CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 6e. Bijlage Rapport RKC evaluatie gemeentelijk woonbeleid

Commissie Ruimte en Wonen 16 mei 2022, gemeente NunspeetBij agendapunt: Evaluatie gemeentelijk woonbeleid20.189 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

5 alinea's met “bijeenkomst”: 135 181 185 233 248

Evaluatie gemeentelijk woonbeleid Rapport gemeente Nunspeet

1

Evaluatie gemeentelijk woonbeleid Rapport gemeente Nunspeet Opdrachtgever Samenwerkende Rekenkamercommissies Elburg, Nunspeet, Oldebroek & Putten

Contactpersonen René de Vries (voorzitter) Özlem Durmus (lid) Marnix Tamse (lid) Jan van den Broek (secretaris)

Datum

Foto voorkant en p. 28: Wikimedia Commons, G. Lanting

26 januari 2022

Foto pagina 4: Wikimedia Commons, M. Verbeek Overige foto’s: Archief gemeente Nunspeet

2

Inhoud Samenvatting

4

Inleiding

6

Vraagstelling

6

Aanpak

7

Leeswijzer

8

Context: (regionale) woningmarkt en landelijke trends in het wonen

9

De (regionale) woningmarkt

9

Landelijke trends in wonen

12

Woonbeleid in de gemeente Nunspeet

14

Achtergrond van het woonbeleid

14

Inhoud van het woonbeleid

19

Uitvoering van het woonbeleid

24

Gemeenteraad en het woonbeleid

30

Kaderstellende rol van de raad

30

Controlerende rol van de raad

32

Rol van de raad: algemeen

32

Heden en vooruitblik

34

Woonvisie 2020-2025

34

Trends en lokaal woonbeleid

35

Conclusies en aanbevelingen

38

Beoordeling aan het ideaalmodel

38

Beantwoording hoofdvraag en conclusies

39

Vergelijking tussen de vier gemeenten

40

Aanbevelingen

40

Bijlage 1: Overzicht interviews

42

Bijlage 2: Normenkader

43

Bijlage 3: Essays

44

Bijlage 4: Tabel met vergelijking

53

3

Samenvatting In dit onderzoek hebben we het woonbeleid van de gemeente Nunspeet in de periode 2014-2020 geëvalueerd. Het doel van dit explorerende onderzoek is inzichtelijk maken welke doelen de gemeente heeft gehad in het woonbeleid en welke resultaten dat heeft opgeleverd. Door terug te kijken naar het verleden p roberen we te verklaren wat wel werkte en wat niet, en waarom dat zo was. Daarbij maken we de kanttekening dat terugkijken vooral zin heeft als de resultaten worden gebruikt om te begrijpen, ervan te leren en niet om af te rekenen. Kortom, h et ‘leren van’, om het anno 2022 (nog) beter te doen, is het belangrijkste u itgangspunt voor dit Rekenkameronderzoek. In bijlage 4 is een vergelijkende tabel opgenomen die overeenkomsten en verschillen tussen de vier gemeenten (Nunspeet, Putten, Oldebroek en Elburg) op het thema woonbeleid weergeeft. Wat ging goed? Op basis van het onderzoek concluderen we dat de gemeente Nunspeet met de Woonvisie 2014 een goede basis heeft gelegd voor het woonbeleid. Het blijkt uit het onderzoek dat het woonbeleid op verschillende momenten adaptief geweest. Er is bij de totstandkoming ervan samengewerkt met partners en met andere beleidsvelden binnen de gemeente. Er zijn verschillende sturingsinstrumenten, regels en afspraken ingezet om de beleidsdoelen in de Woonvisie te realiseren.

De gemeenteraad is regelmatig, goed geïnformeerd over de voorbereiding, de uitvoering en de beoordeling van het resultaat van het woonbeleid.

4

Wat kan beter? Een aandachtspunt voor de gemeente Nunspeet bij het woonbeleid is de evaluatie en monitoring van de brede beleidslijn. Uit het onderzoek blijkt dat op projectniveau, bij concrete woningbouwprojecten, er wel een cyclus is van evalueren en monitoring. Zowel ambtelijk als bestuurlijk wordt er vinger aan de pols gehouden als het gaat om de concrete woningbouwplannen, en hoe deze bijdragen aan de woningvoorraad van Nunspeet (kwalitatief, kwantitatief en ruimtelijk). Tegelijkertijd blijft het van belang om deze concrete plannen in samenhang met de bredere beleidslijn van de Woonvisie te bezien. Om dat te kunnen doen moeten ambities en afspraken in het visie document wel concreet gemaakt zijn. Door ze met enige regelmaat te evalueren, kan na gegaan worden of gestelde doelen (nog wel) de gewenste uitwerking hebben en het gewenste resultaat opleveren. Het kan daarbij helpen om vinger aan de pols te houden op actuele ontwikkelingen in de woningmarkt en signalen vanuit de samenleving en van partners. Hier ligt bij uitstek ook een rol voor de gemeenteraad. Door periodiek de actuele stand van zaken van het woonbeleid (de gehele beleidslijn, in combinatie met het projectniveau) te agenderen kunnen projecten, prestatieafspraken en beleidsdoelen in samenhang worden besproken, in het licht van de actuele woningmarktsituatie.

Een actieve, controlerende rol van de raad bij de beoordeling van het resultaat van het woonbeleid, kan handvatten geven om eventueel bij te sturen op de eerder ingezette koers. In hoofdstuk 7 zijn conclusies en aanbevelingen verder uitgewerkt.

5

Inleiding De Rekenkamercommissie van de gemeenten Elburg, Nunspeet, Oldebroek en Putten (hierna: de RKC) heeft een onderzoek uitgevoerd naar de uitvoering van het woonbeleid in de vier gemeenten. Met het onderzoek wil de RKC de gemeenteraden ondersteunen in hun kaderstellende en controlerende rol, met als belangrijkste aandachtspunt de realisatie van voldoende passende woningen. In dit rapport zijn de uitkomsten van dit onderzoek voor de gemeente Nunspeet beschreven.

Vraagstelling De hoofdvraag die het onderzoek dient te beantwoorden is de volgende: “Op welke wijze is het woonbeleid in de periode 2014 -2020 tot stand gekomen en uitgevoerd (al dan niet samen met de verschillende actoren), is dit doeltreffend en doelmatig geweest voor de lokale woningmarkt als het gaat om voldoende passende woningen voor verschillende doelgroepen en heeft de gemeenteraad daarop effectief kunnen sturen en welke leerpunten zijn er voor de toekomst?” Deze hoofdvraag is uitgewerkt in een aantal deelvragen, verdeeld in vijf clusters: Achtergrond van het woonbeleid 1. Hoe is de Woonvisie en het daarop gebaseerde beleid tot stand gekomen en welke belanghebbenden waren hierbij betrokken en vanuit welke rol?

2. In hoeverre is het woonbeleid adaptief geweest? Is er ingespeeld op veranderende (woningmarkt)omstandigheden door het tussentijds aanvullen of aanpassen van visie en/of maatregelen in het woonbeleid? Inhoud van het woonbeleid 3. Wat zijn de door de gemeente Nunspeet, Putten, Oldebroek en Elburg gestelde beleidsdoelen in het woonbeleid, zoals vastgelegd in de Woonvisie? 4. Welke regionale afspraken zijn er gemaakt ten aanzien van het woonbeleid? 5. In welke mate zijn de gestelde doelen in de periode 2014 tot en met 2020 gerealiseerd? Uitvoering van het woonbeleid 6. Met welke partijen wordt rondom het woonbeleid samengewerkt, welke (contractuele) afspraken liggen hieraan ten grondslag en op welke manier worden resultaten gemonitord? 7. Welke instrumenten zijn ingezet om de doelstellingen te bereiken? 8. Doen zich knelpunten voor bij de uitvoering van het beleid en zo ja, welke zijn dat? Kaderstellende rol van de gemeenteraad 9. Welke informatie heeft de gemeenteraad ontvangen en op welk moment?

6

Controlerende rol van de gemeenteraad 10. Hoe is de raad geïnformeerd over het bereiken van de doelstellingen, de voortgang van de uitvoering en de besteding van de middelen ten aanzien van het woonbeleid? Rol van de raad: algemeen 11. Welke (sturings)instrumenten heeft de gemeenteraad to t zijn beschikking op het terrein van wonen en in hoeverre zet de gemeenteraad deze in? 12. Heeft de gemeenteraad adequaat zijn kaderstellende en controlerende rol kunnen vervullen? 13. Welke effecten van het toepassen van deze sturingsinstrumenten zijn te constateren? Toekomstig woonbeleid

een viertal essays, te vinden in bijlage 3. De rolinvulling van de gemeente en gemeenteraad en mogelijke instrumenten staat daarbij steeds centraal. We vatten het antwoord op de vragen 14 t/m 17 samen in hoofdstuk 6, Vooruitblik.

Aanpak Het onderzoek is afgebakend tot de periode 2014-2020, maar we werpen ook een blik op het heden en de toekomst. Het verleden staat vooral centraal in hoofdstuk 3, hoofdstuk 4 en deels in hoofdstuk 5. Omdat de meeste gemeenten sinds 2019 of 2020 werken met een nieuwe Woonvisie, vinden we het belangrijk om ook daaruit (vooral procesmatig) kort wat zaken uit te lichten, want dat zit vers in het geheugen en is het vigerende beleid waarmee de gemeenten op dit moment werken. Dat doen we in hoofdstuk 5, 6 en 7.

14. Wat zijn de belangrijkste trends die van invloed zijn op de woningmarktopgaven voor de komende jaren? 15. Wat betekenen deze trends voor de toekomstige rolinvulling van de gemeenteraad voor het woonbeleid? 16. Welke gevolgen heeft de nieuwe Omgevingswet voor het woonbeleid? 17. Welke leerpunten zijn er om vertraging in de uitvoering van het woonbeleid te voorkomen?

We gaan in het onderzoek niet in op het brede veld van het woonbeleid, maar richten we ons specifiek op de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid als het gaat om voldoende passende woningen voor de verschillende doelgroepen zoals ook vastgelegd in de hoofdvraag van het onderzoek. Dit betekent dat we bepaalde thema’s die wel gelieerd zijn aan het wonen, zoals duurzaamheid, niet zullen behandelen, omdat dit niet een directe relatie heeft met bovengenoemd onderzoeksdoel.

Er is voorafgaand aan het onderzoek besloten vraag 14 t/m 17 niet als zodanig individueel in dit onderzoek te beantwoorden, vanwege de veelomvattendheid van de vragen. Het beantwoorden van deze vragen zou qua tijdsinvestering te veel vragen, daar ze geschikt zouden zijn voor zelfstandige onderzoeken. In plaats daarvan komen de belangrijkste thema’s uit deze vragen terug in

Het onderzoek is gebaseerd op bestudering van diverse gemeentelijke documenten en op een aantal interviews. Voor iedere gemeente zijn de Woonvisies en de prestatieafspraken bestudeerd, alsmede andere specifieke documenten die betrekking hadden op de realisatie van voldoende woningen. Daarnaast zijn de raads-

7

voorstellen over dit thema en de raadsverslagen van de vergaderingen waarin woonbeleid aan de orde is geweest, onderzocht. Van de corporaties, die bij de realisatie van goedkope woningen een belangrijke rol spelen, zijn ook verschillende beleidsdocum enten bestudeerd. Per gemeente is een interview gehouden met de voor het woonbeleid verantwoordelijke wethouder. Daarnaast is gesproken met de betrokken beleidsambtenaren. In de vier gemeenten zijn vier corporaties werkzaam; ook met een afvaardiging van elk van deze vier corporaties is gesproken. Huurderorganisaties zijn in de gelegenheid gesteld schriftelijk antwoord te geven op een aantal vragen. Er is tevens een interview geweest met een b eleidsmedewerker van de Provincie Gelderland. Tot slot hebben er twee korte informerende gesprekken plaatsgevonden, met een lid van de urgentiecommissie en een coördinator van de Samenwerking NoordVeluwe (SNV). Een overzicht van de geïnterviewde personen is te vinden in bijlage 1.

Leeswijzer Allereerst beschrijven we in het volgende ho ofdstuk de (regionale) context voor het woonbeleid. Dat doen we, omdat de beleidskeuzes die in de gemeente Nunspeet gemaakt zijn niet los kunnen worden gezien van de bredere situatie in de regio en in Nederland als geheel. In de hoofstukken 4 en 5 gaan we vervolgens specifiek voor de gemeente Nunspeet in op respectievelijk het woonbeleid zelf en de rol van de gemeenteraad daarbij. Hoofdstuk 6 kijkt op basis van de essays in bijlage 3 en de bevindingen in de hoofdstukken 4 en 5 vooruit naar de toekomst van het woonbeleid in Nunspeet. Hoofdstuk 7, tot slot, bevat de conclusies en aanbevelingen uit het onderzoek. Voor de snelle lezer geven we per (lange) paragraaf, en vanaf hoofdstuk 4 per (lange) deelvraag, een korte samenvatting in een tekstblok. We nemen daarbij steeds de in dit hoofdstuk omschreven hoofdvraag in ogenschouw.

Bij de beoordeling van de uitkomsten van het onderzoek is een ideaalmodel voor het woonbeleid gebruikt. Dat toetsingskader is te vinden in bijlage 2. In het kader van de deelvragen 14 tot en met 17 zijn vier essays geschreven, over de onderwerpen bouwen, betaalbaarheid, marktontwikkelingen en wonen met zorg. Deze essays zijn te vinden in bijlage 3. In bijlage 4 is een vergelijkende tabel opgenomen met verschillen en overeenkomsten tussen de vier gemeenten op het gebied van het woonbeleid.

8

Context: (regionale) woningmarkt en landelijke trends in het wonen Om het woonbeleid van de gemeente Nunspeet goed te begrijpen, moeten we het bekijken in de context. In dit hoofdstuk gaan we op twee belangrijke elementen van die context in. Allereerst gaan we in op de (regionale) woningmarkt, op basis van het bestaande onderzoek dat daarna is gedaan (paragraaf 3.1). Daarnaast gaan we ook in op de relevante landelijke ontwikkelingen qua woonbeleid (3.2).

De (regionale) woningmarkt Er is op twee momenten onderzoek gedaan naar de regionale woningmarkt op de Noord-Veluwe, in 2013 en in 2019. In het eerste onderzoek wordt voorspeld dat het aantal huishoudens vanaf 2025 gaat afnemen in de regio. De woningvraag ligt op dat moment ook lager, door de economische crisis. Regionaal staan er 6.576 woningen in het woningbouwprogramma voor de periode 2013-2020. In een aantal gemeenten is sprake van overprogrammering (aantal bouwplannen ligt hoger ten opzichte van de huishoudensprognose). Het tweede onderzoek laat zien dat de huishoudensgroei nog tot 2030 zal doorzetten. De groei wordt veroorzaakt door migratie. Er blijkt sinds 2013 structureel minder gebouwd te zijn dan afgesproken in de regio. Nunspeet blijkt een positieve uitzondering als het gaat om bouwtempo dat hoger ligt dan de afspraken, dat komt met name door de bouwproductie in 2017 en 2018. Nunspeet zal in de toekomst te maken krijgen met vergrijzing en een toename van het aantal 75 plussers.

9

De onderzoeknotitie uit 2013 geeft een weergave van de woningmarkt op de Noord-Veluwe ten tijde van even na de economische crisis, die duurde van 2008 tot 2011. De notitie is tot stand gekomen door een analyse van bestaande bronnen (o.a. WoON 2012) en een marktconsultatie met woonpartners.

 De economische crisis veroorzaakt dat de daadwerkelijke woningvraag op dat moment lager ligt, doordat veel huishoudens hun woonwensen niet realiseren of uitstellen.  Door de kredietcrisis komt een koopwoning meer in het bereik van starters, al blijft er voor deze groep beperkingen in de leencapaciteit.  De huisvesting van arbeidsmigranten lijkt een stabiele trend te vertonen. Het wonen op recreatieparken is een probleem.  Regionaal staan er 6.576 woningen in het woningbouwprogramma voor de periode 2013-2020. Gemiddeld gaat het om 1.000 woningen per jaar.  In een aantal gemeenten in de regio ligt het aantal geplande woningen hoger ten opzichte van de huishoudensprognose. Er wordt voorspeld dat door de economische crisis de geplande productie voor de komende jaren niet gehaald zal worden.

Een samenvatting van de resultaten:

Specifiek voor gemeente Nunspeet:

 Op regioniveau zet de groei van het aantal huishoudens door na 2013. Vanaf 2025 zal de groeitrend afnemen, wordt voorspeld.  Ontgroening en vergrijzing zal verder toenemen in de regio: het aantal 75-plussers neemt toe, jongeren trekken weg. Ook het aantal kleine huishoudens zal toenemen (meer eenpersoonshuishoudens, minder huishoudens met kinderen). Dit leidt op termijn tot een andere bevolkingssamenstelling.  Door extramuralisatie (de scheiding van wonen en zorg) neemt het aantal oudere/kwetsbare huishoudens toe.

 De financiële crisis en de effecten ervan zijn zichtbaar, in Nunspeet is het aanbod te koop staande woningen sterk gestegen.  Er is een tekort aan appartementen (huur en koop) en een overschot aan duurdere woningen.  De twee gemeenten die qua verhuizingen de nauwste relatie met Nunspeet hebben zijn Elburg en Oldebroek.

1

2

De woningmarkt op de Noord-Veluwe is op verschillende momenten onderzocht. Zo is in voorbereiding van de Regionale Woonvisie een onderzoeknotitie woningmarkt opgesteld in 2013 1 en ook voorafgaand aan de Regionale Woonagenda uit 2019 heeft een woningbehoefteonderzoek plaatsgevonden (zie voor paragraaf 3.1) 2. Deze onderzoeken geven een indruk van de (regionale) woningmarkt in de periode 2014-2020 en van de ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden. Onderzoeknotitie 2013

Onderzoeknotitie Woningmarkt Noord-Veluwe, Atrivé, 28 augustus 2013.

Woningmarktonderzoek regio Noord-Veluwe, Atrivé, 18 december 2019.

10

Uitwerking in Regionale Woonvisie 2014 Als het gaat om het toevoegen van voldoende woningen voor de huisvesting van alle doelgroepen is het uitgangspunt van de regionale woonvisie op hoofdlijnen dat er niet te veel gebouwd moet worden. De behoefte zal op termijn, men verwacht tussen 2020 en 2025, op het hoogst zijn en daarna gaan dalen. Daarom moet het aantal nieuwbouwwoningen beperkt blijven, meer specifiek vertaald in de volgende zes aandachtspunten:  Groei in met name de categorie een- en tweepersoonshuishoudens;  Grote behoefte aan nultreden- en levensloopbestendige woningen;  Behoefte aan sociale huur (vooral senioren);  Beperktere behoefte aan huurwoningen in de vrije sector;  Blijvende behoefte aan duurdere koopwoningen;  Dreigend overschot aan gewone rijwoningen in de koopsector. De provincie Gelderland heeft in het Kwalitatief WoonProgramma (KWP) voor de periode 2015 – 2019 bepaald hoe veel woningen de verschillende regio’s mogen bouwen. Het bouwprogramma per gemeente in de regionale woonvisie sluit bij dit kader aan. Dat betekent dat de bestaande planvoorraad op het moment van vaststellen van de regionale woonvisie te groot is. Het is dus nodig, aldus de regionale woonvisie, om bestaande plannen te verdunnen, uit te stellen of te schrappen.

Om na te gaan in hoeverre de feitelijke planvoorraad van de gemeenten past bij de kaders van het KWP gebruikt de provincie de Planmonitor Wonen. In deze monitor vullen gemeenten ieder jaar hun actuele planvoorraad in. Sinds 2017 is de formele structuur van de Regio Noord-Veluwe (RNV) opgeheven. Er wordt sindsdien gewerkt met een gastheermodel, waarbij elke gemeente zorg draagt voor het coördineren van een aantal regionale taken. Onder het nieuwe samenwerkingsverband de Samenwerking Noord-Veluwe (SNV) is in 2019 een nieuwe Regionale Woonagenda vastgesteld voor de periode 2019 2022 3. Woningmarktonderzoek regio Noord-Veluwe, 2019 Ten opzichte van de situatie in 2013 laat het onderzoek in 2019 een aantal verschuivingen zien. De voorspelde krimp van het aantal huishoudens blijkt later te gaan plaatsvinden; er wordt nu groei voorspeld tot na 2030. Wel blijft de waarschuwing dat op termijn de vergrijzing zal leiden tot krimp. Ten tijde van het opstellen van dit onderzoek was de betaalbaarheid in de koopsector nog geen probleem, in de huursector was dat wel het geval. Starters blijken moeilijk aan een woning te kunnen komen. Specifiek voor gemeente Nunspeet:  Nunspeet kent binnen de regio een relatief grote soci ale doelgroep, qua inkomen.

3

Regionale Woonagenda 2019-2022 Samenwerking Noord-Veluwe, 7 februari 2019.

11

 In Nunspeet ligt het bouwtempo het hoogst (2013 -2018) van alle gemeenten. Dit komt vooral door de bouwproductie in 2017 en 2018  In Nunspeet zullen in de toekomst relatief veel huishoudens van 75 jaar en ouder wonen. Dit zal op termijn van invloed zijn op de kwalitatieve woningbehoefte.

Landelijke trends in wonen De regionale trends staan niet op zichzelf. Ook landelijk was na de economische crisis van 2008 te zien hoe de woningvraag sterk afnam, er daardoor afzetproblemen bij nieuwbouw waren en de overheid beleid maakte dat gericht was op het beperken van de nieuwbouw. In de jaren voor de economische crisis van 2008, waren in veel gemeenten (en in veel gevallen aangejaagd door provincies) steeds omvangrijkere bouwprogramma’s opgesteld, aangejaagd door groeiambities en het financiële perspectief van grondexploitaties. Met de crisis bleken nieuwbouwwoningen slecht afzetbaar en moesten gemeenten in sommige gevallen fors afboeken op hun aangekochte gronden. Tegelijkertijd, ook onder invloed van de crisissituatie, kwam het thema ‘krimp’ op de agenda te staan: de groei van het aantal huishoudens zou gaan afnemen, met toekomstige leegstand als potentieel gevolg. Beide ontwikkelingen waren reden voor het Rijk om in 2012 de Ladder voor Duurzame Verstedelijking in te voeren, om te waarborgen dat gemeenten niet opnieuw een overaanbod van woningbouwplannen zouden creëren. De ladder (opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening) stelt dat bij een nieuw bestemmingsplan aangetoond moet worden dat er een actuele regionale behoefte bestaat aan nieuwbouw, die niet op andere plannen, bij voorkeur binnen de bestaande bebouwing, geaccommodeerd kan worden.

Een tweede ontwikkeling die van invloed is op de nieuwbouw is de invoering van de Verhuurderheffing in 2012. Deze vorm van belasting op de woningcorporaties maakte dat de kasstroom van de corporaties sterk verslechterde, waardoor hun mogelijkheden om te investeren in nieuwbouw en/of om de huren laag te houden beperkt werden. Sinds 1 januari 2016 moeten woningcorporaties woningen toewijzen volgens de nieuwe regels voor passend toewijzen. Het doel van de overheid is om hiermee te voorkomen dat huishoudens met de laagste inkomens komen te wonen in te dure woningen. De passendheidsnorm is onderdeel van de Woningwet 2015, waarin voorschriften staan voor betaalbare woningtoewijzing voor woningcorporaties. Een andere wijziging vanuit de Woningwet 2015 is dat de samenwerking tussen gemeenten en corporaties minder vrijblijvend is geworden. Het maken van prestatieafspraken is verplicht (en de gemeente is verplicht om als basis voor die afspraken een actueel woonbeleid te hebben) en corporaties zijn beperkt in de inzet van hun middelen tot het eigen, vanuit het Rijk vastgestelde, werkgebied. Als het gaat om het thema wonen en zorg werkt de trend naar langer zelfstandig thuis blijven wonen steeds verder door. De Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 (WMO) zorgt daarbij voor een andere verhouding tussen gemeente en bewoners.

Vanaf ongeveer 2018 begon de lage rente, samenhangend met het Europese beleid om de economie aan te jagen, de prijzen in de koopsector sterk op te drijven. Dit werd mede veroorzaakt door een groot aantal investeerders die met de lage rente eenvoudig woningen konden opkopen en rendabel doorverhuren. De positie

12

van koopstarters is door deze ontwikkelingen de laatste jaren snel fors slechter geworden.

13

Woonbeleid in de gemeente Nunspeet Nadat we in het vorige hoofdstuk hebben beschreven hoe de situatie is in de regio waar de vier gemeenten deel van uitmaken, kijken we in dit hoofdstuk nader naar het woonbeleid in de gemeente Nunspeet. In lijn met de vraagstelling is het belangrijkste aandachtspunt daarbij de realisatie van voldoende woningen voor de verschillende doelgroepen. We gaan in dit hoofd stuk eerst in op de achtergrond van de woonvisie, vervolgens op de inhoud van het beleid en tot slot op de manier waarop het beleid is uitgevoerd. Daarmee worden de deelvragen 1 tot en met 8 beantwoord.

Achtergrond van het woonbeleid Het woonbeleid is vastgelegd in een Woonvisie 2014 met een bijbehorende uitvoeringsagenda. Met ingang van de nieuwe Woningwet 2015 zijn afspraken tussen gemeenten en corporaties minder vrijblijvend, zo moeten verplicht prestatieafspraken gemaakt worden. De Woonvisie dient als kader voor het bod dat woningcorporaties uitbrengen. De Woonvisie 2014 bood een nieuwe lokale visie en koers voor de lange en middellange termijn.

Ter voorbereiding op de Woonvisie 2014 is eerst een notitie over de woningmarkt opgesteld. Deze is, net als de Woonvisie zelf, opgesteld door Atrivé. De onderzoeknotitie gaat in op de situatie op

4

Woonvisie gemeente Nunspeet, 23 oktober 2014.

5

Provincie Gelderland, Woonvisie 2010 – 2019 deel 3.

de Nunspeetse woningmarkt en op de demografische prognoses. Vervolgens is deze notitie door een projectgroep en een stuurgroep, waarin naast de gemeente ook externen zitting hadden, uitgewerkt tot een Woonvisie. In dat traject zijn ook diverse andere partijen geconsulteerd: naast de corporatie worden zorginstellingen, makelaars en de huurdersbelangenvereniging genoemd. Intern is ook met andere afdelingen overlegd , zoals met grondzaken en ruimtelijke ordening. Ook de raadscommissie is in de beginfase van de Woonvisie betrokken geweest. 4 Een belangrijke factor in de voorbereiding van de Woonvisie is het provinciale kader. De provincie heeft in 2010 het zogeheten Kwalitatief Woonprogramma vastgesteld, afgekort tot KWP3 5. In het KWP heeft de provincie voor alle regio’s vastgesteld wat er gezien de marktsituatie aan de voorraad toegevoegd mag worden en hoe dat zich verhoudt tot de bestaande plancapaciteit. Voor de regio Noord-Veluwe is de conclusie van de provincie dat er een forse overcapaciteit bestaat: ruim 13.000 woningen plancapaciteit tegen een geschatte behoefte van minder dan 7.000 woningen 6. De gemeenten in de regio Noord-Veluwe staan dus voor de opgave om behoorlijk te snijden in de bestaande planvoorraad.

In de regionale Woonvisie en het onderliggende regionale woningmarktonderzoek wordt een soortgelijke vergelijking, binnen de totale aantallen van KWP3, op het niveau van de gemeenten gemaakt. Daaruit blijkt dat alle gemeenten met uitzondering van Ermelo op dat moment een grotere plancapaciteit hebben dan de

6

KWP3, p. 51.

14

geraamde woningbehoefte. Op grond daarvan spreken de regiogemeenten af om plannen te gaan temporiseren en schrappen. Zo ook in Nunspeet. Als het gaat om de realisatie van voldoende woningen is de grote opgave in de Woonvisie 2014 niet de realisatie van voldoende woningen, maar het voorkomen dat er teveel woningen gerealiseerd worden.

4.1.1 Deelvraag 1: Hoe is de Woonvisie en het daarop gebaseerde

dat de woonvisie werkt als onderlegger voor de te maken prestatieafspraken met woningcorporaties. Er zijn verschillende kaders en regels waarbinnen de woonvisie is vastgesteld, deze bespreken we hieronder. De Woonvisie 2014 is op 27 november 2014 vastgesteld in de gemeenteraad 7. Concrete afspraken zijn opgenomen in een Uitvoeringshoofdstuk in de Woonvisie.

beleid tot stand gekomen en welke belanghebbenden waren

Regionale Woonvisie 2014

hierbij betrokken en vanuit welke rol?

Ten tijde van het vaststellen van de Woonvisie 2016 -2019 van de gemeente Nunspeet is er al een regionale Woonvisie die stamt uit 2014. Deze Regionale Woonvisie is een van de belangrijke kaders waarbinnen het lokale woonbeleid in Nunspeet is vastgesteld. Het wordt omschreven als een regionale kapstok, een bindend verhaal waar gemeenten elkaar vinden. Het heeft de status van een dunne schil, omdat, zo wordt geconcludeerd het zwaartepunt van het maken van beleid en keuzes op het lokale niveau ligt, en ook de democratische legitimatie. 8

Er zijn verschillende stukken die als kader hebben gediend bij de totstandkoming van de Woonvisie 2014. Als eerste is daar de Regionale Woonvisie 2014 en het bijbehorende woningmarktonderzoek uit 2013. Deze dient als dunne schil voor de lokale visies en afspraken. Gedurende de looptijd van de Woonvisie bestaan er twee bestuursovereenkomsten, van 2014-2018 en van 2018-2020, waarvan de eerste als kader heeft gediend bij het opstellen van de Woonvisie 2014. Bij de totstandkoming zijn verschillende bijeenkomsten georganiseerd, met de gemeenteraad, met de woningcorporaties, met huurders, met makelaars, zorgpartijen, ontwikkelaars en inwoners, om zo input op de te halen voor de Woonvisie.

De gemeente Nunspeet heeft in lijn met de verplichtingen uit de nieuwe Woningwet 2015 het woonbeleid geactualiseerd, in de vorm van een Woonvisie. In de Woningwet is tevens vastgelegd

7

Raadsvergadering, 27 november 2014.

Voor dit onderzoek is vooral van belang dat de regionale woonvisie inzet op het beperken van de planvoorraad. Dat remmende beleid wordt dus ook in het gemeentelijk woonbeleid van Nunspeet overgenomen. Gemeenteraden van de regiogemeenten hebben advies kunnen uitbrengen over de inhoud van de Regionale Woonvisie, voordat

8

Regionale Woonvisie Noord-Veluwe, 2014, p. 3.

15

deze zou worden vastgesteld door het Dagelijks Bestuur van de regio Noord-Veluwe. 9 Voorbereidingstraject Woonvisie Ter voorbereiding op het opstellen van de Woonvisie heeft de gemeente eerst, als aanvulling op de regionale onderzoeknotitie, een eigen onderzoeknotitie over de woningmarkt laten opstellen. Deze notitie is besproken met verschillende partners, zoals corporaties en zorginstellingen. Ook in de raadscommissie is de notitie besproken.

Structuurvisie ’t Hul-Noord is een gemeente breed onderzoek gedaan naar locaties en programma. Bij vaststelling van de Structuurvisie ’t Hul-Noord heeft een integrale afweging plaatsgevonden wat betreft behoefte en programma. Dit is een tussentijdse herziening. Het verzoek om deze afweging door de raad heeft in 2020 plaatsgevonden tijdens discussies over ’t Hul-Noord. Coalitieakkoord

In de onderzoeksmethode heeft de gemeente Nunspeet een Omgevingsvisie tot 2030. De samenwerking met de gemeenten Nunspeet en Elburg (samen de NEO-gemeenten) vormt daarbij de opmaat. De Omgevingsvisie bevat ook ambities over wonen en er zijn mogelijke zoeklocaties voor woningbouw in aangegeven.

In april van 2014 sloten de coalitiepartijen SGP, Gemeentebelang en ChristenUnie het coalitieakkoord Koers voor de Toekomst 20142018 11. Op het gebied van wonen ligt in dit akkoord de nadruk op voldoende huur- en koopwoningen in de sociale sector, huisvesting voor jongeren en senioren, starterswoningen, betaalbaarheid en een goed doorstroombeleid. Ook wordt benoemd dat de plancapaciteit in de gemeente op gespannen voet staat met de afspraken in het provinciaal Kwalitatief Woningbouw Programma. De gemeente doet daarom een eigen woningbehoefteonderzoek. De bestuurlijke visie in dit akkoord is dat de gemeente op woongebied een regisserende en faciliterende rol heeft, en ideeën uit de markt stimuleert.

Daarnaast zijn er per (grootschalig) woningbouwproject Structuurvisies. Zo is er een Structuurvisie voor de Kijktuinen (ca 93 woningen, vastgesteld in 2019) en ’t Hul-Noord (500 à 600 woningen, vastgesteld in 2021). In beide Structuurvisies wordt gerefereerd aan de Woonvisie in het kader van de woningbehoefte. Bij de

Na de gemeentelijke verkiezingen in 2018 is een nieuw coalitieakkoord gesloten voor de periode 2018-2022 Duurzaam koers houden 12 tussen de partijen SGP, Gemeentebelang en ChristenUnie. Bij het thema wordt als belangrijkste prioriteit genoemd: passende woonruimte voor de inwoners van Nunspeet. Er wordt inge-

Een projectgroep met leden van binnen en buiten de gemeentelijke organisatie heeft vervolgens de Woonvisie in concept opgesteld. 10 Omgevingsvisie

9 10

College informatie, regio Noord-Veluwe, 3 april 2014.

11

Coalitieakkoord Koers voor de Toekomst, 14 april 2014.

Raadsvoorstel woonvisie Nunspeet 2014, 27 november 2014.

12

Coalitieakkoord Duurzaam koers houden 2018-2022, 22 mei 2018.

16

zet op passende prestatieafspraken met Omnia Wonen, het verkorten van wachttijden, het bevorderen van doorstroming, Woningbouw op maat voortzetten, een gevarieerd aanbod aan sociale huurwoningen en het voortzetten van de aanpak Collectief Particulier Opdrachtgeverschap. Tot slot wordt ondersteuning aan de huisvesting van ouderen benoemd als speerpunt.

4.1.2 Deelvraag 2: In hoeverre is het woonbeleid adaptief geweest? Is er ingespeeld op veranderende (woningmarkt)omstandigheden door het tussentijds aanvullen of aanpassen van visie en/of maatregelen in het woonbeleid? Een Woonvisie wordt eens in de vier jaar geactualiseerd. De gemeente Nunspeet heeft geen aparte uitvoeringsagenda, maar een paragraaf met afspraken in de Woonvisie. Er lijkt echter geen update van deze uitvoeringsparagraaf te zijn geweest in de looptijd van de Woonvisie. De Woonvisie heeft één keer een wijziging ondergaan, in 2015. De prestatieafspraken (jaarschijven op basis van een raamovereenkomst) worden jaarlijks met de woningcorporatie overeen gekomen en geëvalueerd. Via de normale planning- en controlcyclus, de gemeentelijke jaarstukken, wordt wel bijgehouden welke afspraken zijn afgerond.

In het algemeen geldt dat de Woonvisie 2014 voor een groot deel in het teken staat van de veranderende marktomstandigheden in de voorgaande jaren. De woningmarktcrisis van rond 2010 speelt in de visie een grote rol. De (reële) angst was toentertijd dat door

13

een te groot aanbod aan bouwgrond er grote financiële problemen bij de grondbedrijven zouden ontstaan, en op de lange termijn grootschalige leegstand en bijbehorende sociale problematiek. Wijziging Woonvisie in 2015 Eén concreet voorbeeld van een beleidsaanpassing is de wijziging van de Woonvisie in 2015. In de Woonvisie was een onderzoek onder jongeren naar vertrekmotieven aangekondigd. Uit dat onderzoek blijkt dat ongeveer 2/3 van de jongeren om niet-woongerelateerde redenen uit de gemeente vertrekt, maar dat er ook ongeveer 1/3 is die wel zou willen blijven, maar geen geschikte woning kan vinden. Om die reden wordt de differentiatie van het programma aangepast: het aantal te bouwen twee-onder-één-kapwoningen en vrijstaande woningen wordt gehalveerd (100 in plaats van 200) en in ruil daarvoor komen er meer goedkope woningen in het programma 13. Wat het beleid niet laat zien is dat de snel toenemende krapte op de woningmarkt na 2016 heeft geleid tot bijstelling andersom: versnellen en vergroten van de plancapaciteit. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat de (wettelijke) kaders in die periode allemaal (nog) waren ingesteld op het beperken van de plancapaciteit.

De Ladder voor Duurzame Verstedelijking, bijvoorbeeld, de regel uit het Besluit Ruimtelijke ordening die stelt dat nieuwe ontwikkelingen alleen kunnen worden toegestaan als ze voorzien in een aantoonbare actuele behoefte, zette een rem op versnelling van woningbouw.

Raadsvoorstel Eerste wijziging Woonvisie, 19 mei 2015.

17

Prestatieafspraken Met woningcorporatie Omnia Wonen en de huurdersorganisatie SHOW is in 2016 een raamovereenkomst voor het maken van prestatieafspraken gesloten voor de periode 2017-2021. Deze raamovereenkomst wordt jaarlijks uitgewerkt in jaarschijven. Voor zover terug te vinden in de stukken zijn de prestatieafspraken één keer geëvalueerd, in 2017, met betrekking tot één specifiek onderwerp, namelijk het wijzigen van het streefhuurbeleid . Uit correspondentie met ambtenaren blijkt dat de prestatieafspraken jaarlijks worden geëvalueerd, op ambtelijk en bestuurlijk niveau. Bestuurlijk is in dit geval op het niveau van de portefeuillehouder en de bestuurder/directeur van de woningcorporatie. Overige beleidsstukken In aanvulling op de Woonvisie zijn er in de afgelopen jaren in de gemeente Nunspeet verschillende beleidsnota’s, beleidsnotities en beleidsplannen opgesteld tijdens de looptijd van de Woonvisie, die ook betrekking op het wonen hebben. Op 13 december 2013 is de regionale intentieverklaring huisvesting arbeidsmigranten regio Noord-Veluwe ondertekend door vertegenwoordigers van de werkgevers, de uitzendbranche Noord -Veluwe, de 8 RNV-gemeenten en de regionale woningcorporaties. In deze intentieverklaring zijn afspraken en uit gangspunten vastgelegd over de huisvesting van arbeidsmigranten (waarvan de huisvestingsopgave wordt aangenomen als een gegeven) in de regio.

14

Beleidsregel Woningbouw op Maat, 20 oktober 2015.

15

Beleidsnota CPO, 11 juni 2018.

Deze intentieverklaring is de basis geweest voor het arbeidsmigrantenbeleid van alle gemeenten in de regio. Tevens is er een (tijdelijke) beleidsregel ‘Recreatieterrein omzetten in woonbestemming’ uit 2016, dat kaders meegeeft voor het mogelijk maken van wonen (omzetten naar woonbestemming) op recreatieparken. Uitgangspunt daarbij is het programma Vitale Vakantieparken (VVP). Een heel belangrijk beleidsstuk is de beleidsregel Woningbouw op Maat uit oktober 2015, dat een afwegingskader biedt bij nieuwe initiatieven voor woningbouw. Hier gaan we verder op in onder deelvraag 7, instrumenten. 14 Ook is er een beleidsnota voor CPO (collectief particulier opdrachtgeverschap) 15. Uit correspondentie met betrokkenen en uit de stukken blijkt dat de gemeente sterk inzet op het mogelijk maken van woningbouwinitiatieven uit de samenleving (zie ook paragraaf 4.3.2, deelvraag 7). Tot slot is er het beleidsplan WMO 2017-2020. Het thema wonen komt hierin terug als het gaat om zo lang mogelijk zelfstandig thuis wonen van bepaalde groepen en levensloopbestendig wonen in het algemeen. Door ambulantisering zullen meer mensen uit allerlei vormen van opvang, zelfstandig moeten wonen. Daarom wordt onderzocht welke vormen van huisvesting daarbij nodig zijn.

18

Inhoud van het woonbeleid In het woonbeleid van gemeenten worden doelen en ambities vastgelegd waar in de toekomst (in het geval van de Woonvisie: voor de komende vier jaar) aan wordt gewerkt. In deze paragraaf gaan we na welke beleidsdoelen zijn vastgelegd op het gebied van wonen, zowel lokaal als regionaal. We focussen daarbij weer op voldoende passende woningen voor verschillende doelgroepen.

4.2.1 Deelvraag 3: Wat zijn de door de gemeente Nunspeet gestelde beleidsdoelen in het woonbeleid, zoals vastgelegd in de Woonvisie? In de Woonvisie zijn een viertal inhoudelijke pijlers uitgewerkt. De pijlers relevant voor dit onderzoek bespreken we: (1) Bestaande woningvoorraad (2) Wonen, zorg en welzijn (3) Nieuwbouw met toekomstwaarde: strategisch programmeren.

In de Woonvisie van de gemeente Nunspeet staan een viertal thema’s centraal, als belangrijkste uitgangspunten. Deze vier thema’s zijn vervolgens uitgewerkt tot maatregelen, in een Uitvoeringshoofdstuk. De gemeente neemt hierbij de thema’s over uit de Regionale Woonvisie 2014. We bespreken in dit hoofdstuk de thema’s die van belang zijn voor dit onderzoek en waar het gaat over voldoende passende woningen voor verschillende doelgroepen. Het thema duurzaamheid nemen we daarom niet mee. Bestaande woningvoorraad  Woningaanpassingen faciliteren waardoor senioren langer zelfstandig thuis kunnen wonen, door financiële ondersteuning en

19

door bewustwording te creëren. Voor de sociale huurvoorraad ligt een rol bij de woningcorporatie.  Voldoende betaalbare en geschikte woningen voor verschillende doelgroepen (in samenwerking met Omnia Wonen). Prestatieafspraken over maken.  Werken aan een regionaal woonruimteverdeelsysteem met huisvestingsverordening. Wonen, zorg en welzijn  Geclusterd wonen faciliteren bij de woningcorporatie en zorg en welzijnsorganisaties. Ook particuliere initiatieven stimuleren. Nieuwbouw met toekomstwaarde: strategisch programmeren  Woningbouwprogramma bijstellen op basis van het ‘afwegingskader nieuwbouw’ en aantallen provincie.  Opstellen kansenkaart voor flexibel bestemmen en tijdelijke woningbouw.  Vlekkenplan flexibel bestemmen: waar liggen mogelijkheden (plekken en/of gebouwen).  Mogelijkheden tijdelijke woningbouw onderzoeken met marktpartijen: wat is er mogelijk en waar liggen hiervoor mogelijkheden.  Verkenning ondersteuningsmogelijkheden van de provincie om de ontwikkeling van tijdelijk woonvastgoed te financieren.  Onderzoek onder vertrokken jongeren naar verhuisreden.  Afwegingskader hanteren bij nieuwe initiatieven.  Ondersteunen van senioren bij verhuizing.

4.2.2 Deelvraag 4: Welke regionale afspraken zijn er gemaakt ten aanzien van het woonbeleid? De Regionale Woonvisie 2014 bestaat uit vier thema’s, waarvan we de drie thema’s die relevant zijn voor dit onderzoek bespreken: (1) de potentie van de bestaande woningvoorraad, (2) de woningmarkt in beweging, (3) wonen-welzijn-zorg.

Zoals benoemd in paragraaf 3.1.2 fungeert de Regionale Woonvisie 2014 als een dunne schil voor het lokale woonbeleid van de regiogemeenten. In de Regionale Woonvisie zijn een aantal zake n vastgelegd die relevant zijn voor dit onderzoek: (1) de potentie van de bestaande woningvoorraad (2) de woningmarkt in beweging (3) Wonen-welzijn-zorg. Elk thema heeft een lokale en regionale component. Thema 1 Potentie bestaande voorraad: De bestaande voorraad is het vertrekpunt van het woonbeleid. Er moet optimaal worden ingezet op de opgaven betaalbaarheid en beschikbaarheid van sociale huurwoningen, de duurzaamheid van de bestaande voorraad en de geschiktheid voor senioren en mensen met een beperkin g.

20

Regionaal worden er verschillende pilots en bijeenkomsten georganiseerd 16. Lokaal worden deze thema’s uitgewerkt in de Woonvisie en in (prestatie)afspraken met corporaties. Thema 2 Woningmarkt in beweging: Het doel is om voldoende woningen toe te voegen voor de eigen woningbehoefte en om overschotten en tekorten weg te werken. De planvoorraad moet aansluiten bij de behoeften. Er moeten voldoende kwalitatief sociale huurwoningen zijn. Regionaal wordt een Programma Wonen opgesteld, een intentieverklaring arbeidsmigranten opgesteld en de planvoorraad gemonitord. Lokaal stellen regiogemeenten een eigen woningbouwprogramma op, dat men afstemt met buurgemeenten. Het woningbouwprogramma krijgt een plek in de lokale Woonvisie en er worden afspraken met corporaties gemaakt. Het KWP3 en de regionale afspraken leggen vast wat de bandbreedte is waarbinnen de gemeente nieuwe woningen kan realiseren. Thema 3 Wonen, welzijn, zorg: Er moeten voldoende (zorg) geschikte woningen en woonvormen zijn die aansluiten op de wensen van senioren/mensen met een beperking. Daarbij hoort een passende zorg en welzijnsinfrastructuur. Regionaal worden bijeenkomsten met betrokkenen georganiseerd, wordt specialistische zorg georganiseerd en afgestemd. Lokaal worden zaken uitgewerkt in de Woonvisie, afspraken met corporaties gemaakt en kansen/knelpunten geagendeerd voor de regionale bijeenkomsten.

4.2.3 Deelvraag 5: In welke mate zijn de gestelde doelen in de periode 2014 tot en met 2020 gerealiseerd? Het blijkt dat een groot deel van de geplande acties inderdaad is uitgevoerd. Tegelijkertijd is de monitoring van de gestelde doelen niet altijd even helder en zijn afspraken niet altijd SMART-opgesteld.

In de Woonvisie zelf is een uitvoeringsagenda opgesteld, in hoofdstuk 4. Er is echter geen apart werkdocument beschikbaar met de voortgang van gemaakte afspraken. Het is dus niet helemaal duidelijk in hoeverre de gestelde doelen aan het einde van de looptijd van de Woonvisie in 2019 gerealiseerd zijn. Ook is bij veel afspraken de startdatum breed, ergens tussen 2015 en 2018. Wat precies wanneer van start gaat is dus niet altijd even duidelijk opgeschreven. De mate waarin afspraken SMART zijn opgesteld verschilt per afspraak. Sommige afspraken hebben een duidelijk tijdspad, hebben betrekking op een specifiek project of onderzoek en hebben een duidelijk meetbaar resultaat. Andere afspraken zijn weer minder SMART opgesteld. Daarom moet bij het beoordelen van de realisatie van doelen in gedachten gehouden worden dat het woonbeleid sterk beïnvloed wordt door een steeds veranderende context, waardoor het lastig kan zijn meetbare doelen op te stellen. Dat betekent daarom ook niet dat een niet-SMART geformuleerde doelstelling per definitie ‘slecht’ is. Het belangrijkste is dat de

16

Bijeenkomsten kwaliteit en betaalbaarheid, Pilot loslaten bindingseisen, Pilot loslaten toewijzingsregels. Woonvisie Regio Noord-Veluwe 2014, p. 23.

21

vorm recht doet aan de intentie van partijen en de stand van zaken in het denken. SMART kán wel helpen bij het scherper formuleren van doelen, waar dat mogelijk is. Met dat in gedachten lopen we de verschillende gestelde doelen en gemaakte afspraken na. Omdat een werkdocument van afspraken ontbreekt is getracht op basis van verschillende gemeentelijke (jaar)stukken uit 2015 -2020 per thema een overzicht te maken van de voortgang per actiepunt uit de uitvoeringsparagraaf. Hieronder beschrijven we per thema de stand van zaken, van de actiepunten waar dat mogelijk is. Bestaande woningvoorraad  Over het aanpassen van sociale huurwoningen door Omnia Wonen zijn in de raamovereenkomst 2017-2021 afspraken opgenomen.  Er is in de Woonvisie afgesproken dat er een halfjaarlijks overleg plaatsvindt om particulieren woningeigenaren te stimuleren hun woning geschikt te maken. Het is uit de stukken niet duidelijk of dit heeft plaatsgevonden.  De bewustwordingscampange Gewoon Gemak en bijbehorende subsidieregeling is voortgezet 17. Inwoners van Nunspeet kunnen zelf woningcheck doen op de website Mijhuisopmaat.nl. Het doen van een online check/thuischeck is een subsidievoorwaarde. Stichting Welzijn Nunspeet en het Venster leveren ouderenadviseurs voor een preventief bezoek aan 75plussers 18.

17

 Er zijn met woningcorporatie Omnia Wonen afspraken gemaakt over voldoende betaalbare en geschikte huurwoningen. Wonen, zorg en welzijn  Uit stukken blijkt dat in 2018 en 2019 ambtelijke en bestuurlijke gesprekken hebben plaatsgevonden met verschillende stakeholders, om tot een plan te komen tot de ontwikkeling van het Kulturhus als locatie voor wonen en zorg. 19  In de Woonvisie staat als afspraak opgenomen dat particulier initiatief op het gebied van wonen en zorg gestimuleerd wordt onder andere door, waar mogelijk herbestemming te faciliteren. Uit het dynamisch programma woningbouw (meerder jaren) blijkt dat op verschillende momenten particuliere initiatieven voor wonen en zorg worden toegekend door de gemeente, bijvoorbeeld de bouw van seniorenwoningen, mantelzorg woningen en levensloopbestendige bouw. 20 Nieuwbouw met toekomstwaarde: strategisch programmeren  Het woningbouwprogramma is bijgesteld op basis van de aantallen van de provincie en het afwegingskader nieuwbouw, blijkt uit gesprekken.  Er is een onderzoek uitgevoerd naar de verhuismotieven van jongeren 21.  Het afwegingskader wordt gehanteerd bij nieuwe initiatieven , blijkt uit gesprekken.

Jaarstukken 2015 t/m 2019.

20

18

Raamovereenkomst 2017-2021, p. 6.

21

19

Commissievoorstel, 11 november 2019.

Lijst dynamisch programma woningbouw, 2017, 2018, 2019.

Onderzoek verhuismotieven jongeren gemeente Nunspeet, Atrivé. 14 januari 2015.

22

 Er is onderzoek gedaan naar flexwonen. Vanwege de vertrouwelijkheid van de resultaten is dit bij het college van B&W gebleven.

23

Uitvoering van het woonbeleid 4.3.1 Deelvraag 6: Met welke partijen wordt rondom het woonbeleid samengewerkt, welke (contractuele) afspraken liggen hieraan ten grondslag en op welke manier worden resultaten gemonitord? De gemeente werkt met verschillende partijen samen om het woonbeleid tot uitvoering te brengen. Dit zijn dezelfde partijen als die betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van de Woonvisie. Met sommige partijen worden bindende afspraken gemaakt (woningcorporaties), met andere beperkt de samenwerking zich tot informeren en op de hoogte houden.

wettelijk gezien betrokken hoort te worden bij de prestatieafspraken). In de raamovereenkomst is afgesproken dat er jaarlijks evaluatie plaatsvindt en, op basis van die evaluatie, dat afspraken eventueel worden bijgesteld. De overeenkomsten in de jaren daarna laten zien dat dat ook inderdaad gebeurd is. Regionale woonruimteverdeling Naast de samenwerking tussen de gemeente en de corporaties bij het maken van prestatieafspraken, werken de woningcorporaties in de regio met een regionaal woonruimteverdeelsysteem. Hierbij worden sociale huurwoningen in de regio aangeboden via één platform, waar al het aanbod van de corporaties centra al te vinden is. Dit betekent dus ook dat woningzoekenden regionaal naar een sociale huurwoning kunnen zoeken. 23

Prestatieafspraken

Huisvestingsverordening

De belangrijkste samenwerkingspartner is de woningcorporatie Omnia Wonen. In de gemeente Nunspeet bezit Omnia Wonen 2466 woningen. Omdat Omnia Wonen de grootste aanbieder is in Nunspeet, volgt het de kwalitatieve verschuivingen in de vraag daar nauwlettend. 22

Naast de prestatieafspraken met de woningcorporaties wordt er in de regio Noord-Veluwe gewerkt met een Huisvestingsverordening. Deze Huisvestingsverordening is op hoofdlijnen gelijk voor de gemeenten in de regio Noord-Veluwe, op een aantal accent verschillen na. De Huisvestingswet, waaruit de huisvestingsverordening voortkomt, biedt gemeenten de mogelijkheid biedt om regels vast te leggen over de toewijzing van huurwoningen en over het bepalen van de urgentievolgorde voor woningzoekenden. Het is op basis van de huisvestingsverordening vervolgens verboden de in de verordening aangewezen woonruimte zonder huisvestingsvergunning in gebruik te nemen of te geven. Woonruimteverdeling op

Met de corporatie worden jaarlijks prestatieafspraken gemaakt, die ook ingaan op de bouw van woningen voor de verschillende doelgroepen. Er is in 2016 een raamovereenkomst ondertekend tussen de gemeente, de corporatie en de huurdersbelangenvereniging (die

22

Portefeuillestrategie Omnia Wonen, 2020-2030.

23

www.hurennoordveluwe.nl

24

basis van de Huisvestingswet 2014 gebeurt dus aan de hand van een vergunningensysteem. Burgemeester en wethouders kunnen de bevoegdheid om vergunningen te verlenen desgewenst mandateren aan eigenaren of beheerders van woonruimte, bijvoorbeeld aan de (samenwerkende) corporaties. Op deze manier wordt ook in de regio Noord-Veluwe gewerkt. Onderdeel van de huisvestingsverordening in de regio Noord-Veluwe is een urgentieregeling. Hierin staat opgenomen onder welke voorwaarden inwoners van de regio aanspraak kunnen maken op een urgentieverklaring wanneer zij zich in een urgente woonsituatie bevinden. Het toewijzen van een urgentieverklaring wordt beoordeeld en geregeld door een regionaal opererende urgentiecommissie.

Figuur 2 Gereedschapskist instrumenten gemeenten

4.3.2 Deelvraag 7: Welke instrumenten zijn ingezet om de doelstellingen te bereiken? Gemeenten hebben verschillende instrumenten beschikbaar om te sturen in het woondomein. Samen vormen die instrumenten een gemeentelijke ‘gereedschapskist’ voor het woonbeleid. De instrumenten die gemeenten kunnen hanteren zijn onder te verdelen in een viertal categorieën: geld, regels, samenwerking en afspraken en communicatie en informatie. De gemeente Nunspeet zet meeste van deze instrumenten in.

1. Geld De gemeente zet verschillende gelden in om te kunnen sturen in het woondomein. Zo wordt er gebruik gemaakt van een Starterslening 24. De starterslening wordt verstrekt aan inwoners van de gemeente die hun eerste koopwoning willen kopen. Het overbrugt

24

Commissievoorstel voortzetting starterslening, 16 juni 2014.

25

het verschil tussen de koopsom en het maximale bedrag dat mensen bij de bank kunnen lenen. Een aanvullende subsidie is daarbij de regeling Gewoon Gemak. Hiermee kunnen inwoners een subsidie krijgen voor kleine aanpassingen aan hun huis, die de veiligheid en het gemak van de woning verbeteren. Sinds 2020 zet de gemeente de Toekomst Bestendig Wonen lening in 25. Het grondbeleid van de gemeente Nunspeet is vastgelegd in de Nota Grondbeleid. Met het voeren van grondbeleid wil de gemeente een duurzame en veilige leefomgeving waarborging door een optimale ruimtelijke inrichting, regie voeren op ruimtelijke ontwikkelingen en het financieel resultaat uit de grondexploitatie optimaliseren. 26 De Wet Maatschappelijke Ondersteuning die in 2015 in werking is getreden maakt gemeenten verantwoordelijk voor de zelfredzaamheid en participatie van mensen met een beperking (fysiek of psychisch). Het doel van de wet is mensen zo lang mogelijk zelfstandig thuis te laten wonen. Inwoners van de gemeente kunnen aanspraak maken op een algemene of maatwerkvoorziening. Op het gebied van wonen gaat het dan om voorzieningen die het zich kunnen verplaatsen binnen en buiten de woning bevorder t (bijvoorbeeld hulpmiddelen voor de door- en toegankelijkheid van een woning, zoals het gebruik van een traplift).

Op de website www.socialekaartnunspeet.nl kunnen inwoners alle informatie vinden omtrent wonen en zorg.

25

Verordening Toekomst Bestendig Wonen lening, 30 juli 2020.

2. Regels Het belangrijkste instrument voor de uitvoering van het beleid op het punt van woningbouw is de beleidsregel ‘Woningbouw op maat’. Omdat de gemeente naar de toenmalige inzichten een overmaat aan bestemmingsplannen voor woningbouw had, zocht de gemeente naar een manier om de nieuwbouw te beperken zonder alle nieuwe initiatieven op voorhand uit te sluiten. Dit is gedaan in de vorm van een beleidsregel voor nieuwbouw, die als doel heeft de juiste woning op de juiste plek te bouwen en tegelijk zuinig te zijn op de beschikbare bouwruimte. Kort samengevat zorgt de beleidsregel ervoor dat kleinschalige ontwikkelingen die binnen de bestaande kernen zorgen voor een betere ruimtelijke kwaliteit wel door kunnen gaan, terwijl bestaande grotere uitleglocaties getemporiseerd worden en nieuwe uitleglocaties alleen indien strikt noodzakelijk. Naast deze beleidsregel noemt de gemeente nog twee andere acties voor de uitvoering van het strategisch programmeren. Eén is het inventariseren van de mogelijkheden voor tijdelijke woonbestemmingen en tijdelijke woningen. Dit zou een oplossing kunnen zijn in de situatie waarin, zoals in de Woonvisie werd voorzien, er tot 2040 nauwelijks groei van het aantal huishoudens meer zou zijn, gevolgd door krimp na 2040. Een ander concreet instrument is het onderzoek naar vertrekmotieven van jongeren.

Met dit onderzoek wil de gemeente meer grip krijgen op de vraag of en zo ja, onder welke voorwaarden het mogelijk is om jongeren meer aan de gemeente te binden.

26

Raadsvoorstel vaststellen Nota Grondbeleid 2017-2020, 29 juni 2017.

26

Daarnaast zijn er aantal landelijke vastgestelde kaders, zoals de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking bij woningbouwplannen, het Bouwbesluit en de Leegstandswet. Daarnaast zijn er op regionaal niveau een aantal zaken vastgelegd, zie daarvoor ook hoofdstuk 3.1. Met deze regionale regels en afspraken poogde de provincie grip te houden op woningbouwaantallen 27 en door de regionale woonruimteverdeling op de Noord-Veluwe hebben de woningcorporaties een instrument om sociale huurwoningen regionaal aan te bieden. 3. Samenwerking en afspraken Naast meer ‘tastbare’ instrumenten zoals geld en wettelijke regels kunnen gemeenten ook zachtere instrumenten inzetten ten behoeve van het woonbeleid, namelijk door samen te werken met partners en afspraken te maken. Uit de gesprekken met ambte naren en wethouder blijkt dat er intensief wordt samengewerkt met andere domeinen, zoals duurzaamheid en het sociaal domein binnen de gemeente. Regionaal werkt men op de Noord-Veluwe samen in de Samenwerking Noord-Veluwe (SNV) en hanteert men het gastheerschapprincipe. De samenwerking met inwoners van de gemeente Nunspeet vindt op verschillende manieren plaats. Zo worden huurders van de woningcorporatie betrokken via de huurdersbelangenverenigingen (o.a. bij het maken van de prestatieafspraken).

Ook worden inwoners bij concrete woningbouwprojecten betrokken, in de vorm van collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO). Daarvoor kunnen

27

bewoners gebruik maken van een subsidieregeling, waarbij de gemeente 50% van de kosten van een externe, deskundige (proces/bouw)begeleider vergoedt tot een maximum van € 15.000, -. Ook kan de vereniging een renteloze lening van € 15.000, - krijgen voor een termijn van een jaar. 4. Communicatie en informatie De instrumenten communicatie en informatie kunnen gemeenten inzetten om uitdragen welk beleid er wordt gevoerd, intern en naar externe partners en inwoners van de gemeente. Het opstellen van een Woonvisie en het bijbehorende participatietraject is daar één onderdeel van. Bij het opstellen van de Woonvisie hebben verschillende bijeenkomsten met stakeholders en partners van de gemeente plaatsgevonden en er was een projectgroep met een vertegenwoordiging van de woningcorporatie en ambtenaren van verschillende afdelingen binnen de gemeente om het zo integraal mogelijk op te pakken. Ook op andere manieren probeert de gemeente partners en inwoners te informeren, bijvoorbeeld door het uitbrengen van folders en een pagina als www.socialekaartnunspeet.nl. Met ontwikkelaars wordt bij ontwikkellocaties samengewerkt en worden via bijvoorbeeld realisatieovereenkomsten afspraken gemaakt over de openbare ruimte en infrastructuur van plannen.

Zoals vastgelegd in de Regionale Woonvisie Noord-Veluwe 2014.

27

4.3.3 Deelvraag 8: Doen zich knelpunten voor bij de uitvoering van het beleid en zo ja, welke zijn dat? Er doen zich verschillende knelpunten voor (of hebben gedaan) bij de uitvoeringaspecten van het woonbeleid, zoals ruimtelijke aspecten, kans op Ruimtelijk planschade, de rol van de Provincie en het grondbeleid.

Ruimtelijke aspecten spelen een rol bij de uitvoering van het Woonbeleid, en dan met name bij de mogelijkheden tot het realiseren van nieuwe woningen. De gemeente Nunspeet ligt ingeklemd in een Natura2000 gebied, de Veluwe. Daarnaast ligt de gemeente ook in een landelijk gebied, met relatief veel (intensieve) landbouw en veeteelt, wat van invloed is op de stikstof uitstoot. Dat levert beperkingen op bij de mogelijkheden tot het plegen van nieuwbouw. Kans op planschade De Woonvisie 2014 had als doel om het aanbod van nieuwe woningen te beperken (zie ook hieronder, rol van de provincie Gelderland). Er waren echter al meer dan voldoende plannen en het intrekken van bouwmogelijkheden leidt over het algemeen tot planschadeverzoeken. De gemeente had becijferd dat het bijstellen van de woningbouw in lijn met de vorige Woonvisie enkele miljoenen euro’s had kunnen kosten. Om dat te voorkomen, is het concept ‘Woningbouw op maat’ bedacht. In dat concept worden er geen bestemmingsplannen voor woningbouw meer opgesteld, die tot ongebruikte plancapaciteit zouden kunnen leiden. In de beleidsregel ‘Woningbouw op maat’ 28

Woonvisie Gelderland, Keuzevrijheid & Identiteit (KWP 2010-2019), 12 januari 2012.

wordt een procedure geschetst die uitmondt in de aanvraag van een omgevingsvergunning voor woningbouw. Omdat op die vergunning een termijn zit van twee jaar om te starten met bouwen, is het risico op ongebruikte plancapaciteit beperkt. Andere rol van de provincie Gelderland Zoals benoemd hierboven is de gemeente Nunspeet vanaf 2014 anders gaan omgaan met plancapaciteit. Een voorzichtige verklaring kan daarbij zijn de rol van de provincie Gelderland. De provincie Gelderland is in het verleden, sinds de crisis, vrij sterk sturend geweest op de woningbouw-programmering (en dan met name de woningbouwaantallen) in de regio Noord-Veluwe. Dit blijkt uit de Gelderse Woonvisie uit 2012, maar ook uit een brief van de provincie aan de regiogemeenten over de Regionale Woonvisie uit 2014. In deze brief staat: Er vindt een grote verschuiving in de focus plaats van nieuwbouw in de richting van de bestaande voorraad [..]Per gemeente ligt er een prognose met een bandbreedte waarbinnen de bouwprogramma's zouden moeten vallen. Zo kan worden ingespeeld op een onzekere markt, nieuwe ontwikkelingen en veranderende woningvraag […] Het is aan te bevelen om terughoudend te zijn met het aangaan van nieuwe verplichtingen in de vorm van grondposities en afspraken met marktpartijen . 28 29.

Uit gesprekken blijkt dat de provincie inmiddels is afgestapt van de koers om zeer nauwkeurig percentages woningbouwaantallen (contingenten) toe te wijzen aan gemeenten, door verandering van inzicht. De focus ligt nu meer op het met elkaar verder kijken

29

Brief Provincie Gelderland aan colleges Noord-Veluwe, 24 april 2014.

28

naar woningbouwafspraken en kwalitatieve afspraken in plaats van alleen op aantallen. Dit wordt beaamt in zowel het gesprek met de provincie, als met de regiogemeenten. Grondposities van de gemeente Dit punt hangt samen met bovenstaand punt. In navolging van de financiële crisis (en de rol van de provincie) is men in de gemeente een ander grondbeleid gaan voeren (meer passief). Dit heeft er toe geleid dat de gemeente (bijna) geen eigen gronden meer in bezit heeft en dus afhankelijk is van particulieren en ontwikkelaars bij realiseren van nieuwe woningen. De gemeente heeft daarbij beperkte sturingsinstrumentarium richting ontwikkelaars; ontwikkelaars hebben feitelijk een groot deel van de potentiële bouwlocaties in handen en dat maakt het voor de gemeente moeilijker om deze in de gewenste richting (bijvoorbeeld als het gaat om de kwalitatieve invulling van een plan) tot ontwikkeling te brengen. In de Woonvisie wordt plan Molenbeek als laatste, grote uitbreidingswijk van Nunspeet benoemd.

29

Gemeenteraad en het woonbeleid In het vorige hoofdstuk stond de inhoud van h et woonbeleid in de gemeente Nunspeet centraal. In dit hoofdstuk richten we ons op de betrokkenheid van de raad daarbij. We onderscheiden de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad.

Kaderstellende rol van de raad 5.1.1 Deelvraag 12: Welke informatie heeft de gemeenteraad ontvangen en op welk moment? De gemeenteraad van Nunspeet is in de periode 2014-2020 op verschillende momenten geïnformeerd over het woonbeleid, in de voorbereidende fase, in de uitvoering en bij de beoordeling van het resultaat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11450226/1