AP 6c. Bijlagen bij de toelichting Bijlage 5 Archeologisch onderzoek
Tekst van het document
Molenbeek te Nunspeet, gemeente Nunspeet Een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (IVO) door middel van boringen
Rapportnummer V241 Projectnummer
V05/546
ISSN
1573 - 9406
Status en versie
Eindrapport 2.0
In opdracht van
DHV Oost Nederland BV
Samenstelling
Dr. M. Diepeveen-Jansen, drs. R.Schrijvers; drs. E. Mulié; Dipl. Geograaf O. Ullrich
Redactie
Drs. W.A.M. Hessing
Plaats en Datum Amersfoort, 05-02-2007
Gecontroleerd door
drs W.A.M. Hessing
d.d. 17-01-2007
Geaccordeerd door
dhr D. Jager
d.d. 29-01-2007
Niets uit dit werk mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook, daaronder mede begrepen gehele of gedeeltelijke bewerking van het werk, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Vestigia b.v. Vestigia b.v. Grote Koppel 14 3813 AA Amersfoort telefoon 033 277 92 00 fax 033 277 92 01 info@vestigia.nl
V05/546: Molenbeek te Nunspeet, gemeente Nunspeet
VESTIGIA b.v. Archeologie & cultuurhistorie
Rapportnr.: V241, eindversie 2.0, d.d. 5-2-2007
2
V05/546: Molenbeek te Nunspeet, gemeente Nunspeet
Inhoudsopgave 1
Samenvatting............................................................................................................................................................ 5
2
Inleiding .................................................................................................................................................................... 7 2.1
Algemene gegevens............................................................................................................................................... 7
2.2
Onderzoeksmethode ............................................................................................................................................ 8
2.3
Toegankelijkheid onderzoeksgebied ..................................................................................................................... 8
2.4
Bureauonderzoek ................................................................................................................................................ 9
2.4.1
Geologie, geomorfologie en bodemopbouw ......................................................................................................... 9
2.4.2
Archeologische en cultuurhistorische waarden ................................................................................................ 11
2.4.3
Verstorende bodemingrepen in het verleden en in de toekomst ........................................................................ 12
2.5 3
Archeologische verwachtingen............................................................................................................................. 12
Veldonderzoek....................................................................................................................................................... 12 3.1
Vraagstelling onderzoek ................................................................................................................................... 12
3.2
Onderzoeksmethode .......................................................................................................................................... 13
3.3
Resultaten booronderzoek.................................................................................................................................. 13
4
Conclusies en aanbevelingen ............................................................................................................................... 15
5
Geraadpleegde literatuur ...................................................................................................................................... 16
6
Afbeeldingen en bijlagen...................................................................................................................................... 18
VESTIGIA b.v. Archeologie & cultuurhistorie
Rapportnr.: V241, eindversie 2.0, d.d. 5-2-2007
3
V05/546: Molenbeek te Nunspeet, gemeente Nunspeet
VESTIGIA b.v. Archeologie & cultuurhistorie
Rapportnr.: V241, eindversie 2.0, d.d. 5-2-2007
4
V05/546: Molenbeek te Nunspeet, gemeente Nunspeet
1
Samenvatting
In opdracht van DHV Oost Nederland BV heeft Vestigia b.v. Archeologie & cultuurhistorie een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) met boringen uitgevoerd op de locatie Molenbeek te Nunspeet, gemeente Nunspeet, omvattend een bureauonderzoek en een verkennend en karterend booronderzoek. Door het ontbreken van betredingstoestemming voor een aantal percelen, is het veldwerk in twee fasen uitgevoerd, in juni 2005 en in januari 2007. Het terrein heeft tot op heden een agrarische functie. De bestemmingsplannen omvatten woningbouw. Het doel van het archeologisch onderzoek is het vaststellen of er archeologische en/of cultuurhistorische waarden in het plangebied aanwezig zijn die door de bouwwerkzaamheden verstoord dreigen te worden en, zo ja, de waardestelling ervan te bepalen in termen van beleving, fysieke en inhoudelijke kwaliteit, en vervolgens op basis hiervan een advies uit te brengen voor het vervolgtraject van de bouwplannen. Het onderzoek bestond uit een archeologische en een fysisch-geografische component. Door middel van het bureauonderzoek zijn alle bekende archeologische en historische vondsten en vondstcomplexen in de directe omgeving van de plangebieden gekarteerd. Eveneens is, via een literatuurstudie, een reconstructie gemaakt van de geologie, geomorfologie en bodemopbouw van het plangebied en de directe omgeving.
Vervolgens is op basis van de resultaten van het bureauonderzoek een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld, dat getoetst en eventueel aangevuld wordt via een verkennend en karterend booronderzoek en een veldverkenning binnen de grenzen van het plangebied. Het plangebied Molenbeek te Nunspeet ligt volgens de IKAW-kaart in een gebied met een deels lage en deels middelhoge verwachting op archeologische waarden. Binnen het plangebied ontbreken archeologische en cultuurhistorische waarden geheel en ook in de directe omgeving zijn zij schaars. Het booronderzoek toonde aan dat het oorspronkelijke archeologische landschap voor het grootste gedeelte verstoord was. Slechts in een klein aantal boringen was nog een deel van de oorspronkelijke bodemopbouw intact. Voorts zijn er tijdens het veldonderzoek in de boormonsters geen aanwijzingen aangetroffen voor menselijke aanwezigheid gedurende de prehistorie of de Middeleeuwen in de vorm van vuursteen, aardewerkscherven; metalen, glazen of objecten van organisch materiaal; houtskoolresten; menselijk of dierlijk botmateriaal, enz. Alleen werd in de bouwvoor en in molshopen recent materiaal aangetroffen. Voor de twee percelen waar geen betredingstoestemming werd verkregen gelden dezelfde verwachtingen wat betreft bodemopbouw en aanwezigheid van archeologische indicatoren. Op een dergelijke korte afstand verandert het bodemprofiel niet.
Op basis van de onderzoeksresultaten die geen aanleiding geven adviseert Vestigia b.v. Archeologie & cultuurhistorie derhalve geen nader archeologisch onderzoek en ziet geen bezwaar tegen de voortgang van de bouwplannen, ook wat betreft de percelen waarvoor geen betredingstoestemming werd verkregen. Het verdient echter aanbeveling om de uitvoerder van eventueel grondwerk te wijzen op de plicht, zoals aangegeven staat in de monumentenwet 1988, artikel 47, lid 11, om archeologische vondsten te melden bij het bevoegd gezag
1 In artikel 49 lid 1 van deze wet staat aangegeven dat, indien noodzakelijk, de minister kan gelasten om het werk voor bepaalde of
onbepaalde tijd geheel of gedeeltelijk stil te leggen. In lid 2 van dit artikel staat aangegeven dat schade veroorzaakt door maatregelen zoals bedoeld in het eerste lid, de schade door de Staat wordt vergoed. Gezien lid twee kan worden gesteld dat artikel 49 slechts in zeer uitzonderlijke gevallen wordt gehanteerd. De kans dat dergelijke omstandigheden zich voordoen binnen het onderzoeksgebied is klein.
VESTIGIA b.v. Archeologie & cultuurhistorie
Rapportnr.: V241, eindversie 2.0, d.d. 5-2-2007
5
V05/546: Molenbeek te Nunspeet, gemeente Nunspeet
VESTIGIA b.v. Archeologie & cultuurhistorie
Rapportnr.: V241, eindversie 2.0, d.d. 5-2-2007
6
V05/546: Molenbeek te Nunspeet, gemeente Nunspeet
2
Inleiding
2.1
Algemene gegevens
In opdracht van DHV Oost Nederland BV heeft Vestigia b.v. Archeologie & cultuurhistorie een Inventariserend Veldonderzoek (IVO) met boringen uitgevoerd op de locatie Molenbeek te Nunspeet, gemeente Nunspeet (afbeelding 1), omvattend een bureauonderzoek en een verkennend en karterend booronderzoek. Door het ontbreken van betredingstoestemming voor een aantal percelen, is het veldwerk in twee fasen uitgevoerd, in juni 2005 en in januari 2007. Het terrein heeft tot op heden een agrarische functie. De bestemmingsplannen omvatten woningbouw.
Administratieve gegevens Projectnaam Opdrachtgever Adres Contactpersoon, tel. Uitvoerder Projectleider Bureauonderzoek: Veldonderzoek: Bevoegd gezag Adres Contactpersoon bevoegd gezag, tel.: Start en duur onderzoek Provincie, gemeente en plaats plangebied Locatie/toponiem Kaartbladnummer RD-coördinaat van het plangebied CIS-code2 Oppervlakte plangebied Huidig grondgebruik Geplande bestemming plangebieden
Molenbeek te Nunspeet DHV R&M Oost Nederland BV Postbus 1150 6801 BD Arnhem W. Woortman; 026-3540423 Vestigia b.v. Archeologie & cultuurhistorie M. Diepeveen-Jansen M. Diepeveen-Jansen archeoloog R. Schrijvers fysisch geograaf M. Diepeveen-Jansen; E. Mulié archeoloog R. Schrijvers; O Ullrich fysisch geograaf Gemeente Nunspeet Postbus 79 8070 AB Nunspeet Dhr R. Jager; 341-2599111 deels gedaan in juli 2005; week 18 2007 vervolgonderzoek Gelderland; Nunspeet Molenbeek, ca. 10 ha 27B 182404 / 489193 13151 10 ha. Agrarisch Woningbouw
Het doel van het archeologisch onderzoek is het vaststellen of er archeologische en/of cultuurhistorische waarden binnen het plangebied aanwezig zijn die door de bouwwerkzaamheden verstoord dreigen te worden en, zo ja, de verwachte waardestelling ervan te bepalen in termen van beleving, fysieke en
2 Landelijk onderzoekmeldingsnummer door Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB/ARCHIS) uitgegeven bij aanvang
archeologisch onderzoek.
VESTIGIA b.v. Archeologie & cultuurhistorie
Rapportnr.: V241, eindversie 2.0, d.d. 5-2-2007
7
V05/546: Molenbeek te Nunspeet, gemeente Nunspeet
inhoudelijke kwaliteit, en vervolgens op basis hiervan een advies uit te brengen voor het vervolgtraject van de bouwplannen.
2.2
Onderzoeksmethode
De onderzoeksmethode omvat een bureauonderzoek met het doel een reconstructie van de natuurlijke omgeving, op basis van de geologie, geomorfologie en bodemopbouw van het omringende gebied. Hierop volgt een reconstructie van het gebruik van dit landschap door de mens door middel van een inventarisatie van historische en cartografische gegevens, van alle bekende archeologische vondsten en vondstcomplexen (als nederzettingen, graven of grafvelden), en het vaststellen van de aard, omvang en gaafheid van de aanwezige archeologische waarden. Tenslotte wordt op basis van de resultaten van de literatuurstudie en het bronnenonderzoek een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. Tevens is in kaart gebracht of en in hoeverre de bodem verstoord is door (sub)recente bodemingrepen en wat de gevolgen zijn van de geplande bodemingrepen voor eventueel aanwezige archeologische waarden. Het archeologisch verwachtingsmodel wordt getoetst en mogelijk aangevuld door middel van een verkennend en karterend booronderzoek. Het verkennende deel dient om het inzicht in de landschappelijke omgeving te verdiepen ter verklaring van de locatiekeuzen van de vroegere bewoners. Het karterende deel omvat een systematisch onderzoek naar intacte bodemprofielen van het oorspronkelijke archeologische landschap en aanwezigheid van sporen en vondsten.
Een waarderend booronderzoek vindt plaats indien bij vondsten de omvang van de vindplaats dient te worden bepaald. Een veldverkenning houdt in een inspectie van het oppervlak op vondstmateriaal en kan alleen worden uitgevoerd indien het terrein onbegroeid en onbedekt is. Op basis van de gegevens van het bureauonderzoek, booronderzoek en de veldverkenning zal een advies worden uitgebracht.
2.3
Toegankelijkheid onderzoeksgebied
Binnen het plangebied is sprake van een redelijke toegankelijkheid.
VESTIGIA b.v. Archeologie & cultuurhistorie
Rapportnr.: V241, eindversie 2.0, d.d. 5-2-2007
8
V05/546: Molenbeek te Nunspeet, gemeente Nunspeet
Onderzoeksresultaten
2.4
Bureauonderzoek
Het bureauonderzoek stelt zich ten doel de archeologische verwachting nader te definiëren en concentreert zich op de volgende punten: • een reconstructie van het verleden landschap van het plangebied en de directe omgeving; • de kartering van archeologische vondsten en complexen (bijvoorbeeld nederzettingen en/of grafvelden); • het inventariseren van historische en cartografische gegevens; • de relatie met specifieke landschappelijke kenmerken; • en de voorspellingswaarde van deze gegevens voor mogelijke archeologische sporen en/of vondsten binnen het plangebied; • de mate van (sub)recente verstoring van de bodem; • de mate van verstoring door de geplande bodemingrepen; • bepalen van de strategie van het booronderzoek en veldverkenning. Behalve de geraadpleegde bronnen (zie hoofdstuk 5, Geraadpleegde Literatuur) is informatie ingewonnen bij de verantwoordelijke voor monumentenzorg en archeologie in de gemeente Nunspeet, dhr J. de Leeuw; en de voorzitter van de Heemkundige Vereniging Nuwenspete, dhr H.J. Molenkamp.
2.4.1
Geologie, geomorfologie en bodemopbouw
Het plangebied is gesitueerd ten noorden van Nunspeet en is gelegen aan de noordrand van de Veluwe in het Midden-Nederlandse zandgebied. Het ligt 4,5 tot 5,5 meter boven NAP. Het gebied is voornamelijk opgebouwd uit dekzand, gelegen tegen en op de flanken van de stuwwal van de Woldberg. Deze stuwwal is gevormd door het landijs dat tijdens het Saalien (ongeveer 150.000 jaar geleden) tot Midden-Nederland reikte. De stuwwal bestaat hoofdzakelijk uit eerder gevormde afzettingen van de Rijn. Na de vorming van de stuwwal en vóór de definitieve terugtrekking van het ijs werd aan de noordrand van de Veluwe door smeltwaterafvoer een pakket grindrijke grove fluvioglaciale zanden afgezet tussen de stuwwal en de ijsrand.
Deze afzettingen vulden de laagte tussen de stuwwal en de ijsrand op tot een vlakte, die na de terugtrekking van het ijs als een soort smeltwaterterras (ook wel Kame terras genoemd) in het landschap achter is gebleven.3 Deze afzettingen behoren tot het Laagpakket van Schaarsbergen (Formatie van Drente).4 Tijdens het daarop volgende Eemien steeg de zeespiegel tot enkele meters boven het huidige niveau en overstroomden de laaggelegen gebieden aan de noordwestrand van de Veluwe; de klei die daar onder brakwater-omstandigheden is afgezet, wordt gerekend tot de Eem Formatie (nu op een diepte van 10 tot 40 meter beneden NAP).5 Gedurende het Weichselien (de laatste ijstijd) was er geen sprake van landijsbedekking in Nederland; er werd door de wind een zandpakket gevormd (dekzand, Formatie van Boxtel). Aan de noordzijde van de Woldberg zijn vrijwel evenwijdig aan de strekking van de stuwwal enkele dekzandruggen gevormd (afbeelding 2).
3 Stiboka 1979. 4 Mulder et al 2003. 5 Weerts et al. 2003.
VESTIGIA b.v. Archeologie & cultuurhistorie
Rapportnr.: V241, eindversie 2.0, d.d. 5-2-2007
9
V05/546: Molenbeek te Nunspeet, gemeente Nunspeet
Het sneeuwsmeltwater dat in perioden van dooi vrijkwam zorgde voor afspoeling van de toplaag van de stuwwallen (over de permanent bevroren ondergrond), waardoor naast een solifluctiedek ook fluvioperiglaciale afzettingen voorkomen aan de rand van de stuwwallen. Met het verdwijnen van de permafrost verloor het grootste deel van de dalen haar watervoerende functie; men spreekt daarom van ‘droge dalen’.6 De afzettingen behoren alle tot de Formatie van Boxtel.7 Tijdens het Holoceen (vanaf 10.00 tot heden) hebben verstuivingen van het dekzand geleid tot de vorming van stuifzandgebieden (laagpakket van Kootwijk, Formatie van Boxtel). Het ongelijkmatige reliëf was mede verantwoordelijk voor de slechte ontwatering van de Gelderse Vallei, waardoor plaatselijk veenontwikkeling mogelijk was. Daarnaast zorgde kwel vanuit de Veluwe voor vochtige omstandigheden, waardoor het veen zich in de laagtes tussen de dekzandruggen zijdelings kon uitbreiden. Dit veen behoort tot de Formatie van Nieuwkoop en wordt onder andere ten noorden van het plangebied aangetroffen (afbeelding 2). Bodemopbouw In de directe omgeving van het plangebied is op basis van hoogteligging in het landschap een opeenvolging van laag naar hoog van de hierna beschreven bodemtypen op te stellen (afbeelding 3). Gooreerdgronden: Deze gronden bezitten een zwarte minerale eerdlaag van ongeveer 15 tot 25 cm dikte.
Vaak komt onder de humushoudende bovengrond een zwak ontwikkelde humuspodzol-B voor. De kwaliteit van de bovengrond wordt ongunstiger geacht dan die van de beekeerdgronden.8 De ligging van deze gronden wijkt in de algemene situatie nauwelijks af van die van de beekeerdgronden. In de omgeving van het plangebied worden ze echter aangetroffen zowel in het beekdal van de Molenbeek (ontwikkeld in lemig materiaal) als op iets grotere absolute hoogte, op de flanken van de dekzandruggen. In het profiel komt weinig of geen roest voor. Beekeerdgronden: Deze kalkloze zandgronden worden gekenmerkt door een humushoudende bovengrond van ongeveer 15 tot 25 cm dikte. Zij komen overwegend voor in doorlopende laagten zoals beekdalen, broekgebieden en erosiedalen, vaak in afwisseling met de venige en kleiige beekdalgronden. De bodemopbouw is vaak sterk wisselend. Het noordelijk deel van het plangebied ligt op een beekeerdgrond. Veldpodzolgronden: Deze gronden behoren tot de categorie humuspodzolgronden zonder ijzerhuidjes om de zandkorrels. Ze zijn vaak gelegen op de locaties van vroegere heidevelden, waar plaggen werden gestoken voor de potstallen (zie enkeerdgronden). De aard van de vegetatie is waarschijnlijk niet doorslaggevend geweest bij de vorming, de hydrologische situatie des te meer.
De bodem heeft zich ontwikkeld in dekzand dat aan het oppervlak veelal een zwak golvend uiterlijk heeft. Hoge zwarte enkeerdgronden: De dikte van de humushoudende laag (esdek) bedraagt bij deze enkeerdgronden 50 cm tot zelfs meer dan 120 cm. Daaronder vindt men veelal een humuspodzol, waarvan meestal slechts een deel van de B-horizont nog aanwezig is. Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat het esdek hier direct op het onveranderde moedermateriaal (de C-horizont) ligt. In een groot deel van het gebied komen zwarte enkeerdgronden voor. Duinvaaggronden: Deze gronden komen voor in hoog boven het grondwater gelegen stuifzanden, ontstaan door verstuiving van dekzand. Onder het stuifzand bevindt zich veelal een haarpodzolgrond in het dekzand.
6 Eilander et al. 1982. 7 Weerts et al. 2003. 8 De Bakker/Schelling 1989.
VESTIGIA b.v. Archeologie & cultuurhistorie
Rapportnr.: V241, eindversie 2.0, d.d. 5-2-2007
10
V05/546: Molenbeek te Nunspeet, gemeente Nunspeet
Daar waar het opgestoven dek minder dan 120 cm dik is, bestaat de ondergrond vaak uit grindrijk grof zand.
2.4.2
Archeologische en cultuurhistorische waarden
De geschiedenis van Nunspeet is lange tijd gekoppeld aan die van Ermelo. Deze twee plaatsen vormden tot 1812 met Harderwijk het schoutambt Ermelo. In 1818 werden Nunspeet en Ermelo weer samengevoegd tot een gemeente, zoals ook nog op de gemeenteatlas van Kuijpers te zien is, en in 1972 opgesplitst in twee gemeenten. Op historische kaarten ligt het plangebied in het buitengebied ten noorden van Nunspeet met verspreide boerenbedrijven tussen de landbouwgronden.9 Op de kadasterkaart van Kuijper behoort het tot het Oosteinde. De percelen waar, op de historische kaarten, reeds bewoning aanwezig is, behoren niet tot het onderzoeksgebied. Het plangebied wordt begrensd door de Elburgseweg, het oude traject van de stoomtram volgend, de Bovenweg en de Molenweg. Beide laatste wegen droegen ook al in de 19e eeuw deze naam. Op de kaart van 1910 in de Historische Atlas Gelderland, herzien in 1910, heet de Bovenweg nog de Oude Winterweg. Op de kaart van De Man uit 1809 is de weg langs de Molenbeek zonder naam vermeld, op 18e-eeuwse kaarten ontbreekt de weg en zijn alleen de hoofdwegen (naar Harderwijk en Elburg) aanwezig. De stoomtram is hierop nog niet aanwezig, maar wel is het geplande traject aangegeven. De naam Boterdijk, die midden door het plangebied loopt, is vervangen door de huidige naam Wezenland.
Oude huisplaatsen zijn de Grote Bunte langs de Molenweg, nu een vakantieoord voor kinderen, en de Roode Schuur en de Veelhorst langs de Bovenweg/Molenbeek. Er staan geen monumenten uit de monumentenlijst van de gemeente Nijkerk of de provincie Gelderland binnen het plangebied.10
De Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW-kaart) toont de verwachte trefkans op archeologische waarden, gebaseerd op geologische en bodemkundige gegevens en op archeologische monumenten en waarnemingen. Deze staan in het Archeologisch Informatiesysteem (ARCHIS) vermeld. Archeologische monumenten zijn terreinen met een (zeer hoge) archeologische waarde, die ofwel fysiek (wettelijk en juridisch) beschermd worden; ofwel een planologische bescherming hebben en waarvoor in de voorschriften een aanlegvergunningstelsel is opgenomen. Archeologische waarnemingen zijn meldingen van archeologische vondsten en/of sporen van nederzettingen, grafvelden, akkersystemen, heiligdommen, enz., die nog niet gewaardeerd zijn. Op de IKAW-kaart staat het zuidelijke deel van het plangebied gemarkeerd als een gebied met een lage trefkans op archeologische waarden en een strook langs de Molenbeek in het noordelijke deel, als een gebied met een middelhoge trefkans op archeologische waarden, omdat de Molenbeek langs de zuidflank van een dekzandrug loopt (afbeelding 4). De hele kuststrook tussen Harderwijk en Elburg is onderzocht via veldverkenningen.11 De noordelijke helft van het plangebied maakte hier deel van uit. Er zijn geen archeologische of culuurhistorische vindplaatsen aangetroffen.
Van het plangebied zelf zijn evenmin oudere meldingen van waarnemingen of monumenten afkomstig en waren ook niet bekend bij de gemeente en de Heemkundige Vereniging Nuwenspete waar informatie ingewonnen is (afbeelding 4, bijlage 1). Ook in de directe omgeving van het plangebied ontbreken archeologische monumenten geheel en zijn archeologische waarnemingen schaars. De dichtstbijzijnde melding komt van de Bovenweg op ca. 250 m ten oosten van het plangebied (ARCHIS9 Zie digitale bronnen en atlassen. 10 Zie digitale bronnen.. 11 ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer 4352; ARCHIS-onderzoeksnummer 1044; Visscher 1994.
VESTIGIA b.v. Archeologie & cultuurhistorie
Rapportnr.: V241, eindversie 2.0, d.d. 5-2-2007
11
V05/546: Molenbeek te Nunspeet, gemeente Nunspeet
waarnemingsnummer 45717). Het omvat de vondst van enkele fragmenten aardewerk uit de LateMiddeleeuwen.12 Twee kilometer verder naar het oosten aan de Bovenweg, binnen het gebied met een hoge trefkans op archeologische waarden, is aardewerk gevonden uit de Romeinse tijd en de Middeleeuwen (ARCHIS-waarnemingsnummer 11643). Ten zuiden van het plangebied, op ca. 1 km afstand, zijn bij werkzaamheden aan het gemeentehuis enkele munten uit de Midden-Romeinse tijd gevonden, een messing sestertius en een zilveren antonius (ARCHISwaarnemingsnummer 7380, 7453). Ten noorden van het plangebied heeft men, binnen een straal van 2,5 km, op vijf plaatsen diverse vondsten uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd aangetroffen. Vier daarvan komen van huisplaatsen. Twee daarvan zijn terpen, dit zijn huisplaatsen die met plaggen en huishoudelijk afval zijn opgehoogd om droge voeten te houden (ARCHIS-waarnemingsnummer 33754, 33755). Een ervan is een omgrachte huisplaats, als kasteel Bijssel bekend, een andere melding hoort waarschijnlijk hierbij (ARCHIS-waarnemingsnummer 33757, 33760). De laatste melding (ARCHIS-waarnemingsnummer 33762) betreft de Brune Spiker of Spijcker. Waarschijnlijk verwijst deze naar een huisplaats die op 17e en 18eeeuwse kaarten staat, maar helemaal zeker is men er niet van. De enige vondstmelding van oudere datum ligt ten oosten van Nunspeet (ARCHIS-waarnemingsnummer 13522).
De vuurstenen afslag is niet gedateerd, maar vuurstenen werktuigen worden gebruikt van het Paleolithicum tot in de Bronstijd. 2.4.3
Verstorende bodemingrepen in het verleden en in de toekomst
Het plangebied had een agrarische bestemming en verstorende bodemingrepen hebben er, met uitzondering voor de bestaande boerderijen en mogelijk diepploegen of graven van afwateringsgreppels, niet plaats gevonden. Voor de aanvang van de bouw wordt het hele terrein met een laag zand van 0,5 meter opgehoogd. De geplande woningen zijn niet onderkelderd en de fundamenten gaan ca. 1 meter diep, dus ca, 0,5 meter in het oorspronkelijke oppervlak. Overige bodemingrepen omvatten de infrastructuur: wegcunetten en greppels voor riolen, leidingen e.d. De strook land langs de Bovenweg valt buiten de nieuwbouwplannen.
2.5
Archeologische verwachtingen
Op basis van het oorspronkelijke archeologische landschap, de uitgevoerde veldverkenningen en de IKAWkaart ligt het niet in de lijn der verwachting dat er archeologische sporen of vondsten aangetroffen zullen worden. De hoogste verwachting geldt de zone langs de Molenbeek in het noorden van het plangebied, maar gezien de dekzandrug ten noorden van de Molenbeek die nog steeds in het landschap zichtbaar is, worden eventuele vindplaatsen eerder ten noorden van de beek als ten zuiden ervan verwacht. Gezien het zandige bodemprofiel is de verwachte conservatiegraad van het organische vondstmateriaal slecht; van artefacten redelijk.
3 3.1
Veldonderzoek Vraagstelling onderzoek
Door middel van een booronderzoek zijn de fysisch-geografische en bodemkundige gegevens getoetst en is vastgesteld in hoeverre de oorspronkelijke bodemopbouw intact is met het oog op de aanwezigheid en de conservering van archeologische vindplaatsen.
12 Voor absolute dateringen, zie de chronologietabel in bijlage 1.
VESTIGIA b.v. Archeologie & cultuurhistorie
Rapportnr.: V241, eindversie 2.0, d.d. 5-2-2007
12
V05/546: Molenbeek te Nunspeet, gemeente Nunspeet
3.2
Onderzoeksmethode
Richtinggevend voor het onderzoek zijn de richtlijnen van de KNA.13 In juni 2005 is het onderzoek deels met een milieukundig onderzoek uitgevoerd, deels door een veldteam. In 2007 is het veldwerk door een veldteam uitgevoerd. Richtinggevend voor het onderzoek zijn de richtlijnen van de KNA, die stelt minimaal 6 boringen per ha met een handboor. 14 Voor het resterende deel van het plangebied zijn dat nog 41 boringen. Er is geboord met een edelmanboor (diameter 6cm). De boringen zijn met behulp van GPS ingemeten en op de boorpuntenkaart geplot. De NAP-hoogte is met behulp van de topografische kaart vastgesteld. De opgeboorde grond is handmatig en deels met een 4-mm zeef doorzocht op archeologische vondsten. De boorstaten zijn beschreven conform de NEN 510415, de bodemhorizonten zijn beschreven volgens De Bakker/Schelling16. De boorstaten zijn digitaal meegeleverd op de cd-rom. Een veldverkenning wasdoor de afdekkende grasmat niet zinvol, wel zijn de aanwezige molshopen doorzocht op archeologische indicatoren. Het booronderzoek wordt aangemeld bij ARCHIS, evenals de resultaten zoals voorgeschreven volgens art. 41 van de Monumentenwet (1988). De digitale documentatie wordt aangeleverd bij het e-depot.
3.3
Resultaten booronderzoek
Verspreid over het gebied zijn in de eerste fase van het veldonderzoek 53 boringen17 gezet; in de tweede fase is dat aantal aangevuld met 36 boringen.18 De einddiepte van de boringen variëert van 50 tot 400 cm beneden maaiveld. Van het boorplan dat is opgesteld voor de tweede fase van het booronderzoek zijn 5 boringen in het oosten van het plangebied komen te vervallen vanwege het ontbreken van betredingstoestemming (1106, 111, 1115, 1120, 175). Het algemene beeld dat uit de profielen van de boringen is af te leiden, is dat er slechts op enkele plaatsen binnen het plangebied restanten van de natuurlijke bodemopbouw terug te vinden zijn.19 Langs de noordelijke rand van het onderzoeksgebied zijn afzettingen aangetroffen die worden toegekend aan (de voorgangers van) de Molenbeek. Een duidelijke begrenzing van het beekdal was niet waarneembaar. In boringen 154, 1051, 1067, 1072 en 1073 is nog 10 cm van de overgangszone, de BC-horizont van inspoelingshorizont (B-horizont) naar het onveranderde moedermateriaal aangetroffen. In slechts twee boringen, 109 en 144, was nog een resatnat van de B-horizont zelf aanwezig. De overige boringen die in het plangebied geplaatst zijn, laten een profiel zien dat gekenmerkt wordt door een geroerde, deels opgebrachte toplaag.
Deze is veelal humushoudend tot humeus van aard en beslaat voor het grootste deel niet meer dan de bovenste 50 cm van het profiel. Slechts in een aantal boringen (10, 148, 157, 1035, 1043 en 1054) bereikt deze toplaag een dikte van meer dan 50 cm, maar niet meer dan 100 cm. De karakteristieken van de humushoudende toplaag zorgen ervoor dat de bodem niet meer als eerdgrond wordt beschouwd. De recente menselijke ingrepen in het profiel zijn van een zodanige aard, dat wordt afgezien van een onderverdeling in een van de ‘normale’ legenda-eenheden.20 In de FAO
13 Tol/Verhagen/Borsboom/Verbruggen 2004; voor KNA 3.1 is Leidraad SIKB richtinggevend. 14 zie ook Tol/Verhagen/Borsboom/Verbruggen 2004. 15 NNI 1989 16 Bakker/Schelling 1989 17 Juli 2005 18 Januari 2007; de geplande boringen ten noorden van de nieuwe noordgrens van het plangebied – zie afbeelding 5 – zijn komen te
vervallen. 19 Afbeelding 5 20 De Bakker/Schelling 1989, p. 49
VESTIGIA b.v. Archeologie & cultuurhistorie
Rapportnr.: V241, eindversie 2.0, d.d. 5-2-2007
13
V05/546: Molenbeek te Nunspeet, gemeente Nunspeet
classificatie zou de bodem op basis van de menselijke ingrepen tot de ‘Fimic Anthrosols’ worden gerekend.21 De overgang van de humushoudende, geroerde bovengrond naar het daaronder gelegen moedermateriaal tekent zich scherp af in het profiel. Los van wat recent materiaal baksteenfragmentjes, glas, geglazuurd aardewerk puin en een rubberen ringetje - zijn in de geroerde toplaag geen archeologische indicatoren in de boringen aangetroffen. In het noordelijk deel van het plangebied wordt het bovenste deel van het moedermateriaal plaatselijk gescheiden van een wat grofzandiger dieper gelegen pakket door een dun veenlaagje of een wat lemiger niveau. Onder in het profiel van deze boringen bevindt zich plaatselijk wat grind. Het onderzoeksgebied is overwegend in gebruik als weide- of hooiland, wat een slechte zichtbaarheid impliceert voor oppervlaktevondsten. Slechts een klein deelgebied (rond boring 97) was in gebruik als maïsakker. Hier zijn alleen baksteenfragmenten en geglazuurd (recent) aardewerk aangetroffen. In overige gebieden leverden molshopen dezelfde vondstcategorieën op.
21 FAO 1988
VESTIGIA b.v. Archeologie & cultuurhistorie
Rapportnr.: V241, eindversie 2.0, d.d. 5-2-2007
14
V05/546: Molenbeek te Nunspeet, gemeente Nunspeet
4
Conclusies en aanbevelingen
Het plangebied Molenbeek te Nunspeet ligt volgens de IKAW-kaart in een gebied met een deels lage en deels middelhoge verwachting op archeologische waarden. Binnen het plangebied ontbreken archeologische en cultuurhistorische waarden geheel en ook in de directe omgeving zijn zij schaars. Het booronderzoek toonde aan dat het oorspronkelijke archeologische landschap voor het grootste gedeelte verstoord was. Slechts in een klein aantal boringen was nog een deel van de oorspronkelijke bodemopbouw intact. Oude landbouwgronden in de vorm van plaggendekken (enkeerdgronden), waaronder vaak prehistorische bewoningssporen bewaard zijn gebleven, ontbraken binnen het plangebied. Voorts zijn er tijdens het veldonderzoek in de boormonsters geen aanwijzingen aangetroffen voor menselijke aanwezigheid gedurende de prehistorie of de Middeleeuwen in de vorm van vuursteen, aardewerkscherven; metalen, glazen of objecten van organisch materiaal; houtskoolresten; menselijk of dierlijk botmateriaal, enz. Alleen werd in de bouwvoor en in molshopen recent materiaal aangetroffen. Voor de twee percelen waar geen betredingstoestemming werd verkregen gelden dezelfde verwachtingen wat betreft bodemopbouw en aanwezigheid van archeologische indicatoren. Op een dergelijke korte afstand verandert het bodemprofiel niet. Op basis van de onderzoeksresultaten die geen aanleiding geven adviseert Vestigia b.v.
Archeologie & cultuurhistorie derhalve geen nader archeologisch onderzoek en ziet geen bezwaar tegen de voortgang van de bouwplannen, ook wat betreft de percelen waarvoor geen betredingstoestemming werd verkregen. Het verdient echter aanbeveling om de uitvoerder van eventueel grondwerk te wijzen op de plicht, zoals aangegeven staat in de monumentenwet 1988, artikel 47, lid 122, om archeologische vondsten te melden bij het bevoegd gezag, in deze: Gemeente Nunspeet Provincie Gelderland Ruimtelijke Ordening Dienst REW, afd. Monumenten en Archeologie t.a.v. dhr D. Jager t.a.v. mevr. drs. M. de Rooij Postbus 79 Postbus 9090 8070 AB Nunspeet 6800 GX Arnhem Tel. 0341-259911 Tel.: 026-3599111
22 In artikel 49 lid 1 van deze wet staat aangegeven dat, indien noodzakelijk, de minister kan gelasten om het werk voor bepaalde of
onbepaalde tijd geheel of gedeeltelijk stil te leggen. In lid 2 van dit artikel staat aangegeven dat schade veroorzaakt door maatregelen zoals bedoeld in het eerste lid, de schade door de Staat wordt vergoed. Gezien lid twee kan worden gesteld dat artikel 49 slechts in zeer uitzonderlijke gevallen wordt gehanteerd. De kans dat dergelijke omstandigheden zich voordoen binnen het onderzoeksgebied is klein.
VESTIGIA b.v. Archeologie & cultuurhistorie
Rapportnr.: V241, eindversie 2.0, d.d. 5-2-2007
15
V05/546: Molenbeek te Nunspeet, gemeente Nunspeet
5
Geraadpleegde literatuur
Digitale bronnen het Centraal Archeologisch Archief (CAA); het Centraal Monumenten Archief (CMA); de Indicatieve kaart van Archeologische Waarden (IKAW); het Archeologisch Informatiesysteem (ARCHIS); Altlassen 18e eeuw (cd-rom), uitgeverij Alvo (www.onserfgoed.com); de Cultuurhistorische Monumenten van de website van de provincie Gelderland: http://geodata.prv.gelderland.nl/km/monumenten/monumenten/index_km_monumenten.html; de website van de Heemkundige Vereniging Nuwenspete: www.nuwenspete.nl; topografische kaart en kadastrale kaart uit 1832 van Nijkerk Oosteind, sectie A, tweede blad, www.dewoonomgeving.nl; topografische kaart en kadastrale kaart uit 1865-1870 van Ermelo, Kuypers gemeente atlas 18651870: http://www.rat.de/kuijsten/atlas. Atlassen Gewestkaarten van de Nederlanden door Jacob van Deventer 1536-1545. Met een picturale weergave van kerken en kloosters, 1994: Bijlage 3 (1, 2) Gelderland 1556, Nunspeet, Weesp/Alphen aan den Rijn. Grote historische atlas Nederland 1:50.000, 1990: 3 Oost-Nederland 1830 – 1855, blad 44, Groningen (Wolters-Noordhoff). Grote topografische atlas van Nederland 1:50.00019973 (1987): 3 Oost-Nederland, blad 44, Groningen (Wolters-Noordhoff). Grote provincie atlas Gelderland/Veluwe 1:25.000, 19972 (1991): blad 16, Groningen (WoltersNoordhoff).
Historische atlas Gelderland, Chromotopografische kaart des Rijks 1:25000, 1989: kaartblad 354, Robas producties. Nieut Kaert Boeck van de XII Nederlandsche Provincien, 1990: Translania Provincia vilgo OverIJssel auctore N. ten Have Emendata A F. de Wit, Alphen aan den Rijn (heruitgave F. de wit 16701672). Topografische kaart van de Veluwe en de Veluwezoom 1802-1812, 1984: van M.J. de Man, blad 26, 27, Alphen aan de Rijn. Literatuur Bakker, H. de/J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland. De hogere niveaus. Wageningen (Staring Centrum). Eilander, D.A./J.L. Kloosterhuis/F.H. de Jong/J. Koning, 1982: Bodemkaart van Nederland, Schaal 1:50000. Toelichting bij de kaartbladen 26 Oost Harderwijk en 27 West Heerde, Wageningen (Stichting voor Bodemkartering). FAO-Unesco-ISRIC, 1988: Revised legend of the FAO-Unesco soil map of the World, World Soil Resources Reports 60, Rome (FAO). Nederlands Normalisatie Instituut, 1989: Geotechniek: Classificatie van onverharde grondmonsters, Delft (NEN 5104) Mulder, E.F.J. de/M.C. Geluk/I.L. Ritsema/W.E. Westerhoff/Th.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland, Groningen/Houten. SIKB, 2006: Leidraad Inventariserend Veldonderzoek, deel karterend booronderzoek.
VESTIGIA b.v. Archeologie & cultuurhistorie
Rapportnr.: V241, eindversie 2.0, d.d. 5-2-2007
16
V05/546: Molenbeek te Nunspeet, gemeente Nunspeet
-
-
Stiboka, 1979: Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50000. Toelichting bij de kaartbladen 33 West, Apeldoorn en 33 Oost, Apeldoorn, Wageningen (Stichting voor Bodemkartering). Tol, A.J./J.W.H.P. Verhagen/A.Borsboom/M.Verbruggen, 2004: Prospectief boren; een studie naar de betrouwbaarheid en toepasbaarheid van booronderzoek in de prospectiearcheologie, RAAP-rapport 1000, Amsterdam. Visscher, H.C.J., 1994: Archeologische kartering en inventarisatie II. Onderzoek ten behoeve van de verwachtingskaart, Amsterdam (RAAP-rapport 72). Weerts, H.J.T./P. Cleveringa/J.H.J. Ebbing/F.D. de Lang/W.E. Westerhoff, 2003: De lithostratigrafische indeling van Nederland – Formaties uit het Tertiair en Kwartair, Utrecht (TNO-NITG). Zagwijn, W.H./C.J. van Staalduinen, 1975: Toelichting bij Geologische Overzichtskaarten van Nederland. Haarlem (Rijks Geologische Dienst).
VESTIGIA b.v. Archeologie & cultuurhistorie
Rapportnr.: V241, eindversie 2.0, d.d. 5-2-2007
17
V05/546: Molenbeek te Nunspeet, gemeente Nunspeet
6
Afbeeldingen en bijlagen
Afbeelding 1: Afbeelding 2: Afbeelding 3: Afbeelding 4:
Locatie plangebied Geologische kaart Bodemkaart Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden, Archeologische Monumenten en ARCHIS-waarnemingen
Bijlage 1: Bijlage 2:
Tabel met Archeologische monumenten en ARCHIS-waarnemingen Boorstaten (cd-rom)
VESTIGIA b.v. Archeologie & cultuurhistorie
Rapportnr.: V241, eindversie 2.0, d.d. 5-2-2007
18
Afbeeldingen
Molenbeek
Gemeente Nunspeet 600.000
550.000
500.000
491000
450.000
400.000
250.000
200.000
150.000
100.000
300.000
50.000
0
350.000
490000
AFBEELDING 2 GEOLOGISCHE KAART 27 WEST LEGENDA Geologische Kaart 27west
489000
bebouwd boxtel (fluvioperiglaciaal) boxtel (kootwijk) boxtel (jong dekzand 1) boxtel (jong dekzand) Drente Enschede-harderwijk Naaldwijk Nieuwkoop water Grens plangebied
488000
Bron: Geologische kaart, Blad 27 west. Haarlem (Rijks Geologische Dienst). (Niet gepubliceerd)
JANUARI 2006/KK/RS
487000
N N N N N
180000
181000
182000
183000
184000
185000
Molenbeek
gemeente Nunspeet 600.000
550.000
500.000
450.000
400.000
250.000
200.000
150.000
100.000
490000
300.000
50.000
0
350.000
AFBEELDING 3 BODEMKAART
LEGENDA Bebouwde Kom Plangebied bureauonderzoek Bodemkaart Nederland
488000
489000
Hoge zwart enkeerdgrond Duinvaaggrond, leemarm fijn zand Gooreerdgrond, leemarm Beekeerdgrond Moerige eerdgrond Waardveengrond Gooreerdgrond, lemig Duinvaaggrond, leemarm grof zand
Bron: Bodemkaart blad 27 west Alterra Wageningen 181000
182000
183000
184000
JANUARI 2006 / KK
N N N N N
Molenbeek
gemeente Nunspeet 600.000
550.000
33.762 33.762
500.000
490000
450.000
400.000
45.717 45.717
250.000
200.000
150.000
100.000
300.000
33.760 33.760 33.757 33.757
50.000
0
350.000
AFBEELDING 4
489000
Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden, archeologische monumenten en ARCHIS-waarnemingen LEGENDA Archeologisch hoge verwachtingswaarde Archeologisch middelhoge verwachtingswaarde Archeologisch lage verwachtingswaarde Monument met nummer Archiswaarneming met nummer
488000
Bebouwing (niet gekarteerd) Water Plangrens onderzoek
487000
7.453 7.453 7.380 7.380
486000
JANUARI 2006 / KK
N N N N N
180000
181000
182000
183000
184000
Molenbeek
Gemeente Nunspeet 600.000 BOVENW
BOVE
NWE
EG
G
550.000
171 171 171 171 171 171 Beek
489500
162 162 162 162 162 162
500.000
155 155 155 173 173 163 163 155 155 155 163 173 173 173 163 163 163 173
1613 1613 1613 1613 1613 1613 ELB
AND ENL
URG ERW
WEZ
BOV
450.000
EG
BOVENWEG
156 156 156 156 156 156
EG ENW
400.000
61 61 75 61 75 61 61 75 75
157 157 157 157 157 157
183 183 183 183 183 183
EN
86 86 86 86 86
LA AN
1003 1003 1003 1003 1003
1004 1004 1004 1004 1004
BU RG
17 17 17 17 17 17 36 36 36 36 36 36
1047 1047 1047 1047 1047 1047 1050 1050 1050 1050 1050
109 109 109 109 109 109
489000
111 111 111 111 111 111
1052 1052 1052 1052 1052 45 45 45 1051 1057 45 45 45 1051 1057 1051 1051 1057 1057 1057 1052 1051
G ERWE
143 143 143 143 143 143
95 95 95 95 95 95
144 123 123 123 144 144 144 123 123 123 144
112 112 112 112 112 112
1054 1054 1054 1054 1054 1054 80 80 80 80 80 80
250.000
GE GE OR
170 170 170 170 170 170
1005 1005 1005 1005 1005 1005
1009 1009 1009 1009 1009 1009
1082 1082 1082 1082 1082 1082
1104 1104 1104 1104 1104 1104
LEGENDA Huidige topografie
1088 1088 1088 1088 1088 1088
OE
NE
NB UR
GW
Grens plangebied bureauonderzoek Nieuwe noordgrens plangebied Geen bodemingrepen
EG
160 160 160
Geen betredingstoestemming (jan.'07)
1067 1067 1067 154 1067 1067 1067 154 154 154 154 1072 1072 1072 1072 1072 1072
59 59 59 59 59 59
HULL
132 132 132 132 132 132
122 122 122 122 122 122
65 65 65 65 65 65
49 49 49 29 29 29 29 29 29
151 151 151 151 151
120 120 120 120 120 120
91 91 91 91 91 91
1043 1043 1043 1043 1043 1043
48 48 48
43 43 43 43 43 43
1040 1040 1040 1040 1040 1040
AFBEELDING 5 RESULTATEN BOORONDERZOEK
140 140 140 140 140
107 107 107 107 107 107
200.000
0
ST ER
54 54 54 54 54 54 47 47 47 47
129 129 129 129 129 129
1033 1033 1033
(N3 10)
28 28 28 28 28 28
106 106 106 106 106 106
BR
EI TN
300.000
EG
HULLERWEG
34 34 34 34 34 34
AND ENL
25 25 25 25 25 25
WEZ
10 10 10 10 10 10
177 177 177 177 177 177
148 148 148
URG ERW
G WE LEN MO
33 33 33 33 33 33
88 88 88 88 88 88
ELB
1022 1022 1022 1022 1022 1022 1028 1028 1028 1028 1028 1028 1029 1029 1029 1029 1029 1029 1035 1035 1035 1035 1035
39 39 39 39 39 15 15 15 15 15 15
63 63 63
1017 1017 1017 1017 1017 1016 1016 1016 1016 1016 1016 1017
31 31 31 31 31 31
150.000
350.000
166 166 166 166 166
137 137 137 137 137 137
116 116 116 116 116 116
100.000
1010 1010 1010 1010 1010 1010
1008 1008 1008 1008 1008 1008
50.000
11 11 11 11 11
JO S LU SS
SWEG MAN
RA AT
KOL
Boringen 2005
1073 1073 1073 1073 1073 1073
Boringen januari 2007
97 97 97 97 97 97
AC profiel - geroerde bovengrond; scherpe overgang naar onveranderd moedermateriaal AC profiel - geroerde/humeuze toplaag >50cm dik
MO
69 69 69 69 69 69
LE NW EG
82 82 82 82 82 82
BC-horizont nog (deels) aanwezig WEZ
B-horizont nog (deels) aanwezig
AND ENL
E BUNTE GROT LA
AN
WEG
MOLE NWEG
BU EL
ER RG
EG W
F.
182000
A.
M O
LI
JN
FEBRUARI 2007/RS
488500
N N N N N
LA AN
182500
183000
Bijlage 1 Overzicht archeologische monumenten en waarnemingen
Bijlage 1 Tabel met in ARCHIS gedocumenteerde monumenten en waarnemingen in de omgeving van het plangebied Molenbeek te Nunspeet, gemeente Nunspeet
ARCHIS nummer
Toponiem
Vondst /Complex
Datering
7380
Gemeentehuis
Messing munt, sestertius
Midden-Romeinse tijd
7453
Gemeentehuis
Zilveren munt, antonianus
Midden-Romeinse tijd
11643
Bovenweg
Aardewerk
13522
-
Vuursteenafslag
Romeinse tijd Vroege- en Late-Middeleeuwen Paleolithicum tot Bronstijd
33754
-
Nieuwe tijd
33755
Bliksweg
33757
Kasteel Bijssel
33760
-
33762
-
Grote huisterp Aardewerk; duiten en Willemcenten Terp op lage dekzandrug Aardewerk Waarschijnlijk een omgrachte huisplaats: aardewerk, munt, gespscharnier, musketkogels, knopje van kast Hoort waarschijnlijk bij kasteel Bijssel Aardewerk en zilveren gesp Brune Spiker, waarschijnlijk een huisplaats
45717
Bovenweg
Aardewerk
Late-Middeleeuwen
Periode
Van - tot
Paleolithicum
tot 8800 voor Chr.
Mesolithicum
8800 – 4900 voor Chr.
Neolithicum
5300 – 2000 voor Chr.
Bronstijd
2000 – 800 voor Chr.
IJzertijd
800 – 12 voor Chr.
Romeinse tijd
12 voor Chr. – 450 na Chr.
Middeleeuwen
450 – 1500 na Chr.
Nieuwe tijd
1500 – heden
Vroeg-Romeinse tijd Midden-Romeinse tijd Laat-Romeinse tijd Vroege-Middeleeuwen Late-Middeleeuwen
Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd Late-Middeleeuwen Late-Middeleeuwen en Nieuwe tijd Nieuwe tijd
12 voor-70 na Chr. 70-270 na Chr. 270-450 na Chr. 450-1050 na Chr. 1050-1500 na Chr.
Bijlage 2 Boorstaten (cd-rom)
Toelichting bij de boorstaten Textuur / Org. De grondsoorten driehoeken (NEN 5104)
aug. 2004/RS
; de natuurlijke monsters vallen meestal in de gearceerde delen van de driehoeken
G sx G z1 G z2 G z3 G z4 g1 g2 g3
grind siltig grind zwak zandig grind matig zandig grind sterk zandig grind uiterst zandig zwak grindig matig grindig sterk grindig
V km V k1 V k3 V z1 V z3
veen mineraalarm veen zwak kleiig veen sterk kleiig veen zwak zandig veen sterk zandig
h1 h2 h3
zwak humeus matig humeus sterk humeus
K s1 K s2 K s3 K s4
klei zwak siltig klei matig siltig klei sterk siltig klei uiterst siltig
K z1 K z2 K z3
klei zwak zandig klei matig zandig klei sterk zandig
L z1 L z3
leem zwak zandig leem sterk zandig
Z kx Z s1 Z s2 Z s3 Z s4
zand kleiig zand zwak siltig zand matig siltig zand strerk siltig zand uiterst siltig
Veen/humusgehalte vermeld in kolom 'Org.'; overig vermeld in kolom 'Textuur' Kleur bl blauw br bruin ge geel gn groen gr grijs ol olijf or oranje pa paars ro rood rz roze toevoegingen wi wit d zw zwart l vorming code: toevoeging - secundaire kleuring - primaire kleur (vb. lbrgr : lichtbruingrijs) plr plantenresten plr plantenresten - ongedifferentiëerd h hout r riet z zegge M50 in geval van textuurklasse zand: mediaan korrelgrootte (in micrometers) GW grondwater ghg gemiddeld hoogste grondwaterstand gw grondwaterstand glg gemiddeld laagste grondwaterstand or oxydatie/reductie o geheel geoxideerd or oxidatie/reductie r geheel gereduceerd Ca Kalkgehalte 0 kalkloos 1 kalkarm 2 kalkrijk Fe IJzergehalte 0 ijzerloos 1 ijzerarm 2 ijzerrijk M Monstername hk Houtskool (+ indien aanwezig) bot verbrand/onverbrand bot (+ indien aanwezig) aw aardewerk (+ indien aanwezig) ns natuursteen (+ indien aanwezig) met metaal (+ indien aanwezig) horiz horizontbenaming cf. De Bakker & Schelling (zie onder) bijzonderheden ger. geroerd Fe-vl. gevlekt door ijzerneerslag Fe-c ijzerneerslag in concreties Mn mangaan bakst. baksteengruis sch. schelpgruis/schelpjes ongedifferentieerd GM Geen monster # Begin- / eindpunt guts end einde boring
donker licht
Bodemclassificatie Bakker, H. de & J. Schelling, 1966: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland. De hogere niveaus. Pudoc, Wageningen Bakker, H. de & J. Schelling, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland. De hogere niveaus, 2e herziene uitgave. Winand Staring Centrum, Wageningen F.A.O. 1988; FAO-Unesco soil map of the world, revised legend . World Soil Resources Report 60, FAO, Rome.
FAO/Unesco, 1988
De Bakker & Schelling, 1966, 1989 Afwijking van FAO
Hoofdhorizonten H O A E B
C R
Organische horizont, ontstaan door organische accumulatie op het minerale oppervlak; langdurig met water verzadigd; maakt geen deel uit van de minerale bodem Organische horizont, ontstaan door organische accumulatie op het minerale oppervlak; nooit met water verzadigd; maakt geen deel uit van de minerale bodem Minerale horizont (lager gehalte organische koolstof dan H/O horizont) accumulatie van intensief met minerale bestanddelen gemengde gehumificeerde organische stof; of morfologie door bodemvorming, zonder kenmerken van E/B hor. Minerale horizont; belangrijkste kenmerk: eluviatie van kleimineralen, ijzer, aluminium of een combinatie daarvan. -> relatieve verrijking aan kwarts en andere mineralen in zand/silt-fractie. Minder organische stof/lichter van kleur dan A; lichter/grover dan B Horizont waarin gesteentestructuur afwezig of sterk vervaagd is; gekenmerkt door: concentratie van ingespoelde kleimineralen/ijzer/aluminium/organische stof residuaire concentratie van sesquioxyden; verwering van moedermateriaal, leidend tot nieuwvorming van kleimineralen/oxyden; Minerale horizont van ongeconsolideerd materiaal; geen kenmerken van een van de overige horizonten; verwering is mogelijk Aaneengesloten laag van vast gesteente
Onderscheid tussen H en O horizonten wordt niet gemaakt; oftewel: verzadiging vormt geen onderscheidend criterium 1966: AO <--> 1989: O 1966: A1 <--> 1989: A
1966: A2 <--> 1989: E
1966: deel van C <--> 1989: Bw 1966: G <--> 1989: onderscheid naar C/Cr
Overgangshorizonten "AB" "E/B"
eigenschappen van boven- of onderliggende horizont komen tegelijkertijd voor in een horizont komen begrensbare gedeelten voor met eingenschappen van verschillende horizonten
Lettertoevoegingen FAO/Unesco, 1988
De Bakker & Schelling, 1966, 1989 Afwijking van FAO a : geheel/gedeeltelijk door mens van elders aangevoerd 1966: an <--> 1989: a
b c
begraven horizont concreties; meestal met 2e letter die aard van concreties aanduidt
g h i j k
vlekking door variatie in oxydatie/reductie (gleyverschijnselen) accumulatie van organische stof (bij A alleen bij onverstoord) permafrost jarosiet calciumcarbonaat
m n o p q r s t u w x y z
sterk gecementeerd; vaak met 2e letter die aard van cementatie aanduidt accumulatie van natrium residuaire accumulatie van sesquioxyden verstoring door ploegen en vergelijkbare antropogene ingrepen accumulatie van silica sterke reductie (grondwaterinvloed) illuviale accumulatie van sesquioxyden illuviale accumulatie van lutum onderverdeling gewenst; echter zonder betekenis verwering in situ fragipan accumulatie van (pedogeen) gips accumulatie van zouten die beter oplosbaar zijn dan gips
Cijfertoevoegingen ….2 nadere onderverdeling van horizont 2…. aanduiding van lithologische discontinuïteit
extreem ijzerrijke horizont (géén ingespoeld ijzer) e : ontijzerde B en C (1966: - ) f : omgezette doch herkenbare plantenresten 1966: v <--> 1989: h (deels) half of minder gerijpt materiaal (bij C horizont) (1966: - ) kattekleivlekken
l : vers/nauwelijks aangetast strooisel
geheel gereduceerd (1966: - ) 1966: 1966: - <--> 1989: ongespecificeerd 1966: -
datum
naam
boorpuntnummer
projectnaam
boormethode
28/06/05
Mulié/ Ullrich
11
Nunspeet - Molenbeek
Edelman (6 cm)
coördinaten
hoogte (m ± NAP)
geologie
x
z
opmerkingen
y
diepte
textuur org. kleur plr M50
10
Zs1
H2
dgr
20
Zs1
H2
30
Zs1
H2
40
Zs1
50
Zs1
60
GW
or
Ca Fe M
hk
bot aw
ns
met
horiz bijzonderheden
105-210
o
0
Ap
geroerd
dgr
105-210
o
0
Ap
geroerd
dgr
105-210
o
0
Ap
geroerd
H2
dgr
105-210
o
0
Ap
geroerd
H2
dgr
105-210
o
0
Ap
geroerd
Zs1
H1
gr/lgr
105-210
or
0
A
lichte bandjes, beekafzetting
70
Zs1
H1
gr/lgr
105-210
or
0
A
lichte bandjes, beekafzetting
80
Zs1
lge
105-210
or
0
C
72-74 humeus-detritieus bandje
90
Zs1
lge
105-210
or
0
C
100
Zs1
lge
105-210
or
0
C
110
Zs1
120
Lz3
130 140
lge
105-210
or
0
gr
2-50
or
0
112-116, licht detritieus, Zs1
Zs1
lgegr
210-300
or
0
matig grindig
Zs1
lgegr
210-300
or
0
matig grindig, 135 end
H1
150 160 170 180 190
200 210 220 230 240
250 260 270 280 290
300 * boorpuntnummer is projectcode-Vkmolgnummer boorpunt * diepte in cm-mVkm * textuur, organische stof, kalk- en ijzergehalte Vkmolgens De Bakker & Schelling (Stiboka, 1966) * archeologische indicatoren: hk=houtskool, bot=Vkmerbrand/onVkmerbrand bot aw=aardewerk, ns=natuursteen, met=metaal * bijzonderheden: bijVkm. laklaag, antropogene gronden, Vkmerstoord, sedimentaire structuren, etc.
datum
naam
boorpuntnummer
projectnaam
boormethode
28/06/05
Mulié/ Ullrich
17
Nunspeet - Molenbeek
Edelman (6 cm)
coördinaten
hoogte (m ± NAP)
geologie
x
z
opmerkingen
y
diepte
textuur org. kleur plr M50
10
Zs1
H2
brgr
20
Zs1
H2
30
Zs1
H2
40
50 60
Zs1
70
Zs1
80
Zs1
90
100
GW
or
Ca Fe M
hk
bot aw
105-210
o
0
Ap
geroerd
brgr
105-210
o
0
Ap
geroerd
brgr
105-210
o
0
Ap
geelVlekkig
Zs1
lge
105-210
o
1
Ca
licht Fe-Vl.
Zs1
lge
105-210
o
1
Ca
licht Fe-Vl.
H2
grbr
105-210
o
0
x
Aa
geroerd
H2
grbr
105-210
o
0
x
Aa
slootVulling
lge
105-210
o
0
C
Zs1
lge
105-210
o
0
C
Zs1
lge
105-210
o
0
C
110
Zs1
lge
105-210
o
1
C
Fe-Vl.
120
Zs1
lge
105-210
or
0
C
112-120 dunne Silt-detr. bandjes
130
Zs1
lge
105-210
or
0
C
140
Vkm
br
or
0
detritus
150
Lz3
br
2-50
or
0
zandig, 140-146
160
Zs1
lgegr
210-300
or
0
sterk grindig
170
Zs1
lgegr
210-300
or
0
sterk grindig
180
Zs1
lgegr
210-300
or
0
sterk grindig, 175 end
190
200 210 220 230 240
250 260 270 280 290
300 * boorpuntnummer is projectcode-Vkmolgnummer boorpunt * diepte in cm-mVkm * textuur, organische stof, kalk- en ijzergehalte Vkmolgens De Bakker & Schelling (Stiboka, 1966) * archeologische indicatoren: hk=houtskool, bot=Vkmerbrand/onVkmerbrand bot aw=aardewerk, ns=natuursteen, met=metaal * bijzonderheden: bijVkm. laklaag, antropogene gronden, Vkmerstoord, sedimentaire structuren, etc.
ns
met
horiz bijzonderheden
datum
naam
boorpuntnummer
projectnaam
boormethode
28/06/05
Mulié/ Ullrich
28
Nunspeet - Molenbeek
Edelman (6 cm)
coördinaten
hoogte (m ± NAP)
geologie
x
z
opmerkingen
y
diepte
textuur org. kleur plr M50
10
Zs1
H2
gr
20
Zs1
H2
30
Zs1
H2
40
Zs1
50
Zs1
60
GW
or
Ca Fe M
hk
bot aw
105-210
o
0
Ap
geroerd
br
105-210
o
0
Ap
geroerd
br
105-210
o
0
Ap
geroerd
H1
lge
105-210
o
0
x
Aap br humeus bandjes, hk
H1
lge
105-210
o
0
x
Aap hk, basis humeuze brokjes
Zs1
lge
105-210
o
1
C
70
Zs1
lge
105-210 ghg
or
0
C
80
Zs1
lge
105-210
or
0
C
90
Zs1
lge
105-210
or
0
C
100
Zs1
lge
105-210
or
0
C
110
Zs1
lge
105-210
or
0
C
120
Vkm
dgrbr
or
0
detritus Vanaf 115 tot 124, humeus
130
Lz3
grbr
2-50
or
0
tot 129, detritieus
140
Zs1
lgr
210-300
r
0
sterk grindig, boVenin grindlaagje
150
Zs1
lgr
210-300
r
0
sterk grindig, 145 end
160 170 180 190
200 210 220 230 240
250 260 270 280 290
300 * boorpuntnummer is projectcode-Vkmolgnummer boorpunt * diepte in cm-mVkm * textuur, organische stof, kalk- en ijzergehalte Vkmolgens De Bakker & Schelling (Stiboka, 1966) * archeologische indicatoren: hk=houtskool, bot=Vkmerbrand/onVkmerbrand bot aw=aardewerk, ns=natuursteen, met=metaal * bijzonderheden: bijVkm. laklaag, antropogene gronden, Vkmerstoord, sedimentaire structuren, etc.
ns
met
horiz bijzonderheden
boVen Fe-Vl.
tot 115
datum
naam
boorpuntnummer
projectnaam
boormethode
28/06/05
Mulié/ Ullrich
29
Nunspeet - Molenbeek
Edelman (6 cm)
coördinaten
hoogte (m ± NAP)
geologie
x
z
opmerkingen
y
diepte
textuur org. kleur plr M50
10
Zs1
H2
grbr
20
Zs1
H1
30
Zs1
H1
40
Zs1
H1
50
Zs1
60
Zs1
70 80
or
Ca Fe M
105-210
o
0
br
105-210
o
0
br
105-210
o
0
br
105-210
o
0
H1-2 br
105-210
o
0
Aap Vlekkig, geband
H1-2 br
105-210
o
0
Aap Vlekkig, geband, tot 63
Zs1
lge
105-210
o
0
C
Zs1
lge
105-210
o
0
C
90
Zs1
lge
105-210
o
0
C
100
Zs1
lge
105-210
r
0
C
110
Lz3
brgr
2-50
r
0
98-103, zandig, l detritieus
120
Gz2
lgr
>2000
r
0
Vanaf 103 tot 115 grindlaagje
130
Zs1
lgr
210-300
r
0
125 end
H1
GW
hk
bot aw
ns
met
horiz bijzonderheden
Ap
geroerd
x
Ap
hk
x
Ap
hk
x
Ap
hk, tot 35
140
150 160 170 180 190
200 210 220 230 240
250 260 270 280 290
300 * boorpuntnummer is projectcode-Vkmolgnummer boorpunt * diepte in cm-mVkm * textuur, organische stof, kalk- en ijzergehalte Vkmolgens De Bakker & Schelling (Stiboka, 1966) * archeologische indicatoren: hk=houtskool, bot=Vkmerbrand/onVkmerbrand bot aw=aardewerk, ns=natuursteen, met=metaal * bijzonderheden: bijVkm. laklaag, antropogene gronden, Vkmerstoord, sedimentaire structuren, etc.
datum
naam
boorpuntnummer
projectnaam
boormethode
27/06/05
Mulié/ Ullrich
31
Nunspeet - Molenbeek
Edelman (6 cm)
coördinaten
hoogte (m ± NAP)
geologie
x
z
opmerkingen
y
diepte
textuur org. kleur plr M50
10
Zs1
H2
brgr
20
Zs1
H2
30
Zs1
H2
40
Zs1
H2
50
Zs1
60
GW
or
Ca Fe M
hk
bot aw
105-210
o
0
Ap
geroerd
brgr
105-210
o
0
Ap
geroerd
brgr
105-210
o
0
Ap
geroerd
brgr
105-210
o
0
Ap
geroerd, tot 45
lge
105-210
o
0
C
Zs1
lge
105-210
o
0
C
70
Detritus
br
o
0
80
Zs1
lge
105-210
o
0
90
Zs1
lge
105-210
o
0
100
Zs1
lge
105-210
o
0
110
Zs1
lge
105-210
o
0
120
Zs1
lge
105-210
o
0
130
Zs1
lge
105-210
o
0
140
Zs1
lge
105-210
o
0
Siltige bandjes
150
Zs1
lge
105-210
o
0
Siltige bandjes
160
Gz4
lgr
>2000
r
0
sterk zandig
170
Gz4
lgr
>2000
r
0
sterk zandig
180
Gz4
lgr
>2000
r
0
sterk zandig
190
Gz4
lgr
>2000
r
0
sterk zandig
200
Gz4
lgr
>2000
r
0
sterk zandig
210
Gz4
lgr
>2000
r
0
sterk zandig
220
Gz4
lgr
>2000
r
0
sterk zandig
230
Gz4
lgr
>2000
r
0
sterk zandig
240
Gz4
lgr
>2000
r
0
sterk zandig
250
Gz4
lgr
>2000
r
0
sterk zandig
260
Gz4
lgr
>2000
r
0
sterk zandig
270
Gz4
lgr
>2000
r
0
sterk zandig
280
Gz4
lgr
>2000
r
0
sterk zandig
290
Gz4
lgr
>2000
r
0
sterk zandig
300
Gz4
lgr
>2000
r
0
sterk zandig
* boorpuntnummer is projectcode-Vkmolgnummer boorpunt * diepte in cm-mVkm * textuur, organische stof, kalk- en ijzergehalte Vkmolgens De Bakker & Schelling (Stiboka, 1966) * archeologische indicatoren: hk=houtskool, bot=Vkmerbrand/onVkmerbrand bot aw=aardewerk, ns=natuursteen, met=metaal * bijzonderheden: bijVkm. laklaag, antropogene gronden, Vkmerstoord, sedimentaire structuren, etc.
ns
met
horiz bijzonderheden
zeggeresten, onder Siltig, tot 75
datum
naam
boorpuntnummer
projectnaam
boormethode
27/06/05
Mulié/ Ullrich
31
Nunspeet - Molenbeek
Edelman (6 cm)
vervolg coördinaten
hoogte (m ± NAP)
x
z
geologie
opmerkingen
y
diepte
textuur org. kleur plr M50
310
Gz4
lgr
320
Gz4
lgr
<2000
r
0
sterk zandig
330
Zs1
lgegr
210-300
r
0
enkele grindlaagjes
340
Zs1
lgegr
210-300
r
0
enkele grindlaagjes
350
Zs1
lgegr
210-300
r
0
enkele grindlaagjes
360
Zs1
lgegr
210-300
r
0
enkele grindlaagjes
370
Zs1
lgegr
210-300
r
0
enkele grindlaagjes
380
Zs1
lgegr
210-300
r
0
enkele grindlaagjes
390
Gz4
lgr
>2000
r
0
sterk zandig
400
Gz4
lgr
>2000
r
0
sterk zandig, end
<2000
GW
or
Ca Fe M
r
0
hk
bot aw
* boorpuntnummer is projectcode-Vkmolgnummer boorpunt * diepte in cm-mVkm * textuur, organische stof, kalk- en ijzergehalte Vkmolgens De Bakker & Schelling (Stiboka, 1966) * archeologische indicatoren: hk=houtskool, bot=Vkmerbrand/onVkmerbrand bot aw=aardewerk, ns=natuursteen, met=metaal * bijzonderheden: bijVkm. laklaag, antropogene gronden, Vkmerstoord, sedimentaire structuren, etc.
ns
met
horiz bijzonderheden
sterk zandig
datum
naam
boorpuntnummer
projectnaam
boormethode
27/06/05
Mulié/ Ullrich
34
Nunspeet - Molenbeek
Edelman (6 cm)
coördinaten
hoogte (m ± NAP)
geologie
x
z
opmerkingen
y
diepte
textuur org. kleur plr M50
10
Zs1
H2
brgr
20
Zs1
H2
30
Zs1
H2
40
Zs1
H2
50
Zs1
60
GW
or
Ca Fe M
hk
bot aw
105-210
o
0
Ap
geroerd
brgr
105-210
o
0
Ap
geroerd
brgr
105-210
o
0
Ap
geroerd
brgr
105-210
o
0
Ap
geroerd
lge
105-210
o
2
C
Fe-Vle., Fe-concreties
Zs1
lge
105-210
o
0
C
humeus Verstoord
70
Zs1
lge
105-210
o
0
C
80
Zs1
lge
105-210
o
0
C
90
Zs1
lge
105-210
o
0
C
100
Zs1
lge
105-210
o
0
C
110
Zs1
lge
105-210
o
0
C
120
Zs1
lge
105-210
o
0
C
130
Zs1
lge
105-210
o
0
C
140
Zs1
lge
105-210
o
0
laagjes plantenresten
150
Zs1
lge
210-300
o
0
enkele grindjes
160
Zs1
lge
210-300
o
0
enkele grindjes
170
Zs1
lge
210-300
o
0
enkele grindjes
180
Zs1
lge
210-300
o
0
enkele grindjes
190
Zs1
lge
210-300
o
0
enkele grindjes
200
Gz3
lgr
>2000
r
0
zandig
210
Gz3
lgr
>2000
r
0
zandig
220
Zs1
lgr
210-300
r
0
230
Zs1
lgr
210-300
r
0
240
Zs1
lgr
210-300
r
0
250
Zs1
lgr
210-300
r
0
260
Zs1
lgr
210-300
r
0
270
Zs1
lgr
210-300
r
0
280
Zs1
lgr
210-300
r
0
290
Zs1
lgr
210-300
r
0
300
Zs1
lgr
210-300
r
0
* boorpuntnummer is projectcode-Vkmolgnummer boorpunt * diepte in cm-mVkm * textuur, organische stof, kalk- en ijzergehalte Vkmolgens De Bakker & Schelling (Stiboka, 1966) * archeologische indicatoren: hk=houtskool, bot=Vkmerbrand/onVkmerbrand bot aw=aardewerk, ns=natuursteen, met=metaal * bijzonderheden: bijVkm. laklaag, antropogene gronden, Vkmerstoord, sedimentaire structuren, etc.
ns
met
horiz bijzonderheden
datum
naam
boorpuntnummer
projectnaam
boormethode
27/06/05
Mulié/ Ullrich
34
Nunspeet - Molenbeek
Edelman (6 cm)
coördinaten
hoogte (m ± NAP)
geologie
x
z
opmerkingen
y
diepte
textuur org. kleur plr M50
310
Zs1
lgr
320
Zs1
330
Zs1
340
350
GW
or
Ca Fe M
210-300
r
0
lgr
210-300
r
0
lgr
210-300
r
0
Zs1
lgr
210-300
r
0
Zs1
lgr
210-300
r
0
360
Zs1
lgr
210-300
r
0
370
Zs1
lgr
210-300
r
0
380
Zs1
lgr
210-300
r
0
390
Zs1
lgr
210-300
r
0
400
Zs1
lgr
210-300
r
0
hk
bot aw
110 120 130 140
150 160 170 180 190
200 210 220 230 240
250 260 270 280 290
300 * boorpuntnummer is projectcode-Vkmolgnummer boorpunt * diepte in cm-mVkm * textuur, organische stof, kalk- en ijzergehalte Vkmolgens De Bakker & Schelling (Stiboka, 1966) * archeologische indicatoren: hk=houtskool, bot=Vkmerbrand/onVkmerbrand bot aw=aardewerk, ns=natuursteen, met=metaal * bijzonderheden: bijVkm. laklaag, antropogene gronden, Vkmerstoord, sedimentaire structuren, etc.
ns
met
horiz bijzonderheden
end
datum
naam
boorpuntnummer
projectnaam
boormethode
28/06/05
Mulié/ Ullrich
36
Nunspeet - Molenbeek
Edelman (6 cm)
coördinaten
hoogte (m ± NAP)
geologie
x
z
opmerkingen
y
diepte
textuur org. kleur plr M50
10
Zs1
H1
grbr
20
Zs1
H1
30
Zs1
H2
40
Zs1
50
Zs1
60
or
Ca Fe M
105-210
o
0
Ap
geroerd
br
105-210
o
0
Ap
tot 25
gr
105-210
o
1
Aap Fe-Vle., lichte zandbandjes
H2
gr
105-210
o
1
Aap Fe-Vle., lichte zandbandjes
H2
gr
105-210
o
1
Aap Fe-Vle., lichte zandbandjes
Zs1
lge
105-210
o
1
C
70
Zs1
lge
105-210
o
0
C
80
Zs1
lge
105-210
o
0
C
90
Zs1
lge
105-210
o
0
C
100
Zs1
lge
105-210
o
0
C
110
Zs1
lge
105-210
o
0
95-107 humeus-detritieuze banden
120
Vkm
o
0
107-120, zegge- & mosresten, Zs1
130
Lz3
lgrbr
2-50
o
0
zandig, l humeus en grindig, tot 124
140
Gz3
ge
>2000
o
1
Vanaf 124, zandig, 140 end
H1
dgr
GW
hk
bot aw
150 160 170 180 190
200 210 220 230 240
250 260 270 280 290
300 * boorpuntnummer is projectcode-Vkmolgnummer boorpunt * diepte in cm-mVkm * textuur, organische stof, kalk- en ijzergehalte Vkmolgens De Bakker & Schelling (Stiboka, 1966) * archeologische indicatoren: hk=houtskool, bot=Vkmerbrand/onVkmerbrand bot aw=aardewerk, ns=natuursteen, met=metaal * bijzonderheden: bijVkm. laklaag, antropogene gronden, Vkmerstoord, sedimentaire structuren, etc.
ns
met
horiz bijzonderheden
Fe-Vle.
datum
naam
boorpuntnummer
projectnaam
boormethode
27/06/05
Mulié/ Ullrich
39
Nunspeet - Molenbeek
Edelman (6 cm)
coördinaten
hoogte (m ± NAP)
geologie
x
z
opmerkingen
y
diepte
textuur org. kleur plr M50
10
Zs1
H2
brgr
20
Zs1
H2
30
Zs1
H2
40
Zs1
H2
50
Zs1
60
GW
or
Ca Fe M
hk
bot aw
105-210