AP 6c. Bijlagen bij de toelichting Bijlage 3 Ambities duurzaamheid
Tekst van het document
RAPPORT Stationsgebied Nunspeet: duurzaamheid Ambitiebepaling d.m.v. Ambitieweb Klant:
Gemeente Nunspeet
Referentie: BG4029TPRP2002181435 Status:
D1/P01.01
Datum:
18 februari 2020
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Laan 1914 no.35 3818 EX AMERSFOORT Transport & Planning Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: Stationsgebied Nunspeet: duurzaamheid Ondertitel: Ambitiebepaling d.m.v. Ambitieweb Referentie: BG4029TPRP2002181435 Status: P01.01/D1 Datum: 18 februari 2020 Projectnaam: Projectnummer: BG4029 Auteur(s): Patrick de Baat
Opgesteld door: Patrick de Baat Gecontroleerd door: Jarko van Nunen Datum/paraaf: Goedgekeurd door: Datum/paraaf:
Classificatie Projectgerelateerd
Disclaimer No part of these specifications/printed matter may be reproduced and/or published by print, photocopy, microfilm or by any other means, without the prior written permission of HaskoningDHV Nederland B.V.; nor may they be used, without such permission, for any purposes other than that for which they were produced. HaskoningDHV Nederland B.V. accepts no responsibility or liability for these specifications/printed matter to any party other than the persons by whom it was commissioned and as concluded under that Appointment. The integrated QHSE management system of HaskoningDHV Nederland B.V. has been certified in accordance with ISO 9001:2015, ISO 14001:2015 and ISO 45001:2018. 18 februari 2020
AMBITIEBEPALING D.M.V. AMBITIEWEB
BG4029TPRP2002181435
i
Projectgerelateerd
Inhoud 1
Ambitiebepaling duurzaamheid
3
2
Uitwerking van de 12 thema’s
4
2.1
Energie (niveau 1)
4
2.2
Materialen (niveau 2)
4
2.3
Water (niveau 2)
5
2.4
Bodem (niveau 2)
6
2.5
Ecologie en biodiversiteit (niveau 3)
7
2.6
Ruimtegebruik (niveau 2)
7
2.7
Ruimtelijke kwaliteit (niveau 3)
8
2.8
Leefbaarheid/welzijn (niveau 2)
9
2.9
Sociale relevantie (niveau 2)
9
2.10
Bereikbaarheid (niveau 3)
10
2.11
Investeringen (niveau 2)
10
2.12
Investeringsklimaat (niveau 2)
11
3
Aanbevelingen vervolgproces
12
18 februari 2020
AMBITIEBEPALING D.M.V. AMBITIEWEB
BG4029TPRP2002181435
ii
1
Ambitiebepaling duurzaamheid
Met project Stationsgebied Nunspeet wordt de overgang in de N310 verwijderd en een groot deel van het stationsgebied vernieuwd. De huidige overgang wordt vervangen door twee onderdoorgangen: voor gemotoriseerd verkeer en voor fietsers/voetgangers. Daarmee wordt direct de openbare ruimte aangepakt, om naast veiligheid ook de kwaliteit van de openbare ruimte een impuls te geven. De duurzame ambities zijn van toepassing op het gehele project. Binnen het project is er veel aandacht voor duurzaamheid, om dit te stroomlijnen worden er ambities vastgelegd. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het Ambitieweb. Dit is een instrument uit de aanpak duurzame GWW1, waarmee duurzaamheid op uniforme wijze toegepast kan worden in projecten. Het instrument bevat 12 thema’s, op basis waarvan de ambities voor het project worden bepaald. Er zijn drie ambitieniveaus te kiezen: “regulier” is een normaal marktconform niveau, “extra” betekent dat er extra maatregelen worden getroffen, “hoog” betekent dat er maximaal wordt ingezet op een thema. Afbeelding 1 toont het resultaat van de werksessie op 27 januari 2020. Daarbij waren aanwezig: Paula Croonen (ProRail), Marco Spinosa (ProRail), Jaap Schoonhoven (Gem. Nunspeet), Christo Willemsen (Gem. Nunspeet), Ariën Schaap (Gem. Nunspeet), Jarko van Nunen (RHDHV) en Patrick de Baat (RHDHV).
Voor ieder thema is besproken of deze een regulier (1), extra (2) of hoog (3) ambitieniveau krijgt. In de afbeelding is te zien dat drie thema’s een hoge (3) ambitie krijgen, gevolgd door acht thema’s met extra (2) ambitie, en een thema met reguliere (1) ambitie. Gezien de status van het project, einde VO fase, is er gekeken naar kansen alsmede benoemd welke keuzes er reeds zijn gemaakt.
Afbeelding 1: resultaat Ambitieweb
1
https://www.duurzaamgww.nl/de-aanpak/
18 februari 2020
BG4029TPRP2002181435
3/13
2
Uitwerking van de 12 thema’s
Hieronder wordt ieder thema behandeld. Er wordt aangegeven hoe er rekening mee is gehouden in het voorlopig ontwerp, en welke kansen er zijn voor de contractuitwerking en aanbesteding voor realisatie.
2.1
Energie (niveau 1)
Dit thema gaat over energiegebruik (en CO2-emissie) en energieopwekking. In de gebruiksfase van het project wordt relatief weinig energie verbruikt, daarmee is de noodzaak tot opwekking relatief laag. Het verbruik bestaat voornamelijk uit openbare verlichting, het energieverbruik van gebouwen binnen de openbare ruimte wordt niet als onderdeel van het project beschouwd. Voor alle verlichting binnen het project wordt reeds uitgegaan van LED verlichting. Er is momenteel geen duurzame opwekking binnen de scope van het project. De verlichting binnen het project heeft naast een effect op CO2-emissie, ook een effect op (het gevoel van) veiligheid in het gebied. Hier is nog geen specifieke aandacht aan besteed. Kansen voor aanbesteding: - Opwekking met zon-PV: bijvoorbeeld door toepassing van zelfvoorzienende lantaarnpalen (afbeelding 2), langs het spoor of op het dak van de fietsenstalling; - Dynamische verlichting: hiermee neemt de lichtsterkte toe wanneer er een fietser/voetganger passeert. Dit verlaagt het energieverbruik en draagt bij aan (het gevoel van) veiligheid; - Elektrisch materieel: in de uitvoering kan er elektrisch materieel worden gebruikt i.p.v. gebruik van fossiele brandstoffen. Dit verlaagd de CO2-uitstoot van het project (afbeelding 3).
Afbeelding 2: lantaarnpaal met PV-paneel
2.2
Afbeelding 3: elektrisch materieel
Materialen (niveau 2)
Dit thema gaat over materiaalgebruik, -productie en aanleg. Er kan bijvoorbeeld minder materiaal worden gebruikt, of er worden materialen geselecteerd op basis van de milieu-impact (bij productie). De grote materiaalstromen in het project zijn beton voor de tunnelbakken, verhardingsmaterialen voor de openbare ruimte en wegen, en diverse materialen voor afbouw van de openbare ruimte. In het voorlopig ontwerp is nog niet nadrukkelijk gestuurd op duurzaam materiaalgebruik. Een aantal bomen die nu in het gebied staan worden wel teruggebracht in de nieuwe inrichting. In de aanbesteding kan expliciet worden gevraagd naar duurzaam materiaalgebruik. Tijdens de werksessie is onder meer
18 februari 2020
BG4029TPRP2002181435
4/13
gesproken over hergebruik van de koepel van het huidige entreegebouw van de uitkijktoren (afbeelding 4) en gebruik van een materialenbank. Kansen voor aanbesteding: - Hergebruik van materialen: bijvoorbeeld door toepassing van een materialenbank, waar materialen vanuit dit en andere projecten opgeslagen kunnen worden voor hergebruik. De aannemer (en de gemeente) kan vanuit dit project een belangrijke rol spelen bij de oprichting van een (tijdelijke) materialenbank in de gemeente. Ook kan worden gevraagd naar (een bepaalde mate) van hergebruikte content in betonconstructies; - DuboCalc als gunningscriterium: met dit instrument wordt op uniforme wijze de impact van werkzaamheden bepaald. Door dit mee te laten wegen in de gunning, worden marktpartijen gestimuleerd tot duurzaam materiaalgebruik. Belangrijk voor dit punt is goede afstemming met de materiaal- en beeldkwaliteit, zoals voorgesteld door West8; - Materiaalpaspoort: er kan gevraagd worden om alle materialen vast te leggen in een materiaalpaspoort (afbeelding 5). Dit geeft inzicht in alle toegepaste materialen, verwacht onderhoud en eventuele restwaarde bij einde levensduur.
Afbeelding 4 (links): entreegebouw uitkijktoren Afbeelding 5 (boven): Madaster materiaalpaspoort
2.3
Water (niveau 2)
Dit thema gaat over waterkwaliteit (voorkomen verontreiniging) en waterkwantiteit (droogte, veiligheid, adaptief vermogen). Het water is geen specifiek aandachtspunt in het gebied, de zandbodem zorgt voor goede infiltratie en er zijn momenteel geen problemen met water. Er is wel een bodemverontreiniging bekend net buiten de scope van het project, er dient voorkomen te worden dat deze zich verspreid door verplaatsing van het grondwater. Het project zal een positief effect hebben op het gebied, doordat er veel extra groen (i.p.v. grijs) bijkomt. Daarnaast is er wateropvang, -opslag en -infiltratie ingericht in het project. Het water dat wordt opgevangen in de tunnelbakken wordt omhoog gepompt naar infiltratiekratten waar het de bodem in zakt. Voor de betonconstructie wordt gebruik gemaakt van onderwaterbeton, dit maakt dat er niet bemaald hoeft te worden. Dit zorgt ervoor dat de bodemverontreiniging niet verder kan verspreiden. Kansen voor aanbesteding: - Hergebruik van regenwater: het water dat nu in de bodem infiltreert kan, waar nodig, worden gebruikt om aanwezig groen te irrigeren in droge periodes. Hiervoor kan of vanuit de bestaande
18 februari 2020
BG4029TPRP2002181435
5/13
opslagfaciliteit worden getapt, of er dient een extra opslagfaciliteit te worden aangelegd. Hierbij kan een afweging plaatsvinden van bouw- en onderhoudskosten, en de baten van goed onderhouden groen (uitblijven vervangingen, veilige omgeving, etc.).
Afbeelding 6: infiltratiekratten
2.4
Bodem (niveau 2)
Dit thema gaat over bodemkwaliteit (voorkomen bodemverontreiniging), het bodemsysteem en archeologie. Binnen de scope van het project is geen bodemverontreiniging aanwezig, zoals gezegd wel net buiten het project. Er is archeologisch onderzoek gedaan, hier zijn geen vondsten of aandachtspunten uit gekomen. Wel interessant, is dat het project ligt gesitueerd aan de rand van de Veluwe. Van oudsher komen hier oude zandduinen en stuifzanden voor. Dit karakter kan mogelijk worden geïntegreerd in het project. Zoals gezegd, er is momenteel rekening gehouden met de bodemverontreiniging aan de rand van het gebied. Door toepassing van onderwaterbeton van de betonconstructies. In de werksessie is besproken dat er is nagedacht over het zichtbaar maken van het bodemsysteem (afbeelding 7), bijvoorbeeld d.m.v. een glazen paneel in een van de onderdoorgangen. Dit kan de gelaagdheid van de bodem laten zien. Dit kan in samenwerking met het bezoekerscentrum worden uitgewerkt. Kansen voor aanbesteding: - Aansluiting bij karakter van gebied: in de uitvraag kan het karakter van het gebied worden benoemd. Inschrijvers kunnen worden gevraagd hier tenminste rekening mee te houden. Er kan tevens worden gevraagd om dit karakter ook een plek te geven in het project.
Afbeelding 7: Bodemprofiel zandgrond
18 februari 2020
BG4029TPRP2002181435
6/13
2.5
Ecologie en biodiversiteit (niveau 3)
Dit thema gaat over biodiversiteit en de aanwezige ecologische structuren. Aangezien het project aan de rand van de Veluwe is gesitueerd is dit een relevant thema. Voor het gebied is een flora- en faunascan uitgevoerd, waarin enkele doelsoorten zijn benoemd. In een van de te slopen panden is de mus en vleermuis aanwezig, waarvoor waarschijnlijk gecompenseerd moet worden. In het ontwerp wordt veel groen toegevoegd, dat is positief voor zowel de biodiversiteit als voor de uitstraling van het stationsgebied. Uitgangspunt is dat er wordt aangesloten op de aanwezige biodiversiteit, o.b.v. de uitgevoerde flora- en faunascan. De tunnelbakken zijn voorzien van groene taluds, dit zorgt voor een ecologische verbinding en voor extra (gevoel van) veiligheid. Kansen voor aanbesteding: - Compensatie voor mus/vleermuis: er kan worden gevraagd om compensatie voor deze soorten in het slooppand. Dit kan door nieuwe verblijfsgelegenheden voor deze soorten toe te voegen aan het project (afbeelding 8); - Natuurinclusief bouwen: aansluitend op bovenstaand kan er worden gekeken welke kansen er zijn om flora- en fauna te integreren in het ontwerp.
Dit kan door (tijdelijke braakliggende) delen van het project in te zaaien met bloemen, het plaatsen van een insectenhotel, of toevoegen van verblijfsplaatsen voor de benoemde doelsoorten; - Gebiedseigen flora- en fauna: om aansluiting op de Veluwe te garanderen kan als eis worden opgenomen dat er in het project uitsluitend gebiedseigen soorten worden aangeplant (afbeelding 9). Daarbij kan extra aandacht uitgaan naar kwetsbare soorten, dit moet uiteraard wel passen met de hoge intensiteit van gebruik.
Afbeelding 8: vleermuizenkast
2.6
Afbeelding 9: Veluwe landschap
Ruimtegebruik (niveau 2)
Dit thema gaat over uitbreiding van gebouwd gebied, en adaptief vermogen van de ruimtelijke indeling. Met dit project zal er (nagenoeg) geen uitbreiding van gebouwd gebied zijn. Adaptief vermogen van de ruimtelijke indeling is van toepassing in die zin dat het gebruik van het gebied verder kan toenemen. Het project heeft een positief effect op ruimtegebruik door groen toe te voegen waar nu verhardingen zijn. Het geheel krijgt een ruimtelijke en groene uitstraling, in aansluiting op de directe omgeving. Het adaptief vermogen uit zich in voldoende ruimte. Er is voldoende ruimte voor het aantal verwachte bezoekers in het gebied. Het adaptief vermogen van de tunnelbakken is laag, dit is een harde structuur
18 februari 2020
BG4029TPRP2002181435
7/13
die geen grote aanpassing toelaat. De capaciteit sluit echter aan bij het verwachte verbruik, en tevens is de wens om de druk op de N310 niet verder toe te laten nemen. Kansen voor aanbesteding: - Adaptief vermogen van de openbare ruimte: er kan aandacht worden besteed aan het adaptief vermogen van de openbare ruimte. Door te zorgen voor voldoende ‘marge’ in de ruimtelijke opzet, mocht het gebruik van de ruimte in de toekomst sterk toenemen.
2.7
Ruimtelijke kwaliteit (niveau 3)
Dit thema gaat over de belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde van het project. Dit is een zeer relevant thema, aangezien het project erop is gericht om deze waarden te verhogen. Met name door de huidige (gevaarlijke) overgang te vervangen door twee onderdoorgangen, en het project ruimtelijk en visueel aantrekkelijk te maken. In het voorlopig ontwerp wordt de gebruikswaarde sterk verhoogd door de nieuwe onderdoorgangen, nieuwe opgang tot het station, nieuw plein met horeca en nieuwe fietsenstallingen. De belevingswaarde wordt versterkt door een groen, licht en multifunctionele indeling van de openbare ruimte (afbeelding 10). Ook aan de toekomstwaarde is gedacht, door aan te sluiten bij het kenmerkende karakter van het station en het gebied. Er ontstaat een aantrekkelijke plek, die zorgt voor zowel een waardevolle doorgang als waardevol verblijfsgebied. Dit draagt bij aan het toerisme, dat in Nunspeet voor veel werkgelegenheid zorgt. Kansen voor aanbesteding: - Huidige waarde vastleggen: voor de kwaliteit van het project is het belangrijk dat de uitgangspunten van het voorlopig ontwerp helder worden meegegeven in de uitvraag. Zo zijn inschrijvers hier van op de hoogte en kunnen zij hier goed op aansluiten.
Afbeelding 10: onderdoorgang fiets/voetgangers
Afbeelding 11: multifunctionele ruimte
Aantekening: tijdens de werksessie werd benoemd dat ook met het perron kan worden aangesloten op het karakter van het gebied, bijvoorbeeld door toevoeging van gebiedseigen groen. Dit valt buiten de scope van het project, maar kan wel extra waarde toevoegen aan het stationsgebied.
18 februari 2020
BG4029TPRP2002181435
8/13
2.8
Leefbaarheid/welzijn (niveau 2)
Dit thema gaat over gezondheid, hinder, veiligheid en overige factoren die invloed hebben op de leefbaarheid en welzijn in het gebied. Te denken valt aan hittestress of sociale barrièrewerking. Dit thema is relevant omdat de leefbaarheid van de locatie nu relatief laag (onveilig) is. De noodzaak is hoog om deze situatie te verbeteren. Het vervangen van de overgang door onderdoorgangen is een (zeer) grote winst op het gebied van veiligheid. Ook in het ontwerp van de onderdoorgangen is er veel aandacht voor (gevoel van) veiligheid. Door bijvoorbeeld toepassing van de groene taluds, veel zicht en de daglichtvide in de fiets/voetgangers tunnel wordt een comfortabele onderdoorgang gecreëerd (afbeelding 12). Er wordt reeds nagedacht over de planning voor ontsluiting tijdens de werkzaamheden. Aangezien het een belangrijke ontsluitingsweg van Nunspeet is, dient hier een passend plan voor te zijn. De ambitie is om de huidige gebruiksintensiteit van de weg in de toekomst te behouden. Met de gekozen inrichting (geen sterke uitbreiding capaciteit) wordt getracht een aanzuigende werking op extra verkeer te voorkomen. Kansen voor aanbesteding: - Sterke aandacht voor ontsluiting bouwfase: tijdens de werksessie is benoemd dat er aandacht is voor de ontsluiting tijdens de bouwfase, maar dat er extra gevaren op de loer liggen.
De tijdelijke alternatieve ontsluiting kan onoverzichtelijk en druk worden. Er is daarom extra aandacht nodig voor de fasering van de realisatiefase; - Toepassing elektrisch materieel: om de leefbaarheid tijdens de werkzaamheden te verhogen kan er bij aanbesteding worden gevraagd om een bepaald aandeel of uitsluitend elektrisch materieel. Mede in het kader van de stikstofdiscussie is deze markt sterk in ontwikkeling.
Afbeelding 12: onderdoorgang
2.9
Sociale relevantie (niveau 2)
Dit thema gaat over maatschappelijk draagvlak, sociale betrokkenheid, lokale kennis en social return on investment (SROI). Dit is voor dit project relevant omdat het een grote aanpassing is in de openbare ruimte van Gemeente Nunspeet. Door omwonenden, ondernemers en geïnteresseerden nauw te betrekken kan de kwaliteit en de steun voor het project toenemen. Er is in het proces veel aandacht geweest voor draagvlak vanuit de omgeving. Er was veel draagvlak vanuit de gemeenteraad, hier is overtuigend ingestemd met de plannen. Daarnaast is er veel ruimte
18 februari 2020
BG4029TPRP2002181435
9/13
gegeven aan inspraak vanuit de omgeving, er zijn diverse werksessies en participatierondes geweest. Deze zijn goed bezocht en aanwezigen waren positief gestemd. Vanuit dit proces is onder meer de onderdoorgang voor langzaam verkeer en het betrekken van het voorplein voortgekomen. Dit zijn goede voorbeelden van een kwaliteitsimpulsen; die mede leiden tot hoge betrokkenheid doordat een idee vanuit de buurt leidt tot een wezenlijke toevoeging op het project. Kansen voor aanbesteding: - Gunningscriterium voor social return on investment (SROI): in de uitvraag kan expliciet worden gevraagd om social return door de aannemer. Dit kan worden ingevuld met arbeidsplaatsen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, stage- of werkervaringsplekken of maatschappelijke acties.
2.10
Bereikbaarheid (niveau 3)
Dit thema gaat over doorstroming, functionaliteit van het infrasysteem, en adaptief vermogen van het infrasysteem. Dit is zeer relevant voor het project, aangezien het mede-aanleiding was om de huidige situatie te verbeteren: de functionaliteit van het infrasysteem was onvoldoende. De doorstroming wordt sterk bevorderd met de realisatie van de twee onderdoorgangen. De onveilige situatie wordt opgelost, en er komt een hoogwaardig infrasysteem voor terug. De aansluiting van de diverse modaliteiten wordt sterk verbeterd. Voorbeelden hiervan zijn de nieuwe opgang tot de perrons en betere ontsluiting voor langzaam verkeer aan beide zijdes van het station. De modaliteiten die nu zijn gecombineerd, worden ontvlochten en krijgen een eigen exclusieve route. Op de punten waar zij elkaar weer treffen is extra aandacht voor veiligheid. De uitwerking van de rotonde in Nunspeet is bijvoorbeeld gericht op een veilige situatie voor fietsers, door de overgangen niet op- maar voor de rotonde te plaatsen. Het adaptief vermogen van het infrasysteem wordt verbeterd, doordat de capaciteit wordt vergroot. Dit is niet de bedoeling voor gemotoriseerd verkeer, daarvoor is de ambitie om de intensiteit gelijk te houden en een aanzuigende werking te voorkomen. Wel voor de langzaam verkeer infrastructuur, dat wordt voorzien van nieuwe routes, betere parkeergelegenheid en betere aansluitingen.
Kansen voor aanbesteding: - Huidige waarde vastleggen: voor de kwaliteit van het project is het belangrijk dat de uitgangspunten van het voorlopig ontwerp helder worden meegegeven in de uitvraag. Zo zijn inschrijvers hier van op de hoogte en kunnen zij hier goed op aansluiten.
2.11
Investeringen (niveau 2)
Dit thema gaat over de investeringskosten (Life cycle costs) en de opbrengsten van het project. Aangezien de scope van het project tijdens de voorbereidingsfase is uitgebreid, is het zeer relevant om de investeringen ook goed in beeld te houden. Het voorlopig ontwerp is gericht op een lange technische en functionele levensduur. Het is een robuust ontwerp, met robuuste materialen. Daarmee wordt ernaar gestreefd om het moment van vervanging uit te stellen, waarmee de investering over een langere periode dekkend is. Daarnaast wordt er gestreefd
18 februari 2020
BG4029TPRP2002181435
10/13
naar een onderhoudsvriendelijk ontwerp. Door detaillering te beschermen van weersinvloeden, maar deze gemakkelijk toegankelijk te houden voor onderhoud. Kansen voor aanbesteding: - Niet geïdentificeerd. Aantekening: tijdens de werksessie is besproken dat er wordt overwogen om nieuwe bebouwing toe te voegen aan het gebied. Dit kan zorgen voor extra inkomsten voor het project, maar tevens ook afdoen aan het karakter en de kwaliteit van het gebied.
2.12
Investeringsklimaat (niveau 2)
Dit thema gaat over werkgelegenheid, gebiedseconomie, innovatie- en aanpassingsvermogen. Dit is relevant voor het project, aangezien het een aantrekkelijker gebied wordt. Er wordt niet zozeer veel werkgelegenheid toegevoegd, maar de gebiedseconomie kan wel gebaat zijn bij de kwaliteitsimpuls die de vernieuwing geeft. Het project draagt bij aan de bereikbaarheid van de huidige ondernemers, met name aan de centrumzijde van Nunspeet. Voor het gehele stationsgebied zorgt het voor een verhoogde kwaliteit van de openbare ruimte, en daarmee aantrekkelijker verblijfsgebied. Op het stationsplein worden enkele paviljoens geplaatst, dat tevens ruimte biedt aan nieuwe bedrijvigheid. Kansen voor aanbesteding: - Niet geïdentificeerd.
18 februari 2020
BG4029TPRP2002181435
11/13
3
Aanbevelingen vervolgproces
Het overdrachtspakket voor het project wordt in deze periode compleet gemaakt. Daarmee wordt het overhandigd aan ProRail en/of Gemeente Nunspeet. Om de duurzaamheidsambities goed door te voeren is er aandacht voor nodig in de komende fases. Daarom worden hieronder enkele aanbevelingen gegeven voor de volgende fase: 1. Zorg voor betrokkenheid vanaf de start: bij aanvang van de volgende fase is het belangrijk om direct iedereen op de hoogte te brengen van de duurzaamheidsambities. Dit kan in de vorm van een presentatie of een werksessie, waarin het team wordt meegenomen in de ambities en concrete maatregelen. Hiermee heeft iedereen het op het netvlies, en gaat het direct leven. Door ruimte te geven aan discussie kunnen ook zorgen en risico’s worden besproken; 2. Beleg de verantwoordelijkheid van het werkpakket: idealiter is duurzaamheid iets waar iedere discipline binnen een organisatie of bouwteam mee bezig is, maar het is belangrijk dat de eindverantwoordelijkheid goed wordt belegd. Door deze verantwoordelijkheid te beleggen en op te schrijven wat daarbinnen valt (omschrijving werkpakket), kan het er niet tussendoor vallen. Werkzaamheden zijn o.a. inhoudelijke ondersteuning, het bewaken van voortgang, en afstemming tussen disciplines. In de volgende fase dient o.a.
extra aandacht te worden besteedt aan de bouwfase van het project: welke milieu-impact heeft deze fase en hoe kan deze worden gereduceerd; 3. Communiceer over de ambities: spreek als projectorganisatie uit aan welke duurzaamheidsambities er wordt gewerkt, naar de gemeenteraad, omwonenden en belanghebbenden. Dit draagt bij aan het draagvlak voor het project, en kan leiden tot nieuwe kansen. Bijvoorbeeld doordat de nieuwe supermarkt hoort over de ambities, en besluit hieraan te conformeren voor het eigen terrein. Zo wordt de kwaliteit van het Stationsgebied en de directe omgeving des te hoger.
18 februari 2020
BG4029TPRP2002181435
12/13