AP 6b. Bijlage Uitvoeringsplan inburgering gemeente Nunspeet 2022
Tekst van het document
Uitvoeringsplan inburgering
gemeente Nunspeet 2022 Van vluchteling naar Nunspeter
Voorwoord Voor u ligt het uitvoeringsplan wet inburgering. Ik ben ontzettend blij dat dit nu voor u ligt. Hiermee wordt het inburgeren onder regie van de gemeente geplaatst. De nieuwe wet inburgering gaat in per 1 januari 2022. Met het uitvoering geven aan deze wet kan de gemeente de statushouders, die in de gemeente Nunspeet komen wonen, persoonlijker en beter begeleiden. Dit is de eerste stap naar een betere inburgering. En dat is nou net ontzettend belangrijk in het leven van deze groep mensen. De statushouders die in Nunspeet komen wonen zijn gevlucht naar Nederland en mogen hier blijven. Deze groep moet snel de taal leren spreken. Ook wordt er ingezet op het versterken en vergroten van het sociale netwerk. Je kan het natuurlijk niet alleen als statushouder, je hebt hierbij ook andere inwoners nodig. Dit draagt bij aan een inclusievere samenleving, waar iedereen er mag zijn. En iedereen zich welkom voelt. Uiteindelijk willen we graag dat de statushouder (financieel) zelfredzaam is en daarmee een goede toekomst tegemoet gaat. Het plan is ambitieus, maar dat moeten we ook zijn als gemeente. We zijn een wendbare gemeente die snel wil inspelen op de ontwikkelingen en die goede regie wil houden op de uitvoering van de wet. Daarom is het ook een dynamisch plan, waarbij we willen leren en blijven ontwikkelen en aanpassen waar nodig.
Marije Storteboom
Wethouder Werk en Inkomen
02
Inhoudsopgave 04
Kader van de Wet inburgering 2021
06
Een goede start in de gemeente Nunspeet
09
Voortvarend inburgeren en participeren
12
De weg naar financiële zelfredzaamheid in Nunspeet
13
Andere bouwstenen voor effectieve inburgering en integratie
13
Het belang van investeren in gezondheid
14
Heldere communicatie
14
De ondertussengroep
15
Toezicht & handhaving
15
Privacy & gegevensdeling
15
Inburgeringstraject afgerond, en dan?
16
Minderjarige statushouders
16
Een lerend inburgeringsstelsel en borging in de praktijk
03
Kader van de Wet inburgering 2021 De Wet inburgering 20211 treedt per 1 januari 2022 in werking. Deze wet vervangt de huidige Wet inburgering. Met de nieuwe wet krijgen gemeenten meer en intensievere taken opgelegd in de begeleiding van inburgeringsplichtigen. Tegelijkertijd krijgen gemeenten meer regie over de inburgeringstrajecten en taalaanbieders. De nieuwe wet biedt zodoende een mooie kans om inburgeringsplichtigen beter en persoonlijker te begeleiden met een maatwerktraject waardoor ze sneller en volwaardiger mee kunnen doen in de maatschappij, het liefst met betaald werk. In dit uitvoeringsplan is te lezen hoe de gemeente Nunspeet haar taken rondom de Wet inburgering 2021 invult2. We hebben hierbij het uitgangspunt: we doen lokaal wat kan, en regionaal waar dat meerwaarde heeft.
Overzicht van de belangrijkste wijzigingen Met de Wet inburgering 2021 krijgen gemeenten meer regie over de inburgering en worden inburgeringstrajecten intensiever: • gemeenten nemen een brede intake af en stellen een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) op. Hierdoor is er meer nadruk op participeren vanaf de start; • gemeenten nemen de leerbaarheidstoets af; • er komen drie inburgeringsroutes, waarbij gekoerst wordt op een hoger taalniveau (B1 i.p.v. A2); • gemeenten faciliteren de inburgeringslessen waardoor gemeenten meer grip krijgen op de kwaliteit van de taallessen en waardoor reintegratie wordt gekoppeld aan taallessen (duale trajecten). De DUO-lening verdwijnt; • gemeenten betalen de vaste lasten gedurende de eerste zes maanden vanuit de uitkering (financieel ontzorgen); • gemeenten faciliteren de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP), dit nieuwe onderdeel vervangt het ouder Oriëntatie op de Nederlandse Arbeids- markt (ONA); • gemeenten begeleiden inburge ringsplichtigen (in de oude wet ging het om uitkeringsgerechtigden), de doelgroep wordt hiermee groter.
04
Verschil asielstatushouders en gezinsmigranten De Wet inburgering 2021 maakt onderscheid tussen twee groepen. Het inburgeringstraject verschilt hierdoor voor deze groepen op bepaalde onderdelen:
1. Asielstatushouders en hun nareizigers:
asielstatushouders zijn vluchtelingen die door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) worden erkend en een vluchtelingenstatus krijgen. Nareizigers zijn nareizende familieleden van de asielstatushouder die na inwilliging van de gezinshereniging in Nederland mogen verblijven (asielstatushouders en nareizigers hebben dezelfde verplichtingen en noemen we hierna: statushouders).
2. Gezins- en overige migranten:
gezinsmigranten zijn personen die hier voor gezinshereniging of gezinsvorming komen. Het gaat om personen die een Nederlandse partner hebben. Ook geestelijk bedienaren (dominees, priesters en imams) en vreemdelingen met een verblijfsvergunning voor een onbepaald verblijfdoel zijn onderdeel van deze groep (hierna: gezinsmigranten).
1
De nieuwe wet inburgering heet, ondanks dat hij in 2022 in werking treedt, de ‘Wet inburgering 2021’, omdat deze in 2021 is bekrachtigd. 2 De Minister van SZW heeft aangegeven dat het nieuwe inburgeringsstelsel een lerend stelsel is. Daarnaast kunnen er nog een aantal wijzigingen vanuit het Ministerie SZW worden doorgevoerd. Dit uitvoeringsplan schetst daarom de uitvoering vanaf 1 januari 2022, maar is niet in beton gegoten.
Onderstaande tabel geeft een overzicht van het verschil in inburgeringstraject per inburgeringsgroep.
Aanbod
Statushouders
Aanbod Brede intake & PIP Brede intake & PIP Maatschappelijke begeleiding Maatschappelijke begeleiding Financieel ontzorgen Financieel ontzorgen Verplicht taalaanbod Verplicht taalaanbod MAP MAP Participatieverklaringstraject (PVT) Participatieverklaringstraject (PVT) Handhaving & monitoring inburgeringstraject Handhaving & monitoring inburgeringstraject
Statushouders
Gezinsmigranten
Gezinsmigranten
Overzicht inburgeringsproces vanaf 1 januari 2022 COA
Gemeente
DUO / gemeente
8 maanden 6 maanden 0 - 10 wkn Verblijf op AZC
12 maanden
6 mnd
0-∞
10 weken
Koppeling aan gemeente
Maatschappelijke begeleiding
Huisvesting
Warme overdracht COA, brede intake
Monitoring PIP + handhaving
Financieel Ontzorgen: budgetbeheer
Financieel Ontzorgen: financieelmaatje
Kennismaken met buurt
PVT
Voortraject Inburgeren Nunspeet Koppeling Taalmaatje
Duale inburgeringsroute + MAP
36 maanden (inburgeringstermijn)
Vervolg traject naar werk of participatie
Overzicht partners in de inburgeringsketen In de onderstaande tabel zijn de partners met een specifieke rol in de inburgeringsketen kort samengevat. Deze rollen worden verder in dit uitvoeringsplan toegelicht. Wie?
Wat doet deze partij?
Gemeente Nunspeet
Casemanagers statushouders voeren regie op het gehele inburgeringstraject van statushouders. Zij zijn tevens aanspreekpunt voor bijstand, participatie en werk. Casemanagers faciliteren de overgang van het asielzoekerscentrum (AZC) naar gemeente via een warme overdracht aan de gemeente. Faciliteert woningen voor nieuw te vestigen statushouders op basis van de taakstelling huisvesting statushouders. Voert de maatschappelijke begeleiding aan statushouders uit. Ondersteunt ook bij juridische zaken omtrent verblijfsvergunning en gezinsherenigingen.
Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) Omnia Wonen VluchtelingenWerk
05
Aanbod
Statushouders
Gezinsmigranten
Bibliotheek Noordwest Faciliteert gespreksgroepen voor statushouders in afwachting van de formele Brede intake & PIP Veluwe taallessen. Taalaanbieder(s) Geven taallessen conform de drie wettelijke Maatschappelijke begeleiding leerroutes en bespreekt voortgang
met casemanagers gemeenten en re-integratiepartners. Betrokken bij uitvoering van praktijk componenten naast de taallessen (incl. MAP). Voert daarnaast integrale trajecten uit voor Verplicht taalaanbod de zogenaamde ‘ondertussengroep’. Charis Financiële Zorg Budgetbeheerder in het kader van financieel ontzorgen en vergroten financiële MAP zelfredzaamheid. Humanitas Financiële na afloop van budgetbeheer. Participatieverklaringstraject (PVT) maatjes ondersteunen statushouders Buurtbemiddeling Geeft uitvoering aan het PVT. Ondersteunt VluchtelingenWerk bij kennismaken Handhaving & monitoringmet inburgeringstraject de buurt. Stichting Present Nunspeet Geeft uitvoering aan de participatieuren binnen de Z-route. Taalmaatjes Worden via het Servicepunt Vrijwilligers Nunspeet gekoppeld aan statushouders voor informele gesprekken. Kan onderdeel zijn van de participatieuren binnen de Z-route.
Financieel ontzorgen Inclusief Groep
Kengetallen gemeente Nunspeet Kengetallen statushouders gemeente Nunspeet (peildatum 1 september 2021) 2018
2019
2020
2021
2022
Taakstelling huisvesting statushouders*
39
20
20
40
31****
Aantal inburgeringsplichtigen**
21
6
8
n.n.b.
n.n.b.
Voldaan aan inburgeringsplicht***
8
0
0
n.n.b.
n.n.b.
*
dit is het aantal statushouders (inclusief kinderen) dat de gemeente moet huisvesten op grond van de taakstelling huisvesting statushouders. ** Deze getallen geven aan hoeveel statushouders inburgeringsplichtig zijn geworden in dat jaar. We merken nog op dat het overgrote deel (meer dan 90%) examen doet op A2-niveau. In de periode 2013 tot en met 2018 deden statushouders er gemiddeld ongeveer 28 maanden over om aan de inburgeringsplicht te voldoen. Sinds 2015 hebben ongeveer 16 statushouders een ontheffing gekregen van de inburgeringsplicht (A2-niveau) op basis van geleverde inspanning. *** Dit aantal geeft het aantal statushouders aan dat de inburgeringsplicht heeft voldaan die inburgeringsplichtig zijn geworden in het aangegeven jaar (voorbeeld: van de 21 statushouders die inburgeringsplichtig zijn geworden in 2018, hebben er 8 reeds aan de inburgeringsplicht voldaan). **** De taakstelling wordt steeds per half jaar vastgesteld. De taakstelling van 2022 is op basis van schatting.
Een goede start in de gemeente Nunspeet Koppeling aan de gemeente Nunspeet Wat we gaan doen: De gemeente Nunspeet vestigt jaarlijks statushouders op basis van de taakstelling huisvesting statushouders die wordt vastgesteld door het Rijk.
Hoe we dit gaan doen: Zodra een statushouder aan de gemeente Nunspeet wordt gekoppeld (door het COA) en een passende woning is gevonden (door Omnia Wonen), komt de statushouder in beeld bij de casemanager statushouders van de gemeente. De casemanager blijft vervolgens van het moment van koppeling tot uitstroom aan de bijstand de contactpersoon bij de gemeente voor de statushouder.
06
Hierdoor is het duidelijk voor de statushouder bij wie hij terecht kan met vragen en voorkomen we onnodige bureaucratie. Daarnaast is het persoonlijk kennen van de statushouder een belangrijke voorwaarde voor een succesvol inburgeringstraject (Witkamp, Klaver, Razenberg, De Gruijter, Panhuijzen, & Verweij (2019)3). Na de koppeling volgt er een warme overdracht op het asielzoekerscentrum (AZC) tussen casemanager van de gemeente, de casemanager van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) en de statushouder. Door de warme overdracht al op het AZC te doen, verliezen we geen tijd bij het opstarten van het inburgeringstraject en kunnen statushouders sneller starten met het leren van de Nederlandse taal en het participeren in de maatschappij. Tijdens de warme overdracht ontvangen de statushouders een welkomstpakket (zowel in de eigen taal als in het Nederlands), waardoor ze de gemeente Nunspeet alvast kunnen leren kennen, maar waarin ook is aangegeven wat er de komende tijd op hen af zal komen en wat er van hen wordt verwacht in de samenleving.
Brede intake en persoonlijk plan van inburgering en participatie (PIP) Wat we gaan doen: De gemeente brengt met een brede intake de situatie en ontwikkelingsmogelijkheden van de inburgeringsplichtige in kaart. We benutten de brede intake om een persoonlijk plan van inburgering en participatie op te stellen (PIP). In dit plan is dus aandacht voor de persoonlijke omstandigheden en mogelijkheden van de inburgeringsplichtige. Binnen drie jaar na ondertekening van de PIP moet de inburgeringsplichtige voldaan hebben aan zijn inburgeringsplicht. Tijdens de brede intake wordt een leerbaarheidstoets afgenomen door de casemanager statushouders die hiervoor gecertificeerd is. Hieruit volgt een advies voor de te volgen inburgeringsroute. Alle afspraken die vastgelegd zijn in het PIP vormen samen het inburgeringstraject van de statushouder.
Hoe we dit gaan doen: Tijdens de brede intake hebben we aandacht voor een breed pallet aan leefgebieden, waaronder gezondheid, werk, sociaal netwerk, wonen/gezin, etc.4. Het scheppen van een duidelijke verwachting is belangrijk voor een succesvolle inburgering en integratie, hiervoor zal dan ook ruimte zijn tijdens de brede intake. Om een duidelijk beeld te krijgen wordt er altijd een (beëdigde) tolk ingezet tijdens de brede intake. Op basis van de informatie uit de brede intake wordt er een maatwerktraject opgesteld. Dit traject wordt vastgelegd in het persoonlijk plan van inburgering en participatie (PIP). Het PIP bevat alle afspraken voor het voldoen aan de inburgeringsplicht en het af te leggen tijdspad voor de te volgen inburgeringsroute (mede bepaald door de leerbaarheidstoets), participatie- en werkgerelateerde activiteiten, het participatieverklaringstraject (PVT), de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP), Kennis Nederlandse Maatschappij (KNM), maatschappelijke begeleiding en de financiële ontzorging. Door het opstellen van het PIP weet de statushouder wat er van hem verwacht wordt om in te burgeren en te integreren. Het PIP is een beschikking op basis waarvan gehandhaafd zal worden. De statushouder kan hierdoor ook in bezwaar en beroep gaan. Als gedurende het traject blijkt dat wijzigingen van het PIP nodig zijn, dan wordt het PIP aangepast.
Het PIP wordt door de casemanager statushouders bij de statushouders thuis besproken. Het aantal voortgangsgesprekken rondom inburgering wordt vastgelegd in het PIP. De richtlijn is dat de casemanager statushouders tijdens de leerroute periodiek (per kwartaal) voortgangsgesprekken heeft met de statushouder op de locatie van de taalaanbieder. De docent sluit hierbij aan. 3
Witkamp, B., Klaver, J., Razenberg, I., De Gruijter, M., Panhuijzen, B. & Verweij, S. (2019). Gezondheid en participatie. Een verkennende studie naar de rol van gezondheid van vergunninghouders bij de gemeentelijke dienstverlening richting werk en participatie. Amsterdam/Utrecht: Regioplan, Verwey-Jonker Instituut, Movisie en Pharos. 4 Aan de volgende onderdelen wordt in ieder geval aandacht besteed: fysieke en mentale gezondheid, gezinssituatie (o.a. is een VVE-verklaring voor de kinderen mogelijk), woonsituatie, financiën/vermogen, opleiding, taalniveau en leerbaarheid, werkervaring, verwachtingen rondom werk in Nederland, werknemersvaardigheden, praktische competenties, persoonlijke interesses/motivatie, digitale vaardigheden, sociaal netwerk, mate van zelfredzaamheid, voortraject AZC, rechten en plichten.
07
Kennismaken met Nunspeet en Nederland Wat we gaan doen: Vanaf het moment van koppeling aan de gemeente krijgt de statushouder maatschappelijke begeleiding om wegwijs te worden in Nederland en Nunspeet. De statushouder wordt geholpen met het regelen van praktische zaken en er wordt vanaf het begin ingezet op het vergroten van het sociale netwerk.
Hoe gaan we dit doen: De maatschappelijke begeleiding start na koppeling aan de gemeente en wordt verzorgd door VluchtelingenWerk. De statushouder krijgt acht maanden begeleiding die gericht is op het regelen van praktische zaken (inrichten van de woning, inschrijving bij de huisarts, in-schrijven van de kinderen op een basisschool, enz.) en het vergroten van de kennis van de Nederlandse samenleving en de gemeente Nunspeet (bijvoorbeeld wegwijs maken met het openbaar vervoer, kennismaken met de buurt, etc.). Binnen het nieuwe inburgeringskader komt de nadruk van de maatschappelijker begeleiding meer op de sociale kant te liggen. De kinderen van statushouders worden aangemeld voor de kinderopvang wanneer dit nodig is vanwege het inburgeringstraject. Ook biedt VluchtelingenWerk een spreekuur aan waar vragen van de statushouder beantwoord kunnen worden. Deze tijden sluiten aan op de taallessen en houden rekening met re-integratieactiviteiten, zodat statushouders deze niet hoeven te missen. Om integratie te bevorderen, zetten we in op het vergroten van het sociale netwerk en het sociale kapitaal van de statushouders. VluchtelingenWerk zal samen met Buurtbemiddeling de statushouder kennis laten maken met de buurtbewoners. Daarnaast is het kennis-maken met en doorgeleiden naar reguliere hulpinstanties een belangrijk onderdeel van de maatschappelijke begeleiding.
Uiteindelijk zullen statushouders namelijk ook zelfstandig hun weg moeten kunnen vinden in het Nunspeetse maatschappelijke veld. Denk hierbij dus o.a. aan doorgeleiding naar maatschappelijk werk, welzijnsorganisaties en het Financieel Trefpunt Nunspeet.
Voortraject inburgeren Nunspeet Wat we gaan doen: De statushouder kan na vestiging, in afwachting van de start van de taallessen, alvast starten met het leren van de Nederlandse taal, zodat er geen tijd verloren gaat.
Hoe gaan we dit doen: De statushouder doet, na vestiging in de gemeente, twee dagdelen per week mee aan het ‘Voortraject inburgeren Nunspeet’, zolang de formele taallessen nog niet zijn gestart. Getrainde taalvrijwilligers begeleiden groepen statushouders in de bibliotheek in de Veluvine. De nadruk zal bij deze groepen liggen op spreken. Zo krijgen de statushouders een betere basis om de Nederlandse taal te leren. Statushouders in de ‘ondertussengroep’ (de groep statushouders die nog onder de oude wet inburgering vallen) die een ontheffing van de inburgeringsplicht hebben gekregen kunnen ook aansluiten bij deze groepen. Daarnaast proberen we statushouders in afwachting van de start van formele taallessen te koppelen aan taalmaatjes die laagdrempelig één-op-één gesprekken voeren met statushouders. Hiermee leren statushouders niet alleen de taal, maar hebben ze ook contact met Nederlanders, wat hun integratie ten goede komt. Taalmaatjes kunnen ook een rol krijgen als onderdeel van het inburgeringstraject. Dit zal afhankelijk zijn van de persoonlijke (thuis)situatie van de statushouder, de inburgeringsroute die hij volgt en de mogelijkheid om taalmaatjes te koppelen5. 5
08
Doordat inburgeringstrajecten steeds intensiever worden, wordt het lastiger voor taalmaatjes om een geschikt moment te vinden om te kunnen afspreken met de statushouders. Taalmaatjes zijn vrijwilligers. Door te veel kaders op te leggen zullen veel taalmaatjes afhaken. De gemeente zal per kwartaal een evaluatiegesprek hebben met de coördinator taalmatjes Nunspeet om knelpunten zoveel mogelijk bespreekbaar te maken en aan te pakken.
Voortvarend inburgeren en participeren De drie inburgeringsroutes Wat we gaan doen: De gemeente faciliteert drie inburgeringsroutes6 aan de statushouders: • Onderwijsroute: een schakelvoorziening gericht op het zo snel mogelijk beheersen van de Nederlandse taal op taalniveau B1 of hoger en instroom in het regulier beroepsonderwijs (mbo of hbo) of wetenschappelijk onderwijs (wo). • B1-route: gericht op het zo snel mogelijk beheersen van de Nederlandse taal op taalniveau B1 of hoger en het vergroten van het perspectief op de arbeidsmarkt. • Z-Route (zelfredzaamheidsroute): gericht op het beheersen van de Nederlandse taal op het voor de statushouder hoogst mogelijke niveau en het zelfredzaam worden binnen de samenleving, voor personen die niet in de onderwijs- of B1-route passen. Een statushouder kan binnen 1,5 jaar na de start van de inburgeringsplicht wisselen van de in het PIP vastgestelde inburgeringsroute als blijkt dat de gekozen route onvoldoende aansluit bij de vaardigheden van de statushouder. We zetten in eerste instantie in op een zo hoog mogelijk haalbare leerroute voor de statushouder.
Hoe gaan we dit doen: Kwaliteit van onderwijs Taalaanbieders worden door de gemeente gecontracteerd. Elke gecontracteerde heeft in ieder geval het keurmerk van ‘Blik op Werk’. De gemeente voert periodiek overleg met de gecontracteerde aanbieders over de kwaliteit van het onderwijs en de gemaakte afspraken. Er worden prestatieafspraken gemaakt met de taalaanbieders. Het uitgangspunt hierbij is dat taalaanbieders het volledig afgesproken bedrag ontvangen wanneer de statushouder de taaldoelen zoals vastgelegd in het PIP volledig behaald. Wanneer de statushouder de gestelde taaldoelen niet behaald7 ontvangen de taalaanbieders een lager bedrag. Hiermee creëren we voor de taalaanbieder een prikkel om de statushouder op een zo hoog mogelijk taalniveau (succesvol) inburgeringsexamen te laten doen. Daarnaast worden taallessen gekoppeld aan participatie- en werktrajecten (duale trajecten), zodat taal aansluit bij de praktijk en zodat taal ook op de werkvloer wordt geleerd. De duale trajecten zorgen ervoor dat inburgeringstrajecten intensiever worden ten op zichtte van de oude wet inburgering.
1. Onderwijsroute Naar schatting van het Rijk valt ongeveer 25% van de inburgeringsplichtigen in de onderwijsroute. De onderwijsroute is een voltijds taalschakeltraject8 waarin de inburgeraar de Nederlandse taal leert op minimaal B1-niveau en zich voorbereidt op vervolgonderwijs. Het traject bestaat uit ongeveer 1.000 uur taallessen Nederlands in combinatie met ongeveer 500 uur aan andere vakken en vaardigheden, zoals rekenen, Engels, computervaardigheden en competenties die relevant zijn voor instroom op de arbeidsmarkt (oriëntatie op beroepen, assertiviteit en initiatief nemen). Het taalschakeltraject wordt afgesloten door de centrale examens voor de examenonderdelen Lezen, Luisteren, Spreken en Schrijven op minstens B1-niveau te halen, het centraal examen voor de module Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) en de loopbaan oriëntatie. Statushouders die de onderwijsroute volgen hoeven de MAP niet te volgen. 6
De drie leerroutes worden gezamenlijk aanbesteed met de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde. Dit is nodig om de benodigde volumes te creëren om klassen te kunnen vullen. 7 Na 1,5 jaar kunnen statushouders in de B1-route onder bepaalde omstandigheden voor bepaalde onderdelen examen doen op A2-niveau wanneer B1 niet lukt. 8 Het Ministerie SZW heroverweegt ten tijde van schrijven de gestelde eisen voor de onderwijsroute. Mogelijk vervalt de eis voor voltijds onderwijs, in dat geval zal de gemeente Nunspeet onderzoeken hoe we het inburgeringstraject met de onderwijsroute kunnen aanvullen.
09
2. B1-route
Naar schatting van het Rijk valt ongeveer 60% van de inburgeringsplichtigen in de B1-route. Het doel van de B1-route is om statushouders uiteindelijk toe te leiden naar werk. Er wordt daarom binnen deze route ingezet op duale trajecten waarbij taallessen en participatie/werk gecombineerd worden. We zetten binnen de B1-route in op een traject waarbij 8 dagdelen gevuld zijn met taalles en re-integratieactiviteiten. Hierbij is het mogelijk dat in het begin de focus op taallessen ligt, en (wanneer er een basisniveau Nederlands is) de focus verschuift naar participatie en werk naast de taallessen. In de praktijk zien we dat enige basistaalvaardigheid noodzakelijk is om een werktraject tot een succes te maken. De duale trajecten hebben een taalcomponent (taallessen via de taalaanbieder) en een participatiecomponent (participatie- of werkgerelateerde activiteiten), zodat taalles en werkactiviteiten elkaar versterken. Deze dualiteit draagt bij aan effectief taal leren en vergroot de kans op werk (Stavenuiter, Tinnemans, Kahmann & Van der Hof (2019)9). Voor de participatiecomponent kiezen we voor de richtlijn: regulier werk, tenzij. Hiermee bedoelen we dat we ontwikkeltrajecten zoveel mogelijk bij reguliere werkgevers vormgeven, met als doel betaald werk. In een reguliere werkomgeving leren statushouders het beste wat er in Nederland van werknemers op de werkvloer wordt verwacht.
Hierbij proberen we werkgevers te zoeken die aansluiten bij de ontwikkelmogelijkheden van de statushouder en houden we rekening met kansrijke beroepen. Het kennismaken met reguliere werkgevers tijdens het inburgeringstraject vergroot de kans om werk te vinden na afronding van het inburgeringstraject (Stavenuiter et al., 2019). Om de kans op een succesvol werktraject te vergroten zetten we altijd een job(taal)coach in op de werkplek van de statushouder. Het kan voorkomen dat er geen geschikte werkplekken bij reguliere werkgevers te realiseren zijn, doordat bijvoorbeeld de werkplek niet aansluit op de te ontwikkelen vaardigheden van de statushouder, de werkgever geen plek heeft voor een statushouder of dat de statushouder een zodanig grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft, dat het verstandiger is om in een meer beschermde setting werknemersvaardigheden te ontwikkelen. Voor deze situaties ontwikkelen we samen met de Inclusief Groep trajecten voor statushouders die met de B1-taallessen te combineren zijn. De insteek blijft hierbij om een traject van minimaal 8 dagdelen (taal en werk) vorm te geven. Ook moet het mogelijk zijn om vanuit deze trajecten op termijn door te groeien naar een reguliere werkplek. De startmomenten van de taallessen in de B1-route zijn vier keer in het jaar gepland om zo voldoende volume te hebben in de regio om de klassen te kunnen vullen.
De B1-route wordt afgerond door het halen van een centraal examen voor de examenonderdelen Lezen, Luisteren, Schrijven en Spreken op niveau B1, het succesvol afronden van de module Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM) en het voldoen aan de PVT en de MAP.
3. Z-route (zelfredzaamheidsroute) Naar schatting van het Rijk valt ongeveer 15% van de inburgeringsplichtigen in de Z-route. In de Z-route volgt de statushouder (binnen 3 jaar) minimaal 800 uur aan taallessen en verricht hij minimaal 800 uur aan participatie-activiteiten. Dit betekent dat ook de Z-route een intensief traject is. We koersen op 4 dagdelen taalles en 4 dagdelen participatie-activiteiten per week. De Z-route wordt afgesloten met een eindgesprek bij de gemeente (als ook aan de PVT en MAP is voldaan). Er is dus geen examen, omdat de Z-route bedoeld is voor statushouders van wie wordt ingeschat dat zij erg moeilijk leerbaar zijn. De nadruk ligt in deze route op het zo veel mogelijk zelfredzaam maken van de statushouder in de Nederlandse maatschappij10.
9
10
Stavenuiter, M., Tinnemans, K., Kahmann, M. & Van der Hof, M. (2019). Statushouders tussen droom-baan en realiteit. De werking van twee interventies voor arbeidstoeleiding (VIP en NVA werktrajecten). Utrecht: Verwey-Jonker Instituut. 10 Indien betaald werk wel mogelijk is op termijn, dan worden de participatieuren afgestemd zodat er ook aandacht is voor het ontwikkelen van werknemersvaardigheden en is ook een traject gericht op werk (i.p.v. participatie) mogelijk.
De statushouder volgt zijn 800 uur taalles bij de door de gemeente gecontracteerde partij. Daarnaast zal hij 800 uur moeten participeren. We kiezen ervoor om de participatieuren zo lokaal mogelijk in te vullen. Stichting Present Nunspeet coördineert en begeleid een groot deel van deze participatieuren: • 1 dagdeel per week wordt besteed aan kleinschalig vrijwilligerswerk op een vaste locatie; • 1 dagdeel per week wordt besteed aan maatschappelijke projecten van Stichting Present. Denk hierbij aan het opknappen van tuinen van inwoners van onze gemeente die dit zelf niet kunnen; • 1 dagdeel per week wordt besteed aan overige participatieactiviteiten. Denk hierbij aan: gesprekgroepen, welzijnsactiviteiten of sportactiviteiten. Daarnaast kan 1 dagdeel worden ingevuld door afspraken met een taalmaatje. De casemanager van de gemeente voert op dit onderdeel de regie. De uren die de statushouder maakt voor de PVT en de MAP tellen ook mee als participatieuren. De startmomenten van de taallessen zijn twee keer in het jaar gepland om zo voldoende volume te hebben in de regio om de klassen te kunnen vullen. In afwachting van de start van de taallessen kan al worden gestart met de participatieactiviteiten. De uren die gemaakt worden bij het Voortraject inburgeren Nunspeet kunnen ook worden benut als participatieuren.
Het Participatieverklaringstraject (PVT) Wat we gaan doen: Het Participatieverklaringstraject (PVT) is onderdeel van de inburgeringsplicht voor alle statushouders en moet binnen drie jaar zijn afgerond. Tijdens het PVT leert de statushouder over de kernwaarden van de Nederlandse samenleving. Het PVT bestaat uit een inleiding in de Nederlandse kernwaarden en de ondertekening van de participatieverklaring. Hiermee verklaart de statushouder dat hij de Nederlandse normen en waarden respecteert en dat hij zich in zal zetten in de Nederlandse maatschappij.
Hoe gaan we dit doen: Het PVT-programma wordt gecoördineerd en uitgevoerd door Buurtbemiddeling en duurt ten minste twaalf uur (inclusief ondertekening). Tijdens dit traject staan de Nederlandse kernwaarden (vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit en werk) centraal en wordt er aandacht besteed aan cultuurverschillen, het Nederlandse onderwijssysteem, het Nederlandse zorgsysteem, vrijwilligerswerk, de Nederlandse wetten en regels. Externe partijen zoals Ggz of politie worden uitgenodigd om een en ander toe te lichten over wat zij doen en hoe dit bij de Nederlandse kernwaarden past. Het PVT biedt statushouders een goede gelegenheid om statushouders verder kennis te laten maken met de voorzieningen en instanties in de gemeente Nunspeet. Er wordt daarom ook een rondje gemaakt door Nunspeet (bv. langs Zorgplein De Enk). Daarnaast is er minimaal één ‘excursie’ waarbij de Nederlandse kernwaarden in praktijk worden gebracht. Denk hierbij aan een werkbezoek aan een Nunspeets bedrijf.
=
Statushouders starten ongeveer 1,5 tot 2 jaar na vestiging in de gemeente met het PVT. Hierdoor heeft de statushouder een beter begrip van de Nederlandse taal (ten opzichte van het PVT starten in het eerste jaar na vestiging) waardoor normen en waarden beter beklijven. We gaan in gesprek met de taalaanbieders om ook al tijdens de taallessen aandacht te hebben voor de onderwerpen binnen het PVT.
11
De Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) Wat we gaan doen: De Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) vervangt het oude (meer theoretische) Oriëntatie op de Nederlandse Arbeidsmarkt (ONA) en bestaat uit verschillende activiteiten gericht op het ontwikkelen van de benodigde vaardigheden en kennis om duurzaam te kunnen meedoen op de Nederlandse arbeidsmarkt. Binnen de MAP moet minimaal 40 uur aan praktische vaardigheden worden besteed en het moet binnen drie jaar worden afgerond. Statushouders die de onderwijsroute volgen zijn vrijgesteld van deelname aan de MAP. De MAP wordt afgerond met een eindgesprek bij de gemeente.
Hoe gaan we dit doen: Statushouders volgen duale trajecten waarbij praktijk en taalles aan elkaar gekoppeld worden. Een onderdeel van deze koppeling is de verweving van de MAP als praktijkcomponent naast de taallessen (uitgevoerd door de Inclusief Groep). Dit betekent dat workshops over bijvoorbeeld Nederlands arbeidsklimaat en empowerment (op de werkvloer) integraal onderdeel worden van het duale inburgeringstraject11. De theorie van de MAP kan zodoende ook direct op de werkvloer worden toegepast. We kiezen bewust voor een uitgebreide en geïntegreerde MAP, omdat kennis over de Nederlandse arbeidsmarkt uiteindelijk duurzamere uitstroom naar werk kan realiseren. Verliest een statushouder zijn werk? Dan is hij door goede en grondige voorlichting beter toegerust om zelfstandig ander werk te vinden, in plaats van dat hij opnieuw een beroep moet doen op een bijstandsuitkering.
De weg naar financiële zelfredzaamheid in Nunspeet Wat we gaan doen: Bijstandsgerechtigde statushouders worden de eerste periode na vestiging in de gemeente financieel ontzorgd. Financieel ontzorgen kent twee pijlers: 1) het beheer van inkomsten en uitgaven geheel of gedeeltelijk uit handen nemen om schulden te voorkomen, en 2) het vergroten van financiële zelfredzaamheid. Het eerste onderdeel bestaat uit het doorbetalen van de vaste lasten door de gemeente aan de desbetreffende instanties (huur, gas/water/licht en zorgpremie) door de lasten in te houden op de maandelijkse bijstandsuitkering. Het tweede onderdeel bestaat uit het wegwijs maken met het Nederlandse financiële stelsel om ook na het stopzetten van de doorbetaling van de vaste lasten schulden te voorkomen.
Hoe gaan we dit doen: Budgetbeheer Zodra een statushouder zich vestigt in de gemeente Nunspeet wordt budgetbeheer bij Charis Financiële Zorg opgestart. De budgetbeheerder helpt de statushouder vervolgens bij het regelen van financiële zaken zoals het aanvragen van de bijstandsuitkering en bijzondere bijstand, het aanvragen van de minimaregelingen en het afsluiten van energiecontracten en de zorgpolis. Daarnaast betaalt de gemeente de gehele uitkering aan de budgetbeheerder (op de beheerrekening van de statushouder). De budgetbeheerder betaalt vervolgens de vaste lasten (huur, gas/ water/licht, zorgpremie) door aan de desbetreffende instanties voor een periode van minimaal zes maanden. Als er aanwijzingen zijn dat budgetbeheer nodig is voor een langere periode, dan kan het budgetbeheer in overleg worden verlengd.
11
12
O.a. de volgende onderdelen komen aan bod tijdens de workshops: hoe werk je in Nederland, werkcultuur, vaardigheden in het werk, beroepskansen, realistisch beroepsbeeld, werknemerscompetenties, welk werk is passend, werk vinden, netwerken, opstellen CV, solliciteren, doelen stellen, proactief zijn, feedback geven en krijgen.
Naast het doorbetalen van de vaste lasten zal Charis de statushouder uitnodigen wanneer betalingen worden gedaan, zodat deze betalingen met de statushouder kunnen worden doorgenomen. De statushouder leert op deze manier het Nederlandse financiële stelsel beter kennen. Zo wordt de financiële zelfredzaamheid groter en leidt het doorbetalen van de vaste lasten niet slechts tot verschuiving van mogelijke schuldenproblematiek. Charis is een Nunspeetse partij en zal zijn oude kantoor tegenover de Veluvine openstellen voor afspraken met statushouders. Op die manier zijn de lijntjes met VluchtelingenWerk kort (VluchtelingenWerk is gevestigd in de Veluvine) en kunnen statushouders makkelijk van de ene naar de andere partij lopen als er vragen zijn of zaken geregeld moeten worden.
Financieel maatje ná budgetbeheer
We vinden het belangrijk dat de statushouders na afloop van budgetbeheer niet aan hun lot worden over gelaten. De gemeente heeft daarom samen met Humanitas12 de intentie uitgesproken om samen te werken op het gebied van financiële ondersteuning na budgetbeheer. Hierbij zetten we in op financiële maatjes voor een periode van maximaal 12 maanden na afloop van het budgetbeheer. De vrijwilligers van Humanitas zullen aanschuiven bij een overdrachtsgesprek tussen Charis, gemeente en statushouder wanneer het budgetbeheer wordt stopgezet.
Workshop financiën voor statushouders
Om naast het budgetbeheer de financiële zelfredzaamheid verder te vergoten faciliteren we een verplichte training over financiën, gegeven door VluchtelingenWerk (met eventueel andere partners uit de lokale inburgeringsketen). Hier zal de statushouder de kennis opdoen om zelfstandig zijn geldzaken te kunnen regelen in Nederland en een huishoudboekje opstellen. Deze training zullen we één of twee keer per jaar organiseren en is bedoeld voor statushouders voor wie het budgetbeheer ongeveer een half jaar is afgelopen. De training is onderdeel van het PIP en is hiermee onderdeel van het inburgeringstraject. We gaan daarnaast met de taalaanbieders in gesprek om ook in de taallessen aandacht te hebben voor schulden, financiën en financiële zelfredzaamheid.
Financiële nazorg
Veel financiële problemen beginnen wanneer er sprake is van een grote verandering in de persoonlijke situatie (bijvoorbeeld situaties waarbij iemand van bijstand naar betaald werk gaat, iemand met pensioen gaat, iemand gaat trouwen of gezinsuitbreiding krijgt, iemand gaat scheiden, of een gezinslid overlijdt). De casemanager voert daarom altijd een ‘exitgesprek’ wanneer een statushouder geen beroep meer kan doen op een uitkering. In dit gesprek wordt aangegeven waar de statushouder op zal moeten letten nu hij zelfstandig een inkomen heeft verworven (bijvoorbeeld: rekening houden met toeslagen als iemand werk vindt). Hierbij zal ook altijd worden doorverwezen naar de sociale raadslieden, die inwoners kunnen helpen met dergelijke veranderingen financieel inzichtelijk te maken en het Financieel Trefpunt.
Andere bouwstenen voor effectieve inburgering en integratie Het belang van investeren in gezondheid Wat we gaan doen: We besteden extra aandacht aan de gezondheid van statushouders. Door het (vroegtijdig) signaleren, doorverwijzen en ondervangen van psychische en/of lichamelijke klachten van statushouders kunnen ze zich zo goed mogelijk richten op het succesvol afronden van hun inburgeringsplicht en duurzame deelname aan de Nederlandse maatschappij (Witkamp et al., 2019).
12
Onder voorbehoud van het aantal beschikbare vrijwilligers van Humanitas.
13
Hoe gaan we dit doen: De aanpak van psychische problematiek vraagt (het liefst zo breed mogelijk gedragen) kennis. We zetten daarom in op trainingen rondom psychische gezondheid en cultuursensitief werken waarbij ook maatschappelijke partners kunnen aansluiten (denk bijvoorbeeld aan casemanagers van de gemeenten, budgetbeheerders, vrijwilligers VluchtelingenWerk en Humanitas, CJG, maatschappelijk werk, praktijkondersteuners van de huisarts, welzijnsorganisaties en sportvrijwilligers). Deze trainingen zijn terugkerend en zullen zich steeds op een ander specialisatiegebied richten. Het gezamenlijk volgen van deze training zal de lijnen tussen de verschillende partners korter maken, waardoor ze elkaar sneller kunnen vinden om de statushouder zo goed mogelijk te ondersteunen. Wanneer een statushouder zich vestigt in de gemeente Nunspeet krijgen zij een welkomstpakket met daarin o.a. een folder (in zowel de eigen als de Nederlandse taal) met informatie over Nunspeet. In deze folder zal aandacht worden besteed aan het zorgstelsel in Nederland. Hiermee proberen we de toegangsdrempel tot zorg zo laag mogelijk te maken. VluchtelingenWerk voert de maatschappelijke begeleiding van de statushouder uit. Onderdeel van de maatschappelijke begeleiding is het inschrijven bij en kennismaken met de huisarts.
Bij het kennismakingsgesprek kan gebruik worden gemaakt van een tolkenvoorziening voor huisartsen, zodat een hulpvraag ook geconcretiseerd kan worden wanneer iemand de Nederlandse taal nog niet goed spreekt. Wanneer nodig kunnen huisartsen doorverwijzen naar een welzijnscoach via ‘Welzijn op recept’ en wordt er ook aan positieve gezondheid gewerkt voor statushouders13.
Heldere communicatie Wat we gaan doen: Het inburgeringstraject is intensief. Er wordt veel verwacht van statushouders. Dit betekent dat we ook veel met de statushouder communiceren. Onze communicatie moet bijdragen aan het behalen van de inburgeringsplicht en participeren in de samenleving. Communicatie van de overheid moet daarom helder en makkelijk te begrijpen zijn, zonder in te boeten op de inhoud van de boodschap. Heldere communicatie draagt direct bij aan goed verwachtingsmanagement.
Hoe gaan we dit doen: In de eerste gesprekken met de statushouder maken we altijd gebruik van een beëdigde tolk. In brieven en beschikkingen van de gemeente wordt helder taalgebruik gebruikt. De opgestelde brieven (en het PIP) worden getoetst door de klankbordgroep statushouders, zodat deze ook echt duidelijk en te begrijpen zijn. Casemanagers statushouders zullen daarnaast getraind worden op helder en begrijpelijk schrijven. In het welkomstpakket wordt in de taal van de statushouder beschreven wat o.a. de onderdelen zijn van de inburgeringsplicht en welke organisaties (met contactgegevens) de statushouder kunnen ondersteunen. Ook wordt er een visuele routekaart van het inburgeringstraject bijgevoegd, zodat de statushouder beeld heeft van de nog te volgen weg en de afgelegde weg van zijn inburgering.
De ondertussengroep Wat we gaan doen: De ‘ondertussengroep’ bestaat uit inburgeringsplichtigen die voor 1 januari 2022 hun verblijfsvergunning hebben gekregen en daardoor inburgeringsplichtig zijn binnen de Wet inburgering 2013. De Wet inburgering 2021 kent een harde grens, dat betekent dat iedereen die inburgeringsplichtig wordt voor 1 januari 2022 moet voldoen aan de eisen zoals gesteld in de Wet inburgering 2013. De inburgeringsplicht onder de oude wet inburgering wordt dus langzaam uitgefaseerd. Gemeenten kunnen nog wel drie tot vijf jaar te maken hebben met inburgeringsplichtigen onder de oude wet. Het is daarom belangrijk om deze groep niet uit het oog te verliezen en ook deze groep op een passende wijze te ondersteunen.
14
13
Er worden nog afspraken gemaakt over Welzijn op recept voor statushouders.
Hoe gaan we dit doen: We ontwikkelen samen met de Inclusief Groep integrale trajecten (zowel voor statushouders als niet-statushouders). Hiermee kunnen we ook inburgeringsplichtigen uit de ondertussengroep een intensief werktraject aanbieden náást de taallessen. Deze trajecten worden benut om taalen werknemersvaardigheden te ontwikkelen, doordat er o.a. aandacht is voor kansberoepen en persoonlijke mogelijkheden. De integrale trajecten hebben een langdurig karakter, omdat een extra investering op deze groep nodig is (er komt immers niet voor niets een nieuwe wet inburgering)14. Waar mogelijk kunnen statushouders aansluiten bij projecten en voorzieningen die nieuw worden opgestart binnen de Wet inburgering 2021. Zo kunnen statushouders die inmiddels niet meer inburgeringsplichtig zijn, maar een ontheffing hebben gekregen op grond van de inspanningsplicht in de oude wet, aansluiten bij de gespreksgroepen van het ‘Voortraject inburgeren Nunspeet’ in de bibliotheek. Daarnaast kunnen statushouders die in 2021 in Nunspeet zijn gevestigd nog meedraaien met het participatieproject wat Stichting Present zal uitvoeren voor de Z-route.
Toezicht & handhaving Wat we gaan doen: De gemeente maakt gebruik van de bevoegdheid binnen de Wet inburgering 2021 om statushouders bestuurlijke boetes op te leggen bij het verzuimen van de inburgeringsverplichtingen.
Hoe gaan we dit doen: Het inburgeringstraject ligt vast in het PIP. Dit is een maatwerktraject dat is afgestemd op de individuele mogelijkheden en omstandigheden van de statushouder. Het PIP helpt de statushouder om aan zijn inburgeringsplicht te voldoen, beter te integreren in de Nederlandse samenleving en een uiteindelijk een zelfstandig inkomen te verdienen. We gaan in eerste instantie uit van de intrinsieke motivatie van de statushouder om een eigen bestaan op te bouwen in Nederland. Hier hoort bij dat we vanaf het moment van vestigen duidelijk maken wat rechten en plichten in Nederland zijn, dit doen we door in het begin uitleg te geven en het gesprek aan te gaan, maar ook door hier aandacht aan te geven in het welkomstpakket. Gemeenten moeten echter ook kunnen afdwingen dat iemand in beweging komt en zich aan zijn verplichtingen houdt, wanneer hij dit niet uit zichzelf doet. Sanctionering moet daarom een sturende werking hebben. We maken daarom gebruik van de bestuurlijke boete, wanneer de statushouder zich, na uitleg over rechten en plichten, niet aan de inburgeringsverplichtingen houdt. De bestuurlijke boetes kennen een stapelende werking bij recidive. Gemeenten kunnen alleen handhaven op de verplichtingen binnen het inburgeringstraject. DUO voert de handhaving op de inburgeringstermijnen uit.
Privacy & gegevensdeling Wat we gaan doen: We delen gegevens met partijen in de inburgeringssamenwerking waarvoor dat nodig is en doen dit verantwoord.
Hoe gaan we dit doen: We voldoen aan de gestelde voorwaarden in de AVG. Voor de partijen waarbij dat nodig is zullen we een verwerkersovereenkomst afsluiten. We hebben aan de voorkant het gehele inburgeringsproces met alle gegevensstromen in kaart gebracht en hebben risico’s zo veel mogelijk beperkt.
Inburgeringstraject afgerond, en dan? Wat we gaan doen: De begeleiding naar werk en participatie krijgt een vervolg binnen de kaders van de Participatiewet als de statushouder na afronding van zijn inburgeringsplicht nog bijstandsafhankelijk is. 14
Het integrale traject wordt nog nader vormgegeven.
15
Hoe gaan we dit doen: We zetten tijdens het gehele inburgeringstraject in op het ontwikkelen van werknemersvaardigheden, zodat statushouders goed voorbereid zijn op de arbeidsmarkt als zij de inburgering hebben afgerond. Kan de statushouder al tijdens zijn inburgeringstraject betaald aan het werk? Dan ondersteunen we de statushouder en werkgever hierbij. Tijdens het inburgeringstraject wordt de statushouder ook gecoacht op haalbare, reële en kansrijke beroepen. Maakt de statushouder na het voldoen aan de inburgeringsplicht nog gebruik van een bijstandsuitkering? Dan wordt er aansluitend op het PIP een plan van aanpak opgesteld om de stappen naar werk te zetten. In deze periode maken we gebruik van de bestaande voorzieningen binnen de Participatiewet (waaronder leerwerktrajecten, stages, proefplaatsingen, etc.). De jobcoach (in dienst van de gemeente) zal in deze periode uitdrukkelijk een rol krijgen om de statushouder verder te begeleiden naar werk.
Minderjarige statushouders Wat we gaan doen: Het nieuwe inburgeringsstelsel richt zich op inburgeringsplichtigen en dus op volwassenen. In veel gevallen zullen deze inburgeringsplichtigen ook kinderen hebben. Dit vraagt dus ook passende ondersteuning voor de thuis- en gezinssituatie.
Hoe gaan we dit doen: Er zijn een aantal voorzieningen waar kinderen gebruik van kunnen maken om een taalachterstand zoveel mogelijk te voorkomen, te beperken of in te halen en om mee te doen in de maatschappij. Denk bijvoorbeeld aan: • een Vroegschoolse- en Voorschoolse Educatie (VVE)-indicatie (hiermee kunnen kinderen naar een peuterspeelzaal of kinderopvang in het geval van (dreigende) taalachterstand); taalklassen in Nunspeet voor kinderen in de basisschoolleeftijd (waarin zij extra ondersteuning • krijgen naast het reguliere basisonderwijs); • de Internationale Schakelklas (ISK) voor statushouders van 12 tot 18 jaar (waarin zij worden voorbereid op middelbaar onderwijs en middelbaar beroeps onderwijs. Bij de ISK is ook aandacht voor studievaardigheden). • de bijdrage voor sport en cultuur uit de gemeentelijke minimaregelingen (momenteel € 300,-per jaar per kind, waarmee een kind mee kan doen met sport en/of muziekles). • interculturele gezinsbegeleiding (wanneer er op meerdere leefgebieden belemmeringen zijn, kan deze begeleiding worden ingezet. De ouders krijgen dan bijvoorbeeld opvoedondersteuning waarbij de brug wordt geslagen tussen de eigen en de Nederlandse cultuur).
Minderjarige statushouders Wat we gaan doen: Het nieuwe inburgeringsstelsel is een lerend stelsel. Het zelfde geldt daarom voor dit uitvoeringsplan. De praktijk is vaak weerbarstiger dan de theorie. We dragen er daarom zorg voor dat nieuwe inzichten een plek krijgen in het inburgeringsstelsel en in de praktijk. Hier hebben we de maatschappelijke partners bij nodig.
Hoe gaan we dit doen: We creëren een ‘Kerngroep Inburgering’ met verschillende partners die een rol hebben in de inburgeringsketen. Met deze werkgroep bespreken we de knelpunten en zoeken we naar praktische oplossingen om deze knelpunten aan te pakken. Ook delen we wat goed werkt. Via de werkgroep creëren we ook de verbinding met de verschillende partners in het gehele inburgeringsstelsel, zodat iedereen goed van elkaar weet wie wat doet en het betrekken van de juiste partij makkelijker wordt.
16