AP 6f. Bijlage BP Toelichting Schotkampweg 161 Elspeet
Tekst van het document
50 st 25 st 25 st 25 st
Singel, drie rijen, 1,25m x 1,25 m verspringend verband, 300 stuks Eik (Quercus robur) Hazelaar (Corylus avellana) Vuilboom (Rhamnus frangula) Krent (Amelanchier lamarckii) Lijsterbes (Sorbus aucuparia) Kornoelje (Cornus sanguinea)
100 st 50 st 50 st 50 st 25 st 25 st
Gemengde haag, 4 st/m, 200 st totaal -
Beuk (Fagus sylvatica) Liguster (Ligustrum vulgare) Veldesdoorn (Acer campestre) Meidoorn (Crataegus monogyna)
50 st 50 st 50 st 50 st
Beukenhaag, 4 st/m, 500 st
Beheer en onderhoud De lindebomen opkronen in de jeugdfase tot een voldoende hoogte is bereikt om onderdoor te kunnen rijden. Vogelbosjes en singels regelmatig afzetten om de gevarieerdheid in soortenopbouw te behouden. De landschappelijke haag en de beukenhaag regelmatig snoeien zodat zij niet hoger worden dan 1,5 tot 2,0 meter.
bestemmingsplan Schotkampweg 161 Elspeet (vastgesteld)
Bijlage 2 Geurberekeningen
63
1 Bijlage 2 2 •
GEURBEREKENINGEN
Gegenereerd op: 17-11-2020
berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020
(c) DNV GL
Page 1
Naam van de berekening: Verhoef Stakenbergweg Gemaakt op: 2020-11-17 14:54:47 Rekentijd: 0:00:32 Naam van het bedrijf: Verhoef Stakenbergweg 182 Berekende ruwheid: 0,377 m
Brongegevens: Volgnr. BronID
X-coord.
Y-coord.
EP Hoogte
EP Diam.
EP Uittr. snelh. E-Aanvraag
Geb. Hoogte
1
Stal F
179 913
479 647
6,1
0,5
4,00
7 120
4,4
2
Stal G
179 879
479 640
4,9
0,5
4,00
10 929
3,5
3
Stal H
179 931
479 622
1,5
0,5
0,40
39
1,5
4
Stal I
179 894
479 688
7,4
0,5
4,00
11 997
5,0
5
Stal K
179 934
479 691
7,7
0,5
4,00
11 819
4,9
Geur gevoelige locaties: Volgnr. BronID
X-coord.
Y-coord.
Geurnorm
Geurbelasting
6
Woning 1
180 078
479 883
14,0
5,3
7
Woning 2
180 028
479 830
14,0
8,4
Gegenereerd op: 17-11-2020
berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020
(c) DNV GL
Page 2
Gegenereerd op: 17-11-2020
berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020
(c) DNV GL
Page 1
Naam van de berekening: Verhoef Hooiweg Gemaakt op: 2020-11-17 14:53:48 Rekentijd: 0:00:30 Naam van het bedrijf: Verhoef Hooiweg 180 Berekende ruwheid: 0,352 m
Brongegevens: Volgnr. BronID
X-coord.
Y-coord.
EP Hoogte
EP Diam.
EP Uittr. snelh. E-Aanvraag
Geb. Hoogte
1
Stal D1
180 444
479 784
1,5
0,5
0,40
1 139
1,5
2
Stal D2
180 412
479 794
6,7
0,5
4,00
13 101
4,4
3
Stal E
180 402
479 775
5,2
0,5
4,00
7 476
3,6
4
Stal F
180 398
479 756
6,3
0,5
4,00
11 819
4,2
5
Stal G
180 398
479 736
6,0
0,5
4,00
5 518
3,9
Geur gevoelige locaties: Volgnr. BronID
X-coord.
Y-coord.
Geurnorm
Geurbelasting
6
Woning 1
180 078
479 883
14,0
2,8
7
Woning 2
180 028
479 830
14,0
2,5
Gegenereerd op: 17-11-2020
berekend met : V-Stacks Vergunning 2020 Release juli 2020
(c) DNV GL
Page 2
Bijlage: ACHTERGROND GEURBEREKENING Uitkomst achtergrond geur berekening Cumulatieve geurbelasting op receptorpunten, zoals berekend RecepID X-coor Y-coor Geurnorm Geurbelasting [OU/m3] 1100 180078.0 479883.0 20.000 7.427 1101 180028.0 479830.0 20.000 10.857
Bronbestand (invoer) idnr
X 1001 1002 1003 1004 1005 1006 1007 1008 1009 1010
Y 179913 179879 179931 179894 179934 180444 180412 180402 180398 180398
ST-hoogte GemGebH ST-bindiamST-uittree E-vergund E-MaxVerg 479647 6.1 479640 4.9 479622 1.5 479688 7.4 479691 7.7 479784 1.5 479794 6.7 479775 5.2 479756 6.3 479736
4.4 3.5 1.5 4.9 1.5 4.4 3.6 4.2 6 3.9
0.5 0.5 0.5 5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5 0.5
Invoergegevens v-stacks gebied Berekende ruwheid: 0,33 m Meteo station: Eindhoven Rekenuren: 20 % Rasterpunt linksonder x: 179078 m Rasterpunt linksonder y: 478883 m Gebied lengte (x): 2000 m , Aantal gridpunten: 11 Gebied breedte (y): 2000 m , Aantal gridpunten: 11
4 4 0.4 4 4 0.4 4 4 4 4
7120 10929 39 11997 11819 1139 13101 7476 11819 5518
7120 Stal F 10929 Stal G 39 Stal H 11997 Stal I 11819 Stal K 1139 Stal D1 13101 Stal D2 7476 Stal E 11819 Stal F 5518 Stal G
Stakenbergweg 182 Stakenbergweg 182 Stakenbergweg 182 Stakenbergweg 182 Stakenbergweg 182 Hooiweg 180 Hooiweg 180 Hooiweg 180 Hooiweg 180 Hooiweg 180
bestemmingsplan Schotkampweg 161 Elspeet (vastgesteld)
Bijlage 3 Quickscan Flora en Fauna
70
1 Bijlage 3 2 •
QUICKSCAN FLORA EN FAUNA
QUICKSCAN FLORA & FAUNA SCHOTKAMPWEG 159 / 161 - ELSPEET
Quickscan flora & fauna Projectnummer: 16.1512 Versie: 2 Datum: 8 februari 2017
Opdrachtnemer Exlan Waalkade 33 5347 KR Oss
Postbus 300 5340 AH Oss
Locatie Schotkampweg 159 / 161 te Elspeet
Opdrachtgever Dhr. G. Verhoef Schotkampweg 159a 8075 RD Elspeet T: 0577-491959
Contactpersoon Ing. A.J.A.M. van Zeeland T: 088-4882929 F: 088-4882102 E: anton.van.zeeland@exlan.nl
Uitvoerders Ing. A.J.A.M. van Zeeland Ing. E. van Horssen-Maas
Collegiale check AvZ
ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN. NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG WORDEN VERVEELVOUDIGD DOOR MIDDEL VAN DRUK, FOTOKOPIE, MICROFILM, GELUIDSBAND, ELEKTRONISCH OF OP WELKE ANDERE WIJZE DAN OOK, EN EVENMIN IN EEN GEAUTOMATISEERD GEGEVENSBESTAND WORDEN OPGESLAGEN, ZONDER VOORAFGAANDE SCHRIFTELIJKE TOESTEMMING VAN AGRIFIRM EXLAN.
Quickscan flora & fauna – Schotkampweg 159 / 161 te Elspeet
2
Quickscan flora & fauna INLEIDING
4
HOOFDSTUK 1 TOETSINGSKADER
6 6
HOOFDSTUK 2 ONDERZOEKSRESULTATEN
9 9
HOOFDSTUK 3 PROJECTPLAN
15 15
HOOFDSTUK 4 CONCLUSIE
19 19
LITERATUUR
21
BIJLAGEN
22
WAARNEMINGEN VOLGENS WAARNEMING.NL BESLUIT ONTHEFFING
23 24
Quickscan flora & fauna – Schotkampweg 159 / 161 te Elspeet
3
Quickscan flora & fauna Aanleiding Aanleiding voor het onderzoek naar de natuurwaarden van de locatie Schotkampweg 159 / 161 te Elspeet is het realiseren van woningbouw ter plaatse van de huidige bebouwing. Ten behoeve van de woningbouw worden enkele bedrijfsgebouwen afgebroken. In dit kader wordt door het bevoegde gezag een flora- en faunatoets noodzakelijk geacht. Bij de uitvoering van de voorgenomen wijzigingen moet rekening worden gehouden met het huidige voorkomen van de, op grond van de Flora- en faunawet, beschermde soorten. Als de voorgenomen ingreep leidt tot het overtreden van verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten, moet vrijstelling of ontheffing ex. artikel 75 van de Flora- en faunawet worden verkregen. Daarnaast dient rekening te worden gehouden met eventuele effecten op beschermde natuurgebieden. De voorliggende quickscan bevat een inventarisatie van de huidige aanwezigheid van beschermde soorten planten en dieren in en om het plangebied. Daarnaast worden de te verwachten effecten van de ingreep in het plangebied beoordeeld. De resultaten kunnen dienst doen bij de onderbouwing van de ontheffingsaanvraag ex. artikel 75 van de Flora- en faunawet. Plangebied Het plangebied valt binnen de gemeente Nunspeet en is gelegen in het buitengebied, ten noordwesten van de kern Elspeet.
Binnen het plangebied zijn drie bedrijfsgebouwen, twee bedrijfswoningen en twee bijgebouwen gelegen. Op circa 10 meter ten noorden van de rand van het plangebied is de EHS en tevens het Natura 2000-gebied Veluwe gelegen.
•
Afbeelding 1: Planlocatie (Bron: Google earth)
Voorgenomen ingreep Het voornemen is om binnen het plangebied ruimte te creëren voor extra woningbouw. Hiertoe wordt een groot gedeelte van de bestaande bedrijfsgebouwen afgebroken. Uitgangspunten voor de realisatie van het voornemen zijn: • Afbreken bestaande bedrijfsgebouwen;
Quickscan flora & fauna – Schotkampweg 159 / 161 te Elspeet
4
• • • •
Het bouwrijp maken van het terrein; Graafwerkzaamheden; Het bouwen van nieuwe woning(en); Het aanleggen van nieuwe (erf)verharding en beplanting.
Probleemstelling Om een indicatie te krijgen van de effecten die de bouwwerkzaamheden hebben op de natuurwaarden binnen het plangebied, dienen de volgende vragen te worden beantwoord: 1. Welke wettelijk beschermde soorten komen in het plangebied voor? Welke status hebben deze soorten? 2. Welke invloed heeft de geplande ingreep in het betreffende gebied op de beschermde soorten? 3. Indien de duurzame staat van instandhouding van strikt beschermde soorten in gevaar komt, welk vervolgtraject dient dan doorlopen te worden? 4. Voor welke beschermde soorten moet eventueel een ontheffing aangevraagd worden?
Quickscan flora & fauna – Schotkampweg 159 / 161 te Elspeet
5
Hoofdstuk 1
De bescherming van natuur is in Nederland vastgelegd in nationale wetgeving. De nationale wetgeving is een Nederlandse implementatie van de belangrijkste Europese wetgevingselementen. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming. De soortenbescherming is verankerd in de Flora- en faunawet (2002). De gebiedsbescherming is verankerd in de Natuurbeschermingswet 1998. Per 1 januari 2017 vervangt de Wet natuurbescherming de Flora- en Faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998. De uitvoering van deze nieuwe wet komt grotendeels in handen van de provincies. Vanaf 1 januari 2017 bepalen de provincies voor hun gebied wat wel en niet mag in de natuur. Zij zijn verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Rijksoverheid is dan alleen nog verantwoordelijk voor de ontheffingsaanvragen en de gedragscodes.
1.1
Flora- en faunawet De Flora- en faunawet vormt voor wat betreft de soortenbescherming een concrete en correcte implementatie van de habitatrichtlijn. Deze wet is op 1 april 2002 in werking getreden. Doel van deze wet is de bescherming van dier- en plantensoorten in hun natuurlijke leefgebied. De Flora- en faunawet kent zowel verbodsbepalingen als een zorgplicht. De zorgplicht geldt altijd, voor iedereen en in alle gevallen. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het ‘nee, tenzij – principe’. Voor verschillende categorieën soorten en activiteiten zijn vrijstellingen of ontheffingen van deze verbodsbepalingen mogelijk. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: •
•
• •
•
•
Planten, behorende tot een beschermde inheemse plantensoort, te plukken, te verzamelen, af te snijden, uit te steken, ter vernielen, te beschadigen, te ontwortelen of op enigerlei andere wijze van hun groeiplaats te verwijderen. (art. 8 Flora- en faunawet); Dieren; behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te doden, te verwonden, te vangen, te bemachtigen of met het oog daarop op te sporen. (art. 9 Flora- en faunawet); Dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, opzettelijk te verontrusten. (art. 10 Flora- en faunawet); Nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van dieren, behorende tot een beschermde diersoort, te beschadigen, te vernielen, uit te halen, weg te nemen of te verstoren. (art. 11 Flora- en faunawet); Eieren van dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te zoeken, te rapen, uit het nest te nemen, te beschadigen of te vernielen (art. 12 Flora- en faunawet); Het vervoeren en onder zich hebben (i.v.m. verplaatsen van planten en dieren. (art. 13 Flora- en faunawet).
Als gevolg van ruimtelijke ingrepen is het mogelijk dat beschermde soorten beschadigd, verstoord of vernietigd worden. Als op basis van onderzoeksgegevens blijkt dat beschermde soorten voorkomen, kan dit consequenties hebben voor de voorgenomen ruimtelijke ingreep. Met ingang van juli 2004 geldt een Wijziging Besluit vrijstelling beschermde plant- en diersoorten. Met de wijziging worden knelpunten opgelost die o.a. bestaan bij ruimtelijke projecten als gevolg van de aanwezigheid van beschermde dier- en plantensoorten. Bij
Quickscan flora & fauna – Schotkampweg 159 / 161 te Elspeet
6
veel werkzaamheden hiermee samenhangend is het niet langer nodig een ontheffing van Flora- en faunawet aan te vragen om beschermde dieren te verstoren of bijvoorbeeld beschermde planten te maaien. In plaats hiervan gaat een vrijstelling gelden. Om gebruik te kunnen maken van de vrijstelling is het wel nodig om te werken volgens een gedragscode. Alleen als het gaat om veel voorkomende soorten is het niet nodig om volgens een dergelijke gedragscode te werken.
1.2
Natuurbeschermingswet De beschermde gebieden die onder de Europese Habitat- en Vogelrichtlijn (Natura 2000) zijn aangewezen vallen onder de Natuurbeschermingswet. De nieuwe Natuurbeschermingswet (1998) is sinds eind 2005 van kracht. Middels deze wet zijn verschillende gebieden in Nederland beschermd vanwege de voorkomende natuur. Het doel van de Natuurbeschermingswet is het beschermen en instandhouden van bijzondere gebieden in Nederland. Indien een plan negatieve gevolgen heeft (kan hebben) is een vergunning noodzakelijk. Ook hierbij geldt het ‘nee, tenzij – principe’. Per gebied wordt een beheerplan opgesteld waarin wordt opgenomen welke handelingen zonder vergunning kunnen worden uitgevoerd. De locatie is niet gelegen binnen de contouren van een Natura 2000-gebied of een Natuurbeschermingswetgebied.
1.3
Ecologische hoofdstructuur Het doel van de ecologische hoofdstructuur is om te komen tot duurzame populaties van kwetsbare planten en diersoorten. Om de planten- en diersoorten gezond en veerkrachtig te houden, moeten ze in verschillende leefgebieden kunnen voorkomen. Dit is belangrijk voor de voortplanting; het bevorderd de genetische variatie binnen een soort. Soorten hebben zo meer overlevingskansen en meer uitwisselingsmogelijkheden. De ecologische hoofdstructuur in Gelderland sluit aan op die in de rest van Nederland. Samen vormen ze weer een onderdeel van het Europese net van natuurgebieden, ook wel aangeduid als Natura 2000. Om de ecologische hoofdstructuur als netwerk te laten functioneren werkt de provincie ook aan het aanleggen van verbindingszones en het oplossen van faunaknelpunten in de wegenstructuur. Op bepaalde plaatsen worden dan tunnels of wildviaducten aangelegd. Ook de beheersgebieden behoren tot de EHS. Dit zijn agrarische gebieden, waar belangrijke natuurwaarden voorkomen. Voorbeelden zijn weidevogels of bepaalde akkerplanten. Er is subsidie beschikbaar voor een aangepast landbouwkundig gebruik. Dat wordt agrarisch natuurbeheer genoemd. Het voornemen binnen het plangebied is niet gesitueerd binnen de EHS. Op circa 10 meter ten noorden van het plangebied is de EHS gelegen.
1.4
Onderzoeksmethode Om een goede indicatie van de natuurwaarden binnen het plangebied te krijgen, wordt het onderzoek in verschillende stappen uitgevoerd. Op basis van literatuuronderzoek is nagegaan of er wettelijk beschermde planten- of diersoorten in het gebied voorkomen. Na het literatuuronderzoek is een verkennend terreinbezoek gebracht aan het plangebied. Hierbij is, op basis van de gegevens van het literatuuronderzoek, beoordeeld voor welke soorten het gebied daadwerkelijk een geschikte habitat biedt en daarmee welke soorten er daadwerkelijk voor kunnen komen. Vervolgens zijn de mogelijke effecten op de verwachte beschermde soorten beschreven.
Quickscan flora & fauna – Schotkampweg 159 / 161 te Elspeet
7
Op basis van de te doorlopen procedures zijn conclusies getrokken met betrekking tot de eventuele negatieve effecten en/of obstakels inzake de Flora- en faunawet art. 75. Op donderdag 1 december 2016 is om ca. 15 uur het plangebied ter plaatse geïnventariseerd, om te onderzoeken of het plangebied een zodanig belangrijke status heeft dat een aanvullend veldonderzoek noodzakelijk is. Op het moment van inventarisatie was de temperatuur ca. 11 graden, was het bewolkt en windstil. In het plangebied is de omgeving onderzocht op de aanwezige flora en fauna. Op basis van terreinkenmerken is beoordeeld of het terrein geschikt is voor de, in de regio voorkomende, beschermde soorten.
Quickscan flora & fauna – Schotkampweg 159 / 161 te Elspeet
8
Hoofdstuk 2
2.1
Literatuuronderzoek In dit onderzoek is gebruik gemaakt van de gegevens zoals die beschikbaar zijn bij de provincie Gelderland en Waarneming.nl. Het plangebied heeft geen beschermde status in het kader van de Natuurbeschermingswet. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op circa 10 meter afstand t.o.v. het plangebied (Veluwe). Er wordt niet verwacht dat het uitvoeren van de voorgenomen ingreep een negatieve invloed heeft op de natuurbeschermingswetgebieden. Het plangebied is niet gelegen in de ecologische hoofdstructuur. Ter plaatse van het plangebied (kilometerhok 18,479) zijn vanaf 1-1-2016 volgens Waaneming.nl verschillende vogelsoorten, dagvlindersoorten, reptielen/amfibieënsoort, plantensoorten en een zoogdier waargenomen. Een overzicht hiervan is weergegeven in de bijlage. Geen van deze soorten is ter plaatse van het plangebied waargenomen.
2.2
Veldonderzoek Op verschillende punten in het plangebied zijn waarnemingen verricht. De ecologische factoren in de omgeving zijn met behulp van een digitale fotocamera vastgelegd. Om de flora en fauna te kunnen determineren, is gebruik gemaakt van eigen kennis en literatuur. Flora algemeen Het plangebied is gelegen in het buitengebied (west) van Elspeet, omgeven door agrarische bedrijven en enkele burgerwoningen. Drie zijden van het plangebied grenzen aan akkergronden en weilanden. De voorzijde van het plangebied wordt begrensd door de Schotkampweg en het Natura 2000-gebeid. De begroeiing binnen het plangebied bestaat voornamelijk uit hagen en enkele solitaire bomen. Onderstaande foto’s zijn genomen tijdens het veldonderzoek.
Quickscan flora & fauna – Schotkampweg 159 / 161 te Elspeet
9
•
Afbeelding 2: Foto’s plangebied
Binnen het plangebied zijn geen bijzondere (gevoelige) plantensoorten gevonden. De weilanden in de omgeving bestaan voornamelijk uit grasland met zeer algemene kruiden en grassen. Fauna algemeen Tijdens de inventarisatie is extra aandacht besteed aan de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen, uilen en dassen in of in de nabijheid van het plangebied. Vogels Tijdens het veldonderzoek is specifiek gekeken naar vogelsoorten die (leeg)staande gebouwen gebruiken als verblijf- en nestplaats. Zoals de huismus, zwarte roodstaart, zwaluwen en uilen. De specifieke uilensoorten die men vooral in gebouwen kan aantreffen zijn de kerk- en steenuil. Tijdens het veldonderzoek zijn in één van de bedrijfsgebouwen sporen van een kerkuil waargenomen. Met zekerheid wordt de schuur gebruikt door een roestende vogel en gezien de hoeveelheid uienballen, mestresten en veren wordt deze locatie al langere tijd
Quickscan flora & fauna – Schotkampweg 159 / 161 te Elspeet
10
door deze vogel gebruikt. Wellicht heeft er in het verleden ook een broedend paartje gezeten. Over het algemeen gebruikt de kerkuil bij voorkeur, ruïnes, schuren en bijgebouwen als nestruimte. De gebouwen binnen het plangebied zijn onderzocht op verblijfplaatsen van deze specifieke uilen. Er zijn sporen (veren, braakballen en uitwerpselen) gevonden, welke duiden op de aanwezigheid van een kerkuil binnen een gebouw. Zoogdieren Tijdens het veldonderzoek is nauwkeurig gekeken naar de aanwezigheid van zoogdieren. Er zijn enkele sporen van konijnen en muizen gevonden. Ondanks dat de locatie tegenover een natuurgebied ligt waar mogelijk dassen voorkomen, zijn er geen sporen van dassen waargenomen. Gezien de bedrijvigheid in en in de nabijheid van het plangebied (omliggende bedrijven/woningen), wordt niet verwacht dat dassen het terrein als foerageergebied gebruiken. Dit biotoop zou ook uitermate geschikt kunnen zijn voor de steenmarter. Hiervan zijn echter geen sporen aangetroffen. De meeste steenmarters worden echter gevonden in het oosten van Nederland. Daarnaast is de aanwezigheid van een kerkuil, al een indicatie dat er geen steenmarters op deze locatie aanwezig zijn. De nestgelegenheid zou dan worden leeggeroofd. Ook het voorkomen van een waterspitsmuis is uitgesloten mede omdat een waterspitmuis blijvend oppervlakte water nodig heeft.
Vleermuizen Er zijn in Nederland circa 21 soorten vleermuizen bekent waarbij iedere soort zijn eigen specifieke voedsel, zomer en winterverblijfplaats heeft. Veel vleermuissoorten overwinteren vaak in grote aantallen in grotten, bunkers, forten, kelders en zolders. Sommige vleermuissoorten overwinteren specifiek in boomholten. Voor het zomerverblijf dient net als het winterverblijf deze gebufferd te zijn zodat de temperatuur zo constant mogelijk blijft. Dode bomen en langdurig leegstaande gebouwen zijn hierdoor minder geschikt. Leegstaande stallen en bedrijfsgebouwen dienen specifieke eigenschappen te hebben om als een geschikte verblijfplaats te dienen voor vleermuizen. Belangrijk is het, dat de temperatuur in de holte stabiel blijft. Vaak zijn oude gebouwen die voorzien zijn van een spouwmuur, van waaruit veel warmte lekt het meest geschikt. Echter stallen die al langer leeg staan zijn door de onstabiele temperaturen totaal ongeschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Tijdens het terreinbezoek zijn geen sporen van vleermuizen waargenomen. Binnen het plangebied zijn geen bomen aanwezig, welke geschikt zijn als verblijfplaats of nestgelegenheid voor vleermuizen. De aanwezige bomen, gesitueerd binnen en buiten het plangebied, bevatten daarnaast geen holten, waarin zich vleermuizen kunnen bevinden. De gebouwen zijn onderzocht op verblijfplaatsen van vleermuizen.
Er zijn geen vleermuissporen, zoals mestkeutels, strepen op de in en uitvlieg gaten alsmede resten van prooidieren gevonden. Hoewel er enkele kieren aanwezig zijn, zijn er onvoldoende openingen aanwezig om als in-/uitvlieg route te dienen. Diverse vleermuissoorten die gebouwen gebruiken als verblijfplaats, hebben behoefte aan een spouwmuur waaruit warmte lekt. De af te breken gebouwen vallen hier niet onder. Ondanks het feit dat het plangebied niet geschikt is als verblijfplaats voor vleermuizen, is niet uit te sluiten dat vleermuizen het terrein als jachtgebied gebruiken. De kans dat het terrein als jachtgebied gebruikt wordt is echter zeer klein, aangezien er zich kerkuilen midden op het terrein hebben gevestigd. Dit heeft direct tot gevolg dat vleermuizen deze locatie zullen mijden, aangezien vleermuizen door de kerkuil als prooi worden gezien. Aanvullend onderzoek voor de mitigerende maatregelen zijn daarom niet nodig. Reptielen / amfibieën Er is geen oppervlaktewater aanwezig in het gebied. Tijdens het terreinbezoek zijn geen reptielen of amfibieën waargenomen.
Quickscan flora & fauna – Schotkampweg 159 / 161 te Elspeet
11
Dagvlinders Dagvlinders vliegen voornamelijk bij warm en zonnig weer. Ten tijde van het terreinbezoek zijn geen vlinders waargenomen. Het plangebied is niet aantrekkelijk als verblijfsgebied voor vlinders vanwege het ontbreken van vlinder – aantrekkende bloemen en struiken. Libellen Tijdens het terreinbezoek zijn geen libellen aangetroffen. Doordat er binnen het plangebied geen water met oevervegetatie aanwezig is, is de verwachting dat er geen libellen voorkomen. Vissen Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Dit sluit de aanwezigheid van vissen binnen het plangebied uit.
2.3
Effecten van de ingreep De effecten op beschermde soorten zijn onderzocht op basis van het voornemen binnen het plangebied. Ten behoeve van het voornemen worden er enkele bedrijfsgebouwen afgebroken. De vrijgekomen grond wordt in gebruik genomen t.b.v. woningbouw. Het voornemen zal bij de uitvoering weinig effect hebben op verschillende voorkomende of te verwachte soorten. Binnen de omliggende akkergronden en weilanden is voldoende groen aanwezig waar de dieren naartoe kunnen trekken/vluchten. Na de ingreep wordt voldoende groen gerealiseerd, waarmee het biotoop grotendeels weer hersteld wordt. Gebieden Het dichtstbij zijnde beschermd gebied (Natura 2000) bevindt zich op korte afstand t.o.v. het plangebied. De ingreep heeft, mede door de geringe milieubelasting, geen effect op het beschermde gebied. De ingreep zal niet leiden tot versnippering of onderbreking van ecologische verbindingszones of leefgebieden. De voorgenomen ingreep zal geen afbreuk doen aan de landschapsstructuur en belevingswaarde van de beschermde gebieden. De ecologische waarden worden niet aangetast. Vogels Alle vogels zijn beschermd in het kader van de Vogelrichtlijn. Werkzaamheden in en in de omgeving van broedplaatsen tijdens de broedtijd (15 maart – 15 juli) zullen sterke negatieve effecten hebben op de meeste vogelsoorten door vernietiging van broedplaatsen en verstoring van de reproductie.
Verstorende werkzaamheden in deze periode zijn dan ook niet toegestaan. Indien broedvogels binnen het broedseizoen worden verstoord, wordt wettelijk gezien geen ontheffing verleend. Buiten het broedseizoen kan wel ontheffing worden verleend. Verstorende werkzaamheden dienen hierdoor buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden. Tijdens het terreinbezoek is een locatie gevonden die gebruikt wordt door een kerkuil. Dit nest is jaarrond beschermd en er dient dan ook onderzocht te worden of een ontheffing noodzakelijk is. Hiervoor is een verzoek ingediend bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nerderland (RVO). In de bijlage is het besluit van RVO op dit verzoek opgenomen. Zoogdieren Verstoring van zoogdieren kan plaatsvinden met de aanvang van de werkzaamheden. Vaste verblijfplaatsen van algemene soorten kunnen worden verstoord. Deze dieren zullen vanwege de onrust hun vaste verblijfplaats verlaten en naar omliggende gebieden trekken. Tijdens de werkzaamheden dient zorgvuldig aandacht te worden besteedt aan het in stand houden van vluchtmogelijkheden voor eventueel aanwezige zoogdieren. Het betreft algemeen voorkomende soorten die niet strikt beschermd zijn. De voorgenomen
Quickscan flora & fauna – Schotkampweg 159 / 161 te Elspeet
12
ingreep zal geen negatief effect hebben op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten. Binnen het plangebied zijn geen beschermde zoogdieren gevonden.
Quickscan flora & fauna – Schotkampweg 159 / 161 te Elspeet
13
Vleermuizen Binnen het plangebied zijn geen sporen van vleermuizen waargenomen. Dat wil niet zeggen dat het plangebied niet als foerageer- of jachtgebied wordt gebruikt. Reptielen / amfibieën Werkzaamheden in het plangebied tijdens het voortplantingsseizoen (maart t/m augustus) zullen geen negatieve effecten hebben op de meeste amfibie- en reptielensoorten. Overwinteringsplaatsen en voortplantingsplaatsen van amfibieën en reptielen bevinden zich in of rondom het oppervlaktewater. Het is niet te verwachten dat er verstoring optreedt tijdens de werkzaamheden. Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig en er zijn geen sporen van reptielen en amfibieën aangetroffen. Dagvlinders Binnen het plangebied zijn geen dagvlinders waargenomen. Het plangebied is niet geschikt voor de dagvlinder. De ingreep heeft naar verwachting geen nadelige effecten voor het verblijfsgebied van dagvlinders. Libellen Tijdens het terreinbezoek zijn geen libellen waargenomen. Daarnaast hebben de wijzigingen geen invloed op oppervlaktewateren. Het is niet te verwachten dat de voorgenomen wijzigingen binnen het plangebied een negatief effect hebben op de libellen. Vissen Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Effecten van de wijzigingen binnen het plangebied op de soortgroep vissen is hierdoor uitgesloten. Planten Het plangebied bevat geen beschermde plantensoorten.
Het voornemen heeft derhalve geen negatief effect op de instandhouding van beschermde plantensoorten binnen het plangebied. Overige beschermde soorten Omdat er geen beschermde soorten zijn aangetroffen, is het niet nodig deze soorten in een eventuele ontheffingsaanvraag op te nemen.
Quickscan flora & fauna – Schotkampweg 159 / 161 te Elspeet
14
Hoofdstuk 3
Mitigerende maatregelen 3.1
Probleemstelling Tijdens het veldonderzoek is in de te slopen gebouwen een nest van een kerkuil (Tyto alba) aangetroffen. Het gaat hier om minstens één rustende vogel.
•
Afbeelding 2 Nestlocatie koppel kerkuilen
Er werden uilenballen, veren en krijtsporen van de ontlasting aangetroffen. Deze voormalige vleesstieren stal staat al meer dan 10 jaar leeg, hierdoor is het uitermate geschikt voor de huisvesting van een kerkuil. Het nest bevindt zich tussen een open stuk isolatiemateriaal in de golfplaten van het dak.
3.2
Maatregelen Als compensatie voor het verwijderen van het betreffende nest, worden binnen het plangebied twee nestkasten geplaatst. Deze worden uitgevoerd conform de voorgeschreven maatvoering, zie figuur 1. Na het aanbrengen van deze kasten zal, na een gewenning van circa 3 maanden, de isolatieplaten worden weggehaald en zal circa een maand later het gebouw worden gesloopt. In deze periode hebben de kerkuilen de mogelijkheid een ander onderkomen te zoeken. Het slopen van de bebouwing zal plaatsvinden na het broedseizoen, welke loopt van maart t/m september. Omdat het een rustende vogel betreft, is het nog niet helemaal zeker of er op deze locatie in februari ook werkelijk een broedpaar aanwezig is.
Quickscan flora & fauna – Schotkampweg 159 / 161 te Elspeet
15
•
3.3
Figuur 1: De te plaatsen kerkuilenkasten
Alternatieven De locatie is vervallen en grote delen van het terrein zijn vervuild met allerlei bouwmateriaal of sporen daarvan. Daarnaast is het betreffende gebouw zwaar beschadigd doordat een vrachtwagen de gevel eruit gereden heeft. Het is van maatschappelijk belang dat het terrein zo snel mogelijk wordt gesaneerd. Doordat alle gebouwen worden gesloopt, behalve het woonhuis en de garage/carport, is er nog een alternatieve locatie nodig om kasten op te hangen. De garage/carport is de meest logische en praktische oplossing om een alternatieve nestgelegenheid aan te bieden. De garage/carport lijkt in ieder geval voldoende hoog te zijn. Daarnaast is er bij de buurwoning een geschikte gelegenheid aanwezig om ook een kerkuilen kast op te hangen. Het betreft hier een hooizolder, waarbij de hooiluiken voor de kerkuilen toegankelijk worden gemaakt (zie onderstaande afbeelding).
•
Afbeelding 3 Hooiluiken buurwoning Schotkampweg
Naast het bovenstaande alternatief, is in de nabijheid van de betreffende locatie gezocht naar mogelijke andere alternatieven. Het is geen alternatief om het betreffende gebouw te behouden, omdat het zwaar beschadigd is en gesloopt dient te worden. Het betreffende plan kan dan geen doorgang vinden. Er zijn in de directe omgeving van het plangebied geen alternatieve locaties aanwezig om een kerkuilenkast op te hangen. Het ophangen van een kerkuilenkast in de directe omgeving van het bestaande nest is daarom ook het beste alternatief. De huidige locatie biedt geen goede bescherming tegen
Quickscan flora & fauna – Schotkampweg 159 / 161 te Elspeet
16
roofdieren (bijvoorbeeld katten die via de hooiwagen eenvoudig bij het nest kunnen komen).
3.4
Algemeen belang De kerkuil is opgenomen in artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Er kan alleen ontheffing verleend worden ten behoeve van belangen, genoemd in artikel 3.3 lid 4. In het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid Het betreffende gebouw is zwaar beschadigd. De voorgevel is beschadigd door een aanrijding, waardoor de gevel op instorten staat. Het is niet veilig als dit gebouw blijft staan. Daarnaast dient in het kader van de volksgezondheid de aanwezige asbest vervangen te worden. Hiermee is ook het terrein vervuild. Het terrein dient dan ook op korte termijn te worden schoongemaakt. Ter bescherming van de flora en fauna. Het huidige nest is niet goed afgeschermd tegen roofdieren. Wanneer er machines of hooiwagens onder het nest worden geplaatst, kunnen bijv. katten en andere roofdieren het nest eenvoudig verstoren. Speciale kerkuilenkasten op andere locaties is daardoor een betere optie.
3.5
Planning Begin januari zullen de kasten worden opgehangen t.h.v. de betreffende garage en t.p.v. het naastgelegen gebouw bij de buurman (zie figuur 2). Vervolgens zal drie maanden later het nest worden vernietigd, mits het niet gebruikt wordt om te broeden. Is dat wel het geval, dan wordt gewacht tot het broedseizoen voorbij is. Waarna weer een maand later op zijn vroegst de gebouwen gesloopt zullen worden. Deze gewenningsperiode moet voldoende zijn. Wanneer het nest wordt vernietigd, wordt ook direct al het isolatiemateriaal verwijderd, zodat voorkomen wordt dat de kerkuilen in het te slopen gebouw blijven.
3.6
Mogelijke alternatieven De omgeving is onderzocht op mogelijke alternatieve locaties of maatregelen. Er zijn geen echte alternatieven voorhanden, aangezien binnen het plangebied juist alle gebouwen gesloopt worden.
3.7
Effecten habitat De huidige locatie biedt goede mogelijkheden voor het voorkomen van muizen binnen de inrichting, er zijn immers veel schuilmogelijkheden en voldoende voedsel in de vorm van kruiden en insecten. Na de realisatie van het plan wordt extra beplanting aangebracht. Tevens ligt de locatie tegenover een groot natuurgebied, wat een zeer goed voedsel aanbod bied. Daarnaast wordt het gebied rondom de inrichting niet aangetast.
Quickscan flora & fauna – Schotkampweg 159 / 161 te Elspeet
17
•
Figuur 2 Locatie nieuwe nestkasten (groen) en aangetroffen nest kerkuilen (rood)
Quickscan flora & fauna – Schotkampweg 159 / 161 te Elspeet
18
Hoofdstuk 4
en aanbevelingen Het natuuronderzoek is gebaseerd op inventarisatiegegevens van derden, literatuuronderzoek en een verkennend terreinbezoek aan het plangebied. Het beeld dat uit het onderzoek naar voren komt vormt voldoende basis om gefundeerd uitspraken te doen over de gevolgen van de voorgenomen werkzaamheden voor beschermde soorten en gebieden.
4.1
Conclusie Voor de bepaling van de effecten en voor de beantwoording van de vraag of men in strijd komt met de Flora- en faunawet, wordt de relatie gelegd tussen het initiatief met deze wet door waar mogelijk antwoord te geven op de volgende vragen: 1. Heeft de voorgenomen activiteit directe gevolgen op de voortplantingslocatie of standplaats? 2. Heeft de voorgenomen activiteit indirecte gevolgen op de voortplantingslocatie of standplaats? En welk deel van het leefgebied wordt aangetast? 3. Heeft de ingreep een invloed op individueel, lokaal, regionaal of Nederlands niveau? 4. Blijven er voldoende alternatieve leefgebieden in het plangebied of in de omgeving over waar de soort naar toe kan uitwijken? Uit de effectenbeschrijving blijkt dat er geen directe of indirecte gevolgen zijn van de voorgenomen activiteit op de voortplanting en instandhouding van beschermde dier- en plantsoorten. Lokaal zullen niet specifiek beschermde diersoorten (muizen, konijnen, vogels) uit het plangebied trekken, op zoek naar een vervangende biotoop. Voor eventuele aanwezige soorten is in de omgeving voldoende vervangende biotoop aanwezig. Aangezien er in de leegstaande stierenstal een kerkuilen nest is aangetroffen, is er een ontheffing ex art. 75 van de Flora- en faunawet aangevraagd, voor het verwijderen van het kerkuilennest. De werkzaamheden leiden immers tot het vernielen van dit nest.
Verder zal er ook vernieling en/of verstoring van eventueel aanwezige algemene soorten plaatsvinden. De werkzaamheden brengen het voortbestaan van deze en algemene soorten echter niet in gevaar. Een ontheffing voor deze soorten is hier niet van toepassing. Uit dit onderzoek blijkt verder dat de werkzaamheden binnen het plangebied geen significant negatief effect hebben op de natuurwaarden binnen het plangebied. Omdat verwacht wordt dat er verder geen strikt beschermde flora en fauna in het plangebied verblijven, zal de ingreep geen negatief effect hebben op deze soorten en hun omgeving. Voor het merendeel van de aanwezige of te verwachten beschermde soorten zijn de effecten gering.
4.2
Vrijstellingen en ontheffingen RVO heeft naar aanleiding van het verzoek besloten dat er geen ontheffing noodzakelijk is, omdat er geen sprake is van overtreding van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Het is toegestaan de voorgenomen werkzaamheden zonder ontheffing uit te voeren, mits de in het besluit genoemde maatregelen worden gerealiseerd. Het besluit is opgenomen als bijlage bij deze Quickscan
Quickscan flora & fauna – Schotkampweg 159 / 161 te Elspeet
19
4.3
Aanbevelingen Met de voorgenomen activiteit kan er sprake zijn van lokale en tijdelijke effecten, met name in de aanlegfase. Om de risico’s op verstoring van beschermde soorten binnen het plangebied te minimaliseren, wordt aanbevolen om voorafgaand aan de werkzaamheden het terrein te controleren op de aanwezigheid van beschermde soorten. De meeste in het plangebied voorkomende algemene soorten zullen wegtrekken naar geschikt terrein in de omgeving. Door ingrijpende verstorende werkzaamheden (graafwerkzaamheden) buiten het broedseizoen uit te voeren wordt mogelijke verstoring voorkomen. Voor soorten die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht en voor alle overige beschermde soorten, geldt een algemene zorgplicht volgens de Flora- en faunawet. Hierbij moeten passende maatregelen worden genomen om schade aan beschermde soorten te voorkomen of te beperken. Het plaatsvinden van werkzaamheden buiten het broed/voortplantingsseizoen valt hier onder. Volgens de wetgeving geldt dat de werkzaamheden buiten het broedseizoen moeten worden uitgevoerd.
Quickscan flora & fauna – Schotkampweg 159 / 161 te Elspeet
20
•
Besluit inwerkingtreding Flora- en faunawet. Vastgesteld d.d. 12 december 2001. Staatscourant 2001, nr. 656. Broekhuizen, S., Hoekstra, B., Laar, van, V., Smeenk, C. & Thissen, J.B.M., 1992 Atlas van de Nederlandse zoogdieren. Stichting uitgeverij van de KNNV, Utrecht. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no 92/409 inzake het behoud van de vogelstand. Brussel, 1979. Europese Gemeenschappen, Richtlijn no 92/43 inzake instandhouding van de natuurlijke habitat en de wilde flora en fauna. Brussel, 1992. Flora- en faunawet. Vastgesteld d.d. 25 mei 1998 Staatsblad d.d. 14 juli 1998, nr. 402. Hollander, H., & Geest, van der, P., 1994. Rode-Lijst van bedreigde zoogdieren in Nederland. Red data book of threatened mammals in the Netherlands. Vereniging voor Zoogkunde en Zoogdierbescherming, Utrecht. Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Ministerie van Volkshuisvesting. Ruimtelijke Ordening en milieu, 2004. Nota Ruimte. De Nederlandse libellen, Nederlandse Fauna, deel 4 Nationaal historisch museum, KNNV uitgeverij (2002) Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming (VZZ)
• • • •
http://www.gelderland.nl http://www.wikipedia.nl http://www.vogelbescherming.nl http://www.waarneming.nl
• • • •
• •
• •
Quickscan flora & fauna – Schotkampweg 159 / 161 te Elspeet
21
Quickscan flora & fauna – Schotkampweg 159 / 161 te Elspeet
22
Waarnemingen volgens Waarneming.nl
Quickscan flora & fauna – Schotkampweg 159 / 161 te Elspeet
23
Besluit ontheffing
Quickscan flora & fauna – Schotkampweg 159 / 161 te Elspeet
24
bestemmingsplan Schotkampweg 161 Elspeet (vastgesteld)
Bijlage 4 Bodemonderzoek
100