CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 6e. Commissievst. Versterking kapitaalstructuur Alliander

Commissie Maatschappij en Middelen 7 oktober 2021, gemeente NunspeetBij agendapunt: Versterking kapitaalstructuur Alliander2.099 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

COMMISSIEVOORSTEL 0302123175

Commissie

:

Maatschappij en Middelen

Datum commissievergadering

:

7 oktober 2021.

Agendapunt

:

6e.

Datum college

:

21 september 2021.

Onderwerp

:

Versterking kapitaalstructuur Alliander.

Bevoegd orgaan

:

burgemeester en wethouders.

Portefeuillehouder

:

L. van der Maas.

Behandeling

:

peiling

Stukken ter inzage

:

Geen.

Bijlage(n)

:

Geen.

Voorstel Voor de voorgenomen deelname in de obligatielening aan Alliander eventuele wensen en bedenkingen aan het college van burgemeester en wethouders kenbaar maken.

Geachte commissie, Inleiding In het Klimaatakkoord (28 juni 2019 heeft de Nederlandse regering een klimaatakkoord getekend met als doel de broeikasgassen in 2030 met 49 procent terug te dringen vergeleken met 1990) is de afspraak gemaakt dat in 2030 70% van alle elektriciteit uit hernieuwbare bronnen komt. Dat gebeurt onder meer door met Regionale Energiestrategieën (RES-en) tot 35 TWh duurzame opwek op land te komen. Tegelijk groeit de vraag naar elektriciteit. Auto's worden elektrisch, de industrie vervangt olie en gas door duurzame opgewekte stroom en huizen worden op een duurzame manier verwarmd. Deze afspraken betekenen een enorme verandering voor Alliander. Het elektriciteitsnet, ooit aangelegd om te voorzien in de vraag naar energie, moet in 2030 zijn veranderd in een multifunctionele verbinder van vraag, aanbod en opslag. Om dat mogelijk te maken moet het elektriciteitsnet drastisch worden verbouwd, uitgebreid en bestaande gasnetten worden aangepast. In feite wordt het hele energiesysteem opnieuw ontworpen. Om de afspraken uit het Klimaatakkoord waar te maken, wacht o.a. Alliander de komende tien jaar een enorme hoeveelheid werk. Het is de maatschappelijke opdracht om dat werk gedaan te krijgen en dit vergt onder meer dat Alliander voldoende financieringsruimte heeft om de voor de energietransitie benodigde investeringen te kunnen doen.

Blijvend investeren Om de capaciteit van het net te verdubbelen, moet de komende 10 jaar evenveel werk worden verzet als in de afgelopen 40 jaar. Het investeringsniveau moet worden verdubbeld ten opzichte van de afgelopen jaren. De sterke toename van investeringen leidt tot substantieel hogere afschrijvingen en financieringslasten. Deze hogere kosten worden op basis van het huidige wettelijk kader met enkele jaren vertraging, over een periode van circa 40 jaar (= de economische levensduur van de infrastructuur) doorberekend in de tarieven voor huishoudens en bedrijven. Door

-2-

Nr.

deze lange terugverdientijden, wordt Alliander gedwongen de sterk toenemende investeringen in toenemende mate voor te financieren. Ook omdat de gereguleerde inkomsten - als gevolg van de zeer lage rente in het afgelopen decennium - hiervoor onvoldoende ruimte bieden. Door de combinatie van sterk toenemende investeringen, lange terugverdientijden en lage rendementen neemt de financieringsbehoefte van Alliander sterk toe. Hiervoor wordt vreemd vermogen aangetrokken, waar voldoende eigen vermogen tegenover moet staan. De investeringsopgave van Alliander vereist dat zij een robuust en kredietwaardig netwerkbedrijf is, zodat zij ook in de toekomst haar maatschappelijke taak kunnen blijven uitvoeren. Dit betekent onder andere dat:  Alliander haar stabiele A rating moeten behouden om financiering aan te kunnen blijven trekken tegen acceptabele voorwaarden, en  Alliander een financiële buffer moet hebben om risico's op te kunnen vangen, ook op de langere termijn. Financieringsbehoefte De financiering van de energie-infrastructuur is een vraagstuk dat alle netwerkbedrijven in Nederland raakt. De gezamenlijke netbeheerders hebben daarom de financieringsbehoefte van de hele sector in beeld gebracht en een aantal oplossingsrichtingen verkend met het ministerie van EZK, het ministerie van Financiën, de Autoriteit Consument en Markt (ACM) en VNG/IPO.

Deze oplossingen hebben betrekking op: 1. een wendbare, slagvaardige en kostenefficiënte organisatie: in 2018 is Alliander een kostenbesparingsprogramma gestart om zowel de kosten van de organisatie te verlagen als de productiviteit te verhogen. Fundament onder het programma is de continue aandacht voor het verhogen van het kostenbewustzijn in de gehele organisatie en het kritisch afwegen welke activiteiten echt nodig zijn om het werk, met behoud van veiligheid en kwaliteit, te kunnen uitvoeren. Daarnaast richt het programma zich op het vereenvoudigen en verbeteren van de processen, onder andere door activiteiten te standaardiseren en te digitaliseren. Hiermee willen we slimmer en efficiënter gaan werken. Het afgelopen jaar is ook gewerkt aan een nieuwe inrichting van de Alliander organisatie. Deze reorganisatie is ingegeven door de grote hoeveelheid werk en de hoge investeringen die het gevolg zijn van de energietransitie. Als gevolg van deze reorganisatie verdwijnen 200 arbeidsplaatsen. Op 1 januari 2021 is de nieuwe organisatie van start gegaan; 2. verbeteren van de inkomstensystematiek: er vinden momenteel intensieve gesprekken plaats met de Autoriteit Consument & Markt (ACM) om de inkomstensystematiek van netbeheerders beter toe te snijden op de uitdagingen van de energietransitie.

Ook worden gesprekken gevoerd met ACM en de ministeries van Financiën en Economische Zaken en Klimaat (EZK) over mogelijke oplossingen voor het bredere financieringsprobleem in de sector. 3. versterking van het eigen vermogen: om de investeringen te doen en tegelijkertijd financieel solide te blijven, is aanvullend eigen vermogen nodig. Zonder additioneel eigen vermogen, neemt de kredietwaardigheid van Alliander af en is zij onvoldoende in staat om de investeringen te financieren tegen acceptabele rentekosten. Uiteindelijk is een breed en gecombineerd samenspel van oplossingsrichtingen noodzakelijk om de financiële uitdagingen als gevolg van oplopende investeringen in de energietransitie op te vangen. Voorgesteld financieringsinstrument Met de leden van het Grootaandeelhoudersoverleg zijn verschillende financieringsopties verkend, met als doel te komen tot een optie die past bij de kapitaalbehoefte van Alliander en oog heeft voor de belangen van de aandeelhouders. De verschillende opties voor een kapitaalinjectie zijn uitgebreid afgewogen. Hierbij is onder meer gekeken naar een nieuwe uitgifte van aandelen en beperking van het dividend. Alles afwegende bleek een reverse converteerbare hybride lening van € 600 miljoen voor zowel de aandeelhouders als Alliander het beste instrument bij de huidige

-3-

Nr.

omstandigheden. Met de beoogde obligatielening blijft Alliander komende jaren in staat dividend uit te keren en de investeringen in de energietransitie te continueren. De belangrijkste kenmerken van een dergelijke lening zijn:  Hybride karakter: de lening heeft het karakter van zowel eigen als vreemd vermogen. Dit hangt samen met de zeer lange looptijd (60 jaar indien er niet wordt afgelost of geconverteerd) en het achtergestelde karakter. Concreet betekent dit dat de lening bij uitgifte al voor 50% meetelt als eigen vermogen.  Recht van conversie: het is een reverse converteerbare lening. Dit betekent dat de leningnemer (Alliander NV) het recht heeft de lening gedeeltelijk of geheel om te zetten in aandelen indien de A-rating op grond van objectieve omstandigheden onzeker wordt.  Rendement en risico: zolang de lening uitstaat wordt een marktconforme rente vergoed. Het risicoprofiel van Alliander is zeer laag.  Signaal aan de markt: met de beoogde aandeelhouderslening krijgt de kapitaalmarkt een duidelijk signaal dat de aandeelhouders Alliander steunen. Verzoek aan aandeelhouders Het totaal benodigde bedrag van de reverse converteerbare hybride obligatielening bedraagt € 600 miljoen, met een minimale ondergrens van € 550 miljoen.

Dit laatste betekent dat wanneer voor minder dan € 550 miljoen wordt ingeschreven, Alliander het recht heeft om van de voorgenomen lening af te zien. De kapitaalstructuur moeten dan op een andere manier worden versterkt, waarbij inhouding van dividend tot de mogelijkheden behoort. De hoogte van het gemeentelijk aandeel in de obligatielening wordt in beginsel bepaald naar rato van het aandelenbezit, zodat bij een eventuele conversie van de lening naar aandelen geen wijziging in de aandelenverhoudingen optreedt. Echter, om zeker te stellen dat het benodigde bedrag bijeengebracht wordt, wordt aan de aandeelhouders ook gevraagd om aan te geven of zij bereid zijn om meer dan rato deel te nemen, bij voorkeur 25% boven het rato aandeel. Hier wordt alleen gebruik van gemaakt wanneer niet alle aandeelhouders bereid zijn om naar rato deel te nemen. Volgens het aandeelhoudersregister beschikt de gemeente Nunspeet over 339.318 aandelen in Alliander N.V. Dit is 0,248%. Het concrete verzoek betreft daarmee een bedrag van minimaal € 1.488.292,-. Bij 25% boven rato bedraagt de Nunspeetse bijdrage in de obligatielening € 1.860.365,-. Financiële toelichting Zoals aangegeven varieert het verzoek van Alliander voor deelname in een obligatielening voor Nunspeet tussen bij € 1,488 miljoen en € 1,860 miljoen. De vastgestelde, gemeentelijke rekenrente voor begrotingsjaar 2021 bedraagt 1%.

Voor de kapitaalverstrekking moet mogelijk externe financiering worden aangetrokken in de vorm van een langlopende lening. Uitgaande van het vastgestelde rentepercentage bedragen de rentekosten voor Nunspeet:

Begroting 2021

Rentekosten naar rato (€ 1.488.292,-) € 14.883,-

Rentekosten 25% boven rato (€ 1.860.365,-) € 18.604,-

De indicatieve rentevergoeding die Alliander betaalt op de obligatielening bedraagt circa 2%. Dit percentage is opgebouwd uit een vaste opslag van 1,975% en de 10-jaars swaprente. De 10-jaars swaprente is een veel gebruikte basis waarmee de rente voor leningen wordt bepaald. De swap rente wordt dagelijks continue genoteerd en gepubliceerd. De rente wordt bij het aangaan van de lening definitief vastgesteld op basis van openbare noteringen. De opslag van 1,975% staat vast. Dit betekent dat het rendement (minimaal 1,975%; afgerond € 29.000,- bij een kapitaalverstrekking

-4-

Nr.

pro-rata van € 1.488.292,-) op de lening hoger is dan de rente die de gemeente voor het aantrekken van geld betaald. Naast het rendement op de lening is er een ander aspect dat meespeelt in de keuze over deelname in de obligatielening. Op het moment dat de overige aandeelhouders instemmen met deelname in de lening en Nunspeet zou hiervan afzien, ontstaat er een zogenaamde ‘verwatering’ van aandelen. Hiermee wordt bedoeld dat het jaarlijkse dividend over meer aandelen wordt verdeeld. Als Nunspeet niet zou deelnemen in de lening (en daarmee het eigen vermogen) krijgt zij geen extra aandelen en daalt daardoor op totaal het huidige aandeelpercentage (0,248%) in het eigen vermogen. Gevolg hiervan is dat het gemeentelijke aandeel in het dividend gaat dalen. Ter indicatie: over boekjaar 2019 ontving Nunspeet een dividend van € 282.000,-. Over boekjaar 2020 ontving Nunspeet een dividend van € 233.000,-. Deze dividenduitkering gaat structureel dalen als Nunspeet niet gaat deelnemen in de obligatielening. Aangezien hier sprake van reverse converteerbare lening wordt hierbij opgemerkt dat het rendement bij conversie naar eigen vermogen (omzetting naar aandelen; beslissing die Alliander kan nemen) afneemt. Er vindt een verschuiving plaats van rentevergoeding (voor een lening) naar dividendinkomsten (voor aandeel in het eigen vermogen).

Het rendement neemt af maar de dividendinkomsten blijven op niveau (door het niet ‘verwateren’ van het aandeel in het eigen vermogen). Om de doelmatige aanwending van de financiering en rapportage en verantwoording daarover te borgen, zijn tussen Alliander en het Grootaandeelhoudersoverleg een aantal afspraken gemaakt. Deze afspraken behelzen onder meer dat Alliander eenmaal per reguleringsperiode een strategiesessie zal organiseren met het Grootaandeelhoudersoverleg en een strategiesessie met alle aandeelhouders. Daarnaast zal Alliander jaarlijks een strategiesessie organiseren met het Grootaandeelhoudersoverleg waarin voorgenomen investeringen en andere ontwikkelingen door Alliander worden gedeeld en door leden van het Grootaandeelhoudersoverleg zienswijzen naar voren kunnen worden gebracht. Verder zal Alliander een specifieke rapportage opstellen ten behoeve van de leninggevers die onder meer ingaat op de beoogde aanwending van de lening, een procesbeschrijving van de beoogde aanwending, een rapportage over de daadwerkelijke aanwending en een mogelijke validatie van de aanwending door een accountant. Voorstel Op basis van bovengenoemde overwegingen stelt het college voor in te stemmen met het verzoek van Alliander. Dit betekent dat Nunspeet deel gaat nemen in de obligatielening aan Alliander voor een bedrag van € 1.488.292,- (0,248%).

Belangrijkste overweging is het behouden van de triple Arating voor Alliander. Mocht deze rating niet worden behouden, dan zal dat effect hebben op het rentepercentage voor aan te trekken financiering. Een hoger rentepercentage zal leiden tot een lager dividend. Alliander vraagt ook of de aandeelhouders bereid zijn boven rato deel te nemen in de obligatielening voor het geval niet alle aandeelhouders willen deelnemen. Het college stelt voor niet in te gaan op dit verzoek en de Nunspeetse deelname te maximeren op het rato-bedrag. Dit verzoek vraagt solidariteit van alle aandeelhouders en iedere aandeelhouder moet zijn eigen verantwoordelijkheid hierin nemen. Mocht blijken dat niet iedere gemeente (naar rato) deel gaat nemen in de obligatielening dan zullen als eerste de grootaandeelhouders van Alliander aan zet zijn om in overleg met Alliander een oplossing te vinden. In artikel 160 lid 1 Gemeentewet is opgenomen dat het college bevoegd is te besluiten tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de (rechtspersoon) gemeente. Het besluiten tot het aangaan of verstrekken van een lening valt onder dit begrip. In artikel 169 lid 4 van de Gemeentewet is echter wel opgenomen dat het college de raad vooraf inlichtingen geeft wanneer de Raad daarom verzoekt of wanneer een besluit ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. Wanneer het

-5-

Nr.

besluit ingrijpende gevolgen kan hebben dan mag het college geen besluit nemen voordat de Raad de mogelijkheid heeft haar wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen. Bovenstaande is ook vastgesteld in artikel 7 van de Financiële Verordening. FHTC

Burgemeester en wethouders van Nunspeet, de secretaris, de burgemeester, mr. A. Heijkamp

B. van de Weerd

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10584802/1