CConstaterende datNunspeet
Koppel je AI →
Document · PDF

AP 6b Bijlage Notitie opleggen bekrachtigen en opheffen geheimhouding 2.00

Commissie Algemeen Bestuur 14 maart 2023, gemeente NunspeetBij agendapunt: Opleggen en opheffen geheimhouding raadsstukken4.950 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie opleggen, bekrachtigen en opheffen geheimhouding Gemeente Nunspeet

Datum vaststelling college van burgemeester en wethouders: 9 juni 2020 Kenmerk: 0302335960

Inhoudsopgave 1. Inleiding ........................................................................................................................................ 3 2. Theoretisch kader ......................................................................................................................... 3 2.1 Wettelijke grondslag .............................................................................................................. 3 2.2 Voor wie geldt geheimhouding? ............................................................................................ 3 2.3 Opleggen van geheimhouding ............................................................................................... 3 2.4 Verplichte geheimhouding .............................................. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 2.5 Mogelijke geheimhouding ...................................................................................................... 5 2.6 Bekrachtiging van geheimhouding ......................................................................................... 7 2.7 Opheffen van geheimhouding................................................................................................ 7 2.8 Geheimhouding in relatie tot Wob-verzoeken ...................................................................... 7 3.

Proces ........................................................................................................................................... 8 3.1 Opleggen geheimhouding ...................................................................................................... 8 3.2 Status collegestukken ............................................................................................................. 9 4. Aanbevelingen .............................................................................................................................. 9 5. Schema opleggen, bekrachtigen en opheffen en geheimhouding ............................................ 10 6. Wetsartikelen ............................................................................................................................. 11

2

1. Inleiding In deze notitie wordt schematisch en onderbouwd aangegeven wanneer geheimhouding op stukken en het besprokene aan de orde moet zijn en welke processtappen daarvoor doorlopen moeten worden. In onze gemeente is een toename waargenomen van gevallen waar geheimhouding wordt opgelegd. In 2019 en het eerste kwartaal van 2020 is geheimhouding verzocht of bekrachtigd in onder andere de volgende gevallen: ▪ Aankoop van gronden en een agrarisch bedrijf ten behoeve van de bedrijvenlocatie te Elspeet; ▪ Aankoop onroerende zaken in het kader van de ontwikkeling van de Stationsomgeving Nunspeet; ▪ Aanbod onroerende zaken in verband met de Wet voorkeursrecht gemeente ’t Hul Noord Nunspeet; ▪ Financiële onderbouwing van het plan herontwikkeling landgoed De Grote Bunte Nunspeet; ▪ Financiële haalbaarheidsverkenning Kijktuinen Nunspeet; ▪ Intentie- en koopovereenkomst Kulturhus Elspeet. Uit het bovenstaande overzicht blijkt dat geheimhouding met name opgelegd wordt op stukken die te maken hebben met de aankoop en verkoop van onroerend goed en ontwikkeling van gronden.

2. Theoretisch kader Het uitganspunt dat de overheid bij de uitoefening van haar taken openbaarheid in acht neemt, is in de grondwet verankerd: “De overheid betracht bij de uitvoering van haar taak openbaarheid volgens regels bij de wet te stellen.”. Transparantie en openbaarheid zijn daarom een groot goed binnen het openbaar bestuur. Alleen in bijzondere situaties kan geheimhouding worden opgelegd. Deze situaties zijn vastgelegd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Als zich zo’n situatie voordoet, kan een bestuursorgaan tot geheimhouding besluiten.

2.1 Wettelijke grondslag Het opleggen, bekrachtigen en opheffen van geheimhouding is in drie wetsartikelen van de Gemeentewet geregeld. Artikel 25 Gemeentewet (Gemw.) ziet op geheimhouding ten aanzien van de gemeenteraad, artikel 55 Gemw. op geheimhouding ten aanzien van het college en artikel 86 Gemw. ziet op raadscommissies. In het schema op pagina 9 komt de uitwerking van deze wetsartikelen terug. De redenen waarom geheimhouding opgelegd kan worden, zijn bepaald in artikel 10 van de Wob. Het is aan het bestuursorgaan om te bepalen of deze belangen zwaarder wegen dan het belang van openbaarheid. In een beperkt aantal gevallen is geheimhouding verplicht.

2.2 Voor wie geldt geheimhouding? Geheimhouding op stukken geldt voor iedereen die kennis draagt van de inhoud van de stukken. Geheimhouding op het besprokene geldt voor iedereen die bij de vergadering aanwezig was en voor iedereen die op de hoogte is van wat besproken is. Het schenden van geheimhouding is een misdrijf en kan tot strafrechtelijke vervolging leiden.

2.3 Opleggen van geheimhouding Geheimhouding kan alleen opgelegd worden op grond van artikel 10 van de Wob. Als er op basis van de Wob geen reden is tot geheimhouding, dan is het document openbaar. Een besluit kan dan bijvoorbeeld worden gepubliceerd op de openbare besluitenlijst. Er kan geheimhouding opgelegd worden op (schriftelijke en digitale) stukken, maar ook op het besprokene in een vergadering (beeld- en geluidsopname daarvan).

3

2.4 Verplichte geheimhouding In de onderstaande gevallen is geheimhouding verplicht. Informatie voor zover dit: a. de eenheid van de Kroon in gevaar zou kunnen brengen; b. de veiligheid van de Staat zou kunnen schaden; c. bedrijfs- en fabricagegegevens betreft, die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld; d. persoonsgegevens betreft als bedoeld in de artikelen 9, 10 en 87 van de Algemene verordening gegevensbescherming, tenzij de verstrekking kennelijk geen inbreuk op de persoonlijke levenssfeer maakt. (artikel 10, lid 1, van de Wob) Met name sub c en d kunnen voorkomen. Deze worden hieronder toegelicht. Bedrijfs- en fabricagegegevens (sub c) In het kader van bijvoorbeeld een aanvraag subsidie of omgevingsvergunning worden gegevens aan de gemeente verstrekt door ondernemingen. Er is een verplichting tot geheimhouding als er sprake is van ‘bedrijfs- en fabricagegegevens die in vertrouwen aan het bestuursorgaan zijn meegedeeld’. Van bedrijfs- en fabricagegegevens is – gelet op vaste rechtspraak – sprake als uit de gevraagde gegevens wetenswaardigheden kunnen worden gelezen of afgeleid met betrekking tot: ▪ de technische bedrijfsvoering; ▪ het productieproces, of de afzet van de producten; of ▪ de kring van afnemers en leveranciers.

Volgens rechtspraak is van bedrijfs- en fabricagegegevens sprake in het geval van: gedetailleerde gegevens over de exploitatiekosten en -opbrengsten van een nieuwbouwwijk1, passages uit een bedrijfsplan2, gegevens in een ontwikkelingsplan voor een bedrijventerrein3, geldende tarieven van een door de gemeente ingeschakeld incassobedrijf 4. Als niet zeker is dat sprake is van bedrijfs- of fabricagegegevens, kan voor de zekerheid ook een beroep worden gedaan op het belang van het voorkomen van onevenredige benadeling of bevoordeling artikel 10, tweede lid, onder g Wob. Die grond wordt verderop in de notitie toegelicht. Persoonsgegevens (sub d) Er is een verplichting tot geheimhouding als er sprake is van ‘persoonsgegevens als bedoeld in de artikelen 9, 10 en 87 van de Algemene verordening gegevensbescherming, tenzij de verstrekking kennelijk geen inbreuk op de persoonlijke levenssfeer maakt’. De artikelen uit de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) die genoemd worden, verwijzen naar specifieke persoonsgegevens. Het gaat dan om de verwerking van persoonsgegevens waaruit ras of etnische

afkomst, politieke opvattingen, religieuze of levensbeschouwelijke overtuigingen, of het lidmaatschap van een vakbond blijken, en verwerking van genetische gegevens, biometrische gegevens met het oog op de unieke identificatie van een persoon, of gegevens over gezondheid, of gegevens met betrekking tot iemands seksueel gedrag of seksuele gerichtheid, strafrechtelijke 1

RvS 19 juni 2013, ECLI:NL:RVS:2013:CA3705. RvS 22 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2305. 3 RvS 9 april 2003, ECLI:NL:RVS:2003:AF7054. 4 RvS 5 december 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BY5083. 2

4

veroordelingen en strafbare feiten, of een nationaal identificatienummer. Dit betreffen bijzondere persoonsgegevens. Onder de oude Wet bescherming persoonsgegevens konden reguliere persoonsgegevens wel worden verstrekt. Met het intreden van de AVG is dit niet langer het geval. Reguliere persoonsgegevens (naam, adres, geboortedatum, etc.) mogen alleen worden verstrekt indien er sprake is van een wettelijke grondslag. Dit leidt ertoe dat bestuursorganen in beginsel alle persoonsgegevens moeten anonimiseren in documenten.

2.5 Mogelijke geheimhouding Geheimhouding is mogelijk op grond van de belangen die hieronder opgesomd worden.

Het verstrekken van informatie blijft achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen: a. de betrekkingen van Nederland met andere staten en met internationale organisaties; b. de economische of financiële belangen van de Staat, de andere publiekrechtelijke lichamen of de in artikel 1a, onder c en d, bedoelde bestuursorganen; c. de opsporing en vervolging van strafbare feiten; d. inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen; e. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; f. het belang, dat de geadresseerde erbij heeft als eerste kennis te kunnen nemen van de informatie; g. het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden. (artikel 10, lid 2, van de Wob) Ten aanzien van bovenstaande gronden moet een belangenafweging plaatsvinden: weegt het belang genoemd onder a t/m g zwaarder dan het belang van openbaarheid? In de praktijk komen vooral sub b en g terug, deze worden hieronder toegelicht. Economische of financiële belangen van de gemeente (sub b) Geheimhouding kan noodzakelijk zijn als de economische of financiële belangen van de gemeente door openbaarmaking worden geschaad. Het gaat dan om de op geld waardeerbare belangen van de overheid zelf.

Soms bestaat het risico dat de gemeente financieel nadeel oploopt als bepaalde informatie (voortijdig) naar buiten komt. Daarvoor is wel vereist dat de gemeente onderbouwd aannemelijk maakt dat zijn financiële positie als gevolg van openbaarmaking van de gevraagde informatie wordt geschaad. De gemeente moet concretiseren en preciseren waarom openbaarmaking van informatie tot schade kan leiden. Met name als sprake is van privaatrechtelijke rechtsbetrekkingen kan het nodig zijn om een beroep te doen op artikel 10, tweede lid, onder b, van de Wob. Te denken valt bijvoorbeeld aan aanbestedingen, ontwikkeling van gronden en meer in het algemeen in het geval de onderhandelingspositie van de gemeente door openbaarmaking zou worden geschaad. Volgens rechtspraak kunnen de economische en financiële belangen van een gemeente in het geding zijn bij een grondexploitatieovereenkomst, deze overeenkomst mocht geheim blijven.5 Dat gold ook voor passages uit een overeenkomst van een gemeente over de verkoop van ingezameld oud papier en karton. De gegevens over de koopsom, de garantieprijs en het bedrag van de bankgarantie, hoefden niet openbaar te worden gemaakt. Kennisneming van die financiële gegevens, in onderling verband bezien, kunnen inzicht verschaffen in de door contractspartijen bij de onderhandelingen ingenomen posities, zodat derden in toekomstige gevallen hun positie 5

RvS 23 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2993

5

daarop kunnen afstemmen. De verkoop van ingezameld oud papier en karton is een activiteit die ook na de overeenkomst nog wordt uitgevoerd, waardoor aannemelijk is dat openbaarmaking van de financiële gegevens gevolgen heeft voor de onderhandelingspositie van de gemeente in de toekomst.6 Er doen zich situaties voor dat de geheimhouding met name relevant is tijdens de voorbereiding van en onderhandeling over een overeenkomst. Als een overeenkomst eenmaal is gesloten, kan geheimhouding eventueel opgeheven worden. Als eerste kennisnemen (sub f) In het algemeen geldt dat een geadresseerde als eerste kennis moet kunnen nemen van de informatie die hem betreft. Deze weigeringsgrond is ook van toepassing op geadresseerden binnen de overheid, zoals collegevoorstellen die nog naar het college zelf moeten worden gezonden. De geheimhouding kan vaak na een aantal dagen na toezending van de informatie aan de geadresseerde opgeheven worden. Voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van natuurlijke personen, rechtspersonen, derden (sub g) Deze grond ziet op de geheimhouding van stukken in verband met het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van de betrokken natuurlijke personen, rechtspersonen, derden of het bestuursorgaan in kwestie. In combinatie met sub b wordt ook vaak sub g aangedragen voor het opleggen van geheimhouding. Sub g is een soort ‘restgrond’.

Dit leidt er ook toe dat er veel rechtspraak bestaat over deze uitzonderingsgrond. Een duidelijke lijn is moeilijk te herkennen, afgezien van de gebruikelijke eisen dat het bestuursorgaan aannemelijk moet maken dat er sprake is geweest van een gedegen belangenafweging en de motivering moet draagkrachtig zijn. Van benadeling kan sprake zijn als onderlinge concurrentieverhoudingen tussen bedrijven in het geding zijn. Onder benadeling valt niet de situatie dat door openbaarmaking van informatie een vertekend of negatief beeld ontstaat. Het is dan aan de gemeente om zaken in het juiste perspectief te plaatsen en van andere middelen gebruik te maken, bijvoorbeeld met een persbericht of begeleidende brief, om te voorkomen dat door openbaarmaking ook daadwerkelijk een vertekend beeld ontstaat.7 Intern beraad en persoonlijke beleidsopvattingen (artikel 11) Als een Wob-verzoek documenten betreft die opgesteld zijn ten behoeve van intern beraad, wordt geen informatie verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen. Om geheimhouding op te leggen, moet het gaan om een document bestemd voor intern beraad én het document moet persoonlijke beleidsopvattingen bevatten.

Intern beraad wordt gedefinieerd als het beraad over een bestuurlijke aangelegenheid binnen een bestuursorgaan, dan wel binnen een kring van bestuursorganen in het kader van de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een bestuurlijke aangelegenheid. Of sprake is van stukken die zijn bestemd voor intern beraad wordt bepaald door het oogmerk waarmee een stuk is opgesteld. Er is alleen sprake van interne documenten als degene die de stukken heeft opgesteld de bedoeling had die stukken voor zichzelf of anderen binnen de overheid te gebruiken. Het uiterlijk of een titel van het document zijn niet beslissend. Door een document bijvoorbeeld ‘interne beraad’ te noemen, wordt dus niet automatisch voorkomen dat het stuk openbaar gemaakt kan worden. Een persoonlijke beleidsopvatting is een opvatting, voorstel, aanbeveling of conclusie van een of meer personen over een bestuurlijke aangelegenheid en de daartoe door hen aangevoerde 6 RvS 20 augustus 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3153 7 RvS 17 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1881

6

argumenten. De persoonlijke mening van een ambtenaar of bestuurder, maar ook meningen of opvattingen van meer personen kunnen persoonlijke beleidsopvattingen in de zin van de Wob zijn. Deze passages kunnen geheim gehouden worden of in niet tot personen herleidbare vorm verstrekt worden.

2.6 Bekrachtiging van geheimhouding De eis tot bekrachtiging geldt uitsluitend als het gaat om schriftelijke informatie die aan de gemeenteraad wordt gezonden door college, burgemeester of raadscommissie én op het stuk het woord “geheim” staat én door de afzender geheimhouding wordt opgelegd. Alleen in dat geval geldt de eis dat bekrachtiging in de eerstvolgende raadsvergadering plaatsvindt. Deze vergadering moet volgens de presentielijst zijn bijgewoond door minstens de helft van het aantal zitting hebbende raadsleden. Bekrachtiging hoeft niet plaats te vinden als de gemeenteraad aan zichzelf in een besloten raadsvergadering geheimhouding heeft opgelegd.

2.7 Opheffen van geheimhouding De geheimhouding geldt totdat het bestuursorgaan de geheimhouding weer opheft. Indien de grond waarop besloten is een document geheim te houden niet meer aan de orde is, moet de geheimhouding opgeheven worden. De Gemeentewet heeft per situatie apart bepaald wie bevoegd is tot het nemen van een besluit om geheimhouding op te heffen (zie hoofdstuk 5). Het is goed om op gezette tijden de stukken waarop geheimhouding rust tegen het licht te houden en de vraag te stellen of de tijd rijp is om de geheimhouding op te heffen. Het opheffen van geheimhouding is een besluit waartegen bezwaar en beroep mogelijk is. Er zullen dus belangen moeten worden afgewogen en het besluit zal in voorkomende gevallen deugdelijk moeten worden gemotiveerd.

2.8 Geheimhouding in relatie tot Wob-verzoeken Het opleggen van geheimhouding vindt op dezelfde gronden plaats als het beoordelen van een Wob-verzoek. Artikel 10 van de Wob is voor beide procedures het beoordelingskader. In het geval geheimhouding is opgelegd en er een Wob-verzoek wordt ingediend die ziet op de stukken waar geheimhouding op ligt, dan is een dergelijk Wob-verzoek tegelijkertijd ook een verzoek tot opheffing van de geheimhouding. De procedure gaat dan over de vraag of geheimhouding er nog altijd op kan blijven berusten, het gaat dus niet over de vraag of geheimhouding destijds terecht is opgelegd.8 Wanneer geheimhouding door een bestuursorgaan is opgelegd, zal voordat een Wobverzoek eventueel toegewezen kan worden, eerst de geheimhouding door dat bestuursorgaan opgeheven moeten worden. Daarna kan het Wob-verzoek toegewezen worden en de stukken worden openbaar gemaakt.

8 RvS 15 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3991, AB 2019/10, m.nt. Stolk

7

3. Proces Hieronder wordt toegelicht welke stappen doorlopen moeten worden als geheimhouding opgelegd wordt. In paragraaf 3.2 wordt de status van collegestukken behandeld en het bijhorende proces.

3.1 Opleggen geheimhouding De medewerker adviseert op basis van de criteria van de Wob of een document geheim moet worden gehouden en zo ja, voor welk deel en voor welke duur. Dit komt terug in het voorstel dat geschreven wordt voor het college, de burgemeester, raadscommissie of gemeenteraad. Daarbij worden de volgende stappen doorlopen. 1. Bepaal welk deel van het document geheim moet blijven. Hanteer een piramide van geheimhouding: begin zo klein mogelijk met een bedrag of een woord. Verklaar niet meteen een heel document geheim, maar beperk je tot het hoognodige (door bijvoorbeeld het onleesbaar maken van een passage). Door geheimhouding te breed op te leggen, verkleint de beschikbaarheid van gegevens voor bestuurders, inwoners en organisaties. Bovendien maakt het de kans op (onbewust) “lekken” groter. 2. Bepaal welk artikel uit de Gemeentewet en de Wob van toepassing is. Alleen het benoemen van de artikelen is onvoldoende, motiveer waarom de betreffende grond uit de Wob op de situatie van toepassing is. 3. Bepaal de duur van de geheimhouding. Bijvoorbeeld: - tot dd-mm-jj - tot het moment waarop I publicatie heeft plaatsgevonden in de Staatscourant II bekendmaking van het voorbereidingsbesluit heeft plaatsgevonden III de grondexploitaties zijn afgesloten 4. Pas het collegevoorstel op de geheimhouding aan.

In de grijze invultabel van het collegevoorstel kun je aangeven of het onderwerp op de openbare besluitenlijst geplaatst kan worden of niet. Als het document geheim is, kies je voor nee. Motiveer vervolgens in het collegevoorstel onder het gedeelte ‘toelichting’ onder het kopje ‘geheimhouding’ de stappen 1 tot en met 3 van dit schema. 5. Neem in het dictum van het voorstel een tekstblok op over de geheimhouding.

“Besluiten om geheimhouding op te leggen op [de gemarkeerde passages/het document] op grond van [artikel … lid … van de Gemeentewet] en in samenhang met het belang genoemd in [artikel 10, lid ..., sub … van de Wob] tot [duur geheimhouding].” Wanneer van toepassing:

“De opgelegde geheimhouding op de stukken bekrachtigen in de eerstvolgende raadsvergadering (artikel 25, lid 3, van de Gemeentewet).” 6. Markeer de passages die geheim gehouden moet worden. 7. Noteer op de documenten GEHEIMHOUDING. 8. Stem al deze stappen vooraf en tijdig af met de juridische consulenten.

8

3.2 Status collegestukken Ook voor de besluitenlijst van het college geldt dat het uitgangspunt is dat het college de besluitenlijst van zijn vergaderingen openbaar maakt. Volgens de wet blijft openbaarmaking achterwege voor zover het aangelegenheden betreft ten aanzien waarvan op grond van de Wob geheimhouding is opgelegd of ten aanzien waarvan openbaarmaking in strijd is met het openbaar belang (artikel 60, lid 3 Gemw.). De term ´openbaar belang´ komt niet vaak voor in rechtspraak waardoor de betekenis nog wat onduidelijk is. In de meeste gevallen kan een beroep gedaan worden op één van de weigeringsgronden van de Wob. Een beroep op ´openbaar belang´ kan als vangnet fungeren. Als bij het aanbieden van een collegevoorstel aangegeven wordt dat de stukken geheim zijn, komt het besluit op de vertrouwelijke besluitenlijst te staan. Dat betekent dat alleen het college en de betrokken medewerker(s) de stukken kunnen inzien. Ook voor een collegebesluit dat op de vertrouwelijke besluitenlijst is opgenomen, geldt dat dit door derden opgevraagd kan worden door een Wob-verzoek in te dienen. In dat geval moet een nieuwe afweging worden gemaakt of het besluit en de bijlagen, of een gedeelte hiervan, openbaar gemaakt moet worden. Door een besluit op de vertrouwelijke lijst te plaatsen, voorkom je dus niet dat om openbaarmaking verzocht kan worden.

Wel zorgt dit ervoor dat deze afweging nogmaals nadrukkelijk moet worden gemaakt. Het is de bedoeling dat er zo min mogelijk op de vertrouwelijke besluitenlijst terecht komt. Het uitgangspunt is dat alleen stukken op de vertrouwelijke besluitenlijst geplaatst worden, die op basis van de weigeringsgronden van de Wob of het openbaar belang (gedeeltelijk) geheim gehouden moeten worden. De stappen uit het schema hierboven worden door de medewerker doorlopen. Om het zo overzichtelijk mogelijk te houden, bevelen wij aan om de gegevens die geheim zijn zo veel mogelijk in één document op te nemen. Je kunt wellicht het collegevoorstel vrij houden van geheime informatie en in een bijlage de geheime informatie opnemen.

4. Aanbevelingen Tot slot bevelen wij de volgende zaken aan: ▪ Gebruik de term ‘geheimhouding’ en niet ‘vertrouwelijk’ of ‘niet-openbaar’;

Om te voorkomen dat er onduidelijkheid bestaat over de status van documenten of het besprokene heeft de term geheimhouding de voorkeur. Deze definitie sluit ook aan bij de wettekst. •

Alle voorstellen tot opleggen van geheimhouding voldoen aan de processtappen onder hoofdstuk 3 van deze notitie;

1. Bepaal welk deel van het document geheim moet blijven. 2. Bepaal welk artikel uit de Gemeentewet en de Wob van toepassing is. 3. Bepaal de duur van de geheimhouding. 4. Pas het collegevoorstel op de geheimhouding aan. 5. Neem in het dictum van het voorstel een tekstblok op over de geheimhouding. 6. Markeer de passages die geheim gehouden moet worden. 7. Noteer op de documenten GEHEIMHOUDING. ▪ ▪

▪

Alle voorstellen tot opleggen van geheimhouding worden vooraf en tijdig voorgelegd aan de juridische consulenten; De raadsgriffie houdt een overzicht bij van alle stukken waarop geheimhouding rust met de termijn tot wanneer de geheimhouding geldt. De wijze van (digitale) registratie en de voortgangscontrole wordt nader bepaald; Geheime stukken worden per bode bezorgd of liggen ter inzage bij de griffie. Verspreid deze stukken nooit digitaal.

9

5. Schema opleggen, bekrachtigen en opheffen en geheimhouding Gemeenteraad Opgelegd door Gemeenteraad College, burgemeester, raadscommissie

Waarop Bekrachtiging Besprokene en nvt stukken Stukken die zij Gemeenteraad Geheimhouding voorleggen

vervalt wanneer de geheimhouding niet bekrachtigd wordt

Opheffing Gemeenteraad

Wetsartikelen Art. 25, lid 1 Gemw.

College, Art. 25, lid 2 ,3 ,4 burgemeester, Gemw. raadscommissie, gemeenteraad

College Opgelegd door College

Waarop Besprokene en stukken

Burgemeester, raadscommissie

Stukken die zij voorleggen

Opheffing College, Gemeenteraad* Burgemeester, raadscommissie, gemeenteraad*

Wetsartikelen Art. 55, lid 1 Gemw. Art. 55, lid 2 Gemw.

* Als het college zich tot de gemeenteraad richt ter zake van het behandelde waarvoor geheimhouding geldt, wordt de geheimhouding in acht genomen totdat de raad haar opheft.

Raadscommissie Opgelegd door Raadscommissie

Waarop Besprokene en stukken

Voorzitter raadscommissie, college, burgemeester

Stukken die zij voorleggen

Opheffing Raadscommissie, Gemeenteraad* Burgemeester, raadscommissie, gemeenteraad*

Wetsartikelen Art. 86, lid 1 Gemw. Art. 86, lid 2 Gemw.

* Als de raadscommissie zich tot de gemeenteraad richt ter zake van het behandelde waarvoor geheimhouding geldt, wordt de geheimhouding in acht genomen totdat de raad haar opheft.

Aanvullende punten ▪ Geheimhouding op het besprokene wordt tijdens de betreffende vergadering opgelegd, ▪

▪

dat kan niet vooraf al geregeld worden; Bekrachtiging moet in de eerstvolgende raadsvergadering plaatsvinden. Die raadsvergadering moet volgens de presentielijst zijn bijgewoond door minstens de helft van het aantal zitting hebbende raadsleden; Opheffing door de gemeenteraad gebeurt in een vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht.

10

6. Wetsartikelen Artikel 25 Gemeentewet 1. De raad kan op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur (Stb. 1991, 703), omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan de raad worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat de raad haar opheft. 2. Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door het college, de burgemeester en een commissie, ieder ten aanzien van de stukken die zij aan de raad of aan leden van de raad overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. 3. De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot geheimhouding met betrekking tot aan de raad overgelegde stukken vervalt, indien de oplegging niet door de raad in zijn eerstvolgende vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht, wordt bekrachtigd. 4.

De krachtens het tweede lid opgelegde verplichting tot geheimhouding met betrekking tot aan leden van de raad overgelegde stukken wordt in acht genomen totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel, indien het stuk waaromtrent geheimhouding is opgelegd aan de raad is voorgelegd, totdat de raad haar opheft. De raad kan deze beslissing alleen nemen in een vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden is bezocht. Artikel 55 Gemeentewet 1. Het college kan op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan het college worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat het college haar opheft. 2. Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door de burgemeester of een commissie, ten aanzien van de stukken die zij aan het college overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt.

De geheimhouding wordt in acht genomen totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel de raad haar opheft. 3. Indien het college zich ter zake van het behandelde waarvoor een verplichting tot geheimhouding geldt tot de raad heeft gericht, wordt de geheimhouding in acht genomen totdat de raad haar opheft. Artikel 60 Gemeentewet 1. De raad kan regelen van welke beslissingen van het college aan de leden van de raad kennisgeving wordt gedaan. Daarbij kan de raad de gevallen bepalen waarin met terinzagelegging kan worden volstaan. 2. Het college laat de kennisgeving of terinzagelegging achterwege voor zover deze in strijd is met het openbaar belang. 3. Het college maakt de besluitenlijst van zijn vergaderingen op de in de gemeente gebruikelijke wijze openbaar. Het college laat de openbaarmaking achterwege voor zover het aangelegenheden betreft ten aanzien waarvan op grond van artikel 55 geheimhouding is opgelegd of ten aanzien waarvan openbaarmaking in strijd is met het openbaar belang.

11

Artikel 86 Gemeentewet 1. Een commissie kan in een besloten vergadering, op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan de commissie worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat de commissie haar opheft. 2. Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door de voorzitter van een commissie, het college en de burgemeester, ieder ten aanzien van stukken die hij aan een commissie overlegt. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. De geheimhouding wordt in acht genomen totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel de raad haar opheft. 3. Indien een commissie zich ter zake van het behandelde waarvoor een verplichting tot geheimhouding geldt tot de raad heeft gericht, wordt de geheimhouding in acht genomen totdat de raad haar opheft. Artikel 10 Wob 1. Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft achterwege voor zover dit: a.

de eenheid van de Kroon in gevaar zou kunnen brengen; b. de veiligheid van de Staat zou kunnen schaden; c. bedrijfs- en fabricagegegevens betreft, die door natuurlijke personen of rechtspersonen vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld; d. persoonsgegevens betreft als bedoeld in de artikelen 9, 10 en 87 van de Algemene verordening gegevensbescherming, tenzij de verstrekking kennelijk geen inbreuk op de persoonlijke levenssfeer maakt. 2. Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft eveneens achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen: a. de betrekkingen van Nederland met andere staten en met internationale organisaties; b. de economische of financiële belangen van de Staat, de andere publiekrechtelijke lichamen of de in artikel 1a, onder c en d, bedoelde bestuursorganen; c. de opsporing en vervolging van strafbare feiten; d. inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen; e. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer; f. het belang, dat de geadresseerde erbij heeft als eerste kennis te kunnen nemen van de informatie; g. het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden. 3. Het tweede lid, aanhef en onder e, is niet van toepassing voorzover de betrokken persoon heeft ingestemd met openbaarmaking. 4.

Het eerste lid, aanhef en onder c en d, het tweede lid, aanhef en onder e, en het zevende lid, aanhef en onder a, zijn niet van toepassing voorzover het milieu-informatie betreft die betrekking heeft op emissies in het milieu. Voorts blijft in afwijking van het eerste lid, aanhef en onder c, het verstrekken van milieu-informatie uitsluitend achterwege voorzover het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen het daar genoemde belang. 5. Het tweede lid, aanhef en onder b, is van toepassing op het verstrekken van milieuinformatie voor zover deze handelingen betreft met een vertrouwelijk karakter. 6. Het tweede lid, aanhef en onder g, is niet van toepassing op het verstrekken van milieuinformatie.

12

7.

8.

Het verstrekken van milieu-informatie ingevolge deze wet blijft eveneens achterwege voorzover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen: a. de bescherming van het milieu waarop deze informatie betrekking heeft; b. de beveiliging van bedrijven en het voorkomen van sabotage. Voorzover het vierde lid, eerste volzin, niet van toepassing is, wordt bij het toepassen van het eerste, tweede en zevende lid op milieu-informatie in aanmerking genomen of deze informatie betrekking heeft op emissies in het milieu.

Artikel 11 Wob 1. In geval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, wordt geen informatie verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen. 2. Over persoonlijke beleidsopvattingen kan met het oog op een goede en democratische bestuursvoering informatie worden verstrekt in niet tot personen herleidbare vorm. Indien degene die deze opvattingen heeft geuit of zich erachter heeft gesteld, daarmee heeft ingestemd, kan de informatie in tot personen herleidbare vorm worden verstrekt. 3. Met betrekking tot adviezen van een ambtelijke of gemengd samengestelde adviescommissie kan het verstrekken van informatie over de daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen plaatsvinden, indien het voornemen daartoe door het bestuursorgaan dat het rechtstreeks aangaat aan de leden van de adviescommissie voor de aanvang van hun werkzaamheden kenbaar is gemaakt. 4. In afwijking van het eerste lid wordt bij milieu-informatie het belang van de bescherming van de persoonlijke beleidsopvattingen afgewogen tegen het belang van openbaarmaking. Informatie over persoonlijke beleidsopvattingen kan worden verstrekt in niet tot personen herleidbare vorm. Het tweede lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12455009/1