AP 6j. Bijlage Bestemmingsplan Elspeterbosweg 7
Tekst van het document
ELSPETERBOSWEG 7
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld)
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding voor het bestemmingsplan 1.2 Ligging plangebied 1.3 Opbouw bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
6 6 6 7 7
Hoofdstuk 2 Het initiatief 2.1 Inleiding 2.2 Huidige situatie 2.3 Nieuwe situatie volgens het nieuwe plan
8 8 8 8
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Inleiding 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
14 14 14 17 18
Hoofdstuk 4 Uitvoerbaarheid 4.1 Inleiding 4.2 Milieu 4.3 Water
22 22 22 30
4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10
Ecologie Bezonningsonderzoek Verkeer Cultuurhistorie en archeologie Gezondheid Milieueffectrapportage Economische uitvoerbaarheid
34 38 39 40 42 43 43
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Verbeelding 5.3 Planregels - Algemeen 5.4 Planregels Wijze van bestemmen
45 45 45 45 45
Hoofdstuk 6 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1 Algemeen 6.2 Verslag inspraak / participatie ex artikel 3.1.6 Bro 6.3 Verslag zienswijzenprocedure
52 52 52 52
Bijlagen bij de Toelichting Bijlage 1 Verkennend Bodemonderzoek & Verkennend en nader asbest in grond-onderzoek Elspeterbosweg 7-9 Vierhouten, adviesbureau P.J. Milieu d.d. 5 november 2020 Bijlage 2 Akoestisch onderzoeksrapport Ontwikkelingsmogelijkheden Elspeterbosweg 7-9 geluid, ODNV, versie 06, d.d. 14 april 2020 Bijlage 3 Notitie geluidssituatie woningen in plan Elspeterbosweg 7 in Vierhouten gemeente Nunspeet, N.A.A. te Assen, d.d. 28 mei 2020 Bijlage 4 Vierhouten, Elspeterbosweg 7-9. Een Archeologisch Bureauonderzoek & Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O). Verkennende fase, Archeologisch onderzoeks- en adviesbureau De Steekproef, februari 2021, steekproefrapport 2021-01/10 Bijlage 5 Quickscan natuur woningbouw Elspeterbosweg 7-9 Vierhouten, Groenewold
53
2
54 141 182
212
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld) Adviesbureau voor Milieu & Natuur, d.d. 27 januari 2021 Bijlage 6 Watertoets d.d. 4 februari 2021 Waterschap Vallei en Veluwe Bijlage 7 Bezonningsstudie Van Bokhorst Architecten BNA Bijlage 8 Verslag van de Omgevingsdialoog Elspeterbosweg 7-9 te Vierhouten Bijlage 9 Vormvrije m.e.r.-beoordeling project Elspeterbosweg 7-9 te Vierhouten d.d. 10 mei 2021 Bijlage 10 Wijziging van de bestemmingsplangrens i.v.m. de erfgrens met Elspeterbosweg nr. 5
246 305 314 316
Regels
331
321 329
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
332 332 338
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Bestemmingsregels Groen Tuin Verkeer Wonen
339 339 340 342 344
Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Algemene regels Anti-dubbeltelbepaling Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels
348 348 349 350 352 353
Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
354 354 355
3
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld)
4
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld)
Toelichting COLOFON: Gegevens project betrokkenen: Betrokken ambtenaar:
de heer J. (Hans) van der Noord (T: 0341 25 9246; M: 06-40950711 E-mail: h.van.der.noord@nunspeet.nl)
5
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld)
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding voor het bestemmingsplan
Het perceel Elspeterbosweg, aangeduid met nr. 7 (gelegen tussen de nrs. 5 en 11), kadastraal bekend als gemeente Nunspeet, sectie E, nr. 2099, te Vierhouten, is eigendom van de gemeente. Het perceel is circa 2.594 m2 groot. Het perceel is in 2006 – relatief kort voor de financiële crisis van 2008 en volgende jaren – door de gemeente verworven. De oorspronkelijke bedoeling was om op dit perceel circa 10 woningen te realiseren. Door diverse oorzaken werd hier tot op heden nog geen (woningbouw)plan gerealiseerd. Er is nu een nieuw plan ontwikkeld voor de bouw van negen woningen. Het plan voor de negen woningen, met een toegangsweg, en een parkeerterrein, past niet in het vigerende bestemmingsplan "Vierhouten en Hulshorst". Om die reden is de onderhavige partiële herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Elspeterbosweg, aangeduid met nr. 7, gelegen tussen de Elspeterbosweg nr. 5 en Elspeterbosweg nr. 11. Op de hieronder weergegeven afbeeldingen is het perceel Elspeterbosweg, aangeduid met Elspeterbosweg nrs. 7 (gelegen tussen de nrs. 5 en 11), te zien. Op de afbeelding rechts is een uitsnede van de bestemmingsplankaart (de verbeelding) van het vigerende bestemmingsplan “Vierhouten en Hulshorst” weergegeven. Uit deze kaart valt op te maken, dat het perceel een woonbestemming heeft, echter alleen aan de Elspeterbosweg is op dit perceel een bouwvlak opgenomen voor 1 vrijstaande woning. Het achterste deel van het perceel, heeft, volgens het vigerende bestemmingsplan, de bestemming 'Tuin'. Ook een klein deel van het perceel direct langs de Elspeterbosweg heeft nu de bestemming 'Tuin' (t.b.v. een voortuin).
Afbeelding 1.1: Ligging van het perceel Elspeterbosweg 7 (tussen nrs. 5 en 11) te Vierhouten
6
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld)
1.3
Opbouw bestemmingsplan
Het bestemmingsplan is een bindend plan voor zowel de overheid als voor de burgers. In een bestemmingsplan wordt de bestemming, ofwel de functie(s) van de grond, aangewezen. Ook geeft het bestemmingsplan regels over het gebruik van de grond en wat daarop gebouwd mag worden. Omgevingsvergunningen moeten worden getoetst aan het bestemmingsplan. Een bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, een verbeelding en uit de planregels. Toelichting De Toelichting wordt opgesteld overeenkomstig artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In de Toelichting is opgenomen: een verantwoording van de in het plan gemaakte keuzes van bestemmingen; een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; de uitkomsten van het in artikel 3.1.1 Bro bedoelde overleg; de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verrichte onderzoek; een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken; de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan. Een Toelichting behoort niet tot het juridische deel van het bestemmingsplan, de juridische delen zijn de Verbeelding en de Regels. Maar, de Toelichting geeft wel de uitleg van de Regels et cetera, zodat in die zin de Toelichting wel een belangrijke betekenis heeft.
Verbeelding De verbeelding (de bestemmingsplankaart), geeft de bestemming van de grond aan met daarbij eventuele aanduidingen zoals bouwvlakken. Door op de verbeelding te kijken is te zien welke bestemmingen en mogelijke aanduidingen er gelden. De verbeelding bevat de laatste afspraken over het InformatieModel Ruimtelijke Ordening (IMRO) en de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012. Regels De planregels geven de gebruiksmogelijkheden aan van de grond en vaak ook op welke wijze de gronden bebouwd mogen worden. In het vormgeven van de planregels wordt aangesloten bij de SVBP 2012.
1.4
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het initiatief nader beschreven. In hoofdstuk 3 is een beschrijving van het relevante Rijks-, provinciale-, en gemeentelijke beleid en de relevante wetgeving opgenomen. In hoofdstuk 4 wordt het project inhoudelijk op haalbaarheid getoetst aan de hand van het geldende beleid en wetgeving, waaronder met name de milieuwetgeving, zoals met betrekking tot het geluid, de luchtkwaliteit, de bodem et cetera. De aspecten met betrekking tot ecologie en water worden in aparte paragrafen in dit hoofdstuk aan de orde gesteld. Verder wordt in dit hoofdstuk ingegaan op de economische uitvoerbaarheid van het plan. In hoofdstuk 5 wordt vervolgens een juridische planbeschrijving gegeven. In dat hoofdstuk worden met name de bestemmingen nader toegelicht. Tot slot komt in hoofdstuk 6 de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan aan de orde, waarbij de uitkomsten van de participatie (inspraak) en de overlegmomenten, zijn opgenomen. Tevens wordt hier ingegaan op de zienswijzen-procedure tijdens de terinzagelegging van het ontwerp-bestemmingsplan.
7
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld)
Hoofdstuk 2
2.1
Het initiatief
Inleiding
In dit hoofdstuk 2 komt het initiatief aan bod. Daartoe wordt eerst inzicht gegeven in de huidige functie(s) en bebouwing in het plangebied. Daarbij wordt mede de relatie met de omgeving betrokken. Daarna wordt nader ingezoomd op het beoogde initiatief.
2.2
Huidige situatie
in de huidige situatie is er sprake van een onbebouwd stuk terrein, de eerder aanwezige bebouwing op het perceel is reeds jaren geleden gesloopt. Het perceel heeft hoofdzakelijk een woonbestemming, maar de achterste zijde (de oostzijde) van het perceel heeft de bestemming 'Tuin'. Volgens de verbeelding (bestemmingsplankaart) van het vigerende bestemmingsplan "Vierhouten en Hulshorst" is er in de huidige situatie op het perceel één vrijstaande woning toegestaan, zie ook de Afbeelding 2.1 hieronder. Deze woning is feitelijk sinds de sloop daarvan in circa 2010 niet meer aanwezig.
Afbeelding 2.1:
Ligging van het perceel Elspeterbosweg 7 (tussen nrs. 5 en 11) te Vierhouten volgens het bestemmingsplan "Vierhouten en Hulshorst"
2.3
Nieuwe situatie volgens het nieuwe plan
2.3.1
Plan voor de bouw van negen woningen
Het college van Burgemeester en Wethouders heeft besloten om een bestemmingsplan te laten opstellen dat de bouw van negen woningen mogelijk maakt. Op het voorste deel, het westelijke deel, worden zeven (starters-)woningen mogelijk gemaakt, aan een toegangsweg loodrecht op de Elspeterbosweg. Op het achterste gedeelte (het oostelijke deel) wordt één twee-ondereen-kap woning mogelijk gemaakt.
8
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld)
Afbeelding 2.2:
Verbeelding van het bestemmingsplan "Elspeterbosweg 7" (10-08-2021)
De doelstelling van het onderhavige project is om een inrichting van het perceel, aangeduid met Elspeterbosweg 7 (gelegen tussen de Elspeterbosweg nrs. 5 en 11), te bereiken die een zo groot mogelijke maatschappelijke meerwaarde oplevert voor het dorp Vierhouten, waarbij de voorkeur, zoals in de vergadering van 30 juni 2020 van de raadscommissie Ruimte en Wonen is uitgesproken, uitgaat naar een woonbestemming, en niet naar bijvoorbeeld een grote openbare parkeerplaats met minder woningen waarvan eerder in de planvorming sprake was. Het project moet voldoen aan de eisen die volgen uit het principe van een “goede ruimtelijke ordening”, dat immers hét kernbegrip is uit de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Dit betekent, dat niet alleen aan de Wet ruimtelijke ordening (Wro), maar ook aan de Wet geluidhinder (Wgh), de Wet milieubeheer (Wm) en aan de eisen van het op die wet gebaseerde "Activiteitenbesluit" moet worden voldaan. Dit, met name om een goed woonklimaat te kunnen waarborgen voor de woningen nabij de twee horecabedrijven het pannenkoekenrestaurant De Boswachter, Elspeterbosweg 11, en het hotel-restaurant De Vossenberg, Elspeterbosweg 1. Eventuele hinder vanwege deze horecabedrijven is onderzocht. Zie hieronder verder de paragraaf 2.3.4 "akoestisch onderzoek" en de paragraaf 4.2.3 "geluid".
9
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld)
Afbeelding 2.3:
Wijziging van de grens van de Verbeelding van het bestemmingsplan "Elspeterbosweg 7" (10-08-2021), in verband met een wijziging van de erfgrens tussen het plangebied en het perceel Elspeterbosweg nr. 5.
Naar aanleiding van besprekingen over de erfgrens is met de eigenaren van het buurperceel, Elspeterbosweg 5, in principe overeengekomen dat zij een klein deel van de grond van de gemeente kopen opdat zij de achterzijde van hun perceel goed kunnen blijven bereiken, ook met rolstoelen. Op bovenstaande Afbeelding 2.3 is het strookje grond aangeduid. (Zie ook Bijlage 10 bij deze Toelichting). Door deze (voorgenomen) verkoop is de grens van het bestemmingsplan op dat punt enigszins verschoven. Op de Verbeelding zelf is dat vanwege de schaal moeilijk te zien. Verwezen wordt daarom naar Bijlage 10 bij deze Toelichting.
2.3.2
Het uitgewerkte plan volgens het stedenbouwkundige plan d.d. 18 februari 2020
Na discussies in diverse vergaderingen van de raadscommissie Ruimte en Wonen is er voor het perceel een uiteindelijk een stedenbouwkundig plan opgesteld voor 7 (starters-)woningen en een twee-onder-een-kapwoning (zie het stedenbouwkundige plan d.d. 18 februari 2020, zie afbeelding 2.4). Dit stedenbouwkundige plan wordt hieronder nader uiteengezet. Eerst worden de uitgangspunten voor het stedenbouwkundige plan verwoord. Uitgangspunten voor het stedenbouwkundige plan
10
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld)
De uitgangspunten voor het stedenbouwkundig plan van 18 februari 2020 zijn als volgt: dat de bebouwingszone langs de Elspeterbosweg in stand blijft. dat er een open gebied tussen de bebouwing aan de voorzijde van het perceel en de bebouwing aan de achterzijde van het perceel in stand blijft als een “verbinding” met de rest van het gebied in dit deel van Vierhouten, alwaar zich een open zone bevindt. Mede daarom is het parkeerterrein op deze plaats in het midden van het plangebied gepland. dat het parkeren voor de 7 (starters-)woningen alleen zal worden toegestaan waar dat op de verbeelding is aangegeven. dat op de achterzijde (oostzijde) van het perceel een twee-onder-een-kapwoning kan worden gebouwd. Op dit deel van het perceel kunnen niet nog meer woningen of appartementen worden gebouwd, omdat dit de stedenbouwkundige open structuur van dit deel van Vierhouten te veel zou aantasten. Voor de twee-onder-een-kapwoning zal het parkeren op eigen terrein dienen te worden geregeld. de bouwvlakken voor de geplande woningen (minimaal 9 woningen) kunnen niet worden vergroot om nog meer woningen mogelijk te kunnen maken, omdat anders het parkeren voor deze woningen niet goed geregeld kan worden. Daarnaast zou de openheid van het tussengebied dan te zeer worden aangetast. Ook is het (verder) vergroten van de bouwblokken niet goed mogelijk vanwege de geluidsproblematiek.
het ontwerp van een nog in te schakelen architectenbureau kan eventueel zodanig worden vormgegeven dat er meer dan 9 woningen (te weten: 7 starters-woningen en een twee-onder-een-kapwoning) binnen de geprojecteerde bouwvlakken zouden kunnen worden gerealiseerd. de volumes van de woningen passen bij de bestaande maten van de woningen in Vierhouten (bouwhoogte maximaal 10 meter en goothoogte van maximaal 4, respectievelijk 6 meter). de woningen dienen verplicht met een kap te worden gebouwd. met de uitwerking / uitvoering van het plan zal zorgvuldig rekening dienen te worden gehouden met de aanwezige bomen op en nabij het onderhavige perceel, en deze bomen dienen in principe zoveel mogelijk behouden te worden. De belangrijkste bomen bevinden zich direct nabij het plangebied op de buurpercelen. Bij de ontwikkeling van het perceel dient met dit laatste rekening worden gehouden. Stedenbouwkundig plan d.d. 18 februari 2020 Op basis van het besprokene in diverse vergaderingen van de raadscommissie Ruimte en Wonen en met de invulling van de hiervoor genoemde stedenbouwkundige randvoorwaarden is een nieuw stedenbouwkundig ontwerp opgesteld, gedateerd 18 februari 2020. Het plan is daarna akoestisch nader onderzocht. De raadscommissie Ruimte en Wonen is op 30 juni 2021 met dit stedenbouwkundig plan akkoord gegaan.
Dit stedenbouwkundige plan behelst het hieronder beschreven specifieke plan: de ontwikkeling van 7 (starters-)woningen direct vanaf de Elspeterbosweg aan de voorzijde (westzijde) van het perceel. de ontwikkeling van een twee-onder-een-kapwoning op het oostelijke deel van het perceel, en de aanleg van een parkeerterrein op het middenterrein met een toegangsweg vanaf de Elspeterbosweg (zie hieronder bij het kopje Parkeren), en geluidsmaatregelen in de vorm van: a. geluidsschermen, op de perceelsgrenzen van het perceel. b. het verbieden van het gebruik van 3e bouwlaag (de zolders) voor het gebruik als verblijfsruimtes (dat wil zeggen als geluidsgevoelige functies). c. bouwkundige eisen i.v.m. geluid aan de te bouwen woningen, door het stellen van eisen aan de geluidwerendheid aan de gevels. hieronder wordt in de paragrafen 2.3.4 “Akoestisch onderzoek” en in paragraaf 4.2.3 "Geluid" nader ingegaan op de te treffen geluidsmaatregelen en de voorwaarden die in de Regels van het bestemmingsplan in verband hiermee worden gesteld. Het hierboven beschreven stedenbouwkundige plan is op de onderstaande tekening 2.4 weergegeven.
11
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld)
Afbeelding 2.4:
Het stedenbouwkundig ontwerp (d.d. 18 februari 2020)
De eerste 7 woningen vanaf de Elspeterbosweg op het perceel zijn met name bedoeld voor starters op de woningmarkt waaraan in de gemeente Nunspeet, en met name ook in Vierhouten, behoefte bestaat. De woningen zullen in principe via een CPO-project (Collectief Particulier Opdrachtgeverschap) worden gerealiseerd. Op dezelfde manier zal in principe ook de twee-onder-een-kapwoning worden gerealiseerd. (Zie hieronder bij de paragraaf “CPO project voor het uitvoeren van het plan voor de bouw van de 9 woningen"). 2.3.3
Parkeren
Op het middengebied, gelegen tussen de te realiseren 7 (starters-)woningen (op het westelijke deel van het perceel), en een twee-onder-een-kapwoning (op het oostelijke deel van het perceel), zal een parkeerterrein ten behoeve van de 7 (starters-)woningen worden aangelegd voor 11 parkeerplaatsen. Voor het parkeren ten behoeve van de 7 (starters-)woningen is een capaciteit van 16 parkeerplaatsen (op basis van de parkeernorm van 2,2 parkeerplaatsen per woning) noodzakelijk. De overige (16-11), zijnde 5 parkeerplaatsen, worden langs de Elspeterbosweg aangelegd. De genoemde parkeerplaatsen worden op de aangegeven plaatsen volgens het bestemmingsplan aangelegd omdat op de, relatief, kleine kavels van de 7 (starters)woningen die loodrecht op de Elspeterbosweg zijn gepland, geen ruimte is voor parkeerplaatsen. Er zal dus worden geparkeerd, voor wat betreft deze 7 woningen, op openbaar gebied. Het voordeel hiervan is, dat de 16 parkeerplaatsen ook dubbel zouden kunnen worden gebruikt, bijvoorbeeld naast het gebruik van deze parkeerplaatsen ten behoeve van de 7 woningen ook voor bezoekers van de horecabedrijven die naast het plangebied zijn gelegen (dat geldt met name voor het pannenkoekenrestaurant, Elspeterbosweg 11. Er dienen in een dergelijke situatie hierover nadere afspraken te worden gemaakt over dit dubbelgebruik.
Het parkeren voor de twee-onder-een-kapwoning op het oostelijke deel van het perceel zal op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd.
12
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld)
2.3.4
Geluidhinder - Akoestisch onderzoek
De geluidhinder was de belangrijkste hinderpaal voor de ontwikkeling van woningbouw op het onderhavige perceel Elspeterbosweg 7. Een probleem dat moet worden opgelost om het welslagen van dit ruimtelijke plan voor dit perceel mogelijk te maken. Voor de geschiedenis van de planontwikkeling en de verrichte geluidsonderzoeken verwijzen wij naar het commissievoorstel van de raadscommissie Ruimte en Wonen d.d. 30 juni 2020 dat ook op www.nunspeet.nl is te vinden (bij de stukken van de betreffende commissievergadering van 30 juni 2020). Uit het oogpunt van een “goede ruimtelijke ordening” dient ook de geluidbelasting van “overige geluidbronnen” te worden beoordeeld, voorzover zij niet binnen het beoordelingskader van de Wet geluidhinder (Wgh) en van het "Activiteitenbesluit" vallen. Bij dit laatste moet in dit geval ook worden gedacht aan het stemgeluid van spelende kinderen in de speeltuin van het restaurant De Boswachter; het geluid vanaf de terrassen van de nabijgelegen horecabedrijven; en het geluid van dichtslaande autodeuren vanaf het parkeerterrein van met name hotel-restaurant De Vossenberg. Zie hiervoor verder de paragraaf 4.2.3. "Geluid". Voor hoe de problematiek van de geluidshinder voor dit project is opgelost verwijzen wij naar het hoofdstuk 4, paragraaf 4.2.3 "Geluid", van deze Toelichting. 2.3.5
CPO project voor het uitvoeren van het plan voor de bouw van de negen woningen
Het plan, zoals hierboven beschreven, voor de 9 woningen, zijnde 7 (starters-)woningen en een twee-onder-een-kapwoning, zal bij voorkeur als een CPO-project worden uitgevoerd. Geïnteresseerden hebben zich als een CPO-groep kunnen melden bij de gemeente. Er is daartoe een advertentie geplaatst in het blad “Nunspeet Huis aan Huis”. Bij meerdere CPO-groepen diende er, volgens de gemeentelijke beleidsregels, te worden geloot. Er heeft zich één CPO-groep aangemeld. In eerste instantie wordt in overleg met deze CPO-groep, genaamd "De Toekomst", het plan verder ontwikkeld. Hoewel de voorkeur uitgaat naar een CPO-project, kan te zijner tijd – indien een CPO-project uiteindelijk toch niet haalbaar blijkt, of dat het project mislukt – er ook voor worden gekozen dat de woningen op dit perceel door een ontwikkelaar / c.q. aannemer worden ontwikkeld. Eventueel kan ook worden besloten dat de gemeente zelf verder het project ontwikkelt en uitvoert. Hierover kan op een later tijdstip worden besloten. 2.3.6
Participatie, en Zienswijzenprocedure
Participatie en Inspraak Voor dit plan is reeds een uitgebreid begin gemaakt met het participatietraject / de omgevingsdialoog in de periode vanaf 2015 tot en met de vergadering van de raadscommissie Ruimte en Wonen d.d. 30 juni 2020. Dit participatietraject / de omgevingsdialoog is vervolgd ten tijde van de opstelling van het onderhavige (ontwerp-)bestemmingsplan. Zie hierover verder hoofdstuk 6, paragraaf 6.2 van deze Toelichting, en de Bijlage 8 bij deze Toelichting. Zienswijzenprocedure Het bestemmingsplan is als ontwerp-bestemmingsplan ter inzage gelegd. Hierbij is de wettelijk voorgeschreven zienswijzenprocedure op grond van artikel 3.8 Wet ruimtelijke ordening (Wro) en afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht (Awb) gevolgd. Zie hierover verder hoofdstuk 6 van deze Toelichting.
13
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld)
Hoofdstuk 3
3.1
Beleidskader
Inleiding
Dit hoofdstuk beschrijft het relevante Rijks, provinciaal, en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor het plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en vertaald.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
Inleiding Op 13 maart 2012 heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu (IenM) - dat ministerie is tegenwoordig genaamd het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) - de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De SVIR is het integrale kader voor het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op Rijksniveau in Nederland. De SVIR kwam in die tijd in de plaats van een groot aantal Rijksnota's, zoals bijvoorbeeld de Nota Mobiliteit. Uit de SVIR blijkt, dat het Rijk de uitvoering van en de verantwoording voor de ruimtelijke ordening zoveel mogelijk bij de provincies en bij de gemeenten wilde leggen. Inhoud van de SVIR De SVIR is conform de huidige Wet ruimtelijke ordening (Wro) de Structuurvisie van het Rijk op het gebied van Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit. Conform het systeem van de Wro heeft de SVIR geen directe doorwerking naar lagere overheden. Dat laatste wordt geregeld via het Besluit Algemene Regels RO (Barro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De opbouw van de SVIR is als volgt. Hoofdstuk 2 schetst de ontwikkelingen en ambities van het Rijk voor 2040. Hoofdstuk 3 vertaalt die ambities in rijksdoelen en rijksbeleid met bijbehorende nationale belangen tot 2028.
De rijksdoelen en nationale belangen zijn in hoofdstuk 4 van de SVIR gebiedsgericht vertaald naar nationale opgaven per MIRT-regio (MIRT = Meerjarenprogramma Infrastructuur, Milieu en Transport). Tevens geeft dit hoofdstuk 4 een beeld van de integrale, nationale, opgaven in de Noordzee en langs de kust. In hoofdstuk 5 wordt de verantwoording en monitoring behandeld. De structuurvisie wordt afgesloten met een realisatieparagraaf. In hoofdstuk 3 "Van rijksdoelen naar nationale belangen" worden zes doelstellingen verwoord: 1. Het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland. internationaal bereikbare stedelijke regio's met concentratie van topsectoren. ruimte voor energievoorziening. buisleidingen en ondergrond. 2. Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid. de gebruiker centraal. innoveren door beter benutten en transitie naar duurzame mobiliteit. instandhouden rijksinfrastructuur door goed beheer en onderhoud. 3. Waarborgen kwaliteit leefomgeving. milieukwaliteit. waterveiligheid en zoetwatervoorziening. cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten. natuur. ruimte voor militaire activiteiten. 4. Goed systeem van ruimtelijke ordening. 5. Een integrale aanpak - eenvoudig, sneller en beter.
14
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld)
6. De nationale ruimtelijke hoofdstructuur.
Nederland moet concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig worden. Dat is het motto van de SVIR, de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Het Rijk kan en wil echter niet alles zelf doen. Het Rijk geeft ruimte aan provincies en gemeenten om in te kunnen spelen op de eigen situatie, en om zelf beslissingen te nemen. Infrastructuur en ruimte dienen door alle overheden in samenhang te worden opgepakt. Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de basis gelegd voor de zogenoemde "Ladder voor duurzame verstedelijking". Een ruimtelijk plan dient te worden beoordeeld aan de hand van deze “Ladder voor duurzame verstedelijking”. Vraaggericht programmeren en het realiseren van verstedelijking door provincies, gemeenten en marktpartijen is nodig om groei te faciliteren, te anticiperen op stagnatie, en om krimpregio's leefbaar te houden. Ook dient de ruimte zorgvuldig te worden benut en dient overprogrammering te worden voorkomen. Om beide doelstellingen te bereiken, is de “Ladder voor duurzame verstedelijking” opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Deze ladder is een procesvereiste. Dit houdt in dat bij ruimtelijke besluiten moet worden gemotiveerd hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt van het ruimtegebruik. SVIR - Planspecifiek De conclusie is dat het project voor de bouw van de negen woningen past binnen de SVIR.
(Zie ook de onderstaande Paragraaf 3.2.4 van deze Toelichting, waarin aan de “Ladder voor duurzame verstedelijking” voor dit project wordt getoetst).
3.2.2
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de nieuwe Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties. De NOVI zal de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervangen. Dit laatste zal - hoewel de NOVI is vastgesteld op grond van de (oude) Wet ruimtelijke ordening (Wro) - gebeuren op het moment dat de (nieuwe) Omgevingswet in werking treedt (op 1 juli 2022). Met de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en ontwikkelingen van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI wordt ingegaan op urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal, als wereldwijd spelen. Deze opgaven omvatten onder andere klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid, en woningbouw. Het uitgangspunt in de aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Nationale belangen en prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de lange termijnvisie in beeld. Er zijn 21 nationale belangen bij de fysieke leefomgeving waarbij het Rijk een rol voor zichzelf ziet en waarvoor het kabinet in politieke zin aanspreekbaar is. De behartiging van de nationale belangen. en de realisatie van de daaruit voortvloeiende beleidsdoelen en opgaven gebeurt niet alleen door het Rijk.
Er zijn vier prioriteiten waar het Rijk op wil sturen en richting geven: Prioriteit 1: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Prioriteit 2: Duurzaam economisch groeipotentieel. Prioriteit 3: Sterke en gezonde steden en regio's. Prioriteit 4: Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is om een combinatie te maken en win-win-situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgevingen zoveel mogelijk voorzien in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Uitvoeringsagenda
15
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld)
De NOVI gaat vergezeld van een Uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda is onder andere een overzicht opgenomen van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd.
NOVI - Planspecifiek Het onderhavige bestemmingsplan "Elspeterbosweg 7" maakt de bouw van 9 woningen mogelijk, met daarbij een toegangsweg en een parkeerplaats voor de woningen. Het bestemmingsplan past binnen de beleidsdoelstellingen van de NOVI.
3.2.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het Rijk legt met het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) de nationale ruimtelijke belangen juridisch vast. Enerzijds betreft het de belangen die reeds in de (ontwerp-) AMvB Ruimte uit 2009 waren opgenomen en anderzijds is het Barro aangevuld met onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het besluit is op 30 december 2011 (aangevuld d.d. 1 oktober 2012) in werking getreden. Het Barro doet geen uitspraken met betrekking tot situaties binnen het projectgebied zoals deze voor de bouw van negen woningen te Vierhouten. Het Barro vormt derhalve in elk geval geen belemmering voor het voorliggende project voor het bouwplan voor de onderhavige negen woningen.
3.2.4
Besluit ruimtelijke ordening (Bro)
Ladder duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 als motiveringseis opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Bro gewijzigd. De aanleiding voor deze wijziging waren de in de praktijk gevoelde knelpunten bij de toepassing van de Ladder en de wens om tot een vereenvoudiging te komen. De Ladder richt zich op nieuwe stedelijke ontwikkelingen. De ladder bestaat uit 'treden' die doorlopen moeten worden om te bezien of een ontwikkeling bijdraagt aan duurzame verstedelijking. De treden zijn nu nog twee: 1. de toelichting bij een bestemmingsplan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. 2. indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied bevat het een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het Bro beschrijft in artikel 1.1.1, lid 1, letter h. wat onder "bestaand stedelijk gebied" wordt verstaan, namelijk: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur".
Het Bro beschrijft wat een "stedelijke ontwikkeling" is in artikel 1,1.1 lid 1, letter i. Daaronder wordt het volgende verstaan: "een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen". Door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu is een handreiking gemaakt. Deze "Handreiking ladder voor duurzame verstedelijking" werkt verder uit hoe met de Ladder omgegaan moet worden. Voor een verdere uitleg van de Ladder duurzame verstedelijking wordt naar die Handreiking verwezen. De aangepaste Handreiking (van 2017) is te vinden op de website van Infomil. De jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geeft antwoord op de vraag wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De vraag wordt grotendeels casuïstisch beantwoord. Zo heeft de Afdeling bijvoorbeeld uitgesproken dat de bouw van 11 woningen niet als een stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De Afdeling is in die casus van oordeel dat gelet op het aantal woningen dat het plan mogelijk maakt, het plan niet voorziet in een woningbouwlocatie, die een stedelijke ontwikkeling is als bedoeld in artikel 1.1.1, lid 1, aanhef, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is. Voor de bouw van negen woningen is geen uitgebreide laddertoets noodzakelijk.
Er behoeft derhalve niet uitgebreid getoetst te worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Van belang hierbij is ook de overzichtsuitspraak van de Raad van State d.d. 28 juni 2017 (ECLI/NL/RVS/2017:1724) over de Ladder voor
16
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld) duurzame verstedelijking.
Planspecifiek - "Ladder duurzame verstedelijking" Het plan voorziet in de bouw van negen woningen. In het huidige vigerende bestemmingsplan "Vierhouten Hulshorst" was de bouw van één woning toegestaan. Er is dus sprake van een nieuwe situatie. Van belang is dus dat: 1. De behoefte voor de ontwikkeling wordt aangetoond. Zie hiervoor paragraaf 3.4.2.2, over de Woonvisie "Goed wonen in Nunspeet" waarin de behoefte wordt aangetoond. 2. Bovendien is van belang, dat het woningbouwplan wordt gerealiseerd in "bestaand stedelijk gebied", het dorp Vierhouten. Dat is bij dit plan het geval. Aan de voorwaarden van de "Ladder voor duurzame verstedelijking" wordt voldaan.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Inleiding
In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid verwoord. In de Omgevingsvisie is het ruimtelijk-maatschappelijk beleid uiteengezet, in de Omgevingsverordening wordt de juridische borging van het beleid geregeld om op die manier de provinciale belangen veilig te stellen. Vrijwel elke ontwikkeling in Gelderland heeft van doen met de inhoud van de Omgevingsvisie en met de bepalingen uit de Omgevingsverordening. 3.3.2
Omgevingsvisie
De Omgevingsvisie beschrijft hoe de provincie de komende jaren wil omgaan met ontwikkelingen en initiatieven. De provincie heeft twee doelen gedefinieerd die de rol en kerntaken van de provincie benadrukken. Deze doelen zijn: 1. een duurzame economische structuurversterking. 2. het borgen van de kwaliteit en de veiligheid van onze leefomgeving. De Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening integreren en verbinden het Waterplan, het Provinciaal Verkeer en Vervoerplan, het Streekplan (Structuurvisie), het Milieuplan en de Reconstructieplannen tot één plan en tot één verordening. Omgevingsvisie en Omgevingsverordening bevatten de hoofdlijnen voor de volgende maatschappelijke opgaven in Gelderland voor: water; natuur en landschap; cultuur en erfgoed; milieu; energietransitie; landbouw; verkeer en vervoer; ruimtelijke ordening. Met betrekking tot het wonen streeft de provincie er naar om vraag en aanbod op de woningmarkt met elkaar in balans te brengen en te houden. In de Regionale Agenda Wonen agenderen alle (relevante) partijen in een regio de regionale opgaven op het gebied van wonen. Zij maken afspraken over wat zij hieraan gaan doen. De provincie is één van de partijen. Als belangrijke doelgroepen van beleid zijn genoemd: ouderen; mensen met een zorgindicatie; jongeren; arbeidsmigranten; middeninkomens.
De provincie Gelderland streeft op de woningmarkt naar een vraaggerichte in plaats van aanbodgerichte benadering. Aangetoonde woningbehoefte (de vraag) zou moeten kunnen worden gefaciliteerd, in de
17
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld) vorm, op de plaats en op het moment dat die zich voordoet. Omgevingsvisie - Planspecifiek Er is bij het plan Elspeterbosweg 7 te Vierhouten sprake van een concrete plaatselijke vraag. Dit past geheel binnen het beleid zoals deze is verwoord in de Omgevingsvisie Gelderland. Geconstateerd wordt daarom dat het plan in overeenstemming is met het provinciaal beleid zoals verwoord in de Omgevingsvisie Gelderland en zoals deze is verankerd in de Omgevingsverordening Gelderland.
3.3.3
Omgevingsverordening
Op 24 september 2014 werd door Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. De Omgevingsverordening van de provincie Gelderland is gebaseerd op de bovengenoemde Omgevingsvisie. Deze Omgevingsverordening werd op 19 december 2018 geactualiseerd op basis van de Omgevingsvisie van 2018. Op dit moment (april 2021) is een nieuw ontwerp van de Omgevingsverordening vastgesteld. Deze nieuwe provinciale Omgevingsverordening zal aan het eind van dit jaar definitief worden vastgesteld. Een nieuw bestemmingsplan, zoals het onderhavige, moet worden getoetst aan de Regels van de Omgevingsverordening van de provincie. Volgens artikel 2.1, lid 1 (regionale woonagenda) stellen de gemeentebesturen een Regionale Woonagenda op. Volgens artikel 2.1, lid 2 zullen Gedeputeerde Staten de Regionale Woonagenda vaststellen. Volgens artikel 2 maakt een bestemmingsplan nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgesteld Regionale Woonagenda. Omgevingsverordening - Planspecifiek Een nieuw bestemmingsplan moet voldoen aan de Instructieregels voor bestemmingsplannen zoals in de Omgevingsverordening opgenomen. Het aantal nieuwe woningen dat wordt gebouwd volgens het onderhavige bestemmingsplan past in woningbouwbeleid van de provincie en van de gemeente (zie ook paragraaf 3.4.2 voor het gemeentelijke woningbouwbeleid).
Er staan geen Regels in de Omgevingsverordening die de vaststelling van het bestemmingsplan "Elspeterbosweg 7" zouden kunnen belemmeren.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Nunspeet 2030
De gemeenteraad van Nunspeet heeft op 20 november 2018 de Omgevingsvisie Nunspeet 2030 vastgesteld. De Omgevingsvisie loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet die is gepland op 1 juli 2022. In deze Omgevingsvisie kijkt de gemeente met haar beleid vooruit tot circa 2030. De Omgevingsvisie vormt de beleidsmatige basis voor het toekomstige Omgevingsplan van de gemeente. In de Omgevingsvisie wordt een strategische ontwikkelrichting voor de gemeente neergelegd. De Omgevingsvisie is opgesteld in NEO-verband, dus door de drie gemeenten Nunspeet, Elburg, en Oldebroek gezamenlijk. In deel 2, onderdeel B, van de Omgevingsvisie is de centrale koers voor de drie NEO-gemeente uitgezet. Er zijn voor de gezamenlijke NEO-Omgevingsvisie de volgende overkoepelende thema's en opgaven uitgewerkt. 1. Leefbare dorpen met een actieve samenleving! 2. Aantrekkelijke omgevingskwaliteit en identiteit. 3. Een vitaal economisch klimaat. 4. Duurzaam, energieneutraal, en klimaatbestendig. 5. Bereikbaar, nabij- en toegankelijk. In deel 2, Onderdeel C, van de Omgevingsvisie volgt een Gebiedsgerichte uitwerking voor de drie NEO-gemeenten. De volgende vijf deelgebieden worden hierbij onderscheiden:
18
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld)
Deelgebied 1: Grootschalig open landschap / Randmerengebied. Deelgebied 2: Gemengd kleinschalig overgangsgebied. Deelgebied 3: Natura 2000-gebied Veluwe. Deelgebied 4: Agrarische enclaves. Deelgebied 5: Kernen.
In deel 3 van de Omgevingsvisie is de visie voor de gemeente Nunspeet gegeven. De Thematische uitwerking (speerpunten) voor de gemeente Nunspeet zijn volgens deel 3, onderdeel B: Thema 1: Versterken sociaal-economische positionering. Thema 2: Een duurzame ontwikkeling van het (agrarische) buitengebied. Thema 3: Een vitale toeristisch-recreatieve sector bereiken. Thema 4: Ruimtelijk inpassen van duurzame energieopwekking. Thema 5: Ontwikkeling stationsomgeving als levendig knooppunt in Nunspeet. Thema 6: Miliieu- en gezondheidsbeleid initiëren en accommoderen. Thema 7: Behouden en versterken van de rijke cultuurhistorie van Nunspeet.
De gebiedsgerichte uitwerking voor de gemeente Nunspeet vindt plaats in Ideekaarten in deel 3, onderdeel C, namelijk: Deelgebied 1: Grootschalig open landschap / Randmerengebied. Deelgebied 2: Gemengd kleinschalig overgangsgebied. Deelgebied 3: Natura 2000-gebied Veluwe. Deelgebied 4: Kern Nunspeet. Deelgebied 5: Kern Hulshorst. Deelgebied 6: Kern en agrarische enclave Vierhouten. Deelgebied 7: Kern en agrarische enclave Elspeet.
3.4.1.1 Omgevingsvisie - Planspecifiek Voor het onderhavige plangebied is vooral van belang datgene wat in de Omgevingsvisie wordt geschreven over Deelgebied 6: Kern en agrarische enclave Vierhouten, en dat is het volgende: De agrarische enclaves vormen open, duidelijk omkaderde, ruimtes, binnen het zeer besloten bosgebied van C.V.N. (Centraal Veluwe Natuurgebied). De enclave ademt een landelijke sfeer met dorpsboerderijen, zwaar loofhout, en landbouwpercelen. Het kampen- en essenlandschap rondom de kern bestaat uit een open complex van aaneengesloten akkers in een kleinschalige structuur van bosschages, houtwallen, singels, en gemengd agrarisch gebruik. De gemeente faciliteert de accentverschuiving van agrarisch productiegebied voor kleine gemengde bedrijven, naar agrarisch landschapsbeheer. Hoofdfunctie blijft landbouw met recreatief medegebruik. De enclaves hebben hiervoor veel te bieden met voorzieningen en de directe nabijheid van bos- en heide terreinen. Samen met betrokkenen en de dorpsvereniging zoekt de gemeente naar een goede locatie voor kleinschalige, landschappelijk goed ingepaste, woningbouw voor starters en ouderen in of aan de oostrand van de kern. De uitgangspunten voor de kwaliteit zijn: Zorgvuldig omgaan met het oog op behoud van de bufferfunctie richting het Centraal Veluwe Natuurgebied (C.V.N.).
Versterken positie cultuurhistorische landschapsparel en verder inzetten op natuurontwikkeling. Openheid markante plekken rondom het dorp behouden. Respectvol omgaan met de historische structuur (beeldkwaliteit van monumenten / bebouwing, de openbare ruimte en open/blauwe elementen). Er dient zorggedragen te worden voor het behoud van een goede verweving met het omringende buitengebied. Het koesteren van "rust" als kwaliteit van het dorp, vraagt om een goed evenwicht tussen functies. Het bestemmingsplan "Elspeterbosweg 7" te Vierhouten past binnen deze beschrijving van het gebied. Het
19
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld) plan maakt immers woningbouw mogelijk in de oostrand van de kern Vierhouten.
3.4.2
Woonvisie "Goed wonen in Nunspeet"
3.4.2.1 Woonvisie "Goed wonen in Nunspeet" - Algemeen De woonvisie "Goed wonen in de gemeente Nunspeet" is vastgesteld op 20 februari 2020. Met deze woonvisie wil het gemeentebestuur een nieuw fundament leggen voor voldoende aantrekkelijke woningen voor iedereen, een kwalitatief en energetisch hoogwaardige woningvoorraad, waar iedereen in elke levensfase, met of zonder zorgbehoefte, kan (blijven) wonen. In de woonvisie zijn daarom de volgende ambities opgenomen: Betaalbare en passende woningen voor de lokale behoefte. Een duurzaam huis. Zorgzame en inclusieve wijken. Het gemeentebestuur wil dat alle inwoners van de gemeente Nunspeet zo passend mogelijk wonen, en wil de vier kernen 'in balans' houden. Daarvoor is een uitbreiding van de woningvoorraad met circa 670 woningen nodig in de periode 2020 tot 2025, en tot 2030 met in totaal 950 woningen. Voor starters bestaat de grootste urgentie, maar ook het passend wonen voor senioren is een grote opgave. Dit vraagt vooral om meer betaalbare woningen: sociale huur en betaalbare koop. In de periode 2020-2025 wil het gemeentebestuur ten minste 135 sociale huurwoningen toevoegen en een vergelijkbaar aantal betaalbare koopwoningen. In Nunspeet zijn de landelijke ambities en normen voor verduurzaming ook vertaald naar het wonen in Nunspeet.
Dit om een duurzame woningvoorraad te realiseren die zich kenmerkt door een zuinig energieverbruik of door energie neutrale woningen. De gemeente Nunspeet wil goed wonen voor mensen met een zorgbehoefte mogelijk maken. Dat vraagt om een integrale benadering van wonen, welzijn en zorg, samenwerking, mogelijkheden voor ontmoeting en geschikte woonvormen op de juiste plek. Mensen moeten zoveel mogelijk een wooncarrière in de eigen omgeving kunnen maken, zodat mensen goed wonen in een omgeving waar ze zich thuis voelen en waar zij een netwerk hebben of kunnen opbouwen.
3.4.2.2 Woonvisie "Goed wonen in Nunspeet" - Planspecifiek Met het voorliggende bestemmingsplan wordt de bouw van 9 woningen op de locatie Elspeterbosweg 7 mogelijk gemaakt in de kern Vierhouten. Een aantal jaren geleden is deze locatie in Vierhouten door de gemeente aangekocht om daar op kleine schaal woningbouw te realiseren. Zowel voor Vierhouten als voor de kernen Elspeet en Hulshorst geldt, dat deze qua woning- en inwoneraantal te klein zijn voor een statistisch verantwoorde benadering van de woningbehoefte. Dat betekent dat de invulling van de woningbehoefte plaatsvindt op basis van concrete signalen. De ligging van de kern Vierhouten ten opzichte van natuurgebieden brengt de nodige beperkingen met zich mee waardoor er, om woningbouw te kunnen realiseren, maatwerk zal moeten plaatsvinden. In het bestemmingsplan "Elspeterbosweg 7" wordt voorzien in de woningbehoefte van Vierhouten. Het is de bedoeling dat de woningen op deze locatie worden ontwikkeld in Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) door starters, zoveel mogelijk afkomstig uit de kern Vierhouten, waardoor er zowel woningen worden gerealiseerd die aansluiten bij de lokale woningbehoefte als woningen die passen binnen het woningbouwprogramma, zoals dat is opgenomen in de woonvisie.
Het woningbouwprogramma, dat wordt gerealiseerd op deze locatie, te weten, 7 starterswoningen en één twee-onder-een-kapwoning, past binnen dit vastgestelde woningbouwprogramma. 3.4.3
Welstandsbeleid
Welstandstoetsing is gericht op architectuur in relatie tot de ruimtelijke context. De ruimtelijke context zelf wordt vastgelegd in bestemmingsplannen, stedenbouwkundige plannen en in de structuurvisie. Het bestemmingsplan vormt het ruimtelijke kader. De Welstandsnota en de beeldkwaliteitsplannen (die vaak onderdeel zullen uitmaken van de Welstandsnota) schetsen vervolgens de kaders voor de welstandsadvisering. Thema's die te maken hebben met de context van een bouwwerk, zoals plaatsing op het erf, kunnen zowel in het bestemmingsplan als in de welstandsnota zijn gereguleerd. De gemeente Nunspeet heeft een welstandsnota vastgesteld waarop aan elk woon- of werkgebied binnen de gemeente een bepaald welstandsniveau is toegekend. Ook kan een welstandsniveau gelden voor een bepaalde groep van bouwwerken of een ruimtelijke structuur. In de gemeente Nunspeet worden drie welstandsniveaus onderscheiden: welstandsniveau uitgebreide toets.
20
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld) welstandniveau eenvoudige toets. welstandsniveau geen toets. Binnen het plangebied geldt het welstandsniveau "uitgebreide toets". Bij de aanvragen omgevingsvergunningen voor het bouwen zullen de bouwplannen op dat moment worden getoetst aan dat welstandsniveau. In het stedenbouwkundige plan van 18 februari 2020 voor de locatie Elspeterbosweg 7 is rekening gehouden met de Welstandsnota, en wel met het welstandsniveau "uitgebreide toets" en het stedenbouwkundige plan is daaraan reeds getoetst.
3.4.4
Geldend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan "Vierhouten - Hulshorst". Het perceel heeft hoofdzakelijk een woonbestemming, maar de achterste zijde (de oostzijde) van het perceel heeft de bestemming 'Tuin'. Volgens de verbeelding (bestemmingsplankaart) van het vigerende bestemmingsplan "Vierhouten en Hulshorst" is er in de huidige situatie op het perceel één vrijstaande woning toegestaan, zie ook de Afbeelding 3.1 hieronder.
Afbeelding 3.1:
Ligging van het perceel Elspeterbosweg 7 (tussen nrs. 5 en 11) te Vierhouten volgens het bestemmingsplan "Vierhouten en Hulshorst"
Aangezien er volgens het vigerende bestemmingsplan slechts één vrijstaande woning mogelijk is op het perceel Elspeterbosweg 7, en het onderhavige plan negen woningen omvat, en er volgens het vigerende bestemmingplan geen weg en geen parkeerplaats kan worden aangelegd, is er een partiële herziening van het vigerende bestemmingsplan noodzakelijk om het woningbouwplan te kunnen realiseren. Daarvoor is het onderhavige bestemmingsplan opgesteld.
21
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld)
Hoofdstuk 4
4.1
Uitvoerbaarheid
Inleiding
De uitvoerbaarheid en de belangenafweging van een bestemmingsplan moet als gevolg van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangetoond worden (artikel 3.1.6 van het Bro). Daaronder valt zowel de onderzoeksverplichting naar verschillende ruimtelijk relevante aspecten met betrekking tot het Milieu (bodemkwaliteit, geluid, luchtkwaliteit, geurhinder, bedrijven en milieuzonering, externe veiligheid), en ook de aspecten Water, Ecologie en de Economische uitvoerbaarheid van het plan. De maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan komt in hoofdstuk 6 van deze Toelichting aan de orde.
4.2
Milieu
4.2.1
Bodem
4.2.1.1 Wetgeving Bodem In het kader van een bestemmingsplan dient aangetoond te worden dat de kwaliteit van de bodem en van het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. Dit is geregeld in de Wet bodembescherming (Wbb). De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Indien sprake is van een functiewijziging zal er in veel gevallen een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd op de planlocatie. Middels dit onderzoek kan in beeld worden gebracht of de bodemkwaliteit en de beoogde functies van het plangebied bij elkaar passen.
4.2.1.2 Planspecifiek - Bodem Voor het gebied Elspeterbosweg 7 is een bodemonderzoeksrapport opgeleverd naar aanleiding van het in de periode september - oktober 2020 uitgevoerde verkennend bodemonderzoek en het nader asbest onderzoek. In het onderzoeksrapport is geconcludeerd, dat de hypothese "onverdachte locatie" voor het verkennend bodemonderzoek geen stand houdt. Enkele parameters zijn in de vaste bodem en het grondvlak licht verhoogd aangetoond. Een aanvullend onderzoek met een gewijzigde hypothese wordt echter niet noodzakelijk geacht. Geconcludeerd is, dat er op basis van het uitgevoerde "nader asbest in grond-onderzoek" geen sprake is van een ernstig geval van verontreiniging met asbest, aangezien de interventiewaarde niet wordt overschreden. Over een oppervlakte van circa 200 m2 is asbest aangetoond onder de interventiewaarde ter plaatse van sleuf 101 (zie voor de plaats hiervan het onderzoeksrapport). De conclusie luidt dat de vastgestelde milieuhygiënische bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor de aanvragen om omgevingsvergunningen, die op grond van het bestemmingsplan zullen worden aangevraagd. Aanbevelingen van het rapport De onderzoeken geven geen aanleiding om aanvullend of nader bodem- of asbest in grondonderzoek te adviseren.
Overwogen kan worden om bij het bouwrijp maken van het perceel, gezien het toekomstige gebruik (woningbouw), de asbesthoudende grond ter plaatse van sleuf 101, de eerste 200 m2 (zie voor de plaats van de sleuf het onderzoeksrapport) te verwijderen. Bij afvoer van de grond of verhardingen-materialen van de locatie kan een aanvullend onderzoek worden verlangd. Gelet op het vorenstaande is dit bestemmingsplan uitvoerbaar ten aanzien van de bodemkwaliteit.
Voor het "Verkennend Bodemonderzoek & Verkennend en nader asbest in grond-onderzoek Elspeterbosweg 7-9 Vierhouten" van het adviesbureau P.J. Milieu B.V. d.d. 5 november 2020, zie Bijlage 1 bij deze Toelichting.
22
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld)
4.2.2
Luchtkwaliteit
4.2.2.1 Wetgeving Luchtkwaliteit Europese richtlijn De Europese richtlijn inzake beoordeling van en beheer van luchtkwaliteit, de Kaderrichtlijn uit 1996 (96/62/EG), gaf de juridische basis voor het gemeenschappelijk luchtkwaliteitsbeleid in Europa. De implementatie van deze Europese Kaderrichtlijn (en de daarop gebaseerde dochterrichtlijnen met luchtkwaliteitsnormen) is in Nederland met name geregeld in de Wet luchtkwaliteit (Wlk) van 2007, die daarna werd opgenomen in Titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm). D.d. 11 juni 2008 is de Europese Richtlijn betreffende luchtkwaliteit en schone lucht voor Europa (nr. 2008/50EG van 20 mei 2008) gepubliceerd. Wet Luchtkwaliteit (Titel 5.2 Wet milieubeheer) Uit het bepaalde in de Wet luchtkwaliteit (Titel 5.2 van de Wet milieubeheer) volgt, dat voor het vaststellen van een bestemmingsplan op grond van artikel 3.1 e.v. van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in principe onderzoek moet worden gedaan naar de luchtkwaliteit. Volgens de jurisprudentie ontwikkeld op grond van de Wet luchtkwaliteit (Titel 5.2 van de Wet milieubeheer), en het voordien geldende Besluit luchtkwaliteit 2005, dienen in principe de consequenties van nieuwe ontwikkelingen voor de luchtkwaliteit te worden onderzocht. Voor wat betreft deze nieuwe ontwikkelingen kan onderscheid worden gemaakt in: de consequenties van de aanwezige en nieuwe bedrijvigheid.
de consequenties van toenemend wegverkeer. de consequenties van het situeren van zogenoemde gevoelige bestemmingen (zoals woningen en scholen) in de omgeving van deze bedrijven en wegen. In de Wet luchtkwaliteit (Titel 5.2 Wet milieubeheer, Bijlage II) zijn normen (grenswaarden en plandrempels) vastgesteld voor onder andere de concentraties zwaveldioxide (SO2), stikstofdioxide (NO2), zwevende deeltjes (fijnstof, PM10 en PM2,5), lood (Pb), koolmonoxide (CO), benzeen (C6H6), en ozon (O3) in de lucht. Uit metingen van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit en berekeningen van het Milieu en Natuur Planbureau, blijkt dat aan de grenswaarden voor benzeen, zwaveldioxide, lood en koolmonoxide al geruime tijd in (nagenoeg) geheel Nederland wordt voldaan. In Nederland zijn in relatie tot het wegverkeer de maatgevende luchtverontreinigende stoffen stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM2,5 en PM10). De concentraties van deze twee stoffen liggen in Nederland over het algemeen dichtbij of boven de gestelde grenswaarden uit de Wet milieubeheer (Wm). Overschrijdingen van de andere stoffen uit de Wet milieubeheer (Wm) komen in Nederland slechts in exceptionele gevallen voor. In de Nederlandse situatie leveren dus alleen de concentraties stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) problemen op in relatie tot de wettelijke normen.
De wijze waarop het aspect luchtkwaliteit bij de planvorming in acht moet worden genomen is geregeld in de artikelen 5.16 en 5.16a van de Wet milieubeheer (Wm). Op basis van deze wetgeving kunnen ruimtelijk economische initiatieven worden uitgevoerd als aan één of meer van de volgende voorwaarden wordt voldaan. grenswaarden uit Bijlage II van de Wet milieubeheer worden niet overschreden, of per saldo verbetert de luchtkwaliteit of blijft tenminste gelijk, of het initiatief draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtkwaliteit (aan concentratie PM10 en NO2), of het initiatief is opgenomen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Niet in betekenende mate / In betekenende mate De Wet milieubeheer heeft ten aanzien van de luchtkwaliteit het onderscheid gecreëerd tussen 'kleine' en 'grote' projecten. Kleine projecten dragen 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat bij dit laatste vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) "Niet in betekenende mate bijdragen (Besluit NIBM)".
Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten die jaarlijks meer dan 3 procent bijdragen aan de jaargemiddelde norm voor fijn stof en
23
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld) stikstofdioxide (1,2 microgram per m3) een in 'betekenende' mate negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 procent bijdragen, kunnen doorgaan zonder verdere toetsing en berekeningen. Dat betekent bijvoorbeeld dat lokale overheden een toevoeging van minder dan 1.500 woningen niet hoeven te toetsen aan de normen voor luchtkwaliteit, omdat een dergelijk project per definitie niet boven de 3%-norm komt. De kwantitatieve vertaling naar verschillende functies is neergelegd in de Regeling "Niet in betekenende mate bijdragen (Regeling NIBM)".
4.2.2.2 Planspecifiek - Luchtkwaliteit Er zullen maximaal 9 woningen worden gebouwd in het plangebied Elspeterbosweg 7. Dit betekent dat het project valt onder de AMvB "Niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteit)", het Besluit AMvB NIBM. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit is daarom niet noodzakelijk. Er behoeven geen berekeningen te worden gemaakt in verband met de luchtkwaliteit.
4.2.3
Geluid
4.2.3.1 Wetgeving Geluid Geluidgevoelige bestemmingen De mate waarin het geluid, het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. In de Wgh worden woningen beschermd als zijnde gevoelige objecten, en ook andere geluidsgevoelige gebouwen (artikel 1 Wgh) dienen te worden beschermd. Andere geluidsgevoelige gebouwen zijn volgens het Besluit geluidhinder (artikel 1.2): a. b. c. d. e. f.
een onderwijsgebouw; een ziekenhuis; een verpleeghuis; een verzorgingstehuis; een psychiatrische inrichting; een kinderdagverblijf.
Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. De belangrijkste geluidsbronnen die in de Wet geluidhinder worden geregeld, zijn: industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Verder gaat deze wet onder meer ook in op geluidwerende voorzieningen, geluidbelastingkaarten en actieplannen. Kantoren, hotels, en horecagebouwen zijn volgens de wet in principe niet geluidgevoelig. Bij dit project Elspeterbosweg 7 bestaan de geluidgevoelige bestemmingen uitsluitend uit woningen.
Begrip (dove) gevel Ten behoeve van de stedenbouwkundige wens om op geluidbelaste locaties toch woningbouw te kunnen realiseren is op 9 november 1998 de definitie van het begrip "gevel" bij wet gewijzigd. De wijziging is opgenomen in Staatsblad 660 van 1998. De wijziging houdt in dat de bestaande definitie van "gevel" de bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of gebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak", is aangevuld met "in afwijking van artikel 1 wordt onder een gevel in de zin van deze wet (Wgh) niet verstaan: g. een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering, die tenminste gelijk is aan het verschil tussen de geluidbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede; h. een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte." Het bovenstaande betekent dat, indien een geveldeel zonder te openen delen voldoende geluidwering heeft, dit geveldeel niet getoetst hoeft te worden aan de Wet geluidhinder (Wgh). Een dergelijke gevel wordt “dove gevel” genoemd. De geluidsbelasting op dove gevels telt dan niet mee voor de toetsing aan de normen van de Wet geluidhinder en in het Activiteitenbesluit.
24
bestemmingsplan ELSPETERBOSWEG 7 (vastgesteld)
4.2.3.2 Geluid - Planspecifiek Zoals eerder besproken in paragraaf 2.3.4, was de geluidhinder een belangrijke potentiële hinderpaal voor het project, een probleem dat moest worden opgelost om het welslagen van het ruimtelijke plan voor dit perceel Elspeterbosweg 7 mogelijk te maken. Voor het onderhavige project zijn om bovenstaande redenen diverse akoestische onderzoeken uitgevoerd waarvoor geluidsrapporten werden opgesteld. Ten behoeve van het nieuwe, hierboven in paragraaf 2.3.2. van deze Toelichting beschreven, stedenbouwkundige plan van 18 februari 2020 en de daarbij behorende (concept-)verbeelding van 21 februari 2020, is akoestisch onderzoek uitgevoerd door de Omgevingsdienst Noord-Veluwe (ODNV). Hiervan is verslag gedaan in het definitieve rapport van de ODNV “Ontwikkelingsmogelijkheden Elspeterbosweg 7-9 Geluid” (ODNV Z-19-204354), versie 06, van 14 april 2020. Wegverkeerslawaai In het rapport van de ODNV “Ontwikkelingsmogelijkheden Elspeterbosweg 7-9 Geluid” (ODNV Z-19-204354), versie 06, van 14 april 2020 (paragraaf 4, blz. 14) is verwoord dat op basis van verkeerstellingen uit april 2015 voor wat betreft het verkeerslawaai met behulp van de rekenmethode SRMI de geluidbelasting Lden is bepaald op de westgevel van de geplande woningen.