CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 6f. Commissievoorstel Uitgangspunten aanpassing Schuilstallenbeleid

Commissie Ruimte en Wonen 9 december 2024, gemeente NunspeetBij agendapunt: Uitgangspunten aanpassing schuilstallenbeleid.2.396 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Commissievoorstel 1183845 Commissie: Datum commissievergadering: Agendapunt: Datum college: Onderwerp: Bevoegd orgaan: Portefeuillehouder: Behandeling: Stukken ter inzage: Bijlage(n):

Ruimte en Wonen 9 september 2024 6f. 19 november 2024 Uitgangspunten aanpassing Schuilstallenbeleid Gemeenteraad J. Groothuis Peiling Geen. Geen.

Voorstel Ter peiling uit te spreken dat op basis van de in dit voorstel beschreven uitgangspunten een bestemmingsplan kan worden opgesteld en voor publicatie ter inzage kan worden gelegd. Geachte commissie, De gemeenteraad heeft op donderdag 21 maart 2024 bij de vaststelling van het Bestemmingsplan Buitengebied 2023 positief besloten over een amendement met betrekking tot de schuilstallenregeling. Strekking van het amendement is dat er geen aanvragen worden toegekend zolang er geen nieuw beleid is. In de toelichtende tekst van het amendement is opgenomen dat de gemeenteraad bij voorkeur in het 4e kwartaal van 2024 een notitie schuilstallenbeleid wil ontvangen, waarin onder meer duidelijkheid wordt verschaft over de definitie van schuilstallen (inclusief mobiele schuilstal), de toepassingsmogelijkheden daarvan in relatie tot dierenwelzijn, de gewenste periode van plaatsing en gebruik, de (on)mogelijkheden van landschappelijke inpassing (o.a. gebied Hulshorster Enk). Na vaststelling van de notitie schuilstallenbeleid kan dat worden verwerkt in de regels van het bestemmingsplan Buitengebied/ Omgevingsplan. In dit commissievoorstel wordt een kort overzicht van de historie van het schuilstallenbeleid gegeven. Vervolgens worden een aantal relevante overwegingen gegeven waarop een beleidsbijstelling mogelijk zou kunnen zijn.

Vervolgens wordt per overweging een uitgangspunt wordt geformuleerd. We verzoeken de commissie om ter peiling uit te spreken dat op basis van deze uitgangspunten een aanpassing van het bestemmingsplan kan worden opgesteld. Historie Schuilstallenbeleid Op 16 maart 2009 werd door de fractie van de ChristenUnie schriftelijk een initiatiefvoorstel over schuilstallen in het buitengebied ingediend. Uitgangspunt was dat er meer mogelijkheden zouden worden gecreeerd voor het plaatsen van schuilstallen in de buitengebieden. Enerzijds om het buitengebied aantrekkelijk te houden door het bevorderen van dieren in de weilanden en anderzijds vanuit het oogpunt van dierenwelzijn.

-2-

Daarbij moest ongelimiteerde bouw van schuilgelegenheden en wildgroei worden voorkomen door duidelijke kaders te stellen waarbinnen gebouwd moet worden om zodoende de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied te waarborgen. Het beleid was vooral bedoeld om hobbydieren adequate huisvesting te bieden. Uiteindelijk heeft de gemeenteraad op 28 januari 2010 het bestemmingsplan ‘Schuilstallen gemeente Nunspeet’ vastgesteld. Het bestemmingsplan bevat een ontheffingsregeling die het mogelijk maakt om onder voorwaarden een schuilstal toe te staan. De voorwaarden waren daarbij rechtstreeks ontleend aan de door de raad vastgestelde beleidsnotitie. De ontheffing was daarbij als volgt geredigeerd: Artikel 3 Ontheffing schuilstallen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om ontheffing te verlenen ten behoeve van het bouwen van schuilgelegenheden voor hobbydieren buiten bouwvlakken maar binnen de bestemmingen "Agrarisch gebied" en "Agrarisch gebied met landschappelijke waarden", met inachtneming van de volgende bepalingen: • Het gaat om huisvesting van hobbydieren van een particulier.

Dat wil zeggen het dusdanig houden van dieren dat er geen sprake is van bedrijfsmatige activiteiten, in een niet bedrijfsmatige context; • Er dient sprake te zijn van aantoonbare noodzakelijkheid en doelmatigheid van een schuilstal in het kader van dierenwelzijn; • Schuilstallen mogen enkel worden opgericht op percelen met de bestemming agrarisch gebied. waarbij sprake moet zijn van een goede landschappelijke inpassing. Schuilstallen dienen aan de randen van het perceel te worden gepositioneerd of in de hoek van een perceel bij voorkeur aansluitend bij bestaande opstanden (ja mits principe); • Vestiging van schuilstallen op percelen met de bestemming agrarisch gebied met landschapswaarde is toegestaan als hierdoor de karakteristieke openheid niet in het geding komt. Denk hierbij aan afstand tot bestaande agrarische bedrijven, landschappelijke inpassing, reeds vergunde schuilstallen in de nabijheid.

(nee tenzij principe); • Indien een weiland aansluit op het huis-perceel van de aanvrager, dient de schuilgelegenheid binnen het bouwperceel en binnen de vigerende bebouwingsvoorschriften te worden gerealiseerd; • Toegestaan is een maximale oppervlakte van 30 m2, een goothoogte van 2 meter en een nokhoogte van 3 meter; • Materialiseringseisen: gepotdekselde houten gevelbekleding in een bedekte kleur, schuine afdekking met een dakbedekking van bitummen singels, leitjes of donkere dakpannen. Niet toegestaan zijn stalen (damwand) profielen, gemetselde of anderszins stenen muren, kunststof of golf platen. Artikel 4 Algemene procedureregel. In de jaren daarna werd op 31 december 2012 een nieuw bestemmingsplan Buitengebied vastgesteld. Het paraplubestemmingsplan is daarin geïntegreerd en geactualiseerd. Op onderdelen is de regeling aangepast omdat de systematiek van het plan Buitengebied was gemoderniseerd. In plaats van onderscheid tussen agrarisch en agrarisch met waarden werd er gebruik gemaakt van dubbelbestemmingen om aan te geven wat de specifieke waarde van een gebied. Bijvoorbeeld de dubbelbestemming “Open gebied.

-3-

De geactualiseerde regeling zag er als volgt uit: 3.6.1. Wijziging Schuilgelegenheden Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en ten behoeve van de bouw van nieuwe schuilgelegenheden voor het bieden van schuilgelegenheid voor vee de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch - schuilgelegenheid" aanbrengen, met dien verstande dat: 1. het gaat om de huisvesting van hobbymatig te houden dieren; 2. is aangetoond dat de schuilgelegenheidnoodzakelijk en doelmatig is in het kader van dierenwelzijn; 3. de schuilgelegenheid een oppervlakte van niet meer dan 30 m2 mag hebben; 4. de omvang van het perceel waarop de schuilgelegenheid wordt gebouwd niet minder bedraagt dan 2.000 m2 en als zodanig in gebruik is bij de aanvrager; 5. het perceel waarop de schuilgelegenheid wordt gebouwd niet grenst aan het huisperceel van de aanvrager; 6. per huisperceel waarop door de aanvrager wordt gewoond niet meer dan één schuilgelegenheid mag worden gebouwd; 7. de schuilgelegenheid aan de rand of in een hoek van het perceel wordt gesitueerd en bij voorkeur aansluitend bij bestaande houtopstanden; 8. de schuilgelegenheid landschappelijk wordt ingepast; 9. ten minste tweederde van één zijde van de schuilgelegenheid open moet zijn; 10.

de bouw van een schuilgelegenheid binnen de gebieden met de dubbelbestemming 'Waarde -Dekzandrug', 'Waarde - Randmeerkust', 'Waarde - Oude bouwlanden', 'Waarde - Oudebouwlanden enclaves' en/of de aanduiding 'ehs' slechts is toegestaan, indien de waarde van de gebieden niet wordt aangetast, welke waarden tot uitdrukking komen in de gegeven dubbelbestemmingen; 11. de goothoogte niet meer bedraagt dan 2 m; 12. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 3 m; 13. de volgende bouwmaterialen worden gebruikt: gepotdekselde houten gevelbekleding in een gedekte kleur, schuine afdekking met een dakbedekking van bitumen singels, leitjes of donkere dakpannen; 14. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; Ontwikkeling 2016 In 2016 is een vooroverleg omgevingsvergunning ingediend voor het bouwen van een schuilstal op het perceel Molenpad ongenummerd in Hulshorst. In deze procedure is geoordeeld dat deze schuilstal niet vergund zou kunnen worden omdat niet voldaan kon worden aan de in het bestemmingsplan dwingend voorgeschreven landschappelijke inpassing in combinatie met voorwaarde 14 en omdat de enk in Hulshorst cultuurhistorische waardevol is. Naar aanleiding van deze aanvraag is bestuurlijk de wens uitgesproken om te bezien of maatwerk mogelijk was.

Geconcludeerd is dat binnen het toen geldende bestemmingsplan nauwelijks ruimte bood om af te wijken van het beschermingsregime van de Enk. In het bestemmingsplan ‘Buitengebied 2018’ is daarom een aangepaste regeling opgenomen op basis waarvan met een positief advies van de dorpsbouwmeester een vergunning zou kunnen worden verleend voor een schuilstal in het betreffende gebied als uit dat advies blijkt dat de waarden van het gebied niet of slechts gering worden aangetast door een bij de waarden van het

-4-

gebied passende locatie hetzij uit een goede landschappelijke inpassing. Hierop is eind 2018 opnieuw een aanvraag ingediend voor de betreffende schuilstal. Gaandeweg de procedure is gebleken dat ook deze aanvraag niet op een positief oordeel van de dorpsbouwmeester kon rekenen. Dat had onder andere te maken met de positie van de aangevraagde schuilstal op het perceel. Na bestuurlijk overleg met de aanvrager is geoordeeld dat de voorgestelde positie in het kader van bruikbaarheid toch de beste was. Het scenario dat de vergunning geen stand zou kunnen houden bij de rechter is voorafgaand aan de vergunningverlener nadrukkelijk besproken, ook met de aanvrager. Na een beroep is het beroep gegrond verklaard en is de beslissing op bezwaar door de rechtbank vernietigd. Aan het college werd opgedragen met inachtneming van hetgeen in de uitspraak wordt overwogen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Uiteindelijk heeft dat na een raadsbehandeling op 21 maart 2024 waarin het bestemmingsplan Buitengebied 202 zou worden vastgesteld, geleid tot een amendement inhoudende een stand still voor schuilstallen op de Hulshorster enk.

Dat heeft geleid tot de volgende regeling in het huidige bestemmingsplan: 3.3.1 Afwijking nieuwe schuilgelegenheden Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.2.1, in die zin dat nieuwe schuilgelegenheden voor het bieden van schuilgelegenheid voor dieren worden gebouwd en gebruikt, met dien verstande dat: a. de schuilgelegenheid alleen wordt gebouwd en gebruikt ten behoeve van het hobbymatig houden van dieren; behoudens de gevallen zoals bedoeld in artikel 3, lid 3.3.1 onder c; b. de omgevingsvergunning voor het afwijken van artikel 3.2.1 alleen wordt verleend voor een tijdelijke afwijking van het bestemmingsplan, voor een periode van maximaal 5 jaar; na de periode van 5 jaar kan na een nieuwe beoordeling eventueel een verlenging plaatsvinden; c. in afwijking van artikel 3, lid 3.3.1, onder a, kan een omgevingsvergunning voor een tijdelijke schuilgelegenheid worden verleend wanneer het gaat om het bedrijfsmatig houden van dieren, waarbij deze vergunning dan alleen seizoensgebonden wordt verleend voor de periode tussen 1 maart en 1 november; d. de schuilgelegenheid aantoonbaar noodzakelijk en doelmatig is in het kader van dierenwelzijn; e.

aanvrager niet in de nabijheid woont van het weiland waar het vee loopt/graast waardoor er niet aangehaakt kan worden bij bestaande bebouwing en er een behoefte bestaat aan een solitaire schuilgelegenheid; f. de oppervlakte van de schuilgelegenheid niet meer dan 30 m2 bedraagt; g. de bouwhoogte van de schuilgelegenheid niet meer dan 3 m bedraagt; h. de goothoogte van de schuilgelegenheid niet meer dan 2 m bedraagt; i. de schuilgelegenheid enkel uit houten wanden bestaat of eventueel uit wanden met een houtachtige uitstraling; j. de schuilgelegenheid ten minste één zijde heeft die voor tweederde open moet zijn; k. de schuilgelegenheid niet zodanig mag worden uitgerust waardoor permanent verblijf van dieren mogelijk is;

-5-

l.

n. o. p.

q.

r.

er geen buitenopslag mag plaatsvinden; de aanvrager van een schuilgelegenheid minimaal 2.000 m2 aaneengesloten agrarische percelen in eigendom dan wel in gebruikt heeft; per aanvrager maximaal 1 schuilgelegenheid is toegestaan; voorafgaand aan de aanvraag een onderzoek dient plaats te vinden of geen gebruikgemaakt kan worden van bestaande bebouwing; de schuilgelegenheid landschappelijk ingepast dient te worden, waarbij aansluiting wordt gezocht bij het bestaande landschap en/of bestaande landschapselementen en/of aangrenzende bebouwing; binnen de aanduiding 'cultuurhistorische waarden Hulshorster Enk' aanvragen om omgevingsvergunning voor schuilgelegenheden niet in behandeling worden genomen en derhalve niet worden verleend; alle aanvragen om een schuilgelegenheid dienen getoetst te worden aan de Omgevingsverordening van de provincie Gelderland.

Uitwerking In de toelichtende tekst van het amendement is opgenomen dat de gemeenteraad bij voorkeur in het 4e kwartaal van 2024 een notitie schuilstallenbeleid wil ontvangen, waarin onder meer duidelijkheid wordt verschaft over de definitie van schuilstallen (inclusief mobiele schuilstal), de toepassingsmogelijkheden daarvan in relatie tot dierenwelzijn, de gewenste periode van plaatsing en gebruik, de (on)mogelijkheden van landschappelijke inpassing (o.a. gebied Hulshorster Enk). Via een aantal afwegingen wordt ingegaan op deze aspecten. Afweging: Landschappelijke waarden en permanent versus seizoensgebonden Op grote schaal valt het landschap in gemeente Nunspeet in te delen in het oude kustgebied van de Zuiderzee in het westen, het overgangsgebied van de lage kust naar de hoge Veluwe en het hoge zandgebied van de Veluwe in het oosten met de enclaves Vierhouten en Elspeet. Voor schuilstallen is vooral van belang dat er binnen deze indeling gebieden zijn waar de kwaliteit vooral wordt gecreëerd door openheid (dit zijn het randmeergebied, de Rug van Wessinge, de enclaves en de Hulshorster Enk.) In het overgangsgebieden rondom de Harderwijkerweg en richting het Veluwemassief is er meer sprake van een slagenlandschap en kan een schuilstal veel eenvoudiger worden ingepast. De verrommeling kan op verschillende manieren worden tegengegaan.

Door inpassing maar ook door verschil te maken tussen tijdelijke schuilstallen en permanente schuilstallen. Als het gaat om tijdelijk wordt om spraakverwarring te voorkomen gedoeld op seizoensgebonden schuilstallen. Door voor de overgangsgebieden permanente schuilstallen toegestaan voor een periode van 5 jaar en voor de meer open gebieden inclusief de Hulshorster Enk alleen seizoensgebonden schuilstallen toe te staan voor een periode van zes maanden onstaat een goed evenwicht tussen dierenwelzijn en landschappelijke waarden.

-6-

Afweging: Landschappelijke inpassing bij seizoensgebonden schuilstallen Het is lastig om bij tijdelijke/seizoensgebonden constructies eisen te stellen aan inpassing en beeldkwaliteit. Voorgesteld wordt om dezelfde maatvoeringseisen aan te houden als bij permanente schuilstallen en voor de uitstraling aan te geven dat het om een natuurlijke uitstraling dient te gaan. Dit om te voorkomen dat er partytent-achtige constructies worden geplaatst. Het voorstel is om een landschappelijke inpassing niet te verplichten bij een tijdelijke schuilstal, maar om wel te eisen dat er sprake moet zijn van een natuurlijke uitstraling als het gaat om de materialisering. Afweging: Bedrijfsmatig versus hobbymatig De regeling is/was bedoeld voor eigenaren van hobbydieren. Maar ook bedrijfsmatige eigenaren kunnen een wens hebben om schuilgelegenheden te realiseren voor dieren. Bedrijven en hobbymatige eigenaren hebben verschillende behoeftes. Bedrijven hebben vaak veel dieren en veel percelen. Het kan dan voorkomen dat één bedrijf verschillende percelen tegelijk beweidt. Bij hobbymatige eigenaren gaat het in de regel om één perceel tegelijk waar beweiding plaatsvindt waardoor één schuilgelegenheid volstaat. Het ligt in de rede om voor bedrijven een kleine verruiming toe te staan inhoudende 2 schuilstallen per bedrijf waarbij gezien het doel de stallen de weidegang moeten volgen.

Samenvatting Voorgesteld wordt om drie aanpassingen te doen als het gaat om het schuilstallenbeleid: 1. Voor de overgangsgebieden permanente schuilstallen toegestaan voor een periode van 5 jaar en voor de meer open gebieden inclusief de Hulshorster Enk alleen seizoensgebonden schuilstallen toe te staan voor een periode van zes maanden. 2. Bij seizoensgebonden schuilstallen geen landschappelijke inpassing te verplichten maar wel eisen dat er sprake moet zijn van een natuurlijke uitstraling als het gaat om de materialisering. 3. Voor hobbymatige aanvrager één schuilstal toe te staan maar de regeling ook open te stellen voor bedrijfsmatige aanvragers te weten maximaal 2 seizoensgebonden schuilstallen per bedrijf waarbij deze schuilstallen de weidegang moeten volgen. We verzoeken de commissie om ter peiling uit te spreken dat op basis van deze uitgangspunten een bestemmingsplan kan worden opgesteld. Burgemeester en wethouders van Nunspeet, de secretaris, de burgemeester, mr. A. Heijkamp

C.W.J. Blom

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14849878/2