AP 6b. Bijlage Vormvrije m.e.r.-beoordeling Project Molijnlaan 166 en 172
Tekst van het document
d.d. 31 januari 2022
Vormvrije m.e.r.-beoordeling project appartementengebouw (acht appartementen) en vier vrijstaande woningen Molijnlaan 166-172 Nunspeet
Deze notitie “Vormvrije m.e.r.-beoordeling project appartementengebouw (acht appartementen) en vier vrijstaande woningen Molijnlaan 166-172 te Nunspeet” is opgesteld op grond van Europese richtlijn nr. 2014/52/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten, en dat met name aan de hand van Bijlage III van deze richtlijn (de in artikel 4, lid 3 bedoelde selectiecriteria).
1.
KENMERKEN VAN DE PROJECTEN De kenmerken van de projecten moeten in aanmerking worden genomen, en met name: a.
de omvang en het ontwerp van het gehele project; De omvang van het project is qua oppervlakte van het plangebied circa 17.397m2. Het project is gepland aan de Molijnlaan in het dorp Nunspeet. Er zullen aldaar 4 vrijstaande woningen en een gebouw met 8 luxe appartementen worden gerealiseerd. Het appartementengebouw wordt geheel onderkelderd en aan de achterzijde wordt een bijgebouw toegevoegd.
b.
de cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten; Er worden in de nabijheid geen andere projecten gerealiseerd die cumulatie veroorzaken met het project Molijnlaan 166-172 Nunspeet.
c.
het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name land, bodem, water en biodiversiteit; Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen vindt aldus plaats m.b.t. het project: voor de aanlegfase zullen voor de bouwwerkzaamheden diverse mobiele werktuigen en transportmiddelen (vrachtauto’s en andere auto’s) worden gebruikt. De energie die daarbij wordt gebruikt zal bestaan uit dieselolie, benzine, en elektriciteit.
d.
de productie van afvalstoffen; Er vindt vanwege het project geen noemenswaardige productie van afvalstoffen plaats.
e.
verontreiniging en hinder; Door de bouw van de 4 woningen en het appartementengebouw vindt er geen noemenswaardige verontreiniging en hinder plaats.
-2-
f.
Het risico van zware ongevallen en/of rampen die relevant zijn voor het project in kwestie, waaronder rampen die worden veroorzaakt door klimaatverandering, in overeenstemming met wetenschappelijke kennis; De gebouwen worden gebouwd overeenkomstig het Bouwbesluit 2012. Er is niet in grote mate risico op ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen en/of technologieën.
g.
De risico’s voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling). De risico’s voor de menselijke gezondheid is bij dit project verwaarloosbaar. Er is uit de verrichte onderzoeken geen risico’s voor de menselijke gezondheid of het milieu gebleken.
2.
PLAATS VAN DE PROJECTEN De kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de projecten van invloed kunnen zijn, moet in aanmerking worden genomen, en met name: a. het bestaande en goedgekeurde landgebruik; Het plangebied was in het verleden bebouwd met een bedrijfsloods op nummer 172 en een schoolgebouw in 2 bouwlagen op nummer 166. De bedrijfsloods is nog in gebruik. Het schoolgebouw staat al enige jaren leeg. Het project is gelegen binnen de bebouwde kom van Nunspeet; b. De relatieve rijkdom aan en de beschikbaarheid, kwaliteit, en het regeneratievermogen, van natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) in het gebied en de ondergrond ervan; Het perceel waarop het plan zal worden gerealiseerd kent geen bijzondere rijkdom en kwaliteit van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied, zoals uit de diverse onderzoeken blijkt die voor het onderhavige project zijn verricht. (Zie de Ruimtelijke Onderbouwing, zoals deze is opgesteld voor het project de Bijlagen daarbij). Het Natura 2000-gebied de Veluwe, dat in de nabijheid is gelegen, zou in theorie, vanwege de waarde en kwetsbaarheid van dat gebied geraakt kunnen worden door de uitvoering van het onderhavige project. Dit gaat dan met name op voor de kwetsbaarheid van de Veluwe in verband met de stikstofdepositie op het gebied, dat al te groot is.
Dit is echter onderzocht en dit onderzoek is neergelegd in het rapport “Onderzoek stikstofdepositie F.A. Molijnlaan, Adviesbureau De Haan d.d. 13 oktober 2020 (zie Bijlage 11 bij de Ruimtelijke Onderbouwing). Uit het onderzoek blijkt, dat het perceel op circa 600 m van het Natura 2000-gebied De Veluwe is gelegen. Er is een stikstofberekening uitgevoerd met Aerius 2020. Hieruit blijkt dat er in de gebruiksfase geen stikstofdepositie is van hoger dan 0.00 mol/ha/jaar. Uit het onderzoek volgt dat er geen sprake is van relevante stikstofdepositie (depositie groter dan 0,0 mol per hectare per jaar) op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden als gevolg van de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling.
-3-
Voor de bouwfase is er eveneens geen sprake van relevante stikstofdepositie wanneer een gedeelte van de bouwactiviteiten met elektrisch materieel plaatsvindt. c.
het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: i.
wetlands, oeverformaties, riviermondingen; Er is in het plangebied of in de nabijheid van het plangebied geen sprake van wetlands, oeverformaties, en/of riviermondingen.
ii.
Kustgebieden en het mariene milieu; Er is in het plangebied of in de nabijheid van het plangebied geen sprake van kustgebieden.
iii.
berg- en bosgebieden; Er is in het plangebied of in de nabijheid van het plangebied geen sprake van berggebieden. Wel is er in de nabijheid van het plangebied sprake van een bosgebied dat deel uitmaakt van het natuurgebied De Veluwe. Dit is een Natura 2000-gebied. Het perceel waarop het plan voor de 4 woningen en het appartementengebouw zal worden gerealiseerd kent geen bijzondere rijkdom en kwaliteit van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied, zoals uit de diverse onderzoeken blijkt die voor de onderhavige Ruimtelijke Onderbouwing zijn verricht. (Zie de Ruimtelijke Onderbouwing en de Bijlagen daarbij). Het Natura 2000-gebied de Veluwe, dat in de nabijheid is gelegen, zou in theorie, vanwege de waarde en kwetsbaarheid van dat gebied geraakt kunnen worden door de uitvoering van het onderhavige project. Dit gaat dan met name op voor de kwetsbaarheid van het gebied in verband met de stikstofdepositie op het gebied, dat al te groot is. Dit is echter onderzocht en dit onderzoek is neergelegd in het rapport “Onderzoek stikstofdepositie F.A. Molijnlaan, Adviesbureau De Haan B.V. d.d. 13 oktober 2020 (zie Bijlage 11 bij de Ruimtelijke Onderbouwing). Uit het onderzoek blijkt, dat het perceel op circa 600 m van het Natura 2000gebied De Veluwe is gelegen. Er is een stikstofberekening uitgevoerd met Aerius 2020.
Hieruit blijkt dat er in de gebruiksfase geen stikstofdepositie is van hoger dan 0.00 mol/ha/jaar. Uit het onderzoek volgt dat er geen sprake is van relevante stikstofdepositie (depositie groter dan 0,0 mol per hectare per jaar) op stik-stofgevoelige Natura 2000-gebieden als gevolg van de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling.
iv.
natuurreservaten en -parken; Er is in de nabijheid van het plangebied het natuurgebied, het Natura 2000-gebied de Veluwe aanwezig. Hierop wordt in punt v. nader ingegaan.
-4-
v.
gebieden die in de nationale wetgeving zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; Natura 2000-gebieden die door de lidstaten zijn aangewezen krachtens Richtlijn 92/43EEG en Richtlijn 2009/147/EG. Er is in de nabijheid van het plangebied het natuurgebied, Natura 2000-gebied de Veluwe, aanwezig. De effecten die verband houden met het Natura 2000gebied de Veluwe zijn beschreven in de Quickscan Wet Natuurbescherming door Habitus d.d. 21 oktober 2021, zie Bijlage 14 bij de Ruimtelijke Onderbouwing. In het genoemde rapport staat een effectentoetsing Natura 2000-gebieden: In de effectenindicator Natura 2000-gebieden (Ministerie van Economische Zaken, 2017) is gekozen voor de activiteit 'woningbouw’, omdat deze activiteit het best vergelijkbaar is met de ontwikkeling.De effectenindicator geeft aan dat mogelijke effecten van ‘woningbouw’ op Natura 2000-gebieden ‘de Veluwe’ en ‘Veluwerandmeren’ worden veroorzaakt door oppervlakteverlies; versnippering; verontreiniging; verdroging; verstoring door geluid, licht en trilling; optische verstoring en verstoring door mechanische effecten. Van deze effecten is in het huidige project geen sprake, aangezien de effecten niet tot het Natura 2000gebied zullen reiken. Het Natura 2000-gebied ligt daarvoor op een te grote afstand met daarnaast tussenliggende demping van landschap en bebouwing.
Vanwege de afwezigheid van geschikt biotoop worden in het plangebied geen habitatsoorten of (niet-)broedvogelsoorten verwacht. Effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor het betreffende gebied de Veluwe zijn niet aan de orde. Verder is de ecologie beschreven in het rapport van Adviesbureau Habitus, “Nader onderzoek beschermde soorten F.A. Molijnlaan 166 – 172” van 15 november 2021 (zie Bijlage 15 bij de Ruimtelijke Onderbouwing). Uit dit rapport blijkt dat er een Vergunning noodzakelijk is op grond van de Wet natuurbescherming voor de “Gewone dwergvleermuis” die zich in het projectgebied bevindt. Op dit moment is er een vergunningaanvraag voor bij de Provincie Gelderland in voorbereiding. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied (GNN-gebied) ligt op 475 meter. Er vindt geen ruimtebeslag plaats op een GNN-gebied. De werkzaamheden zullen niet leiden tot aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden. In de provincie Gelderland is er geen sprake van externe werking van GNN-gebieden. Negatieve effecten worden daarom uitgesloten vanwege GNN-gebieden.
-5-
De kwetsbaarheid van de Veluwe in verband met de stikstofdepositie op het gebied, is onderzocht en dit onderzoek is neergelegd in het rapport “Onderzoek stikstofdepositie F.A. Molijnlaan, adviesbureau de Haan d.d. 13 oktober 2020 (zie Bijlage 11 bij de Ruimtelijke Onderbouwing). Uit het onderzoek blijkt, dat het perceel op circa 600 m van het Natura 2000-gebied De Veluwe is gelegen. Er is een stikstofberekening uitgevoerd met Aerius 2020. Hieruit blijkt dat er in de gebruiksfase geen stikstofdepositie is van hoger dan 0.00 mol/ha/jaar. Uit het onderzoek volgt dat er geen sprake is van relevante stikstofdepositie (depositie groter dan 0,0 mol per hectare per jaar) op stikstofgevoelige Natura 2000gebieden als gevolg van de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling. Hierboven is uitgebreid ingegaan op vraag of de effecten op gebied en landschappen die zijn aangewezen als (internationaal) natuurgebied, het Natura 2000-gebied de Veluwe, aanvaardbaar zijn. De aanvaardbaarheid blijkt uit de eerder genoemde onderzoeksrapporten. De effecten van het project “Molijnlaan 166-172 Nunspeet” zijn onderzocht bij de voorbereiding van het project (in het kader van de Ruimtelijke Onderbouwing). Hieruit blijkt dat de effecten op met name het Natura 2000-gebied aanvaardbaar zijn. vi.
gebieden waar de kwaliteitsnormen, in de bij wetgeving van de Unie vastgesteld en relevant voor het project, al niet worden nagekomen of worden beschouwd als niet-nagekomen; De relevantie van het project voor de toepassing van de milieuwetgeving van de Gemeenschap is er vooral in gelegen dat milieuproblemen, die van belang zijn voor het project, met name zijn de stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied de Veluwe die het project met zich mee zou kunnen brengen in de aanlegfase en in de gebruiksfase. Dit is onderzocht en dit onderzoek is neergelegd in het rapport “Onderzoek stikstofdepositie F.A. Molijnlaan, Adviesbureau De Haan B.V. d.d. 13 oktober 2020 (zie Bijlage 11 bij de Ruimtelijke Onderbouwing). Uit het onderzoek blijkt, dat het perceel op circa 600 m van het Natura 2000-gebied De Veluwe is gelegen. Zie voor de conclusies van dat rapport met name het bovengenoemde punt v.
vii.
gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid. Er zijn in de nabijheid van het plangebied geen gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid aanwezig.
viii.
landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang.
-6-
Voor de effecten op de natuurlijke kenmerken van de omliggende gebieden wordt verwezen naar wat hierboven is verwoord. Het aspect met betrekking tot het culturele erfgoed is onderzocht met een archeologische onderzoek, zie het rapport “Nunspeet, F.A. Molijnlaan 166-172 door archeologisch onderzoeks- en adviesbureau De Steekproef, zie Bijlage 1 bij de Ruimtelijke Onderbouwing. Het cultureel erfgoed wordt niet aangetast door het project.
3.
Soort en kenmerken van het potentiële effect De waarschijnlijk aanzienlijke milieueffecten van projecten moeten, in samenhang met de onder punten 1 en 2 van deze bijlage hierboven uiteengezette criteria, in aanmerking worden genomen, met aandacht voor het effect van het project op de in artikel 3, lid 1 van de Richtlijn, uiteengezette factoren, met inachtneming van: a. de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten (bijvoorbeeld geografisch gebied en omvang van de bevolking die getroffen kan worden); Het ruimtelijk bereik van de effecten vanwege het plan is relatief gering. Dit is verder onderbouwd in de paragraaf “Bedrijven en milieuzonering” (paragraaf 6.4 van de Ruimtelijke Ordening) en in de paragraaf “Geluid” (paragraaf 6.2 van de Ruimtelijke Onderbouwing). b. de aard van het effect; Het project “project Molijnlaan 166-172 Nunspeet” geeft zelf geen effecten op de omgeving die hinder opleveren. c.
het grensoverschrijdende karakter van het effect; Het project geeft geen grensoverschrijdende effecten.
d. de intensiteit en de complexiteit van het effect; De intensiteit en de complexiteit van het effect is vooral van belang voor de beoordeling van de geluidsaspecten. Er is geen sprake van een onevenredige overschrijding van milieukwaliteitsnormen en van grenswaarden. e. de waarschijnlijkheid van het effect; Het project levert geen hinderlijke effecten. f.
de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; Zoals hierboven uiteengezet zijn er geen onevenredige effecten te verwachten vanwege de te bouwen vier vrijstaande woningen en het appartementengebouw (acht appartementen).
g. de cumulatie van effecten met de effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten;
-7-
Er zijn geen cumulatieve effecten van bijvoorbeeld hinder (geluidshinder) die zodanig zijn dat de uitvoering van het project in gevaar zou komen. h. de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen. de milieuproblemen, die van belang zijn voor het project zijn met name de stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied de Veluwe die het project met zich mee zou kunnen brengen in de aanlegfase en in de gebruiksfase. Dit milieuprobleem is onderzocht. Zie hiervoor met name het rapport “Onderzoek stikstofdepositie F.A. Molijnlaan, Adviesbureau De Haan B.V. d.d. 13 oktober 2020 (zie Bijlage 11 bij de Ruimtelijke Onderbouwing). Er zijn geen negatieve effecten op het Natura 2000-gebied te verwachten volgens het genoemde rapport. Uit de onderzoeken, die zijn verricht, blijkt dat de cumulatieve effecten van bijvoorbeeld de geluidshinder niet zodanig zijn dat de uitvoering van het project in gevaar komt. Conclusies De relevantie van het project voor de toepassing van de milieuwetgeving van de Europese Gemeenschap is er vooral in gelegen dat de milieuproblemen, die van belang zijn voor het onderhavige project, met name zijn gelegen in de stikstofdepositie op het Natura 2000gebied de Veluwe die het project met zich mee zou kunnen brengen in de aanlegfase en in de gebruiksfase. Dit is onderzocht en dit onderzoek is neergelegd in het rapport “Onderzoek stik-stofdepositie F.A.
Molijnlaan, adviesbureau de Haan d.d. 13 oktober 2020 (zie Bijlage 11 bij de Ruimtelijke Ordening). Uit het onderzoek blijkt, dat het perceel op circa 600 m van het Natura 2000-gebied De Veluwe is gelegen. Er is een stikstofberekening uitgevoerd met Aerius 2020. Hieruit blijkt dat er in de gebruiksfase geen stikstofdepositie is van hoger dan 0.00 mol/ha/jaar. Uit het onderzoek volgt dat er geen sprake is van relevante stikstofdepositie (depositie groter dan 0,0 mol per hectare per jaar) op stik-stofgevoelige Natura 2000-gebieden als gevolg van de gebruiksfase van de voorgenomen ontwikkeling. Hieruit blijkt dat de effecten op met name het Natura 2000-gebied aanvaardbaar zijn. Het Natura 2000-gebied zou in theorie, vanwege de waarde en kwetsbaarheid van dat gebied geraakt kunnen worden door de uitvoering van het onderhavige project. Dit gaat dan met name op voor de kwetsbaarheid van het gebied in verband met de stikstofdepositie op het gebied, die al te groot is. Dit is onderzocht en dit onderzoek is neergelegd in het genoemde rapport. Uit dit onderzoek blijkt dat er geen vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) in verband met stikstofdepositie noodzakelijk is. Ook blijkt uit de verrichte (geluids-)onderzoeken, dat de (cumulatieve) effecten van bijvoorbeeld geluidshinder niet zodanig zijn dat de uitvoering van het project in gevaar komt.