AP 6c. Bijlage Bestemmingsplan Hullerweg 120
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Nunspeet, Hullerweg 120
September ‘23
Definitief
Nunspeet, Hullerweg 120 Ruimtelijke onderbouwing
Voorliggend bestemmingsplan is een bestemmingsplan waarbij de toelichting bestaan uit een ruimtelijke onderbouwing. Inhoudelijk doet dat aan de motivering niet af, deze zijn beide gericht op de Wet ruimtelijk ordening
Ruimtelijke onderbouwing Omgevingsvergunning Nunspeet, Hullerweg 120
Plannaam: Plantype: Datum:
Nunspeet, Hullerweg 120 Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van een omgevingsvergunning September 2023
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
2
Nunspeet, Hullerweg 120 Ruimtelijke onderbouwing
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 4 1.1 1.2 1.3 1.5
AANLEIDING VOOR DE OMGEVINGSVERGUNNING ............................................................................................... 4 LIGGING PROJECTGEBIED ............................................................................................................................... 4 HUIDIG PLANOLOGISCH REGIME ...................................................................................................................... 5 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 6
HOOFDSTUK 2 HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE SITUATIE .................................................. 7 2.1 2.2
HUIDIGE SITUATIE ........................................................................................................................................ 7 TOEKOMSTIGE SITUATIE ................................................................................................................................ 7
HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER ........................................................................... 11 3.1 3.2 3.3
RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 11 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 13 GEMEENTELIJK BELEID................................................................................................................................. 16
HOOFDSTUK 4 MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN ................................................... 19 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9
BODEM.................................................................................................................................................... 19 GELUID .................................................................................................................................................... 19 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 20 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 21 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 23 ECOLOGIE................................................................................................................................................. 24 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 27 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 28 SPUITZONES.............................................................................................................................................. 29
HOOFDSTUK 5 WATERASPECTEN........................................................................ 30 5.1 5.2
VIGEREND BELEID....................................................................................................................................... 30 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 31
HOOFDSTUK 6 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................................. 33 HOOFDSTUK 7 VOOROVERLEG EN INSPRAAK .......................................................... 34 7.1 7.2 7.3
HET RIJK .................................................................................................................................................. 34 PROVINCIE GELDERLAND ............................................................................................................................. 34 WATERSCHAP VALLEI EN VELUWE ................................................................................................................. 34
HOOFDSTUK 8 CONCLUSIE ................................................................................ 35 BIJLAGEN BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 BIJLAGE 4 BIJLAGE 5
36 RUIMTELIJK KWALITEITSPLAN................................................................................................................ 36 VERKENNEND BODEMONDERZOEK ......................................................................................................... 36 AKOESTISCH ONDERZOEK INDUSTRIELAWAAI............................................................................................ 36 AERIUS-BEREKENING .......................................................................................................................... 36 QUICKSCAN ECOLOGIE ........................................................................................................................ 36
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
3
Nunspeet, Hullerweg 120 Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 1 1.1
INLEIDING
Aanleiding voor de omgevingsvergunning
Aan de Hullerweg 120, in het buitengebied van Nunspeet, ligt een agrarisch bedrijfsperceel ten behoeve van een kwekerij. Ter plaatse is kwekerij de Bloemkampen gevestigd. Initiatiefnemer is voornemens de kwekerij uit te breiden. Concreet gaat het om het realiseren van een kapschuur, een schaduwkas en een cabriokas. De kapschuur en de schaduwkas liggen binnen het huidige bestemmings- en bouwvlak. De cabriokas is echter beoogd op gronden buiten het bestemmings- en bouwvlak. De realisatie van de schaduwkas en de kapschuur zijn niet mogelijk, omdat dan het maximaal toegestane bebouwde oppervlakte wordt overschreden. De realisatie van de cabriokas is niet mogelijk omdat deze buiten het bestemmings- en bouwvlak ligt. De gemeente Nunspeet heeft aangegeven aan al deze ontwikkelingen medewerking te willen verlenen. Daarbij heeft de gemeente aangegeven dat zij zelf middels de algemene herziening “Buitengebied 2023” de ontwikkeling planologisch te borgen. Voorwaarde is dat voorafgaand hieraan een ruimtelijke onderbouwing wordt aangeleverd waaruit blijkt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Daarin voorziet dit document.
1.2
Ligging projectgebied
Het projectgebied ligt aan de Hullerweg 120, buiten de bebouwde kom van Nunspeet. Kadastraal staat het plangebied bekend als gemeente Nunspeet, sectie I, nummer 4461. In afbeelding 1.1 is de ligging van het projectgebied ten indicatief aangegeven.
Afbeelding 1.1: Ligging van het projectgebied (Bron: Pdok.nl)
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
4
Nunspeet, Hullerweg 120 Ruimtelijke onderbouwing
1.3
Huidig planologisch regime
1.3.1
Algemeen
Het projectgebied ligt binnen de grenzen van het bestemmingsplan verschillende bestemmingsplannen. De voor deze onderbouwing het meest relevante bestemmingsplan betreft “Buitengebied 2019”. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 25 juni 2020. Op basis van dit bestemmingsplan is het projectgebied voorzien van de bestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Agrarisch – Kwekerij’. Tevens gelden voor een deel de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Overgangszone’ en ‘Waarde – Archeologie 3’. Tot slot geldt de gebiedsaanduiding ‘reconstructiewetzone – verwevingsgebied’. Hierna is een uitsnede van de verbeelding opgenomen. Het projectgebied is indicatief met de rode belijning aangegeven. De locatie van de cabriokas ligt ten oosten van de kwekerij.
Afbeelding 1.2: Uitsnede geldende bestemmingsplannen (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)
1.3.2
Beschrijving bestemmingen en aanduidingen
De nieuwe kassen bevinden zich in het zuiden van het projectgebied, waar de aanduidingen ‘pad, tuin en ‘bedrijfswoning’ zich niet bevinden. Daarnaast is de aanduiding ten aanzien van bed and breakfast in dit kader niet relevant. Deze aanduidingen zijn dan ook buiten beschouwing gelaten. Agrarisch – Kwekerij Gronden met deze bestemming zijn met name bestemd voor de uitoefening van een boom- en/of sierkwekerij en het telen van gewassen (niet in een volkstuin of volkstuincomplex) en mede bestemd voor het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke inpassing en/of erfbeplanting. Voor alle bouwwerken geldt dat deze uitsluitend mogen worden gebouwd ten behoeve van een reëel of volwaardig bedrijf en dat per bestemmingsvlak uitsluitend ten behoeve van één agrarisch kwekerijbedrijf wordt gebouwd. Gebouwen moeten daarnaast in een bouwvlak worden gebouwd. Agrarisch
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
5
Nunspeet, Hullerweg 120 Ruimtelijke onderbouwing Gronden met deze bestemming zijn met name bestemd voor de uitoefening van het agrarisch bedrijf, het weiden van vee, bos- en of natuurelementen, waterhuishoudkundige voorzieningen, teeltondersteunende voorzieningen en bestaande wegen, wandel- fiets- en ruiterpaden. Er mogen, behoudens veldschuren, gebouwen ten behoeve van een ijsbaan en gebouwen ten behoeve van een boogschietbaan, geen gebouwen worden gebouwd. Waarde – Overgangszone De voor 'Waarde - Overgangszone' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden zoals deze tot uitdrukking komen in vorm van landgoederen, de bestaande houtwallenstructuur en de doorzichten, zoals deze zijn vastgelegd in een bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan “Buitengebied 2019”. Waarde – Archeologie 3 De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden. Gebiedsaanduiding - reconstructiewetzone - verwevingsgebied Ter plaatse van de aanduiding ' reconstructiewetzone - verwevingsgebied ' is een specifieke regel van toepassing voor agrarische gronden.
Het gaan om een wijzigingsbevoegdheid ten behoeve van een agrarisch bedrijf, kwekerijbedrijf of paardenhouderij. Ter plaatse van het verwevingsgebied zijn deze functies mogelijk middels een wijzigingsbevoegdheid. 1.3.3
Strijdigheid
Het realiseren van een cabriokas is strijdig, aangezien ter plaatse van de bestemmingen ‘Agrarisch’ en ‘Agrarisch kwekerij’ de bouwmogelijkheden ontbreken. Er mogen immers alleen gebouwen ten behoeve van een ijsbaan en boogschietbaan worden gebouwd in de agrarische bestemming. Ter plaatse van de bestemming ‘Agrarisch – Kwekerij’ zijn gebouwen alleen toegestaan binnen een bouwvlak. Daar is geen sprake van. Daarom is ook de bouw van de schaduwkas strijdig. Binnen de agrarische bestemming ontbreken daarnaast ook de gebruiksmogelijkheden, aangezien ter plaatse een agrarisch bedrijf is toegestaan. Hieronder valt een glastuinbouwbedrijf niet. Deze onderbouwing dient als basis voor het te wijzigen bestemmingsplan, dat door de gemeente Nunspeet zal worden opgepakt. Deze ontwikkelingen worden hierin meegenomen.
1.5
Leeswijzer
Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige en toekomstige situatie van het projectgebied. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Nunspeet beschreven. In hoofdstuk 4 passeren de relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. In hoofdstuk 5 wordt in gegaan op het aspect water. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid van het project en hoofdstuk 7 gaat in op het vooroverleg.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
6
Nunspeet, Hullerweg 120 Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 2 2.1
HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE SITUATIE
Huidige situatie
Het projectgebied ligt aan de Hullerweg 120, in het buitengebied van Nunspeet. In de directe omgeving liggen verspreid woonerven en (agrarische) bedrijven aan met name de noord- oost- en westzijde van het projectgebied. Aan de zuidzijde ligt op korte afstand de het bedrijventerrein van kern Nunspeet. Het projectgebied zelf betreft het perceel grenzend aan kwekerij de Bloemkampen. Deze kwekerij is met name gericht op het kweken van coniferen in grote potten. Het betreft een kwekerij met een oppervlakte van 7,8 ha. De kwekerij beschikt daarnaast over een groot bedrijfsgebouw, waarin ruimte is voor onder andere de ontvangst en verzending van goederen, sanitair, kantoor en opslag. De locatie van de beoogde cabriokas (het projectgebied) ligt direct ten oosten van de bestaande kwekerij. De gronden zijn in agrarisch gebruik als kweekgrond. De schaduwkas en de kapschuur zijn beoogd binnen de grenzen van het huidige bedrijf. De ligging van het projectgebied ten opzichte van de directe omgeving en de begrenzing (rode contour) van het projectgebied worden weergegeven op de luchtfoto in afbeelding 2.1.
Afbeelding 2.1: Ligging van het projectgebied ten opzichte van de omgeving (Bron: Pdok.nl)
2.2
Toekomstige situatie
2.2.1
Algemeen
Kwekerij de Bloemkampen is voornemens om uit te breiden. Het gaat, zoals in de inleiding al aangegeven, om de realisatie van een cabriokas, een schaduwkas en een kapschuur. De schaduwkas en kapschuur staan binnen
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
7
Nunspeet, Hullerweg 120 Ruimtelijke onderbouwing het bouwvlak. De gemeente Nunspeet zal deze ontwikkeling meenemen in de algemene herziening van het bestemmingsplan voor het buitengebied. De cabriokas is beoogd buiten het bouw- en bestemmingsvlak, op gronden ten oosten van de huidige kwekerij. De beoogde cabriokas heeft een oppervlakte van 5.000 m2. In de volgende afbeelding is de beoogde situatie weergegeven. Opgemerkt gaat dat hierop het totale plan visueel is weergegeven. De cabriokas is met nummer c aangeduid.
Afbeelding 2.2: Nieuwe situatie projectgebied (Bron: JohanHofman Architect)
2.2.2
Landschappelijke inpassing
Voor het geheel is een landschappelijk inpassingsplan gemaakt. Het volledige plan is als bijlage 1 opgenomen. Hierna wordt op de belangrijkste conclusies ingegaan en is een uitsnede weergegeven.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
8
Nunspeet, Hullerweg 120 Ruimtelijke onderbouwing
Afbeelding 2.3: Landschappelijke inpassing (Bron: BJZ.nu)
Erfinrichting De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit de realisatie van een cabriokas, een schaduwkas en een kapschuur bij de bestaande kwekerij. De kwekerij beschikt in de huidige situatie al over een bedrijfsgebouw met aangebouwde kassen, met daarachter de containervelden met potgoed. Van belang is dat in de gewenste situatie sprake blijft van een compact ensemble van bebouwing. Bij de keuze voor de locatie van de nieuwe bebouwing is daarom gekozen om de bebouwing in de directe omgeving van het bestaande bedrijfsgebouw te positioneren, waarmee een compact cluster ontstaat. Verder is het van belang dat de bebouwing qua uitstraling past in de (landelijke) omgeving. Voor wat betreft de nieuwe kapschuur dient daarom gekozen te worden voor een eenvoudige hoofdvorm en een gedekte kleurstelling van wanden, deuren en dak, waardoor de schuur beperkt op zal vallen in het landschap. Ook kunnen er onderdelen in hout uitgevoerd worden. De kassen zijn van oorsprong transparant en daardoor weinig op vallend in het landschap. De ontsluiting van de kwekerij blijft, conform de huidige situatie plaats vinden via een lange inrit welke uitkomt op de Hullerweg. Landschappelijk De huidige kwekerij is voldoende landschappelijk ingepast, middels een eerder opgesteld landschapsplan, ten tijde van de vestiging van de kwekerij.
De inpassing richt zich daarom op de inpassing van de cabriokas, welke buiten het bestaande bedrijfsperceel wordt gepositioneerd. De te treffen landschapsmaatregelen versterken het kleinschalige kampenlandschap, ook wel coulissenlandschap. Dit landschap wordt gevormd door groenstroken welke meestal de verkaveling volgen of er haaks op staan. In de huidige situatie is ten noordoosten en ten zuidoosten van de cabriokas een houtsingel aanwezig, wat de kleinschaligheid van het landschap naar voren laat komen. Ter hoogte van de cabriokas ontbreekt een houtsingel. Dit gat wordt ingevuld door langs de kavelgrens aan de oostzijde ook een houtsingel aan te planten. De houtsingel wordt opgebouwd uit diverse (opgaande) inheemse soorten en schermt de nieuwe kas
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
9
Nunspeet, Hullerweg 120 Ruimtelijke onderbouwing eveneens op een passende manier af. Aan de voet van de houtsingel wordt een kruidenmengsel ingezaaid. Zodoende ontstaat een mantel met zoom, wat voor diverse fauna een goede verblijfplaats vormt. Verder wordt ter plaatse van de zuidelijke perceelgrens door de aanplant van een wilde gemengd haag langs de kavelgrens. Op historische kaarten is te zien dat hier vroeger ook een groenstructuur aanwezig was. Naast de afschermde functie, functioneert de haag tevens als schuilplaats en voedselbron voor diverse dieren en insecten. De hoogte van de landelijke haag is 2 meter. Met de voorgestelde maatregelen wordt de nieuwe bebouwing goed ingepast in het landschap en neemt de ruimtelijke kwaliteit toe. 2.2.3
Verkeer en parkeren
2.2.3.1 Algemeen De gemeente Nunspeet heeft een eigen parkeernota. Hierin staan normen voor het parkeren in opgenomen. Deze parkeernota beschikt niet over cijfers ten aanzien van verkeersgeneratie. Daartoe is aansluiting gezocht bij de CROW-publicatie ‘toekomstbestendig parkeren’ van december 2018. 2.2.3.3 Parkeren Ten aanzien het parkeren geldt dat de gemeente aansluit bij de ligging in ‘buitengebied en daarbij het maximum van de bandbreedte pakt. Qua functie kan het beste worden aangesloten bij de functie ‘bedrijf, arbeidsextensief, bezoekersexenstief. Tot slot gaat het om een weinig stedelijke gemeente. Voor de parkeerbehoefte betekent dit dat er per 100 m2 bvo 1,1 parkeerplaats nodig is. In totaal zou dit een extra parkeerbehoefte van 55 parkeerplaatsen betekenen. Het gaat in dit geval echter om de bouw van een cabriokas, die uitsluitend bedoeld is voor het kweken van planten. De kas wordt gebouwd bij een bestaand bedrijf, waarbij er in zijn geheel geen sprake is van een toename van personeel of arbeidskrachten. De kas zorgt dan ook niet voor een zelfstandige parkeerbehoefte. Gesteld wordt dat de bestaande parkeerbehoefte op kan worden gevangen op het bestaande parkeerterrein. 2.2.3.2 Verkeersgeneratie Zoals onder ‘parkeren’ al aangegeven zorgt de kas niet voor een verhoging van het aantal klanten of arbeidskrachten.
Het gaat puur om een kas om planten op een andere wijze te kunnen kweken. De kas zorgt dan ook niet voor een zelfstandige verkeersgeneratie.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
10
Nunspeet, Hullerweg 120 Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 3
BELEIDSKADER
Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het beleid vanuit het Rijk, de provincie Gelderland en de gemeente Nunspeet. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifiek voor dit projectgebied geldende uitgangspunten weergegeven.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
3.1.2.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.2.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
11
Nunspeet, Hullerweg 120 Ruimtelijke onderbouwing 3.1.2.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.
2.
3.
Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties
3.1.2.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Ten tijde van de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.2
Toetsing aan het rijksbeleid
De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de NOVI. Wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat toetsing noodzakelijk is bij ‘nieuwe stedelijke ontwikkelingen’ (3.1.6 Bro). Het begrip ‘stedelijke ontwikkeling’ wordt in Bro 1.1.1 als volgt gedefinieerd: stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Wat betreft de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij stedelijke ontwikkelingen. Het al dan niet toenemen van het ruimtebeslag is een belangrijk criterium voor het aanmerken van een ontwikkeling als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op voorliggende ontwikkeling is onder andere de overzichtsuitspraak ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724 van toepassing. Uit deze uitspraak blijkt dat wanneer een bestemmingsplan of ruimtelijke procedure voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 of in een gebouw met een brutovloeroppervlakte (bvo) groter dan 500 m2 er in beginsel sprake is van een stedelijke ontwikkeling en er getoetst moet worden aan de Ladder voor Duurzame verstedelijking.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
12
Nunspeet, Hullerweg 120 Ruimtelijke onderbouwing In dit geval gaat het om de realisatie van gebouwen met een gezamenlijke oppervlakte groter dan 5.000 m2. De ontwikkeling kan daarmee als stedelijke ontwikkeling worden beschouwd. Hierna wordt op de behoefte ingegaan. Behoefte De kassen zijn bedoeld om planten op een betere wijze te kunnen kweken. Dit draagt bij aan de continuïteit en verbetering van het bedrijfsproces van de bestaande kwekerij. Er is daarmee sprake van een concrete behoefte. Ten aanzien van de oppervlakte kan een nuancering worden aangebracht. Het gaat niet om het bouwen van een bedrijfspand maar om een tweetal kassen en een kapschuur, bedoeld voor planten en de opslag van bedrijfsmaterialen. De impact is aanzienlijk kleiner dan een regulier intensief gebruikt bedrijfsgebouw. Bovendien zorgen de gebouwen niet voor een leegstand elders, aangezien het gaat om functies ten behoeve van bestaande kweekplanten. Samenvattend wordt gesteld dat er voor de beoogde functies sprake is van een concrete behoefte. Binnen of buiten stedelijk gebied De locatie is gelegen buiten het bestaande stedelijke gebied. Een kwekerij is echter een functie die gelieerd is aan het buitengebied. De kas wordt direct grenzend aan het bestaande kwekerijbedrijf gebouwd. De locatie is daarmee zuinig en zorgvuldig gekozen en daarmee als passend aan te merken. 3.1.3
Conclusie toets aan het rijksbeleid
Geconcludeerd wordt dat het relevante ruimtelijke ordeningsbeleid op rijksniveau de in deze ruimtelijke onderbouwing omschreven ontwikkeling niet in de weg staat.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie Gelderland
3.2.1.1 Algemeen De provincie Gelderland heeft een integraal provinciaal beleidsplan, de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. De Provinciale Staten van Gelderland heeft de Omgevingsvisie op 19 december 2018 vastgesteld. In de Omgevingsvisie heeft de provincie twee doelen gedefinieerd die de rol en kerntaken van de provincie als middenbestuur benadrukken. De doelen zijn: • •
een duurzame economische structuurversterking, het borgen van de kwaliteit en de veiligheid van onze leefomgeving.
Deze doelen versterken elkaar en kunnen niet los van elkaar gezien worden. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat is meer dan een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Het betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. In deze Omgevingsvisie staat het 'fysieke' in de leefomgeving centraal. Tegelijk zit er een sterke 'sociale' component aan de opgaven voor sterke steden en een vitaal landelijk gebied. 3.2.1.2 Vestigingsklimaat: Een krachtige, duurzame topregio! Wat we zien in Gelderland Gelderland heeft een unieke ligging op de oostwest-as en de noordzuid-as van ons land; een strategische en aantrekkelijke positie te midden van andere sterke regio’s – Amsterdam (Randstad), Brussel (Vlaamse Ruit), Keulen (Rheinland). De provincie is daarmee uitstekend verbonden en werken daarmee samen, net zoals met de buurprovincies. Juist door de bijzondere kwaliteiten en veelzijdigheid van Gelderland – haar natuur, groene steden op menselijke schaal, kennisinfrastructuur, cultuur, recreatie en toerisme en sport – kan zij zich verder ontwikkelen als ideale vestigingsplek en uitvalslocatie om te werken en te wonen. Zo kunnen mensen in Gelderland zich ontplooien, ontspannen en ontwikkelen.
Het concentreren en combineren van activiteiten heeft daarbij onze voorkeur, boven versnippering door de hele provincie. Activiteiten die elkaar versterken, BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
13
Nunspeet, Hullerweg 120 Ruimtelijke onderbouwing brengt de provincie met elkaar in contact en wil de provincie zoveel mogelijk bij elkaar in de buurt of in dezelfde voorziening plaatsen. Zo blijft Gelderland, naast dynamisch, ook open, groen en gezond. Waar we naar streven Een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat; dat is wat wij willen. Zo wordt Gelderland versterkt: nu en in de toekomst. De aanpak van de provincie Gelderland • De provincie zorgt voor een gevarieerd aanbod aan goed ontsloten, kwalitatief hoogwaardige, duurzame werklocaties. We gaan hierover in gesprek met de Gelderse regio’s en maken regionale afspraken over een goede balans tussen de vraag en het aanbod van werklocaties. Het concentreren van economische activiteiten heeft daarbij onze voorkeur, boven versnippering. En: het omvormen van bestaande en leegstaande bedrijvenlocaties gaat boven de aanleg van nieuwe terreinen. • Samen met de regio’s spelen we in op veranderende behoeften van het bedrijfsleven. Toekomstige behoeften veranderen immers continue, dit vraagt om regelmatig herzien van de regionale afspraken. Ook stimuleert de provincie het omvormen van bestaande gebouwen en locaties zodat deze weer aansluiten bij de wensen van bedrijven en werknemers.
• De provincie zorgt dat bedrijven die zich hier willen vestigen of die willen uitbreiden snel en effectief geholpen worden bij het vinden van een zo optimaal mogelijke locatie. • De provincie stimuleert de aansluiting tussen het Gelderse onderwijs en de arbeidsmarkt. We stimuleren dit ook in fysieke zin met campusontwikkeling. • De provincie stimuleert (kleinschalig) ondernemerschap en innovatie, ook met oog voor ontwikkeling van lokale arbeidsmarkten. Zeker wanneer ondernemers een duurzaam Gelderland dichterbij brengen. 3.2.1.4 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Gelderland Voorliggend plan betreft de uitbreiding van een kwekerij. Hiermee wordt bijgedragen aan het streven om bedrijven die willen uitbreiden snel en effectief te helpen. Ook stimuleert de provincie ondernemerschap en innovatie, met het oog voor de lokale arbeidsmarkt. Door de groei van dit bedrijf wordt ook bijgedragen aan het streven naar een duurzame, dynamische en toegankelijk economisch vestigingsklimaat. Gesteld wordt dat voorliggend initiatief past binnen de beleidsuitgangspunten zoals opgenomen in de Omgevingsvisie Gelderland. 3.2.2
Omgevingsverordening Gelderland (februari 2022)
3.2.2.1 Algemeen De Omgevingsverordening is een van de instrumenten om de ambities uit de Omgevingsvisie te realiseren. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, legt de provincie Gelderland bij het uitvoeren van de taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. De provincie geeft hier richting aan door gezamenlijk zeven samenhangende ambities na te streven op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat en woonen leefklimaat. In de verordening heeft de provincie Gelderland alleen regels opgenomen als dit nodig is om de provinciale ambities waar te maken of wettelijke plichten na te komen. Net als de Omgevingsvisie richt de Omgevingsverordening zich op de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving. De provincie heeft daarom bijna alle regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, natuur, water, verkeer en bodem in deze verordening opgenomen. Alleen de Waterverordeningen (per waterschap) en de Gelderse Vaarwegverordening 2009 zijn (nog) niet in de Omgevingsverordening opgenomen. Door de provinciale verordeningen die gebaseerd zijn op deze wetten alvast op te nemen in één provinciale Omgevingsverordening, anticiperen we op de situatie onder de Omgevingswet.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
14
Nunspeet, Hullerweg 120 Ruimtelijke onderbouwing 3.2.2.2 Van toepassing zijnde artikelen: De Omgevingsverordening Gelderland bevat enkele artikelen die relevant zijn. Hierna wordt op deze artikelen ingegaan, waarbij ze tevens worden getoetst (schuingedrukt). Artikel 2.17: Eenmalige uitbreiding bestaand glastuinbouwbedrijf Een bestemmingsplan kan, gerekend vanaf 29 juni 2005, eenmalig een uitbreiding tot vijf hectare toelaten van een bestaand glastuinbouwbedrijf buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied, als in de toelichting op het bestemmingsplan wordt aangetoond dat: a) de uitbreiding noodzakelijk is voor een doelmatige voortzetting van het bedrijf; In dit geval gaat het om een uitbreiding die noodzakelijk is voor het doelmatig voortzetten van het bedrijf. Door de cabriokas kunnen planten immers op de meest wenselijke methode worden gekweekt. b) verplaatsing naar een glastuinbouwontwikkelingsgebied bedrijfseconomisch niet haalbaar is; Verplaatsing van het bedrijf betekent kapitaalvernietiging, gezien de investeringen die er in de afgelopen jaren gedaan zijn, sinds het bedrijf hier in 2014 is gevestigd. Verplaatsing is daarmee niet wenselijk en niet haalbaar. c) deze uitbreiding zich verdraagt met de ter plaatse relevante omgevingskwaliteiten als bedoeld in artikel 1.1a, tweede lid, van belang zijnde gebiedskwaliteiten van natuur, landschap en water.
De uitbreiding verdraagt zich met de ter plaatse relevante omgevingskwaliteiten Artikel 2.38: Instructieregels bestemmingsplan intrekgebied Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Intrekgebied maakt de winning van fossiele energie niet mogelijk. Dit project voorziet niet in de winning van fossiele energie. Artikel 2.55: Ontwikkeling in Waardevol open gebied 1. Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Waardevol open gebied maakt ten opzichte van het op 17 oktober 2014 geldende bestemmingsplan geen bestemming mogelijk die de openheid van een Waardevol open gebied aantast. In dit geval gaat het om een aantal bedrijfsgebouwen. De kas wordt relatief aansluitend met bestaande bebouwing gerealiseerd. Ten behoeve van de bestaande kwekerij bestaat al bebouwing, waardoor van daadwerkelijke openheid geen sprake is. De kas wordt daarmee niet solitair in een open gebied gebouwd, waardoor van aantasting van de openheid geen sprake is. 2. In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingsplan binnen een Waardevol open gebied het oprichten van een windturbinepark mogelijk maken, voor zover de toelichting van het bestemmingsplan voldoet aan artikel 2.62. N.v.t. 3. In afwijking van het eerste lid is uitbreiding van agrarische bebouwing binnen of aansluitend aan het bestaande agrarisch bouwperceel toegestaan. In dit geval is hier sprake van.
De kas wordt aansluitend aan een bestaand agrarisch bouwperceel gebouwd, De overige gebouwen worden binnen het bestaande bedrijfsperceel gebouwd. 4. Bij een omvangrijke uitbreiding van agrarische bebouwing aansluitend aan, maar wel buiten het bestaande agrarisch bouwperceel, voorziet het bestemmingsplan in een beeldkwaliteitsplan en de toelichting bij het bestemmingsplan in een ruimtelijk landschappelijk ontwerp. In dit geval is geen sprake van een omvangrijke uitbreiding. Een beeldkwaliteitsplan is niet nodig.
Artikel 2.56: Ontwikkeling in Nationaal landschap 1. Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Nationaal landschap maar buiten de Groene ontwikkelingszone, het Gelders natuurnetwerk en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, maakt ten opzichte van het op 17 oktober 2014 geldende bestemmingsplan alleen bestemmingen mogelijk die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap, bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen, niet aantasten. De gronden waar de nieuwe gebouwen zijn beoogd, zijn reeds in gebruik als agrarische grond danwel kwekerij. Van wezenlijke kernkwaliteiten is reeds geen sprake. Er is dan ook geen sprake van aantasting van het Nationaal landschap. 2. In afwijking van het eerste lid zijn activiteiten die deze kernkwaliteiten aantasten alleen mogelijk als: a. er geen reële alternatieven zijn; BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
15
Nunspeet, Hullerweg 120 Ruimtelijke onderbouwing b. c.
er sprake is van redenen van groot openbaar belang; compenserende maatregelen plaatsvinden ter waarborging van de kernkwaliteiten van de Nationale Landschappen zoals vastgelegd in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen. N.v.t.
Artikel 3.33: Verbod op winning fossiele energie in intrekgebieden Het is verboden in een Intrekgebied werken tot stand te brengen of handelingen te verrichten ten behoeve van de winning van fossiele energie. In dit geval is van de winning van fossiele energie geen sprake. 3.2.2.3 Conclusie toetsing van het initiatief aan de Omgevingsverordening Het initiatief is in overeenstemming met de relevante artikelen zoals opgenomen in de Omgevingsverordening. 3.2.3
Conclusie toetsing aan het provinciale beleid
Het plan is in overeenstemming met het van toepassing zijnde provinciale beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie 2018 Nunspeet
3.3.1.1 Algemeen De gemeente Nunspeet heeft een integrale toekomstvisie voor de gehele gemeente opgesteld, de Omgevingsvisie Nunspeet. De omgevingsvisie Nunspeet is opgebouwd in thema's en een gebiedsgerichte uitwerking. De visie heeft als planhorizon 2030. In de visie wordt de ambitie ten aanzien van verschillende thema’s uitgewerkt. In dit geval is de visie ten aanzien van het buitengebied. Daar wordt hierna op ingegaan. 3.3.1.2 Een duurzame ontwikkeling van het (agrarisch) buitengebied Voor dit thema zijn een aantal kernpunten opgenomen: • • • •
Versterken van de diversiteit in het buitengebied; Aanhaken op identiteitsdragers binnen deelgebieden; Aandacht schenken aan de balans tussen de verschillende functies zoals natuur, recreatie en de agrarische sector; Faciliteren van initiatieven voor levensvatbare agrarische bedrijven, met name gericht op verbreding en verdieping binnen de sector.
Er vond de afgelopen jaren een geleidelijke verandering plaats in de waardering van het buitengebied. Waar het buitengebied voorheen werd gezien als agrarisch-economische productiefactor, is er nu in toenemende mate waardering voor het multifunctionele gebruik, ontwikkeling van agrarische (neven)functies zoals recreatieve voorzieningen en voor natuur. Nunspeet hecht grote waarde aan landschaps- en natuurbeheer. De gemeente gaat adequaat om met de opgave rondom vrijkomende agrarische bebouwing ter voorkomen van het ontstaan van lelijke plekken. Het buitengebied draagt immers bij aan het welzijn van de Nunspeets bevolking en van haar bezoekers. 3.3.1.3 Gebiedsgerichte benadering: Gemengd kleinschalig overgangsgebied Dit deelgebied ligt globaal gezien in een strook tussen het grootschalige open landschap en het omvangrijke bos- en natuurgebied. Het vormt de overgang tussen laag en hoog en nat en droog. Het gebied is hierdoor zeer karakteristiek, afwisselend en heel aangenaam om te verblijven, te fietsen of te wandelen. Er is een grote afwisseling in uitstraling en gebruik van gebouwen en gronden. Afwisselend in het gebied komen bospercelen voor, de percelen zijn relatief kleinschalig. Opvallend is dat de woonbebouwing relatief veel en uitgestrekt aanwezig is, voornamelijk aan kleinere (en oudere) ontginningslintjes.
De grens van dit gebied is duidelijk BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
16
Nunspeet, Hullerweg 120 Ruimtelijke onderbouwing herkenbaar in de Zuiderzeestraatweg (N308). De infrastructuurbundel (spoor en A28) vormt een harde grens (en tevens barrière). De ambitie voor dit gebied is als volgt: Behoud en versterken van de diversiteit, in beleving, in gebruiken naar ecologische waarden. Koesteren van kleinschaligheid, authenticiteit en van de gradiënt. De recreatieve kracht van het gebied verder benutten en ontsloten, parels aaneenrijgen. Voorkomen van verdere versnippering van het gebied. Zorgdragen voor geleidelijke en aantrekkelijke overgangen tussen de (nieuwe) bebouwingsclusters en het buitengebied. Kwaliteitsimpuls voor de (recreatieve)voorzieningen in het gebied. 3.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Omgevingsvisie Nunspeet’ De ontwikkeling past bij de visie om innovatieve levensvatbare agrarische (kwekerij)bedrijven te faciliteren. Daarnaast past het ook in de ambitie om in het kleinschalig overgangsgebied. Binnen dit gebied kunnen immers uitbreidingen van woon- en werkgebieden plaatsvinden, afgestemd op de concrete behoefte. Daar is sprake van. Het initiatief is daarmee in overeenstemming met de Omgevingsvisie Nunspeet. 3.3.3
Integrale Toekomstvisie Nunspeet 2030
3.3.1.1 Algemeen De gemeente Nunspeet heeft in 2013 de Integrale Toekomstvisie Nunspeet 2030 (ITV) vastgesteld. In de ITV 2030 wordt uitgesproken hoe de gemeente Nunspeet er in 2030 uit zou moeten zien en vormt voor de gemeente de koers voor het te ontwikkelen beleid. Nunspeet manifesteert zich in de ITV 2030 als een gemeente met vele gezichten met vele kwaliteiten. De belangrijkste daarvan zijn: • • • • • •
De prettige woonmilieus met aangenaam dorpskarakter, in een groene omgeving; Het goede voorzieningenniveau en de sterke sociale cohesie; De dynamiek, de bedrijvigheid en de werkgelegenheid; De goede externe ontsluiting over weg en spoor; De grote variatie aan landschappen; De natuur en de rust.
3.3.1.2 Landbouw De gemeente maakt zich sterk voor een economisch en milieutechnisch gezonde agrarische sector. Behoud van levensvatbare agrarische ondernemingen wordt waar mogelijk door de gemeente ondersteund. Een gezonde agrarische sector is van belang voor de lokale en regionale economie, voor de werkgelegenheid, de sociale structuur van het buitengebied en voor het beheer en behoud van waardevolle cultuurlandschappen. Het grootste deel van het grondgebied van de gemeente Nunspeet bestaat uit buitengebied. De ambitie is gericht op beheerste groei, met behoud van evenwicht tussen wonen, werken, recreatie, natuur en landschap. De gemeente streeft naar behoud van natuur en landschap enerzijds en ontwikkeling van recreatie, toerisme en woonmilieus anderzijds. De gemeente wenst mee te werken aan het behoud van de agrarische sector als beheerder van het landschap in het buitengebied. Met compenserende maatregelen kan eventuele aantasting van landschappelijke waarden beperkt blijven of zelfs geheel achterwege blijven. Naast het ontwikkelen en instandhouden van het natuurlijk landschap, geeft de gemeente ook prioriteit aan het behoud van het agrarisch gebruik. 3.3.1.2 Toetsing van het initiatief aan de ‘Integrale Toekomstvisie Nunspeet 2030’ In de toekomstvisie is aangegeven dat de gemeente zich sterk maakt voor een economisch en milieutechnisch gezonde agrarische sector.
Dit plan draagt hier aan bij. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de lokale en regionale economie en de werkgelegenheid. Hiermee is het plan in overeenstemming met de Integrale Toekomstvisie Nunspeet 2030.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
17
Nunspeet, Hullerweg 120 Ruimtelijke onderbouwing 3.3.5
Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid
Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de in deze onderbouwing besloten ontwikkeling past binnen de gemeentelijke beleidskaders.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
18
Nunspeet, Hullerweg 120 Ruimtelijke onderbouwing
HOOFDSTUK 4
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
Artikel 5.20 van het Bor verklaart voor de inhoud van een besluit als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 30 Wabo, artikel 3.1.6 van overeenkomstige toepassing. Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de ruimtelijke onderbouwing een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een ruimtelijke onderbouwing vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In het kader van de milieukundige uitvoerbaarheid worden in dit hoofdstuk de volgende thema’s behandeld: bodem, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie en archeologie & cultuurhistorie.
4.1
Bodem
4.1.1
Algemeen
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. 4.1.2
Situatie projectgebied
In voorliggend geval is er ter plaatse van de nieuwe kassen een bodemonderzoek uitgevoerd. Dit zijn namelijk de gebouwen die buiten het bouwvlak gebouwd worden. Het volledige rapport is als bijlage 2 opgenomen. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. In het bovengrondmengmonster BM1 zijn lichte verhogingen OCB’s aangetroffen. In de bovengrondmengmonsters BM2, BM3 en BM4 zijn geen verhogingen aangetroffen. In de ondergrondmengmonsters OM1, OM2 en OM3 zijn eveneens geen verhogingen aangetroffen. In het grondwatermonster Pb1wm1 is een lichte verhoging barium aangetroffen. In het grondwatermonster Pb3wm1 is een lichte verhoging nikkel aangetroffen Op basis van onderhavig onderzoek wordt een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt geschikt geacht voor het beoogde gebruik. 4.1.3
Conclusie
Op basis van het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het aspect bodem geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.2
Geluid
4.2.1
Wettelijk kader
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarden bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
19
Nunspeet, Hullerweg 120 Ruimtelijke onderbouwing 4.2.2
Situatie projectgebied
In dit geval is geen sprake van de bouw van een geluidsgevoelig object. Een akoestisch onderzoek is daarom niet nodig. 4.2.3
Conclusie
Geconcludeerd wordt dat de Wet geluidhinder geen belemmering vormt voor dit plan.
4.3
Luchtkwaliteit
4.3.1
Beoordelingskader
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. In de Wet milieubeheer staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet milieubeheer zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •
Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).
4.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtverontreiniging van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM2,5 en PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet milieubeheer vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •
woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.
Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2, PM2,5 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 4.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Het Besluit gevoelige bestemmingen is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze ‘gevoelige bestemmingen’ zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet milieubeheer nodig. 4.3.2
Situatie projectgebied
In paragraaf 4.3.1.1 zijn voorbeelden van de lijst met categorieën van gevallen opgenomen, die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Gelet op de aard en omvang van deze ontwikkeling
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
20
Nunspeet, Hullerweg 120 Ruimtelijke onderbouwing in vergelijking met de voorgenoemde categorieën, kan worden aangenomen dat voorliggende ontwikkeling ‘niet in betekenende mate bijdraagt’ aan de luchtverontreiniging. Tot slot wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van het ‘Besluit gevoelige bestemmingen’. 4.3.3
Conclusie
Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.
4.4
Externe veiligheid
4.4.1
Algemeen
Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico’s zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.
Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen, per buisleiding of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); • de Regeling basisnet; • de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied). Het transporteren van stoffen per buisleiding is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 4.4.2
Situatie in en bij het projectgebied
Aan hand van de risicokaart van Atlas Leefomgeving is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het projectgebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 4.1 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het projectgebied (rode ster) en de omgeving weergegeven. De 1% letaliteitsgrens bepaalt het invloedsgebied voor het groepsrisico. Binnen de 100% afstand is de invloed van de leiding zodanig groot dat toename van bebouwing en bewoning bijdraagt aan een verhoging van het groepsrisico.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
21
Nunspeet, Hullerweg 120 Ruimtelijke onderbouwing
Afbeelding 4.1: Uitsnede Risicokaart (Bron: Atlas Leefomgeving)
In de omgeving van het projectgebied zijn meerdere risicobronnen relevant, namelijk twee buisleidingen van Gasunie B.V. en een bovengrondse hoogspanningsleiding met een indicatieve magneetveldzone. Hierna wordt op deze aspecten ingegaan. Buisleiding Gasunie B.V. Aan de zuidzijde van het projectgebied, liggen twee buisleidingen van de Gasunie. Het betreffen buisleidingen N 570-20 en N 570-30. De buisleidingen hebben een diameter van respectievelijk 324 en 316 mm en een werkdruk van 40 bar. Voor deze leidingen ligt de 1% letaliteitsgrens op respectievelijk 140 meter. De buisleidingen liggen op meer dan 400 meter afstand. Hiermee wordt ruimschoots aan de afstand voldaan. Hoogspanningsleiding Ten zuiden van het plangebied ligt een hoogspanningsleiding met een magneetveldzone van 50 meter aan weerszijden. De leiding ligt op 250 meter afstand. Hiermee vormt de leiding geen belemmering. Samenvattend Uit de inventarisatie blijkt dat het projectgebied: • • • •
4.4.3
zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen dan wel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet is gelegen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Conclusie
Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.
BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies
22
Nunspeet, Hullerweg 120 Ruimtelijke onderbouwing
4.5
Milieuzonering
4.5.1
Algemeen
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • •
het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. 4.5.2
Gebiedstypen
Volgens de VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ dient eerst te worden beoordeeld of in de omgeving sprake is van een ‘rustige woonwijk’ of een ‘gemengd gebied’. Een ‘rustige woonwijk’ is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor en langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Het omgevingstype ‘gemengd gebied’ wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ als volgt omschreven: ‘Een gemengd gebied’ is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend’. Het projectgebied ligt in het buitengebied, echter is er wel sprake van een verscheidenheid van functies. Zo ligt meteen aansluitend het bedrijventerrein van Nunspeet, aan de zuidzijde. Daarnaast liggen ook in het buitengebied naast woonfuncties, enkele detailhandels- en bedrijfsfuncties.