingsplannen en uiteindelijk ook diverse (regels uit) verordeningen. Per 1 januari 2022 is er van rechtswege een tijdelijk omgevingsplan. Dit wordt stapsgewijs vervangen door een nieuw omgevingsplan dat uiterlijk 31-12-2029 gereed moet zijn. 3 Oktober 2021
P Participatie Participatie is een belangrijke pijler onder de Omgevingswet. In de wet en in het Omgevingsbesluit zijn regels over participatie opgenomen. Voor de meeste kerninstrumenten geldt dat daarin moet staan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken zijn.
U Uitgebreide procedure (bevoegdheid college) De uniforme openbare voorbereidingsprocedure uit de Algemene wet bestuursrecht, waarbij het bevoegd gezag binnen 26 weken na de aanvraag beslist. Tijdens deze uitgebreide procedure maakt het bestuursorgaan een ontwerpbesluit waarover zienswijzen openstaan. Nadat het besluit is genomen is er nog beroep bij de rechtbank mogelijk. Het bevoegd gezag mag de uitgebreide procedure van toepassing verklaren bij een aanvraag om een omgevingsvergunning in bij Amvb aangewezen gevallen, als de aanvrager het zelf heeft verzocht of als de aanvrager hiermee instemt. Daarnaast kan het college per verzoek om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit besluiten dat de uitgebreide procedure van toepassing is, mits er sprake is van aanzienlijke gevolgen voor de fysieke leefomgeving en naar verwachting verschillende belanghebbenden bedenkingen zullen hebben.
v Verplichte participatie De gemeenteraad kan voor buitenplanse omgevingsplanactiviteiten categorieën van gevallen aanwijzen, waarbij participatie een verplicht onderdeel is van de aanvraag van de omgevingsvergunning.
4 Oktober 2021