CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 6e. Bijlage Aangepaste herijking functieveranderingsbeleid

Commissie Ruimte en Wonen 9 december 2024, gemeente NunspeetBij agendapunt: Evaluatie en herijking functieveranderingsbeleid.5.598 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Herijking functieveranderingsbeleid gemeente Nunspeet

Datum: Status:

11 november 2024 Definitief

1

Inhoud 1.

Aanleiding herijking functieveranderingsbeleid......................................................................... 3

2. Verkenning mogelijkheden voor agrarische bedrijven die gebruikmaken van de Lbv-plus regeling ................................................................................................................................................ 4 2.1 3.

Varianten Lbv-plus en functieverandering ......................................................................... 6 Verkenning mogelijkheden herziening functieveranderingsbeleid Nunspeet ........................... 9

3.1

Stoppen van het functieveranderingsbeleid...................................................................... 9

3.2

Aanscherpen van het huidige functieverandersingsbeleid................................................ 9

3.3

Voortzetting van het huidige functieveranderingsbeleid ................................................ 10

3.4

Verruimen van het huidige functieveranderingsbeleid ................................................... 10

3.5

Functieveranderingsbeleid: een andere systematiek ...................................................... 11

4.

Verkenning mogelijkheden functieverandering naar niet- agrarische bedrijfsmatige functies 15

5.

Voorkeursvariant ...................................................................................................................... 16

2

1. Aanleiding herijking functieveranderingsbeleid Eind 2020 heeft er op verzoek van de commissie Ruimte en Wonen een herziening plaatsgevonden van het functieveranderingsbeleid. De essentie van deze herijking was dat in plaats van het overal in de gemeente zo veel mogelijk faciliteren van functieverandering naar wonen, ervoor werd gekozen om een meer gebiedsgerichte en doelmatige functieverandering naar wonen toe te passen. Meer concreet betekende dit dat grondgebonden veehouderijen niet meer in aanmerking kwamen voor functieverandering. Bij de herijking is aangegeven dat de regeling na twee jaar geëvalueerd en/of aangepast zou worden. Twee jaar na het in werking treden van de Notitie functieverandering Uitgangspunten voor nieuw functieveranderingsbeleid van agrarisch naar wonen is er een addendum opgesteld voor het reeds geldende functieveranderingsbeleid. Inmiddels zijn twee jaar verstreken na het ingaan van het addendum functieveranderingsbeleid. In combinatie met het voortdurend in beweging zijn van de agrarische sector vormt dit de belangrijkste aanleiding om te komen tot een herijking van het functieveranderingsbeleid. Voorliggend document is tot stand gekomen na het opstellen van het document “Terugblik en evaluatie functieveranderingsbeleid”.

Leeswijzer In hoofdstuk twee wordt nader ingegaan op het wel of niet combineren van de Lbv-plus regeling met het functieveranderingsbeleid van de gemeente Nunspeet. In dit hoofdstuk worden drie verschillende opties toegelicht. In hoofdstuk drie wordt ingegaan op vijf verschillende mogelijkheden om te komen tot een herziening van het functieveranderingsbeleid. Deze vijf opties beschrijven het volledige keuzepallet; van stoppen met functieveranderingsbeleid tot het verruimen van het functieveranderingsbeleid. In hoofdstuk vier wordt ingegaan op economische functieverandering. Hoofdstuk vijf betreft een advies om te komen tot een voorkeursvariant voor één van de vijf varianten voor functieveranderingsbeleid.

3

2. Verkenning mogelijkheden voor agrarische bedrijven die gebruikmaken van de Lbv-plus regeling Sinds 3 juli 2023 is het voor landbouwbedrijven met varkens, melkvee, kippen, kalkoenen en vleeskalveren mogelijk om gebruik te maken van de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus). De Lbv-plus regeling is gericht op landbouwbedrijven die vallen onder de aanpak piekbelasting. Als de stikstofneerslag van de veehouderijlocatie op een overbelast Natura 2000-gebied 2500 mol of hoger is, bestaat er mogelijk recht op subsidie wanneer het bedrijf beëindigd wordt. De 2500 mol is de drempelwaarde voor de aanpak piekbelasting en de Lbv-plus regeling. De Lbv-plus regeling kent een vergoeding voor waardeverlies van productiecapaciteit, vervallen van (vee)rechten, vervallen van fosfaatrecht en een vergoeding van de sloopkosten. Combineren van Lbv-plus regeling met functieveranderingsbeleid Er is in de afgelopen periode veel onderzoek gedaan of het combineren van een Lbv-plus deelname in combinatie met functieveranderingsbeleid niet leidt tot staatssteun. Deze vraag is onder meer vanuit de Foodvalley met de juristen van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), provincie en gemeente onderzocht.

Kortweg komt het erop neer dat alle betrokken juristen gezamenlijk tot de conclusie zijn gekomen dat er geen sprake is van cumulatie van staatssteun, omdat de twee regelingen/instrumenten een verschillend doel hebben. De Lbv-plus regeling is inzet van overheidsmiddelen en het functieveranderingsbeleid een bevoegdheid. Daarnaast is de sloop vanuit de Lbv-plus regeling primair ingegeven vanuit de doelstelling om die veehouderij op de betreffende locatie definitief te beëindigen vanuit de stikstofdepositie. Het functieveranderingsbeleid kent primair een ruimtelijke motivatie (tegengaan van verrommeling en behoud van een vitaal buitengebied) én biedt ontwikkelruimte voor nieuwe functies op het erf passend bij de ruimtelijke kwaliteit. Huidige situatie gemeente Nunspeet De gemeente Nunspeet wordt gekenmerkt door een rijke agrarische historie die bijdraagt aan de unieke identiteit van de regio. De lokale agrariërs spelen een belangrijke rol in het behoud van het landschap. Door een veranderend toekomstperspectief denken steeds meer agrariërs actief na over hun toekomst, zo ook in onze gemeente. Op dit moment is het voor een stoppende agrariër in de gemeente Nunspeet die gebruikmaakt van de Lbv-plus regeling niet mogelijk ook gebruik te maken van het functieveranderingsbeleid.

Dit heeft ermee te maken dat in de “Notitie Functieverandering, Uitganspunten voor nieuw functieveranderingsbeleid van agrarisch naar wonen” is vastgelegd dat wanneer een agrariër gebruikmaakt van het functieveranderingsbeleid, de stikstofrechten worden overgedragen aan de gemeente Nunspeet. Wanneer een agrariër gebruikmaakt van de Lbv-plus regeling, moet hij zijn stikstofrechten overdragen aan het Rijk. Hiermee ontstaat een conflicterende situatie, met als gevolg dat een agrariër in de gemeente Nunspeet moet kiezen voor óf functieverandering óf deelname aan de Lbv-plus regeling. Hiermee vormt de gemeente Nunspeet een uitzondering op veel andere Gelderse gemeenten. Doel functieveranderingsbeleid Stoppende agrariërs in de gemeente Nunspeet kunnen onder voorwaarden gebruikmaken van het functieveranderingsbeleid.

4

Het huidige functieveranderingsbeleid is gericht op het behalen van een ruimtelijke kwaliteitswinst aan de ene kant, en het bieden van een mogelijkheid tot bedrijfsbeëindiging voor stoppende agrariërs aan de andere kant. Het slopen van de agrarische bebouwing en het landschappelijk inpassen van de nieuw te bouwen bebouwing draagt bij aan de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied en zorgt voor ‘ontstening’. Daarbij is ook sprake van milieuwinst en vermindering van risico’s op verpaupering en ondermijning. De gemeente Nunspeet kent een ruimhartig functieveranderingsbeleid waarbij een deelnemer aan het functieveranderingsbeleid al vanaf 600 m2 aan sloopmeters recht heeft op het terugbouwen van één woning. Functieveranderingsbeleid in omliggende gemeenten In omliggende gemeenten ligt deze ondergrens vaak hoger. In onderstaande tabel is een overzicht weergegeven van het functieveranderingsbeleid in omliggende gemeenten: Gemeente

Sloopmeters agrarische bebouwing

Elburg

Per perceel, bestemming ‘Wonen – VAB’ opgenomen

Oldebroek

Terugbouwen voor vrijstaande woning Per perceel verschillend

Bron

700 m² voor één vrijstaande woning, 1001 2000 m² voor twee-onder-een-kapwoning, 2001 m²of meer voor twee woningen

50% opp. mag worden teruggebouwd. Max. 2 woningen

Structuurvisie Functieverandering Oldebroek 2017 (par. 1.4 onder f)

Epe

1 woning bij 1.000 - 2.000 m² sloop, 2 woningen bij 2.000 - 3.000 m² sloop, 3 woningen bij > 3.000 m²

Max. inh. van 750 m3 per woning

Harderwijk

Maximaal 50% van bestaande bebouwing, minimaal 500 m² sloop vereist

Foodvalley

Minimaal 1290 m² slopen (300 m3 basis + 1,5 m² per m³ inhoud, bijv. 660 m³ = 990 m²)

Max. gezamenlijk opp .van max. 500 m² per bouwperceel, met maximum van 2 woongebouwen Max. opp .conform BP, afhankelijk van locatie

Woonagenda 2024, gemeente Epe (via onderdeel ‘Voorwaarden vrijkomende (agrarische) bedrijfsbebouwing’ BP Buitengebied 2014 (art. 34.5)

Ermelo

800 m² voor één woning, 1.500 m² voor twee woningen (in specifieke landschappen)

Max. inh. .750 m3 per woning

Structuurvisie Functieverandering 2021 (par. 4.3)

Apeldoorn

Alle niet her te gebruiken agrarische bebouwing moet gesloopt worden. (Mestsilo’s, sleufsilo’s, vloersilo’s, kuilplaten en erfverharding tellen niet mee als vrijkomende bebouwing.

Max inh 1 woning 700 m³ of 2 woningen met gezamenlijk 1.400 m³. Max 4 woningen van 350 m³. Er mag nooit meer dan het bestaand bebouwd oppervlak worden teruggebouwd

Beleidsnotitie; Regels voor functieverandering in het buitengebied (Hoofdstuk 3) (let op: nog niet vastgesteld, maar concept)

BP, Buitengebied 2012, actualisatie 2018 (Bijlage bij de regels, Bijlage 6)

Functieveranderingsbeleid Regio FoodValley 2016 (par. 6.1.1)

5

2.1 Varianten Lbv-plus en functieverandering Er is een aantal varianten denkbaar voor het wel of niet combineren van de Lbv-plus regeling met functieveranderingsbeleid. In onderstaande alinea’s worden de verschillende varianten toegelicht. A. Het uitsluiten van functieveranderingsbeleid voor Lbv-plus deelnemers Deze variant betreft in feite het voorzetten van de huidige situatie; agrariërs die gebruikmaken van de Lbv-plus regeling worden uitgesloten van deelname aan het gemeentelijke functieveranderingsbeleid. Een argument voor het voortzetten van de huidige situatie kan zijn dat het functieveranderingsbeleid van de gemeente Nunspeet zoals reeds aangegeven vrij ruimhartig is, zeker ook in vergelijking met omliggende gemeenten. Een agrariër heeft reeds vanaf 600 m2 aan sloopmeters recht op het realiseren van één woning. Hiermee is het functieveranderingsbeleid van de gemeente Nunspeet in veel gevallen toereikend voor het beëindigen van de bedrijfsvoering. Het functieveranderingsbeleid is niet gericht op het lucratief maken van het beëindigen van agrarische bedrijven. Het ondersteunt de veehouder om de gebouwen van het erf te verwijderen. Wanneer het combineren van de Lbv-plus regeling met het functieveranderingsbeleid zonder voorwaarden wordt toegestaan, kan er voor specifieke gevallen sprake zijn overcompensatie.

Het nadeel van het uitsluiten van bedrijven die gebruikmaken van de Lbv-plus regeling aan deelname aan het functieveranderingsbeleid is dat agrariërs die wel willen stoppen niet kunnen stoppen omdat een deelname aan de Lbv-plus regeling in niet alle gevallen financieel toereikend is. Een aantal bedrijven binnen de gemeente Nunspeet heeft reeds bij het Rijk en de provincie te kennen gegeven interesse te hebben in de Lbv-plus regeling. Bedrijven die hiervoor in aanmerking komen, hebben een bedrijfsvoering met een grote stikstofuitstoot. Deze stikstofuitstoot leidt tot een hoge stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. De Lbv-plus regeling blijkt in de praktijk niet altijd aan te sluiten op de bedrijfssituatie. De regeling vergoedt alleen de sloop van dierenverblijven. Andere bebouwing zoals werktuigenbergingen, silo's en verhardingen valt niet onder de regeling. Het leidt ertoe dat agrariërs twijfelen of ze wel of niet definitief gebruikmaken van de regeling. Gelet op de impact die de stikstofuitstoot heeft, kan het wenselijk zijn agrariërs die voornemens zijn hun bedrijfsvoering te beëindigen te ondersteunen. Het toestaan van een combinatie van de Lbv-plus regeling met het functieveranderingsbeleid kan daarbij ondersteunen. Dit is met deze variant niet mogelijk. B.

Het beperkt toestaan van een combinatie van Lbv-plus deelname en functieveranderingsbeleid Een andere mogelijkheid is dat een stoppende agrariër die deelneemt aan de Lbv-plus regeling, wel in aanmerking komt voor functieverandering, maar dan in een sobere vorm daarvan. Er zijn diverse knoppen waaraan gedraaid kan worden om het beperkt toestaan van het combineren van de Lbv-plus regeling met functieveranderingsbeleid mogelijk te maken. In onderstaande alinea’s wordt een aantal voorbeelden aangedragen. Aantal terug te bouwen woningen Een van de aspecten betreft het aantal terug te bouwen woningen. Om overcompensatie te voorkomen kan een maximum worden gesteld aan de mogelijkheid om woningen terug te bouwen.

6

Een uitgangspunt zou kunnen zijn dat agrariërs die gebruikmaken van de Lbv-plus regeling maximaal 1 vrijstaande woning mogen terugbouwen, ongeacht het aantal sloopmeters, waarbij de eventueel overblijvende sloopmeters niet mogen worden verkocht binnen de gemeente Nunspeet. Daarbij geldt dan ook dat terugbouw op eigen perceel het uitgangspunt is, behalve wanneer de locatie in waardevol open gebied ligt (zoals aangeduid door de provincie Gelderland). Als bedrijven hun gebouwen zouden slopen, zonder gebruik te maken van de Lbv-plus regeling, dan zouden de eigenaren van deze bedrijven veelal nog meer woningen kunnen bouwen. Sommige bedrijven in onze gemeente die onder de Lbv-plus regeling vallen, hebben veel bedrijfsbebouwing. Dit betekent dat vaak twee of drie woningen op deze veehouderijlocaties kunnen worden toegevoegd. Door bij het combineren van deelname aan het functieveranderingsbeleid en de Lbv-plus regeling vast te leggen dat maximaal één woning teruggebouwd mag worden, kan voorkomen worden dat meer woningen worden teruggebouwd dan bij enkel deelname aan het functieveranderingsbeleid mogelijk zou zijn. Dit kan een argument zijn om te kiezen voor het onder voorwaarden mogelijk maken van het beperkt combineren (stapelen) van deelname aan de Lbv-plus regeling en functieveranderingsbeleid.

Financiële situatie Een andere mogelijkheid betreft het beoordelen van casussen op basis van de financiële situatie. Een uitgangspunt zou kunnen zijn dat wanneer op basis van een Rijks- of provinciale regeling een financiële vergoeding is of wordt toegekend voor het beëindigen van agrarische bedrijfsactiviteiten, een agrariër moet aantonen dat de realisatie van één of maximaal twee woningen noodzakelijk is om de sloop van de voormalige agrarische bedrijfsgebouwen te kunnen bekostigen. Dit mede ter compensatie voor de geleverde milieuwinst en ruimtelijke kwaliteitswinst. De bestaande bedrijfswoning(en) krijgt daarbij, conform het bestaand beleid, een woonbestemming. Naast dat de stikstofuitstoot wordt gereduceerd, is er ook sprake van verminderde geuremissie, fijnstof, geluidsproductie en verkeersbewegingen. Daarnaast vindt er ontstening op de betreffende erven plaats. In de financiële onderbouwing moet men aantonen dat al deze vergoedingen onvoldoende zijn om de sloop, ofwel de ontmanteling van het erf, te bekostigen. Daarbij moeten ontmantelingskosten worden uitgelegd in ruime zin. Ook bijvoorbeeld mestputten uitzuigen en reinigen, asbestsanering, (bodem)onderzoeken, bodemsanering, verwijderen erfverharding, aanvullen grond, egaliseren en inzaaien, ruimtelijke procedurekosten en leges vallen onder de noemer van sloopkosten.

Het betreft dus alle (ruimtelijke) kosten om het terrein weer gebruiksklaar op te leveren. Wat niet als kosten kunnen worden opgevoerd, zijn bijvoorbeeld de aflossingen van financieringen, een inkomensvoorziening en het voldoen van een eventuele belastingclaim. Door een casusgerichte aanpak kan overcompensatie worden voorkomen. Een van de consequenties van deze variant is dat de stikstofrechten van een stoppende agrariër niet aan de gemeente Nunspeet kunnen worden overgedragen omdat deze stikstofrechten bij deelname aan de Lbv-plus regeling worden overgedragen aan het Rijk.

7

Bouwjaar schuren en stallen Een andere mogelijkheid betreft het beoordelen van casussen door te kijken naar het bouwjaar van stallen en schuren. Door het combineren van deelname aan de Lbv-plus regeling en functieverandering wel toe te staan voor eigenaren met oudere, gedateerde stallen wordt heel gericht gewerkt aan een ruimtelijke kwaliteitsimpuls van het buitengebied waarbij stallen en schuren van een nieuwer bouwjaar zoveel mogelijk behouden worden. Hiermee blijft er voldoende ruimte beschikbaar voor agrarische ondernemers in de gemeente Nunspeet en wordt onnodige afbraak van moderne stallen en schuren tegengegaan. C. Het volledig toestaan van het combineren van Lbv-plus deelname en functieveranderingsbeleid De derde optie betreft het volledig toestaan van het combineren van Lbv-plus deelname en het functieveranderingsbeleid. Een agrariër kan dan zowel deelnemen aan de Lbv-plus regeling als ook volledig gebruikmaken van het functieveranderingsbeleid van de gemeente Nunspeet zonder enige restricties. Een mogelijke consequentie hiervan is dat bedrijven worden overgecompenseerd. De Lbv-plus regeling kent tenslotte al een vergoeding voor waardeverlies van productiecapaciteit, vervallen van (vee)rechten, vervallen van fosfaatrecht en een vergoeding van de sloopkosten.

Daarbij zou dan ook nog een vergoeding vanuit het functieveranderingsbeleid komen in de vorm van het terugbouwen van een, twee of drie woningen, conform het aantal sloopmeters. Conclusie De hierboven voorgestelde drie varianten brengen alle drie mogelijke consequenties met zich mee. Wanneer een agrariër zoals in variant A wordt gesteld, volledig wordt uitgesloten van het functieveranderingsbeleid (huidige situatie), kan dit consequenties hebben voor de bedrijfsbeëindiging. Er zijn agrariërs die wel willen stoppen maar financieel gezien niet kunnen stoppen doordat de Lbv-plus regeling niet toereikend is voor hen. De meeste gemeenten in de provincie Gelderland staan het (gedeeltelijk) combineren van een Lbv-plus deelname en het gebruik van het functieveranderingsbeleid toe. Wat betreft het gedeeltelijke combineren van een Lbv-plus deelname en het gebruikmaken van het functieveranderingsbeleid zijn diverse mogelijkheden denkbaar zoals reeds toegelicht. Er zijn diverse knoppen waaraan gedraaid kan worden zoals het aantal terug te bouwen woningen, het mee laten wegen van de financiële situatie of door de leeftijd van stallen en schuren mee te laten wegen. Het volledig toestaan van het combineren van Lbv-plus deelname en functieveranderingsbeleid kan leiden tot overcompensatie.

Gezien de diversiteit aan mogelijkheden en de daarmee samenhangende consequenties van deze mogelijkheden voor het wel of niet combineren van Lbv-plus deelname en het gebruikmaken van het functieveranderingsbeleid betreft het een politieke afweging om te komen tot keuze tussen een van deze drie varianten.

8

3. Verkenning mogelijkheden herziening functieveranderingsbeleid Nunspeet In onderstaande vijf paragrafen wordt een toelichting gegeven op een vijftal verschillende mogelijkheden binnen het instrumentarium functieveranderingsbeleid. 3.1 Stoppen van het functieveranderingsbeleid De eerste variant van de in totaal vijf varianten betreft het stopzetten van het functieveranderingsbeleid. Van de vijf varianten is dit de meest beperkende variant. Door het stopzetten van het functieveranderingsbeleid is het voor agrarische ondernemers niet langer mogelijk om gebruik te maken van functieveranderingsbeleid. Een argument om te kiezen voor deze variant kan zijn dat er in de afgelopen jaren in de gemeente Nunspeet al veel agrarische bedrijven gestopt zijn en dat er ruimte beschikbaar moet blijven voor agrarische ondernemers die hun agrarische bedrijfsvoering willen voortzetten of willen uitbreiden. Door het wegvallen van de mogelijkheid om gebruik te maken van functieverandering blijven er meer agrarische bouwwerken beschikbaar die door agrarische bedrijven gekocht kunnen worden om zo te voorzien in de uitbreidings- of verplaatsingsvraag. Aan deze variant kleven ook een aantal potentiële risico’s en nadelen. Zo neemt de kans op verrommeling of verpaupering van het buitengebied aanzienlijk toe doordat bedrijven niet langer gebruik kunnen maken van functieverandering.

Hiermee vervalt de financiële prikkel om gebouwen te slopen en in ruil daarvoor woningen terug te mogen bouwen, met als gevolg dat meer agrarische bedrijfsbebouwing leeg komt te staan. De kans op ondermijning en ongewenste activiteiten in deze leegstaande bedrijfsbebouwing neemt hiermee toe. Los van een verhoogde kans op leegstand en ondermijning draagt deze variant niet bij aan de landelijke opgave om de stikstofuitstoot te verminderen. 3.2 Aanscherpen van het huidige functieverandersingsbeleid Variant twee betreft het aanscherpen van het huidige functieveranderingsbeleid. Te denken valt aan het verhogen van het minimale aantal sloopmeters om in aanmerking te komen voor deelname aan het functieveranderingsbeleid. Op dit moment is minimaal 600 m2 aan sloopmeters vereist om deel te kunnen nemen aan het functieveranderingsbeleid. In ruil hiervoor mag één vrijstaande woning worden teruggebouwd. Gedacht wordt aan het verhogen van de vereiste 600 m2 naar 750 m2. Een andere of extra optie voor het aanscherpen van het functieveranderingsbeleid is het laten wegvallen van de mogelijkheid om bij 2000 m2 aan sloopmeters een derde woning te mogen terugbouwen. Het nadeel van deze variant is dat bedrijven met minder dan 750 m2 aan sloopmeter niet meer in aanmerking komen voor een deelname aan het functieveranderingsbeleid met als gevolg een verhoogde kans op leegstand.

9

3.3 Voortzetting van het huidige functieveranderingsbeleid De derde optie betreft het voorzetten van het huidige beleid. Hiermee blijft het voor agrarische ondernemers met een intensieve veehouderij mogelijk om gebruik te maken van het functieveranderingsbeleid. De staffel blijft dan als volgt: • • •

bij sloop van alle maar minimaal 600 m2 aan bestaande bedrijfsgebouwen mag één woonhuis of één agrarische bedrijfswoning worden teruggebouwd; bij sloop van alle maar minimaal 1.200 m2 aan bestaande bedrijfsgebouwen mogen twee vrijstaande woonhuizen worden teruggebouwd; bij sloop van alle of minimaal 2.000 m2 aan bestaande bedrijfsgebouwen mogen drie vrijstaande woningen van elk 120 m2 (op één locatie) worden teruggebouwd

Een nadeel van het huidige functieveranderingsbeleid is dat alleen agrarische bedrijven met de aanduiding “intensieve veehouderij” deel kunnen nemen aan het functieveranderingsbeleid. Voor agrarische bedrijven met de aanduidingen “Kwekerij”, “Paardenhouderij” of “Agrarisch bedrijf” is het niet mogelijk om gebruik te maken van het functieveranderingsbeleid. Hierdoor is het voor een deel van de stoppende agrariërs uit financieel oogpunt niet haalbaar om te stoppen. Een ander nadeel van het huidige functieveranderingsbeleid is dat het toepassen van maatwerk soms lastig is. De grootste beperkende factor voor het toepassen van maatwerk is hierboven beschreven: bedrijven zonder de aanduiding “intensieve veehouderij” komen niet in aanmerking voor functieverandering. Hierdoor kunnen deze locaties niet worden omgevormd naar wonen en vindt er ook geen landschappelijke inpassing plaats. Hiermee wordt uiteindelijk geen ruimtelijke kwaliteit toegevoegd aan het buitengebied. In het huidige functieveranderingsbeleid is opgenomen dat alleen agrarische bedrijfsgebouwen die in de afgelopen 6 jaar bedrijfsmatig zijn gebruikt in aanmerking komen voor functieverandering. In de afgelopen jaren is bij een aantal casussen gebleken dat deze regeling belemmerend kan zijn. Er zijn locaties waarbij agrarische bedrijfsgebouwen al langer dan 6 jaar niet meer agrarisch in gebruik zijn.

Dit zijn locaties waar al meer dan 6 jaar agrarische bedrijfsgebouwen leeg staan. Vaak zijn dit juist de locaties waar functieverandering wenselijk is om zo ruimtelijke kwaliteit toe voegen aan het buitengebied. Bovenstaande belemmering kan voorkomen worden door in de nieuw op te stellen beleidsregel op te nemen dat alleen agrarische bedrijfsgebouwen ouder dan 5 jaar in aanmerking komen voor functieverandering. 3.4 Verruimen van het huidige functieveranderingsbeleid De vierde optie betreft het verruimen van het huidige functieveranderingsbeleid. Zoals reeds onder punt 3.3 aangegeven is, is het voor agrarische bedrijven zonder de aanduiding “intensieve veehouderij” momenteel niet mogelijk om deel te nemen aan het functieveranderingsbeleid. Bedrijven met de aanduidingen “Kwekerij”, “Paardenhouderij” of “Agrarisch bedrijf” kunnen geen gebruik maken van het functieveranderingsbeleid. Onder deze optie wordt voorgesteld bovenstaande te wijzigen en agrarische bedrijven met de aanduidingen “Kwekerij”, “Paardenhouderij” en “Agrarisch bedrijf” ook (weer) in aanmerking te laten komen.

10

Bij deze optie blijft de staffel als volgt: • bij sloop van alle maar minimaal 600 m2 aan bestaande bedrijfsgebouwen mag één woonhuis of één agrarische bedrijfswoning worden teruggebouwd; • bij sloop van alle maar minimaal 1.200 m2 aan bestaande bedrijfsgebouwen mogen twee vrijstaande woonhuizen worden teruggebouwd; • bij sloop van alle of minimaal 2.000 m2 aan bestaande bedrijfsgebouwen mogen drie vrijstaande woningen van elk 120 m2 (op één locatie) worden teruggebouwd. Een van de voornaamste argumenten om te kiezen voor deze variant is dat functieverandering voor meer agrarische ondernemers beschikbaar wordt. Hiermee wordt tegemoetgekomen aan agrarische ondernemers die voornemens zijn hun bedrijfsvoering te beëindigen en kan tevens een grotere bijdrage worden geleverd aan de landelijke opgave om de stikstofuitstoot terug te dringen. Door het verruimen van het functieveranderingsbeleid krijgt een grotere groep (stoppende) agrarische ondernemers de mogelijkheid gebruik te maken van functieverandering. De kans op leegstaande agrarische bebouwing neemt hiermee af. Ook bij deze variant kan worden gekozen voor het wijzigen van een van de voorwaarden voor het in aanmerking komen van functieverandering zoals onder punt 3.3 beschreven.

In plaats van te stellen dat bedrijfsgebouwen in afgelopen 6 jaar bedrijfsmatig gebruikt moeten zijn, kan worden gesteld dat alleen agrarische bedrijfsgebouwen ouder dan 5 jaar in aanmerking komen voor functieveranderingsbeleid. 3.5 Functieveranderingsbeleid: een andere systematiek Naast de bestaande systematiek voor functieverandering is er nog een andere systematiek mogelijk. Deze systematiek wordt veelal toegepast binnen de regio Food Valley. Met deze systematiek zijn er meer mogelijkheden voor de bewoners van het buitengebied en vindt er een aanscherping plaats van de hoeveelheid te gebruiken sloopmeters, wat uiteindelijk resulteert in minder woningen in het buitengebied. Sloopmeters Om een afname van beschikbare sloopmeters te realiseren is het mogelijk aan de voorkant van het proces een ‘korting’ toe te passen op de beschikbare sloopmeters om te komen tot inzetbare sloopmeters. Dit betekent een andere waardering van sloopmeters. Met inzetbare sloopmeters kunnen ruimtelijke ingrepen worden gerealiseerd, zoals het mogelijk maken van een extra bouwkavel. Daarnaast is van belang welke hoeveelheid inzetbare sloopmeters er benodigd zijn om een bouwkavel te realiseren. Door hier een verzwaring toe te passen in combinatie met het gebruiken van inzetbare sloopmeters zal bij vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing minder snel een toename van bouwkavels mogelijk zijn.

In onderstaande tabel is weergegeven hoe de afname van sloopmeters in zijn werk gaat. Door de ‘korting’ toe te passen wordt er gekomen tot inzetbare sloopmeters. Deze inzetbare sloopmeters kunnen worden ingezet voor de realisatie van een of meerdere bouwkavels. Tevens is er de mogelijkheid van een keuzemenu waar inzetbare sloopmeters ook voor gebruikt kunnen worden. Van sloopmeters naar inzetbare sloopmeters: Sloopmeters 0 – 750 m² 750 – 1.500 m² 1.500 – 2.250 m² > 2.250 m²

Afname geen korting 25% korting 35% korting 50% korting 11

In onderstaande tabel is weergegeven hoeveel inzetbare sloopmeters nodig zijn voor de realisatie van een of meerdere bouwkavels. De systematiek is hierin vergelijkbaar met het vigerende functieveranderingsbeleid. Een belangrijk verschil zit echter in het feit dat het hier niet om aanwezige sloopmeters gaat maar om inzetbare sloopmeters conform bovenstaande tabel. Hiermee is een afname gerealiseerd van beschikbare sloopmeters die ingezet kunnen worden voor de realisatie van bouwkavels. Bouwmogelijkheden met inzetbare sloopmeters: Inzetbare sloopmeters Alle of minimaal 750 m² Alle of minimaal 1.250 m² Alle of minimaal 1.500 m² Alle of minimaal 2.250 m²

Terugbouwmogelijkheden 1 vrijstaande woning 1 dubbele woning 2 vrijstaande woningen 3 vrijstaande woningen van elk 120 m²

Keuzemenu Naast het gebruik van inzetbare sloopmeters voor de realisatie van bouwkavels is het ook mogelijk om inzetbare sloopmeters te gebruiken voor het keuzemenu. Dit keuzemenu omvat een aantal mogelijkheden voor woonpercelen in het buitengebied die door middel van het gebruik van inzetbare sloopmeters gerealiseerd kunnen worden. Door deze verbreding van de gebruiksmogelijkheden van inzetbare sloopmeters, is het mogelijk voor anderen in het buitengebied om mee te ‘profiteren’ van een bedrijfsbeëindiging. Hiermee komen de ‘plussen’ niet alleen bij de stopper te liggen maar biedt dit ook mogelijkheden voor anderen in het buitengebied. Ook wordt hiermee een afname van extra bouwkavels beoogd. Ingezette sloopmeters via het keuzemenu kunnen immers niet nogmaals voor de realisatie van een extra bouwkavel worden gebruikt. In onderstaande tabel zijn een aantal mogelijkheden benoemd waar inzetbare sloopmeters voor kunnen worden gebruikt. Keuzemenu: 1. het realiseren van een grotere woning van maximaal 180 m² 2. het realiseren van een groter bijbehorend bouwwerk (van 50 m² extra bouwmogelijkheid) 3. het realiseren van woningsplitsing 4. omzetten solitaire recreatiewoning in een bebouwingslint naar een reguliere woning 1. Voor woningen is in het bestemmingsplan Buitengebied 2023 een maximale oppervlakte vastgesteld van 120 m².

Middels het gebruik van inzetbare sloopmeters kan een grotere inhoudsmaat worden toegestaan. Het vergroten van een woning heeft aanzienlijk minder impact op het buitengebied dan de mogelijkheid van realisatie van een extra bouwkavel. Grotere oppervlakte van de woning Tot en met maximaal 180 m²

Gebruik inzetbare sloopmeters Per 1 m² vergroting > 3 m² inzetbare sloopmeters

12

2. In het bestemmingsplan Buitengebied 2023 is voor bijbehorende bouwwerken een maximale oppervlakte maat vastgesteld op 110 m² per woonbestemming. Door het keuzemenu is het mogelijk voor eigenaren om een grotere oppervlakte van maximaal 50 m² aan bijbehorende bouwwerk te realiseren. Deze mogelijk komt bovenop de mogelijkheden van het vergunningsvrij bouwen. Dit betekent dat deze mogelijkheid alleen toepasbaar is voor uitbreiding groter dan de vergunningsvrije mogelijkheden. Tevens is deze mogelijkheid van toepassing bovenop de hobbyboerregeling uit het bestemmingsplan. Grotere oppervlakte bijbehorend bouwwerk Maximaal 50 m² extra oppervlakte

Gebruik van inzetbare sloopmeters Per 1 m² vergroting > 3 m² inzetbare sloopmeters

3. Een derde mogelijkheid binnen deze variant betreft het inwisselen van sloopmeters ten behoeve van het realiseren van een woningsplitsing. Door een tegenprestatie te vragen in de vorm van inzetbare sloopmeters kan het in bepaalde gevallen mogelijk zijn om mee te werken aan een woningsplitsing. Realiseren woningsplitsing 1 woningsplitsing

Gebruik van inzetbare sloopmeters 150 m² inzetbare sloopmeters

4. Door een tegenprestatie te vragen in de vorm van inzetbare sloopmeters kan het in bepaalde gevallen mogelijk zijn om mee te werken aan het omvormen van een solitaire recreatiewoning die zich in een bebouwinglint bevindt. Door het omvormen kan de solitaire recreatiewoning een reguliere woonbestemming verkrijgen. Voor het realiseren van een extra woning is 750 inzetbare sloopmeters nodig. Voor het omzetten van een solitaire recreatiewoning is de helft daarvan benodigd om dit te compenseren Omzetten solitaire recreatiewoning 1 Woningrecht

Gebruik van inzetbare sloopmeters 375 m² inzetbare sloopmeters

Conclusie De agrarische sector is voortdurend in ontwikkeling en krijgt te maken met de nodige opgaven. Met deze herijking van het functieveranderingsbeleid zijn diverse mogelijkheden toegelicht om te komen tot een toekomstbestendig functieveranderingsbeleid dat ruimte biedt aan zowel stoppende als ook blijvende agrariërs. De hierboven beschreven varianten hebben elk hun voor- en nadelen. Voor de varianten één en twee geldt dat deze meer beperkend zijn ten opzichte van het huidige functieveranderingsbeleid. Het beperken of het volledig stopzetten van het functieveranderingsbeleid brengt als risico met zich mee dat de kans op leegstand in voormalige agrarische bedrijfsgebouwen toeneemt. Hiermee neemt niet alleen de kans op verpaupering van het buitengebied toe, maar ook de kans op ongewenste activiteiten (ondermijning). Voor de derde variant geldt dat een grote groep agrariërs uitgesloten blijft van het functieveranderingsbeleid. Alleen agrarische bedrijven met de aanduiding “intensieve veehouderij” kunnen bij deze variant gebruik maken van het functieveranderingsbeleid. Bedrijven met de aanduidingen “Kwekerij”, “Paardenhouderij” of “Agrarisch bedrijf” kunnen geen gebruik maken van het functieveranderingsbeleid. Hiermee blijft het risico op leegstand en ondermijning aanwezig.

13

Ook is het huidige functieveranderingsbeleid beperkend voor het toepassen van maatwerk. Voor variant vier en variant vijf geldt dat beide varianten een verruiming zijn ten opzichte van het huidige functieveranderingsbeleid. Bij variant vier kan door middel van een minimale aanpassing van het functieveranderingsbeleid veel ruimte worden geboden aan stoppende agrariërs. Ook neemt bij deze variant het risico op leegstand en daarmee ondermijning af doordat een grotere groep agrariërs in aanmerking komen voor functieverandering. Bij deze variant kan worden gekozen voor het wijzigen van een van de voorwaarden voor het in aanmerking komen van functieverandering zoals onder punt 3.3 beschreven. In plaats van te stellen dat bedrijfsgebouwen in afgelopen 6 jaar bedrijfsmatig gebruikt moeten zijn, kan worden gesteld dat alleen agrarische bedrijfsgebouwen ouder dan 5 jaar in aanmerking komen voor functieveranderingsbeleid. Variant vijf betreft een andere systematiek van functieverandering. Met deze systematiek zijn er meer mogelijkheden voor agrariërs en inwoners van het buitengebied. Wel vindt er een aanscherping plaats van de hoeveelheid te gebruiken sloopmeters wat uiteindelijk resulteert in minder woningen in het buitengebied. Naast het gebruik van inzetbare sloopmeters voor de realisatie van bouwkavels is het ook mogelijk om inzetbare sloopmeters te gebruiken voor het keuzemenu.

Door een verbreding van de gebruiksmogelijkheden van inzetbare sloopmeters, is het mogelijk voor anderen in het buitengebied om mee te ‘profiteren’ van een bedrijfsbeëindiging. Hiermee komen de ‘plussen’ niet alleen bij de stopper te liggen maar biedt dit ook mogelijkheden voor anderen in het buitengebied. Deze plussen hebben betrekking op: - Het bouwen van een grotere woning; - Het vergroten van bijgebouwen; - Het realiseren van een woningsplitsing; - Het omzetten van een solitaire recreatiewoning in een reguliere woning.

14

4. Verkenning mogelijkheden functieverandering naar niet- agrarische bedrijfsmatige functies Naast het reguliere functieveranderingsbeleid waarbij extra woning(en) worden toegevoegd ter compensatie voor het saneren van het agrarische bedrijf, zijn er ook agrariërs die willen omvormen naar een niet- agrarische bedrijfsmatige functie. Om het buitengebied leefbaar en vitaal te houden vraagt dit om een juiste balans tussen de verschillende functies in het buitengebied. Door niet alleen extra woningen maar ook juist nieuwe functies toe te voegen aan het buitengebied worden er toekomstige dragers van het buitengebied gecreëerd. Verzoeken voor de omvorming van agrarische bedrijven naar een niet- agrarische bedrijfsmatige functie willen we beoordelen en behandelen middels maatwerk. Van belang is dat een nieuwe functie passend is op de locatie, voldoet aan wettelijke regels, er een goede infrastructuur aanwezig is en dat het geen belemmering vormt voor agrarische bedrijven en woningen in het buitengebied. Van belang is dat maatwerk niet betekent dat er meer mogelijk wordt gemaakt dan het beleidsdocument “Beoordelingskader economische activiteiten Buitengebied” aangeeft. Maatwerk heeft betrekking op de specifieke mogelijkheden die een locatie heeft en dat deze benut kan worden rekening houdend met de bestaande kaders.

Ook wanneer een agrarisch bedrijf deelneemt aan de Lbv-plus regeling is het via het functieveranderingsbeleid mogelijk om deel te nemen aan economische functieverandering. Het gaat hierbij om het beëindigen van de agrarische functie en het starten van buitengebied- gerelateerde bedrijfsmatige functies. Het beleidsdocument “Beoordelingskader economische activiteiten Buitengebied” vormt hiervoor het uitgangspunt/beoordelingskader. Met het huidige functieveranderingsbeleid is het niet mogelijk om binnen het provinciaal ‘waardevol open gebied’ bedrijfsbeëindiging toe te passen waarbij ter compensatie extra bouwkavels worden vergeven. Vanwege de huidige aanpak piekbelasters zijn er subsidieregelingen vanuit het Rijk, zoals de Lbv plus regeling, die wel kunnen zorgen voor agrarische bedrijfsbeëindiging. Hierdoor kan er ook binnen het provinciaal ‘waardevol open gebied’, waar de gemeente Nunspeet de agrarische activiteiten graag wil behouden en versterken, een afname van agrarische bedrijven gaan plaatsvinden. Om het ‘waardevol open gebied’ primair voor agrarische activiteiten te behouden, nu en in de toekomst, wordt naast het uitsluiten van extra bouwkavels dan ook tevens de mogelijkheid van omvorming naar niet agrarische bedrijfsfuncties uitgesloten

15

5. Voorkeursvariant Nunspeet beschikt over een grote en diverse agrarische sector welke kenmerkend is voor het buitengebied van de gemeente. In de afgelopen jaren zijn diverse agrarische ondernemers door verschillende redenen gestopt met hun bedrijfsactiviteiten. Voor deze groep stoppende agrariërs bood functieverandering letterlijk ruimte voor toekomst. Doordat het voor agrarische bedrijven met de aanduidingen “Kwekerij”, “Paardenhouderij” en “Agrarisch bedrijf” sinds 2020 niet meer mogelijk is om gebruik te maken van het functieveranderingsbeleid zijn er diverse agrarische ondernemers die wel willen stoppen, maar niet kunnen stoppen doordat zij geen gebruik kunnen maken van het functieveranderingsbeleid. Geadviseerd te kiezen voor een verruiming van het functieveranderingsbeleid. Bij variant 4 betreft dit alleen een verruiming van de bestemmingen die in aanmerking komen voor het functieveranderingsbeleid en eventueel het wijzigen van een voorwaarde. Bij variant 5 betreft het – naast een verruiming van de bestemmingen die in aanmerking komen voor het functieveranderingsbeleid – ook een verruiming van de mogelijkheden met functieveranderingsbeleid. Hiermee wordt functieverandering een breder inzetbaar instrument dat niet alleen voor agrariërs in het buitengebied mogelijkheden beidt, maar ook voor andere gebruikers van het buitengebied meer mogelijkheden met zich meebrengt.

Het voornaamste argument om voor een verruiming van het functieveranderingsbeleid, is dat er vanuit de gemeente meer grip gehouden kan worden op de ontwikkelingen in het buitengebied. Hiermee neemt het risico op ongewenste ontwikkelingen door leegstand van agrarische bedrijfsgebouwen af. Door het verruimen van het functieveranderingsbeleid kunnen meer agrariërs gebruik maken van het functieveranderingsbeleid. Hiermee wordt opnieuw ruimte geboden aan (een grotere groep) stoppende agrariërs. Vervolg Nadat voorliggend document door het college van burgemeester en wethouders en de commissie Ruimte en Wonen is behandelt en er een definitieve voorkeursvariant is gekozen, wordt deze voorkeursvariant uitgewerkt in een nieuw op te stellen beleidskader functieveranderingsbeleid dat ter vaststelling voorgelegd wordt aan het college van burgemeester en wethouders en de commissie Ruimte en Wonen.

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14849867/1