CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 6d 1. Ambtelijk memo onjuist gebruik van gemeentelijke belastingadministratie

Commissie Algemeen Bestuur 11 april 2024, gemeente NunspeetBij agendapunt: Juridische toets memo 'Onjuist gebruik van de gemeentelijke belastingadministratie?".1.032 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onjuist gebruik van gemeentelijke belastingadministratie? Door een aantal personen is gesteld dat de gemeente onterecht / onrechtmatig gebruik heeft gemaakt van de gemeentelijke belastingadministratie ten behoeve van het (draagvlak)onderzoek naar een ondernemersfonds in Nunspeet. Tijdens het proces ‘inventarisatie ondernemersfonds is op 2 momenten gebruik gemaakt van de gemeentelijke belastingadministratie: - In juni 2022 ging het om het door de gemeente verstrekken van gegevens uit de gemeentelijke WOZ-bestanden ten behoeve van een door bureau Blaauwberg (in opdracht van de Werkgroep Ondernemersfonds) uit te voeren “cijfermatige analyse van de sectorale en gebiedsgewijze opbouw voor het Ondernemersfonds Nunspeet i.o.”. Voor de inrichting en aansturing van het ondernemersfonds was inzicht in de opbouw van de WOZ-waarde van belang. Om de hiervoor noodzakelijke berekeningen te kunnen maken, vroeg bureau Blauwberg de beschikking over het gedeeltelijke WOZ-bestand niet-woningen van Nunspeet. Volgens de heffingsambtenaar van de gemeente Nunspeet was de door bureau Blaauwberg hierover voorgestelde werkwijze (fiscaal)juridisch niet toegestaan. Daarom is een constructie toegepast die juridisch wel door de beugel kan.

Deze constructie kwam er op neer dat de gemeente de gevraagde WOZ-gegevens met bureau Blaauwberg deelde via een opdracht van gemeente Nunspeet tot het door het bureau voor rekening van de gemeente uitvoeren van de analyse. Hiervoor werd tussen de gemeente en Blaauwburg een verwerkersovereenkomst worden gesloten. -

In juli 2022 ging het om het gebruik maken van gegevens uit de gemeentelijke belastingadministratie ten behoeve van het uitvoeren van een draagvlakonderzoek c.q. ‘nulmeting’. In verband hiermee heeft de Stuurgroep de heffingsambtenaar van de gemeente Nunspeet verzocht een bepaalde categorie belastingplichtigen (voor de ozb niet-woningen) per brief te vragen online een korte enquête in te vullen. De betreffende belastingplichtigen konden deze enquête invullen via een in de brief genoemde persoonlijke code. Deze code was alleen binnen het team Belastingen te koppelen aan een belastingplichtige, niet door derden of andere ambtenaren. Op met name deze gebruikmaking van gemeentelijke belastingadministratie was kritiek. Volgens deze - in april 2023 - geuite kritiek, heeft de heffingsambtenaar op deze wijze in strijd gehandeld met artikel 67 van de AWR (Algemene wet inzake rijksbelastingen). Hoewel deze kritiek naar de overtuiging van de heffingsambtenaar geen hout sneed, heeft hij de vraag of hij als heffingsambtenaar zijn boekje te buiten is gegaan voor een objectieve check voorgelegd aan een ter zake deskundig en gespecialiseerd advocatenkantoor (Van den Bosch & Partners, Belastingadviseurs voor overheden). De reactie van het betreffende advocatenkantoor was als volgt: “De gemeente (en ook de heffingsambtenaar) mag gewoon een enquête rondsturen.

Overigens is het argument dat door de reagerende jurist wordt gebruikt, dat de Wet BIZ regelt dat het college een ontheffing moet verlenen niet juist. Het college regelt in dat geval zelf de draagvlakmeting en heeft daarvoor een wettelijke grondslag in de zin van art. 4 lid 2 Wet BIZ. Er is geen rechtsregel die verbiedt dat de gemeente (of de heffingsambtenaar) belastingplichtigen niet zou mogen vragen of ze wel of geen interesse hebben in een ondernemersfonds. De vraag is alleen hoe dat gebeurt. Heel plat gezegd kan de gemeente langs de deuren gaan en de vraag in persoon stellen. Een ander alternatief is een enquête per post sturen “aan de gebruiker van dit pand”. Maar daar is niet voor gekozen. Het belastingbestand is gebruikt en daarmee zijn er gegevens verwerkt.

-2-

De heffingsambtenaar heeft gebruik gemaakt van naw-gegevens om een enquête te versturen om draagvlak te peilen onder ondernemers voor een ondernemersfonds. Wij nemen aan dat het gaat om gegevens van gebruikers van niet-woningen. In de eerste plaats merken wij op dat de betreffende gegevens voor een groot deel openbaar zijn. Immers, in het NHR (de KvK) staan gewoon de gegevens van gebruikers van objecten en mocht het om eigenaren gaan, dan staan die gegevens gewoon in het Kadaster. AWR Art. 67 lid 1 AWR zegt: “Het is een ieder verboden hetgeen hem uit of in verband met enige werkzaamheid bij de uitvoering van de belastingwet over de persoon of zaken van een ander blijkt of wordt meegedeeld, verder bekend te maken dan noodzakelijk is voor de tvoering van de belastingwet of voor de invordering van enige rijksbelasting als bedoeld in de Invorderingswet 1990 (geheimhoudingsplicht).” De sanctie op schending van de geheimhoudingsplicht is niet opgenomen in de wet zelf, maar wordt gevonden in art. 272 Sr. Artikel 272 Sr luidt: "1 Hij die enig geheim waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat hij uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift, dan wel van vroeger ambt of beroep verplicht is het te bewaren, opzettelijk schendt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie.

2 Indien dit misdrijf tegen een bepaalde persoon gepleegd is, wordt het slechts vervolgd op diens klacht.” Wij merken in dit verband op dat het schenden van art. 67 AWR een klachtdelict is. Indien een ondernemer aldus wenst hier werk van te maken, dan zal hij in persoon aangifte moeten doen. De Hoge Raad (HR 7 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:523) heeft echter geoordeeld dat van schenden pas sprake is als de gegevens aan een ander bekend worden gemaakt die tot die kennisneming onbevoegd is: “2.5 Uit de wetsgeschiedenis volgt dat het ‘schenden’ van een geheim in de zin van artikel 272 Sr moet worden uitgelegd als het verstrekken van geheime gegevens aan een ander die tot kennisneming daarvan onbevoegd is. Gelet hierop geeft het oordeel van het hof dat de verdachte zijn ambtsgeheim heeft geschonden door geheime gegevens voor zichzelf te ontsluiten, blijk van een onjuiste rechtsopvatting.” Dat sprake is van een strafbaar feit zijn ons inziens dus, kort gezegd, grote woorden. Nu de heffingsambtenaar de gegevens alleen aan zichzelf heeft ontsloten, is geen sprake van het schenden van de fiscale geheimhoudingsplicht in de zin van art. 67 AWR. Overigens heeft het Erasmus Studiecentrum voor Belastingen van Lokale overheden (ESBL) op onze navraag aangegeven geen opdracht voor een onderzoek te hebben gekregen.

Zij hebben ook aangegeven dat zij geen advies kunnen geven, omdat zij onafhankelijk zijn. Ook hebben zij aangegeven alleen een second opinion te kunnen doen als beide partijen dat willen, waarbij de casus wordt gebruikt om de reikwijdte te onderzoeken. Wij hopen hiermee kort onze visie uiteen te hebben gezet.”

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13922678/1