CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 6b. Commissievst. Scenariokeuze Inclusief Groep

Commissie Maatschappij en Middelen 5 september 2024, gemeente NunspeetBij agendapunt: Scenariokeuze Inclusief Groep2.430 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Commissievoorstel 1176824 Commissie: Datum commissievergadering: Agendapunt: Datum college: Onderwerp: Bevoegd orgaan: Portefeuillehouder: Behandeling: Stukken ter inzage: Bijlage(n):

Maatschappij en Middelen 5 september 2024 6b. 16 juli 2024 Scenariokeuze Inclusief Groep Commissie W. Stoffer Peiling Geen. − Eindrapport Berenschot

Voorstel Voor de toekomstbestendigheid van de Inclusief Groep de voorlopige keuze van ons college voor scenario 2AB bij wijze van peiling bespreken, waarbij u de gelegenheid hebt om uw wensen en bedenkingen kenbaar te maken. Na bespreking in uw commissie neemt het college een definitief besluit, waarover uw commissie geïnformeerd wordt. Geachte commissie, Inleiding

Op 25 mei 2023 heeft Berenschot een eerste onderzoeksrapport uitgebracht naar de toekomstbestendigheid van de Inclusief Groep (IG). De aanleiding was de financiële situatie van de IG en de gevolgen van de ontwikkelingen voor de doelgroep en de kwaliteit en beschikbaarheid van de toekomstige dienstverlening. In het tweede onderzoeksrapport dat op 6 mei 2024 is uitgekomen, zijn scenario’s verder uitgewerkt met differentiatiemogelijkheden en een uitwerking voor de EHZNP (Ermelo, Harderwijk, Zeewolde[1], Nunspeet en Putten) en ONE (Oldebroek, Nijkerk en Elburg) gemeenten. Op basis van deze differentiatie mogelijkheden maken de colleges van de gemeenten hun keuze voor een gezamenlijk businessmodel. Het eindrapport (zie bijlage) beschrijft de vier scenario’s en de differentiatiemogelijkheden de volgende onderdelen op hoofdlijnen: inhoud van de taken, randvoorwaarden, consequenties van het scenario, kansen en bedreigingen, financiën en gevolgen voor governance. Wij hebben op 16 juli 2024 een voorlopig standpunt ingenomen voor een scenariokeuze, namelijk 2AB. Dit standpunt ligt nu bij wijze van peiling ter bespreking voor in uw commissie. Na bespreking in uw commissie zullen wij een definitief standpunt bepalen in onze vergadering van 10 september 2024 en u hiervan in kennis stellen.

[1]

Zeewolde is geen aandeelhouder van de IG, maar wel onderdeel van Meerinzicht. Meerinzicht voert de taken van de Participatiewet uit voor de gemeenten Harderwijk, Ermelo en Zeewolde. Vanuit die positie maakt Zeewolde gebruik van de IG voor de re-integratie van de doelgroep Participatiewet. Daarom wordt Zeewolde in het rapport benoemd bij de EHZNP gemeenten.

-2-

Toelichting scenariokeuze Sinds de invoering van de Participatiewet in 2015 is de doelgroep die bij de gemeente komt voor ondersteuning veranderd. De Wet sociale werkvoorziening (WSW) wordt geleidelijk afgebouwd en daarvoor is Nieuw Beschut Werk in de plaats gekomen. Mensen die voorheen een Wajonguitkering kregen, vallen nu onder de Participatiewet via het Doelgroepregister Indicatie Banenafspraak. Voor beide groepen heeft de gemeente de taak om hen te begeleiden richting duurzaam en zo regulier mogelijk werk. Uitgangspunt van het beleidsplan Sociaal Domein is dat iedereen kan meedoen en een leven lang ontwikkelen; waar dit niet lukt is ondersteuning beschikbaar. Om de doelgroepen met een afstand tot de arbeidsmarkt zo goed mogelijk te kunnen ondersteunen, is het belangrijk dat er een goede infrastructuur en professionele begeleiding aanwezig is. De IG heeft deze infrastructuur, kennis en professionaliteit. In het Raadsakkoord 2022-2026 is benoemd dat de gemeente de IG blijft ondersteunen. Door keuze van het scenario dat de toekomstbestendigheid van de IG bevordert, geeft het college hier invulling aan.

Zowel scenario 2 ‘integraal sociaal werkbedrijf’ (met de beide differentiatie mogelijkheden) als scenario 4 ‘gecombineerd sociaal werkbedrijf’ (met beide differentiatie mogelijkheden) bieden de meeste kans op toekomstbestendigheid van de IG, als ook een goede infrastructuur en dienstverlening voor de doelgroep. De voorkeursvariant voor Nunspeet is scenario 2. Het verschil in de scenario's zoals beschreven in het rapport is het onderdeel ‘vinden en herkennen’ oftewel de intake. Scenario 2A beschrijft de IG als integraal sociaal werkbedrijf. In deze variant wordt de IG volledig en exclusief verantwoordelijk voor de uitvoering van de werk- en re-integratietaken in het kader van de Participatiewet. In deze variant worden de afdelingen Werk van de gemeenten overgeheveld naar de IG. Iedereen die een bijstandsuitkering aanvraagt, gaat parallel naar de IG voor ondersteuning op het terrein van re-integratie en participatie. De differentiatie (2B) in dit scenario is dat de gemeente zelf de intake blijft doen en bepaalt welke inwoner richting reintegratie en dus de IG gaat voor ondersteuning en welke inwoner richting participatie gaat en ondersteuning via zorg, welzijn of andere partijen krijgt. In het rapport wordt 2B uitgewerkt, omdat gemeenten bij de start van het onderzoek hebben aangegeven dat ze het belangrijk vinden om zelf regie aan de poort te houden.

Er bestaat echter nog een tussenvariant, waarin de gemeente en IG gezamenlijk de intake doen. De praktische invulling van het onderdeel intake, wordt uitgewerkt in het businessplan. In onderstaande argumenten wordt ingegaan op de keuze van scenario 2AB voor de gemeente Nunspeet. In het rapport wordt alleen scenario 2B uitgewerkt. De gegevens van dit scenario worden bij de financiële paragraaf gebruikt. Argumenten 1.1 De keuze voor scenario 2AB geeft zowel passende ondersteuning aan de doelgroep als toekomstbestendigheid voor de Inclusief Groep. Een goede begeleiding en ondersteuning van de verschillende doelgroepen in de Participatiewet is belangrijk. Wanneer de EHZNP gemeenten voor dit scenario kiezen, draagt dit bij aan de doelmatigheid en effectiviteit van de ondersteuning van de doelgroep. Voor de

-3-

toekomstbestendigheid van de Inclusief Groep geeft Berenschot aan dat scenario 2 de meest duurzame variant is. De IG kan zich verder ontwikkelen als sociaal ontwikkelbedrijf, omdat er voldoende aantallen zijn om een gezond bedrijf op te bouwen. Hierdoor is specialisatie in de begeleiding van de doelgroepen en hun veranderende behoeften mogelijk. In de regio kan IG gericht samenwerken met andere partijen zoals UWV, onderwijsinstellingen, werkgeversorganisaties etc. Bovendien geeft dit voor de doelgroepen meer duidelijkheid, kansen en perspectief voor hun begeleiding en ontwikkeling. Voor Nunspeet is het voordeel dat de kennis en expertise bij één bedrijf ligt. Wanneer de IG de participatietaken niet uitvoert, zal de gemeente de kosten elders maken. Met het risico van een versnipperd aanbod en partijen die minder kwaliteit kunnen bieden in de begeleiding van de doelgroepen. Dit gaat mogelijk ten koste van de inwoner. In de differentiaties wordt de intake door óf de IG gedaan (2A) óf door de gemeente (2B). In de huidige situatie gebeurt de intake door de gemeente. Het risico van deze ‘knip’ is dat inwoners die wél een re-integratie traject zouden kunnen krijgen, ondersteunt worden door participatievoorzieningen. Het heeft de voorkeur om de intake samen met de IG uit te voeren (2AB).

Zo kunnen gemeente en IG samen bepalen of er participatie dan wel re-integratie voorzieningen worden ingezet. Dit verbetert de dienstverlening aan de inwoner. Bovendien geeft het de IG meer zicht op aantallen voor re-integratie en werktrajecten en versterkt het de samenwerking en onderling vertrouwen tussen gemeente en IG. 1.2 Keuze voor scenario 2AB geeft heldere bestuursopdracht en samenwerkingsafspraken met de ONE gemeenten. Wanneer de EHZNP gemeenten voor scenario 2 kiezen, blijft er een gezond sociaal ontwikkelbedrijf bestaan. De EHZNP gemeenten moeten als opdrachtgever een heldere bestuursopdracht formuleren, waarin één geïntegreerd takenpakket bij de IG wordt ondergebracht. In de samenwerking met de ONE gemeenten levert dit voor de ONE gemeenten een voordeel op, omdat de IG niet drastisch hoeft te krimpen. Zij kunnen op basis van DVO’s passende afspraken maken. Op de lange termijn zullen de ONE gemeenten steeds minder gebruik maken van de IG. De vraag is of de ONE gemeenten op korte of lange termijn nog als aandeelhouder van de IG zullen blijven functioneren. 1.3 Regionale samenwerking De keuze voor een scenario en uitwerking van businessplan wordt tijdens de AvA op 18 september gemaakt. In de periode daarvoor maken alle colleges op basis van lokale afwegingen hun eigen keuze en worden de raden geïnformeerd.

Ter bevordering van de regionale samenwerking met de EHZNP gemeenten zijn er overleggen met de opdrachtgevende en aandeelhoudende wethouders gepland. Voor Nunspeet geldt dat de aandeelhoudende en opdrachtgevende wethouders het college zullen informeren over regionale ontwikkelingen. Kanttekeningen 1.1 Uitbesteden van alle participatietaken geeft de gemeente beperkte keuzevrijheid en autonomie.

-4-

Door de taken voor Beschut Werk en de doelgroep Indicatie Banenafspraak van de Participatiewet bij de IG te beleggen, verliest de gemeente keuzevrijheid en autonomie in het begeleiden van de inwoner. De gemeente is primair verantwoordelijk voor de inwoner die in de doelgroep van de Participatiewet valt. In het huidige model zijn er beleidsafspraken gemaakt welke inwoners worden doorverwezen naar de IG en welke (nog) niet. De consulenten van de gemeente kennen de inwoner en het lokale aanbod van voorzieningen in het sociaal domein. Hierdoor kunnen zij een goede match maken tussen de vraag van de inwoner en het lokale aanbod. Met de veranderende doelgroep en meer complexe problematiek, is een deskundige begeleiding steeds belangrijker. Dit vraagt voortdurende (bij)scholing van de consulenten om de juiste ondersteuning te bieden. Door de taken van de Participatiewet bij de IG te beleggen, hebben de professionals van IG de mogelijkheid om zich te blijven ontwikkelen en specialiseren in de begeleiding van de doelgroepen. De consulenten van de gemeente kunnen zich blijven concentreren en ontwikkelen op hun primaire taken.

Hoewel de uitbesteding van de taken van de Participatiewet beperkte keuzevrijheid voor de gemeente geeft met betrekking tot het inzetten van begeleiding, geeft het uiteindelijk de inwoner een betere begeleiding, omdat de IG zich kan blijven ontwikkelen in het begeleiden van een doelgroep met steeds complexere problematiek. 1.2 Een transitie van de IG is nodig om de doelgroepen ook in de toekomst goed te ondersteunen. IG staat voor een complex transitievraagstuk om te kunnen voldoen aan de begeleidingsnoodzaak van de nieuwe doelgroepen in de Participatiewet. De uitkomst van de transitie is nu nog niet duidelijk. In de afgelopen jaren heeft de IG zich meer ontwikkeld van een Wsw-bedrijf naar een sociaal ontwikkelbedrijf. Tegelijkertijd wordt in de praktijk nog passende begeleiding en ontwikkelingsmogelijkheden gemist, door onder andere beperkte soorten werkzaamheden en locaties. Ook zijn er inwoners die de IG associëren met een negatief beeld, waardoor ze niet bij de IG willen re-integreren. Daarnaast is de IG niet altijd goed op de hoogte van lokale voorzieningen en wordt de aansluiting met het lokale voorveld gemist. Specifiek voor de doelgroep statushouders, zijn de werksoorten die de IG intern aanbiedt, vaak niet op maat. Gemeenten hebben echter veel invloed op de transitiemogelijkheden.

Wanneer de EHZNP gemeenten de opdracht voor de lange termijn duidelijk formuleren, heeft de IG de mogelijkheid om passende werksoorten en begeleiding voor de doelgroepen te ontwikkelen. Bovendien ontstaat dan de ruimte om de werksoorten en begeleiding zo te ontwikkelen dat de IG zich kan aanpassen aan een veranderende vraag en conjunctuur. 1.3 Bij scenario 2B is het risico dat er geen soepele overgang van gemeenten naar IG – en weer terug – is. De gemeenten maken in scenario 2B zelf de keuze welke inwoners worden doorverwezen naar de IG en welke niet. Voor de gemeenten betekent dit dat zij de ‘poort’ zijn en in eerste instantie bepalen welke voorzieningen voor de inwoner worden ingezet. Dit geeft onduidelijkheid voor de IG in de aantallen die zij verwachten te ondersteunen. Voor de inwoner kan dit onduidelijkheid geven door wie zij worden geholpen of stagnatie in het ontwikkelproces. Bijvoorbeeld, als de inschatting is dat de inwoner (voorlopig) nog niet klaar is voor re-integratie, dan zal de inwoner

-5-

begeleiding van de gemeente krijgen. Bij re-integratie is de begeleiding door de IG. Bij terugval van de inwoner zal de inwoner voor begeleiding weer van de IG naar de gemeente moeten. Een oplossing om de risico’s van de ‘knip’ in begeleiding te voorkomen, is om de fase van de intake gezamenlijk door de gemeente en de IG te laten uitvoeren: scenario 2AB. 1.4 IG heeft beperkt zicht op de lokale voorzieningen. Alle gemeenten hebben hun lokale (welzijns)aanbod. Dit lokale aanbod is belangrijk voor de doelgroep, omdat het lokale aanbod voorzieningen voor participatie dan wel een opstap richting re-integratie biedt. Wanneer de IG voor de EHZNP gemeenten de Participatietaken uitvoert, is het noodzakelijk dat IG het lokale aanbod goed kent. Dit vraagt tijd, kennis en een andere werkwijze van de IG met het lokale veld per individuele gemeente. Belangrijk is dat de aansluiting met de lokale voorzieningen per gemeente wordt geborgd. Dit kan door de borging te formuleren in de bestuursopdracht. In de uitvoering wordt aansluiting met lokale voorzieningen geborgd door o.a. samenwerking tussen gemeente en IG bij de intake en evaluatie tijdens de trajecten. 1.5 De keuzes van de andere gemeenten beïnvloeden de keuze van gemeente Nunspeet.

In het rapport van Berenschot worden de differentiatiemogelijkheden uitgewerkt op basis van de aanname dat de EHZNP gemeenten kiezen voor eenzelfde scenario. De gemeenten hebben hun individuele keuze voor het scenario nog niet uitgesproken. De primaire keuze van Nunspeet voor scenario 2AB, kan beïnvloed worden als de andere gemeenten een ander scenario kiezen. Beoogd effect Inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt worden passend ondersteund en/of kunnen werken in een veilige omgeving, zodat zij waar mogelijk doorstromen naar regulier werk. Financiële toelichting Berenschot heeft in het rapport op basis van hoofdlijnen een raming van de kosten per scenario gemaakt. De kosten worden gedetailleerder uitgewerkt in het businessplan na de keuze van de AvA in september voor een scenario. Met de uitwerking in het businessplan zijn de kosten beter te vergelijken met de huidige situatie. In de huidige situatie zijn er meerdere financieringsstromen voor de doelgroep Participatiewet. Deze financieringsstromen bestaan uit de bijdrage Wsw (integratie-uitkering), Loonkostensubsidie (BUIG-budget; achteraf vergoed op basis van realisatie) en de cluster Participatie (algemene uitkering Gemeentefonds). Hierbij wordt opgemerkt dat de middelen in de cluster Participatie inclusief de begeleiding bijstand regulier en minimavoorzieningen is.

De kosten voor scenario 2B zijn op hoofdlijnen beschreven in onderstaande tabel. Omdat scenario 2AB niet is uitgewerkt in het rapport, nemen we voor een indicatie van de kosten de raming van scenario 2B.

-6-

Toelichting tabel: tabel toont de totale aantallen kandidaten per deelnemende gemeente. Onder waarde staan de gemeentelijk bijdragen per gemeente. In 2024 en verdere jaren betalen de deelnemende gemeenten een kostendekkende bijdrage. De kosten voor inkoop op basis van DVO’s is niet in beeld, omdat de inkoop van deze voorzieningen onzeker is.

Vervolg proces Juli/ augustus: Adviesraad Sociaal Domein wordt gevraagd om na dit voorlopige collegebesluit advies te geven op de keuze van het scenario. 5 september: de keuze voor het scenario voorgelegd aan de commissie M&M. 10 september: college bepaalt definitief standpunt en stelt de commissie M&M hiervan op de hoogte. 18 september: AvA besluitvorming scenariokeuze voor uitwerking businessplan (met mogelijk plan B dat in een tweede scenario wordt uitgewerkt). December: concept-businessplan wordt gedeeld in bijeenkomst met alle raden. Dit is ter informatie/opiniërend. Zodra besluitvorming heeft plaatsgevonden komen we bij u terug voor verdere processtappen. SR

Burgemeester en wethouders van Nunspeet, de secretaris, de burgemeester, mr. A. Heijkamp

C.W.J. Blom

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14440747/1