AP 6b. St.t.i. Bijlage 4 - Nader onderzoek flora en fauna
Tekst van het document
Nader onderzoek huismus en vleermuizen In het kader van de Wet natuurbescherming Plangebied: Vreeweg 11, Nunspeet Opsteller(s): M.S. de Haan
Nader onderzoek huismus en vleermuizen In het kader van de Wet natuurbescherming Colofon Plangebied
Vreeweg 11, Nunspeet
Opsteller(s)
M.S. de Haan
Datum
3-11-2022
Versienummer
01
Rapportkenmerk
ER20221019v01
Aantal pagina’s
30
Opdrachtgever
Kubiek Ruimtelijke Plannen
Contactpersoon
R. Hoekstra
Kwaliteitscontrole
M. de Vries
Projectleider
M.W.H. Bekkers
Wijze van citeren
Haan, M.S. de, 2022. Nader onderzoek huismus en vleermuizen. In het kader van de Wet natuurbescherming. Plangebied: Vreeweg 11, Nunspeet. Kenmerk: ER20221019v01. Ecoresult B.V., Alblasserdam
Ecoresult B.V. Edisonweg 10- unit 320 2952 AD Alblasserdam 078 75 184 12 info@ecoresult.nl www.ecoresult.nl © copyright Ecoresult B.V. 2022
2
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Ecoresult B.V. kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.
Inhoudsopgave 1
2
3
4
5
6
Inleiding 1.1 Aanleiding
5 5
1.2 Onderzoeksvragen 1.3 Leeswijzer Omschrijving plangebied 2.1 Algemeen 2.2 Beschrijving 2.3 Geplande ingrepen
5 5 6 6 6 7
2.3.1 Omschrijving werkzaamheden 2.3.2 Werkplanning, werktijden en realisatieperiode 2.3.3 Methode uitvoering: materieel en werkwijze Onderzoek beschermde soorten 3.1 Werkwijze 3.1.1 Onderzoeksmaterialen
7 7 7 8 8 9
3.2 3.2.1
Volledigheid onderzoek Algemeen
9 9
3.2.2 3.2.3
Huismus Vleermuizen
9 10
Resultaten nader onderzoek 4.1 Huismus 4.2 Categorie 5-soorten (spreeuw) 4.3 Vleermuizen 4.3.1 Gewone dwergvleermuis 4.3.2 Ruige dwergvleermuis 4.3.3 Laatvlieger 4.3.4 Rosse vleermuis
11 11 12 12 13 14 15 16
4.3.5 Baardvleermuis 4.4 Conclusie onderzoeksresultaten Effectbeoordeling 5.1 Vogelrichtlijn
17 17 19 19
5.1.1 5.1.2 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3
Huismus Spreeuw Habitatrichtlijn Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Laatvlieger
19 19 20 20 20 20
5.2.4 Rosse vleermuis 5.2.5 Baardvleermuis 5.3 Voorwaarden voor ontheffing Maatregelen
20 21 21 22
3
6.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.2.3 6.3
7 8
Algemeen Huismus Voorafgaand aan de werkzaamheden Tijdens de werkzaamheden Na afronding van de werkzaamheden Vleermuizen
22 22 22 23 23 24
6.3.1 Voorafgaand aan de werkzaamheden 6.3.2 Tijdens de werkzaamheden 6.3.3 Na afronding van de werkzaamheden Conclusies en aanbevelingen 7.1 Conclusies Geraadpleegde bronnen
24 25 26 27 27 28
8.1 8.2
28 28
Literatuur Internet
Ecoresult B.V. november 2022
4
1
Inleiding
1.1
Aanleiding In opdracht van Kubiek Ruimtelijke Plannen heeft Ecoresult B.V. een nader onderzoek naar huismus en vleermuizen uitgevoerd in het plangebied: Vreeweg 11, Nunspeet. De aanleiding van dit verzoek is de voorgenomen sloop van de bebouwing (zie verder paragraaf 2.3). Uit een verkennend veldonderzoek uitgevoerd door Ecoresult B. V. in 20211 is gebleken dat in de woningen potenties aanwezig zijn voor voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus en vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en meervleermuis). Zodoende was nader onderzoek naar deze soortgroepen noodzakelijk om te vast te stellen of deze soorten inderdaad aanwezig zijn en zo ja, hoe in het kader van de Wet natuurbescherming gehandeld dient te worden. In voorliggende rapportage worden de onderzoeksresultaten beschreven. De resultaten van voorliggende rapportage zijn drie jaar geldig. Mochten de voorgenomen ontwikkelingen wijzigen dient het onderzoek te worden geactualiseerd.
1.2
Onderzoeksvragen In het onderzoek worden 5 onderzoeksvragen beantwoord: 1. Zijn huismus en/of vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en meervleermuis) aanwezig? 2. Welke functie(s) heeft het object of het gebied voor huismus en/of vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en meervleermuis)? 3. Blijft de functionaliteit van de voortplantingsplaatsen, vaste rust- of verblijfplaatsen en/of het essentiële functionele leefgebied behouden? 4. Is ontheffing op de Wet natuurbescherming noodzakelijk? 5. Welke eigenschappen van het object of gebied moeten gemitigeerd of gecompenseerd worden?
1.3
Leeswijzer In deze rapportage worden allereerst het plangebied en de geplande activiteiten beschreven. Hierna volgt een beschrijving van de werkwijze van het onderzoek, de resultaten van het onderzoek en een effectbepaling van de geplande werkzaamheden. Aansluitend wordt beschreven welke maatregelen genomen dienen te worden negatieve effecten te voorkomen of te verminderen. Er wordt afgesloten met de conclusies en aanbevelingen.
1 Posthuma, 2021.
Ecoresult B.V. november 2022
5
2
Omschrijving plangebied
2.1
Algemeen Het plangebied voor deze quickscan omvat 1 woning gelegen aan de Vreeweg 11, Nunspeet, gemeente Nunspeet, provincie Gelderland (zie Figuur 1).
Figuur 1: Ligging plangebied en het onderzochte gebied, voor regionale ligging zie kaartinzet rechtsboven. Bron: OpenTopo.
2.2
Beschrijving • • • • • • • • • • •
De woning in het plangebied stamt uit bouwjaar 19362. De bebouwing in het plangebied is opgetrokken uit baksteen. Halverwege de gevel is er gevelbetimmering aanwezig. De daken zijn afgewerkt met dakpannen, verspreid zijn dakramen aanwezig. Aan de zuidkant is een schuur aanwezig evenals een tent die dient als (brom)fietsenstalling. De voortuin is noordoost georiënteerd. In de tuin bevindt zich tuinbeplanting in de vorm van bomen tot ca. 10 meter hoog, gazon, vaste planten en struiken. In geen van de bomen zijn holten, scheuren, nestkasten of (grotere) boomnesten aangetroffen. Aan de westkant van het gebouw is een grote oprit aanwezig met ruime parkeerplekken in de vorm van klinkerbestrating. Aan de zuidwest kant van het plangebied ligt een braak stuk terrein met zandgrond en ruigte. Het plangebied grenst aan de oostkant met een ander woonhuis. Open water (watergangen, poelen etc.) en vochtige tot natte terreinen (natuurvriendelijke oevers etc.) zijn in het plangebied afwezig. De ondergrond bestaat uit zand.
2 https://bagviewer.kadaster.nl/
Ecoresult B.V. november 2022
6
•
Straatverlichting is aanwezig in en rondom het plangebied door middel van lantaarnpalen. Verder bestaat verlichting uit armaturen en plaatselijk gevelverlichting.
2.3
Geplande ingrepen
2.3.1
Omschrijving werkzaamheden De woning zal gesloopt worden en in de plaats zal een nieuwe woning komen.
2.3.2
Werkplanning, werktijden en realisatieperiode Een gedetailleerde planning is nog niet beschikbaar.
2.3.3
Methode uitvoering: materieel en werkwijze De exacte invulling is nog niet bekend. Het gebouw zal worden gesloopt en ervoor in de plaats komt een nieuw gebouw.
Ecoresult B.V. november 2022
7
3
Onderzoek beschermde soorten
3.1
Werkwijze De volgende soorten/soortgroepen zijn onderzocht: Huismus: Onderzoek naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen en functioneel leefgebied van huismus binnen het plangebied conform de condities en methodiek van het Kennisdocument Huismus. Vleermuizen: Onderzoek naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen (zomer-, kraam, paar- en winterverblijfplaatsen) van vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en meervleermuis) binnen het plangebied conform de condities en methodiek van het meest actuele vleermuisprotocol (Vleermuisprotocol 2021). In Tabel 1 en Tabel 2, en wordt een overzicht gegeven van de onderzoeksmomenten, weersomstandigheden en betrokken ecologisch deskundigen tijdens de uitgevoerde veldonderzoeken. Alle betrokken deskundigen hebben aantoonbare ervaring op het gebied van inventariseren van huismus en vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en meervleermuis). De veldbezoeken zijn uitgevoerd onder goede weersomstandigheden, conform het Kennisdocument3 Huismus en het Vleermuisprotocol 2021.
Onderzoeker
Temperatuur (°C)
Neerslag (mm)
Windkracht (Bft)
10:15 – 12:15
06:30
G.S. Posthuma
13
0
NO3
13-05-2022 Huismus Voortplantings- & vaste rust- en verblijfplaatsen en functioneel leefgebied
09:40 – 11:40
05:48
G.S. Posthuma
15
0
ZW4
Moment
Soort
Type onderzoek
21-04-2022 Huismus Voortplantings- & vaste rust- en verblijfplaatsen en functioneel leefgebied
Datum
Zonsopkomst
Tabel 1: Onderzoeksmomenten huismusonderzoek en weergegevens met eigen waarnemingen in het veld.
Windkracht (Bft)
Neerslag (mm)
Temperatuur (ºC)
Onderzoekers
Moment
Zonsopkomst / Zonsondergang
Type onderzoek
Datum
Tabel 2: Onderzoeksmomenten vleermuisonderzoek en weergegevens met eigen waarnemingen in het veld.
3 https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soorten-ontheffingen-wet-
natuurbescherming/
Ecoresult B.V. november 2022
8
13-06-2022 Zomer-, kraamverblijfplaatsen functioneel leefgebied 11-07-2022 Zomer-, kraamverblijfplaatsen functioneel leefgebied 12-07-2022 Zomer-, kraamverblijfplaatsen functioneel leefgebied 16-08-2022 Paarverblijfplaatsen, Winterverblijfplaatsen functioneel leefgebied 07-09-2022 Paarverblijfplaatsen, Winterverblijfplaatsen functioneel leefgebied
Onder: 22:00
22:00 – 00:30
M.S. de Haan M. Römkens
15
0
W1
Onder: 21:56
22:00 – 00:30
M.S. de Haan G.S. Posthuma
19
0
NO2
Op: 20:26 02:30 – 05:30
M.S. de Haan G.S. Posthuma
13
0
NO1
Onder: 21:00
22:10 – 00:10
J.W.E. Janse
21
0
NO2
Onder: 2013
00:30 – 01:48
J.W.E. Janse
18
0
ZO2
*Onderzochte vleermuissoorten: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis en meervleermuis.
3.1.1
Onderzoeksmaterialen Bij het onderzoek naar huismus wars de onderzoeker bij elk onderzoek uitgerust met: • Verrekijker met 10x42 vergroting Bij onderzoek naar vleermuizen zijn onderzoekers bij elk onderzoek uitgerust met: • Batdetectors (Petterson D240X), • Opnameapparatuur voor de batdetector (Edirol), • Warmtebeeldcamera (Pulsar XP 28 en/of Pulsar XP38 en/of Flir) • Verrekijker met 10x42 vergroting, • Zaklamp.
3.2
Volledigheid onderzoek
3.2.1
Algemeen Het onderzoek is uitgevoerd volgens de voor die soort(groep) geldende standaarden. De onderzoeksperiode voor al de betreffende soorten is optimaal. De inventarisatie blijft echter een steekproef. Het is dan ook mogelijk dat soorten en functies niet waargenomen zijn, terwijl dat ze op een ander tijdstip wel aanwezig zijn. Dit is echter acceptabel, de Wet natuurbescherming vraagt een initiatiefnemer om alles te doen wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden. Met de gekozen methode en inspanning is hieraan dan ook invulling gegeven.
3.2.2
Huismus Gedurende het huismusonderzoek is een gebied onderzocht dat groter was dan het plangebied. Voor het onderzoek is de aandacht hoofdzakelijk uitgegaan naar het plangebied. De totale populatie huismussen rondom het plangebied is derhalve niet volledig onderzocht.
Ecoresult B.V. november 2022
9
Tijdens de onderzoeken heeft één onderzoeker de panden langdurig bekeken op activiteit van huismus. De dakgoten waren vanaf de openbare weg goed te overzien. In het broedseizoen vindt er gedurende de dag vrijwel constant activiteit plaats rond een nestplaats (baltsgedrag, paringen, entree van de nesten en aanbreng van voedsel). Door op al deze aspecten te letten zijn de actieve nestplaatsen goed in kaart te brengen. Essentieel functioneel leefgebied binnen het plangebied is in kaart gebracht door te letten op locaties waar mussen samen komen (kwetterplaatsen) of over een lange tijd foerageren. Dit zijn ook activiteiten die gedurende een langere tijd tijdens de onderzoeken plaats vindt en door een langere tijd de omgeving te observeren in kaart te brengen is.
3.2.3
Vleermuizen Het is aannemelijk dat te allen tijde 75% van het plangebied te goed te overzien was. Het plangebied had een overzichtelijke indeling van slechts 1 woonhuis. Vanaf de belangrijke observatie knooppunten kon elke gevel goed worden overzien. De aandacht voor het vleermuisonderzoek is hoofdzakelijk uitgegaan naar het te slopen gebouw. Hier waren de potenties voor vaste rust- en verblijfplaatsen aanwezig. Door constant door het plangebied heen en weer te lopen kan in een kort tijdsbestek het aantal en de locatie van de verblijfplaatsen worden gelokaliseerd. Voor het onderzoek naar winterverblijven en paarverblijfplaatsen was 1 onderzoeker voldoende. Door constant door het plangebied heen en weer te lopen kan in een kort tijdsbestek het aantal en de locatie van de paarterritoria worden gelokaliseerd. Gedurende de ronden in de periode mei - juli lag de focus van het onderzoek met name op het plangebied. Gedurende de najaar ronden is een groter gebied rondom het plangebied onderzocht op aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen.
Ecoresult B.V. november 2022
10
4
Resultaten nader onderzoek
4.1
Huismus Tijdens alle veldbezoeken in het kader van het huismusonderzoek (Tabel 1) werden 4 waarnemingen van huismus verricht (zie Figuur 2).
Figuur 2: Waarnemingen van huismus en waargenomen gedrag. Kaartbron: OpenTopo.
Vaste rust- en verblijfplaatsen • Binnen het plangebied zijn 2 vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus aanwezig. De locaties van deze vaste rust- en verblijfplaatsen staan weergegeven in Tabel 3. • Buiten het plangebied zijn 2 vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus waargenomen. De locaties van deze vaste rust- en verblijfplaatsen staan weergegeven in Tabel 3. Functioneel leefgebied • Binnen het plangebied is essentieel functioneel leefgebied (foerageergebied) van huismus aanwezig. De dichtbegroeide voor- en achtertuinen zijn hoofdzakelijk essentieel voor de binnen het plangebied aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus. Tabel 3: De locaties van de aangetroffen vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus binnen en buiten het plangebied. Met donkergrijs aangegeven de vaste rust- en verblijfplaatsen buiten het plangebied. Type Adres Opmerkingen verblijfplaats Bezet nest Vreeweg 11 Noordwestzijde achter het dakraam. Bezet nest Vreeweg 11 Kopgevel voorzijde achter eerste kantpan bij de dakgoot. Bezet nest Vreeweg 9 Voorzijde onder de eerste nokpan. Bezet nest Vreeweg 9 Zuidoostzijde onder de loodflap rechts van de dakkapel.
Ecoresult B.V. november 2022
11
4.2
Categorie 5-soorten (spreeuw) Tijdens alle veldbezoeken in het kader van het huismusonderzoek (Tabel 1) werd 1 waarneming van spreeuw verricht (zie Figuur 9). Vaste rust- en verblijfplaatsen • Buiten het plangebied is 1 vaste rust- en verblijfplaats van spreeuw aanwezig. De locaties van deze vaste rust- en verblijfplaats staat weergegeven in Tabel 4. Functioneel leefgebied • Binnen het plangebied is geen essentieel functioneel leefgebied (foerageergebied) van spreeuw aanwezig. Tabel 4: De locaties van de aangetroffen vaste rust- en verblijfplaatsen van spreeuw buiten het plangebied. Met donkergrijs aangegeven de vaste rust- en verblijfplaatsen buiten het plangebied. Type Adres Opmerkingen verblijfplaats Bezet nest Vreeweg 9 Noordwestzijde onder loodflap links van de dakkapel.
4.3
Vleermuizen Gedurende de veldonderzoeken zijn in totaal drie vleermuissoorten waargenomen (zie Figuur 3): • Gewone dwergvleermuis • Rosse vleermuis • Ruige dwergvleermuis • Baardvleermuis • Laatvlieger
Figuur 3: In en rondom het plangebied aangetroffen soorten vleermuizen. Kaartbron: OpenTopo.
Ecoresult B.V. november 2022
12
4.3.1
Gewone dwergvleermuis Tijdens alle veldbezoeken in het kader van het vleermuisonderzoek (Tabel 2) werden 26 waarnemingen van gewone dwergvleermuizen verricht (zie Figuur 4): 16 in het voorjaar en 10 in het najaar.
Figuur 4: Waarnemingen van gewone dwergvleermuis en waargenomen gedrag. Kaartbron: OpenTopo.
Vaste rust- en verblijfplaatsen • Binnen het plangebied is aanwezig (zie Tabel 454): Één zomerverblijfplaats van gewone dwergvleermuis. Deze verblijfplaatsen worden mogelijk ook gebruikt als winterverblijfplaats door één of enkele dieren. De exacte verblijfplaats was niet exact te bepalen. Buiten het plangebied is aangetroffen (zie Tabel 454): o Twee paarverblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis. Deze verblijfplaatsen worden mogelijk ook gebruikt als winterverblijfplaats door één of enkele dieren . o
•
Tabel 45: De locaties van de aangetroffen vaste rust- en verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis binnen en buiten het plangebied. Met donkergrijs aangegeven de vaste rust- en verblijfplaatsen buiten het plangebied. Type verblijfplaats Individuen Datum Adres Opmerkingen Zomerverblijfplaats 1 13-06-2022 Vreeweg 11 Vliegt uit aan voorzijde gebouw, lijkt uit kopgevel of net daarnaast te komen. Paarverblijfplaats 1 16-08-2022 Vreeweg 13a Baltsend bij de kopgevel, exacte verblijfplaats niet gevonden. Paarverblijfplaats 1 16-08-2022 Vreeweg 15 Baltsend bij de kopgevel, exacte verblijfplaats niet gevonden.
Ecoresult B.V. november 2022
13
Functioneel leefgebied •
De Vreeweg aan de voorzijde van het plangebied wordt gebruikt als foerageergebied en vliegroute door enkele gewone dwergvleermuizen. Het betreft niet-essentiële foerageervliegroute.
4.3.2
Ruige dwergvleermuis Tijdens alle veldbezoeken in het kader van het vleermuisonderzoek (Tabel 2) werd 5 waarnemingen verricht van ruige dwergvleermuis (Figuur 5): allen in het najaar.
Figuur 5: Waarnemingen van ruige dwergvleermuis en waargenomen gedrag. Kaartbron: OpenTopo.
Vaste rust- en verblijfplaatsen • •
Binnen het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen aanwezig. Buiten het plangebied is aangetroffen (zie Tabel 455): o Één paarverblijfplaats van ruige dwergvleermuis. Deze verblijfplaats wordt mogelijk ook gebruikt als winterverblijfplaats door één of enkele dieren .
Functioneel leefgebied
Ecoresult B.V. november 2022
14
•
De Vreeweg aan de voorzijde van het plangebied wordt gebruikt als foerageergebied en vliegroute door enkele ruige dwergvleermuizen. Het betreft niet-essentiële foerageervliegroute.
Tabel 56: De locaties van de aangetroffen vaste rust- en verblijfplaatsen van ruige dwergvleermuis binnen en buiten het plangebied. Met donkergrijs aangegeven de vaste rust- en verblijfplaatsen buiten het plangebied. Type verblijfplaats Individuen Datum Adres Opmerkingen Paarverblijfplaats 1 16-08-2022 Vreeweg 13a Roepend vanuit de kopgevel, exacte verblijfplaats niet gevonden.
4.3.3
Laatvlieger Tijdens alle veldbezoeken in het kader van het vleermuisonderzoek (Tabel 2) werd 1 waarneming verricht van laatvlieger (zie Figuur 6) in het najaar.
Figuur 6: Waarnemingen van laatvlieger en waargenomen gedrag. Kaartbron: OpenTopo.
Vaste rust- en verblijfplaatsen • In het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van laatvlieger aanwezig. • Buiten het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van laatvlieger aangetroffen. Functioneel leefgebied • Tijdens het onderzoek zijn binnen en direct grenzend aan het plangebied 1 waarneming van laatvlieger verricht. Dit betreft 1 diffuus overvliegend dier. Dit betreft een individu
Ecoresult B.V. november 2022
15
zonder binding met het plangebied. Foerageergebied of (essentiële) vliegroutes zijn afwezig.
4.3.4
Rosse vleermuis Tijdens alle veldbezoeken in het kader van het vleermuisonderzoek (Tabel 2) werden 9 waarnemingen verricht van rosse vleermuis (zie Figuur 7): allen in het voorjaar.
Figuur 7: Waarnemingen van rosse vleermuis en waargenomen gedrag. Kaartbron: OpenTopo.
Vaste rust- en verblijfplaatsen • Binnen en grenzend aan het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van rosse vleermuis aanwezig. o Zeer waarschijnlijk is een kraamkolonieboom van rosse vleermuis op korte afstand buiten het plangebied aanwezig, aangezien er rond zonsondergang snel activiteit was. De boom is niet gevonden. Functioneel leefgebied • Tijdens het onderzoek zijn binnen en direct grenzend aan het plangebied 9 waarnemingen van rosse vleermuis verricht. Dit betreft diffuus overvliegende dieren. Dit betreft een individuen zonder binding met het plangebied. Foerageergebied of (essentiële) vliegroutes zijn afwezig.
Ecoresult B.V. november 2022
16
4.3.5
Baardvleermuis Tijdens alle veldbezoeken in het kader van het vleermuisonderzoek (Tabel 2) werd 1 waarneming verricht van baardvleermuis (zie Figuur 8): 1 in het najaar.
Figuur 8: Waarnemingen van baardvleermuis en waargenomen gedrag. Kaartbron: OpenTopo.
Vaste rust- en verblijfplaatsen • Binnen en buiten het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen van baardvleermuis aanwezig. Functioneel leefgebied • Tijdens het onderzoek buiten het plangebied 1 waarneming van baardvleermuis verricht. Dit betreft een diffuus overvliegend dier. Dit betreft een individuen zonder binding met het plangebied. Foerageergebied of (essentiële) vliegroutes zijn afwezig.
4.4
Conclusie onderzoeksresultaten •
Binnen het plangebied is aangetroffen: o 4 vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus. o 1 zomerverblijfplaats van gewone dwergvleermuis.
•
Buiten het plangebied is aanwezig: o Essentieel functioneel leefgebied (foerageergebied) van huismus. o 2 paarverblijfplaatsen/paarterritoria van gewone dwergvleermuis. o 1 paarverblijfplaats/paarterritorium van ruige dwergvleermuis.
Ecoresult B.V. november 2022
17
In Figuur 9 staan alle aangetroffen verblijfplaatsen in en rondom het plangebied weergegeven.
Figuur 9: Overzicht van alle aangetroffen voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen rondom het plangebied. Kaartbron: OpenTopo
Ecoresult B.V. november 2022
18
5
Effectbeoordeling
5.1
Vogelrichtlijn
5.1.1
Huismus Door de werkzaamheden worden 2 vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus weggenomen. Essentieel functioneel leefgebied in de vorm van schuil-, slaap-, en foerageergebied in voor- en achtertuinen blijft met de beoogde ingreep behouden. Hierdoor is sprake van overtreding van de volgende verbodsbepalingen: • Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het artikel 3.1 lid 4 en lid 5 “Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort” is in deze niet aan de orde. Door het treffen van mitigerende maatregelen (zie Hoofdstuk 6) komt de gunstige staat van instandhouding niet in het geding. Ontheffing op de Wet natuurbescherming is nodig (zie Paragraaf 5.3) evenals het treffen van maatregelen (zie Hoofdstuk 6). Aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen buiten de begrenzing van het plangebied blijven behouden. Zij bevinden zich buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. De werkzaamheden betreffen enkel renovatie- en isolatiewerkzaamheden. De verblijfplaatsen buiten het plangebied bevinden zich op een minimale afstand van 20 meter tot het plangebied.
5.1.2
Spreeuw In de omgeving is 1 vaste rust- en verblijfplaats van spreeuw aanwezig. Dit is een Categorie 5 soort. Vogels met niet jaarrond beschermde nesten (Categorie 5) zijn vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan en die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. In dezen zijn er geen ecologische omstandigheden waardoor Categorie 5-soorten in het plangebied jaarrond beschermd dienen te zijn. Het betreft lokaal en regionaal algemene vogelsoorten. In de directe omgeving zijn voldoende geschikte structuren die als alternatief gebruikt kunnen worden. In de omgeving zijn voldoende. Het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbescherming is niet nodig.
Ecoresult B.V. november 2022
19
5.2
Habitatrichtlijn
5.2.1
Gewone dwergvleermuis In deze effectenbeoordeling wordt ervan uitgegaan dat de huidige bebouwing wordt gesloopt, één zomerverblijfplaats van gewone dwergvleermuis worden weggenomen. Hierdoor is sprake van overtreding van de volgende verbodsbepalingen: • Art 3.5 lid 2: Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren. • Art 3.5 lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen. Ontheffing op de Wet natuurbescherming is nodig (zie Paragraaf 5.3) evenals het treffen van maatregelen (zie Hoofdstuk 6). Binnen en grenzend aan het plangebied wordt door gewone dwergvleermuis gefoerageerd en er vliegen dieren over het plangebied. Aan de voorzijde van het plangebied is een foerageer/vliegroute aanwezig. Wanneer de bomen voor het plangebied gerooid worden ontstaat er een gat van 30 meter. Dit valt binnen de afstand van 40 meter die door vleermuizen is te overbruggen op een vliegroute. Negatieve effecten zijn uitgesloten. Aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen buiten de begrenzing van het plangebied blijven behouden. Zij bevinden zich buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. Dichtstbijzijnde verblijfplaats buiten het plangebied bevindt zich op een afstand van circa 50 meter.
5.2.2
Ruige dwergvleermuis Binnen en grenzend aan het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen of essentieel leefgebied van ruige dwergvleermuis aanwezig. De paarverblijfplaats aan Vreeweg 13d ligt op een afstand van tenminste 50 meter. Negatieve effecten zijn derhalve uitgesloten. Het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor ruige dwergvleermuis of het treffen van aanvullende maatregelen is niet nodig.
5.2.3
Laatvlieger Binnen en grenzend aan het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen of essentieel leefgebied van laatvlieger aanwezig. Negatieve effecten zijn derhalve uitgesloten. Het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor laatvlieger of het treffen van aanvullende maatregelen is niet nodig.
5.2.4
Rosse vleermuis Binnen en grenzend aan het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen of essentieel leefgebied van rosse vleermuis aanwezig. Negatieve effecten zijn derhalve uitgesloten. Het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor rosse vleermuis of het treffen van aanvullende maatregelen is niet nodig.
Ecoresult B.V. november 2022
20
5.2.5
Baardvleermuis Binnen en grenzend aan het plangebied zijn geen vaste rust- en verblijfplaatsen of essentieel leefgebied van baardvleermuis aanwezig. Negatieve effecten zijn derhalve uitgesloten. Het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbescherming voor baardvleermuis of het treffen van aanvullende maatregelen is niet nodig.
5.3
Voorwaarden voor ontheffing Een ontheffing (of een vrijstelling) kan uitsluitend worden verleend, als voldaan is aan drie cumulatieve voorwaarden. Een uitgebreidere uiteenzetting van de voorwaarden is opgenomen in Bijlage 1: • Afwezigheid van reële alternatieven (planning, werkwijze, locatie). • Wettelijk belang van de werkzaamheden (verschilt per beschermingscategorie). • Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. Dit is onder andere afhankelijk van de ruimtelijke spreiding van de soort in de directe omgeving. Dit kan worden voorkomen door het treffen van voldoende mitigerende/compenserende maatregelen. Om te beoordelen of aan deze voorwaarden wordt voldaan zal een toetsing van de belangen en de alternatieven plaatsvinden en een ecologische toetsing. De richtlijn voor het behandelen van een aanvraag bedraagt 13 weken met de mogelijkheid om dit eenmalig te verlengen met 7 weken. In de praktijk wordt hier soms (sterk) van afgeweken.
Ecoresult B.V. november 2022
21
6
Maatregelen
6.1
Algemeen In totaal zullen als gevolg van de werkzaamheden de volgende ecologische waarden verloren gaan: • Huismus o 2 vaste rust- en verblijfplaatsen •
Gewone dwergvleermuis o 1 zomerverblijfplaats, die ook gebruikt kan worden als winterverblijfplaats voor één of enkele dieren
Mitigerende maatregelen zijn noodzakelijk om de functionaliteit van het gebied te blijven behouden. Deze mitigerende maatregelen dienen in samenspraak met een ecoloog en de opdrachtgever verder uitgewerkt te worden en concreet te worden beschreven in een ecologisch werkprotocol. Dit ecologisch werkprotocol dient te allen tijde onder de betrokkenen bekend te zijn en op het werk aanwezig te zijn.
6.2
Huismus
6.2.1
Voorafgaand aan de werkzaamheden
6.2.1.1
Tijdelijke voorzieningen • Per vaste rust- en verblijfplaats die verloren gaat dienen er 2 alternatieve verblijfplaatsen te worden aangeboden. Doordat 2 vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus verdwijnen •
dienen er ten minste 4 alternatieve verblijfplaatsen te worden gerealiseerd. Alternatieve verblijfplaatsen kunnen gerealiseerd worden door het plaatsen van nestkasten. De plaatsing van deze kasten dient te voldoen aan de voorwaarden van het kennisdocument huismus: o Type nestkast: Huismuskast Eco4, Huismuskast Anton5 of vergelijkbaar. o Kasten dienen geclusterd te worden geplaatst binnen 200 meter van de oorspronkelijke nestplaatsen. o De locaties van de kasten wordt bepaald in overleg met een deskundig ecoloog. o De kasten worden opgehangen aan gebouwen op ten minste 3 meter hoogte. o De directe omgeving van de tijdelijke nestkasten biedt voldoende permanente dekking (in de vorm van tuinen), o De kasten hangen buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden, o
6.2.1.2
Er dient te worden voldaan aan de benodigde gewenningstijd van 3 maanden voor de start van de werkzaamheden.
Ongeschikt maken • Werkzaamheden ter plaatse van en nabij de voortplantingsplaats mogen enkel plaatsvinden in de periode 1 oktober tot 1 maart (buiten het broedseizoen). Indien dit niet mogelijk is dienen de vaste rust- en verblijfplaatsen volledig ongeschikt gemaakt te worden.
4 https://www.vivara.nl/systeem-nestkast-huismus-eco 5 https://www.bats-birds.nl/Huismuskast
Ecoresult B.V. november 2022
22
o
o
o •
Werkzaamheden om het plangebied ongeschikt te maken dienen plaats te vinden voor de start van de werkzaamheden in de periode 1 september – 1 maart (buiten het broedseizoen) en buiten vorstperioden. Ongeschikt maken wordt gedaan door de verblijfplaatsen van huismus dicht te maken met behulp van weringsborstels. Rekening dient gehouden te worden met aanwezige verblijfplaatsen van overige vogelsoorten of vleermuizen in dezelfde gevel/bebouwing. Het ongeschikt maken van de bebouwing wordt uitgevoerd in samenspraak met
een deskundig ecoloog. De voorzieningen voor het ongeschikt maken worden ingezet voor ten minste 5 dagen. De weersomstandigheden dienen op deze dagen gunstig te zijn. o Er dient een controle uitgevoerd te worden om de functionaliteit van de maatregelen te bevestigen. Indien er geen verblijfplaatsen van huismus meer worden aangetroffen kan het plangebied vrij worden gegeven. Indien er wel nog verblijfplaatsen worden aangetroffen, dan zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk.
6.2.2
Tijdens de werkzaamheden
6.2.2.1
Permanente voorzieningen • Per vaste rust- en verblijfplaats die verloren gaat dienen er 2 alternatieve verblijfplaatsen te worden aangeboden. Doordat 2 vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus verdwijnen dienen er ten minste 4 alternatieve verblijfplaatsen te worden gerealiseerd. Dit kan worden gedaan door (een combinatie van) een van de onderstaande oplossingen: o Het dak weer geheel geschikt te maken voor huismus: ▪ De ruimte tussen de bovenzijde van de dakpannen en de onderliggende panlat is minimaal 35mm en maximaal 45mm. ▪ Indien vogelschroten onder de dakpannen worden geplaatst dienen deze pas aanwezig te zijn ná minimaal de 3e panlat om huismus voldoende ruimte te bieden om te broeden en tegen predatie (met name nestroof door kauw). o
Het plaatsen van inbouwkasten voor huismussen ▪ Er zal gebruik worden gemaakt van inbouwkast 1HE, mussenloft Almeria ▪
of vergelijkbaar. Kasten worden verdeeld over het plangebied, maar worden geclusterd
▪
opgehangen. Kasten worden zo hoog mogelijk, en ten minste op 3 meter hoogte in de gevel op de gevels ingebouwd.
6.2.3
Na afronding van de werkzaamheden •
De functionaliteit van de permanente verblijfplaatsen dient over de lange termijn geborgd te worden. Wanneer de functionaliteit verminderd is dient deze zo spoedig mogelijk hersteld te worden:
Ecoresult B.V. november 2022
23
Wanneer de toegankelijkheid van de verblijfplaatsen verminderd is moeten hinderende objecten te worden verwijderd. o Wanneer er verstoring plaats vindt moeten deze bronnen worden verwijderd. o Herstel van verblijfplaatsen moet gebeuren op aanwijzing van een deskundig ecoloog. De tijdelijke kasten mogen na afronding van de werkzaamheden worden verwijderd onder o
•
de volgende voorwaarden: o De kasten dienen (vrijwillig) verlaten te zijn. o
Kasten worden buiten de kritische periode van het broedseizoen (1 maart – 15 augustus) verwijderd.
o o
De permanente verblijfplaatsen moeten functioneel te zijn De geldende gewenningsperioden van 3 maanden na afronding van de werkzaamheden in acht is genomen. Tijdelijke voorzieningen worden verwijderd onder begeleiding of op aanwijzing van de ecologisch deskundige.
o
6.3
Vleermuizen
6.3.1
Voorafgaand aan de werkzaamheden
6.3.1.1
Tijdelijke voorzieningen • Per vaste rust- en verblijfplaats die verloren gaat, dienen 4 alternatieve verblijfplaatsen te worden aangeboden. Doordat 1 vaste rust- en verblijfplaats van gewone dwergvleermuis verdwijnt, dient ten minste 4 alternatieve verblijfplaatsen te worden gerealiseerd. •
Alternatieve verblijfplaatsen kunnen gerealiseerd worden door het plaatsen van kasten. De plaatsing van deze kasten dient te voldoen aan de voorwaarden van het kennisdocument Gewone Dwergvleermuis. o Type nestkast: ANS-1 Batbox6, Vleermuiskast Mark7 of vergelijkbaar. o
Kasten dienen te worden geplaatst binnen 200 meter van de oorspronkelijke verblijfplaatsen.
o o o o
De locaties van de kasten wordt bepaald in overleg met een deskundig ecoloog. De kasten worden opgehangen aan gebouwen op ten minste 4 meter hoogte. De kasten hangen buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden, Er dient te worden voldaan aan de voorgeschreven gewenningstijden per vleermuissoort/verblijftype (zie Tabel 7).
Tabel 7: Gewenningsperioden van de verschillende typen verblijfplaatsen
Soort
Type verblijfplaats
Gewenningsperiode
Gewone dwergvleermuis
Zomerverblijfplaats
3 maanden in de actieve periode (1 april – 31 oktober)
6 https://www.veldshop.nl/nl/ans-1-vleermuiskast.html 7 https://www.bats-birds.nl/Vleermuiskast-Mark
Ecoresult B.V. november 2022
24
6.3.1.2
Ongeschikt maken • De werkzaamheden voor het ongeschikt maken dienen plaats te vinden in de periode 15 april – 15 mei of 15 augustus – 1 oktober. Het gaat hier om een verblijfplaats die jaarrond gebruikt wordt en bovenstaande periode is de minst kritieke om deze aanpassingen toe te passen. • Het ongeschikt maken van de bebouwing vleermuizen wordt gedaan door middel van exclusion flaps (op deze manier kunnen vleermuizen de verblijfplaatsen wel verlaten maar deze niet meer terug in), weringsborstels en rondschuim. •
De voorzieningen voor het ongeschikt maken worden ingezet voor ten minste 5 dagen. De weersomstandigheden dienen op deze dagen gunstig te zijn.
•
Ten minste 5 dagen na het ongeschikt maken, en voor de start van de werkzaamheden vindt er een controle door een deskundig ecoloog met behulp van batdetector plaats. Wanneer er wel nog vleermuizen worden aangetroffen dient de bebouwing verder ongeschikt gemaakt te worden op aanwijzing van de begeleidend ecoloog. Als vaste rusten verblijfplaatsen van vleermuizen afwezig zijn kan er gestart worden met de werkzaamheden.
6.3.2
Tijdens de werkzaamheden
6.3.2.1
Permanente voorzieningen • Per vaste rust- en verblijfplaats die verloren gaat dienen er 4 alternatieve verblijfplaatsen te worden aangeboden. Doordat 1 vaste rust- en verblijfplaats van vleermuizen verdwijnt dienen er ten minste 4 alternatieve verblijfplaatsen te worden gerealiseerd. Dit kan worden gedaan door (een combinatie van) een van de onderstaande oplossingen: o Het geschikt maken van de daken: ▪ De kantpannen/nokvorst op elke kopgevel dienen 2 cm uit te steken zodat er een opening van ten minste 2 cm bij 4 cm ontstaat waardoor de vleermuis de ruimte tussen de dakpannen en het dakvlak kan binnen komen. o
Het geschikt maken van boeiboorden. ▪ De boeiboorden rondom de bebouwing 2 cm te laten wijken.
o
Het plaatsen van inbouwkasten voor vleermuizen ▪ Er zal gebruik worden gemaakt van een set van 2 gekoppelde inbouwkasten VMPM1 met VMPM1u (1 set van 2 gekoppelde kasten geldt als 1 verblijfplaats) voor vleermuizen of vergelijkbaar. ▪
Kasten worden verdeeld over de kopgevels van de eengezinswoningen en mogelijk ook de blinde gevels van het appartementengebouw.
▪
Kasten worden zo hoog mogelijk, en ten minste op 3 meter hoogte in de gevel op de gevels ingebouwd.
Kasten worden ingebouwd verdeeld over de verschillende kopgevels en blinde gevels van de panden. De permanente verblijfplaatsen dienen na afronding van de werkzaamheden te allen tijde beschikbaar te zijn, moeten een vrije aanvliegroute hebben en mogen niet verlicht worden. ▪
•
Ecoresult B.V. november 2022
25
6.3.3
Na afronding van de werkzaamheden •
De functionaliteit van de permanente verblijfplaatsen dient over de lange termijn geborgd te worden. Wanneer de functionaliteit verminderd is dient deze zo spoedig mogelijk hersteld te worden: o Wanneer de toegankelijkheid van de verblijfplaatsen verminderd is moeten hinderende objecten te worden verwijderd. Wanneer er verstoring plaats vindt moeten deze bronnen worden verwijderd. Herstel van verblijfplaatsen moet gebeuren op aanwijzing van een deskundig ecoloog. De tijdelijke kasten mogen na afronding van de werkzaamheden worden verwijderd onder de volgende voorwaarden: o De kasten dienen (vrijwillig) verlaten te zijn. o Kasten worden verwijderd tussen 15 april en 15 mei of 15 augustus – 1 oktober buiten de kritische perioden van jaarrond gebruikte vaste rust- en verblijfplaatsen. o De permanente verblijfplaatsen moeten functioneel zijn o Tijdelijke voorzieningen worden verwijderd onder begeleiding of op aanwijzing van de ecologisch deskundige. o o
•
Ecoresult B.V. november 2022
26
7
Conclusies en aanbevelingen
7.1
Conclusies In opdracht van Kubiek Ruimtelijke Plannen heeft Ecoresult B.V. een nader onderzoek naar huismus en vleermuizen uitgevoerd in het plangebied: Vreeweg 11, Nunspeet. De aanleiding van dit verzoek is de voorgenomen sloop van de bebouwing. De activiteiten kunnen schadelijke effecten hebben op vleermuizen, huismus en gierzwaluw. De Wet natuurbescherming kan hierdoor worden overtreden. In voorliggend hoofdstuk zijn de aangetroffen potenties en vervolgstappen uitgesplitst in onderstaande tabel. Voor een nadere uitwerking wordt verwezen naar Hoofdstuk 4 (Resultaten onderzoek), Hoofdstuk 5 (Effectenbeoordeling) en Hoofdstuk 6 (Maatregelen).
Huismus Gewone dwergvleermuis
Vaste rust- en verblijfplaats Zomerverblijfplaats
2 1
Ja Ja
Ja Ja
Ja Ja
(Mitigerende) maatregelen (aantal)
(Mitigerende) maatregelen
Ontheffing nodig
Negatief effect
Aantal
Functie plangebied
Soort
Tabel 8: Onderzochte en/of aangetroffen beschermde soorten en vervolgstappen.
4 4
Overige aanbevelingen met betrekking tot vrijgestelde soorten en vogels, zoals benoemd in de quickscan81 blijven van kracht.
8 Posthuma, 2021.
Ecoresult B.V. november 2022
27
8
Geraadpleegde bronnen
8.1
Literatuur Posthuma, G.S., 2021. Quickscan. In het kader van de Wet natuurbescherming en Omgevingsverordening Gelderland. Plangebied: Vreeweg 11, Nunspeet. Kenmerk: ER20211102v02. Ecoresult B.V., Dordrecht.
8.2
Internet PDOK (Publieke Dienstverlening Op Kaart) https://www.pdok.nl/ Kennisdocumenten https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soortenontheffingen-wet-natuurbescherming/ Vleermuisprotocol 2021 http://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol
Ecoresult B.V. november 2022
28
Bijlage 1 Voorwaarden ontheffing Een ontheffing (of een vrijstelling) kan uitsluitend worden verleend, als voldaan is aan elk van de volgende drie cumulatieve voorwaarden: 1. Geen andere bevredigende oplossing: •
De vraag of er een bevredigende andere oplossing is, bestaat uit drie delen: o Wat is het probleem of de specifieke situatie waarom de handeling plaatsvindt? o o
Zijn er andere oplossingen voor dit probleem? Indien er andere oplossingen zijn, welke gevolgen heeft dit dan voor de
verbodsbepalingen? Sprake van een in de wet genoemd belang
2. •
•
Voor soorten beschermd onder de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: o In het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats: o Ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom: o In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten: o Voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of o Om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben: Voor soorten beschermd onder de Vogelrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn kan ontheffing
of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: o o o o o o o
In het belang van de volksgezondheid en openbare veiligheid. In het belang van de veiligheid van het luchtverkeer. Ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij en wateren. Ter bescherming van flora en fauna. Voor onderzoek en onderwijskundige doelen. Voor het uitzetten en herinvoeren van soorten en voor de met deze doelen samenhangende teelt. Om kleine hoeveelheden van bepaalde vogels onder bepaalde omstandigheden te vangen, te houden of te gebruiken.
Ecoresult B.V. november 2022
29
3.
Geen verslechtering/afbreuk aan de staat van instandhouding van de soort. • Het ecologische toetsingscriterium verschilt per beschermingsregime, voor soorten van de Vogelrichtlijn is dit: “De maatregelen leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de betreffende soort” • Om te beoordelen of aan deze criteria wordt voldaan, moeten de volgende vragen worden beantwoord: o
•
Wat is de staat van instandhouding (van de populatie) van de soort (in zijn natuurlijk verspreidingsgebied)?
o Wat is het effect van het verlenen van de ontheffing op de betrokken populatie(s)? Om te beoordelen of aan deze voorwaarden wordt voldaan zal een toetsing van de belangen en de alternatieven plaatsvinden en een ecologische toetsing. De richtlijn voor het behandelen van een aanvraag bedraagt 13 weken met de mogelijkheid om dit eenmalig te verlengen met 7 weken. In de praktijk wordt hier soms (sterk) van afgeweken.
Ecoresult B.V. november 2022
30