CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 6f. St.t.i. Ruimtelijke onderbouwing Bergakkerweg 22-24

Commissie Ruimte en Wonen 7 februari 2022, gemeente NunspeetBij agendapunt: Afgifte (ontwerp) Verklaring van geen bedenkingen Bergakkerweg 22-24 / Kerkendriest.14.201 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing

Bergakkerweg 22-24, Nunspeet

December 2021

Definitief

‘Bergakkerweg 22-24, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING ‘BERGAKKERWEG 22-24, NUNSPEET’

Plannaam: Plantype: Status: Datum:

Bergakkerweg 22-24, Nunspeet Ruimtelijke onderbouwing Definitief December 2021

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

2

‘Bergakkerweg 22-24, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing

INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING .................................................................................. 4 1.1. 1.2 1.3 1.4 1.5

AANLEIDING .............................................................................................................................................4 LIGGING PROJECTGEBIED .............................................................................................................................4 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ....................................................................................................................5 EISEN AAN EEN RUIMTELIJKE ONDERBOUWING .................................................................................................6 LEESWIJZER ..............................................................................................................................................7

HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE ......................................................................... 8 2.1

BESCHRIJVING PROJECTGEBIED EN OMGEVING .................................................................................................8

HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING .................................................................... 10 3.1 3.2

RUIMTELIJKE ONTWIKKELING ......................................................................................................................10 VERKEER EN PARKEREN .............................................................................................................................12

HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER .......................................................................... 15 4.1. 4.2 4.3

RIJKSBELEID ............................................................................................................................................15 PROVINCIAAL BELEID ................................................................................................................................16 GEMEENTELIJK BELEID...............................................................................................................................18

HOOFDSTUK 5 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN .................................................. 23 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8

GELUID ..................................................................................................................................................23 BODEM..................................................................................................................................................24 LUCHTKWALITEIT .....................................................................................................................................25 EXTERNE VEILIGHEID .................................................................................................................................26 MILIEUZONERING ....................................................................................................................................27 ECOLOGIE...............................................................................................................................................30 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE ............................................................................................................33 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ............................................................................................................34

HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN....................................................................... 36 6.1 6.2

VIGEREND BELEID.....................................................................................................................................36 WATERTOETS ..........................................................................................................................................37

HOOFDSTUK 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ................................................. 39 HOOFDSTUK 8 VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN ...................................... 40 8.1 8.2

VOOROVERLEG ........................................................................................................................................40 INSPRAAK EN BURGERPARTICIPATIE ..............................................................................................................40

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING .............................................................................. 41 BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7

BODEMONDERZOEK .........................................................................................................................42 AKOESTISCH ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI. ...................................................................................43 AKOESTISCH ONDERZOEK PARKEERTERREIN KERKENDRIEST .......................................................................44 STIKSTOFONDERZOEK........................................................................................................................45 QUICKSCAN NATUURWAARDEN...........................................................................................................46 AANVULLEND ONDERZOEK NATUURWAARDEN .......................................................................................47 STANDAARD WATERPARAGRAAF .........................................................................................................48

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

3

‘Bergakkerweg 22-24, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 1 1.1.

INLEIDING

Aanleiding

Voorliggend ruimtelijke onderbouwing heeft betrekking op een locatie gesitueerd tussen de Bergakkerweg en de Kerkendriest te Nunspeet. Concreet gaat het om de locatie aan de Bergakkerweg 22-24. Ter plaatse van deze locatie bevindt zich een woonperceel en een perceel met een gemengde bestemming (wonen en detailhandel). In de gewenste situatie betreft het projectgebied een woonlocatie. Het voornemen bestaat om de bestaande bijgebouwen met een oppervlak van circa 200 m² aan de Bergakkerweg 22 te slopen, de bestaande woningen aan de Bergakkerweg 22 en 24 blijven hierbij behouden. Het voornemen is om ten westen van deze woningen (aan de Kerkendriest), bij wijze van inbreiding, een appartementengebouw met 8 appartementen (4 koop en 4 huur) te realiseren. Om dit perceel te ontsluiten wordt aan de Kerkendriest een nieuwe inrit gerealiseerd. Het voornemen is niet in overeenstemming met de geldende gebruiks- en bouwmogelijkheden van het geldende bestemmingsplan ‘Nunspeet Centrum’. De gemeente Nunspeet heeft aangegeven in principe medewerking te willen verlenen aan de voorgenomen ontwikkeling. In voorliggend geval kan van het bestemmingsplan worden afgeweken en medewerking worden verleend middels een omgevingsvergunning conform artikel 2.12 eerste lid onder a, sub 30 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

Deze afwijking van het bestemmingsplan moet gemotiveerd worden met een ruimtelijke onderbouwing, waarin wordt aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met ‘een goede ruimtelijke ordening’. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing voorziet hierin.

1.2

Ligging projectgebied

Het projectgebied is gelegen in het centrum van Nunspeet. In figuur 1.1 is de ligging van het projectgebied ten opzichte van Nunspeet (rode ster) en de directe omgeving (rode omkadering) weergegeven.

Figuur 1.1: Ligging projectgebied (Bron PDOK)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

4

‘Bergakkerweg 22-24, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing

1.3

Huidig planologisch regime

1.3.1

Algemeen

Het projectgebied is gelegen binnen de begrenzing van het bestemmingsplan “Nunspeet Centrum” van de gemeente Nunspeet. Dit bestemmingsplan is op 29 maart 2012 vastgesteld door de gemeenteraad van Nunspeet. In figuur 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij het bestemmingsplan opgenomen. Het projectgebied is weergegeven met de rode contour.

Figuur 1.2: Uitsnede geldende bestemmingsplan “Nunspeet Centrum” (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)

1.3.2

Beschrijving bestemmingen en aanduidingen

Ter plaatsen van het projectgebied zijn de gronden deels bestemd als ‘Gemengd’ en deels als ‘Wonen’ en ‘Tuin’. Daarnaast is het gehele projectgebied voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 3’. Op deze bestemmingen wordt onderstaand nader ingegaan. ‘Gemengd’ De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor detailhandel op en onder de begane grond, dienstverlening op en onder de begane grond, detailhandel en dienstverlening op de verdieping, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 1'. Per vestiging is één bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken toegestaan, met dien verstande dat geen bedrijfswoning is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten'. Binnen het bestemmingsvlak is een bouwvlak opgenomen, waarvoor een maatvoering geldt ten aanzien van de bouwhoogte, goothoogte en bebouwingspercentage. Daarnaast zijn bijbehorende bouwwerken en voorzieningen zoals paden, bermen, tuinen, parkeervoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen en bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals palen, masten, verkeers-, reclame- en andere tekens-, kunstwerken, technische installaties en terreinafscheidingen toegestaan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

5

‘Bergakkerweg 22-24, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing ‘Wonen’ De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor vrijstaande woningen. Binnen deze bestemming zijn tevens bij één en ander behorende gebouwen en voorzieningen zoals tuinen, parkeervoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan. Tot slot zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals palen, masten, verkeers-, reclame en andere tekens en terreinafscheidingen toegestaan. Binnen het bestemmingsvlak is een bouwvlak opgenomen, waarvoor een maatvoering geldt ten aanzien van de bouwhoogte en goothoogte. ‘Tuin’ De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen, met bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde in- en uitritten. ‘Waarde – Archeologie 3’ De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden.

1.3.3

Strijdigheid

Voorliggend plan is op meerdere punten strijdig met het geldende bestemmingsplan. Binnen de ter plaatse geldende bestemmingen ontbreken de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor het appartementengebouw. Daarnaast wordt met het initiatief de aangeduide maatvoeringen overschreden. Het realiseren van een appartementengebouw is hiermee, vanwege het ontbreken van passende gebruik- en bouwmogelijkheden, niet in overeenstemming met de geldende bestemming. In voorliggend geval wordt afgeweken van het bestemmingsplan door middels van een omgevingsvergunning.

1.4

Eisen aan een ruimtelijke onderbouwing

Een op artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3o Wabo gebaseerde zelfstandige instructie voor de inhoud en inrichting van een ruimtelijke onderbouwing ontbreekt in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Artikel 5.20 van het Bor verklaart voor de inhoud van een ruimtelijke onderbouwing de artikelen 3.1.2, 3.1.6 en 3.3.1, eerste lid, van het Bro van overeenkomstige toepassing. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing belicht alle relevante aspecten vanuit de ruimtelijke ordening en toont aan dat voorliggend project in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. In een goede ruimtelijke onderbouwing zijn neergelegd: 1. 2. 3. 4.

5.

6.

een verantwoording van de gemaakte keuzen; een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 6; de uitkomsten van het in artikel 3.1.1 bedoelde overleg; Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 8; de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek; verwezen wordt naar de gehele ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt dat met alle relevante feiten en af te wegen belangen rekening is gehouden; een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding zijn betrokken; het ontwerpbesluit zal voor een ieder ter inzage worden gelegd. Er wordt gelegenheid geboden om zienswijzen in te dienen; de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan; Verwezen wordt naar hoofdstuk 7.

Voor zover bij het project geen milieueffectrapport als bedoeld in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer wordt opgesteld, waarin de hierna volgende onderdelen zijn beschreven, worden in de ruimtelijke onderbouwing ten minste neergelegd:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

6

‘Bergakkerweg 22-24, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing 7. 8.

9.

1.5

een beschrijving van de wijze waarop met de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden; Verwezen wordt naar paragraaf 5.8. voor zover nodig een beschrijving van de wijze waarop rekening is gehouden met overige waarden van de in het besluit begrepen gronden en de verhouding tot het aangrenzende gebied; In hoofdstuk 5 is aandacht besteed aan diverse relevante aspecten; een beschrijving van de wijze waarop krachtens hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer vastgestelde milieukwaliteitseisen bij het besluit zijn betrokken; het betreffende hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer heeft betrekking op luchtkwaliteitseisen. De milieu- en omgevingsaspecten zijn beschreven in hoofdstuk 5.

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de huidige situatie van het projectgebied gegeven. Hoofdstuk 3 omvat een beschrijving van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Nunspeet beschreven. In hoofdstuk 5 passeren de relevante milieuaspecten de revue en in hoofdstuk 6 wordt in gegaan op het aspect water. In hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid van het project en tot slot wordt in hoofdstuk 8 ingegaan op het vooroverleg.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

7

‘Bergakkerweg 22-24, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 2 2.1

HUIDIGE SITUATIE

Beschrijving projectgebied en omgeving

Het projectgebied is gelegen in het centrum van de kern Nunspeet. De directe omgeving van het projectgebied bestaat met name uit centrumfuncties en woonfuncties. In de nabijheid van het projectgebied zijn onder andere een kerk en horecagelegenheden gelegen. Aan de Bergakkerweg zijn met name woonfuncties overheersend. Binnen het projectgebied bevinden zich twee woningen en enkele bijgebouwen. De bestaande bijgebouwen op het perceel Bergakkerweg 22 bevinden zich in slechte bouwkundige staat en hebben naar de eisen van de huidige tijd geen duurzame vervolgfunctie, waardoor niet langer in het onderhoud van de bebouwing wordt geïnvesteerd. Het projectgebied wordt aan de noordzijde begrensd door een woonperceel, aan de oostzijde door de infrastructuur van de Bergakkerweg, aan de zuidzijde door bedrijfsbestemming van een voormalige autogarage en tenslotte aan de westzijde door het parkeerterrein van de Kerkendriest. Het ten westen gelegen parkeerterrein is omstreeks 2009 aangelegd. Dit parkeerterrein is destijds aangelegd als compensatie voor het verlies van parkeerplaatsen dat is ontstaan ten tijde van de herinrichting van de nabijgelegen markt. De aanleg van het parkeerterrein is nooit volledig afgerond. Dit heeft ondermeer te maken met een aantal beoogde ontwikkelingen, waaronder de in dit plan beschreven ontwikkeling.

Wanneer deze ontwikkelingen zijn gerealiseerd, kan de aanleg van het parkeerterrein, direct aangrenzend aan het plan, in zijn totaliteit afgerond worden. In figuur 2.1 en 2.2 zijn een luchtfoto en een straatbeeld van het projectgebied weergegeven. Het projectgebied is met de rode contour aangeduid.

Figuur 2.1 Ligging projectgebied en directe omgeving (Bron: Provincie Gelderland)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

8

‘Bergakkerweg 22-24, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing

Figuur 2.2 Straatbeeld van het projectgebied vanaf de Kerkendriest (Bron: Google Streetview)

Figuur 2.3 Straatbeeld van het projectgebied vanaf de Bergakkerweg (Bron: Google Streetview)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

9

‘Bergakkerweg 22-24, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 3 3.1

PLANBESCHRIJVING

Ruimtelijke ontwikkeling

Het voornemen is om in het projectgebied een appartementengebouw te realiseren. Het project betreft een inbreidingsproject tussen de Bergakkerweg en de Kerkendriest in het centrum van Nunspeet. De bestaande bijgebouwen aan de Bergakkerweg 22 zullen worden gesloopt en het projectgebied samen met het perceel Bergakkerweg 24 wordt voorzien van een passende vervolgfunctie. Ten westen van deze woningen (aan de Kerkendriest) wordt een appartementengebouw met 8 (4 koop en 4 huur) appartementen gerealiseerd. Om dit perceel te ontsluiten wordt aan de Kerkendriest een nieuwe inrit worden gerealiseerd. De appartementen zijn verdeeld over vier grote appartementen (80 m2) en vier kleine appartementen (58 m2), deze laatste categorie zal voldoen aan de liberalisatiegrens. Het appartementengebouw bestaan uit twee bouwlagen. De muren worden opgetrokken uit bruine bakstenen. Het schilddak wordt voorzien van zwarte dakpannen. De appartementen worden aan de Kerkendriest ontsloten. Voor alle appartementen zullen eigen bergingen worden aangelegd. Deze bergingen zijn gepland ten noorden van het appartementengebouw. Van belang bij de stedenbouwkundige opzet is dat het ontwerp passend is in de omliggende woonomgeving en aansluit op bestaande bebouwingsstructuren. Door oog te hebben voor deze aspecten ontstaat er een stedenbouwkundig verantwoord beeld.

Het pand zal qua schaal en verschijningsvorm aansluiten bij het bebouwingsbeeld van de omgeving. Ook de aan te leggen groenvoorzieningen, bestaand uit bomen en hagen, sluiten aan bij de bestaande groenstructuur van de openbare ruimte. In afbeelding 3.1 is ter impressie de voorlopige situatieschets van het projectgebied weergegeven. Afbeelding 3.2 en 3.3 geven de plattegrond van het appartementencomplex weer en tenslotte geeft afbeelding 3.4 een impressieschets van de voorgevel weer.

Figuur 3.1 Situatieschets (Bron: Johan Hofman Architect)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

10

‘Bergakkerweg 22-24, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing

Figuur 3.2 Plattegrond appartementencomplex begaande grond (Bron: Johan Hofman Architect)

Figuur 3.3 Plattegrond appartementencomplex eerste verdieping (Bron: Johan Hofman Architect)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

11

‘Bergakkerweg 22-24, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing

Figuur 3.4 Impressie van de voorgevel zijde Kerkendriest (Bron: Johan Hofman Architect)

3.2

Verkeer en parkeren

3.2.1

Algemeen

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de mogelijke extra verkeersgeneratie en parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiervoor kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 381` (december 2018)’ van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. De gemeente Nunspeet beschikt samen met de buurgemeenten (Elburg, Hattem en Oldebroek) over een eigen parkeernota. Hierin zijn de uitgangspunten zoals vermeld in de CROW-publicatie ‘verkeer en parkeren’ omtrent verstedelijkingsgraad, stedelijke zone en functie grotendeels overgenomen. Wel zijn er enkele maatwerkvormen waarmee rekening moet worden gehouden: De gemeente hanteert een vaste parkeernorm voor alle functies binnen de bebouwde kom. Deze norm komt overeen met de maximale norm van ‘’schil centrum’’. 3.2.2

Uitgangspunten

Qua verstedelijkingsgraad en stedelijke zone worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • • • 3.2.3

verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk (gemeente Nunspeet); stedelijke zone: schil centrum (maximale parkeernorm, conform beleid); functies: zowel koop als huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur) Parkeren

Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder meer de uitspraken van 14 december 2005 (LJN: AU7951) van 1 september 2010 (LJN: BN5727) moet bij beoordeling van de vraag of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid alleen worden gelet op de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het (bouw)plan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

12

‘Bergakkerweg 22-24, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing Ontwikkeling De ontwikkeling betreft 8 appartementen in zowel koop (4 stuks) als huur (4 stuks). In onderstaand overzicht is voor deze woningen de parkeernorm weergegeven. Functie

Parkeernorm

Totaal

Huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)

1,6 parkeerplaats per woning

4*1,6= 6,4

Koop, appartement, midden/goedkoop

1,6 parkeerplaats per woning

4*1,6=6,4

Totaal

Afgerond 13 parkeerplaatsen

Conclusie parkeren Gezien vorenstaande kan worden gesteld dat in de parkeerbehoefte van de onderhavige ontwikkeling kan worden voorzien. Er worden circa 13 parkeerplaatsen gerealiseerd op eigen terrein, aan de zijde van de Kerkendriest. Deze parkeerplaatsen komen in eigendom van de toekomstige bewoners, en worden dus niet in de blauwe zone gesitueerd om daarmee openbaar toegankelijk te zijn. Naar aanleiding van een gesprek tussen initiatiefnemer en gemeente, is de uitkomst dat de gemeente Nunspeet in principe bereid is om de benodigde grond (om parkeerplaatsen volledig op eigen terrein te realiseren te verkopen aan initiatiefnemer. Het betreft circa 67 m² en de prijs die hiervoor door initiatiefnemer aan gemeente moet worden betaald, wordt bepaald op basis van taxatie en onder voorbehoud van een positief besluit van B&W. Geconcludeerd kan worden dat het aspect ‘parkeren’ geen belemmering vormt voor onderhavige ontwikkeling.

3.2.4

Verkeersgeneratie

De te realiseren appartementen verhoogt het aantal verkeersbewegingen met zich mee. Het aantal verkeersbewegingen heeft invloed op omgeving van het projectgebied en moet in ogenschouw worden genomen. Om het aantal verkeersbewegingen te bepalen is gebruik gemaakt van de publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren, publicatie 381 (december 2018)’. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • •

Verstedelijkingsgraad: weinig stedelijk / gemeente Nunspeet (Bron: CBS Statline); Stedelijke zone: Centrum.

In de publicatie van de CROW is de verkeersgeneratie per functie uiteengezet. Daarnaast wordt hierin een minimaal en maximaal aantal verkeersbewegingen voor de functies aangegeven. In voorliggend geval is van het gemiddelde uitgegaan. Voor de appartementen wordt uitgegaan van zowel koop als huur, appartementen, midden/goedkoop. Op basis van de vorenstaande uitgangspunten ontstaat qua verkeersgeneratie als gevolg van het project het volgende beeld: Functie

Verkeersbewegingen per dag

Aantal appartementen

Huur, appartement, midden/goedkoop Koop, appartementen, midden Totaal afgerond

4,1

4

5,5

4

Totaal aantal verkeersbewegingen per weekdag (gemiddeld) 16,4 22 38,4

De totale toename aan verkeersgeneratie komt neer op afgerond 38,4 verkeersbewegingen per weekdag.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

13

‘Bergakkerweg 22-24, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing De appartementen worden ontsloten op het parkeerterrein dat is gelegen aan de Kerkendriest. De Kerkendriest wordt aan de noordzijde ontsloten op de Driestweg en aan de zuid/westzijde op de Stationslaan. De Stationslaan wordt ontsloten op de Elspeterweg. Deze vormt een belangrijke ontsluitingsweg van de stad Nunspeet. Gezien vorenstaande kan worden gesteld dat het plan met betrekking tot de verkeersgeneratie geen belemmeringen met zich meebrengt.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

14

‘Bergakkerweg 22-24, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 4

BELEIDSKADER

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.

4.1.

Rijksbeleid

4.4.1

Structuurvisie infrastructuur en ruimte

4.1.1.1 Algemeen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties. 4.1.1.2 Opgaven van nationaal belang In de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): • • •

Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijkeconomische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.

Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn: •

•

• •

Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost Nederland lopen. Dit onder andere ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol; Het formuleren van een integrale strategie voor het totale rivierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Nederrijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma’s zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw; Het tot stand brengen en beschermen van de (herijkte) NNN, inclusief de Natura 2000 gebieden (zoals de Veluwe); Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet.

4.1.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

15

‘Bergakkerweg 22-24, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.2

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid

Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Wat betreft de ladder kan het volgende worden gesteld: Uit Afdelingsjurisprudentie blijkt dat de vraag wanneer sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in grote mate casuïstisch wordt beantwoord. Zo heeft de Afdeling uitgemaakt dat de bouw van 11 woningen niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. De raad is van oordeel dat gelet het aantal woningen dat het plan mogelijk maakt, het plan niet voorziet in een woningbouwlocatie of andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid, aanhef en onder i van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het realiseren van 8 appartementen. Gelet op de hiervoor genoemde uitspraak van de Afdeling is in voorliggend geval dan ook geen sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing aangezien vanuit planologisch oogpunt slechts acht woningen wordt toegevoegd. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid behelst een doorvertaling van rijksbeleid en is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste plannen betreffen de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland, de Omgevingsverordening Gelderland en het Kwalitatieve woonprogramma tot 2024. 4.2.1

Omgevingsvisie Gelderland

4.2.1.1 Algemeen De provincie Gelderland heeft een integraal provinciaal beleidsplan, de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. De Provinciale Staten van Gelderland heeft de Omgevingsvisie op 19 december 2018 vastgesteld.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

16

‘Bergakkerweg 22-24, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing In de Omgevingsvisie heeft de provincie twee doelen gedefinieerd die de rol en kerntaken van de provincie als middenbestuur benadrukken. De doelen zijn: 1. 2.

een duurzame economische structuurversterking, het borgen van de kwaliteit en de veiligheid van onze leefomgeving.

Deze doelen versterken elkaar en kunnen niet los van elkaar gezien worden. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat is meer dan een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Het betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. In deze Omgevingsvisie staat het 'fysieke' in de leefomgeving centraal. Tegelijk zit er een sterke 'sociale' component aan de opgaven voor sterke steden en een vitaal landelijk gebied. 4.2.1.2 Woon- en leefomgeving: Dynamisch, divers, duurzaam Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid. Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. In onze groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd investeren we in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt.

Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied ons vertrekpunt. Gelderland geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen. Gelderland gaat voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, breiden we uit aan de randen van onze steden of dorpen. De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. De ambities zijn als volgt geformuleerd: •

• •

Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. We benutten de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen. Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas. Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal.

Om vorenstaande ambities te realiseren gaat de provincie in overleg met de Gelderse regio’s, om zodoende regionale afspraken te maken. 4.2.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Gelderland In de kwantitatieve opgave t/m 2024, de opvolger van de KWP3, zijn de afspraken over de groei van de woningvoorraad vastgelegd. De gemeentelijke kwantitatieve woningbouwcapaciteit in Nunspeet ligt tot en met 2024 op 260 woningen. Het plan voorziet in 8 appartementen, waarmee er sprake is van een kwantitatieve behoefte. Wat betreft de kwalitatieve behoefte wordt gesteld dat het plan voorziet in huisvesting voor onder andere starters. Hierdoor kan het vertrekoverschot van jongeren en jongvolwassenen worden teruggebracht. Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een kwantitatieve behoefte aan de ontwikkeling. In voorliggend geval is daarnaast sprake van nieuwbouw van één appartementengebouw met daarin 8 appartementen (zowel 4 koop als 4 huur) op een locatie waar op dit moment reeds stedelijke functies (woningen en detailhandel en dienstverlening) zijn toegestaan. Gesteld wordt dat voorliggend initiatief past binnen de beleidsuitgangspunten zoals opgenomen in de Omgevingsvisie Gelderland. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

‘Bergakkerweg 22-24, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing 4.2.2

Omgevingsverordening Gelderland

4.2.2.1 Algemeen Met een ruimtelijke verordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke plannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn het bestemmingsplan op deze regels afstemmen. 4.2.2.2 Van toepassing zijnde artikelen In voorliggend geval is in het kader van dit bestemmingsplan hoofdzakelijk artikel 2.2 van belang. Dit artikel luidt: Artikel 2.2 Instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda 1. 2.

Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en d. Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling

4.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsverordening Gelderland Zoals in het voorgaande is aangegeven zijn in de Kwantitatieve opgave t/m 2024 de afspraken over de groei van de woningvoorraad vastgelegd. De plancapaciteit waarin voorliggende bestemmingsplan voorziet kan worden ondergebracht in de aan de gemeente Nunspeet toegekende plancapaciteit. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 4.3.2 (Woonvisie). Er wordt dan ook voldaan aan artikel 2.2.1.1 van de Omgevingsverordening Gelderland. 4.2.3

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Voorliggend initiatief is in overeenstemming met het provinciaal beleid zoals verwoord in de Omgevingsvisie Gelderland en verankerd in de Omgevingsverordening Gelderland.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Integrale toekomstvisie Nunspeet 2030

4.3.1.1 Inleiding De gemeente Nunspeet heeft de Integrale toekomstvisie Nunspeet 2030 vastgesteld. Deze integrale toekomstvisie (ITV) vormt voor de gemeente de koers voor het te ontwikkelen beleid om de visie in al haar facetten gerealiseerd te krijgen. Vanuit de gedachte ‘meer samenleving, minder overheid’ zal de gemeente meer vanuit een stimulerende, faciliterende en uitnodigende rol de toekomstvisie gaan uitvoeren, waarbij het benutten van kansen centraal staat. Daarnaast vormt de ITV een uitdaging voor ondernemers, inwoners,

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

‘Bergakkerweg 22-24, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing maatschappelijke organisaties, enzovoorts om met elkaar, vanuit de kracht van de samenleving er voor te zorgen dat Nunspeet in 2030 een vitale, ondernemende en zorgzame gemeente is waar het uitstekend wonen, werken en recreëren is. De uitdaging is om te blijven streven naar een goede onderlinge balans tussen dynamiek en rust, tussen wonen, bedrijvigheid en infrastructuur enerzijds en natuur en landschap anderzijds. Om alle aanwezige kwaliteiten te behouden is hier en daar ook verandering noodzakelijk. In de toekomstvisie zijn vier ontwikkelingsrichtingen uitgewerkt: • • • •

Eén autonome gemeente met vier hechte kernen; Een prettige woonomgeving voor iedereen; Een bereikbare, bedrijvige en duurzame gemeente is; Een plek om van de natuur te genieten.

In voorliggend geval is met name het thema ‘Een prettige woonomgeving voor iedereen’ van belang. 4.3.1.2 Een prettige woonomgeving voor iedereen In de kernen van de gemeente Nunspeet is het niet eenvoudig om betaalbare woningen te kunnen aanbieden voor jongeren, starters, jonge gezinnen of senioren. Het waarborgen van voldoende diversiteit en beschikbaarheid op de woningmarkt vormt dan ook een wezenlijke voorwaarde voor het waarborgen van de sociale samenhang en verscheidenheid van de lokale samenleving. Verder is van belang dat de kerngerichtheid van de bewoners groot is. Er wordt er naar gestreefd om elke inwoner woonruimte te kunnen bieden in zijn/haar eigen kern. Dit betekent niet automatisch veel bouwen, maar zorgvuldig en periodiek analyseren wat noodzakelijk is om het aanbod voor alle groepen op peil te houden en de doorstroming te bevorderen. De strategie is maatwerk. De gemeente wil op basis van de werkelijke behoefte in de kernen woningbouw mogelijk maken, waarbij ook het bestaande aanbod in aanmerking wordt genomen. Het doel is om aan iedereen kansen te geven, belangrijke doelgroepen zijn de starters, jonge doorstromers en senioren. Nieuwe ontwikkelingen moeten er vooral op gericht zijn de bestaande kernkwaliteiten te versterken en recht te doen aan het credo ‘het hart op de juiste plaats’.

Daarom zal bij de woningbouwopgave bezien worden of er in het bestaand bebouwd gebied kan worden ingebreid. Hierdoor wordt het landschap ontzien en wordt er voldoende aandacht besteed aan beeldkwaliteit en cultuurhistorische waarden. 4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Integrale toekomstvisie Nunspeet 2030’ Voorliggend initiatief voorziet in het realiseren van 8 appartementen op een inbreidingslocatie. Deze appartementen (zowel 4 koop als 4 huur) zijn mede in het goedkope segment ingedeeld, waardoor wordt ingespeeld op het voornemen om voldoende betaalbare woningen voor starters te bieden. Door het slopen van verouderde bestaande bijgebouwen van de woning aan de Bergakkerweg 22 en het op een adequate wijze inpassen (zowel stedelijk als landschappelijk) van het appartementengebouw wordt de kwaliteit van de kern Nunspeet vergroot. Het initiatief is gelegen op een inbreidingslocatie, wat tevens aansluit bij het voornemen om met name binnen bestaand bebouwd gebied te bouwen. Geconcludeerd wordt dat voorliggend initiatief in overeenstemming is met de ‘Integrale toekomstvisie Nunspeet 2030’. 4.3.2

Woonvisie Nunspeet

4.3.2.1 Algemeen De woonvisie "Werken aan een duurzaam en vitaal Nunspeet" is vastgesteld op 23 oktober 2014 en voor het eerst herzien op 25 juni 2015. Voor de gemeente Nunspeet is de woonvisie een belangrijk beleidsdocument. Het geeft richting aan de woonontwikkeling van de gemeente en geeft een kwantitatieve en kwalitatieve inkleuring aan het wonen in de gemeente. Om van de woonvisie een effectief sturingsinstrument te maken, wordt een uitvoeringsagenda met daarin de belangrijkste acties voor de komende periode

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

‘Bergakkerweg 22-24, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing opgenomen. 4.3.2.2 Dilemma’s op de woningmarkt De woonvisie biedt inzicht in de ontwikkelingen op het brede gebied van het wonen. Het geeft ook een beeld van de effecten van beleid van de afgelopen jaren. Ook richt de visie zich op de toekomst waar zich grote veranderingen aankondigen, in hoofdlijnen worden de volgende dilemma's benoemd: • • • • • •

Aantal huishoudens blijft groeien, na 2020 afnemende groei, vraagt om flexibele oplossingen; Veranderende bevolkingssamenstelling; ontgroening, vergrijzing en kleinere huishoudens; Vertrekoverschot, met name door jongeren en jongvolwassenen; Langer zelfstandig wonen en toenemende zorgbehoefte (senioren verhuizen nauwelijks); Kwaliteit en geschiktheid bestaande woningvoorraad; Wat te doen met nieuwbouwplannen.

4.3.2.3 Visie De gemeente is verantwoordelijk voor de woonvisie en neemt op dit punt dan ook de regie. Daarom heeft de gemeente voor de ontwikkeling van die visie de kennis van de woningcorporatie, de maatschappelijke organisaties, de marktpartijen en de bewonersgroepen ingezet. In hoofdlijnen worden de volgende hoofdpunten benoemd: • • • •

Focus op geschikt maken van woningen voor senioren en mensen met een beperking / zorgbehoefte; Zorgen voor voldoende beschikbare sociale huurwoningen; Aandacht voor duurzaamheid bij nieuwbouw (met name inrichting van de wijk); Jongeren kunnen behouden blijven indien juiste aanbod wordt gerealiseerd.

4.3.2.4 Toetsing van het initiatief aan de ‘Woonvisie Nunspeet’ Het plan voorziet onder andere in huisvesting voor starters. Hierdoor kan het vertrekoverschot van jongeren en jongvolwassenen worden teruggebracht. Het initiatief speelt in op de in de visie genoemde punten om jongeren in de kern te behouden. Tevens wordt het initiatief op een adequate wijze stedenbouwkundig ingepast. Gezien vorenstaande kan worden geconcludeerd dat het initiatief in overeenstemming is met de woonvisie. 4.3.3

Welstandnota Nunspeet 2015

4.3.3.1 Algemeen De gemeente Nunspeet heeft op 9 december 2015 de Welstandsnota ‘Welstand Nunspeet 2015’ vastgesteld. In deze welstandsnota zijn de beleidsregels met daarbij welstandscriteria die worden gehanteerd bij de welstandbeoordeling van bouwplannen vastgelegd. 4.3.3.2 Deelgebied Centrum Het projectgebied is gelegen in het deelgebied ‘Centrum’. Voor dit deelgebied geldt een uitgebreide welstandstoets. Bij de uitgebreide toets wordt getoetst aan de volgende criteria: • • • •

Relatie tussen vorm, gebruik en constructie; Relatie tussen bouwwerk en omgeving; Betekenissen van vormen in de sociaal-culturele context; Evenwicht tussen helderheid en complexiteit;

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

‘Bergakkerweg 22-24, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing • •

Schaal en maatverhoudingen; Materiaal, textuur, kleur en licht.

Beleid centrum De veranderingen van de laatste jaren hebben het centrum in zijn ruimtelijke hoofdopzet sterk verbeterd en een evenwichtiger karakter gegeven. Het beleid is erop gericht de aanwezige kwaliteiten te behouden en waar mogelijk te versterken. 4.3.3.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Welstandsnota Nunspeet 2015’ Het stedenbouwkundige ontwerp is met de gemeente besproken en akkoord bevonden. Het plan voldoet daarmee aan de welstandsnota. 4.3.4

Notitie ‘woningbouw op maat’

4.3.4.1 Algemeen De gemeente Nunspeet heeft samen met Axon Adviseurs een strategische aanpak en afwegingskader ontwikkeld waarmee de gemeente gerichter sturing kan geven aan nieuwe woningbouwinitiatieven in de gemeente. Deze notitie is een uitwerking van de woonvisie. Het doel van de visie in dat ik de toekomst de juiste woning op de juiste plek wordt gebouwd. Tevens moet zuinig omgegaan worden met de beschikbare capaciteit. De notitie is vastgesteld op 20 oktober 2015. In de visie wordt beschreven waar de gemeente de komende jaren met de woningbouw op in wil zetten, hoe zij dit samen met de partners zou willen bereiken en aan welke criteria de nieuwe initiatieven worden getoetst. De visie functioneert daarmee als communicatiemiddel tussen de gemeente en initiatiefnemers. Het doel is om de visie in een zo vroeg mogelijk stadium met de initiatiefnemers te delen, zodat al tijdens de initiatieffase bekend is hoe de gemeente Nunspeet om wil gaan met nieuwe initiatieven. 4.3.4.2 Maatregelen vrijmaken nieuwe plancapaciteit Eén van de maatregelen om ruimte te creëren voor nieuw initiatieven is het herprogrammeren van niet benutte locaties. De gemeente heeft geïnventariseerd welke bestaande woningbouwcapaciteit jarenlang onbenut is gebleven, waarom dat het geval is en wat de gevolgen zijn als tot herprogrammering van de bouwmogelijkheden zou worden overgegaan.

Voor deze locaties is het volgende afgesproken: • •

Herprogrammeren van woningbouwmogelijkheden voor locaties die vanuit stedenbouwkundig en/of programmatisch oogpunt niet strikt noodzakelijk zijn; Stimuleren van realisering of herprogrammering als blijkt dat de locatie vanuit stedenbouwkundig en/of programmatisch oogpunt dringend gewenst is;

Met de herprogrammering wordt bereikt dat de overprogrammering van 47 woningen per saldo teniet wordt gedaan. 4.3.4.3 Visie De gemeente ziet de noodzaak om het woningbouwprogramma bij te stellen en er voor te zorgen dat nieuwe initiatieven beter aansluiten op de behoefte. Om de toetsing concreet handen en voeten te geven, is een nieuw afwegingskader voor initiatieven noodzakelijk. De gemeente heeft een afwegingskader met daarin 7 uitgangspunten opgesteld: 1. 2. 3. 4.

Het benutten van inbreidingslocaties heeft de prioriteit; Bij inbreidingslocaties inzetten op verbetering van de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse; Innovatie en maatwerk op individuele locaties in het buitengebied; Geen mogelijkheden voor nieuwe uitbreidingslocaties; BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

‘Bergakkerweg 22-24, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing 5. 6. 7.

Het plan past binnen de beschikbare gemeentelijke kwantitatieve woningbouwcapaciteiten tot en met 2024 (capaciteit is voor Nunspeet geraamd op 260 woningen) Doelgroepen/woningtypen passen binnen de behoefte van de Woonvisie; Inzetten op kleinschalige locaties, organische groei en flexibele concepten.

4.3.4.4 Toetsing van het initiatief aan de notitie ‘Woningbouw op maat’ Voorliggend initiatief heeft betrekking op een inbreidingslocatie. De kwaliteit van deze locatie wordt fors verbeterd aangezien bestaande, enigszins verouderde bijgebouwen worden gesloopt en het voornemen op een adequate wijze wordt ingepast in de omgeving (zowel stedelijk als landschappelijk). Het initiatief is gelegen op een inbreidingslocatie, wat tevens aansluit bij het voornemen om met name binnen bestaand bebouwd gebied te bouwen. Het plan is passend binnen de beschikbare gemeentelijke kwantitatieve woningbouwcapaciteit. Met de woningen wordt aangesloten bij de wens om woningen te bouwen voor doelgroepen zoals opgenomen in de woonvisie (zie ook paragraaf 4.3.2). Tenslotte wordt met het initiatief aangesloten op de wens om in te zetten op kleinschalige locaties. Tijdens het proces van concept tot ontwerp van het plan is uitvoering en intensief contact geweest met de gemeente. In deze fase is het bouwplan/ontwerp uitvoering besproken. Hiermee is uitvoering gegeven aan de werkwijze zoals opgenomen in de notitie. Geconcludeerd wordt dat onderhavig initiatief in overeenstemming is met de notitie ‘Woningbouw op maat’. 4.3.5

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat het in dit bestemmingsplan besloten initiatief past binnen de gemeentelijke beleidskaders.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

‘Bergakkerweg 22-24, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en besluit milieueffectrapportage.

5.1

Geluid

5.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. 5.1.2

Situatie projectgebied

De geplande woningen worden op basis van de Wgh aangemerkt als een geluidsgevoelig object. Hierna wordt achtereenvolgens ingegaan op de aspecten wegverkeer-, railverkeer- en industrielawaai als bedoeld in de Wgh. 5.1.2.1 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden een wettelijke geluidszone hebben. De grootte hiervan is opgenomen in onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken

Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m

Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m

De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: • •

wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2).

In de directe omgeving van het projectgebied zijn enkel 30 km/uur wegen gelegen. Uit jurisprudentie blijkt dat 30 km/uur wegen in de beoordeling moeten worden meegenomen, indien vooraf aangenomen had kunnen worden dat deze wegen een geluidbelasting veroorzaken die hoger ligt dan de voorkeursgrenswaarde (48 dB). Deze wegen hebben echter geen formele geluidzone. De geluidbelasting door wegverkeer op deze wegen wordt dan ook formeel niet getoetst aan de grenswaarden uit de Wgh. De geluidbelasting ten gevolge van de omliggende wegen Bergakkerweg en Kerkendriest is echter wel belang bij de beoordeling of sprake is van een “goede ruimtelijke ordening”, bijvoorbeeld in geval van drukke 30 km/u- wegen. Daarom is door BJZ.nu een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Deze is opgenomen in bijlage 2.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

‘Bergakkerweg 22-24, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing Dit akoestisch onderzoek heeft een geluidsbelasting, ten gevolge van de 30 km/uur wegen (cumulatief) van de ter plaatse te realiseren appartementen, van maximaal 41 dB. Met deze waarde wordt voldaan aan de ambitie waarde uit het gemeentelijke beleid. Aan de Wet geluidhinder kan niet worden getoetst vanwege het karakter van de getoetste wegen. 30 km/uur wegen hebben namelijk geen wettelijke geluidszone. Wel kan er worden getoetst aan het bouwbesluit om te toetsen of er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aanwezig is. In het Bouwbesluit wordt gesteld dat de standaard gevelwering van een gebouw minimaal 20 dB moet zijn. Daarnaast wordt er ook gesteld dat een woning een binnenniveau van maximaal 33 dB mag hebben. Dit betekent dat er een maximale geluidbelasting op de gevel van 53 dB mag zijn. In voorliggend Akoestisch onderzoek is de cumulatieve waarde lager dan 53 dB. Met deze waarde wordt zowel aan de ambitiewaarde uit het gemeentelijk beleid alsook aan de voorwaardes uit het Bouwbesluit 2012 voldaan. Hiermee is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Met inachtneming van vorenstaande wordt geconcludeerd dat het aspect ‘wegverkeerslawaai’ geen belemmering vormt voor het planvoornemen. 5.1.2.2 Railverkeerslawaai In de nabijheid van het projectgebied is geen spoorweg gelegen.

Gelet op vorenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect railverkeerlawaai geen belemmering vormt. 5.1.2.3 Industrielawaai In de nabijheid van het projectgebied zijn geen geluidsgezoneerde bedrijventerreinen aanwezig. In paragraaf 5.5 wordt nader ingegaan op milieuhinder (o.a. geluid) als gevolg van individuele bedrijven. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat het aspect industrielawaai geen belemmering vormt. 5.1.3

Conclusie

De wet geluidhinder vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.2

Bodem

5.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan en het nemen van een omgevingsvergunning dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. In voorliggend geval is er een bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het projectgebied. Op de belangrijkste resultaten uit het onderzoek wordt onderstaand ingegaan. Het volledige bodemonderzoek is opgenomen in bijlage 1 bij deze toelichting. 5.2.2

Resultaten

Ter plaatse van het projectgebied heeft Milieutechniek Rouwmaat een verkennend bodemonderzoek verricht. Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: • In geen van de geanalyseerde parameters in zowel grond als grondwater is de waarde voor nader onderzoek (tussenwaarde) en/of de interventiewaarde overschreden. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

‘Bergakkerweg 22-24, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing • • • •

5.2.3

De aangetroffen licht verhoogde gehalten in de grond vormen conform WBB geen belemmering voor het toekomstige gebruik. De hypothese “De gehele onderzoekslocatie kan op basis van het vooronderzoek als niet-verdacht worden beschouwd” wordt grotendeels aangenomen. In het grond(meng)monster van de bovengrond voldoen de aangetroffen gehalten PFAS aan de normering voor ‘vrije’ toepassing op land. De bodemkwaliteit van de bovengrond voldoet niet aan bodemkwaliteitsklasse Wonen, bij eventuele herinrichting/ gebruikswijziging dient hier rekening mee te worden gehouden. Conclusie

In de bovengrond zijn licht verhoogde gehalten aangetoond die zorgen voor klasse industrie. Daarmee is het niet zonder meer geschikt voor wonen. Uit overleg met bevoegd gezag moet blijken of er saneringswerkzaamheden benodigd zijn.

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1 Beoordelingskader Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); • Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen). 5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •

woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze ‘gevoelige bestemmingen’ zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

25

‘Bergakkerweg 22-24, Nunspeet’ Ruimtelijke onderbouwing 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 5.3.2

Situatie projectgebied

Voorliggend initiatief heeft betrekking op het realiseren 8 appartementen met bijbehorende bergingen en tuinen. Gelet op de aard en omvang van dit project, in verhouding tot categorieën van gevallen zoals beschreven in paragraaf 5.3.1.1 kan worden gesteld dat voorliggend project 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan de luchtverontreiniging. Tot slot wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het 'Besluit gevoelige bestemmingen'. 5.3.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11059721/1