CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 6c. Bijlagen bij de toelichting Bijlage 4 Milieuhygiënisch bodem- en verhardingsonderzoek Nunspeet

Commissie Ruimte en Wonen 13 juni 2022, gemeente NunspeetBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan "Stationsgebied Nunspeet"27.492 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

RAPPORT Milieuhygiënisch bodem- en verhardingsonderzoek stationsgebied Nunspeet Herontwikkeling stationsgebied in Nunspeet Klant:

Gemeente Nunspeet

Referentie: BG9102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001 Status:

Definitief/P01.01

Datum:

15-5-2020

Projectgerelateerd

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Jonkerbosplein 52 6534 AB NIJMEGEN Transport & Planning Trade register number: 56515154 +31 88 348 70 00 T +31 24 323 93 46 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: Milieuhygiënisch bodem- en verhardingsonderzoek stationsgebied Nunspeet Ondertitel: Hertontwikkeling stationsgebied in Nunspeet Referentie: BG9102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001 Status: P01.01/Definitief Datum: 15-5-2020 Projectnaam: Projectnummer: BG9102-100-100 Auteur(s): Joep de Kinderen

Opgesteld door: Joep de Kinderen Gecontroleerd door: Robert van Bruchem en Jovan Tromp Datum/paraaf: 15-05-2020 Goedgekeurd door: Jovan Tromp Datum/paraaf: 15-05-2020

Classificatie Projectgerelateerd

Disclaimer Niets uit deze specificaties/drukwerk mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van HaskoningDHV Nederland B.V.; noch mogen zij zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor andere doeleinden dan waarvoor zij zijn vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor deze specificaties/drukwerk ten opzichte van anderen dan de personen door wie zij in opdracht is gegeven en zoals deze zijn vastgesteld in het kader van deze Opdracht. Het geïntegreerde QHSE-managementsysteem van HaskoningDHV Nederland B.V. is gecertificeerd volgens ISO 9001:2015, ISO 14001:2015 en ISO 45001:2018. 15-5-2020

HERTONTWIKKELING STATIONSGEBIED IN NUNSPEET

BG9102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

i

Projectgerelateerd

Inhoud 1

Situatie en opzet

4

1.1

Situatie

4

1.2

Opzet

4

2

Scope en onderzoeksopzet

5

2.1

Scope

5

2.2

Wet en regelgeving

5

2.3

Onderzoeksopzet

7

3

Onderzoeksgebied A

9

3.1

Uitgevoerd onderzoek

9

3.2

Resultaten

9

3.3

Conclusie/interpretatie

10

4

Onderzoeksgebied B

12

4.1

Uitgevoerd onderzoek

12

4.2

Resultaten

12

4.3

Conclusie/interpretatie

13

5

Onderzoeksgebied C

15

5.1

Uitgevoerd onderzoek

15

5.2

Resultaten

15

5.3

Conclusie/interpretatie

16

6

Onderzoeksgebied D

18

6.1

Uitgevoerd onderzoek

18

6.2

Resultaten

18

6.3

Conclusie/interpretatie

19

7

Onderzoeksgebied E

21

7.1

Uitgevoerd onderzoek

21

7.2

Resultaten

21

7.3

Conclusie/interpretatie

22

8

Onderzoeksgebied F

24

8.1

Uitgevoerd onderzoek

24

8.2

Resultaten

24

8.3

Conclusie/interpretatie

25

15-5-2020

HERTONTWIKKELING STATIONSGEBIED IN NUNSPEET

BG9102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

1

Projectgerelateerd

9

Onderzoeksgebied F nader asbestonderzoek

27

9.1

Uitgevoerd onderzoek

27

9.2

Resultaten

27

9.3

Conclusie/interpretatie

27

10

Conclusies en aanbevelingen

30

Bijlagen 1 Situering projectgebied en onderzoeksgebieden 2 Onderzoeksgebied A • 2a Onderzoeksgebied A meetpuntenkaart • 2b Onderzoeksgebied A veldonderzoek • 2c Onderzoeksgebied A mengmonstersamenstelling • 2d Onderzoeksgebied A laboratoriumonderzoek • 2e Onderzoeksgebied A toetsingsresultaten • 2f Onderzoeksgebied A resultaten verharding onderzoek op kaart gevisualiseerd • 2g Onderzoeksgebied A resultaten milieuhygiënisch bodemonderzoek op kaart gevisualiseerd

3 Onderzoeksgebied B • 3a Onderzoeksgebied B meetpuntenkaart • 3b Onderzoeksgebied B veldonderzoek • 3c Onderzoeksgebied B mengmonstersamenstelling • 3d Onderzoeksgebied B laboratoriumonderzoek • 3e Onderzoeksgebied B toetsingsresultaten • 3f Onderzoeksgebied B resultaten verharding onderzoek op kaart gevisualiseerd • 3g Onderzoeksgebied B resultaten milieuhygiënisch bodemonderzoek op kaart gevisualiseerd

4 Onderzoeksgebied C • 4a Onderzoeksgebied C meetpuntenkaart • 4b Onderzoeksgebied C veldonderzoek • 4c Onderzoeksgebied C mengmonstersamenstelling • 4d Onderzoeksgebied C laboratoriumonderzoek • 4e Onderzoeksgebied C toetsingsresultaten • 4f Onderzoeksgebied C resultaten verharding onderzoek op kaart gevisualiseerd • 4g Onderzoeksgebied C resultaten milieuhygiënisch bodemonderzoek op kaart gevisualiseerd

5 Onderzoeksgebied D • 5a Onderzoeksgebied D meetpuntenkaart • 5b Onderzoeksgebied D veldonderzoek

15-5-2020

HERTONTWIKKELING STATIONSGEBIED IN NUNSPEET

BG9102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

2

Projectgerelateerd

• 5c Onderzoeksgebied D mengmonstersamenstelling • 5d Onderzoeksgebied D laboratoriumonderzoek • 5e Onderzoeksgebied D toetsingsresultaten • 5f Onderzoeksgebied D resultaten verharding onderzoek op kaart gevisualiseerd • 5g Onderzoeksgebied D resultaten milieuhygiënisch bodemonderzoek op kaart gevisualiseerd

6 Onderzoeksgebied E • 6a Onderzoeksgebied E meetpuntenkaart • 6b Onderzoeksgebied E veldonderzoek • 6c Onderzoeksgebied E mengmonstersamenstelling • 6d Onderzoeksgebied E laboratoriumonderzoek • 6e Onderzoeksgebied E toetsingsresultaten • 6f Onderzoeksgebied E resultaten verharding onderzoek op kaart gevisualiseerd • 6g Onderzoeksgebied E resultaten milieuhygiënisch bodemonderzoek op kaart gevisualiseerd

7 Onderzoeksgebied F • 7a Onderzoeksgebied F meetpuntenkaart • 7b Onderzoeksgebied F veldonderzoek • 7c Onderzoeksgebied F mengmonstersamenstelling • 7d Onderzoeksgebied F laboratoriumonderzoek • 7e Onderzoeksgebied F toetsingsresultaten • 7f Onderzoeksgebied F resultaten milieuhygiënisch bodemonderzoek op kaart gevisualiseerd

8 Aanvullend asbestonderzoek • 8a Nader asbestonderzoek meetpuntenkaart • 8b Nader asbestonderzoek veldonderzoek (fotorapportage) • 8c Nader asbestonderzoek laboratoriumonderzoek • 8d Nader asbestonderzoek toetsingsresultaten • 8e Nader asbestonderzoek situatietekening asbestverontreiniging • 8f SSK-raming Nunspeet sanering asbest

15-5-2020

HERTONTWIKKELING STATIONSGEBIED IN NUNSPEET

BG9102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

3

Projectgerelateerd

1

Situatie en opzet

1.1

Situatie

De spoorwegovergang aan de Elspeterweg (N310) in Nunspeet voldoet niet aan de hedendaagse veiligheidseisen en belemmerd een goede doorstroom van het verkeer. Om de doorstroom in de toekomst te verbeteren wil de gemeente het stationsgebied her ontwikkelen. Onderdeel hiervan betreft de realisatie van twee onderdoorgangen voor langzaam- en snelverkeer, het opheffen van overwegen en de herinrichting van de aanliggende infrastructuur. Bij de herontwikkeling is grondverzet met grondwerkzaamheden voorzien, waarbij grond en materialen uit de verhardingsconstructie (bouwstoffen) vrijkomen. Doelstelling is dat de vrijkomende materialen zoveel mogelijk hergebruikt worden, dit is duurzaam en heeft een positief economisch effect. Het hergebruik van grond en bouwstoffen is wettelijk geregeld in het Besluit bodemkwaliteit. Om inzicht te krijgen in de (on)mogelijkheden voor hergebruik van grond en bouwstoffen is een conditionerend onderzoek (kenmerk: BG4029TPRP1904010923) uitgevoerd. Uit het conditionerend onderzoek bleek dat dat onvoldoende informatie beschikbaar is waardoor de (on)mogelijkheden onvoldoende vast te stellen zijn. Dit is een potentieel risico voor de uitvoerbaarheid of haalbaarheid van het project en om dit risico te mitigeren is meer inzicht nodig in de actuele bodemkwaliteit.

Hiertoe is een milieuhygiënisch bodemonderzoek uitgevoerd in het projectgebied op de locaties waar in de bodem of verharding werkzaamheden zijn voorzien. Het doel van het milieuhygiënisch onderzoek is om in combinatie met de bodemkwaliteitskaarten van ‘Regio Noord Veluwe’ de hergebruiksmogelijkheden van vrijkomende grond en bouwstoffen vast te stellen. De hergebruiksmogelijkheden van vrijkomende grond en bouwstoffen bepalen de (on)mogelijkheden voor het uitvoeren van de grondwerkzaamheden en dienen als input voor de toets op de haalbaarheid van het project.

1.2

Opzet

In 2019 is een vooronderzoek (kenmerk: BG4029TPRP1904010923) uitgevoerd waarbij het projectgebied is ingedeeld naar de onderzoeksgebieden A t/m F. De onderzoeksgebieden zijn gedefinieerd op basis van de specifieke grondwerkzaamheden (bodemingreep) die gaan plaatsvinden. Onderstaand is een overzicht weergegeven van de deelgebieden: • Onderzoeksgebied A: Herinrichting wegindeling en aanleg rotonde • Onderzoeksgebied B: Herinrichting wegindeling, verwijderen en aanleg rotonde • Onderzoeksgebied C: Herinrichting wegindeling en aanleg snelverkeerstunnel • Onderzoeksgebied D: Herinrichting wegindeling en aanleg langzaamverkeerstunnel • Onderzoeksgebied E: Herinrichting wegindeling en aanleg langzaamverkeerstunnel • Onderzoeksgebied F: Herinrichting wegindeling, aanleg snelverkeerstunnel en sloop gebouwen De bodem is onderzocht conform de NEN 5740 (NEN 5740:2009+A1:2016 nl Bodem - Landbodem Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond). Het asfalt is onderzocht conform de CROW 210 (Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt - teerhoudendheid, onderzoek en selectieve verwijdering).

15-5-2020

HERTONTWIKKELING STATIONSGEBIED IN NUNSPEET

BG9102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

4

Projectgerelateerd

2

Scope en onderzoeksopzet

2.1

Scope

Projectgebied en onderzoeksgebieden Het projectgebied bevindt zich in het stadscentrum van de gemeente Nunspeet en bestaat uit zes onderzoeksgebieden A, B, C, D, E en F (Bijlage 1 en figuur 2.1) waar de werkzaamheden voor de herinrichting gaan plaatsvinden.

Figuur 2.1 Projectgebied en onderzoeksgebieden

2.2

Wet en regelgeving

De resultaten van het bodemonderzoek worden getoetst aan de voorwaarden voor het grondverzet uit het Bbk en de Wbb. Deze staan hieronder toegelicht. Besluit bodemkwaliteit (Bbk) (hergebruik en toepassen grond/bouwstoffen) Op grondverzet (toepassen van grond) in de waterbodem en landbodem (binnen- en buitendijks) is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. In het Besluit bodemkwaliteit zijn de voorwaarden voor het toepassen van grond/baggerspecie en bouwstoffen opgenomen, inclusief de voorwaarden voor hergebruik. De Regeling bodemkwaliteit is de technische uitwerking van dit besluit. Grondverzet ter plaatse van 15-5-2020

HERTONTWIKKELING STATIONSGEBIED IN NUNSPEET

BG9102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

5

Projectgerelateerd

puntenbronnen (zoals stortplaatsen) en ernstige verontreinigingen vallen buiten de reikwijdte van het Besluit bodemkwaliteit. In tabel 4.5 is de relatie tussen de toepassings- en hergebruiksmogelijkheden van grond en bouwstoffen aangegeven. Tabel 2.1 Relatie toepassings- en hergebruiksmogelijkheden van grond en bouwstoffen Materiaal

Wettelijk kader

Opnemen en terugbrengen van Het vrijkomende materiaal uit het parkeerterrein mag worden hergebruikt zonder erkende de klinkers kwaliteitsverklaring mits het onbewerkt, onder dezelfde condities weer wordt toegepast en niet van eigenaar verandert (artikel 29c Bbk). Dit geldt niet indien redelijkerwijs aangenomen kan worden dat het funderingsmateriaal op grond van kennis of organoleptische waarneming niet voldoet aan de samenstellingswaarden. Hergebruik bouwstoffen

In afwijking van artikel 28 Bbk, eerste lid, onder a en c, worden de samenstellings- en emissiewaarden van de toe te passen bouwstof niet bepaald en is geen milieuhygiënische verklaring vereist, indien sprake is van de volgende handelingen: • Het zonder bewerking opnieuw onder dezelfde condities toepassen van vormgegeven bouwstoffen van beton, keramiek, natuursteen en bakstenen; • Het zonder bewerking opnieuw onder dezelfde condities toepassen van bouwstoffen waarvan de eigendom niet wordt overgedragen; Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing indien degene die de bouwstof toepast op grond van kennis of organoleptische waarneming kan aannemen of redelijkerwijs had moeten aannemen dat niet is voldaan aan artikel 28, eerste lid, onder b.

Hergebruik asfalt

Indien asfaltgranulaat meer dan 75 mg/kg PAK-10 (VROM) bevat is er, op grond van het Besluit bodemkwaliteit (Bbk), sprake van teerhoudend asfaltgranulaat. Teerhoudend asfaltgranulaat mag sinds 2001 niet meer worden toegepast en volgens het Besluit bodemkwaliteit ook niet worden hergebruikt.

Tijdelijke uitname bovengrond

Op het tijdelijk uitnemen van de bovengrond is artikel 36.3 van het Bbk van toepassing. In artikel 36 lid 3 van het Besluit Bodemkwaliteit is aangegeven dat “Het tijdelijk verplaatsen of uit de toepassing wegnemen van grond of baggerspecie is toegestaan, indien deze vervolgens, zonder te zijn bewerkt, op of nabij dezelfde plaats en onder dezelfde conditie opnieuw in die toepassing wordt aangebracht”.

Toepassen grond

Voor het toepassen van grond dient te worden voldaan aan de eisen zoals gesteld in het Besluit bodemkwaliteit. Hierbij wordt het principe “Stand still” gehanteerd. Het standstill principe gaat uit van het niet verslechteren van de bodem waarop de grond wordt toegepast, op dit principe past ook de toepassing op en nabij uit artikel 36.3 van het Besluit bodemkwaliteit.

Wet bodembescherming (Wbb) Op elke ingreep in de landbodem is de Wet bodembescherming (Wbb) van toepassing. De Wbb stelt regels om de bodem inclusief grondwater te beschermen en regelt de sanering van verontreinigde bodem en grondwater.

15-5-2020

HERTONTWIKKELING STATIONSGEBIED IN NUNSPEET

BG9102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

6

Projectgerelateerd

2.3

Onderzoeksopzet

Onderzoeksstrategie De grondwerkzaamheden van elk onderzoeksgebied zijn verschillend en derhalve heeft elk onderzoeksgebied zijn eigen onderzoeksstrategie en veld- en laboratoriuminspanning. De onderzoeksstrategieën onderstaand weergegeven en verder uitgewerkt in hoofdstuk 3 tot en met 9. Verharding (asfalt)

De verhardingsonderzoeken zijn uitgevoerd conform de CROW210 (Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt) met als doelstelling de teerhoudendheid van het asfalt te bepalen en daarmee de hergebruiksmogelijkheden te bepalen. Hiertoe zijn van de bemonsterde asfaltkernen PAK marker analyses uitgevoerd en waar nodig aangevuld met een PAK HPLC analyse.

Bodem (grond en grondwater)

De milieuhygiënische bodemonderzoeken zijn uitgevoerd conform de NEN5740 (Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond) met de strategie onverdachte niet-lijnvormige (ONV-NL), waarbij per onderzoeksgebied het aantal boringen en analyses daar waar nodig zijn aangevuld om de beoogde doelstellingen te behalen. De mengmonsters zijn samengesteld conform onderzoeksstrategie en zijn vervolgens onderzocht op het standaardpakket A uit de NEN5740 aangevuld met PFAS (28 stoffen: zie advieslijst te meten PFAS, 12 juli 2019, Bodemplus). De grondwatermonsters zijn onderzocht op standaardpakket B. Plaatselijk is ook grondwater bemonsterd als afvalwater en onderzocht op het lozingspakket. Deze gegevens dienen als input tijdens een eventuele bemaling.

Asbest in de bodem

De asbestonderzoeken grond zijn uitgevoerd conform de NEN5707 (Bodem Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond) met de strategie grootschalige onverdachte locatie (ONV-GR). Het doel van het asbestonderzoek is om uit te sluiten dat de grond binnen de onderzoeksgebieden ernstig verontreinigd is met asbest en/of asbest (verdachte)materialen.

Civieltechnische kwaliteit van het zand

Bepalen fractieverdeling van het zand (zeefkromme) en toetsing aan de eisen die in de paragraaf 22.06 Bouwstoffen Standaard RAW Bepalingen 2015 worden gesteld aan ‘draineerzand’, ‘zand in aanvulling of ophoging’ en ‘zand in zandbed’.

Kwaliteit De veld- en laboratoriumwerkzaamheden zijn uitgevoerd onder de KWALIBO-regeling. De KWALIBOregeling (KWALIBO staat voor Kwaliteitsborging bij bodemintermediairs/bodembeheer) is een wettelijke regeling die beoogt de betrouwbaarheid van het werk van intermediairs te vergroten door kwaliteitseisen te stellen aan werkzaamheden in het bodembeheer en integriteitseisen aan de uitvoerders. De volgende inspanningen zijn geleverd: • Het veldonderzoek inclusief projectleiding is uitgevoerd door Poelsema veldwerkbureau onder de BRL 2000 en de SIKB-protocollen 2001, 2002 en 2018. • Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd door milieulaboratorium AL-West te Deventer waar op grond van de veldwaarnemingen en de ruimtelijke ligging van de meetpunten in het laboratorium representatieve (meng)monsters zijn samengesteld en geselecteerd. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder accreditatie AS3000. Voor PFAS is nog geen accreditatie, deze analyses zijn uitgevoerd onder het kwaliteitssysteem van het laboratorium zelf. • Het begeleiden van het onderzoek, het toetsen aan BoToVa en het opstellen van de rapportage is niet erkenningsplichtig en is uitgevoerd door Royal HaskoningDHV.

15-5-2020

HERTONTWIKKELING STATIONSGEBIED IN NUNSPEET

BG9102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

7

Projectgerelateerd

Toetsingskaders De onderzoeksresultaten zijn getoetst met de Bodemtoets- en Validatieservice (BoToVa). De analyseresultaten zijn getoetst aan de volgende kaders: • T2 (Bbk): Beoordeling kwaliteit ontvangende landbodem • T12 (Wbb): Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb • T13 (Wbb): Beoordeling kwaliteit van grondwater volgens Wbb • Teerhoudendheid van asfalt Recente ontwikkelingen De stofgroep met de perfluorverbindingen (PFAS) worden als diffuus verspreid aangetroffen in de (water)bodem. Omdat deze stoffen niet genormeerd zijn, ontbreekt een toetsingskader voor het bevoegd gezag. Dit leidt tot problemen met de afzet van vrijkomende grond en bagger. Op 8 juli 2019 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een tijdelijk handelingskader gepubliceerd voor omgang met PFAS houdende grond. Dit handelingskader heeft betrekking op het toepassen van grond en baggerspecie en moet gezien worden als het vigerend beleid. Het handelingskader is opgesteld om de stagnatie van met name grondverzetswerkzaamheden, waarbij grond wordt afgevoerd, vlot te trekken. Op 29 november 2019 is een geactualiseerde versie van het tijdelijk handelingskader PFAS voor hergebruik van grond en baggerspecie beschikbaar gekomen. De belangrijkste wijzigingen zijn de voorlopige achtergrondwaarden voor PFAS in de landbodem en een voorlopig her verontreinigingsniveau voor PFAS in de waterbodem.

Voor de voorgenomen grondwerkzaamheden, die plaatsvinden na 1 oktober 2019.

15-5-2020

HERTONTWIKKELING STATIONSGEBIED IN NUNSPEET

BG9102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

8

Projectgerelateerd

3

Onderzoeksgebied A

3.1

Uitgevoerd onderzoek

Binnen onderzoeksgebied A wordt de wegindeling gewijzigd waarbij verhardingsmateriaal (asfalt) en grond vrijkomt. Uit het vooronderzoek blijkt dat binnen de grens van het onderzoeksgebied geen bodemverontreiniging en/of puntbronnen aanwezig zijn. Aan de westzijde buiten de grens van het onderzoeksgebied is in het verleden in de grond- en het grondwater een minerale olieverontreiniging aangetoond. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische bodemrisico’s zijn onderstaande onderzoeksstrategieën toegepast: • Verhardingsonderzoek conform de CROW 210 met PAK marker en HPLC analyses. • Civieltechnisch onderzoek conform de standaard RAW Bepalingen 2015. • Milieuhygiënisch bodemonderzoek conform de NEN5740 (ONV-NL) met analyses op standaardpakket A aangevuld met PFAS waarbij er 1 meetpunt (Pb A05) op de grens van het onderzoeksgebied is geplaatst om uit te sluiten dat de minerale olieverontreiniging niet in het grondwater ter plaatse van het onderzoeksgebied aanwezig is. • Asbestonderzoek conform de NEN5707 (ONV). In tabel 3.1 is de veld- en laboratoriumonderzoeksinspanning weergegeven. Tabel 3.1 Onderzoeksgebieden met bijbehorende veld- en laboratoriumonderzoeksinspanning Oppervlakte (m2)

Onderzoeksgebied

Onderzoek gebied Onderzoeksgebied A

Standaardpakket A: Standaardpakket B:

3.2

4790

Onderzoeksinspanning

Weg verharding 2460

Veldonderzoek 6 x asfaltboring (120mm) 12 x boring tot 1,5 m-mv 2 x boring tot 3,0 m-mv 1 x peilbuis tot 5,0 m-mv 11 x inspectiegat (0,3*0,3*0,5m)

Laboratoriumonderzoek Verharding (asfalt) 6 x PAK marker analyse 7 x PAK HPLC analyse Grond 4 x SCG zeefkromme 8 x Standaardpakket A 4 x PAK analyse 8 x PFAS 6 x Asbest Grondwater 1 x Standaardpakket B

Standaardpakket grond: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB, PAK (10 VROM), minerale olie, organisch stof en lutum. Standaardpakket grondwater: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), CKW (17), aromaten (incl. naftaleen en styreen) en minerale olie + OCB.

Resultaten

Veldonderzoek In bijlage 2a is de meetpuntenkaart opgenomen en de bodemprofielen en resultaten van het veldonderzoek zijn opgenomen in bijlage 2b. Uit het veldonderzoek blijkt het volgende: • Er is een verharding van asfalt aanwezig met een dikte van circa 20 cm. Ter plaatse van boring A03 heeft de asfalt laag een dikte van circa 40 cm. • De verharding ligt direct op het zand, er is geen bouwstof gebruikt voor de funderingsconstructie. • In de boringen zijn bijmengingen waargenomen van sporen en resten baksteen, kolengruis en/of betonresten. Er zijn geen asbest verdachte materialen waargenomen. • Het grondwater bevindt zich op een diepte van circa 3,5 m-mv. • De pH en EC van het grondwater zijn respectievelijk 5,97 en 590 µS/cm.

15-5-2020

HERTONTWIKKELING STATIONSGEBIED IN NUNSPEET

BG9102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

9

Projectgerelateerd

Laboratoriumonderzoek en toetsingsresultaten De mengmonstersamenstelling, de resultaten van het laboratoriumonderzoek en de toetsingsresultaten zijn opgenomen in bijlage 2c, 2d en 2e. Uit het laboratoriumonderzoek en de toetsingen blijkt het volgende: • In het asfalt is het PAK-gehalte gemeten onder de 75 mg/kg. • De doorlatendheid van de bodem is goed toe zeer goed met een doorlatendheid variërend van 8,8 t/m 10 m/d. • Van de vier mengmonsters van de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) overschrijden twee mengmonster de interventiewaarde voor PAK. De mengmonsters zijn uitgesplitst en van de deelmonsters overschrijden 2 de interventiewaarde (A01 en A11). De twee deelmonsters grenzen niet aan elkaar. • De bovengrond (0,0-0,5 m-mv) is geclassificeerd als bodemkwaliteitsklasse Niet toepasbaar/ Industrie vanwege de bijmenging met kolengruis. Het overige deel van de bovengrond is geclassificeerd als bodemkwaliteitsklasse Wonen. De ondergrond van 0,5-1,0 m-mv is geclassificeerd als bodemkwaliteitsklasse Wonen en de lagen dieper dan 1,0 m-mv met de bodemkwaliteitsklasse Altijd toepasbaar. • De gemeten PFOA gehalten variëren van 0,14 tot 0,32 µg/kg, de PFOS gehalten variëren van 0,14 tot 1,10 µg/kg en de overige PFAS hebben zijn gemeten in gehalten kleiner dan 0,10 µg/kg. • Asbest is in de grond lager gemeten dan 1,0 mg/kg. Dit is lager dan de detectiegrens.

• In het grondwater bij peilbuis A05 zijn verhoogde concentraties aan barium en naftaleen ten opzichte van de streefwaarde aangetoond. Er zijn geen verhoogde concentraties minerale olie aangetoond.

3.3

Conclusie/interpretatie

Uit het onderzoek ter plaatse van onderzoeksgebied A blijkt het volgende: • De verharding bestaat uit asfalt en is niet teerhoudend en herbruikbaar (bijlage 2f en figuur 3.1). Het asfalt is gefundeerd op zand. Er is geen funderingsmateriaal aanwezig. • De doorlatendheid van de bodem is goed tot zeer goed. De grond is geschikt voor aanvulling en ophoging en als zand voor zandbed. • Op twee meetpunten van de bovengrond overschrijdt PAK de interventiewaarde, dit komt vanwege de bijmenging met kolengruis. De meetpunten hebben geen onderlinge samenhang en derhalve betreft het geen geval van ernstige bodemverontreiniging maar een plaatselijke spot. • De bovengrond (0,0-0,5 m-mv) is geclassificeerd als bodemkwaliteitsklasse Niet toepasbaar/ Industrie vanwege de bijmenging met kolengruis. Het overige deel van de bovengrond is geclassificeerd als bodemkwaliteitsklasse Wonen. De ondergrond van 0,5-1,0 m-mv is geclassificeerd als bodemkwaliteitsklasse Wonen en de lagen dieper dan 1,0 m-mv met de bodemkwaliteitsklasse Altijd toepasbaar. In bijlage 2g en in figuur 3.2, 3.3 en 3.4 zijn de bodemkwaliteitsklasse op kaart gevisualiseerd. • Op de locaties met de interventiewaarde overschrijdingen mag de grond niet worden hergebruikt. Wanneer deze grond wordt uitgenomen mag het niet worden teruggeplaatst onder artikel 36.3 Bbk. Wij adviseren deze grond af te voeren naar een vergunde inrichting.

Als in deze grond geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd mag het blijven liggen, er is geen saneringsverplichting. Op overige locaties is grondverzet mogelijk onder de voorwaarden van het Bbk met de bodemkwaliteitskaarten als milieuhygiënische verklaring. • PFAS is op één meetpunt net boven de achtergrondwaarde van 0,8 µg/kg gemeten, het gemiddelde ligt onder de achtergrondwaarde. PFAS is voor hergebruik onder het Bbk geen belemmering. • Er is zowel visueel als analytisch geen asbest en/of asbestverdacht materiaal in de grond aangetoond. • De minerale olieverontreiniging in het grondwater naast het onderzoeksgebied is niet in het onderzoeksgebied aangetroffen.

15-5-2020

HERTONTWIKKELING STATIONSGEBIED IN NUNSPEET

BG9102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

10

Projectgerelateerd

Figuur 3.1, 3.2, 3.3 en 3.4. Van Links naar rechts: Herbruikbaarheid asfalt (verhardingslaag), bodemkwaliteitsklasse (0,0-0,5 m-mv), bodemkwaliteitsklasse (0,5-1,0 m-mv), bodemkwaliteitsklasse (>1,0 m-mv).

15-5-2020

HERTONTWIKKELING STATIONSGEBIED IN NUNSPEET

BG9102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

11

Projectgerelateerd

4

Onderzoeksgebied B

4.1

Uitgevoerd onderzoek

Binnen onderzoeksgebied B wordt de wegindeling gewijzigd waarbij verhardingsmateriaal (asfalt) en grond vrijkomt. Uit het vooronderzoek blijkt dat binnen de grens van het onderzoeksgebied geen bodemverontreiniging en/of puntbronnen aanwezig zijn. Aan de noordzijde buiten de grens van het onderzoeksgebied is een benzine-service-station aanwezig. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische bodemrisico’s zijn onderstaande onderzoeksstrategieën toegepast: • Verhardingsonderzoek conform de CROW 210 met PAK marker en HPLC analyses. • Civieltechnisch onderzoek conform de standaard RAW Bepalingen 2015. • Milieuhygiënisch bodemonderzoek conform de NEN5740 (ONV-NL) met analyses op standaardpakket A aangevuld met PFAS waarbij er 1 meetpunt (Pb B07) op de grens van het onderzoeksgebied is geplaatst om uit te sluiten of het benzine-service-station verontreinigingen binnen het onderzoeksgebied heeft veroorzaakt. Omdat er mogelijk een bronbemaling nodig is zijn ook de lozingsparameters van het grondwater bepaald. • Asbestonderzoek conform de NEN5707 (ONV). In tabel 4.1 is de veld- en laboratoriumonderzoeksinspanning weergegeven. Tabel 4.1 Onderzoeksgebieden met bijbehorende veld- en laboratoriumonderzoeksinspanning Oppervlakte (m2)

Onderzoeksgebied

Onderzoek gebieden Onderzoeksgebied B

Standaardpakket A: Standaardpakket B:

4.2

5690

Onderzoeksinspanning

Weg verharding 4000

Veldonderzoek

Laboratoriumonderzoek

9 x asfaltboring (120 mm) 12 x boring tot 1,5 m-mv 3 x boring tot 3,0 m-mv 1 x peilbuis tot 3,0 m-mv 12 x inspectiegat (0,3*0,3*0,5m)

Verharding (asfalt) 10 x PAK marker analyse 5 x PAK HPLC analyse Grond 8 x SCG zeefkromme 10 x Standaardpakket A 10 x PFAS 5 x Asbest Grondwater 1 x Standaardpakket B Afvalwater 1 x Lozingsparameters pakket

Standaardpakket grond: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB, PAK (10 VROM), minerale olie, organisch stof en lutum. Standaardpakket grondwater: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), CKW (17), aromaten (incl. naftaleen en styreen) en minerale olie + OCB.

Resultaten

Veldonderzoek In bijlage 3a is de meetpuntenkaart opgenomen en de bodemprofielen en resultaten van het veldonderzoek zijn opgenomen in bijlage 3b. Uit het veldonderzoek blijkt het volgende: • Er is een verharding van asfalt aanwezig met een dikte van circa 20 cm. Ter plaatse van boring B14 heeft de asfalt laag een dikte van circa 40 cm. • De verharding ligt direct op het zand, er is geen bouwstof gebruikt voor de funderingsconstructie. • In de boringen zijn bijmengingen waargenomen van sporen en resten baksteen. Er zijn geen asbest verdachte materialen waargenomen. • Het grondwater bevindt zich op een diepte van circa 3,0 m-mv. • De pH en EC van het grondwater zijn respectievelijk 6,45 en 1690 µS/cm.

15-5-2020

HERTONTWIKKELING STATIONSGEBIED IN NUNSPEET

BG9102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

12

Projectgerelateerd

Laboratoriumonderzoek en toetsingsresultaten De mengmonstersamenstelling, de resultaten van het laboratoriumonderzoek en de toetsingsresultaten zijn opgenomen in bijlage 3c, 3d en 3e. Uit het laboratoriumonderzoek en de toetsingen blijkt het volgende: • In het asfalt is een PAK-gehalte gemeten onder de 75 mg/kg. • De doorlatendheid van de bodem is goed tot zeer goed met een doorlatendheid variërend van 4,8 t/m 14 m/d. • Er zijn geen interventiewaarde overschrijdingen aangetoond. Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. • De bovengrond (0,0-1,0 m-mv) onder de asfaltverharding is geclassificeerd als bodemkwaliteitsklasse Industrie. De bovengrond (van tot toevoegen) onder het trottoir is geclassificeerd als bodemkwaliteitsklasse Altijd toepasbaar. De ondergrond (>1,0 m-mv) is geclassificeerd als bodemkwaliteitsklasse Altijd toepasbaar. • De PFOA gehalten variëren van 0,14 tot 0,28 µg/kg, de PFOS gehalten variëren van 0,14 tot 0,34 µg/kg en de overige PFAS hebben een gehalte van <0,10 µg/kg. • Asbest is in de grond lager gemeten dan 1,0 mg/kg. Dit is lager dan de detectiegrens. De grond bevat dus geen asbest. • In het grondwater bij peilbuis B07 zijn verhoogde concentraties aan barium en molybdeen ten opzichte van de streefwaarde aangetoond. Er zijn geen verhoogde concentraties minerale olie aangetoond.

4.3

Conclusie/interpretatie

Uit het onderzoek ter plaatse van onderzoeksgebied B blijkt het volgende: • De verharding bestaat uit asfalt en is niet teerhoudend en herbruikbaar (bijlage 3f en figuur 4.1). Het asfalt is gefundeerd op zand. Er is geen funderingsmateriaal aanwezig. • De doorlatendheid van de bodem is goed tot zeer goed. De grond is geschikt voor aanvulling en ophoging en als zand voor zandbed. • Er zijn geen interventiewaarde overschrijdingen aangetoond. Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. • De boven- en ondergrond (0,0-1,0 m-mv) onder de asfaltverharding is geclassificeerd als bodemkwaliteitsklasse Industrie. Het overige deel van de boven- en ondergrond onder het trottoir is geclassificeerd als bodemkwaliteitsklasse Altijd toepasbaar. De diepere ondergrond (>1,0 m-mv) is geclassificeerd als bodemkwaliteitsklasse Altijd toepasbaar. In bijlage 3g en in figuur 4.2 en 4.3 zijn de bodemkwaliteitsklasse op kaart gevisualiseerd. • Grondverzet is mogelijk onder de voorwaarden van het Bbk met de bodemkwaliteitskaarten als milieuhygiënische verklaring. • De PFAS gehalten overschrijden de achtergrondwaarde niet en is voor hergebruik onder het Bbk geen belemmering. • Er is zowel visueel als analytisch geen asbest en/of asbestverdacht materiaal in de grond aangetoond • In het grondwater zijn geen ernstig verhoogde concentraties aan de onderzochte parameters aangetoond.

Het naastgelegen benzine-service-station heeft geen ernstige grondwaterverontreinigingen binnen het onderzoeksgebied veroorzaakt.

15-5-2020

HERTONTWIKKELING STATIONSGEBIED IN NUNSPEET

BG9102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

13

Projectgerelateerd

Figuur 4.1, 4.2 en 4.3. Van links naar rechts: Herbruikbaarheid asfalt (verhardingslaag), bodemkwaliteitsklasse (0,0-1,0 m-mv), bodemkwaliteitsklasse (>1,0 m-mv).

15-5-2020

HERTONTWIKKELING STATIONSGEBIED IN NUNSPEET

BG9102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

14

Projectgerelateerd

5

Onderzoeksgebied C

5.1

Uitgevoerd onderzoek

Binnen onderzoeksgebied C wordt de wegindeling gewijzigd en een snelverkeertunnel gerealiseerd waarbij verhardingsmateriaal (asfalt) en grond vrijkomt. Uit het vooronderzoek blijkt dat binnen de grens van het onderzoeksgebied geen bodemverontreiniging en/of puntbronnen aanwezig zijn. Aan de noordzijde buiten de grens van het onderzoeksgebied is een benzine-service-station aanwezig. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische bodemrisico’s zijn onderstaande onderzoeksstrategieën toegepast: • Verhardingsonderzoek conform de CROW 210 met PAK marker en HPLC analyses. • Civieltechnisch onderzoek conform de standaard RAW Bepalingen 2015. • Milieuhygiënisch bodemonderzoek conform de NEN5740 (ONV-NL) met analyses op standaardpakket A aangevuld met PFAS. De strategie is aangevuld met diepe boringen en/of diepe peilbuizen variërend van 4,0 tot en met 15,0 m-mv ter plaatse van de locatie van de toekomstige snelverkeertunnel. Omdat er mogelijk een bronbemaling nodig is zijn ook de lozingsparameters van het grondwater bepaald. • Asbestonderzoek conform de NEN5707 (ONV). In tabel 5.1 is de veld- en laboratoriumonderzoeksinspanning weergegeven. Tabel 5.1 Onderzoeksgebieden met bijbehorende veld- en laboratoriumonderzoeksinspanning Oppervlakte (m2)

Onderzoeksgebied

Onderzoek gebieden Onderzoeksgebied C

Standaardpakket A: Standaardpakket B:

5.2

11230

Onderzoeksinspanning

Weg verharding 6450

Veldonderzoek

Laboratoriumonderzoek

14 x asfaltboring (120 mm) 1 x boring tot 1,0 m-mv 15 x boring tot 1,5 m-mv 3 x boring tot 4,0 m-mv 1 x boring tot 5,0 m-mv 3 x boring tot 6,0 m-mv 1 x peilbuis tot 4,0 m-mv 1 x peilbuis tot 5,0 m-mv 2 x peilbuis tot 15,0 m-mv 14 x inspectiegat (0,3*0,3*0,5m)

Verharding (asfalt) 15 x PAK marker analyse 8 x PAK HPLC analyse Grond 13 x SCG zeefkromme 19 x Standaardpakket A 10 x PFAS 6 x Asbest Grondwater 4 x Standaardpakket B Afvalwater 3 x Lozingsparameters pakket

Standaardpakket grond: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB, PAK (10 VROM), minerale olie, organisch stof en lutum. Standaardpakket grondwater: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), CKW (17), aromaten (incl. naftaleen en styreen) en minerale olie + OCB.

Resultaten

Veldonderzoek In bijlage 4a is de meetpuntenkaart opgenomen en de bodemprofielen en resultaten van het veldonderzoek zijn opgenomen in bijlage 4b. Uit het veldonderzoek blijkt het volgende: • Er is een verharding van asfalt aanwezig met een dikte van circa 20 cm. Ter plaatse van boring C02, C04, C12, C16 en C22 heeft de asfalt laag een dikte van circa 35 cm. • De verharding ligt direct op het zand, er is geen bouwstof gebruikt voor de funderingsconstructie. • In de boringen zijn bijmengingen waargenomen van sporen en resten baksteen. Er zijn geen asbest verdachte materialen waargenomen. • Het grondwater bevindt zich op een diepte van circa 4,0 - 5,0 m-mv. • De pH en EC van het grondwater zijn respectievelijk tussen 6,23-7,31 en tussen 270-680 µS/cm.

15-5-2020

HERTONTWIKKELING STATIONSGEBIED IN NUNSPEET

BG9102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

15

Projectgerelateerd

Laboratoriumonderzoek en toetsingsresultaten De mengmonstersamenstelling, de resultaten van het laboratoriumonderzoek en de toetsingsresultaten zijn opgenomen in bijlage 4c, 4d en 4e. Uit het laboratoriumonderzoek en de toetsingen blijkt het volgende: • In het asfalt ter plaatse van boring C04 (64-73mm), C12 (43-48mm), C16 (40-45mm) en C25 (5861mm) overschrijdt het PAK gehalte de grens van 75 mg/kg. De overige asfaltverharding blijft onder de 75 mg/kg. • De doorlatendheid van de bodem is over het algemeen goed tot zeer goed met een doorlatendheid variërend van 4,4 t/m 54 m/d. In de bodemlaag van 5,0 t/m 6,0 m-mv ter plaatse van boring C11 is een laag met zware zavel aanwezig. In deze laag is de doorlatendheid zeer slecht met een snelheid van <0,01 m/d. • Er zijn geen interventiewaarde overschrijdingen aangetoond. Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. • De bovengrond (0,0-0,5 m-mv) is in het noordelijk deel van het onderzoeksgebied geclassificeerd als bodemkwaliteitsklasse Industrie en in het zuidelijk deel als bodemkwaliteitsklasse Wonen. De ondergrond (0,5-2,0 m-mv) is geclassificeerd als bodemkwaliteitsklasse Industrie, Wonen en Altijd toepasbaar. De diepere ondergrond (>2,0 m-mv) is geclassificeerd als Altijd toepasbaar.

• De PFOA gehalten variëren van 0,14 tot 0,27 µg/kg, de PFOS gehalten variëren van 0,14 tot 0,45 µg/kg en de overige PFAS hebben een gehalte van <0,10 µg/kg. • Asbest is in de grond lager gemeten dan 2,0 mg/kg. • In het grondwater bij peilbuis C03 overschrijdt de concentratie aan barium en naftaleen de streefwaarde, het grondwater bij peilbuis C23 voldoet aan de streefwaarde, in het grondwater bij peilbuis C-MB01 overschrijdt de concentratie barium, koper, lood en xylenen de streefwaarde en in het grondwater bij peilbuis C-MB02 overschrijdt de concentratie kwik de streefwaarde.

5.3

Conclusie/interpretatie

Uit het onderzoek ter plaatse van onderzoeksgebied C blijkt het volgende: • De verharding bestaat uit asfalt en is grotendeels niet teerhoudend en herbruikbaar. Een aantal lagen is wel teerhoudend en niet herbruikbaar zijn. Deze zijn in bijlage 4f en in figuur 4.1 op kaart weergegeven. • De doorlatendheid van de bodem is goed tot zeer goed. De grond is geschikt voor aanvulling en ophoging, als zand voor zandbed en als draineerzand. De laag van 5,0 t/m 6,0 m-mv ter plaatse van boring C11 is zeer slecht doorlaatbaar en voldoet niet voor aanvulling, zandbed en/of draineerzand. • Er zijn geen interventiewaarde overschrijdingen aangetoond. Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. • De bovengrond (0,0-0,5 m-mv) is in het noordelijk deel van het onderzoeksgebied geclassificeerd als bodemkwaliteitsklasse Industrie en in het zuidelijk deel als bodemkwaliteitsklasse Wonen. De ondergrond (0,5-2,0 m-mv) is geclassificeerd als bodemkwaliteitsklasse Industrie, Wonen en Altijd toepasbaar. De diepere ondergrond (>2,0 m-mv) is geclassificeerd als Altijd toepasbaar. In bijlage 4g en in figuur 5.2 en 5.3, 5.4 en 5.5 zijn de bodemkwaliteitsklasse op kaart gevisualiseerd. • Grondverzet is mogelijk onder de voorwaarden van het Bbk met de bodemkwaliteitskaarten als milieuhygiënische verklaring.

• De gehalten PFAS overschrijden de achtergrondwaarde niet en is voor hergebruik onder het Bbk geen belemmering. • Er is zowel visueel als analytisch geen asbest en/of asbestverdacht materiaal in de grond aangetoond • In het grondwater zijn geen ernstig verhoogde concentraties aan de onderzochte parameters aangetoond.

15-5-2020

HERTONTWIKKELING STATIONSGEBIED IN NUNSPEET

BG9102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

16

Projectgerelateerd

Figuur 5.1, 5.2, 5.3, 5.4 en 5.5. Van links naar rechts: Herbruikbaarheid asfalt (verhardingslaag), bodemkwaliteitsklasse (0,0-0,5 mmv), bodemkwaliteitsklasse (0,5-1,0 m-mv), bodemkwaliteitsklasse (1,0-2,0 m-mv), bodemkwaliteitsklasse (>2,0 m-mv).

15-5-2020

HERTONTWIKKELING STATIONSGEBIED IN NUNSPEET

BG9102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

17

Projectgerelateerd

6

Onderzoeksgebied D

6.1

Uitgevoerd onderzoek

Binnen onderzoeksgebied D wordt de wegindeling gewijzigd en een langzaamverkeertunnel gerealiseerd waarbij verhardingsmateriaal (asfalt) en grond vrijkomt. Uit het vooronderzoek blijkt dat binnen de grens van het onderzoeksgebied geen bodemverontreiniging en/of puntbronnen aanwezig zijn. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische bodemrisico’s zijn onderstaande onderzoeksstrategieën toegepast: • Verhardingsonderzoek conform de CROW 210 met PAK marker en HPLC analyses. • Civieltechnisch onderzoek conform de standaard RAW Bepalingen 2015. • Milieuhygiënisch bodemonderzoek conform de NEN5740 (ONV-NL) met analyses op standaardpakket A aangevuld met PFAS. De strategie is aangevuld met diepe boringen en/of diepe peilbuizen variërend van 3,0 tot en met 15,0 m-mv ter plaatse van de locatie van de toekomstige langzaamverkeertunnel. Omdat er mogelijk een bronbemaling nodig is zijn ook de lozingsparameters van het grondwater bepaald. • Asbestonderzoek conform de NEN5707 (ONV). In tabel 6.1 is de veld- en laboratoriumonderzoeksinspanning weergegeven. Tabel 6.1 Onderzoeksgebieden met bijbehorende veld- en laboratoriumonderzoeksinspanning Oppervlakte (m2)

Onderzoeksgebied

Onderzoek gebieden Onderzoeksgebied D

Standaardpakket A: Standaardpakket B:

6.2

10050

Onderzoeksinspanning

Weg verharding 3400

Veldonderzoek

Laboratoriumonderzoek

8 x asfaltboring (120 mm) 1 x boring tot 1,0 m-mv 16 x boring tot 1,5 m-mv 2 x boring tot 3,0 m-mv 3 x boring tot 4,0 m-mv 1 x peilbuis tot 5,0 m-mv 1 x peilbuis tot 6,0 m-mv 2 x peilbuis tot 15,0 m-mv 15 x inspectiegat (0,3*0,3*0,5m)

Verharding (asfalt) 9 x PAK marker analyse 5 x PAK HPLC analyse Grond 13 x SCG zeefkromme 22 x Standaardpakket A 13 x PFAS 6 x Asbest Grondwater 4 x Standaardpakket B Afvalwater 2 x Lozingsparameters pakket

Standaardpakket grond: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB, PAK (10 VROM), minerale olie, organisch stof en lutum. Standaardpakket grondwater: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), CKW (17), aromaten (incl. naftaleen en styreen) en minerale olie + OCB.

Resultaten

Veldonderzoek In bijlage 5a is de meetpuntenkaart opgenomen en de bodemprofielen en resultaten van het veldonderzoek zijn opgenomen in bijlage 5b. Uit het veldonderzoek blijkt het volgende: • Er is een verharding van asfalt aanwezig met een dikte van circa 20 cm. • De verharding ligt direct op het zand, er is geen bouwstof gebruikt voor de funderingsconstructie. • In de boringen zijn bijmengingen waargenomen van sporen en resten baksteen en beton. Er zijn geen asbest verdachte materialen waargenomen. • Het grondwater bevindt zich op een diepte van circa 4,0 - 4,5 m-mv. • De pH en EC van het grondwater zijn respectievelijk tussen 6,23-6,70 en tussen 390-1590 µS/cm.

15-5-2020

HERTONTWIKKELING STATIONSGEBIED IN NUNSPEET

BG9102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

18

Projectgerelateerd

Laboratoriumonderzoek en toetsingsresultaten De mengmonstersamenstelling, de resultaten van het laboratoriumonderzoek en de toetsingsresultaten zijn opgenomen in bijlage 5c, 5d en 5e. Uit het laboratoriumonderzoek en de toetsingen blijkt het volgende: • In het asfalt is een PAK-gehalte gemeten onder de 75 mg/kg. • De doorlatendheid van de bodem is over het algemeen goed tot zeer goed met een doorlatendheid variërend van 3,4 t/m 65 m/d. In de bodemlaag van 3,5-5,0 m-mv ter plaatse van boring D03 is een laag met zeer lichte zavel aanwezig. In deze laag is de doorlatendheid matig met een snelheid van 0,16 m/d. • Er zijn geen interventiewaarde overschrijdingen aangetoond. Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. • In de boven- en ondergrond (0,0-1,0 m-mv) varieert de bodemkwaliteitsklasse van Niet toepasbaar, Industrie, Wonen en Altijd toepasbaar. De ondergrond van 1,0-1,5 m-mv is geclassificeerd als bodemkwaliteitsklasse Wonen en Altijd toepasbaar. De ondergrond dieper dan 1,5 m-mv is geclassificeerd als Altijd toepasbaar. • De PFOA gehalten variëren van 0,14 tot 0,28 µg/kg, de PFOS gehalten variëren van 0,14 tot 0,63 µg/kg en de overige PFAS hebben een gehalte van <0,10 µg/kg. • Asbest is in de grond is in één mengmonster gemeten op 6,6 mg/kg. In de overige mengmonsters zijn concentraties lager dan 2,0 mg/kg gemeten.

• In het grondwater bij peilbuis D03 overschrijdt de concentratie barium, koper, molybdeen en naftaleen de streefwaarde, in het grondwater bij peilbuis D24 overschrijdt de concentratie barium en molybdeen de streefwaarde, in het grondwater bij peilbuis D-MB01 overschrijdt de concentratie barium en cadmium de streefwaarde en in het grondwater bij peilbuis D-MB02 overschrijdt de concentratie barium en naftaleen de streefwaarde.

6.3

Conclusie/interpretatie

Uit het onderzoek ter plaatse van onderzoeksgebied D blijkt het volgende: • De verharding bestaat uit asfalt en is niet teerhoudend en herbruikbaar (bijlage 5f en figuur 4.1). Het asfalt is gefundeerd op zand. Er is geen funderingsmateriaal aanwezig. • De doorlatendheid van de bodem is goed tot zeer goed. De grond is geschikt voor aanvulling en ophoging, als zand voor zandbed en als draineerzand. De laag van 3,5 t/m 5,0 m-mv ter plaatse van boring D03 is zeer slecht doorlaatbaar en voldoet niet voor aanvulling, zandbed en/of draineerzand. • Er zijn geen interventiewaarde overschrijdingen aangetoond. Er is geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. • In de boven- en ondergrond (0,0-1,0 m-mv) varieert de bodemkwaliteitsklasse van Niet toepasbaar, Industrie, Wonen en Altijd toepasbaar. De ondergrond van 1,0-1,5 m-mv is geclassificeerd als bodemkwaliteitsklasse Wonen en Altijd toepasbaar. De ondergrond dieper dan 1,5 m-mv is geclassificeerd als Altijd toepasbaar. In bijlage 5g en in figuur 6.2 en 6.3, 6.4 en 6.5 zijn de bodemkwaliteitsklasse op kaart gevisualiseerd. • Op de locaties waar de grond als niet toepasbaar is geclassificeerd adviseren wij de grond af te voeren naar een vergunde inrichting. Indien er geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd mag de bodem blijven liggen, er is geen saneringsverplichting.

Op de overige locaties is grondverzet mogelijk onder de voorwaarden van het Bbk met de bodemkwaliteitskaarten als milieuhygiënische verklaring. • De gehalten PFAS overschrijden de achtergrondwaarde niet en is voor hergebruik onder het Bbk geen belemmering. • Er is zowel visueel als analytisch geen asbest en/of asbestverdacht materiaal in de grond aangetoond. • In het grondwater zijn geen ernstig verhoogde concentraties aan de onderzochte parameters aangetoond. Er is geen sprake van een geval van ernstige grondwaterverontreiniging.

15-5-2020

HERTONTWIKKELING STATIONSGEBIED IN NUNSPEET

BG9102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

19

Projectgerelateerd

Figuur 6.1, 6.2, 6.3, 6,4 en 6.5. Van links naar rechts: Herbruikbaarheid asfalt (verhardingslaag), bodemkwaliteitsklasse (0,0-0,5 mmv), bodemkwaliteitsklasse (0,5-1,0 m-mv), bodemkwaliteitsklasse 1,0-1,5 m-mv), bodemkwaliteitsklasse (>1,5 m-mv).

15-5-2020

HERTONTWIKKELING STATIONSGEBIED IN NUNSPEET

BG9102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

20

Projectgerelateerd

7

Onderzoeksgebied E

7.1

Uitgevoerd onderzoek

Binnen onderzoeksgebied E wordt de wegindeling gewijzigd en een langzaamverkeertunnel gerealiseerd waarbij verhardingsmateriaal (asfalt) en grond vrijkomt. Uit het vooronderzoek blijkt dat binnen de grens van het onderzoeksgebied geen bodemverontreiniging en/of puntbronnen aanwezig zijn. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische bodemrisico’s zijn onderstaande onderzoeksstrategieën toegepast: • Verhardingsonderzoek conform de CROW 210 met PAK marker en HPLC analyses. • Civieltechnisch onderzoek conform de standaard RAW Bepalingen 2015. • Milieuhygiënisch bodemonderzoek conform de NEN5740 (ONV-NL) met analyses op standaardpakket A aangevuld met PFAS. De strategie is aangevuld met diepe boringen en/of diepe peilbuizen variërend van 4,0 tot en met 15,0 m-mv ter plaatse van de locatie van de toekomstige langzaamverkeertunnel. Omdat er mogelijk een bronbemaling nodig is zijn ook de lozingsparameters van het grondwater bepaald. • Asbestonderzoek conform de NEN5707 (ONV). In tabel 7.1 is de veld- en laboratoriumonderzoeksinspanning weergegeven. Tabel 7.1 Onderzoeksgebieden met bijbehorende veld- en laboratoriumonderzoeksinspanning Oppervlakte (m2)

Onderzoeksgebied

Onderzoek gebieden Onderzoeksgebied E

Standaardpakket A: Standaardpakket B:

7.2

13810

Onderzoeksinspanning

Weg verharding 3160

Veldonderzoek

Laboratoriumonderzoek

7 x asfaltboring (120 mm) 14 x boring tot 1,5 m-mv 2 x boring tot 4,0 m-mv 3 x boring tot 5,0 m-mv 3 x boring tot 6,0 m-mv 3 x peilbuis tot 5,0 m-mv 3 x peilbuis tot 15,0 m-mv 15 x inspectiegat (0,3*0,3*0,5m)

Verharding (asfalt) 7 x PAK marker analyse 4 x PAK HPLC analyse Grond 19 x SCG zeefkromme 29 x Standaardpakket A 23 x PFAS 5 x Asbest 9 x Nikkel analyse Grondwater 6 x Standaardpakket B Afvalwater 6 x Lozingsparameters pakket

Standaardpakket grond: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB, PAK (10 VROM), minerale olie, organisch stof en lutum. Standaardpakket grondwater: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), CKW (17), aromaten (incl. naftaleen en styreen) en minerale olie + OCB.

Resultaten

Veldonderzoek In bijlage 6a is de meetpuntenkaart opgenomen en de bodemprofielen en resultaten van het veldonderzoek zijn opgenomen in bijlage 6b. Uit het veldonderzoek blijkt het volgende: • Er is een verharding van asfalt aanwezig met een dikte van circa 8-20 cm. • De verharding ligt direct op het zand, er is geen bouwstof gebruikt voor de funderingsconstructie. • In de boringen zijn bijmengingen waargenomen van sporen en resten baksteen. Ter plaatse van boring E20 zijn resten slakken en ter plaatse van boring 21 zijn resten kolengruis aangetroffen. Er zijn geen asbest verdachte materialen waargenomen. • Het grondwater bevindt zich op een diepte van circa 5,5 - 6,0 m-mv. • De pH en EC van het grondwater zijn respectievelijk tussen 5,84-6,49 en tussen 420-940 µS/cm.

15-5-2020

HERTONTWIKKELING STATIONSGEBIED IN NUNSPEET

BG9102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

21

Projectgerelateerd

Laboratoriumonderzoek en toetsingsresultaten De mengmonstersamenstelling, de resultaten van het laboratoriumonderzoek en de toetsingsresultaten zijn opgenomen in bijlage 6c, 6d en 6e. Uit het laboratoriumonderzoek en de toetsingen blijkt het volgende: • In het asfalt is een PAK-gehalte gemeten onder de 75 mg/kg. • De doorlatendheid van de bodem is goed tot zeer goed met een doorlatendheid variërend van 6,2 t/m 50 m/d. • In één mengmonster van de bovengrond en in één mengmonster van de ondergrond wordt de interventiewaarde aan nikkel overschreden. Deze mengmonsters zijn uitgesplitst. Hieruit blijkt dat twee van de vijf deelmonsters van de bovengrond de interventiewaarde aan nikkel overschrijdt (E101 en E11-1). • In de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) varieert de bodemkwaliteitsklasse van Niet toepasbaar, Klasse industrie, Wonen en Altijd toepasbaar. De ondergrond (0,5-3,0 m-mv) is geclassificeerd als Niet toepasbaar, Klasse industrie, Wonen en Altijd toepasbaar. Vanaf 3,0 m-mv is de bodemkwaliteitsklasse geclassificeerd als Altijd toepasbaar. • De PFOA gehalten variëren van 0,14 tot 0,71 µg/kg, de PFOS gehalten variëren van 0,14 tot 1,40 µg/kg en de overige PFAS hebben gehalte die variëren van <0,10 tot 0,40 µg/kg. • Asbest is in de grond lager gemeten dan 1,0 mg/kg. Dit is lager dan de detectiegrens.

• In het grondwater bij peilbuis E05 overschrijdt de concentratie nikkel de streefwaarde, in het grondwater bij peilbuis E15 overschrijdt de concentratie naftaleen de streefwaarde, in het grondwater bij peilbuis E-22 overschrijdt de concentratie aan barium, cadmium en nikkel de streefwaarde en in het grondwater bij peilbuis D-MB02 voldoet aan de streefwaarde.

7.3

Conclusie/interpretatie

Uit het onderzoek ter plaatse van onderzoeksgebied E blijkt het volgende: • De verharding bestaat uit asfalt en is niet teerhoudend en herbruikbaar (bijlage 6f en figuur 4.1). Het asfalt is gefundeerd op zand. Er is geen funderingsmateriaal aanwezig. • De doorlatendheid van de bodem is goed tot zeer goed. De grond is geschikt voor aanvulling en ophoging, als zand voor zandbed en als draineerzand. • Op twee meetpunten van de bovengrond ter plaatse van boring E10 en E11 overschrijdt nikkel de interventiewaarde. De meetpunten hebben geen onderlinge samenhang en derhalve betreft het geen geval van ernstige bodemverontreiniging maar plaatselijke spots. • In de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) varieert de bodemkwaliteitsklasse van Niet toepasbaar, Klasse industrie, Wonen en Altijd toepasbaar. De ondergrond (0,5-3,0 m-mv) is geclassificeerd als Niet toepasbaar, Klasse industrie, Wonen en Altijd toepasbaar. Vanaf 3,0 m-mv is de bodemkwaliteitsklasse geclassificeerd als Altijd toepasbaar. In bijlage 6g en in figuur 7.2 en 7.3, 7.4 en 7.5 zijn de bodemkwaliteitsklasse op kaart gevisualiseerd. • Op de locaties met de interventiewaarde overschrijdingen mag de grond niet worden hergebruikt. Wanneer deze grond wordt uitgenomen mag het niet worden teruggeplaatst onder artikel 36.3 Bbk. Wij adviseren deze grond af te voeren naar een vergunde inrichting.

Als in deze grond geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd mag het blijven liggen, er is geen saneringsverplichting. Op de overige locaties is grondverzet mogelijk onder de voorwaarden van het Bbk met de bodemkwaliteitskaarten als milieuhygiënische verklaring. • PFAS is op twee meetpunten boven de achtergrondwaarde van 0,8 µg/kg gemeten, het gemiddelde van de PFAS analyses ligt onder de achtergrondwaarde. PFAS is voor hergebruik onder het Bbk geen belemmering. • Er is zowel visueel als analytisch geen asbest en/of asbestverdacht materiaal in de grond aangetoond. • In het grondwater zijn geen ernstig verhoogde concentraties aan de onderzochte parameters aangetoond. Er is geen sprake van een geval van ernstige grondwaterverontreiniging.

15-5-2020

HERTONTWIKKELING STATIONSGEBIED IN NUNSPEET

BG9102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

22

Projectgerelateerd

Figuur 7.1, 7.2, 7.3, 7,4 en 7.5. Van links naar rechts: Herbruikbaarheid asfalt (verhardingslaag), bodemkwaliteitsklasse (0,0-0,5 mmv), bodemkwaliteitsklasse (0,5-1,0 m-mv), bodemkwaliteitsklasse (1,0-3,0 m-mv), bodemkwaliteitsklasse (>3,0 m-mv).

15-5-2020

HERTONTWIKKELING STATIONSGEBIED IN NUNSPEET

BG9102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

23

Projectgerelateerd

8

Onderzoeksgebied F

8.1

Uitgevoerd onderzoek

Binnen onderzoeksgebied F wordt de wegindeling gewijzigd en een snelverkeerstunnel gerealiseerd waarbij grond vrijkomt. Uit het vooronderzoek blijkt dat binnen de grens van het onderzoeksgebied geen bodemverontreiniging en/of puntbronnen aanwezig zijn. Voor het vaststellen van de milieuhygiënische bodemrisico’s zijn onderstaande onderzoeksstrategieën toegepast: • Civieltechnisch onderzoek conform de standaard RAW Bepalingen 2015. • Milieuhygiënisch bodemonderzoek conform de NEN5740 (ONV-NL) met analyses op standaardpakket A aangevuld met PFAS. De strategie is aangevuld met diepe boringen en/of diepe peilbuizen variërend van 3,0 tot en met 15,0 m-mv ter plaatse van de locatie van de toekomstige snelverkeertunnel. Omdat er mogelijk een bronbemaling nodig is zijn ook de lozingsparameters van het grondwater bepaald. • Asbestonderzoek conform de NEN5707 (ONV). In tabel 8.1 is de veld- en laboratoriumonderzoeksinspanning weergegeven. Tabel 8.1 Onderzoeksgebieden met bijbehorende veld- en laboratoriumonderzoeksinspanning Oppervlakte (m2)

Onderzoeksgebied

Onderzoek gebieden Onderzoeksgebied F

Standaardpakket A: Standaardpakket B:

8.2

11130

Onderzoeksinspanning

Weg verharding -

Veldonderzoek 10 x boring tot 1,5 m-mv 3 x boring tot 2,0 m-mv 1 x boring tot 3,0 m-mv 5 x boring tot 4,0 m-mv 2 x boring tot 5,0 m-mv 1 x boring tot 6,0 m-mv 1 x peilbuis tot 5,0 m-mv 1 x peilbuis tot 6,0 m-mv 3 x peilbuis tot 15,0 m-mv 15 x inspectiegat (0,3*0,3*0,5m)

Laboratoriumonderzoek Grond 15 x SCG zeefkromme 22 x Standaardpakket A 15 x PFAS 10 x Asbest 1 x Asbest plaatmateriaal Grondwater 5 x Standaardpakket B Afvalwater 5 x Lozingsparameters

Standaardpakket grond: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB, PAK (10 VROM), minerale olie, organisch stof en lutum. Standaardpakket grondwater: zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), CKW (17), aromaten (incl. naftaleen en styreen) en minerale olie + OCB.

Resultaten

Veldonderzoek In bijlage 7a is de meetpuntenkaart opgenomen en de bodemprofielen en resultaten van het veldonderzoek zijn opgenomen in bijlage 7b. Uit het veldonderzoek blijkt het volgende: • Er is geen asfaltverharding aanwezig. Een deel van het terrein (voormalige parkeerplaats) is bedekt met grind. • De verharding ligt direct op het zand, er is geen bouwstof gebruikt voor de funderingsconstructie. • In de boringen zijn bijmengingen waargenomen van sporen en resten baksteen, beton, kolengruis en asbest(verdachte) materialen. Ter plaatse van boring F12 is op een diepte van circa 1,0-1,2 mmv een verhardingslaag aangetroffen met asbesthoudend plaatmateriaal. De boring is op deze laag gestaakt. Ook met proefboringen rondom boring F12 is dezelfde laag met asbesthoudend plaatmateriaal aangetroffen. • Het grondwater bevindt zich op een diepte van circa 4,0 m-mv. • De pH en EC van het grondwater zijn respectievelijk tussen 5,69-6,84 en tussen 160-500 µS/cm.

15-5-2020

HERTONTWIKKELING STATIONSGEBIED IN NUNSPEET

BG9102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

24

Projectgerelateerd

Laboratoriumonderzoek en toetsingsresultaten De mengmonstersamenstelling, de resultaten van het laboratoriumonderzoek en de toetsingsresultaten zijn opgenomen in bijlage 7c, 7d en 7e. Uit het laboratoriumonderzoek en de toetsingen blijkt het volgende: • De doorlatendheid van de bodem is over het algemeen goed tot zeer goed met een doorlatendheid variërend van 2,1 t/m 26 m/d. In de bodemlaag van 7,4-10,5 ter plaatse van boringen FMB01 en FMB02 is een laag met zware zavel aanwezig. In deze laag is de doorlatendheid zeer slecht met een snelheid van <0,01 m/d. • In één mengmonster van de ondergrond (2,0-3,0 m-mv) ter plaatse van boring F17, F18 en F-MB03 wordt de interventiewaarde aan zink overschreden. In één mengmonster van de ondergrond (0,5-1,0 m-mv) ter plaatse van boring F22, F23 en F24 wordt de interventiewaarde aan koper overschreden. • In de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) varieert de bodemkwaliteitsklasse van Niet toepasbaar, Klasse industrie, Wonen en Altijd toepasbaar. De ondergrond (0,5-3,0 m-mv) is geclassificeerd als Niet toepasbaar, Klasse Industrie, Wonen en Altijd toepasbaar. • De PFOA gehalten variëren van 0,14 tot 0,59 µg/kg, de PFOS gehalten variëren grotendeels van 0,14 tot 0,53 µg/kg. Er zijn drie afwijkende PFOS gehalten gemeten van 0,95, 1,20 en 2,80 µg/kg. De overige PFAS hebben gehalte van <0,10 µg/kg.

• Asbest in de grond is gemeten in concentraties variërend van <1,0 mg/kg tot en met 73,0 mg/kg. • Het aangetroffen plaatmateriaal ter plaatse van boring F12 betreft hechtgebonden chrysotiel asbest. • In het grondwater bij peilbuis F15 overschrijdt de concentratie koper en molybdeen de streefwaarde, in het grondwater bij peilbuis F17 overschrijdt de concentratie naftaleen de streefwaarde, het grondwater bij peilbuis F18 voldoet aan de streefwaarde en in het grondwater bij peilbuis F-MB01 en F-MB02 overschrijdt naftaleen de streefwaarde.

8.3

Conclusie/interpretatie

Uit het onderzoek ter plaatse van onderzoeksgebied F blijkt het volgende: • De doorlatendheid van de bodem is goed tot zeer goed. De grond is geschikt voor aanvulling en ophoging, als zand voor zandbed en als draineerzand. De laag van 7,4 t/m 10,5 m-mv ter plaatse van boringen F-MB01 en F-MB02 is zeer slecht doorlaatbaar en voldoet niet voor aanvulling, zandbed en/of draineerzand. • In één mengmonster van de ondergrond (2,0-3,0 m-mv) ter plaatse van boring F17, F18 en FMB03 wordt de interventiewaarde aan zink overschreden. In één mengmonster van de ondergrond (0,5-1,0 m-mv) ter plaatse van boring F22, F23 en F24 wordt de interventiewaarde aan koper overschreden. De meetpunten van het mengmonster F17, F18 en F19 van de ondergrond (2,0-3,0 m-mv) hebben geen onderlinge samenhang en zijn verticaal afgeperkt. Derhalve betreft dit geen geval van ernstige bodemverontreiniging maar plaatselijke spots. De meetpunten van het mengmonster F22, F23 en F24 van de ondergrond (0,5-1,0 m-mv) hebben wel een onderlinge samenhang en is verticaal niet afgeperkt. Dit betreft een mogelijk geval van ernstige bodemverontreiniging en dient indien gewenst nader onderzocht te worden. • In de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) varieert de bodemkwaliteitsklasse van Niet toepasbaar, Klasse industrie, Wonen en Altijd toepasbaar.

De ondergrond (0,5-3,0 m-mv) is geclassificeerd als Niet toepasbaar, Klasse Industrie, Wonen en Altijd toepasbaar. In bijlage 7f en in figuur 8.1, 8.2, 8.3, 8.4 en 8.5 de bodemkwaliteitsklasse op kaart gevisualiseerd. • Op de locaties met de interventiewaarde overschrijdingen mag de grond niet worden hergebruikt. Wanneer deze grond wordt uitgenomen mag het niet worden teruggeplaatst onder artikel 36.3 Bbk. Wij adviseren deze grond af te voeren naar een vergunde inrichting. Als in deze grond geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd mag het blijven liggen, er is geen saneringsverplichting. Op de overige locaties is grondverzet mogelijk onder de voorwaarden van het Bbk met de bodemkwaliteitskaarten als milieuhygiënische verklaring.

15-5-2020

HERTONTWIKKELING STATIONSGEBIED IN NUNSPEET

BG9102-RHD-ZZ-XX-RP-Z-0001

25

Projectgerelateerd

• PFAS is op drie meetpunten boven de achtergrondwaarde van 0,8 µg/kg gemeten, het gemiddelde van de PFAS analyses ligt onder de achtergrondwaarde. PFAS is voor hergebruik onder het Bbk geen belemmering. • Er is zowel visueel als analytisch asbestverdacht materiaal in de grond aangetoond. Het betreft hechtgebonden chrysotiel plaatmateriaal. Het materiaal is afkomstig van een verhardingslaag aangetroffen op een diepte van circa 1,0-1,2 m-mv ter plaatse van boring F12. De omvang van deze verhardingslaag is bepaald met een nader asbestonderzoek. Deze is beschreven in hoofdstuk 9. • In het grondwater zijn geen ernstig verhoogde concentraties aan de onderzochte parameters aangetoond. Er is geen sprake van een geval van ernstige grondwaterverontreiniging.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11531222/1