AP 6d. St.t.i. Ruimtelijke onderbouwing Apeldoornseweg 120
Tekst van het document
woningen
-
andere geluidsgevoelige gebouwen
-
geluidsgevoelige terreinen
Een onderhoudsgebouw is geen geluidgevoelig object binnen de Wet geluidhinder en wordt dan ook niet beschermt. Nader onderzoek is dan ook niet noodzakelijk. Con clu s i e Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect geluid, nader onderzoek op het gebied van geluid is daarom ook niet nodig.
Ruimtelijke onderbouwing – Vervangen onderhoudsgebouwen aan de Apeldoornseweg 120 te Elspeet, 2 maart 2021
31
4. 6
E xter n e v ei l i gh e id
We tt eli jk k ad er Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als lpg-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd.
Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico’s vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet.
Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico’s van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen. On d erzo e k P lan g eb i ed Ruimtelijke onderbouwing – Vervangen onderhoudsgebouwen aan de Apeldoornseweg 120 te Elspeet, 2 maart 2021
32
Op het perceel Apeldoornseweg 120 is een boswerkplaats gevestigd. De onderhoudsgebouwen zijn sterk verouderd (met asbestdak), de initiatiefnemer is dan ook voornemens om deze gebouwen te renoveren en/of te vervangen. De nieuwe bebouwing wordt op de plek van de bestaande bebouwing herbouwd. In het plangebied is er geen sprake van het toevoegen van gevaarlijke functies en er is geen sprake van de toevoeging van een kwetsbaar object. De risicokaart geeft aan dat er in de omgeving geen gevaarlijke functies voorkomen.
Uitsnede risicokaart (bron: www.risicokaart.nl) Con clu s i e Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect externe veiligheid, nader onderzoek op het gebied van externe veiligheid is daarom ook niet nodig.
4. 7
Lu ch tk wa l ite i t
We tt eli jk k ad er Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wm in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Hierin staat wanneer en hoe overschrijdingen van de luchtkwaliteit moeten worden aangepakt. Het programma houdt rekening met nieuwe ontwikkelingen zoals bouwprojecten of de aanleg van infrastructuur. Projecten die passen in dit programma, hoeven niet meer te worden getoetst aan de normen (grenswaarden) voor luchtkwaliteit. De ministerraad heeft op voorstel van de minister van VROM ingestemd met het NSL. Het NSL is op 1 augustus 2009 in werking getreden. Ook projecten die 'niet in betekenende mate' (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer te Ruimtelijke onderbouwing – Vervangen onderhoudsgebouwen aan de Apeldoornseweg 120 te Elspeet, 2 maart 2021
33
worden getoetst aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. De criteria om te kunnen beoordelen of er voor een project sprake is van nibm, zijn vastgelegd in de AMvB-nibm. In de AMvB-nibm is vastgelegd dat na vaststelling van het NSL of een regionaal programma een grens van 3% verslechtering van de luchtkwaliteit (een toename van maximaal 1,2 Rg/m3, NO2 of PM10) als 'niet in betekenende mate' wordt beschouwd. On d erzo e k P lan g eb i ed Op het perceel Apeldoornseweg 120 is een boswerkplaats gevestigd. De onderhoudsgebouwen zijn sterk verouderd (met asbestdak), de initiatiefnemer is dan ook voornemens om deze gebouwen te renoveren en/of te vervangen. De nieuwe bebouwing wordt op de plek van de bestaande bebouwing herbouwd. Het initiatief zal geen extra verkeersbewegingen genereren. De bestaande en nieuwe situatie betreft gasloos uitgevoerde onderhoudsgebouwen. Daarmee staat vast dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging en is het niet nodig luchtkwaliteitsonderzoek uit te voeren. Wat betreft de toets ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening worden bij verblijfsgebouwen, op grond van de regeling Beoordeling luchtkwaliteit 2007, mensen blootgesteld aan luchtverontreiniging gedurende een significante periode ten opzichte van een etmaal. De Atlas Leefomgeving geeft een goede indicatie van de achtergrondconcentraties ter plekke.
Achtergrondconcentratie PM2,5 in 2018 (bron: AtlasLeefomgeving.nl)
Ruimtelijke onderbouwing – Vervangen onderhoudsgebouwen aan de Apeldoornseweg 120 te Elspeet, 2 maart 2021
34
Achtergrondconcentratie PM10 in 2018 (bron: AtlasLeefomgeving.nl)
Achtergrondconcentratie Stikstofdioxide in 2018 (bron: AtlasLeefomgeving.nl) Ruimtelijke onderbouwing – Vervangen onderhoudsgebouwen aan de Apeldoornseweg 120 te Elspeet, 2 maart 2021
35
Uit de kaarten blijkt dat de achtergrondconcentraties luchtvervuilende stoffen ter plaatse van het plangebied relatief laag te zijn. Ook liggen ze ver onder de grenswaarden. De cijfers zijn van 2018.
Fijnstof PM 2,5 Fijnstof PM 10 Stikstofdioxide
Achtergrondconcentratie 2018 11-12 ug/m3 18-19 ug/m3 14-16 ug/m3
Grenswaarde 25 ug/m3 40 ug/m3 401 ug/m3
Een algemene trend is evenwel dat de emissiefactoren van wegverkeer en de concentraties stikstofdioxide en fijn stof al jaren afnemen. Het RIVM verwacht dat dit ook in de komende jaren het geval zal zijn. De blootstelling aan luchtverontreiniging in het plangebied is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico's. Conclusie Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect luchtkwaliteit, nader onderzoek op het gebied van luchtkwaliteit is daarom ook niet nodig
Ruimtelijke onderbouwing – Vervangen onderhoudsgebouwen aan de Apeldoornseweg 120 te Elspeet, 2 maart 2021
36
4. 8
B ed r i j ven en m il ieu zo n er in g
We tt eli jk k ad er Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: -
het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies;
-
het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Op 1 januari 2007 is de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) in werking getreden. Deze wet is het beoordelingskader voor geurhinder bij milieuvergunningen en bestemmingsplannen. On d erzo e k p l an g eb ied Op het perceel Apeldoornseweg 120 is een boswerkplaats gevestigd. De onderhoudsgebouwen zijn sterk verouderd (met asbestdak), de initiatiefnemer is dan ook voornemens om deze gebouwen te renoveren en/of te vervangen. De nieuwe bebouwing wordt op de plek van de bestaande bebouwing herbouwd. Het onderhoud is gericht op beheer van grof wild (edelhert en wild zwijn, leefgebied das, boommarter, behoud grootste aaneengesloten beukenbos (leefgebied zwarte specht) van Europa, recreatie, rust en houtproductie. Het feitelijk gebruik van het perceel veranderd niet. De onderhoudswerkzaamheden vormen geen hinder voor de omgeving, het plan voegt geen milieubelastende activiteiten toe. In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen milieubelastende activiteiten die een belemmering vormen voor de ontwikkeling van het plan. Er is dan ook sprake van een goede ruimtelijke ordening.
Con clu s i e Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering, nader onderzoek op het gebied van bedrijven en milieuzonering is daarom ook niet nodig.
Ruimtelijke onderbouwing – Vervangen onderhoudsgebouwen aan de Apeldoornseweg 120 te Elspeet, 2 maart 2021
37
4. 9
Kab e ls en le id in g en
In het kader van het bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse planologisch relevante leidingen (hoofd transportleidingen). Indien daartoe aanleiding bestaat dient rondom een leiding een zone te worden aangegeven waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. On d erzo e k p l an g eb ied In en nabij het projectgebied zijn geen planologisch relevante leidingen en/of verbindingen aanwezig. Er zijn derhalve geen belemmeringen te verwachten. Bij eventuele graafwerkzaamheden op het terrein dient wel rekening te worden gehouden met eventueel aanwezige kabels en niet-planologische leidingen Con clu s i e Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect kabels en leidingen, nader onderzoek op het gebied van kabels en leidingen is daarom ook niet nodig. 4. 10
Ver ke er en p ar k er en
Bij de aspecten verkeer en parkeren gaat erom dat het plangebied goed bereikbaar is, er geen onveilige verkeerskundige situaties ontstaan en er voldoende parkeergelegenheid in het plangebied aanwezig is. On d erzo e k p l an g eb ied Op het perceel Apeldoornseweg 120 is een boswerkplaats gevestigd. De onderhoudsgebouwen zijn sterk verouderd (met asbestdak), de initiatiefnemer is dan ook voornemens om deze gebouwen te renoveren en/of te vervangen. De nieuwe bebouwing wordt op de plek van de bestaande bebouwing herbouwd. Het feitelijk gebruik van het perceel veranderd niet, het initiatief zal geen extra verkeersbewegingen genereren. Het gaat dan om 1-3 auto’s per week en het af en toe het uitrijden van een tractor voor het sproeien in de zomer of van de kleine graafmachine voor het graven van een graf op de natuurbegraafplaats (ca. 5-8 keer per jaar). In het plan is er voldoende ruimte voor parkeren op eigen terrein.
Con clu s i e Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect verkeer en parkeren, nader onderzoek op het gebied van verkeer en parkeren is daarom ook niet nodig.
Ruimtelijke onderbouwing – Vervangen onderhoudsgebouwen aan de Apeldoornseweg 120 te Elspeet, 2 maart 2021
38
4. 11 M i l ieu ef fe ctr ap p o r ta ge (M E R) Op 1 april 2011 is het nieuwe Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Het besluit is aangepast omdat de Europese rechter heeft geoordeeld dat de drempelwaarden voor m.e.r.beoordelingsplichtige activiteiten onvoldoende recht deden aan de vraag of er sprake is van aanzienlijke gevolgen voor het milieu. Het besluit is aangepast en de drempelwaarden in onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn nu indicatief. Dat betekent dat als een project onder de richtwaarden blijft er wel een toetsing moet worden gedaan. Het bevoegd gezag moet zich er van vergewissen of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. De toetsing vindt plaats aan de hand van de selectiecriteria in de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Getoetst moet worden op: • • •
de kenmerken van het project; de plaats van het project; de kenmerken van de mogelijke gevolgen.
Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: • •
belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. en het plan is daarmee m.e.r.-plichtig.
On d erzo e k P lan g eb i ed Op het perceel Apeldoornseweg 120 is een boswerkplaats gevestigd. De onderhoudsgebouwen zijn sterk verouderd (met asbestdak), de initiatiefnemer is dan ook voornemens om deze gebouwen te renoveren en/of te vervangen. De nieuwe bebouwing wordt op de plek van de bestaande bebouwing herbouwd. Het feitelijk gebruik van het perceel veranderd niet. Het plan maakt geen activiteiten mogelijk die zijn genoemd in de C of D-lijst. Het milieubelang is verder in de vorige paragrafen voldoende mate afgewogen. Een nadere beoordeling in een m.e.rbeoordeling of plan-m.e.r. is daarom niet noodzakelijk. Con clu s i e Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect milieu, nader onderzoek op het gebied van milieu is daarom ook niet nodig.
Ruimtelijke onderbouwing – Vervangen onderhoudsgebouwen aan de Apeldoornseweg 120 te Elspeet, 2 maart 2021
39
Hoofdstuk 5 Economische uitvoerbaarheid De kosten die gepaard gaan met de uitvoering van het plan zullen door de initiatiefnemer worden gedragen. Voor de gemeente zijn geen uitvoeringskosten aan het plan verbonden. Een exploitatieplan is voor dit bestemmingsplan niet nodig. De kosten voor van de ruimtelijkjuridische procedure zullen door middel van een anterieure overeenkomst worden verrekend met de initiatiefnemer.
Ruimtelijke onderbouwing – Vervangen onderhoudsgebouwen aan de Apeldoornseweg 120 te Elspeet, 2 maart 2021
40
Hoofdstuk 6 Ruimtelijke afweging Het perceel aan de Apeldoornseweg 120 is gelegen in het bosgebied ten zuidoosten van de kern Elspeet, richting Hotel & Congrescentrum Mennorode en voorbij de Heetkamp, Op dit perceel zijn een aantal onderhoudsgebouwen gesitueerd. Het perceel is kadastraal bekend onder perceelnummer F – 4812. In deze gebouwen is een boswerkplaats gevestigd, de gebouwen zijn nodig i.v.m. het onderhoud van het landschap. Er vindt opslag plaats van allerlei gereedschap en stalling van materieel. Deze onderhoudsgebouwen zijn sterk verouderd, de initiatiefnemer is dan ook voornemens om deze gebouwen te vervangen. In de gewenste situatie worden het bestaande gebouw gesloopt en vervangen door een nieuw onderhoudsgebouw, één gebouw wordt gesloopt en niet vervangen, één gebouw wordt gerenoveerd en het bestaande houthok wordt gesloopt en vervangen. In de nieuwe situatie zal de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen afnemen t.o.v. de bestaande situatie. Dit gezamenlijke oppervlakte bedraagt dan 200 m2. De gebouwen worden gerealiseerd op de ‘open’ plek in het bos, er worden geen bomen gekapt. Ontsluiting van het perceel vindt plaats op de Apeldoornseweg Geconstateerd is dat de gewenste ontwikkeling niet past binnen het geldend bestemmingsplan.
Het geldend bestemmingsplan bevat een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid voor het realiseren van gebouwen voor onderhoud en beheer van het landgoed. Het initiatief aan de Apeldoornseweg 120 kan echter niet voldoen aan de gestelde voorwaarden. De gebouwen worden niet opgericht aan een weg. Om de vervanging mogelijk te maken is het nodig dat er een buitenplanse afwijking van het bestemmingsplan plaatsvindt. De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met het beleid van de verschillende overheden. De ontwikkeling sluit aan bij het opgestelde beleid van de provincie Gelderland en de gemeente Nunspeet. In het voorgaande hoofdstuk zijn de onderzoekaspecten van het plan beschreven. Het project levert geen problemen op ten aanzien van de onderzochte milieukundige en ruimtelijke aandachtspunten (ecologie, water, bodem, geluid, externe veiligheid, luchtkwaliteit, verkeer, archeologie en milieuzonering). Tenslotte is geconcludeerd dat de gewenste ontwikkeling ook economisch uitvoerbaar wordt geacht, doordat de kosten volledig voor de initiatiefnemer zijn. De kosten voor van de ruimtelijkjuridische procedure zullen door middel van leges worden verrekend met de initiatiefnemer. Concluderend kan worden gesteld dat het plan mogelijk is binnen het toekomstige beleid en er geen belemmeringen zijn ten aanzien van de uitvoering.
Ruimtelijke onderbouwing – Vervangen onderhoudsgebouwen aan de Apeldoornseweg 120 te Elspeet, 2 maart 2021
41
Colofon Proj e ct ge g ev e n s Project Ruimtelijke onderbouwing – Vervangen onderhoudsgebouwen aan de Apeldoornseweg 120 te Elspeet Projectnummer 0302-13 Kenmerk 0302/RH/20210205 Datum 2 maart 2021 Status Definitief G eg ev en s op d ra ch t g ev e r Buro Holdijk Uddelerweg 17 8075 CG Elspeet T 0577 – 723 153 M info@buroholdijk.nl I www.buroholdijk.nl Con t ac tp e rs oon Dhr. G. Holdijk Op d ra ch tn e m er Huisman | Ruimte & Visualisatie Putterweg 32 3886 PC Garderen T 06 52 35 18 71 M info@huismanruimte.nl I www.huismanruimte.nl Con t ac tp e rs oon Dhr. R. Huisman
Ruimtelijke onderbouwing – Vervangen onderhoudsgebouwen aan de Apeldoornseweg 120 te Elspeet, 2 maart 2021
42
Bijlage 1 gebieden
Quickscan
Natuur
soorten
en
Ruimtelijke onderbouwing – Vervangen onderhoudsgebouwen aan de Apeldoornseweg 120 te Elspeet, 2 maart 2021
43
Quickscan soorten herbouw en uitbouw schuur Apeldoornseweg 120 te Elspeet
Opdrachtgever
Elspeterbos bv
Contactpersoon
Gert Holdijk gert@buroholdijk.nl
Uitvoering
Groenewold Adviesbureau voor Milieu & Natuur Dossiernummer
2021-009
Versie
Jan.21-v1
Behandeld door
Lex Groenewold
Datum
20 januari 2021
Dokter Holtropstraat 97 • 3851 JH • Ermelo• Tel.: 06-533 616 75 Website: www.groenewoldmilieu.nl • e-mail: info@groenewoldmilieu.nl KvK: 08178662 • BTW: NL001508693B90 • Bank: NL26 INGB 0673 0025 27
Inhoudsopgave 1 2
Aanleiding en doel ........................................................................................................ 3 Beschrijving situatie ...................................................................................................... 3 2.1 Omschrijving gebied .............................................................................................. 3 3 Relevante wetgeving .................................................................................................... 4 4 Aanpak onderzoek ........................................................................................................ 4 4.1 Gewenste ontwikkeling .......................................................................................... 4 4.2 Bronnenonderzoek ................................................................................................ 5 4.3 Locatiebezoek ....................................................................................................... 5 5 Effecten plan/activiteiten op Flora en Fauna ................................................................. 6 5.1 Vaatplanten ........................................................................................................... 6 5.2 Amfibieën, reptielen, vlinders en libellen ................................................................
6 5.3 Zoogdieren ............................................................................................................ 6 5.3.1 Vleermuizen ................................................................................................... 6 5.4 Vogels ................................................................................................................... 6 5.4.1 Vogels algemeen ............................................................................................ 7 5.5 Overige soorten ..................................................................................................... 7 6 Gebiedsbescherming .................................................................................................... 8 6.1 Natura 2000 ........................................................................................................... 8 6.2 Stikstofdepositie .................................................................................................... 8 6.2.1 Uitspraak PAS Raad van State ....................................................................... 8 6.2.2 Gevolgen woningbouw ................................................................................... 9 6.2.3 Spoedwet stikstof .........................................................................................
10 6.2.4 Beleidsregels intern en extern salderen ........................................................ 10 6.2.5 Situatie Apeldoornseweg 120 ....................................................................... 10 7 Gelders natuurnetwerk (GNN) en Groene Ontwikkelzone (GO) .................................. 12 8 Conclusies en aanbevelingen ..................................................................................... 13 8.1 Algemeen ............................................................................................................ 13 8.2 Beschermde soorten............................................................................................ 13 8.3 Voorbehoud en zorgplicht .................................................................................... 13 8.4 Ecologische kansen / natuurinclusief bouwen ...................................................... 14 9 Advies ......................................................................................................................... 15 10 Literatuur ................................................................................................................. 16 Bijlagen .............................................................................................................................. 16
Bijlagen 1. Overzicht situatie 2. Foto’s plangebied 3. Samenvatting natuurwetgeving 4. Voorbeeld voorzieningen 5. Uitdraai NDFF nabijgelegen perceel 6. Uitdraai Aerius berekening
FF Apeldoornseweg 102 Elspeet Jan.21-v1.doc
2
Versie: 20 januari 2021
1 Aanleiding en doel Initiatiefnemer heeft het voornemen één van de bestaande onderhoudsschuren te vervangen en een andere uit te breiden op het perceel Apeldoornseweg 120 te Elspeet, gemeente Nunspeet. Hiervoor heeft de gemeente een quickscan natuur gevraagd om te bepalen of er beschermde soorten aanwezig zijn of dat er gevolgen zijn voor beschermde gebieden. Adviesbureau Groenewold Milieu & Natuur is gevraagd dit onderzoek uit te voeren.
2 Beschrijving situatie 2.1
Omschrijving gebied
Een overzicht van de situatie is weergegeven op de figuren in de bijlage en hieronder. Het betreft een perceel aan de Apeldoornseweg 120 in het buitengebied ten zuidoosten van de kom van Elspeet. De huidige schuurtjes zijn gedateerd. Op een aantal schuren ligt asbest. Plan is de asbest te vervangen, één schuur te slopen, een ander schuur uit te breiden en een nieuwe schuur te realiseren. De schuren zijn nodig i.v.m. het onderhoud van het landgoed. Er vindt opslag plaats van allerlei gereedschap en stalling van materieel. De houtopslag aan de noordzijde wordt op termijn vervangen en kleiner gemaakt. Het totaal aan bebouwd oppervlak gaat dan van 324 naar 200 m2. Voor de planwijziging moet onder meer worden aangetoond of er gevolgen zijn voor beschermde soorten of gebieden, zoals beschreven in de Wet natuurbescherming.
FF Apeldoornseweg 102 Elspeet Jan.21-v1.doc
3
Versie: 20 januari 2021
3 Relevante wetgeving De natuur in Nederland is beschermd. Er zijn beschermde gebieden en beschermde soorten. De bescherming is per 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). De provincie is in de meeste gevallen bevoegd gezag voor ontheffingen en vergunningaanvragen. Voor wat betreft de Europees beschermde gebieden en daarin levende soorten sluit de Wet hierop aan (Habitat- en Vogelrichtlijn en Verdrag van Bern en Bonn). Dit omvat ook de bescherming van de Natura2000 gebieden. Ook de soortbescherming sluit aan bij de Europese regelgeving. Alle in het wild voorkomende vogels zijn beschermd (art. 3.1 Wnb, conform Vogelrichtlijn). Verder alle soorten uit de Habitatrichtlijn (strikt beschermde soorten, art. 3.5 Wnb). Tot slot is er nog een nationale lijst met ‘Andere soorten’. Deze nationaal beschermde soorten (art. 3.10 Wnb, 1e lid) zijn aangewezen in de Bijlage bij de Wnb. Onderdeel A betreft een verbod op het opzettelijk doden of vangen van de genoemde in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers. Onderdeel B verbiedt het opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van de genoemde vaatplanten in hun natuurlijke verspreidingsgebied. In het voorliggende onderzoek worden de consequenties in beeld gebracht van de beoogde plannen en vindt toetsing plaats.
Als door het treffen van maatregelen tijdens de werkzaamheden en na de realisatie van het project, wordt voorkomen dat er verbodsbepalingen uit de Wnb worden overtreden én de functionaliteit van beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen komt niet in het geding, dan is er geen ontheffing nodig. In sommige gevallen is het noodzakelijk of raadzaam om vooraf een ontheffing aan te vragen bij de Provincie. Ook kan het zijn dat voor een aantal van de geplande activiteiten vrijstelling geldt. Dit kan per provincie enigszins verschillen. Als het plan invloed heeft op Natura 2000 gebied of gelegen is in het Nationaal natuurnetwerk moet dit inzichtelijk worden gemaakt en is mogelijk een vergunning noodzakelijk. Ook hiervoor is de provincie het bevoegd gezag. Een samenvatting van de natuurwetgeving is weergegeven in Bijlage 3.
4 Aanpak onderzoek De voorliggende quickscan is gebaseerd op een locatiebezoek, beschikbare gebiedskennis, verspreidingsgegevens en bekende ecologische principes. Hieruit moet blijken of en zo ja welke beschermde soorten in het plangebied voorkomen of kunnen voorkomen (hoofdstuk 5). Als er effecten mogelijk zijn zal kort worden ingegaan op mogelijke mitigerende (verzachtende of inpassings-) en compenserende maatregelen.
4.1
Gewenste ontwikkeling
Het plan omvat de sloop van een houthok en een schuur, uitbouw van een bestaande onderhoudsschuur en realisatie van een nieuwe. De aanwezige asbest wordt vervangen door andere dakbedekking. Voor de vaststelling van het bestemmingsplan is onderzoek nodig om te bepalen of er beschermde soorten of verblijfplaatsen aanwezig zijn.
FF Apeldoornseweg 102 Elspeet Jan.21-v1.doc
4
Versie: 20 januari 2021
De effecten op beschermde soorten zijn beoordeeld op basis van de diverse uit te voeren activiteiten. Uitgangspunten hiervoor zijn: - sloop van een houten schuurtje en houthok - Vervangen van een asbest dak - Uitbouw houten onderhoudsschuur - Nieuwbouw houten onderhoudsgebouw - Verkleinen bestaand houthok
4.2
Bronnenonderzoek
De te slopen gebouwen liggen in kilometerhok x:182/y:477. Een eerste indruk is te verkrijgen bij het natuurloket en waarneming.nl. Met deze gegevens in combinatie met een locatiebezoek en ecologische kennis kan een goede inschatting worden verkregen van de locatie en het belang daarvan voor verschillende soorten. Om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen is verder gebruik gemaakt van openbaar toegankelijke en betrouwbare bronnen, zoals verspreidingsatlassen, rapporten, recente artikelen en internetsites (zie literatuurlijst). Hierbij is ook gebruik gemaakt van een uitdraai van de NDFF van een perceel uit de nabije omgeving.
4.3
Locatiebezoek
Tijdens het locatiebezoek op 20 januari 2021 is het perceel en de directe omgeving opgenomen. Het bezoek levert informatie over de op dat moment aanwezige soorten. Een quickscan is geen volledige inventarisatie. Om toch een goed beeld te krijgen van te verwachten soorten is een locatiebezoek bij de quickscan wel van groot belang. Samen met beschikbare literatuurgegevens is dan een inschatting te maken van de geschiktheid van het plangebied voor mogelijk hier voorkomende beschermde soorten.
FF Apeldoornseweg 102 Elspeet Jan.21-v1.doc
5
Versie: 20 januari 2021
5 Effecten plan/activiteiten op Flora en Fauna Dit hoofdstuk gaat in op de vraag of er beschermde soorten voorkomen in of om het plangebied. Hierbij zijn de meest voorkomende soortgroepen apart benoemd.
5.1
Vaatplanten
Het plangebied bestaat uit een open plek in het bos met houten onderhoudsgebouwen en houthokken met haardhout. De vegetatie bestaat uit grassen, enkele bomen en struiken. Er zijn alleen algemene soorten aangetroffen. Er is bij de realisatie van het plan geen sprake van overtreding van art. 3.5 of 3.10 Wnb. Het aanvragen van een ontheffing voor de flora is niet nodig.
5.2
Amfibieën, reptielen, vlinders en libellen
Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën, reptielen, vlinders, of libellen aangetroffen. Gezien het tijdstip van het jaar is dat ook niet te verwachten. Het gebied bestaat uit bosgrond en grasland zonder open water. Beschermde soorten uit deze soortgroepen zijn hier niet te verwachten. Alleen de hazelworm is in de omgeving te verwachten. Maar gezien de lokale situatie (gras zonder dekking) en het gebruik zal de soort niet rond de gebouwen voorkomen. Nader onderzoek is niet nodig. Realisatie van het plan heeft geen negatieve effecten op de soort. Een ontheffing op basis van art. 3.5 of 3.10 van de Wnb is voor deze soortgroepen niet nodig.
5.3
Zoogdieren
Tijdens het veldbezoek zijn op of in de schuren geen beschermde soorten aangetroffen of te verwachten. De eekhoorn is gezien in een boom aan de rand van het terrein. Er verdwijnen geen bomen en daarmee ook geen nestplaatsen van de eekhoorn. De schuurtjes zijn alle vrij open en goed te onderzoeken. Er zijn ook geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van beschermde zoogdieren zoals das, boommarter of kleine marters. Behoudens een enkel muizenholletje en een aantal molshopen zijn geen aanwijzingen zoals sporen, holen, haren, poepsporen e.d. van zoogdieren gevonden. 5.3.1 Vleermuizen Volgens de literatuurgegevens komen in de omgeving van het plangebied diverse soorten vleermuizen voor, zoals de gewone dwergvleermuis, rosse vleermuis en de laatvlieger. Deze soorten zijn strikt beschermd onder de Wet natuurbescherming, op basis van Bijlage IV van de Habitatrichtlijn. Zowel de zomer- als winterkolonies, als paarplaatsen en kraamkamers zijn beschermd tegen verstoring en vernietiging. Ook belangrijke foerageerroutes zijn beschermd. Het perceel bestaat houten schuurtjes, enkele bomen en grasland. De schuurtjes niet geschikt als vaste verblijfplaats (te laag, te open, te veel tocht). Op basis daarvan is de conclusie dat er met zekerheid geen vaste verblijfplaatsen van vleermuizen verdwijnen bij de sloop van de opstallen. Nader onderzoek is niet nodig.
Wellicht is in de nieuwbouw rekening te houden met deze insectenetende soortgroep door enige toegangen te maken in loze ruimtes of door het plaatsen van kasten. Het aanvragen van een ontheffing op basis van de Wnb is voor zoogdieren niet nodig.
5.4
Vogels
Er is geen broedvogelinventarisatie uitgevoerd. Op basis van waarnemingen tijdens de veldbezoeken, de terreingesteldheid, waarnemingen uit de directe omgeving, bekende verspreidingsgegevens en ervaring is een inschatting gemaakt over mogelijk aanwezige soorten in het gebied.
FF Apeldoornseweg 102 Elspeet Jan.21-v1.doc
6
Versie: 20 januari 2021
Tijdens het bezoek zijn de volgende vogels rond het gebied gehoord en/of gezien: koolmees, merel, glanskopmees en boomklever. Er zijn alleen niet jaarrond beschermde nesten gevonden zoals van merel, roodborst en winterkoning (foto). Verder is gelet op mogelijke aanwezigheid van uilen, zoals steenuil en kerkuil. Daarvoor zijn geen aanwijzingen gevonden. Het aanvragen van een ontheffing Wnb is voor vogels niet nodig. 5.4.1 Vogels algemeen In het algemeen geldt dat ingrepen in een plangebied tijdens het broedseizoen (15 maart – 15 juli) sterke negatieve effecten hebben op de meeste vogelsoorten door vernietiging van broedplaatsen en verstoring van de reproductie. Wettelijk gezien is dat verboden (art. 3.1 Wnb). Verstoring van broedvogels is in sommige gevallen wel toegestaan, mits er geen negatief effect is op de populatie (art. 3.1 lid 5). Het beschadigen of vernietigen van nesten is wel verboden en dient te allen tijde te worden voorkomen. Dit is mogelijk door gefaseerd te werken en de uitvoering in elk geval op te starten buiten het broedseizoen van de aanwezige vogels. Is dat niet mogelijk dan dient aantoonbaar te zijn onderzocht (deskundige) dat er geen vernietiging van nesten van broedvogels zal plaatsvinden. Als bijv. met de inrichting van het terrein wordt gewacht tot het broedseizoen bestaat een kans dat grondbroeders eieren gaan leggen.
Dan moet met de realisatie worden gewacht tot de jonge vogels zijn uitgevlogen. De effecten op (broed)vogels in het plangebied en de directe omgeving zullen verder beperkt of nihil zijn. Na realisatie van het plan ontstaan door de aanleg van beplanting en tuinen overigens ook weer nieuwe broedmogelijkheden. Werkzaamheden die broedbiotopen van vogels verstoren of beschadigen moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. Dit is mogelijk door gefaseerd te werken en de uitvoering in elk geval op te starten buiten het broedseizoen van de aanwezige vogels. Is dat niet mogelijk dan dient aantoonbaar te zijn onderzocht (deskundige) dat er geen vernietiging van nesten, eieren of jongen zal plaatsvinden.
5.5
Overige soorten
Van de overige beschermde soorten en soortgroepen is te stellen dat deze in het plangebied niet voorkomen of zijn te verwachten. Ook zullen de geplande activiteiten geen effect hebben op deze soorten.
FF Apeldoornseweg 102 Elspeet Jan.21-v1.doc
7
Versie: 20 januari 2021
6 Gebiedsbescherming Dit hoofdstuk beschrijft in algemene zin de te verwachten effecten van realisatie van het bestemmingsplan op beschermde gebieden en doelsoorten. Het plangebied ligt aan de zuidoostzijde buiten de kom van Elspeet. Artikel 2.1 Wnb vormt de invulling van de gebiedsbescherming van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en heeft als doel het beschermen en instandhouding van bijzondere gebieden in Nederland. De Wnb sluit aan bij de Europese gebiedsbescherming zoals vastgelegd in de Vogel- en Habitatrichtlijn. De Nederlandse wetgeving heeft dit vastgelegd in een groot aantal Natura 2000 gebieden.
6.1
Natura 2000
Natura 2000 omvat een samenhangend Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Alle Europese lidstaten dragen hieraan bij. Natura 2000 is gericht op het behoud van natuurgebieden en de ontwikkeling daarvan. De Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn vormen hiervoor de onderliggende basis. Alle Natura 2000-gebieden liggen binnen de Ecologische Hoofdstructuur. Het plangebied ligt buiten Natura2000 gebied Veluwe, maar is daar wel geheel door omsloten (zie groen figuur hiernaast PDOK oktober 2020). Diverse habitats en soorten van de Veluwe zijn beschermd, zoals enkele bos- en heidetypen. Specifieke bescherming is er voor o.a. het Vliegend hert, Gevlekte witsnuitlibel en Kamsalamander. Relevante vogelsoorten zijn o.a. Wespendief, Zwarte specht, Boomleeuwerik, Nachtzwaluw en IJsvogel. Het plangebied zelf is geen leefgebied voor deze soorten. Gezien de aard van het plan en de ligging t.o.v. de Natura 2000 gebieden zijn met zekerheid geen effecten van het plan te verwachten op de instandhoudingsdoelstellingen en habitattypen.
6.2
Stikstofdepositie
De Veluwe heeft diverse habitats welke gevoelig zijn voor verzuring. Daarom moet bij nieuwe plannen ook worden bekeken of de plannen leiden tot een toename van de stikstofdepositie. 6.2.1 Uitspraak PAS Raad van State De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 29 mei 2019 beslist dat het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer is te gebruiken als basis om toestemming te verlenen voor activiteiten, die leiden tot een stikstoftoename ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen en soorten in Natura 2000-gebieden. Het Ministerie van BiZa heeft op 2 juli een factsheet gemaakt hoe hiermee vooralsnog moet worden omgegaan. Een aantal relevante aspecten staan hieronder. De beslissing van de Raad van State heeft vergaande consequenties voor ruimtelijke ontwikkelingen, zoals woningbouw, de aanleg van infrastructuur (o.a. vaar-, spoor-, en autowegen), de bouw van nieuwe bedrijven en agrarische activiteiten die kunnen leiden tot een
FF Apeldoornseweg 102 Elspeet Jan.21-v1.doc
8
Versie: 20 januari 2021
toename van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000gebieden. Hierdoor is het een stuk ingewikkelder geworden om ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken en te realiseren die effecten hebben voor de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. Stikstof is één van de aspecten waarop een project of plan (zoals een bestemmingsplan) moet worden getoetst. Complicerende factor hierbij is dat stikstof tot op grote(re) afstand van de bron neerslaat. Daarbij zijn er in Nederland momenteel 118 Natura 2000-gebieden met overbelaste stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van (dier)soorten. Nu het ecologisch onderzoek (“de passende beoordeling”) van het PAS niet meer als basis voor toestemmingverlening kan worden gebruikt, is voor veel ruimtelijke ontwikkelingen, ook op grote afstand van Natura 2000-gebieden, nodig dat zij op een andere manier gaan aantonen, dat hun project of plan (zoals een bestemmingsplan) op voorhand geen significant schadelijke effecten heeft op de Natura 2000-gebieden. Pas daarna kan toestemming worden verleend. De passende beoordeling van het PAS kan daarvoor sinds de uitspraak van 29 mei 2019 niet meer worden gebruikt. Voor projecten betekent dit dat moet worden beoordeeld of een natuurvergunning is vereist.
Gedeputeerde staten (en in een aantal gevallen het ministerie van LNV) zijn het bevoegde gezag voor deze vergunning. Zij dienen te beoordelen of voor een project een natuurvergunning is vereist. Voor bestemmingsplannen geldt weliswaar geen natuurvergunningsplicht, maar ook zij moeten aan de eisen van de Wet natuurbescherming voldoen. Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan is een beoordeling nodig om te bepalen of de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen significant negatieve effecten zouden kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied. Is dat het geval, dan is ook een passende beoordeling (en als gevolg daarvan ook een milieueffectrapport) noodzakelijk. 6.2.2 Gevolgen woningbouw Wordt in de voortoets op basis van objectieve gegevens geconcludeerd dat er geen significant negatieve effecten zijn te verwachten voor de instandhoudingsdoelen van het betrokken Natura 2000-gebied, dan kan volgens de factsheet van het ministerie worden volstaan met een voortoets en kan de gemeenteraad (voor wat betreft de stikstoftoets) het bestemmingsplan vaststellen. Dit is het geval als bijvoorbeeld geen toename plaatsvindt van de stikstofdepositie.
Wordt woningbouw gerealiseerd op gronden waar voorheen bijvoorbeeld (planologisch legaal en ten tijde van de vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan feitelijk bestaande) agrarische activiteiten plaatsvonden en die activiteiten worden gestaakt (omdat bijvoorbeeld op die gronden woningen worden gebouwd en als gevolg daarvan de agrarische functie verdwijnt) dan mag in beginsel de daarmee samenhangende vermindering van de stikstofdepositie in mindering worden gebracht op de toename van de stikstofdepositie als gevolg van de woningbouw. Dat kan ertoe leiden dat per saldo de effecten op de stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden gelijk blijven (en soms zelfs verminderen als gevolg van het verdwijnen van die agrarische functie). Er hoeft dan geen passende beoordeling te worden uitgevoerd.
FF Apeldoornseweg 102 Elspeet Jan.21-v1.doc
9
Versie: 20 januari 2021
6.2.3 Spoedwet stikstof Per 1 januari 2020 is de Spoedwet Aanpak Stikstof in werking getreden. Deze wet vormt de basis voor een nadere uitwerking in ‘Regeling spoedaanpak stikstof bouw en infrastructuur’ waarvan de internetconsultatie inmiddels is afgerond. Beoogde relevante regelgeving betreft o.a.: a. “Met dit pakket aan maatregelen wordt het in de woningbouwsector mogelijk om in 2020 de benodigde 75.000 woningen te realiseren. Gebiedsgericht moet hier invulling aan worden gegeven, waarbij er meer ruimte zal zijn in geval keuzes gemaakt worden voor locaties of projecten die de aanvullende stikstofdepositie op Natura 2000gebieden relatief beperkt houden.” b. “Daarnaast wordt in dit wetsvoorstel geregeld dat voor activiteiten die geen significante gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden, geen Natura 2000-vergunning meer aangevraagd hoeft te worden. Dit is in lijn met de Vogel- en Habitatrichtlijn.” Woningbouwprojecten die een beperkte toename van de stikstofdepositie tot gevolg hebben worden naar alle waarschijnlijkheid meldingsplichtig. De inwerkingtreding van de regeling is echter nog niet bekend.
6.2.4 Beleidsregels intern en extern salderen Gedeputeerde Staten van Gelderland stelden op 10 december 2019 (gewijzigd 23 september 2020) de Beleidsregels intern en extern salderen vast (Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland houdende regels omtrent stikstof). Deze beleidsregels gelden voor de het verlenen van vergunningen op grond van de Wet natuurbescherming vanwege de effecten door stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Activiteiten waarbij niks veranderd, behouden hun vergunning. Voor activiteiten waarvoor wel een vergunning nodig is, moet gezorgd worden dat de neerslag van stikstof in Natura 2000-gebieden per saldo niet toeneemt. De nieuwe beleidsregels stellen met name voorwaarden aan intern en extern salderen:
Intern salderen: Bedrijf mag een bepaalde hoeveel stikstof uitstoten. Nieuwe activiteiten of bestaande activiteiten veranderen kan. De activiteiten moeten neerslag verminderen of tenminste niet meer worden. Alleen de al gerealiseerde capaciteit van de vergunning kan gebruikt worden. Extern salderen: Bedrijf maakt gebruik van de vergunning van een ander bedrijf dat wordt beëindigd. Slechts 70% van de gerealiseerde capaciteit mag gebruikt worden.
Deze beleidsregels gelden alleen voor het verlenen van vergunningen door gedeputeerde staten, niet voor het vaststellen van bestemmingsplannen door gemeenteraden. 6.2.5 Situatie Apeldoornseweg 120 In de voorliggende situatie zijn met behulp van het rekenprogramma Aerius (versie 2020) berekeningen gemaakt van de te verwachten stikstofdepositie in zowel de aanleg- als de gebruiksfase. Hoewel het hier, in de zin van de Wnb, primair gaat om de beoordeling van een plan, is voor de berekening toch aangesloten bij de provinciale beleidsregels voor intern en extern salderen. Op die wijze is het mogelijk om tegelijkertijd ook de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan voor dit aspect inzichtelijk te maken. De bestaande en nieuwe situatie betreft gasloos uitgevoerde onderhoudsgebouwen en houtopslag. Daardoor is alleen sprake emissie van voertuigbewegingen. Het gaat dan om 1-3 auto’s per week en af en toe het uitrijden van een tractor voor het sproeien in de zomer
FF Apeldoornseweg 102 Elspeet Jan.21-v1.doc
10
Versie: 20 januari 2021
of van de kleine graafmachine voor het graven van een graf op de natuurbegraafplaats (ca. 5-8 keer per jaar). Hieruit blijkt geen stikstofdepositie hoger dan 0.00 mol/ha/jaar. Ook de aanlegfase moet in beeld worden gebracht. Dat bestaat hier uit het slopen van een houten schuur en houthok, vervangen van de asbest daken, uitbouw van een schuur en realisatie van een nieuwe gepotdekselde houten schuur. Dit gebeurt in hoofdzaak met de hand. De uitgangspunten hiervoor zijn opgenomen in de bijlage. De gegevens zijn ingevoerd in Aerius 2020. Voor de sloop en bouw is een aaneengesloten doorlooptijd geraamd van ca. 1,5 maanden. De berekende stikstofdepositie in de aanlegfase bedraagt 0.04 mol/ha/jaar. Het gaat hier om een kleine bijdrage kleiner dan 0.05 mol/ha/jaar en ruim korter dan 2 jaar. Daarmee zal het project niet leiden tot significant negatieve effecten en is een vergunning Wnb niet nodig (conform beleid provincies – zie ook BIJ12.nl).
FF Apeldoornseweg 102 Elspeet Jan.21-v1.doc
11
Versie: 20 januari 2021
7 Gelders natuurnetwerk (GNN) en Groene Ontwikkelzone (GO) Naast toetsing op Natura 2000 gebied vindt separaat een toetsing plaats op het Gelders Natuurnetwerk (GNN), de voormalige Ecologische hoofdstructuur. Voor het GNN is door de provincie Gelderland een aantal criteria opgesteld waaraan wordt getoetst of een plan invloed heeft op de wezenlijke waarden en kenmerken. Daarnaast zijn Groene Ontwikkelzones (GO) aangewezen. Dat zijn gebieden met andere functies dan natuur die ruimtelijk verweven zijn met de natuur van het Gelders Natuurnetwerk en daar functioneel mee samenhangen. Het beleid in de GO is gericht op versterking van die samenhang. Het plangebied ligt geheel binnen het GNN (zie figuur - groen). Voor ontwikkelingen in het GNN geldt het nee, tenzij principe. Het gaat hier om functies ter ondersteuning van het beheer en het onderhoud van het landschap. In die zin draagt realisatie en vervanging van de oude opstallen bij aan het behoud van het landschap en daarmee aan de kernkwaliteiten zoals benoemd in de Omgevingsverordening. Het gaat dan om gebied 101 Elspeter Bosch. Het onderhoud is gericht op beheer van grof wild (edelhert en wild zwijn, leefgebied das, boommarter, behoud grootste aaneengesloten beukenbos (leefgebied zwarte specht) van Europa, recreatie, rust en houtproductie.
In de toelichting van de Omgevingsverordening is aangegeven dat het in dit soort situaties voldoende is, wanneer bij uitbreiding de kernkwaliteiten per saldo niet worden aangetast. Het gaat hier niet om een echte uitbreiding maar meer een andere indeling en vernieuwing van de bestaande schuren. De nieuwe schuur wordt uitgevoerd in hout en past daarmee geheel in het landschap. Het plangebied bestaat uit een open plek met gras en een enkele boom. Het gebruik wijzigt niet t.o.v. bestaand. Daarmee zijn er geen negatieve effecten op de kernkwaliteiten van het GNN. Nader onderzoek of compensatie is niet nodig.
FF Apeldoornseweg 102 Elspeet Jan.21-v1.doc
12
Versie: 20 januari 2021
8 Conclusies en aanbevelingen 8.1
Algemeen
Verschillende soorten planten, dieren worden beschermd in de Wet natuurbescherming. Op basis van de Vogel- en Habitatrichtlijn, zijn in de Wet speciale beschermingsgebieden aangewezen. Een ruimtelijke ontwikkeling is alleen mogelijk als duidelijk is dat de nesten, holen of andere verblijfsplaatsen niet worden vernield of beschadigd. Verstoring is in sommige gevallen wel toegestaan, mits er geen negatief effect is op populatieniveau. Beschermde planten mogen niet worden verwijderd van hun groeiplaats. Ook mogen door een ruimtelijke ontwikkeling geen significante negatieve effecten plaatsvinden op beschermde gebieden. Adviesbureau Groenewold Milieu & Natuur heeft in opdracht van initiatiefnemer een natuurtoets uitgevoerd voor de vervanging van een houten schuur, uitbreiding van een bestaande schuur en verkleining van de houtopslag aan de Apeldoornseweg 120 te Elspeet, gemeente Nunspeet. De wijzigingen zijn nodig voor continuering van het beheer van het landgoed.
8.2
Beschermde soorten
Er zijn geen beschermde soorten of verblijfplaatsen gevonden of te verwachten. Specifiek is gezocht naar aanwijzingen voor verblijfplaatsen van uilen, marters en vleermuizen. Deze zijn niet aangetroffen. Daarbij is specifiek gezocht op potentieel voor de soorten gunstige plekken. Het plangebied bestaat uit een open plek in het bos, bestaande uit bosgrond, gras en schuurtjes voor opslag gereedschap en materieel. Er verdwijnen door realisatie van de plannen met zekerheid geen vaste beschermde verblijfplaatsen. Er geldt een vrijstelling voor de algemeen beschermde soorten (Omgevingsverordening Gelderland). Overigens blijft de algemene zorgplicht altijd van kracht. Een ontheffing Wnb voor soorten is niet nodig.
8.3
Voorbehoud en zorgplicht
De voorliggende natuurtoets is gebaseerd op inventarisatiegegevens van derden, literatuuronderzoek en een verkennend terreinbezoek. Om de risico’s op verstoring van beschermde soorten (bijv. vogels) op het werkterrein te minimaliseren, wordt aanbevolen om voorafgaand aan de werkzaamheden het terrein te controleren op de aanwezigheid van beschermde soorten. Algemene zorgplicht Voor alle beschermde soorten, dus ook voor de soorten die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt wel een zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan beschermde soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Dit betekent onder meer dat een initiatiefnemer zich tijdig op de hoogte stelt van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen van het plan. Bij de uitvoering moeten negatieve gevolgen zoveel mogelijk worden voorkomen dan wel beperkt of ongedaan gemaakt. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het voorkómen van verontrusting of verstoring in de
FF Apeldoornseweg 102 Elspeet Jan.21-v1.doc
13
Versie: 20 januari 2021
kwetsbare perioden zoals de broed-/voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden kan per soortgroep verschillen. Als ‘veilige’ periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half augustus tot half november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als vleermuizen, overige zoogdieren en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Indien een plangebied in die periode bouwrijp wordt gemaakt, geeft realisatie gedurende het winterseizoen en het daarop volgende voorjaar meestal geen problemen. Vaak is het voldoende om rekening te houden met de broedtijd (15 maart-15 juli-huismus tot 15 augustus). Als bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten. Zo kan bijvoorbeeld vegetatie gedurende het groeiseizoen kort gemaaid worden, of kunnen bomen buiten het broedseizoen worden gekapt, zodat er geen vogels gaan broeden. Hierbij geldt overigens wel de algemene zorgplicht. Beschermde soorten Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden onverhoopt beschermde soorten worden aangetroffen, dan moeten de werkzaamheden worden stilgelegd en dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te voorkomen.
Er is dan overleg nodig met het bevoegd gezag.
8.4
Ecologische kansen / natuurinclusief bouwen
Overigens zijn in de nieuwe en de uit te breiden schuur relatief eenvoudig extra voorzieningen te realiseren voor vogels en/of vleermuizen. Door de betere isolatie van woningen verdwijnen openingen, kieren e.d. en daarmee nest- en schuilplaatsen, die vroeger heel gewoon waren. De maatregelen kosten weinig geld maar betekenen veel voor de betreffende soorten. Zo is een bijdrage te leveren aan het behoud van deze soorten voor de toekomst. Bijvoorbeeld een speciale nestkast of plank voor gierzwaluwen (eten veel muggen). Een kast voor een kerkuil of bosuil. Eén of meer duurzame kasten voor vleermuizen, bij voorkeur op minimaal 3m hoog en op het noorden of oosten. Het realiseren van openingen in een dakoverstek is ook een goede maatregel. .
FF Apeldoornseweg 102 Elspeet Jan.21-v1.doc
14
Versie: 20 januari 2021
9 Advies
Uit oogpunt van zorgvuldig handelen de uitvoering van de werkzaamheden laten plaatsvinden buiten de broedperiode. Overigens mogen eventuele vroege of late legsels niet worden verstoord. De beste tijd voor de werkzaamheden is dan tussen juli en februari. Er zijn geen beschermde soorten of verblijfplaatsen aangetroffen of te verwachten. Verblijfplaatsen van marters, uilen en vleermuizen zijn uit te sluiten. Voor aanvang van de werkzaamheden is een ontheffing Wnb soorten niet nodig. Het plangebied ligt buiten Natura2000 gebied Veluwe, maar wordt daar wel door omsloten. De realisatie heeft geen negatieve effecten op beschermde soorten of habitats. Op basis van de aangeleverde uitgangspunten is een stikstofberekening uitgevoerd in zowel de gebruiks- als de aanlegfase. Hieruit is geen stikstofdepositie berekend hoger dan 0.00 mol/ha/jaar. Te overwegen is zo mogelijk elektrisch materieel in te zetten. Een Wnb vergunning gebieden is niet nodig. Het plangebied ligt wel geheel in het GNN. Bij wijzigingen binnen het GNN geldt het Nee, tenzij principe. In deze situatie is de nieuwe en de vernieuwde schuur bedoeld om het onderhoud van het landgoed op een goede manier te kunnen blijven uitvoeren. Daarmee draagt de wijziging bij aan behoud en ondersteuning van de kernkwaliteiten van het GNN, gebied 101 Elspeter Bosch.
Om basis van de toelichting uit de Omgevingsverordening Gelderland is daarmee verder onderzoek of compensatie niet nodig. Ter bevordering van de biodiversiteit is het advies één of meer voorzieningen in de bouw of op het perceel op te nemen. Bij uitvoering van de werkzaamheden altijd invulling geven aan de ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wet natuurbescherming), wat inhoudt dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan beschermde soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken.
FF Apeldoornseweg 102 Elspeet Jan.21-v1.doc
15
Versie: 20 januari 2021
10 Literatuur
Broekhuizen, S., B. Hoekstra, V. Van Laar, C. Smeenk & J.B.M. Thissen, 1992. Atlas van de Nederlandse Zoogdieren. Stichting Uitgeverij Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, 3de herziene druk. BIJ12, Juli 2017, Kennisdocument Huismus 1.0 BIJ12, Juli 2017 Kennisdocument Steenuil 1.0 BIJ12, Juli 2017, Kennisdocument Gierzwaluw 1.0 BIJ12, Juli 2017, Kennisdocument Das 1.0 BIJ12, Juli 2017, Kennisdocument Gewone dwergvleermuis 1.0 Eekeren, N. van & F. Smeeding, 2006, Praktijkhandleiding Evenwichtige verschraling van natuurgronden door uitmijnen van fosfaat met grasklaver en kalibemesting. Janssen, J.A.M. en Schaminée, J.H.J., 2008: Soorten van de habitatrichtlijn Lange, R., P.Twisk, A. van Winden & A. van Diepenbeek, 1994. Zoogdieren van West-Europa. Stichting Uitgeverij KNNV en VZZ i.s.m. Vereniging Natuurmonumenten. Limpens, H., K. Mostert & W. Bongers (red.) (1997). Atlas van de Nederlandse vleermuizen, Stichting Uitgeverij van de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, Utrecht. Provincie Gelderland: Omgevingsverordening Provincie Gelderland: Mitigatiecatalogus gebouwbewonende soorten, Arcadis, 27 september 2018
www.gegevensautoriteitnatuur.nl http://geodata2.prv.gelderland.nl/
www.infomil.nl http://mineleni.nederlandsesoorten.nl/ www.Natuurloket.nl
www.RAVON.nl
www.rijksoverheid.nl www.soortenregister.nl http://www.vleermuis.net www.waarneming.nl (website met soortenwaarnemingen in Nederland) www.wetten.nl
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Overzicht situatie Foto’s plangebied Samenvatting natuurwetgeving Voorbeeld voorzieningen Uitdraai NDFF nabijgelegen perceel Uitdraai Aerius berekening
FF Apeldoornseweg 102 Elspeet Jan.21-v1.doc
16
Versie: 20 januari 2021
Bijlage 1 Overzicht situatie
Bijlage 2 Foto’s plangebied
Bijlage 3 Samenvatting Natuurwetgeving
Samenvatting Wet Natuurbescherming Versie februari 2020
Inleiding In deze bijlage worden in het kort het wettelijk kader van de natuurwetgeving beschreven en de toepassing bij ruimtelijke ingrepen en beheer. De bescherming van natuur in Nederland is vastgelegd in Europese en Nationale wet- en regelgeving. Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wnb vervangt de Flora- en Faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. De Wet beoogt waardevolle natuur te beschermen met duidelijke en eenvoudige regels. Er is net als in de oude regelgeving onderscheid tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming. Daar waar sprake is van Europese bescherming verandert er qua beschermingsniveau niet zo veel. In de soortenbescherming is wel het één en ander gewijzigd voor wat betreft de nationale bescherming. De uitvoeringsregels zijn vastgelegd in het Besluit natuurbescherming en de Regeling natuurbescherming.
Doel van de Wet Vooruitlopend op de Omgevingswet beoogt het Rijk met de bovengenoemde samenvoeging van drie wetten in de Wnb, invulling te geven aan vermindering en vereenvoudiging van het aantal regels. Artikel 1.10 geeft aan dat de Wnb gericht is op a. het beschermen en ontwikkelen van de natuur, mede vanwege de intrinsieke waarde, en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit; b. het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de natuur ter vervulling van maatschappelijke functies, en c. het verzekeren van een samenhangend beleid gericht op het behoud en beheer van waardevolle landschappen, vanwege hun bijdrage aan de biologische diversiteit en hun cultuurhistorische betekenis, mede ter vervulling van maatschappelijke functies. Hiermee is ook duidelijk dat natuur en economie beide van belang worden geacht en dat het ontwikkelen van natuur ten dienste kan staan van maatschappelijke functies. Of zoals de memorie van antwoord het stelt: ‘De ambitie van het natuurbeleid en het doel van de natuurwetgeving is om de natuur en de maatschappij, ecologie en economie, met elkaar te verbinden en zo mogelijk elkaar laten versterken.’ Ook is er de verplichting natuurvisies op te stellen (art. 1.5-1.7). Dit gebeurt op provinciaal niveaus via een Natuur- of Omgevingsvisie en het vaststellen van een verordening. Ook het Rijk stelt een nationale Natuurvisie op.
Qua beschermingsniveau gelden in ieder geval de Europese regels en zijn beperkt aanvullende regels op nationaal niveau gesteld ter bescherming van soorten. De Wnb zal t.z.t (medio 2019) in principe integraal worden opgenomen in de Omgevingswet, via de Aanvullingswet natuur.
Bevoegdheid Een andere belangrijke wijziging is dat in de meeste gevallen de Provincie het bevoegd gezag is, voor vrijwel alle vergunningen, ontheffingen, meldingen en handhaving van het natuurbeleid. De provincie heeft conform art. 1.12 een actieve rol in de bescherming, instandhouding en herstel van de natuur in de provincie. Het aanwijzen van gebieden behorende tot het Natuurnetwerk Nederland is een verplichting. Daarnaast mogen provincies ook bijzondere provinciale natuurgebieden of landschappen aanwijzen. Alleen bij nationale belangen, zoals bijv. hoofdwegen en spoorwegen, is het Rijk bevoegd gezag. Gemeenten blijven wel het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een Omgevingsvergunning. Het is evenals in de oude situatie niet verplicht om voor natuur ‘aan te haken’. Een ontheffing of vergunning voor de natuur is los van de omgevingsvergunning aan te vragen. Een ontheffing Flora- en Faunawet lag bij Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl). Deze taak is dus nu ook naar de provincie overgegaan. Daarmee is de provincie in de meeste gevallen bevoegd gezag voor zowel de soort- als de gebiedsbescherming.