CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 6b. St.t.i. NOV Staverdenseweg 89a Elspeet

Commissie Ruimte en Wonen 10 maart 2025, gemeente NunspeetBij agendapunt: Afgifte Verklaring van geen bedenkingen (VVGB) Staverdenseweg 89 in Elspeet.4.187 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nader onderzoek soorten NADER ONDERZOEK

VLEERMUIS Vleermuisonderzoek conform vleermuisprotocol 2021

Locatie:

Staverdenseweg 89a; Elspeet

Datum:

3 oktober 2023 – actualisatie december 2024

Project:

NOV50505

NADER ONDERZOEK SOORTEN – STAVERDENSEWEG ELSPEET VERSIE 1-1

INHOUD 1.

Colofon

3

2.

Samenvatting

4

3.

Inleiding

5

3.1

Aanleiding

5

3.2

Planlocatie

5

3.3

Werkzaamheden

5

4.

Wettelijk kader

6

5.

De vleermuis

9

6.

Werkwijze

11

6.1

Vleermuisprotocol 2021

11

6.2

Checklist

11

6.3

Bureauonderzoek

16

6.4

Werkwijze onderzoek

16

6.5

Onderzoeksresultaten

17

7.

Verantwoording

Disclaimer

18 19

2

NADER ONDERZOEK SOORTEN – STAVERDENSEWEG ELSPEET VERSIE 1-1

1. Colofon Onderzoek

Nader onderzoek vleermuis

Document

NOV50505 versie 1.1

Datum

3 oktober 2023 – actualisatie december 2024

Locatie

Staverdenseweg 89a; Elspeet

Opdrachtgever

ASB

Opdrachtnemer

Ecofect B.V.

Ecoloog

P. Smits

Adres

Laan 21, 8071 JG Nunspeet

Telefoon

06-41737676

Email

info@ecofect.nl

Internet

www.ecofect.nl

KvK-nummer

87036487

Btw-identificatienr.

Nl864184311B01

Rekeningnummer

NL39 RABO 0198 8908 69

3

NADER ONDERZOEK SOORTEN – STAVERDENSEWEG ELSPEET VERSIE 1-1

2. Samenvatting Samenvattend: •

Er zijn geen verblijfplaatsen, essentiële vliegroutes dan wel zwermlocaties van vleermuizen aangetroffen in en nabij de (te slopen) bebouwing.

•

Er zijn geen paarroepjes en baltsgedrag waargenomen, waardoor er ook geen opnames zijn gemaakt.

•

Het plangebied zelf heeft geen belangrijke waarde als jachtgebied of onderdeel van een vliegroute: Het plangebied wordt in de toekomstige situatie niet veranderd waardoor er geen essentiële lijnelementen verloren gaan.

•

Er gaan geen verblijfplaatsen of essentiële functies verloren door of tijdens de geplande ingreep.

Elke inventarisatie is een steekproef gebaseerd op momentopnamen. Er is voldaan aan de onderzoekstijden en -perioden zoals gesteld wordt in het vleermuisprotocol 2021. Alle functies zijn onderzocht voor de genoemde soorten. Het onderzoek is uitgevoerd door één waarnemer (Dhr. J.W. Neeleman). Slechts één gevel (westgevel) heeft vleermuispotentie. De overige gevels zijn vrij van kieren/spleten/holten of van glas of worden belemmerd in aanvliegroute. Hierdoor is niet uitgesloten dat soorten en functies die tijdens de inventarisatie niet waargenomen zijn, op een ander tijdstip wel aanwezig zijn. Dit is acceptabel omdat met het volgen van de inventarisatieprotocollen gedaan is ‘wat redelijkerwijs verwacht kan worden’. Hiermee is voldoende invulling gegeven aan artikel 1.11 (Zorgplicht) van de Wet natuurbescherming.

4

NADER ONDERZOEK SOORTEN – STAVERDENSEWEG ELSPEET VERSIE 1-1

3. Inleiding 3.1 Aanleiding Met de voorgenomen ontwikkelingen aan de Staverdenseweg 89a te Elspeet heeft ASB aan Ecofect B.V. gevraagd een nader onderzoek vleermuizen, naar aanleiding van de conclusies en aanbevelingen van de Quickscan Wet natuurbescherming (Ecofect 50426) uit te voeren t.b.v. het vergunning traject en inzicht te verschaffen of de geplande uit te voeren werkzaamheden conflicteren met de Wet Natuurbescherming. Voorliggend rapport geeft inzicht in het wettelijk kader, de gebruikte methodiek en de resultaten van het uitgevoerde onderzoek.

3.2 Planlocatie De geplande ontwikkelingen betreft de planlocatie gelegen aan de Staverdenseweg 89a te Elspeet (zie figuur 1). De planlocatie betreft een slagerswinkel met een naastgelegen woning en achtergelegen bijgebouw.

Figuur 1 – Planlocatie

5

NADER ONDERZOEK SOORTEN – STAVERDENSEWEG ELSPEET VERSIE 1-1

3.3 Werkzaamheden De initiatiefnemer is voornemens de huidige opstallen te slopen en hiervoor een 4tal appartementen voor terug te bouwen. Ten tijde van het onderzoek is er nog geen ontwerp voorhanden. Voor het ontwerp en de inhoudelijke vragen hierover wordt verwezen naar de opdrachtgever. Functieverandering en effecten De beoogde ingrepen zijn blijvend van karakter. De functie van het plangebied zal gelijk blijven en ecologisch niet veranderen zelfs zo mogelijk verbeteren De ingrepen en effecten van de ingreep in relatie tot natuurwaarden: •

Sloop- / saneringswerkzaamheden

•

Afvoer sloopmateriaal

•

Egaliseren terrein

•

Bouwwerkzaamheden

•

Aan- en afvoer materiaal.

•

Herinrichting terrein welke bij de functie wonen verwacht kan worden

Dit onderzoek is gericht om een inschatting te maken of beschermde soorten voorkomen en gebruik maken van de projectlocatie.

6

NADER ONDERZOEK SOORTEN – STAVERDENSEWEG ELSPEET VERSIE 1-1

4. Wettelijk kader Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht. Deze wetgeving vervangt de Flora- en faunawet, boswet en natuurbeschermingswet. In deze wet is de bescherming van gebieden, soorten en houtopstanden geregeld. Dit onderzoek beperkt zich tot soortbescherming vleermuis.

Wet natuurbescherming Soortbescherming Artikelen 3.1 tot en met 3.11 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van soorten. De bescherming is opgedeeld in vijf categorieën met soorten: • Vogels met jaarrond beschermde nesten; • Overige vogels; • Soorten van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I); • Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn en waarvoor provinciaal geen vrijstelling geldt; • Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, maar waarvoor provinciaal wel een vrijstelling geldt. Voor vogels geldt dat er twee categorieën zijn: de vogels met jaarrond beschermde nesten (o.a. Huismus, Gierzwaluw en Buizerd) en de overige broedvogels. Vogels met jaarrond beschermde nesten hebben een strikte beschermingsstatus binnen de Wet natuurbescherming. Van overige broedvogels zijn hun nesten alleen tijdens het broedseizoen beschermd zijn (periode van nestbouw, eileg, broeden en voeren van de jongen op het nest). Voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn zijn in artikel 3.5 verboden vastgelegd (o.a. verboden om dieren te doden en voortplantings- of rustplaatsen te vernielen) en geldt een strikte beschermingsstatus. Soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, kunnen ingedeeld worden in twee categorieën.

Provincies mogen besluiten om bepaalde soorten vrij te stellen van bescherming in het kader van ruimtelijke ingrepen, beheer en onderhoud. In de meeste provincies geldt - onder andere voor ruimtelijke ontwikkelingen - een vrijstelling voor een selectie van zoogdieren en amfibieën. Voor de overige soorten gelden vergelijkbare verboden (zie artikel 3.10) als voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en geldt eveneens een strikte beschermingsstatus. Voor het overtreden van verbodsartikelen bij ruimtelijke ingrepen is het noodzakelijk om ontheffing aan te vragen bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep plaatsvindt). Voor het verkrijgen van een ontheffing dient een uitgebreide rapportage opgesteld te worden waarin o.a. wordt aangegeven hoe gezorgd wordt dat schade tot een minimum beperkt blijft en of compenserende maatregelen aan de orde zijn.

De Wet natuurbescherming onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 2). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992). Het 3e beschermingsregime, andere soorten, betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau (nationaal beschermde soorten). Daarnaast geldt dat voor alle soorten de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs verwacht van men kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen. Alle vleermuissoorten worden strikt beschermd door de Wet natuurbescherming en ook de vaste verblijfplaatsen van deze soorten zijn jaarrond beschermd. Hierdoor is er, bij ruimtelijke ingrepen, een ontheffing nodig in het kader van de Wet natuurbescherming wanneer vaste verblijfplaatsen aangetast,

7

NADER ONDERZOEK SOORTEN – STAVERDENSEWEG ELSPEET VERSIE 1-1

vernield en/of verstoord zullen worden of wanneer individuen van de soorten verwond of gedood zullen worden. Het is daarom noodzakelijk om middels aanvullend onderzoek de aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen vast te stellen dan wel uit te kunnen sluiten.

8

NADER ONDERZOEK SOORTEN – STAVERDENSEWEG ELSPEET VERSIE 1-1

5. De vleermuis Vleermuizen gebruiken het landschap gedurende het jaar op verschillende manieren: in verschillende perioden van het jaar maken ze gebruik van kraamplaatsen, zomerverblijfplaatsen, paarverblijven, winterverblijfplaatsen en jachtgebied. Daarnaast gebruiken ze landschapselementen, zoals bomenrijen en watergangen als vliegroute. Het meest recente vleermuisprotocol (2021) dat door onder andere de Zoogdiervereniging en de gegevensautoriteit NGB is opgesteld, stelt daarom dat tenminste vijf inventarisatiemomenten nodig zijn om de verschillende functies, die de aanwezige bebouwing mogelijk voor vleermuizen vervult, zo goed mogelijk te inventariseren. Vleermuizen Verblijfplaats Een object (gebouw, boom, bunker, grot, kast en dergelijke) waarin een of meerdere vleermuizen verblijven (overdag of ’s winters, met enige regelmaat). Zomerverblijfplaats Een verblijfplaats die gebruikt wordt door vleermuizen die niet in winterslaap zijn waarvan niet aangetoond is dat het een kraamverblijfplaats dan wel een paarverblijfplaats is. Kraamverblijfplaats Een verblijfplaats van een kraamgroep met vrouwtjes met jongen. Paar(verblijf)plaats Een verblijfplaats of de omgeving daarvan, waar ten minste een baltsend mannetje of meerdere vleermuizen overdag verblijven en paren of komen zwermen. Welk gedrag is waar te nemen, is afhankelijk van de soort.

Te herkennen aan zwermgedrag en/of baltsroepen. (Zwermen bij het invliegen komt bij meer verblijfsfuncties voor.) Winterverblijfplaats Een verblijfplaats waar in de winter een of meerdere vleermuizen in winterslaap (hybernation) gaan. Het betreft bij soorten die jaarrond in hun leefgebied blijven nogal eens een voormalige paarplaats of een andere verblijfplaats. Er zijn bij soorten als gewone dwergvleermuis massa winterverblijfplaatsen en winterverblijfplaatsen voor kleinere groepen te onderscheiden. Vliegroute Een vaste route van een vleermuis of een groep van vleermuizen vanaf een verblijfplaats naar een foerageergebied of tussen verblijfplaatsen visa versa. Migratieroute Een vaste route van zomerleefgebied naar winterverblijfplaats of winterleefgebied en visa versa. Foerageergebied Een gebied waar een vleermuis of een groep van vleermuizen foerageert.

9

NADER ONDERZOEK SOORTEN – STAVERDENSEWEG ELSPEET VERSIE 1-1

Uit het verkennende onderzoek, bleek dat dat de te saneren bebouwing mogelijk geschikt is als verblijfplaats voor vleermuizen. Nader onderzoek naar de functie van de bebouwing voor vleermuizen was daarom nodig. Het aanvullende onderzoek naar vleermuizen is volgens het vleermuisprotocol 2021 uitgevoerd: een vleermuisonderzoek naar kraam-, zomer-, en paarverblijven.

10

NADER ONDERZOEK SOORTEN – STAVERDENSEWEG ELSPEET VERSIE 1-1

6. Werkwijze De werkwijze van Ecofect om te komen tot gedegen conclusies is als volgt: 1.

Bureau-onderzoek naar de voorkomende en te verwachten soorten

2.

Het onderzoek is uitgevoerd conform het vleermuisprotocol 2021

3.

De checklist aanwezigheid (vleermuisprotocol) is ingevuld

4.

Het onderzoek is te voet uitgevoerd

5.

Er is gebruik gemaakt van verrekijker, zaklamp en batdetector Anabat Scout

6.1 Vleermuisprotocol 2021 Het onderzoek is uitgevoerd conform het vleermuisprotocol 2021 zoals gepubliceerd op de website van BIJ12. In het voorliggende onderzoek zijn de volgende functies voor vleermuis onderzocht: •

Paarverblijfplaatsen

•

Kraamverblijfplaatsen

•

Zomerverblijfplaatsen

De inventarisatie blijft echter een steekproef. Het is dan ook mogelijk dat soorten en functies niet waargenomen zijn, terwijl dat ze op een ander tijdstip wel aanwezig zijn. Dit is echter acceptabel, de Wet natuurbescherming vraagt een initiatiefnemer om alles te doen wat redelijkerwijs hem verwacht kan worden. Met de gekozen methode en inspanning is hieraan voldoende invulling gegeven. Wat betreft dit onderzoek heeft de initiatiefnemer dan ook gedaan wat redelijkerwijs verwacht kan worden. •

Het gehele projectgebied is in beeld geweest tijdens de onderzoeken.

•

De tussentijd tussen de verschillende bezoeken waren conform het protocol.

•

De weersomstandigheden (temperatuur, windkracht en neerslag) waren optimaal.

•

Er is niet afgeweken van het vleermuisprotocol.

6.2 Checklist Ga eerst na welke soorten redelijkerwijs of mogelijk te verwachten zijn aan de hand van het landschap, de omgeving en gekend verspreidingsbeeld (binnen 20 km van het plangebied, denk daarbij indien nodig ook buiten de landsgrenzen). Daarna dient gekeken te worden welke functies voor vleermuizen mogelijk voorkomen. Hiervoor kan de onderstaande checklist of geheugensteun worden gebruikt. Het gaat om voor vleermuis van belang zijnde objecten die door de beoogde activiteit of plan, in relevante mate worden aangetast. De hieronder aangegeven soorten en/of soortgroepen zijn niet dekkend. Hou rekening met het voorkomen van zeldzaam voorkomende soorten. Foerageergebied en vliegroutes zijn alleen beschermd als ze essentieel zijn voor het goede voortbestaan van de soort ter plaatse. Dat blijkt vaak pas uit het (nader) onderzoek.

11

NADER ONDERZOEK SOORTEN – STAVERDENSEWEG ELSPEET VERSIE 1-1

1. Dikke bomen Is in of grenzend aan het plangebied één (of meerdere) dikke boom (doorsnede globaal > 3 dm op borsthoogte) aanwezig? 1.1 Zijn holtes, spleten, scheuren, losse bast uit te sluiten?

→ Zo niet, nader onderzoek naar (winter-,) kraam-, zomer- en paar verblijfplaatsen van boombewonende soorten. 1.2 Maakt de boom (bomen) deel uit van een mogelijke route of verbinding?

→ Nader onderzoek naar vliegroutes van alle (in de omgeving) voorkomende vleermuissoorten. 1.3 Maakt de boom (bomen) deel uit of vormt deze mogelijk foerageergebied of beschutting van een naastgelegen foerageergebied?

→ Nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen. Conclusie: In de uitgevoerde QuickScan is geoordeeld dat er geen bomen zijn met vleermuispotentie (holten of loshangende schors). Bomen nabij de planlocatie blijven intact. Boombewonende soorten, zoals bechsteinsvleermuis, rosse vleermuis en bosvleermuis, worden daarom in dit onderzoek niet meegenomen. 2. Opgaande gewassen Is op of grenzend aan het plangebied één (of zijn meerdere) dunne bomen (doorsnede globaal. < 3 dm op borsthoogte) en/of struiken/gewassen > 1,5 meter aanwezig? 2.1 Maken de struiken, gewassen, boom (bomen) deel uit van een mogelijke route of verbinding (lijnelement)?

→ Onderzoek naar vliegroutes van vleermuizen. 2.2 Zijn er zichtbare holtes spleten, scheuren, losse bast in de boom (bomen)? → Nader onderzoek naar zomer- en paarverblijfplaatsen van boombewonende soorten. 2.3 Vormt het opgaand groen mogelijk foerageergebied of beschutting van een naastgelegen foerageergebied (let vooral op kleinschalig gebied of parkachtige omgeving)?

→ Nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen. Conclusie: Vegetatie en gewassen zijn op de planlocatie niet aanwezig dan wel blijven intact. Onderzoek naar foerageergebied niet wordt meegenomen in de onderzoeken. 3. Open water Is er open water aanwezig? 3.1 Is er water?

→ Nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute), tweekleurige vleermuis, rosse vleermuis ruige dwergvleermuis, watervleermuis (> 1m breed) en meervleermuis (> 2m breed). 3.2 Is er water in tenminste iets besloten gebied?

→ Nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute) gewone of ruige dwerg-, baard-, brandt’s-, ingekorven, franjestaart, grijze en gewone grootoorvleermuis en laatvlieger. 3.3 Is er water in open gebied?

12

NADER ONDERZOEK SOORTEN – STAVERDENSEWEG ELSPEET VERSIE 1-1

→ Nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute) tweekleurige-, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. 3.4 Heeft het water een mogelijk essentiële functie als drinkwater?

→ Nader onderzoek naar functie voor alle soorten vleermuizen. Conclusie: Er is geen water op of in de directe omgeving van het plangebied. Nader onderzoek naar gebiedsfuncties (foerageergebied en vlieg- en/of migratieroute) gewone of ruige dwerg-, baard-, brandt’s-, ingekorven, franjestaart, grijze en gewone grootoorvleermuis en laatvlieger is hierdoor niet noodzakelijk 4. Open gebied Is er open gebied (> 1 ha)? 4.1 Bestaat het plangebied uit moeras, grasland, akker of anderszins (denk bij < 500 meter van water breder dan 2 meter extra aan meervleermuis)?

→ Nader onderzoek naar gebruik door rosse vleermuis, meervleermuis, laatvlieger, tweekleurige vleermuis en ruige dwergvleermuis. Conclusie: Het plangebied ligt in een bebouwde omgeving. Nader onderzoek naar de eerder genoemde soorten niet noodzakelijk 5. Gebouwen Zijn er gebouwen aanwezig? 5.1 Biedt het gebouw of bieden de gebouwen mogelijk winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen voor vleermuizen (denk aan de spouwmuur, dakpannen, kelders, luiken aan de muur, gevelbekleding, zolders, daklagen, kruipruimtes etc.)? (bouwtekening ter inzage vragen).

→ Nader onderzoek naar winter-, kraam-, zomer- en paar verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. 5.2 Zijn er sporen van aanwezigheid, poepvlekken, keutels, vraatresten, bruinverkleuring langs de rand van invliegopeningen en dergelijke?

→ Nader onderzoek naar gebouwbewonende vleermuizen. 5.3 Mogelijk foerageergebied?

→ Nader onderzoek naar foeragerende vleermuizen. 5.4 Zijn er lange, mogelijk in het duister liggende, muren aanwezig?

→ Nader onderzoek naar gebiedsfuncties vlieg- en/of migratieroutes. Conclusie: Gebouwen met toegang zijn aanwezig op de planlocatie. Nader onderzoek gebouw bewonende vleermuizen te weten: Laatvlieger, gewone dwergvleermuis, en ruige dwergvleermuis.

13

NADER ONDERZOEK SOORTEN – STAVERDENSEWEG ELSPEET VERSIE 1-1

6. Grotten, groeves, kelders en andere objecten Zijn er grotten en/of groeves en/of kelders, bruggen, tunnels en/of andere objecten met ruimten? 6.1 Zijn deze geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen? → Nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen, met de nadruk op winter-, en paarverblijfplaatsen. Conclusie: Niet aanwezig op of nabij de planlocatie 7. Grootschalige landschapselementen Zijn er grootschalige lijnvormige landschapselementen zoals kustzones, grootschalige dijken, duinenrijen, rivierdalen of waterpartijen die een verbindingsroute zouden kunnen vormen tussen zomer- en winterleefgebieden

→ Nader onderzoek naar mogelijke migratieroutes van o.a. meervleermuis, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en tweekleurige vleermuis in voor- en najaar. N.v.t. Conclusie: Niet aanwezig op of nabij de planlocatie Randvoorwaarden en vervolg De conclusies uit de veldverkenning in combinatie met deze checklist, gekende verspreiding (zie bijlagen), de ligging in het landschap, de relatie met het landschap en de uitgebreide tabel van het protocol, geven de onderzoeksinspanning (tijdstip, omstandigheden frequentie per te onderzoeken soort) voor het nader onderzoek aan. Conclusie overall checklist: Op basis van de ingevulde checklist is het nader onderzoek naar winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen en vliegroutes uitgevoerd. Het betreft hier de gebouw bewonende vleermuizen laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, ruige dwergvleermuis en gewone dwergvleermuis. De overige gebouw bewonende soorten worden uitgesloten: •

Rosse vleermuis betreft een (doorgaans) boombewonende soort. Bomen blijven intact of zijn niet aanwezig.

•

Ingekorven vleermuis komt uitsluitend voor in Zuid-Limburg en Noord Brabant.

•

Grijze grootoorvleermuis: zeer zeldzaam alleen in Limburg, Zeeuws Vlaanderen en Noord Brabant waarnemingen bekend.

•

Tweekleurige vleermuis wordt uitgesloten op basis van zeldzaamheid en habitatseisen.

Indien er tijdens de inventarisatieronden waarnemingen gedaan worden van de hierboven uitgesloten soorten of functies, kan de methodiek aangepast worden om het nader onderzoek uit te breiden.

6.3 Bureauonderzoek Tijdens het bureauonderzoek is onderzoek gedaan naar de mogelijk te verwachten soorten op de planlocatie. Hiervoor is onder andere gebruik gemaakt van de verschillende databanken zoals het NDFF en verspreidingsatlassen. Tijdens het veldbezoek worden deze gegevens gebruikt als focussoorten waarbij de mogelijkheid blijft eventueel andere soorten ook waar te nemen. In de bijlagen zijn de verspreidingsgegevens van genoemde soorten uitgewerkt.

14

NADER ONDERZOEK SOORTEN – STAVERDENSEWEG ELSPEET VERSIE 1-1

6.4 Werkwijze onderzoek De vaste waarnemer heeft op post gestaan en vaste looproutes aangehouden tijdens de veldbezoeken. Tijdens de veldbezoeken is één waarnemer ingezet omdat er slechts aan één gevel potentie is. De projectlocatie is volledig onderzocht. Auditieve detectie van vleermuizen is op een minimale afstand van 20 meter en verder (dwergvleermuis), afgezien van visuele waarnemingen.

Geschikte gevel

Positie waarnemer

Datum 22-05-2023

K/Z/V

Zon

start

Eind

gr

weer

bft

Resultaat

21.35

21.30

00.32

24

helder

3

Gewone dwergvleermuis (G)

27-06-2023

K/Z/V

27-06-2023

22.02

21..49

00.38

21

05.25

02.20

05.25

16

Droog

2

G / Laatvlieger (L)

31-08-2023

P/Zw

20.27

20.20

01.00

19

Droog

2

G

25-09-2023

P/Zw

19.29

19.23

01.00

18

Droog

3

G

K – Kraamverblijf Z- zomerverblijf P- paarverblijf Zw- zwermen

15

NADER ONDERZOEK SOORTEN – STAVERDENSEWEG ELSPEET VERSIE 1-1

6.5 Onderzoeksresultaten Vier van de vijf inventarisaties zijn in de avond en nacht uitgevoerd. Voor beide inventarisaties in de paarperiode hebben we in onderzoekstijden verlengd tot 01.00 uur vanwege de onderzoekstijden in het protocol voor de ruige dwergvleermuis en tevens om het eventuele zwermen in beeld te brengen. Er is wel gestart met zonsondergang om de overige soorten optimaal te kunnen onderzoeken. Tijdens de inventarisaties in de paarperiode is tevens gelet op vleermuizen die sociale geluiden (waaronder paarroepjes) uitstoten en die paargedrag vertonen. Dergelijke geluiden en gedrag kunnen duiden op de aanwezigheid van een paarverblijfplaats. Eén inventarisatie heeft in de vroege ochtend plaatsgevonden die tevens in de kraamperiode viel. Tijdens de bezoeken is vooral gelet op uitvliegende, invliegende en/of zwermende vleermuizen en op vleermuizen die al rond zonsondergang actief waren. Wanneer een vleermuis rond zonsondergang wordt waargenomen, kan dit namelijk op de aanwezigheid van een verblijfplaats duiden. Dit omdat de meeste vleermuissoorten rond zonsondergang hun verblijfplaats verlaten en dan naar hun foerageergebieden vliegen. Vleermuizen die rond zonsondergang bij het te onderzoeken object worden waargenomen, hebben nog geen grote afstand af kunnen leggen, waaruit opgemaakt kan worden dat zij mogelijk in het object een verblijfplaats hebben.

Tijdens de veldbezoeken is gebruikgemaakt van heterodyne batdetectors (Anabat Scout). Met behulp van deze batdetectors kunnen de waargenomen vleermuissoorten op naam gebracht. Alle waargenomen vleermuizen konden direct op naam gebracht worden. Door zoveel mogelijk visueel waar te nemen werd de determinatie geverifieerd en werd het gedrag (en daarmee vaak de functie van het gebied) vastgesteld. In totaal zijn verdeeld over alle bezoeken geen gebouw verlatende vleermuissoorten waargenomen. Er is geen enkele waarneming gedaan van gebouw verlatende vleermuizen terwijl de tijden en perioden optimaal te noemen waren. Voorafgaand aan de avondbezoeken is bij daglicht op de locatie naar sporen gezocht die op het voorkomen van vleermuizen duiden (vleermuiskeutels, meststrepen, afgebeten insectenvleugels en vetsporen). Daarbij zijn ook holten, spleten en scheuren die geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen doorzocht. Er is gedurende het onderzoek is er wel activiteit waargenomen in het gebied. Overvliegende vleermuizen zijn waargenomen. Foeragerende vleermuizen zij niet waargenomen. Tijdens het tweede onderzoek in de kraamperiode zijn de meeste vleermuizen waargenomen. Het gaar over het gehele onderzoek over de soorten laatvlieger en gewone dwerg (in de kraamperiode 1x een overvliegende Laatvlieger). Overige vleermuissoorten zijn niet waargenomen om en nabij de projectlocatie.

Vliegroutes, waarbij met een zekere regelmaat vleermuizen passeren, zijn niet aangetroffen. Een eventuele vliegroute blijft echter met de geplande ontwikkeling intact. De onderzoekstijden van de avondronden (paar) betreffen tot drie uur na zonsondergang om ook de volledige optimale periode te onderzoeken voor diverse vleermuissoorten die pas 30/60 minuten na zonsondergang actief worden volgens het vleermuisprotocol. Tijdens de veldbezoeken in het voorjaar zijn geen waarnemingen gedaan waaruit de aanwezigheid van kraam en/of zomerverblijfplaatsen blijkt. Er zijn geen jagende, foeragerende en overvliegende gewone dwergvleermuizen waargenomen in deze periode. Zowel in het plangebied als de directe omgeving hiervan zijn geen kraam- en/of zomerverblijfplaatsen vastgesteld. Tijdens de veldbezoeken in het najaar zijn in het plangebied geen baltsgeluiden waargenomen. Op basis van de waarnemingen, het ontbreken van zwermgedrag en baltsgeluiden kan worden vastgesteld dat in het plangebied geen paarverblijfplaatsen aanwezig zijn. Op basis van de afwezigheid van gebouw verlatende en/of zwermende vleermuizen rondom de projectlocatie kan gesteld worden dat het gebouw geen verblijfplaats huisvest voor de vleermuizen.

16

NADER ONDERZOEK SOORTEN – STAVERDENSEWEG ELSPEET VERSIE 1-1

Het nachtbezoek naar zwermen heeft geen hits opgeleverd waaruit blijkt dat de vleermuizen geen gebruik maken van het gebouw als paar- of winterverblijfplaats. Winterverblijfplaatsen zijn lastig aan te tonen of uit te sluiten. Van zomer-, kraam- en paarverblijven kan aangenomen worden dat deze ook in gebruik kunnen zijn als winterverblijfplaats, zolang de temperatuur niet onder het vriespunt komt. Daar er geen verblijfplaatsen zijn aangetroffen is het alleszins aannemelijk dat het object ook niet als winterverblijf in gebruik is. De weersomstandigheden waren optimaal om de onderzoeken op de juiste wijze uit te kunnen voeren. De tussenliggende periode tussen de diverse veldbezoeken zijn conform het vleermuisprotocol 2021. Samenvattend: •

Er zijn geen verblijfplaatsen, essentiële vliegroutes dan wel zwermlocaties van vleermuizen aangetroffen in en nabij de (te slopen) bebouwing. Er zijn geen paarroepjes en baltsgedrag waargenomen, waardoor er ook geen opnames zijn gemaakt.

•

Het plangebied zelf heeft geen belangrijke waarde als jachtgebied of onderdeel van een vliegroute: Het plangebied wordt in de toekomstige situatie niet veranderd waardoor er geen essentiële lijnelementen verloren gaan.

•

Er gaan geen verblijfplaatsen of essentiële functies verloren door of tijdens de geplande ingreep.

•

Elke inventarisatie is een steekproef gebaseerd op momentopnamen.

Hierdoor is niet uitgesloten dat soorten en functies die tijdens de inventarisatie niet waargenomen zijn, op een ander tijdstip wel aanwezig zijn. Dit is acceptabel omdat met het volgen van de inventarisatieprotocollen gedaan is ‘wat redelijkerwijs verwacht kan worden’. Hiermee is voldoende invulling gegeven aan artikel 1.11 (Zorgplicht) van de Wet natuurbescherming.

17

NADER ONDERZOEK SOORTEN – STAVERDENSEWEG ELSPEET VERSIE 1-1

7. Verantwoording Materialen: • Fotocamera • Batdetector Anabat Scout • Verrekijker (Swarovski 8*42; Swarovski 10*50) • Endoscoop • Ladder • Zaklamp Literatuur: • NDFF • Zoogdiervereniging • Fauna-inventarisaties; Rick Schoon Websites • www.bij12.nl • www.rvo.nl • www.ndff.nl • www.zoogdiervereniging.nl • www.synbiosys.alterra.nl/natura2000 • www.verspreidingsatlas.nl

18

NADER ONDERZOEK SOORTEN – STAVERDENSEWEG ELSPEET VERSIE 1-1

Disclaimer Deze rapportage is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever zoals hierboven aangegeven. Niets uit deze rapportage mag, met uitzondering van de opdrachtgever, worden vermenigvuldigd of openbaar gemaakt worden door middel van scanning, druk, internet, kopie of andere wijze zonder schriftelijke toestemming van Ecofect B.V., noch mag het zonder deze toestemming voor een ander doel gebruikt worden dan waarvoor het vervaardigd is. Ecofect B.V. is niet aansprakelijk voor vervolgschade, alsmede schade die voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van de werkzaamheden of andere gegevens verkregen. De opdrachtgever vrijwaart Ecofect B.V. voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing. Omdat ecologisch onderzoek een momentopname is, kan de aanwezigheid van beschermde soorten soms niet worden uitgesloten of bevestigd. Daarnaast is de natuurwetgeving aan verandering en jurisprudentie onderhevig. Wij zijn echter niet aansprakelijk voor de gevolgen van onverwacht verschijnende of verdwijnende flora of fauna, noch voor de gevolgen van veranderende wetgeving of jurisprudentie. © 2023 Ecofect B.V.; Nunspeet

19

NADER ONDERZOEK SOORTEN – STAVERDENSEWEG ELSPEET VERSIE 1-1

In Nederland komen de volgende vleermuissoorten voor: Baardvleermuis

Bechsteins vleermuis

20

NADER ONDERZOEK SOORTEN – STAVERDENSEWEG ELSPEET VERSIE 1-1

Bosvleermuis

Brandt's vleermuis

21

NADER ONDERZOEK SOORTEN – STAVERDENSEWEG ELSPEET VERSIE 1-1

Bruine of gewone grootoorvleermuis

Franjestaart

22

NADER ONDERZOEK SOORTEN – STAVERDENSEWEG ELSPEET VERSIE 1-1

Gewone dwergvleermuis

Grijze grootoorvleermuis

23

NADER ONDERZOEK SOORTEN – STAVERDENSEWEG ELSPEET VERSIE 1-1

Ingekorven vleermuis

Laatvlieger

24

NADER ONDERZOEK SOORTEN – STAVERDENSEWEG ELSPEET VERSIE 1-1

Meervleermuis

Mopsvleermuis

25

NADER ONDERZOEK SOORTEN – STAVERDENSEWEG ELSPEET VERSIE 1-1

Rosse vleermuis

Ruige dwergvleermuis

26

NADER ONDERZOEK SOORTEN – STAVERDENSEWEG ELSPEET VERSIE 1-1

Tweekleurige vleermuis

Vale vleermuis

27

NADER ONDERZOEK SOORTEN – STAVERDENSEWEG ELSPEET VERSIE 1-1

Watervleermuis

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15237089/1