CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 6g. St.t.i. Ruimtelijke onderbouwing Bergakkerweg 28-32

Commissie Ruimte en Wonen 7 februari 2022, gemeente NunspeetBij agendapunt: Afgifte (ontwerp) Verklaring van geen bedenkingen Bergakkerweg 28-32.8.987 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing Bergakkerweg 28-32, Nunspeet Gemeente Nunspeet

Gegevens over het plan: Plannaam: Identificatienummer: Status: Datum: Projectnummer Buro SRO:

Bergakkerweg 28-32, Nunspeet NL.IMRO.0302.ROBnogtebepalen-0001 concept 31-03-2021 24.10.43

Gegevens projectbetrokkenen: Opdrachtgever: Betrokken gemeente:

De Bunte Vastgoed Oost, BV Nunspeet

Gegevens Buro SRO: Projectleider Buro SRO: Bezoekadres vestiging Arnhem Telefoon: E-mail: Internet:

2

Dhr. L. Arends Sweerts de Landasstraat 50 6814 DG te Arnhem 026 – 35 23 125 arnhem@buro-sro.nl www.Buro-SRO.nl

Bergakkerweg 28-32, Nunspeet

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 Hoofdstuk 5 5.1 5.2

Inleiding Aanleiding voor het initiatief Ligging plangebied Leeswijzer Het initiatief Huidige situatie Toekomstige situatie Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Uitvoerbaarheid Milieu Water Ecologie Verkeer Cultuurhistorie en archeologie Economische uitvoerbaarheid Procedure Inspraak en overleg Van ontwerp naar vaststelling

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7

4 5 5 5 6 6 6 9 9 10 11 17 17 20 23 24 25 26 27 27 27

29 Verkennend bodemonderzoek Nader bodemonderzoek Asbestinventarisatie Resultaat watertoets Quickscan natuurtoets Voortoets stikstofdepositie Archeologisch onderzoek

Bergakkerweg 28-32, Nunspeet

31 33 35 37 39 41 43

3

4

Bergakkerweg 28-32, Nunspeet

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding voor het initiatief

Het voornemen bestaat om aan de Bergakkerweg 28 in Nunspeet ter plaatse van de bestaande garage een nieuw appartementencomplex met 16 appartementen realiseren. Daarnaast worden de twee woningen aan de Bergakkerweg 30 en 32 gesloopt en herbouwd. Het ontwikkelen van appartementen op deze locatie is strijdig met het geldende bestemmingsplan. Omdat het initiatief gewenst is en passend is op de locatie, wordt medewerking verleend aan deze ontwikkeling. In dit document wordt dit toegelicht en gemotiveerd waarom dat kan volgens de Wet ruimtelijke ordening (Wro).

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen aan de Bergakkerweg in het centrum van Nunspeet. Bijgevoegde afbeelding toont globaal de ligging van het plangebied in de omgeving.

Ligging locatie in de omgeving, locatie in rood (bron: openstreetmap.org0

1.3

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk is in hoofdstuk 2 het initiatief beschreven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het relevante Rijks-, provinciale-, en gemeentelijke beleid. In hoofdstuk 4 is het project inhoudelijk op haalbaarheid getoetst op grond van het geldende beleid en (milieu)wetgeving. Tevens wordt ingegaan op de economische haalbaarheid van het plan. Tot slot gaat hoofdstuk 5 in op de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan, waarbij de uitkomsten van overleg en zienswijzen zijn opgenomen.

Bergakkerweg 28-32, Nunspeet

5

Hoofdstuk 2

Het initiatief

In dit hoofdstuk wordt het initiatief beschreven. Eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie van het plangebied en de relatie met de omgeving. Daarna wordt ingezoomd op het beoogde initiatief.

2.1

Huidige situatie

De locatie ligt in de kern van Nunspeet. In de omgeving van het gebied zijn meerdere woningen en winkels aanwezig. Aan de westzijde van het plangebied ligt een openbaar parkeerterrein, ten behoeve van de winkelvoorzieningen in de omgeving. Op de locatie staat in de huidige situatie bedrijfsbebouwing van een voormalig garagebedrijf. Aan de oostzijde en zuidzijde van het bedrijf liggen open, verharde terreinen. Ten slotte staan in het ten zuidoosten van het plangebied twee woningen onder een kap. Navolgende afbeelding geeft een luchtfoto van de bestaande situatie weer.

Luchtfoto locatie, locatie in rood weergegeven (bron: ruimtelijkeplannen.nl)

2.2

Toekomstige situatie

In de toekomstige situatie zal het garagebedrijf worden gesaneerd, en wordt op deze locatie een nieuw appartementencomplex gerealiseerd waarin 16 koopappartementen worden gevestigd. Deze appartementen worden verdeeld over 3 bouwlagen. Door het gevarieerde aanbod en de aanwezige liftinstallatie zijn de woningen geschikt voor verschillende doelgroepen. Alle appartementen worden voorzien van een balkon, gericht op de Bergakkerweg of de Kerkendriest. Het pand is zorgvuldig ingepast in de stedenbouwkundige structuur ter plaatse. Om de parkeerbehoefte van deze appartementen op te vangen worden 33 nieuwe parkeerplaatsen in het gebied ingericht. Deze worden ontsloten via de Kerkendriest, aan de westzijde van het gebied. Daarnaast worden de woningen aan de Bergakkerweg 30 en 32 gesloopt en herbouwd, en worden deze van het nieuwe appartementencomplex gescheiden door een nieuwe groenstrook.

6

Bergakkerweg 28-32, Nunspeet

De buitenruimte van de bestaande woningen wordt aangepast om hier twee parkeerplaatsen per woning op eigen terrein mogelijk te maken. Achter de woningen aan de Bergakkerweg 30 en 32 wordt een fietsenstalling ingericht ten behoeve van de bewoners van de nieuwe appartementen. Navolgende afbeeldingen geven de toekomstige situatie weer.

Plattegrond toekomstige situatie (ontwerp: Roordink architecten BNA)

Impressie toekomstige situatie appartementencomplex (ontwerp: Roordink architecten BNA)

Bergakkerweg 28-32, Nunspeet

7

Impressie toekomstige situatie twee onder een kap woningen (ontwerp: Roordink architecten BNA)

8

Bergakkerweg 28-32, Nunspeet

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Per januari 2021 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet.

Met de komst van de NOVI komen meerdere nationale beleidsstukken te vervallen, waaronder de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Strategisch relevante delen van de SVIR en het Barro worden echter opgenomen in de NOVI en blijven daarmee ook na inwerkingtreding van de NOVI gelden. Dit bestemmingsplan zal daarom ook aan dit beleid worden getoetst. Gebiedsgericht De NOVI benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. In het Barro waren regels opgesteld waarmee deze gebiedsbescherming juridisch verankerd is richting lagere overheden. Via het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit omgevingsrecht zijn deze regels aanvullend vastgelegd. Ladder duurzame verstedelijking Via de 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt een zorgvuldige afweging en besluitvorming geborgd bij ruimtelijke vraagstukken in stedelijk gebied. Het gebruik van deze ladder is opgenomen in het Bro (artikel 3.1.6 onder 2).

De ladder richt zich op nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient de behoefte aan die ontwikkeling te worden beschreven. Als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, moet bovendien gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Bergakkerweg 28-32, Nunspeet

9

Het Bro beschrijft wat een stedelijke ontwikkeling is: "een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Onder 'bestaand stedelijk gebied' wordt het volgende verstaan: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Per 01 juli 2017 is de ladder voor duurzame verstedelijking herzien. Bij de herziening zijn onder meer de drie afzonderlijke 'treden' van de ladder losgelaten en is het begrip 'actuele regionale behoefte' gewijzigd in 'behoefte'. Nieuw is dat de laddertoets bij flexibele plannen kan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van een wijzigings- of uitwerkingsplan. Planspecifiek Gebiedsgericht Het plangebied ligt niet in een van de aangewezen gebieden van de NOVI. Ladder duurzame verstedelijking De Ladder is van toepassing op woningbouwplannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij het bepalen of en hoe de Ladder moet worden toegepast, zijn de volgende aspecten van belang:  Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? Ja, het plan omvat 16 woningen en betreft daarom een stedelijke ontwikkeling.

 Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? Ja, de ontwikkeling is nieuw, er is geen bouwrecht aanwezig voor het initiatief.  Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? Het verzorgingsgebied betreft Nunspeet; het plan past in het jaarlijkse woningbouwcontingent zoals de provincie Gelderland en de gemeente zijn overeengekomen, zie paragraaf 3.3.  Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Ja, zie paragraaf 3.3.  Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? Ja, de ontwikkeling ligt in bestaand stedelijk gebied. Het Rijksbeleid staat de uitvoer van voorliggend plan niet in de weg.

3.2

Provinciaal beleid

Algemeen In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid. Op 24 september 2014 is door Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Deze is op 19 december 2018 geactualiseerd op basis van de nieuwe omgevingsvisie. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan bestemmingsplannen (en uitwerkingsplannen) moeten voldoen. Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De provincie wil de focus leggen op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving. Deze ambities worden hieronder kort samengevat:  Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten;  Een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid;  Een voortvarend en innovatief circulair beleid;

10

Bergakkerweg 28-32, Nunspeet

   

Een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit; Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag; Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat; Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen.

Omgevingsverordening Gelderland De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Planspecifiek Omgevingsvisie- en verordening Gelderland In de omgevingsvisie- en verordening zijn geen nadere regels en beleid opgenomen die van invloed zijn op voorliggend plan.

3.3

Gemeentelijk beleid

Omgevingsvisie 2018 Nunspeet De gemeente Nunspeet heeft een integrale toekomstvisie voor de gehele gemeente opgesteld, de Omgevingsvisie Nunspeet. Eén van de thema's is het initiëren en accommoderen van gebiedsgericht milieu- en gezondheidsbeleid. De kernpunten van dit thema zijn:  Integraal verweven van gezondheids- en milieuaspecten in alle gemeentelijke thema's.  Gebiedsgerichte streefbeelden als uitgangspunt voor beheer en ontwikkeling hanteren, benoemen van actie op basis daarvan. Gericht op de relatie gezondheid en inrichting leefomgeving, worden uitgangspunten gehanteerd als:  Voldoende groen, water en speelvoorzieningen ook in de kernen en goed bereikbaar vanuit de kernen.  Het stimuleren van fiets en openbaar vervoergebruik en het verminderen van het autogebruik.  Een aantrekkelijke en veilige inrichting van de openbare ruimte.  Letten op gezondheidsaspecten als luchtkwaliteit, zoönosen en fijnstof. Wat betreft wonen wil de gemeente dat iedereen moet kunnen blijven wonen in een woning en op een plek waar men zich thuis voelt. Dat geldt ook voor degene die zich vanwege werk of om andere redenen in de gemeente wil vestigen. Dit betekent dat nieuwbouw en herontwikkeling zo goed mogelijk voldoen aan de uitbreidingsbehoefte, zowel in aantallen, woningtypen als woningprijzen. De gemeente wil aantrekkelijke woonmilieus behouden en toevoegen.

De ligging van de kernen te midden van natuurwaarden levert daarbij zowel kansen als uitdagingen op. Toevoegingen van woonlocaties zijn in balans met de uitbreidingsbehoefte. Er is geen sprake van een grote herstructureringsopgave, zodat dergelijke projecten kleinschalig van karakter zijn en een kwaliteitsimpuls moeten vormen voor de (woon)omgeving. Kernwoorden zijn duurzaam, energieneutraal en levensloopbestendig. Planspecifiek Met dit initiatief worden 16 nieuwe appartementen mogelijk gemaakt in verschillende prijsklassen, waaronder woningen geschikt voor starters en senioren. Met deze uitwerking kunnen verschillende doelgroepen bediend worden. Naast deze kwalitatieve afstemming is eerder al de kwantitatieve afstemming geregeld zoals beschreven in paragraaf 3.2. Het plan sluit daarmee aan op de Omgevingsvisie van de gemeente Nunspeet.

Bergakkerweg 28-32, Nunspeet

11

Woonvisie "Goed wonen in de gemeente Nunspeet" In februari 2020 is de visie “Goed Wonen in de Gemeente Nunspeet” vastgesteld, deze woonvisie geldt voor de periode 2020-2025. Wat betreft “wonen” gaat het goed in Nunspeet. De woningbouwproductie neemt toe en de laatste jaren kent de gemeente een positief verhuissaldo, oftewel er komen meer mensen wonen in de gemeente dan dat er vertrekken. De toename wordt voornamelijk veroorzaakt door de vestiging van jonge gezinnen uit de grotere steden. Jongeren, eenpersoonshuishoudens en paren zonder kinderen vertrekken juist naar de grotere steden. De afgelopen jaren heeft de gemeente de woningproductie fors verhoogd, ondanks dat is er nog steeds sprake van druk op de woningmarkt. Het aantal huishoudens neemt toe en er is sprake van een inhaalvraag, als gevolg van de huidige krapte in de markt. Naast de natuurlijke groei van het aantal huishoudens, komt daarbovenop nog het woningtekort van starters en spoedzoekers. De groei van het aantal huishoudens tot 2025 zorgt voor een uitbreiding van het aantal woningen met ongeveer 670 en kijken wij verder naar 2030 dan komt de uitbreiding totaal uit op 950 woningen.

Bij deze woningbehoefte hoort een en plancapaciteit die er bij benadering als volgt uitziet: Sociale huur (huur tot circa € 720,- per 20% maand) Middeldure huur (€ 720,- € 1.000,- per 8% maand) Sociale koop³ (tot € 200.000) 14% Betaalbare koop³ (€ 200.000,- tot € 265.000,- 20% ) Middeldure koop³ (€ 265.000,- tot € 19% 350.000,Dure koop (€ 350.000,- en meer) 19% ³ v.o.n. prijs voor een compleet uitgeruste woning

Sociale huur De komende jaren zijn er ook extra woningen nodig in de sociale huursector. De behoefte aan sociale huurwoningen bedraagt tot de periode 2025 ongeveer 140 huurwoningen. Een doelstelling is om in bouwplannen van een zekere omvang(>50) 25% tot 35% sociale huur te realiseren. Dit zou ook gelden voor deze fase van Molenbeek. Echter is het voornemen om naast Molenbeek fase 3 ook de locatie Kijktuinen in Nunspeet voor 2025 gerealiseerd te hebben. Het woningbouwprogramma van deze locatie richt zich in belangrijke mate op woningen voor mensen met een beperkte beurs, zowel in de vorm van al dan niet grondgebonden sociale huurwoningen onder de liberalisatiegrens (momenteel € 720,-) als in de vorm van koopwoningen met een v.o.n.-prijs van maximaal € 200.000,-. Middeldure huur/betaalbare koopwoningen. Voor zover er nog ruimte is binnen de afspraken die er al bestaan over de woningbouwontwikkeling in Molenbeek fase 3 zou deze ruimte benut kunnen worden door deze in te vullen met middeldure huurwoningen en/of betaalbare koopwoningen. De woningmarkt van Nunspeet kenmerkt zich als een kopersmarkt. Waar op de korte termijn behoefte bestaat aan alle koopprijssegmenten, maar met name aan woningen met een prijs tussen € 200.000,- en € 265.000,en goedkopere koopwoningen tot € 200.000,De woningmarkt kan worden gezien als een soort ladder.

In een ideale woningmarkt kent deze ladder treden

12

Bergakkerweg 28-32, Nunspeet

waarbij huishoudens bij elke verhuizing een trede op de ladder omhoog zetten. In Nunspeet ontbreken nagenoeg een aantal treden: zo kent Nunspeet een sociale huursector en veel middeldure en dure koopwoningen, maar nauwelijks huurwoningen in de vrije sector en betaalbare koopwoningen. Dit bemoeilijkt de doorstroming op de markt. Voor huurders die willen doorstromen is er geen alternatief aanbod beschikbaar waardoor deze groep blijft zitten in de sociale huursector. De groep een- en twee persoonshuishoudens van 75 jaar en ouder groeit waardoor de behoefte naar appartementen en grondgebonden seniorenwoningen op langere termijn toeneemt. Daarnaast zien we dat het passend toewijzen in de sociale huursector er voor zorgt dat een deel van de woningzoekenden niet kunnen instromen in de sociale huurwoningen. Voor hen zal een alternatief in de vorm van middenhuur gerealiseerd kunnen worden. Dit is een huur tussen de liberalisatiegrens € 720,- en € 1.000,-. Dit geldt ook voor de groep die niet in staat is om een huis te kopen. De verwachting is wel dat een deel van deze groep blijft zitten waar ze zit en dat een ander deel mogelijk doorstroomt naar de particuliere huur- of koopsector, hoewel verwacht wordt dat die laatste groep lager is dan gewenst zou zijn.

De huidige druk op de woningmarkt en de eisen die aan de huidige woningen worden gesteld zorgen ervoor dat ook de goedkoopste koopwoningen moeilijk bereikbaar zijn voor starters. Uit de financieringslasttabellen 2019 van het Nibud blijkt dat huishouden met een inkomen van € 38.000,- slechts een hypotheek tot € 170.000,- kunnen krijgen bij 2,25% hypotheekrente. Daarbij komt dat er straks een generatie op de woningmarkt komt die een studieschuld hebben wat gevolgen heeft voor de hoogte van de hypotheek. Om woningen toch voor de doelgroep starters bereikbaar te houden wordt ingezet op de starterslening en ook wordt middels anti- speculatiebeding de grondprijs te verlaagd. Ondanks deze maatregelen zal er ook gestuurd moeten op betaalbaarheid. Naast sturen op woningen voor kleinere huishoudens blijft het aandeel gezinnen in de gemeente Nunspeet ook op lange termijn groot, waardoor alle koopsegmenten ook op lange termijn kansrijk blijven. In 2040 zal volgens de prognose nog steeds 35% van alle huishoudens uit gezinnen met kinderen bestaan (2019: 39%). De doelgroep gezinnen blijft door zijn aanhoudende omvang dus ook in de toekomst een factor van betekenis op de woningmarkt. Verhuisgeneigde gezinnen met kinderen zoeken vaak een eengezinskoopwoning.

Dit zorgt er mede voor dat de behoefte aan koopeengezinswoningen in Nunspeet ook in de toekomst, ondanks de vrijkomende woningen van ouderen, groot blijft. Wanneer de grote babyboomgeneratie straks komt te overlijden of noodgedwongen naar een zorginstelling verhuist, neemt op de lange termijn het vrijkomend aanbod van koopeengezinswoningen in de bestaande voorraad toe. Dit vrijkomend aanbod zal op termijn invloed hebben op de afzetbaarheid van nieuwbouwwoningen. Daarbij zal de waarde van minder courante woningen, die niet voldoen aan de wensen en eisen van de tijd, in prijs zakken. Planspecifiek Met voorliggend uitwerkingsplan worden 16 nieuwe appartementen mogelijk gemaakt. De ontwikkeling van deze appartementen voorziet in de vraag naar woningen voor verschillende doelgroepen. Het initiatief heeft een divers programma van (koop)woningen, met zowel betaalbare koopwoningen, middeldure koopwoningen en dure koopwoningen. Het plan is daarmee in lijn met de woonvisie van de gemeente Nunspeet. Beleidsregel Woningbouw Op Maat In de Woonvisie is opgenomen dat nieuwbouw noodzakelijk is om tot een passend woningaanbod te komen voor een divers aantal mensen. Tegelijkertijd tonen de prognoses dat op de middellange termijn rekening moet worden gehouden met de terugloop van het aantal huishoudens.

Om aan deze ontwikkelingen de juiste sturing te geven, is in de woonvisie het 'strategisch programmeren' geïntroduceerd. Met de provincie Gelderland zijn afspraken gemaakt om de volgende drie maatregelen te nemen:

Bergakkerweg 28-32, Nunspeet

13

a. b. c.

Temporisering/fasering Molenbeek Herprogrammering niet benutte locaties Sturen op invulling nieuwe woningbouwinitiatieven.

Het doel van het vervolgdocument van de Woonvisie, de Beleidsregel Woningbouw op Maat, is om een strategische aanpak en afwegingskader te ontwikkelen waarmee de gemeente gerichter sturing kan geven aan nieuwe initiatieven voor woningbouw in de gemeente. In de visie staat beschreven waar de gemeente de komende jaren met woningbouw op wil in zetten, hoe zij dit wil bereiken en aan welke criteria de nieuwe initiatieven worden getoetst. Om tot een goed afgestemde woningmarkt te komen, geeft de gemeente de markt veel ruimte. Voor het toetsen van nieuwe initiatieven heeft de gemeente een afwegingskader opgesteld, bestaande uit zeven uitgangspunten: 1. Het benutten van inbreidingslocaties heeft de prioriteit; 2. Bij inbreidingslocaties inzetten op verbetering ruimtelijke kwaliteit ter plaatse; 3. Innovatie en maatwerk op individuele locaties in buitengebied 4. Geen mogelijkheden voor nieuwe uitbreidingslocaties 5. Het plan past binnen de beschikbare gemeentelijke kwantitatieve woningbouwcapaciteiten tot en met 2024; 6. Doelgroepen / woningtypen passen binnen de behoefte van de woonvisie; 7. Inzetten op kleinschalige locaties, organische groei en flexibele concepten. Planspecifiek De hiervoor benoemde 7 uitgangspunten van het afwegingskader van de Beleidsregel Woningbouw op Maat zijn hieronder onderbouwd. 1.

Inbreiden voor uitbreiding Het plangebied betreft de herontwikkeling van een garagebedrijf in de kern Nunspeet en is daarmee een inbreidingslocatie. 2. Bij inbreiding inzetten op verbetering ruimtelijke kwaliteit Met de realisatie van een appartementencomplex verdwijnt een garagebedrijf ten gunste van een nieuw appartementencomplex. Een nieuwe bedrijfsfunctie in het pand is ongewenst, er zijn namelijk locaties in Nunspeet met een betere ontsluiting beschikbaar. De woonfunctie is door de nabijheid van voorzieningen een geschikte functie en sluit aan op het noordelijk gelegen woongebied. Hiermee verbetert de ruimtelijke kwaliteit in dit deel van Nunspeet. 3. Innovatie en maatwerk op individuele locaties in buitengebied Gezien de ligging in het centrum van Nunspeet is dit aspect niet van toepassing. 4. Geen mogelijkheden voor nieuwe uitbreiding Dit plan betreft geen uitbreidingslocatie en dit aspect is daarom niet van toepassing. 5. Het plan moet passen binnen kwantitatieve woningbouwcapaciteiten tot en met 2024 Dit plan is nog niet opgenomen in de tot nu bekende plancapaciteit en daarom is (nog) geen contingent beschikbaar. Met de toekenning van het jaarlijks beschikbare contingent ten gunste van dit project past het plan binnen de plancapaciteit tot en met 2024. 6.

Doelgroepen / woningtypen moeten passen binnen de Woonvisie In de woonvisie noemt de gemeente het belang van voldoende woonruimte voor starters, jonge gezinnen en senioren. Vanuit het kwalitatieve woningaanbod speelt voorliggend plan in op deze behoefte. De omvang van de appartementen en de lift in het complex maakt dat deze geschikt zijn als starterswoningen en seniorenwoningen. Het plan draagt daarmee bij aan het beleid om jonge mensen voor de gemeente te behouden en te voorzien in een passend woningaanbod voor senioren.

14

Bergakkerweg 28-32, Nunspeet

7. Inzetten op kleine locaties, organische groei, flexibele concepten Voorliggend plan omvat herstructurering van een garagebedrijf tot appartementencomplex. Het is daarmee een kleine locatie ten opzichte van andere plannen in Nunspeet. Door de verschillende groottes van appartementen is sprake van verschillende doelgroepen en flexibiliteit. Gezien de onderbouwing van de uitgangspunten van het project past het binnen de Beleidsregel Woningbouw op Maat en is het initiatief uitvoerbaar vanuit het woningbeleid van de gemeente Nunspeet. Geldend bestemmingsplan Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Nunspeet Centrum’, vastgesteld op 29 maart 2012. Navolgende afbeelding toont een uitsnede van de verbeelding met daarop de bestemmingen van het plangebied en de omgeving.

Uitsnede bestemmingsplan 'Nunspeet Centrum'.

Het plangebied heeft grotendeels de bestemming 'Bedrijf'. Op de bestemming ligt een bouwvlak, met een functieaanduiding 'Specifieke vorm van bedrijf - 1'. De bouwhoogte en goothoogte binnen dit bouwvlak zijn beide 6 meter. Voor het gehele bouwvlak geldt een maximum bebouwingspercentage van 100%.

Bergakkerweg 28-32, Nunspeet

15

Het gebied rond de woningen heeft de bestemming 'Wonen', met een strook met de bestemming 'Tuin' tussen de woonbestemming en de weg. Binnen deze bestemming is een bouwvlak opgenomen, waar twee tweeonder-een-kap woningen gerealiseerd mogen worden. Het zuidwestelijk deel van het terrein heeft de bestemming 'Centrum'. Op dit gehele vlak ligt een bouwvlak, waar een bebouwingspercentage van 90% is toegestaan. Tot slot ligt het gehele plangebied binnen de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 3, die restricties stelt aan bouwplannen groter dan 500 m2. Het realiseren van de appartementen binnen de bestemming 'Bedrijf' is strijdig met dit bestemmingsplan. Omdat de realisatie van deze appartementen gewenst is en passend is binnen de beleidsregel Woningbouw op Maat, is voor dit initiatief de procedure voor een omgevingsvergunning gestart.

16

Bergakkerweg 28-32, Nunspeet

Hoofdstuk 4

Uitvoerbaarheid

Voor een buitenplanse afwijking van het bestemmingsplan moet als gevolg van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) de uitvoerbaarheid aangetoond worden (artikel 3.1.6 van het Bro). Daaronder valt zowel de onderzoeksverplichting naar verschillende ruimtelijk relevante aspecten (geluid, bodem, etc.) als ook de economische uitvoerbaarheid van het plan.

4.1

Milieu

4.1.1 Bodem Op grond van de Wet Bodembescherming (Wbb) moet aangetoond worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming is met het beoogde gebruik. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Planspecifiek Door het mogelijk maken van de nieuwe woonfunctie op het plangebied wordt een gevoelige bestemming toegevoegd. Door de bouw van een nieuw appartementencomplex worden tevens grondwerkzaamheden uitgevoerd. In het kader van de Wet bodembescherming is het daarom van belang te kijken naar de kwaliteit van de bodem. Voor het initiatief is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het rapport van dit onderzoek is opgenomen in bijlage 1. Hieruit bleek dat in het plan sprake was van een beperkte bodemvervuiling, en nader onderzoek naar deze vervuiling vereist is. Daarnaast zijn ook sporen van asbest aangetroffen, waarmee een asbestinventarisatie vereist is. Het nader bodemonderzoek is opgenomen als bijlage 2. Uit dit onderzoek blijkt dat een deel van het plangebied vervuild is met mineraal olie. Deze vervuiling moet gesaneerd worden on de sloop en de bouw van de nieuwe appartementen uit te kunnen voeren. Voor de sanering van deze vervuiling wordt een BUS-melding gedaan. De asbestinventarisatie is opgenomen als bijlage 3.

Hieruit blikt dat in en rondom de bebouwing op de locatie asbest aanwezig is. De sanering van deze asbestvervuiling zal in de BUS-melding worden meegenomen. 4.1.2 Lucht De mate van blootstelling aan luchtverontreiniging speelt een rol in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Met betrekking tot 'luchtkwaliteit' zijn twee aspecten van belang. Ten eerste of de luchtkwaliteit ter plaatse de nieuwe functie toelaat (de gevoeligheid van de bestemming) en ten tweede wat de bijdrage is van het plan aan die luchtkwaliteit. Luchtkwaliteit ter plaatse In de Wet milieubeheer zijn normen opgenomen voor de concentraties van een aantal stoffen in de buitenlucht ter bescherming van de mens. De belangrijkste stoffen zijn PM10 en PM2,5 (fijnstof) en NO2 (stikstofdioxide). De grenswaarde van PM10 en NOx bedraagt 40 µg/m3, van PM2,5 is dat 25 µg/m3. Bijdrage aan luchtkwaliteit In de Wet milieubeheer zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen. De Wet maakt een onderscheid tussen 'kleine' en 'grote' projecten. Kleine projecten dragen 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekenende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat hierbij vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen).

Bergakkerweg 28-32, Nunspeet

17

Wat het begrip 'in betekenende mate' precies inhoudt, staat in de algemene maatregel van bestuur "Niet in betekenende mate bijdragen" (Besluit NIBM). Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten die jaarlijks meer dan 3 procent bijdragen aan de jaargemiddelde norm voor fijnstof en stikstofdioxide (1,2 microgram per m3) een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 procent bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing. Dat betekent bijvoorbeeld dat lokale overheden een toevoeging van minder dan 1.500 huizen niet hoeven te toetsen aan de normen voor luchtkwaliteit, omdat een dergelijk project per definitie niet boven de 3%-norm komt. Deze kwantitatieve vertaling naar verschillende functies is neergelegd in de Regeling 'niet in betekenende mate bijdragen'. Planspecifiek Luchtkwaliteit ter plaatse van het initiatief Vanuit een goede ruimtelijke ordening is de huidige luchtkwaliteit ter plaatse getoetst met behulp van de NSL Monitoringstool (www.nsl-monitoring.nl). Door de metingen ter plaatse te toetsen aan de grenswaarden is gekeken of sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

Uit metingen van het dichtstbijzijnde rekenpunt 702163 (aan de A28, ter hoogte van de rotonde met de Elspeterweg) zijn de volgende concentraties naar voren gekomen: NO2 (stikstofdioxide) PM10 PM2,5 (fijnere (fijnstof) fractie van fijnstof) Gemeten totale concentratie 14,5 µg/m3 15,7 µg/m3 9,15 µg/m3 jaargemiddelde 2020 (µg/m3) Grenswaarde concentratie 40 µg/m3 40 µg/m3 25 µg/m3 (µg/m3) De gemeten concentraties stikstofdioxide en fijnstof liggen ruim onder de gestelde grenswaarden. Met betrekking tot de luchtkwaliteit zijn geen belemmeringen voor onderhavig initiatief. Bijdrage initiatief Met het initiatief wordt de bouw en het gebruik van 16 nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Ten aanzien van de bijdrage aan luchtkwaliteit is het initiatief van geringe omvang ten opzichte van de benoemde grenswaarde (3%, gelijk aan 1.500 woningen). Op basis van de te verwachten toename aan verkeersbewegingen ten gevolge van het project is te concluderen dat dit project 'niet in betekende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Een nadere toetsing ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect luchtkwaliteit. 4.1.3 Geluid De mate waarin het geluid het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh).

De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. In de Wgh worden de volgende objecten beschermd:  woningen;  geluidgevoelige gebouwen, zoals scholen, ziekenhuizen, verzorgings- en verpleeghuizen, psychiatrische instellingen en kinderdagverblijven;  geluidsgevoelige terreinen (woonwagenstandplaatsen en bestemde ligplaatsen voor woonschepen). Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. Binnen deze zones bepaalt het bevoegd gezag de te hanteren grenswaarden. Er geldt een voorkeursgrenswaarde en een bovengrens (hoger mag niet). De Wgh gaat verder onder meer ook in op geluidwerende voorzieningen. De belangrijkste bronnen van geluidhinder die bij een ruimtelijke ontwikkeling aan de orde kunnen zijn betreffen: industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai.

18

Bergakkerweg 28-32, Nunspeet

Planspecifiek Voor voorliggend document is het van belang te kijken naar de mogelijke gevolgen van wegverkeerslawaai. De Bergakkerweg en de Kerkendriest hebben beide en maximumsnelheid van 30 km per uur. De Bergakkerweg is een weg voor eenrichtingsverkeer. In artikel 74 lid 2 van de Wgh wordt een uitzondering gemaakt voor wegen met een 30 km-regime en woonerven. Deze wegen hebben geen geluidszone en zijn daarmee niet onderzoeksplichtig. Er zijn geen redenen om te vermoeden dat het verkeer over deze wegen ondanks de lage snelheid zal leiden tot geluidshinder. Daarmee is er sprake van een goede ruimtelijke ordening. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect geluid. 4.1.4 Milieuzonering Milieuzonering is het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Doel is om bij het opstellen van een ruimtelijk plan een goed en veilig leefklimaat te waarborgen, maar tegelijkertijd ook aan bedrijven voldoende milieuruimte te bieden voor het uitoefenen van hun activiteiten. De mate waarin bedrijven invloed hebben op hun omgeving is afhankelijk van de aard van de bedrijvigheid en de afstand tot een gevoelige bestemming. Milieugevoelige bestemmingen zijn gebouwen en terreinen die naar hun aard bestemd zijn voor het verblijf van personen gedurende de dag of nacht of een gedeelte daarvan (bijvoorbeeld woningen).

Daarnaast kunnen ook landelijke gebieden en/of andere landschappen belangrijk zijn bij een zonering tot andere, minder gevoelige, functies zoals bedrijven. Milieuzonering heeft betrekking op aspecten met een ruimtelijke dimensie, zoals geluid, geur, gevaar en stof. De mate van belasting, en daarmee de gewenste aan te houden afstand, kan per aspect en per bedrijfstype en verschillen. In de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is een lijst opgenomen met daarin de minimale richtafstanden tussen een gevoelige bestemming en bedrijven. Van deze richtafstanden kan worden afgeweken, mits wordt onderbouwd waarom de feitelijke milieuhinder als minder belastend wordt gezien. Het belang van milieuzonering wordt steeds groter aangezien functiemenging steeds vaker voorkomt. Hierbij is het motto: 'scheiden waar het moet, mengen waar het kan'. Planspecifiek Met het initiatief wordt een nieuw appartementencomplex gerealiseerd, waarmee een nieuwe milieugevoelige functie mogelijk wordt gemaakt. Daarnaast worden twee bestaande woningen gesloopt en verbouwd. Gezien de ligging nabij panden met de functies 'Centrum' en 'Gemengd' kan het plangebied worden gezien als een gemengd gebied, waarbinnen de richtafstanden op grond van de Staat van bedrijfsactiviteiten uit de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' van de VNG met 1 stap worden verkleind.

In de nabijgelegen gebieden met de bestemmingen 'Gemengd' en 'Centrum' zijn functies met een milieucategorie van 2 toegestaan. In een gemengd gebied is de maximale richtafstand voor een functie met milieucategorie 2 10 meter. Binnen 10 meter van de nieuwe appartementen en de woningen liggen geen milieubelastende functies. De komst van deze appartementen zal de bedrijfsvoering uitbreidingsmogelijkheden van de omliggende milieubelastende functies niet hinderen. Daarnaast zal er in de appartementen en woningen sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect milieuzonering. 4.1.5 Externe veiligheid Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving die ontstaan door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Hierbij gaat het om risicovolle inrichtingen, transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en buisleidingen.

Bergakkerweg 28-32, Nunspeet

19

De verplichting om in een ruimtelijk plan in te gaan op deze risico's komt voort uit het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi), het 'Besluit externe veiligheid transportroutes' (Bevt) en het 'Besluit externe veiligheid buisleidingen' (Bevb). Daarnaast zijn in het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Vuurwerkbesluit veiligheidsafstanden genoemd die moeten worden aangehouden rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting. De wetgeving richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven, en grote kantoorgebouwen (>1500 m²). Beperkt kwetsbaar zijn kleinere kantoren en winkels, horeca, parkeerterreinen en bedrijfsgebouwen waarin geen grote aantallen personen aanwezig zijn. Binnen het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico (PR) van 10-6 per jaar en het groepsrisico (GR). Het plaatsgebonden risicobeleid bestaat uit harde afstandscontouren tussen risicobron en (beperkt) kwetsbaar object. Het wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 per jaar (de kans dat per jaar 1 persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof mag niet groter zijn dan 1 op een miljoen). Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers.

Bij de berekening van het groepsrisico spelen mee de aard en hoeveelheid van de gevaarlijke stoffen en het aantal potentiële slachtoffers. Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet worden vastgesteld of het plangebied is gelegen binnen de PR en/of de invloedsgebieden van het GR. Binnen de 10-6-contour is het realiseren van kwetsbare objecten niet toegestaan. Planspecifiek Via de website risicokaart.nl kan voor de locatie worden vastgesteld of er in de directe omgeving inrichtingen, buisleidingen en / of belangrijke transportroutes aanwezig zijn die in het kader van de externe veiligheid van belang zijn.

Screenshot risicokaart, plangebied blauw omcirkeld

20

Bergakkerweg 28-32, Nunspeet

Uit de risicokaart is op te maken dat het initiatief niet binnen de 10 -6-contour van het PR van enige risicovolle inrichtingen of transportroutes voor gevaarlijke stoffen ligt. Het initiatief ligt wel binnen het invloedsgebied van de spoorlijn ten zuiden van het plangebied. Deze spoorlijn ligt op een afstand van ca. 300 meter ten zuiden van het plangebied, waarmee het plangebied niet binnen de meest relevante zone voor het groepsrisico (de 200 meter zone) van de spoorlijn ligt. Op grond van artikel 7 van het Bevt moet voor de spoorweg, gezien de ligging, worden ingegaan op de mogelijkheden voor:  de bestrijdbaarheid van een zwaar ongeval op deze transportroute en  de zelfredzaamheid met betrekking tot nog niet aanwezige (beperkt) kwetsbare objecten binnen het plangebied. Volgens artikel 9 van het Bevt moet de veiligheidsregio in de gelegenheid worden gesteld om hierover een advies uit te brengen. In dit geval is sprake van een standaardsituatie, waarvoor onderstaande verantwoordingstekst kan worden gehanteerd. Relevant hierbij is ook dat het ruimtelijke besluit geen betrekking heeft op het mogelijk maken van een (nog niet aanwezig) "bijzonder kwetsbare object", bestemd voor verminderd zelfredzame personen. Bestrijdbaarheid Bij een calamiteit, waarbij toxische vloeistoffen of gassen (kunnen) vrijkomen, zal de brandweer inzetten op het beperken of voorkomen van effecten.

Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid Bij een calamiteit, waarbij toxische vloeistoffen of gassen vrijkomen, is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij dat incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Bij het genoemde incidentscenario is het advies om te schuilen in een gebouw en de ramen, deuren en ventilatieopeningen te sluiten. Er zijn voldoende mogelijkheden om dit advies tijdig op te volgen. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect externe veiligheid

4.2

Water

Water is een belangrijk thema in de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e.d.) voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Waterbeleid voor de 21e eeuw De Commissie Waterbeheer 21e eeuw heeft advies uitgebracht over het toekomstige waterbeleid in Nederland. De adviezen van de commissie staan in het rapport 'Anders omgaan met water, Waterbeleid voor de 21ste eeuw' (WB21). De kern van het rapport WB21 is dat water de ruimte moet krijgen, voordat het die ruimte zelf neemt. In het Waterbeleid voor de 21e eeuw worden twee principes (drietrapsstrategieën) voor duurzaam waterbeheer geïntroduceerd:

Bergakkerweg 28-32, Nunspeet

21

vasthouden, bergen en afvoeren: dit houdt in dat water zoveel mogelijk bovenstrooms wordt vastgehouden in de bodem en in het oppervlaktewater. Indien nodig wordt overtollig water tijdelijk geborgen in bergingsgebieden en pas als vasthouden en bergen niet meer mogelijk is wordt het water afgevoerd. schoonhouden, scheiden en zuiveren: hier gaat het erom dat het water zoveel mogelijk schoon wordt gehouden. Vervolgens worden schoon en vuil water zoveel mogelijk gescheiden en als laatste komt het zuiveren van verontreinigd water aan bod.

Waterwet De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Daarnaast levert de Waterwet een flinke bijdrage aan kabinetsdoelstellingen zoals vermindering van regels, vergunningstelsels en administratieve lasten. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de aloude vergunningstelsels uit de voorheen afzonderlijke waterbeheerwetten zijn gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de watervergunning. Nationaal Waterplan Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan vastgesteld door het kabinet. Dit Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het Nationaal Waterplan richt zich op bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van voldoende en schoon water en de diverse vormen van gebruik van water. Het geeft maatregelen die in de periode 2016-2021 genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten. Beleid waterschap Vallei en Veluwe In het Waterbeheerprogramma 2016 - 2021 heeft waterschap Vallei en Veluwe tactische doelen geformuleerd. Per jaarplan geeft het waterschap concreet invulling aan de daadwerkelijke realisatie van deze doelen.

Daarnaast heeft het waterschap de Keur met de Algemene – en Beleidsregels van Waterschap Vallei en Veluwe vastgesteld. Alle handelingen in of nabij een waterstaatswerk worden hieraan getoetst. In de Het Algemene beleidsregels (3e wijziging, 2017) bij de Keur 2013 wordt ten doel gesteld dat een uitbreiding van het verhard oppervlak in principe, vanuit waterhuishoudkundig oogpunt, waterbalans neutraal moet plaatsvinden. Voor ruimtelijke ontwikkelingen gelden op basis van beleid bovengenoemd beleid de volgende uitgangspunten:  Hemelwater wordt op basis van de trits 'vasthouden-bergen-afvoeren' zoveel mogelijk ter plaatse vastgehouden. Wanneer lozen in de bodem redelijkerwijs niet mogelijk is kan geloosd worden op oppervlaktewater. Lozen op de riolering is in principe niet toegestaan;  Afvalwater niet zijnde 'schoon' hemelwater aansluiten op het riool;  Houdt bij het ontwerp rekening met de gemiddelde hoogste grondwaterstand;  De ontwikkeling dient in de gebruiksfase grondwaterneutraal te zijn. Structurele drainage of andere middelen om grondwater af te voeren zijn in principe niet toegestaan;  Geen uitlogende materialen gebruiken op plaatsen die in contact kunnen komen met (grond)water; Er is sprake van een vrijstelling van het compenseren van de toename van verhard oppervlak als de toename minder is dan 1.500 m² in stedelijk gebied.

In landelijk gebied geldt deze vrijstelling ook, tenzij de afvoer niet plaatsvindt in een oppervlaktelichaam met de aanduiding 'water met natuurfunctie zijnde Hen-Sed water' op de natuurkaart behorende bij de Algemene Regels van de Keur. Dan is er sprake van een vrijstelling bij een toename van het verhard oppervlak van minder dan 4.000 m².

22

Bergakkerweg 28-32, Nunspeet

Watertoets De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is geen technische toets, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek. De watertoets bestaat uit twee onderdelen:  de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om de waterbeheerder vroegtijdig in de planvorming te betrekken, en  de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om in hun plan verantwoording af te leggen over de manier waarop omgegaan is met de inbreng van de waterbeheerder. Dit laatste gebeurt doorgaans in de waterparagraaf bij het betreffende plan. Planspecifiek Watertoets Voor dit plan is de digitale watertoets ingevuld. Hieruit blijkt dat er geen (beschermingszones van) beschermde waterkeringen/watergangen in het plangebied liggen. Het resultaat van de watertoets is na te lezen in bijlage 4. Er bevindt zich geen oppervlaktewater in of rondom het plangebied. In de huidige situatie is het gehele plangebied verhard. In de nieuwe situatie neemt het oppervlakte aan verharding beperkt af. Van compensatie van een toename van verhard oppervlak is daarmee geen sprake.

Het hemelwater wordt op eigen terrein verwerkt met een bovengrondse of ondergrondse voorziening en mag niet op de riolering worden aangesloten. Een tekening met de oplossing hiervoor is een bijlage bij de omgevingsvergunningsaanvraag, evenals deze ruimtelijke onderbouwing. Bij het uitwerken hiervan wordt rekening gehouden met het volgende. Er wordt rekening gehouden met de maatgevende bui: er wordt gerekend met 36 mm neerslag per m² verhard oppervlakte. De op het terrein aan te leggen bergingsvoorziening moet een overstortmogelijkheid krijgen, ook deze mag niet op het riool worden aangesloten. Bij het ontwerp wordt rekening worden gehouden hoe met neerslag overstorten bij (zeer) intensieve buien wordt omgegaan. Tevens zullen er niet uitlogende materialen worden toegepast, waardoor wordt voorkomen dat het te infiltreren hemelwater het grond- en/of oppervlaktewater zal verontreinigen. De nieuwe woningen zullen voor het afvalwater worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel in het gebied. Er is voldoende capaciteit beschikbaar om het vuilwater van de nieuwe appartementen te verwerken. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect water.

4.3

Ecologie

Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Per 01-012017 zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora en faunawet en de Boswet opgegaan in de nieuwe Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden, inheemse soorten en het bosopstanden in Nederland. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming worden de zogenoemde Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Natura 2000-gebieden kennen een zogenaamde 'externe werking'. Dit betekent dat ontwikkelingen die buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden gelegen zijn, ook getoetst moeten worden of er significant negatieve effecten optreden op het betreffende gebied.

Bergakkerweg 28-32, Nunspeet

23

Soortenbescherming Een hoofdstuk in de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in stand houden van populaties van soorten die bescherming behoeven. In de wet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten. Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen genomen moeten worden. De wet geeft de mogelijkheid aan provincies om voor een bepaald aantal soorten via een verordening een algemene vrijstelling op bepaalde verbodsbepalingen te geven. Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menige soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is. Planspecifiek In het kader van de gebieds- en soortenbescherming is een Quickscan flora en fauna uitgevoerd, die als bijlage 5 bij deze ruimtelijke onderbouwing is gevoegd. Gebiedsbescherming Uit het onderzoek blijkt dat het initiatief niet in het Gelders Natuurnetwerk ligt, en geen deel uitmaakt van een Natura 2000 gebied.

Significante negatieve effecten door indirecte verstoringsfactoren als gevolg van het initiatief zijn op voorhand uit te sluiten, met uitzondering van stikstofdepositie. Om de gevolgen van het initiatief op de stikstofdepositie op de Natura 2000 gebieden vast te stellen, is een voortoets stikstof opgesteld. Deze is na te lezen in bijlage 6. Uit deze voortoets blijkt dat het initiatief in zowel de aanlegfase als de gebruiksfase niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie op de Natura 2000 gebieden. Soortenbescherming Uit het onderzoek blijkt dat aanvullend onderzoek nodig is voor de volgende diersoorten: Steenmarters, huismussen, gierzwaluwen en gebouwbewonende vleermuizen. Met het initiatief worden geen bestaande bomen of groenstructuren verwijderd, waardoor onderzoek naar boombewonende vleermuizen niet nodig is. Ten slotte adviseert het onderzoek om de sloop van de bebouwing buiten het broedseizoen uit te voeren. Het nader onderzoek zal na de vergunningverlening uitgevoerd worden, onder voorwaarde dat niet met de sloop van de bestaande bebouwing begonnen mag worden voor het onderzoeksrapport gereed is. Indien dit onderzoek concludeert dat de aanvraag van een ontheffing voor de Wet natuurbescherming nodig voor het project, mag niet met de sloop- of bouwactiviteiten worden begonnen voor deze vergunning verleend is.

4.4

Verkeer

Onderdeel van goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. De nieuwe appartementen in het initiatief worden ontsloten via de Kerkendriest. De ontsluiting heeft voldoende capaciteit zodat er geen verkeersproblemen ontstaan. De herbouwde tweekapper blijft via de Bergakkerweg ontsloten. Met het initiatief worden 2 nieuwe betaalbare koopappartementen, 6 middeldure koopappartementen en 8 dure koopappartementen mogelijk gemaakt. De parkeernorm voor deze appartementen bedraagt 1,8 p.p. per betaalbare koopwoning, 2,1 p.p. per middeldure koopwoning, en 2,3 p.p. per dure koopwoning. Hiermee is de totale parkeerbehoefte als gevolg van deze woningen 34,6 parkeerplaatsen. Rekening houdend met de percentages voor dubbelgebruik die het CROW hanteert (maatgevend moment is de werkdagavond met bewoners 90% aanwezig en bezoekers 80% aanwezig), komt de parkeerbehoefte van de nieuwe appartementen op 30,6.

24

Bergakkerweg 28-32, Nunspeet

Daarnaast is de parkeernorm voor de bestaande twee-onder-een-kap woningen 2,4 p.p. per woning, waarmee de parkeerbehoefte van deze woningen 4,8 bedraagt. In het initiatief worden 33 nieuwe parkeerplaatsen aangelegd langs de Kerkendriest. Daarnaast worden bij de herbouw van de bestaande woningen twee parkeerplaatsen per woning op het eigen terrein van deze woningen aangelegd, waarmee in totaal 37 nieuwe parkeerplaatsen worden gerealiseerd ten behoeve van het initiatief. Hiermee is voldoende parkeergelegenheid beschikbaar voor de nieuwe appartementen en voor de bestaande woningen. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect verkeer.

4.5

Cultuurhistorie en archeologie

In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden.

Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Planspecifiek Cultuurhistorie Om de cultuurhistorische waarden van het plangebied te bepalen is gebruik gemaakt van de Erfgoedatlas gemeente Nunspeet. Het huidige garagebedrijf kent geen bijzondere cultuurhistorische waarde. Langs de Bergakkerweg staan meerdere woningen een aanduiding 'Historische bouwkunst. Het nieuwe appartementencomplex wordt ingepast in de bestaande stedenbouwkundige structuur. Met deze ontwikkeling worden geen cultuurhistorische waarden aangetast.

Bergakkerweg 28-32, Nunspeet

25

Archeologie In het geldende bestemmingsplan heeft de locatie de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Deze dubbelbestemming is gebaseerd op de hoge verwachtingswaarde op de archeologische waarden- en verwachtingskaart van de gemeente Nunspeet. Binnen deze bestemming is op basis van de hoge verwachting voor ontwikkelingen met bodemroerende werkzaamheden groter dan 500 m2 een archeologisch onderzoek vereist. Het nieuwe appartementencomplex heeft een oppervlakte van ca. 750 m 2. Om de verwachtingswaarde voor het gebeid te toetsten, is een archeologisch onderzoek uitgevoerd (zie bijlage 7). Hierin is bevestigd dat er sprake is van een hoge archeologische verwachtingswaarde in het plangebied. Als bodemingrepen beperkt blijven tot een diepte van minder dan 45 cm -mv is het effect op eventueel aanwezige waarden beperkt. Als er dieper bodemingrepen worden gepleegd, wordt geadviseerd een vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuvenonderzoek uit te voeren. De verwachting is dat de bodemingrepen dieper dan 45 cm -mv zullen gaan. Daarom wordt dit onderzoek in het kader van de sloop uitgevoerd. Dit kan als voorwaarde worden opgenomen in de omgevingsvergunning. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot cultuurhistorie en archeologie.

4.6

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:  het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is;  het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is;  het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe zal de gemeente voorafgaand aan de planologische procedure met de initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst afsluiten. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen. De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure zijn verrekend in de leges.

Eventuele extra gemeentelijke kosten worden gedekt door de exploitatieovereenkomst. Tevens zal een overeenkomst betreffende planschade worden afgesloten. Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Deze overeenkomst zal als een separate rapportage worden opgenomen. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd kan worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.

26

Bergakkerweg 28-32, Nunspeet

Hoofdstuk 5 5.1

Procedure

Inspraak en overleg

Inspraak Dit plan met een beperkte reikwijdte is niet voor inspraak ter visie gelegd. De directe buren zijn op de hoogte van dit plan. Overleg Onderhavig initiatief is in het kader van het wettelijk overleg besproken met het waterschap Vallei en Veluwe door middel van de digitale watertoets. Het waterschap heeft een positief advies gegeven over dit initiatief. Verder wordt advies gevraagd aan de omgevingsdienst Noord-Veluwe. De adviezen worden verwerkt in deze ruimtelijke onderbouwing.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11059752/1