AP 6e. Bijlage 5d - De Kijktuinen Toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan De Kijktuinen vastgesteld
bestemmingsplan Toelichting
De Kijktuinen vastgesteld 15-06-2021
bestemmingsplan De Kijktuinen
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
7 7 7 8 10
Hoofdstuk 2 Het initiatief 2.1 Huidige situatie 2.2 Stedenbouwkundig plan 2.3 Beeldkwaliteit
11 11 12 16
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
17 17 19 21
Hoofdstuk 4 Uitvoerbaarheid 4.1 Milieu 4.2 Water 4.3 Ecologie 4.4 Verkeer en parkeren 4.5 Cultuurhistorie en archeologie 4.6 M.e.r.-beoordeling 4.7 Economische uitvoerbaarheid
27 27 34 36 39 40 41 41
Hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving 5.1 Algemeen 5.2 Wijze van bestemmen
45 45 45
Hoofdstuk 6 Procedure 6.1 Algemeen 6.2 Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro 6.3 Verslag zienswijzen
49 49 49 50
3
bestemmingsplan De Kijktuinen
4
bestemmingsplan De Kijktuinen
Toelichting
5
bestemmingsplan De Kijktuinen
6
bestemmingsplan De Kijktuinen
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De gemeente Nunspeet werkt aan de herontwikkeling van het terrein van 'De Kijktuinen' tot een nieuwe woonwijk. De locatie, die de naam 'De Kijktuinen' draagt, biedt ruimte aan maximaal 100 betaalbare woningen voor verschillende doelgroepen. Daarnaast wordt de zuidelijke rand van het plangebied in gebruik genomen als tijdelijk zonnepanelenveld en toekomstige uitbreidingslocatie van de begraafplaats. In lijn met de gemeentelijke Woonvisie is benutting van de locatie 'De Kijktuinen' als woonwijk noodzakelijk om bij te dragen aan het terugdringen van het tekort aan betaalbare woningen in Nunspeet. De voorgenomen ontwikkeling kan niet worden gerealiseerd op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan 'Nunspeet west'. Het voorliggende bestemmingsplan biedt het planologisch-juridisch kader voor de ontwikkeling. In deze toelichting zal worden onderbouwd dat het voorgenomen plan voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Kienschulpenweg en bevindt zich aan de westelijk rand van de bebouwde kom van Nunspeet. Navolgende afbeelding toont globaal de ligging van het plangebied in de omgeving.
Overzichtskaart, plangebied (rode cirkel), bron: Google Maps
7
bestemmingsplan De Kijktuinen
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Nunspeet west', zoals onherroepelijk geworden op 2 juli 2009. Het gebied heeft de bestemming 'Kijktuin'. Binnen de bestemming Kijktuin zijn meerdere functies mogelijk, waaronder een dagrecreatieve voorziening in de vorm van kijktuinen, ondergeschikte detailhandel, restauratieve voorzieningen, een adviesbureau en wonen in een bedrijfswoning. Voor de zuidelijke gronden en westelijke gelegen gronden in het plangebied geldt het bestemmingsplan Buitengebied 2019 zoals vastgesteld op 25 juni 2020. De zuidelijke gronden zijn bestemd als 'Natuur-Landschap' en 'Agrarisch'. De westelijke gronden zijn bestemd als 'Recreatie - Dagrecreatie'. Voor bijna het gehele plangebied geldt de gebiedsaanduiding 'geluidzone - motorsportterrein'. Ook zijn er bebouwingsvrije zones rondom de gasleiding en rioolpersleiding vastgelegd. De navolgende afbeelding geeft een uitsnede van het geldende bestemmingsplannen weer.
8
bestemmingsplan De Kijktuinen
Uitsnede verbeelding vigerende bestemmingsplannen 'Nunspeet West' en 'Buitengebied 2019', plangebied is rood omlijnd
De ontwikkeling van de woningen, begraafplaats en tijdelijk zonnepanelenveld past niet binnen de vigerende bestemmingsplannen.
9
bestemmingsplan De Kijktuinen
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van de bestaande situatie en van het plan. Daarna wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het relevante Rijks-, provinciale-, en gemeentelijke beleid. In hoofdstuk 4 wordt de haalbaarheid van het project getoetst op grond van het geldende beleid en (milieu)wetgeving. Ook wordt ingegaan op de economische haalbaarheid van het plan. Hoofdstuk 5 geeft een toelichting op de juridische opzet van het plan. Tot slot gaat hoofdstuk 6 in op de wijze hoe burgers en andere belanghebbenden betrokken zijn bij het plan (maatschappelijke uitvoerbaarheid). Hierin zijn de uitkomsten van vooroverleg en zienswijzen opgenomen.
10
bestemmingsplan De Kijktuinen
Hoofdstuk 2 2.1
Het initiatief
Huidige situatie
Het plangebied is bijna vijf hectare groot en bestaat uit de percelen kadastraal bekend gemeente Nunspeet sectie I nummers 3727, 3927, 4668 en 4672. Op de onderstaande luchtfoto is het plangebied aangegeven.
Afbeelding kadastrale percelen plangebied
Het plangebied bestaat grotendeels uit braakliggend terrein. Aan de zuidzijde van het plangebied bevindt zich een voormalige bedrijfswoning met kantoor en bijgebouwen. Het plangebied wordt aan de zuidwest- en westzijde omsloten door een houtsingel. Het plangebied wordt ontsloten via de bestaande doorgaande wegen Kienschulpenweg en Harderwijkerweg. Langs de Kienschulpenweg staan bomen en een haag. De navolgende afbeeldingen tonen aanzichten op het plangebied.
11
bestemmingsplan De Kijktuinen
Aanzicht op het plangebied vanaf Kienschulpenweg 28, bron: Google Streetview
De ontsluitingsweg Kienschulpenweg vanaf de rotonde aan de Harderwijkerweg, bron: Google Streetview
2.2
Stedenbouwkundig plan
Voor het project 'De Kijktuinen' is een stedenbouwkundig plan opgesteld. Op onderstaande afbeelding is het voorlopig stedenbouwkundig ontwerp weergegeven. In Bijlage 1 is het inrichtings- en beeldkwaliteitplan integraal opgenomen.
12
bestemmingsplan De Kijktuinen
Voorlopig Stedenbouwkundig ontwerp De Kijktuinen maart 2021, bron: Buro-SRO
Impressie De Kijktuinen 25-09-2020 , bron: Buro-SRO
Bebouwingsstructuur Langs de Kienschulpenweg wordt bebouwing gerealiseerd die qua dichtheid, hoogte en typen woningen vergelijkbaar is met andere Nunspeetse woonstraten langs invalswegen naar de kern. De rij woningen vormt als het ware een 'rode rand' waarbij de achterliggende groene singel zichtbaar is. Vanwege de
13
bestemmingsplan De Kijktuinen
akoestiek en de ligging van de gasleiding liggen de woningen wat verder van de weg af. Deze ruimte wordt benut door een parallelweg met parkeerplaatsen. De woningen kennen een relatief grote kaveldiepte, waardoor er ruimte is voor verschillende woningtypen. De bestaande bomen en haag langs de Kienschulpenweg zijn behouden, zodat er een groene rand blijft bestaan. Achter de woningen die aan de Kienschulpenweg zijn gesitueerd, ligt een nieuwe houtsingel. Achter deze houtsingel ligt de middenzone, met daarin woningen die zijn gericht op de tussenliggende groene gebieden. In deze groene ruimte is plek voor spelen en waterberging. De bouwhoogte van de woningen blijft in dit plangebied beperkt tot één à twee bouwlagen (met een kap). De maximale bouwhoogte is 11 meter en is daarmee gelijk aan de recent gerealiseerde nieuwbouwwijk Molenbeek. Hiermee zijn er voldoende mogelijkheden om aan het Bouwbesluit te voldoen en ontstaat er een dorps beeld dat past bij Nunspeet. In de meest zuidwestelijke vlek is een groene ruimte met zonnepanelen gesitueerd. Verkeersstructuur De verkeersstructuur takt op twee plekken aan op de Kienschulpenweg. Deze ontsluiting loopt in een lus door het plangebied. Door de ligging hiervan blijft een gedeelte van het woongebied in de middenzone autoluw.
De parkeerplaatsen zijn aan deze ontsluitingslus gesitueerd en ook aan de eerder genoemde parallelweg langs de Kienschulpenweg. Op deze manier zijn de parkeervoorzieningen voor iedereen op korte afstand bereikbaar. Tussen de clusters parkeervoorzieningen is opgaand groen aanwezig, zodat de auto's deels aan het oog onttrokken worden. Door het plan heen loopt een stelsel van voetpaden langs de wegen. Sommige achterpaden dienen ook als onderhoudspad voor de groene singels. Op meerdere plekken in het plangebied wordt er op de voetpaden extra ruimte gemaakt voor containeropstelplaatsen. Sommige voetpaden die langs de groene ruimtes in de middenzone lopen, zijn iets verbreed. Hierdoor is het mogelijk dat er incidenteel een auto tot de voordeur kan rijden (bijvoorbeeld een taxi of ambulance).
14
bestemmingsplan De Kijktuinen
Afbeelding verkeersstructuur september 2020, bron: Buro-SRO
Groen- en waterstructuur De te behouden houtsingel aan de westzijde en de nieuw aan te planten hout- en struweelsingels vormen een netwerk van groene elementen in het plan. Met de nieuwe houtsingels wordt de cultuurhistorie van de plek versterkt en worden de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap Veluwe gerespecteerd. In de tussenliggende groene ruimtes is ruimte gereserveerd voor waterberging en speel- en beweeggroen met de juiste voorzieningen die uitnodigen tot bewegen en ontmoeten. In het noordelijkste deel van het plangebied, nabij de rotonde op de Harderwijkerweg, wordt een groene ruimte gerealiseerd met een waterpartij. Deze groene ruimte wordt zo optimaal mogelijk ingericht om ruimte te bieden als voortplantingslocatie voor amfibieën, leefgebied voor insecten en als drinkplaats voor vogels en zoogdieren. Tevens wordt een groene corridor aangelegd tussen deze ruimte en de zuidelijk gelegen houtsingel, speciaal gericht op veilige verplaatsing van amfibieën. Aan de bestaande houtsingel wordt een zone met een mantel-zoomvegatatie toegevoegd, ter versterking van de biodiversiteit en natuurwaarden. In de groene zones worden op verschillende plekken wadi's aangelegd om te voorzien in hemelwaterberging. Tussen het zonneveld en de nieuw aan te leggen natuurlijke haag wordt een plas-dras-zone gecreëerd om te voorzien in een overloopruimte voor een extreme bui.
Voor de precieze waterhuishouding wordt verwezen naar paragraaf 4.2.
15
bestemmingsplan De Kijktuinen
Afbeelding groen- en waterstructuur september 2020, bron: Buro-SRO
2.3
Beeldkwaliteit
Uitgangspunt voor 'De Kijktuinen' is een opzet van de buurt op de overgang van de bestaande bebouwing van Nunpeet en het groene landschap. De stedenbouwkundige structuur geeft hieraan invulling met woonvlekken in het groen. De bebouwing past bij de schaal en maat van de overige bebouwing van Nunspeet. Ofwel: 'dorps' en 'groen'. De 'dorpse' uitstraling wordt verkregen door een traditioneel beeld met woningen die zijn voorzien van een kap. Er moet aandacht zijn voor de detaillering, een eentonig beeld wordt daarmee voorkomen. De groene uitstraling uit zich in het relatief grote aandeel groen in het plan. De verschillende bestaande en nieuwe houtsingels zorgen voor een groene dooradering van het plan. In hoofdstuk 4 van het inrichtings- en beelkwaliteitsplan in Bijlage 1 wordt op de beeldkwaliteit van de bebouwing, erfinrichting en openbare ruimte ingegaan.
16
bestemmingsplan De Kijktuinen
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de NOVI vastgesteld en vervangt daarmee de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Met de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en ontwikkelingen van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI wordt ingegaan op urgente opgaven die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Deze opgaven omvatten onder andere klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Het uitgangspunt in de aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Nationale belangen en vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Er zijn 21 nationale belangen beschreven waarop de nationale overheid zich in de NOVI richt. Nationale belangen zijn de inhoudelijke belangen bij de fysieke leefomgeving waarbij het Rijk een rol voor zichzelf ziet en waarvoor het kabinet in politieke zin aanspreekbaar is. De behartiging van de nationale belangen en de realisatie van de daaruit voortvloeiende beleidsdoelen en opgaven gebeurt niet alleen door het Rijk. Er zijn vier prioriteiten waar het Rijk op wil sturen en richting geven: Prioriteit 1: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie. Prioriteit 2: Duurzaam economisch groeipotentieel. Prioriteit 3: Sterke en gezonde steden en regio's.
Prioriteit 4: Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Uitvoering De NOVI gaat vergezeld van een Uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI.
In de Uitvoeringsagenda vindt u onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. Planspecifiek Dit bestemmingsplan is in hoofdzaak gericht op realisatie van nieuwe woningen binnen de gemeente Nunspeet. Daarnaast wordt ruimte geboden voor een tijdelijk zonnepanelenveld en toekomstige uitbreidingslocatie voor de begraafplaats. Het bestemmingsplan past binnen de beleidsdoelstellingen van de NOVI.
17
bestemmingsplan De Kijktuinen
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Gemeenten moeten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigingsplannen of uitwerkingsplannen rekening houden met het Barro. In het Barro worden een aantal projecten opgesomd die een groot Rijksbelang hebben. Per project worden regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. De regels zijn een uitwerking van de onderwerpen uit de SVIR. In het Barro zijn veertien onderwerpen met bijzonder rijksbelang beschreven: Rijksvaarwegen; Project mainportontwikkeling Rotterdam; Kustfundament; Grote rivieren; Waddenzee en waddengebied; Defensie; Hoofdvaarwegen en landelijke spoorwegen; Elektriciteitsvoorziening; Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen; Natuurnetwerk Nederland; Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden; Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Planspecifiek De gronden aan de oost- en zuidzijde van het plangebied zijn in de provinciale verordening aangewezen als Natuurnetwerk Nederland. In de Omgevingsverordening Gelderland worden regels gesteld omtrent de bescherming van het Natuurnetwerk Nederland, zie voor een beschrijving paragraaf 3.2. Het plangebied ligt niet in de overige aangewezen gebieden van het Barro.
Vanuit het Barro zijn er geen specifieke randvoorwaarden voor dit plan. 3.1.3
Besluit ruimtelijke ordening (Bro)
In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de Ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. De Ladder voor duurzame verstedelijking is na inwerkingtreding van de Novi blijven gelden. Via de 'ladder voor duurzame verstedelijking' wordt een zorgvuldige afweging en besluitvorming geborgd bij ruimtelijke vraagstukken in stedelijk gebied. Het gebruik van deze ladder is opgenomen in het Bro (artikel 3.1.6 onder 2). De ladder richt zich op nieuwe stedelijke ontwikkelingen. In de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, dient de behoefte aan die ontwikkeling te worden beschreven. Als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied plaatsvindt, moet bovendien gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.
Het Bro beschrijft wat een stedelijke ontwikkeling is: "een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Onder 'bestaand stedelijk gebied' wordt het volgende verstaan: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur." Per 1 juli 2017 is de ladder voor duurzame verstedelijking herzien. Bij de herziening zijn onder meer de drie afzonderlijke 'treden' van de ladder losgelaten en is het begrip 'actuele regionale behoefte' gewijzigd in 'behoefte'. Nieuw is dat de laddertoets bij flexibele plannen kan worden doorgeschoven naar het moment van vaststelling van een wijzigings- of uitwerkingsplan. Planspecifiek Voorliggend bestemmingsplan biedt het juridisch-planologisch kader voor de herontwikkeling van het terrein van 'De Kijktuinen' tot een nieuwe woonwijk. Op deze locatie worden in totaal maximaal 100
18
bestemmingsplan De Kijktuinen
woningen gerealiseerd. Voor dit nieuwbouwproject dient een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking te worden uitgevoerd. Op 31 mei 2021 is deze toets uitgevoerd, zie Bijlage 2 Ladderadvies De Kijktuinen. De nieuwe duurzaamheidsladder kent twee toetsvragen die elk voor dit plan doorlopen zijn: 1. 2.
Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Ligt de stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijke gebied? En, zo niet, waarom kan het bestaande stedelijke gebied niet in deze behoefte voorzien?
De conclusies ten aanzien van de toetsvragen zijn als volgt. ad. 1. De behoefte voor het plan 'De Kijktuinen' is getoetst op regionale schaal en op het niveau van de gemeente Nunspeet. Gezien de woningbehoefte in de regio Noord-Veluwe en in de gemeente Nunspeet, is toevoeging van plancapaciteit gewenst. Het plan 'De Kijktuinen' voldoet hiermee aan de eerste toetsvraag van de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'. ad. 2. Het plan 'De Kijktuinen' valt buiten het bestaand stedelijk gebied en dient daarom als uitbreidingslocatie te worden beschouwd. De plancapaciteit in het bestaand stedelijk gebied in Nunspeet is niet voldoende om in de lokale behoefte te voorzien. Het is aannemelijk dat er behoefte is aan plancapaciteit buiten het bestaande bebouwde gebied. Het plan voldoet hiermee aan de tweede toetsvraag van de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'. Conclusie Uit het Ladderadvies De Kijktuinen kan worden geconcludeerd dat onderhavig plan voldoet aan het beleid en de regelgeving inzake duurzame verstedelijking.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en Omgevingsverordening Gelderland
Algemeen In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid. Op 24 september 2014 is door Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Deze is op 31 maart 2021 geactualiseerd. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Omgevingsvisie Gaaf Gelderland De provincie wil de focus leggen op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving.
Deze ambities worden hieronder kort samengevat: Een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten; Een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid; Een voortvarend en innovatief circulair beleid; Een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit; Efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag; Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat; Een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Omgevingsverordening Gelderland De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus
19
bestemmingsplan De Kijktuinen
beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Planspecifiek Gelders natuurnetwerk, Natura 2000-gebied en Nationaal Landschap Op de Themakaart Natuur- en landschapsbeleid zijn bestaande houtwal die het gebied omzoomt en het zuidelijk gelegen bosperceel aangewezen als Gelders natuurnetwerk (GNN). Ten zuiden van het plangebied ligt het Natura 2000-gebied Veluwe Beide gebieden overlappen elkaar, zie onderstaande afbeelding.
Uitsnede natuurbeleid Gelderland, bron: Structuurvisie Kijktuinen
Binnen het GNN en het Natura 2000-gebied zijn in principe geen stedelijke functies mogelijk (artikel 2.39 Omgevingsverordening Gelderland). Gedeeltelijk ligt het plangebied binnen het Nationaal Landschap. Hierbinnen zijn alleen bestemmingen mogelijk die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap niet
20
bestemmingsplan De Kijktuinen
aantasten of versterken (artikel 2.56 Omgevingsverordening Gelderland). Dit deel van het Nationaal Landschap maakt deel uit van het deelgebied: 'Randmeerkust Harderwijk-Elburg, het groene woonlint'. De kernkwaliteit die een rol speelt voor het plangebied van de locatie Kijktuinen is: "Deel van gradiënt van stuwwal naar Randmeer: bos - essen - strokenverkaveling - blokverkaveling op strandwallen; van besloten boslandschap via kleinschaligheid naar grootschalig open; de overgang is eerst steil, daarna geleidelijk". De overige kernkwaliteiten hebben betrekking op specifieke onderdelen uit de omgeving en zijn daarom niet van toepassing voor de locatie Kijktuinen. In het GNN en Natura 2000-gebied vinden geen ontwikkelingen plaats. De bestaande houtsingel en bosperceel blijven behouden en zijn bestemd als 'Natuur - Landschap'. De voor 'Natuur - Landschap' aangewezen gronden zijn o.a. bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke waarde en de landschappelijke waarde. De te behouden houtsingel en de nieuw aan te planten houtsingels vormen een netwerk van groene elementen in het plan. Met de nieuwe houtsingels wordt voorgenoemde kernkwaliteit van het Nationaal Landschap Veluwe, deelgebied 'Randmeerkust Harderwijk-Elburg, het groene woonlint' toegepast.
Bij de nadere uitwerking van het plangebied wordt rekening gehouden met de nabijheid van het Natura 2000-gebied. In het plangebied wordt een strook gereserveerd voor beplanting. Zo ontstaat een geleidelijke overgang van het plangebied naar het bosperceel. Grote zonneparken onder voorwaarden mogelijk Op de Themakaart Ruimtelijk beleid zijn de mogelijkheden om zonne- en windenergie op te wekken in beeld gebracht. Binnen het plangebied zijn grote zonneparken onder voorwaarden mogelijk. De provincie heeft voor de aanleg van (tijdelijke) zonneparken geen beleid. De provincie sluit onder andere aan bij de beleidsregels voor natuur en landschap. Dit bestemmingsplan voorziet in een juridisch-planologisch kader voor de realisatie van een zonnepanelenveld aan de zuidwestzijde van het plangebied. Het zonnepanelenveld wordt aangelegd als tijdelijke functie vooruitlopend op de toekomstige uitbreiding van de begraafplaats. Het zonnepanelenveld is van beperkte omvang en ligt relatief besloten tussen de houtsingels. Het zonnepanelenveld heeft daarom een beperkte impact op het omliggende landschap. Intrekgebied Op de Themakaart Waterbeleid is het plangebied grotendeels aangewezen als 'Intrekgebieden'. Intrekgebieden zijn gebieden waar het grondwater maximaal binnen 1000 jaar de pompputten van het waterbedrijf bereikt. De provincie heeft voor deze gebieden geen bijzonder beleid opgesteld.
De provincie en haar partners streven ernaar het grondwater als bron voor de drinkwatervoorziening te beschermen. Zie voor een beschrijving van het aspect 'water' paragraaf 4.2. Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Intrekgebied maakt bovendien de winning van fossiele energie niet mogelijk (artikel 2.38 Omgevingsverordening Gelderland). Hiervan is in dit bestemmingsplan geen sprake. Conclusie Gezien de hiervoor beschreven aspecten kan gesteld worden dat de ontwikkeling van De Kijktuinen past binnen de randvoorwaarden zoals die door de provincie zijn gesteld. Het plan is passend binnen het provinciaal beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie 2018 Nunspeet
De gemeente Nunspeet heeft een integrale toekomstvisie voor de gehele gemeente opgesteld, de Omgevingsvisie Nunspeet. De omgevingsvisie Nunspeet is opgebouwd in thema's en een gebiedsgerichte uitwerking. De visie heeft als planhorizon 2030. Eén van de thema's is het initiëren en accommoderen van gebiedsgericht milieu- en gezondheidsbeleid. De kernpunten van dit thema zijn: Integraal verweven van gezondheids- en milieuaspecten in alle gemeentelijke thema's. Gebiedsgerichte streefbeelden als uitgangspunt voor beheer en ontwikkeling hanteren, benoemen van
21
bestemmingsplan De Kijktuinen
actie op basis daarvan. Gericht op de relatie gezondheid en inrichting leefomgeving, worden uitgangspunten gehanteerd als: Voldoende groen, water en speelvoorzieningen ook in de kernen en goed bereikbaar vanuit de kernen. Het stimuleren van fiets en openbaar vervoergebruik en het verminderen van het autogebruik. Een aantrekkelijke en veilige inrichting van de openbare ruimte. Letten op gezondheidsaspecten als luchtkwaliteit, zoönosen en fijnstof. Planspecifiek Bij de locatie de Kijktuinen is het gebiedsstreefbeeld Wonen uitgangspunt. De belangrijkste aandachtspunten voor de Kijktuinen zijn: Leefbaarheid (sociale veiligheid, verhouding huur/koop, letten op een goede verhouding van doelgroepen). Bewegen en groen (er moet voldoende groen ingepast worden: speelgroen, beweeggroen met de juiste voorzieningen die uitnodigen tot bewegen en ontmoeten). Luchtkwaliteit en wegverkeerslawaai (ligging gasleiding). Hittestress (er moet voldoende groen/water worden gerealiseerd).
Uitsnede kaart Omgevingsvisie 2018 Nunspeet, plangebied rood omlijnd
Onderstaande figuur geeft grafisch de samenvatting weer va de streefbeelden voor het gebiedstype Wonen.
22
bestemmingsplan De Kijktuinen
Bij de gebiedsgerichte uitwerking is opgenomen dat aan de kernranden kleinschalige uitbreidingen van woon- en werkgebieden kunnen plaatsvinden. Deze zijn afgestemd op de concrete behoefte, goed landschappelijk ingepast, sluiten aan op de gebiedskarakteristiek en waarborgen een goede bereikbaarheid. Collectief particulier opdrachtgeverschap wordt gestimuleerd. Nieuwbouw en herontwikkeling moeten zo goed mogelijk voldoen aan de uitbreidingsbehoefte, zowel in aantallen, woningtypen als woningprijzen. Verder zijn de volgende punten genoemd: Behoud en versterken van de diversiteit, in beleving, in gebruiken naar ecologische waarden. Koesteren van kleinschaligheid. Zorgdragen voor geleidelijke en aantrekkelijke overgangen tussen de (nieuwe) bebouwingsclusters en het buitengebied. Behoud van het open landschap en agrarische karakter. Versterking van natuurwaarden en bekendstructuur in het veenweidegebied. Behoud van doorzichten naar de bosrand en naar het grootschalige open landschap. Versterken van de landschapstructuur; houtwallen in het coulissenlandschap en de open enken. Nieuwe ontwikkeling zorgvuldig inpassen in de bosrand en het kampenlandschap. Bosrand bestaande uit loofhout behouden en versterken.
Voorliggend bestemmingsplan biedt het juridisch-planologisch kader voor de realisatie van maximaal 100 betaalbare woningen voor verschillende doelgroepen aan de kernrand van Nunspeet. Het plan past binnen het streefbeeld voor wonen: Het plan is in lijn met de gemeentelijke Woonvisie om bij te dragen aan het terugdringen van het tekort aan betaalbare woningen in Nunspeet, zie paragraaf 3.3.2. " Het plangebied is goed landschappelijk ingepast, zie paragraaf 2.3. Het plangebied is goed bereikbaar, zie paragraaf 4.4. Bij de planontwikkeling wordt bovendien rekening gehouden met voorgenoemde aandachtspunten die voor de visie van belang zijn, zoals het versterken van de diversiteit, rekening houden met een geleidelijke overgang tussen nieuwbouw en het buitengebied en het versterken van de landschapsstructuur.
23
bestemmingsplan De Kijktuinen
3.3.2
Woonvisie "Goed wonen in de gemeente Nunspeet"
In februari 2020 is de visie “Goed Wonen in de Gemeente Nunspeet” vastgesteld, deze woonvisie geldt voor de periode 2020-2025. Wat betreft “wonen” gaat het goed in Nunspeet. De woningbouwproductie neemt toe en de laatste jaren kent de gemeente een positief verhuissaldo, oftewel er komen meer mensen wonen in de gemeente dan dat er vertrekken. De toename wordt voornamelijk veroorzaakt door de vestiging van jonge gezinnen uit de grotere steden. Jongeren, eenpersoonshuishoudens en paren zonder kinderen vertrekken juist naar de grotere steden. De afgelopen jaren heeft de gemeente de woningproductie fors verhoogd, ondanks dat is er nog steeds sprake van druk op de woningmarkt. Het aantal huishoudens neemt toe en er is sprake van een inhaalvraag, als gevolg van de huidige krapte in de markt. Naast de natuurlijke groei van het aantal huishoudens, komt daarbovenop nog het woningtekort van starters en spoedzoekers. De groei van het aantal huishoudens tot 2025 zorgt voor een uitbreiding van het aantal woningen met ongeveer 670 en kijken wij verder naar 2030 dan komt de uitbreiding totaal uit op 950 woningen. Bij deze woningbehoefte hoort een en plancapaciteit die er bij benadering als volgt uitziet: Sociale huur (huur tot circa € 720,- per maand)
20%
Middeldure huur (€ 720,- € 1.000,- per maand
8%
Sociale koop1 (tot € 200.000)
14%
Betaalbare koop1 (€ 200.000,-
tot € 265.000,-)
20%
Middeldure koop1 (€ 265.000,- tot € 300.000,-)
19%
Dure koop (€ 350.000,- en meer)
19%
1. v.o.n. prijs voor een compleet uitgeruste woning
Sociale huur De komende jaren zijn er ook extra woningen nodig in de sociale huursector. De behoefte aan sociale huurwoningen bedraagt tot de periode 2025 ongeveer 140 huurwoningen. Een doelstelling is om in bouwplannen van een zekere omvang(>50) 25% tot 35% sociale huur te realiseren. Middeldure huur/betaalbare koopwoningen. De woningmarkt van Nunspeet kenmerkt zich als een kopersmarkt. Waar op de korte termijn behoefte bestaat aan alle koopprijssegmenten, maar met name aan woningen met een prijs tussen € 200.000,- en € 265.000,- en goedkopere koopwoningen tot € 200.000,De woningmarkt kan worden gezien als een soort ladder. In een ideale woningmarkt kent deze ladder treden waarbij huishoudens bij elke verhuizing een trede op de ladder omhoog zetten. In Nunspeet ontbreken nagenoeg een aantal treden: zo kent Nunspeet een sociale huursector en veel middeldure en dure koopwoningen, maar nauwelijks huurwoningen in de vrije sector en betaalbare koopwoningen. Dit bemoeilijkt de doorstroming op de markt. Voor huurders die willen doorstromen is er geen alternatief aanbod beschikbaar waardoor deze groep blijft zitten in de sociale huursector. De groep een- en twee persoonshuishoudens van 75 jaar en ouder groeit waardoor de behoefte naar appartementen en grondgebonden seniorenwoningen op langere termijn toeneemt.
Daarnaast zien we dat het passend toewijzen in de sociale huursector er voor zorgt dat een deel van de woningzoekenden niet kunnen instromen in de sociale huurwoningen. Voor hen zal een alternatief in de vorm van middenhuur gerealiseerd kunnen worden. Dit is een huur tussen de liberalisatiegrens € 720,- en € 1.000,-. Dit geldt ook voor de groep die niet in staat is om een huis te kopen. De verwachting is wel dat een deel van deze groep blijft zitten waar ze zit en dat een ander deel mogelijk doorstroomt naar de particuliere huur- of koopsector, hoewel verwacht wordt dat die laatste groep lager is dan gewenst zou zijn. De huidige druk op de woningmarkt en de eisen die aan de huidige woningen worden gesteld zorgen ervoor dat ook de goedkoopste koopwoningen moeilijk bereikbaar zijn voor starters. Uit de financieringslasttabellen 2019 van het Nibud blijkt dat huishouden met een inkomen van € 38.000,- slechts een hypotheek tot € 170.000,- kunnen krijgen bij 2,25% hypotheekrente. Daarbij komt dat er straks een
24
bestemmingsplan De Kijktuinen
generatie op de woningmarkt komt die een studieschuld hebben wat gevolgen heeft voor de hoogte van de hypotheek. Om woningen toch voor de doelgroep starters bereikbaar te houden wordt ingezet op de starterslening en ook wordt middels anti- speculatiebeding de grondprijs verlaagd. Ondanks deze maatregelen zal er ook gestuurd moeten op betaalbaarheid. Dit kan naast de maatregelen die al genoemd zijn door kleinere woningen te bouwen. Grondgebonden starterswoningen realiseren op kleine smalle kavels (bijv. maximale beukmaat 4,6 meter), zonder uitbreidingsmogelijkheden. Doel is behoud van de woning in het goedkope prijssegment, zodat deze ook na verhuizing weer voor een starter beschikbaar en betaalbaar is. Het streven zou moeten zijn om woningen te ontwikkelen die naast dat ze geschikt zijn voor de starter ook geschikt zijn voor de groep een- twee persoonshuishoudens die wat ouder is. Naast sturen op woningen voor kleinere huishoudens blijft het aandeel gezinnen in de gemeente Nunspeet ook op lange termijn groot, waardoor alle koopsegmenten ook op lange termijn kansrijk blijven. In 2040 zal volgens de prognose nog steeds 35% van alle huishoudens uit gezinnen met kinderen bestaan (2019: 39%). De doelgroep gezinnen blijft door zijn aanhoudende omvang dus ook in de toekomst een factor van betekenis op de woningmarkt.
Verhuisgeneigde gezinnen met kinderen zoeken vaak een eengezins-koopwoning. Dit zorgt er mede voor dat de behoefte aan koopeengezinswoningen in Nunspeet ook in de toekomst, ondanks de vrijkomende woningen van ouderen, groot blijft. Wanneer de grote babyboomgeneratie straks komt te overlijden of noodgedwongen naar een zorginstelling verhuist, neemt op de lange termijn het vrijkomend aanbod van koopeengezinswoningen in de bestaande voorraad toe. Dit vrijkomend aanbod zal op termijn invloed hebben op de afzetbaarheid van nieuwbouwwoningen. Daarbij zal de waarde van minder courante woningen, die niet voldoen aan de wensen en eisen van de tijd, in prijs zakken. CPO Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) wordt gezien als een goede manier om in te spelen op de lokale behoefte, de kosten van een nieuwbouwwoning te reduceren, terwijl er tegelijkertijd veel ruimte is voor individuele woonwensen. Op grond van de beleidsnota CPO moet bij elk bestemmingsplan waarbij in substantiële mate sprake is van uitgeefbare gemeentelijke grond, vooraf worden bepaald welk deel beschikbaar wordt gesteld voor CPO. Planspecifiek Voorliggend bestemmingsplan biedt het juridisch-planologisch kader voor de realisatie van maximaal 100 betaalbare woningen voor verschillende doelgroepen. Als ruimtelijk kader is voor het plan de Structuurvisie Kijktuinen vastgesteld, zie Bijlage 3.
Het plan draagt bij aan de uitvoering van de woonvisie. Benutting van de locatie De Kijktuinen is noodzakelijk om een deel van het woningbouwprogramma te realiseren waar het gaat om woningbouw voor doelgroepen die door commerciële en particuliere ontwikkelaars niet of nauwelijks bediend worden (jongeren en senioren). Doordat de gemeente de gronden in eigendom heeft kan ze ervoor zorgen dat op de locatie De Kijktuinen in deze woningcategorieën wordt voorzien. Eén of meer woonvelden worden benut voor middenhuurwoningen en voor initiatieven van bewonersgroepen (CPO). Met dit woningprogramma draagt de gemeente bij aan het verkleinen van het tekort aan betaalbare woningen in Nunspeet. 3.3.3
Structuurvisie Kijktuinen
In december 2019 heeft de gemeente Nunspeet de structuurvisie Kijktuinen vastgesteld. In de structuurvisie is beschreven hoe woningbouw en realisatie van een begraafplaats op de locatie Kijktuinen kan worden ingepast. In de structuurvisie is de planlocatie eerst ruimtelijk geanalyseerd. Vervolgens is ingegaan op de belangrijkste beleidsstukken die betrekking hebben op het plangebied. Vanuit de ruimtelijke analyse en de beleidsanalyse is onderstaande visiekaart opgesteld.
25
bestemmingsplan De Kijktuinen
Structuurvisiekaart Kijktuinen, bron: Buro-SRO
Uitgangspunt van de structuurvisie is de realisatie van een woonbuurt, met een overgang van stedelijk naar wonen in het groen. Ook is er plek voor een extensieve functie zoals een begraafplaats die in de toekomst mogelijk is. Ander uitgangspunt is het realiseren van houtsingels parallel met de Kienschulpenweg, refererend aan de houtsingels die hier vroeger aanwezig waren. Dwars op de Kienschulpenweg liggen de leidingen, waarbij de bebouwingsvrije zones zorgen voor een onderbreking van de woongebieden. Door de combinatie van houtsingels en de haaks daarop gelegen bebouwingsvrije zones, ontstaat er een grid waarbinnen velden op diverse wijzen kunnen worden ingevuld. Zie voor een nadere beschrijving van de bebouwingsstructuur, de groen- en waterstructuur, de verkeersstructuur en mogelijke uitwerkingen, de structuurvisie Kijktuinen zoals opgenomen in Bijlage 3 bij de toelichting.
26
bestemmingsplan De Kijktuinen
Hoofdstuk 4
Uitvoerbaarheid
De uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan moet als gevolg van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangetoond worden (artikel 3.1.6 van het Bro). Daaronder valt zowel de onderzoeksverplichting naar verschillende ruimtelijk relevante aspecten (geluid, bodem, etc.) als ook de economische uitvoerbaarheid van het plan.
4.1
Milieu
4.1.1
Bodem
Op grond van de Wet Bodembescherming (Wbb) moet aangetoond worden dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Bij een functiewijziging zal in veel gevallen een specifiek bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd. Planspecifiek In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is in januari 2018 een verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest in puin en indicatief puinonderzoek) uitgevoerd. Het gehele rapport is toegevoegd als Bijlage 4. Het onderzoeksgebied is opgedeeld in drie deellocaties: deellocatie A, B en C. Op onderstaande overzichtstekening is de onderzoekslocatie met de verschillende deellocaties met aanduidingen van de boringen, peilbuizen en inspectiegaten weergegeven.
Overzichtstekening met aanduiding boringen, peilbuizen en inspectiegaten, bron: Mateboer Milieutechniek B.V.
Deellocatie A: werkplaats met opslag olie en bestrijdingsmiddelen In de onderzochte grond is een licht verhoogd gehalte PCB aangetoond. De herkomst is onbekend. In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde gehalten arseen, barium, chroom en nikkel aangetoond.
27
bestemmingsplan De Kijktuinen
Deellocatie B: locatie kijktuinen met parkeerplaats en terrein rondom gebouwen In de onderzochte grond is maximaal een licht verhoogde gehalte aan kwik en kobalt aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten zware metalen, naftaleen, benzeen en xylenen aangetoond. De herkomst is onbekend. Onder de aanwezige puinverharding zijn geen verhoogde gehalten aan onderzochte componenten aangetoond. Deellocatie C: akkerbouwland (mais) In de onderzochte grond zijn geen verhoogde gehalten aan onderzochte componenten aangetoond. In het grondwater zijn ter plaatse van peilbuis C04 sterk verhoogde gehalten aan kobalt en nikkel aangetoond. Ook zijn licht verhoogde gehalten aan barium, cadmium, chroom, kobalt, koper, nikkel en zink aangetoond. De licht verhoogde gehalten aan zware metalen in het grondwater betreffen vermoedelijk van nature verhoogde achtergrondwaarden. De verhoogde gehalten aan kobalt en nikkel in het grondwater komen vaker voor in de omgeving en kunnen als natuurlijke achtergrondwaarden worden beschouwd. Nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk. Wel dient contact met het grondwater voorkomen te worden. Indien contactmomenten met het grondwater optreden dienen deze werkzaamheden uitgevoerd te worden onder veiligheidsklasse '1T'.
Het ondiepe/oppervlakkige grondwater is niet geschikt om op te pompen ten behoeve van bijvoorbeeld consumptief gebruik of besproeiing van gewassen. De kwaliteit van de bodem is met het uitgevoerde bodemonderzoek voldoende vastgesteld. Voor de licht verhoogde waarden zijn op basis van de Wet bodembescherming geen aanvullende maatregelen noodzakelijk. Conclusie Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect bodem.
4.1.2
Lucht
Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm). De in deze wet gehanteerde normen gelden overal, met uitzondering van een arbeidsplaats (hierop is de Arbeidsomstandighedenwet van toepassing). Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wm in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De ministerraad heeft op voorstel van de minister van VROM ingestemd met het NSL. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 Rg/m3 , NO2 of PM10 ) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd.
Voor kleinere ruimtelijke en verkeersplannen die effect kunnen hebben op de luchtkwaliteit, heeft VROM, in samenwerking met InfoMil, de 'nibm-tool 2017' ontwikkeld. Daarmee kan op een eenvoudige en snelle manier worden bepaald of een plan niet in betekenende mate bijdraagt aan luchtverontreiniging. Met behulp van deze rekentool (zie onderstaande afbeelding) is de toename van de stoffen NO2 en PM10 bepaald. Hierbij is uitgegaan van 100 extra woningen met 8 extra voertuigbewegingen per woning. Uit de berekeningen met de nibm-tool blijkt dat het plan de grens van 3% (een toename van 1,2 ug/m3) niet overschrijdt. Het project wordt dan beschouwd als een nibm-project. Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit kan derhalve achterwege blijven.
28
bestemmingsplan De Kijktuinen
Rekentool luchtkwaliteit
Conclusie De bouw van 100 woningen kan gezien worden als een 'nibm' project. Daarom hoeft er niet getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Nader onderzoek op het gebied van luchtkwaliteit is daarom ook niet nodig. Voorts wordt in het kader van een goede ruimtelijke ordening geconcludeerd dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Er worden geen personen blootgesteld aan onacceptabele concentraties luchtvervuiling.
4.1.3
Geluid
De mate waarin het geluid het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige objecten worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving. In de Wgh worden de volgende objecten beschermd: woningen; geluidgevoelige gebouwen, zoals scholen, ziekenhuizen, verzorgings- en verpleeghuizen, psychiatrische instellingen en kinderdagverblijven; geluidsgevoelige terreinen (woonwagenstandplaatsen en bestemde ligplaatsen voor woonschepen). Het beschermen van deze geluidsgevoelige objecten gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. Binnen deze zones bepaalt het bevoegd gezag de te hanteren grenswaarden. Er geldt een voorkeursgrenswaarde en een bovengrens (hoger mag niet). De Wgh gaat verder onder meer ook in op geluidwerende voorzieningen. De belangrijkste bronnen van geluidhinder die bij een ruimtelijke ontwikkeling aan de orde kunnen zijn betreffen: industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Planspecifiek Het plangebied ligt binnen de geluidzone van de Harderwijkerweg, Kienschulpenweg en Motorcrossterrein Hendriksbos. Op 3 juni 2021 is akoestisch onderzoek uitgevoerd, zie Bijlage 5. In het onderzoek is onderzocht welke geluidbelastingen te verwachten zijn op de voorgenomen woningen voor wegverkeerslawaai en industrielawaai.
Daarnaast is vanuit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening ook de totale geluidbelasting op de nieuw te bouwen woningen in beeld gebracht. Hiertoe is de gecumuleerde geluidbelasting bepaald. Wegverkeerslawaai Het akoestisch onderzoek wijst uit dat de ten hoogst toelaatbare waarde van zowel de Harderwijkerweg als de Kienschulpenweg wordt overschreden. Ten aanzien van wegverkeer zijn verschillende maatregelen overwogen en doorgerekend. Dit heeft geresulteerd in een aantal basisuitgangspunten waarmee de geluidbelasting op de woningen is verminderd. Deze basisuitgangspunten betreffen het scherm van 1,8 m hoog en 80 m lang aan de zijde van de Harderwijkerweg en het uitvoeren van de Kienschulpenweg met een
29
bestemmingsplan De Kijktuinen
geluidreducerend asfalttype. Overige maatregelen stedenbouwkundige of verkeerskundige aard.
hebben
bezwaren
van
landschappelijke,
Aangetoond is dat voldaan wordt aan de voorwaarden om hogere grenswaarden (HGW) te kunnen vaststellen met betrekking tot wegverkeer conform het Nunspeetse geluidbeleid uit 2012. Bij alle woningen is sprake van geluidluwe gevels en buitenruimten (uitgaande van een geluidniveau van <48 dB Lden, inclusief aftrek artikel 110g Wgh.) Industrielawaai Ten zuiden van het plangebied naast de A28 ligt motorcrossterrein Hendriksbos. Om dit terrein geldt een wettelijk vastgestelde geluidzone, waarbinnen nieuwe geluidgevoelige functies slechts mogen worden opgericht indien de geluidsbelasting vanwege het motorsportterrein van de gevel van dit geluidsgevoelige gebouw niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een vastgestelde hogere grenswaarde. Ten aanzien van industrielawaai is in het akoestisch onderzoek aangetoond dat de geluidbelasting van 55 dB, waarvoor hogere grenswaarden zijn aangevraagd, een worst case-benadering zijn en de geluidbelastingen op locatie lager uit zullen vallen dan de zonegrens doet vermoeden. Cumulatieve geluidniveau Middels een berekening is aangetoond dat de benodigde gevelgeluidwering (GA;k) maximaal 24 dB bedraagt. Dit is op basis van de gecumuleerde geluidbelasting voor wegverkeer (maximaal 57 dB Lden).
Het woon- en leefklimaat conform de GES-score is matig te noemen is daarmee acceptabel mits de voorgeschreven voorzieningen aan de woningen worden getroffen. Op basis van dit onderzoek kan worden geconcludeerd dat bij realisatie van het geluidscherm en het uitvoeren van de Kienschulpenweg met geluidreducerend asfalt geluid geen belemmering is voor voorgenomen ontwikkeling. In de planregels is een voorwaardelijke bepaling opgenomen waarin wordt gesteld dat er alleen bewoning mogelijk is indien de geluidsbelasting op een geluidsgevoelig object en/of een geluidsgevoelige functie voldoet aan de bij of krachtens de Wet geluidhinder gestelde eisen en de Kienschulpenweg is uitgevoerd met geluidreducerend asfalttype SMA-NL8 G+. Hogere grenswaarde Uit het onderzoek blijkt dat niet aan de wettelijke grenswaarde kan worden voldaan vanwege de geluidbelasting van het wegverkeerslawaai en industrielawaai. Voor de realisatie van het bestemmingsplan Kijktuinen wordt een hogere grenswaarde vastgesteld. Conclusie Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect geluid. 4.1.4
Geur
De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor milieuvergunningen als het gaat om geurhinder van veehouderijen met landbouwhuisdieren. De Wgv maakt onderscheid in dieren met en dieren zonder een vastgestelde geuremissiefactor. Voor de eerste soort wordt de geurbelasting bij geurgevoelige objecten berekend, voor de tweede gelden minimumafstanden tot dergelijke objecten (ook wel bekend onder de term 'vaste afstandsdieren'). De Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) bepaalt in bijlage 1 voor welke dieren geuremissies zijn vastgelegd. Als het (beoogde) veehouderijbedrijf niet in deze regeling wordt genoemd betreft het vaste afstandsdieren. Als het geen bedrijf is waar een geuremissiefactor voor is vastgelegd gelden de volgende eisen op basis van artikel 4 Wgv: binnen de bebouwde kom geldt een afstand van 100 meter; buiten de bebouwde kom geldt een afstand van 50 meter. Tot slot geldt op basis van artikel 5 Wgv voor zowel dieren met als voor dieren zonder geuremissiefactoren
30
bestemmingsplan De Kijktuinen
altijd een minimumafstand tussen de buitenzijde van een dierenverblijf en de buitenzijde van een geurgevoelig object. Dit betreft 50 respectievelijk 25 meter voor hetzij binnen dan wel buiten de bebouwde kom. De Wet geurhinder en veehouderij kent een omgekeerde werking. Dat wil zeggen dat ook bij plannen die woningbouwlocaties mogelijk maken wordt getoetst aan de normen van de Wet geurhinder en veehouderij. Bij ruimtelijke ordeningsplannen moet worden beoordeeld of sprake is van een goed woon- en verblijfklimaat. De gemeenteraad is bevoegd lokale afwegingen te maken betreffende de te accepteren geurbelasting en in afwijking van de ten hoogste toegestane geurbelasting een andere waarde of een andere afstand te stellen. Bij deze afweging moet rekening gehouden worden met de ligging van het bedrijf, waarbij onderscheid gemaakt wordt tussen buiten de bebouwde kom of binnen de bebouwde kom en rekening wordt gehouden of het bedrijf ligt in een concentratiegebied of in een niet-concentratiegebied. Voor de onderbouwing van andere normen wordt de geursituatie berekend met het verspreidingsmodel. Planspecifiek Voor toetsing aan de Wgv is van belang of de woningen binnen of buiten de bebouwde kom zijn gelegen. De vraag of het plangebied kan worden aangemerkt als bebouwde kom als bedoeld in de Wgv is van feitelijke aard.
Van belang is of er sprake is van een concentratie van bebouwing en of het gebied door die bebouwing overwegend een woon- of verblijffunctie heeft. Het plangebied ligt direct naast een bestaand woongebied. De nieuwe ruimtelijke inrichting van het plangebied krijgt een zodanige vorm dat het kan worden aangemerkt als bebouwde kom als bedoeld in de Wgv. Het dichtstbijzijnde agrarisch bedrijf ligt op het perceel aan Harderwijkerweg 199. Het perceel is gelegen op een afstand van circa 108 m tot het plangebied. Op Harderwijkerweg 199 is uitsluitend sprake van een (kerst)boomkwekerij. Nader onderzoek naar geurhinder is niet noodzakelijk. Conclusie Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect geur. 4.1.5
Milieuzonering
Milieuzonering is het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Doel is om bij het opstellen van een ruimtelijk plan een goed en veilig leefklimaat te waarborgen, maar tegelijkertijd ook aan bedrijven voldoende milieuruimte te bieden voor het uitoefenen van hun activiteiten. De mate waarin bedrijven invloed hebben op hun omgeving is afhankelijk van de aard van de bedrijvigheid en de afstand tot een gevoelige bestemming. Milieugevoelige bestemmingen zijn gebouwen en terreinen die naar hun aard bestemd zijn voor het verblijf van personen gedurende de dag of nacht of een gedeelte daarvan (bijvoorbeeld woningen). Daarnaast kunnen ook landelijke gebieden en/of andere landschappen belangrijk zijn bij een zonering tot andere, minder gevoelige, functies zoals bedrijven. Milieuzonering heeft betrekking op aspecten met een ruimtelijke dimensie, zoals geluid, geur, gevaar en stof. De mate van belasting, en daarmee de gewenste aan te houden afstand, kan per aspect en per bedrijfstype en verschillen. In de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is een lijst opgenomen met daarin de minimale richtafstanden tussen een gevoelige bestemming en bedrijven. Van deze richtafstanden kan worden afgeweken, mits wordt onderbouwd waarom de feitelijke milieuhinder als minder belastend wordt gezien.
Het belang van milieuzonering wordt steeds groter aangezien functiemenging steeds vaker voorkomt. Hierbij is het motto: 'scheiden waar het moet, mengen waar het kan'.
31
bestemmingsplan De Kijktuinen
Planspecifiek In de directe omgeving van het plangebied zijn een aantal bedrijven aanwezig. Hiervoor gelden de volgende richtafstanden op basis van de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de VNG: Adres
Bedrijf
Milieucategorie
Afstand in m.
Harderwijkerweg 199
(Kerst)boomkwekerij
(SBI 2008: 01305
30
Schotweg 102
Tankstation zonder verkoop lpg met shop
(SBI 2008: 473) m.c. 2
30
Van Oordtstraat 110
Begraafplaats
(SBI 2008: 96031) m.c. 1
10
Aan bovengenoemde richtafstanden wordt ruimschoots voldaan. Ook wordt in het plangebied ruimte geboden voor de uitbreiding van de begraafplaats. De afstand tussen de woningen en begraafplaats bedraagt 10 m voor het aspect geluid. Tot slot dient rekening gehouden te worden met het zonnepanelenveld in het plangebied. Een zonnepanelenveld is niet in de VNG-brochure opgenomen. Voor het bijbehorende transformatorstation geldt een richtafstand van 30 meter in een rustige woonwijk, vanwege het aspect geluid (SBI 2008 35, m.c. 2). Aan deze afstand wordt voldaan. Binnen deze zone is wonen niet toegestaan. Conclusie Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot milieuzonering.
4.1.6
Externe veiligheid
Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving die ontstaan door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Hierbij gaat het om risicovolle inrichtingen, transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en buisleidingen. De verplichting om in een ruimtelijk plan in te gaan op deze risico's komt voort uit het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi), het 'Besluit externe veiligheid transportroutes' (Bevt) en het 'Besluit externe veiligheid buisleidingen' (Bevb). Daarnaast zijn in het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Vuurwerkbesluit veiligheidsafstanden genoemd die moeten worden aangehouden rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting. De wetgeving richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven, en grote kantoorgebouwen (>1500 m²). Beperkt kwetsbaar zijn kleinere kantoren en winkels, horeca, parkeerterreinen en bedrijfsgebouwen waarin geen grote aantallen personen aanwezig zijn. Binnen het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico (PR) van 10-6 per jaar en het groepsrisico (GR).
Het plaatsgebonden risicobeleid bestaat uit harde afstandscontouren tussen risicobron en (beperkt) kwetsbaar object. Het wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 per jaar (de kans dat per jaar 1 persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof mag niet groter zijn dan 1 op een miljoen). Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en het aantal mogelijke slachtoffers. Bij de berekening van het groepsrisico spelen mee de aard en hoeveelheid van de gevaarlijke stoffen en het aantal potentiële slachtoffers. Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet worden vastgesteld of het plangebied is gelegen binnen de PR en/of de invloedsgebieden van het GR. Binnen de 10-6-contour is het realiseren van kwetsbare objecten niet toegestaan.
32
bestemmingsplan De Kijktuinen
Planspecifiek In juni 2021 is een inventarisatie uitgevoerd van de externe veiligheidsrisico's ten behoeve van het plan Kijktuinen, zie Bijlage 6. De conclusies uit de quickscan zijn als volgt: Transport over het water In de nabijheid van het plangebied zijn geen waterwegen aanwezig waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt, waardoor dit aspect geen belemmering vormt voor de planontwikkeling. Transport over de weg Op 900 meter van het plangebied ligt de rijksweg A28 waarover structureel transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Op grond van de stoffen die over deze weg vervoerd worden, blijkt het plangebied niet binnen het invloedsgebied van deze weg te liggen. De risico's als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over de weg vormen geen belemmering voor de planvorming. Transport over het spoor Op 600 meter van het plangebied is de spoorlijn Putten - Hattem (route 360) gelegen waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Op grond van de stoffen die over deze spoorlijn vervoerd worden blijkt het plangebied binnen het invloedsgebied van toxische stoffen te liggen. De risico's als gevolg van transporten met gevaarlijke stoffen over het spoor dienen meegenomen te worden in een beperkte verantwoording van het groepsrisico. In Bijlage 8 wordt invulling gegeven aan de verantwoordingsplicht.
Buisleidingen Binnen het plangebied is een hogedrukaardgasleiding (N-570-20) aanwezig, waardoor het plan binnen de 1% letaliteitsgrens is gelegen. Daarnaast ligt in de omgeving van het plangebied nog een buisleiding (A-510) waarvan het invloedsgebied tot over de grens van het plangebied reikt. Op 14 juni 2021 is de hoogte van het groepsrisico van beide buisleidingen in kaart gebracht, zie Bijlage 7. Uit de berekening is gebleken dat de hoogte van het groepsrisico voor beide leidingen toeneemt. Voor buisleiding A-510 is deze toename zeer marginaal, voor buisleiding N-570-20 bedraagt deze toename meer dan 10%. Op grond van het feit dat een deel van het plangebied binnen de 100% letaliteitsgrens is gelegen en de hoogte van het groepsrisico met meer dan 10% toeneemt, dient de hoogte van het groepsrisico uitgebreid verantwoord te worden. In Bijlage 8 wordt invulling gegeven aan de verantwoordingsplicht. Voor de verantwoording van het groepsrisico is tevens advies gevraagd bij de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG). In de verantwoording is het advies van de VNOG verwerkt. Op de gasleiding mag niet gebouwd worden. Vanuit het hart van de leiding moet aan beide zijden van de leiding een belemmeringstrook 4 meter worden aangehouden. Dit is vastgelegd in dit bestemmingsplan met de dubbelbestemming 'Leiding - Gas'.
Op de gronden boven de gasleiding wordt de wijkontsluitingsweg aangelegd. Voor het uitvoeren van de bouwwerkzaamheden is medewerking gevraagd aan de Gasunie. De Gasunie verzoekt om voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden detailtekeningen te overleggen met betrekking tot laagopbouw van de wegkruisingen en parkeerplaatsen. Ook verzoekt de Gasunie om ter hoogte van de gasleiding niet dieper dan 0,5 m te ontgraven ten behoeve van het cunet. Voor het plaatsen van speeltoestellen en verlichting verzoekt Gasunie om afstemming. Ook verzoekt Gasunie om een (logistiek) werkplan als het gaat om tijdelijkheid van wegen met zwaar transport, plaatsen van grondopslag en (langdurige) opstelling van kranen in de nabijheid van de gasleiding. Voor zowel de inrichting van de woonwijk als het zonnepark zijn mogelijk risico reducerende maatregelen nodig. Voor de uitvoering van de bouwwerkzaamheden in de gasleidingstrook wordt invulling gegeven aan de voorwaarden die Gasunie stelt. Inrichtingen
33
bestemmingsplan De Kijktuinen
In de nabijheid van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen aanwezig. Risico's als gevolg van inrichtingen vormen geen belemmering voor de planvorming. Conclusie Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot externe veiligheid.