AP 6b. Bijlage Conc. Raadsvst. Koersplan onderwijshuisvesting gemeente Nunspeet
Tekst van het document
Raadsvoorstel 21734 Agendapunt: Nummer: Datum college: Raadsvergadering: Commissie Datum commissie: Portefeuillehouder: Onderwerp:
<Agendapunt> <Nummer> 25 april 2023 1 juni 2023 Maatschappij en Middelen 11 mei 2023 J.M. Elskamp Koersplan onderwijshuisvesting gemeente Nunspeet
Voorstel • Het Koersplan onderwijshuisvesting gemeente Nunspeet met het geformuleerde, financiële kader als maximum vaststellen; • Het dekkingsvoorstel voor de niet-gedekte kapitaallasten verwerken in de Programmabegroting 2024-2027.
Geachte raad, Inleiding Hierbij wordt u het nieuwe Koersplan onderwijshuisvesting gemeente Nunspeet aangeboden. Dit koersplan vormt de opvolger van het Strategisch Huisvestingsplan (SHP) dat de gemeenteraad in maart 2017 heeft vastgesteld. Aanvankelijk was het de bedoeling een herijking van het oude plan op te stellen. Geconcludeerd is dat dit niet wenselijk is om een tweetal redenen. Enerzijds ontbreekt een aantal scholen in het vorige plan. Waar in het vorige plan schoolbesturen hebben aangegeven ‘tevreden’ te zijn met hun gebouw, blijken er nu in het kader van bijvoorbeeld verduurzaming noodzakelijke aanpassingen nodig in deze scholen. Anderzijds is er sprake van gemeentelijke en (school)bestuurlijke herziening van uitgangspunten als gevolg van o.a. onderwijskundige en maatschappelijke ontwikkelingen (o.a. inclusiviteit, passend onderwijs, relatie onderwijs – jeugdzorg). Dit alles leidt ertoe dat gesproken wordt over een (nieuw) Koersplan Onderwijshuisvesting. Adviesbureau HEMM is na de zomervakantie gestart met de opdracht en heeft alle Nunspeetse schoolbesturen gesproken. Daarnaast is ambtelijk en bestuurlijk met de gemeente gesproken over de gemeentelijke visie en doelstellingen met betrekking tot onderwijshuisvesting en de uitkomsten van de gesprekken met de schoolbesturen. Op basis van deze gesprekken heeft HEMM het conceptrapport opgesteld, dat op 31 januari jl.
gepresenteerd is in het college. Ook op 31 januari jl. is het conceptrapport in het Bestuurlijk Overleg – het overleg van de gemeente met de schoolbesturen – gepresenteerd door HEMM en besproken. Naar aanleiding hiervan zijn de schoolbesturen en het college in de gelegenheid gesteld een bestuurlijke reactie te geven op het conceptrapport. Deze reacties zijn verwerkt in het conceptplan en hebben geleid tot het voorliggende Koersplan Onderwijshuisvesting gemeente Nunspeet. Dit plan is in het zogenaamde op overeenstemming gericht overleg (OOGO), een verplichting op basis van de lokale verordening onderwijshuisvesting, door schoolbesturen en gemeente besproken op 28 maart jl. In dit OOGO hebben de schoolbesturen ingestemd met het koersplan, waarna ons college het
-2-
koersplan voorlopig vastgesteld heeft. Het koersplan wordt nu aan uw commissie voorgelegd met het advies de gemeenteraad voor te stellen het koersplan vast te stellen. Het voorliggende Koersplan gaat uit van een viertal fasen: fase 1: 2023-2026 fase 2: 2027-2030 fase 3 en 4: 2031-2038 Fase 1 bestaat uit: • 3 (ver)nieuwbouwprojecten • 1 renovatieproject • 8 upgradings-/verduurzamingsprojecten De (ver)nieuwbouwprojecten zijn 2 projecten die ook in het vorige SHP stonden, te weten nieuwbouw Juniorcollege en IKC Nunspeet Oost. Het derde project – vernieuwbouw - houdt verband met een ontwikkeling binnen het speciaal onderwijs. In het vorige SHP werd voor SBO De Arend en SO De Wingerd (stichting EduCare) uitgegaan van deelname in IKC Nunspeet Oost. Voor de Verschoorschool (Stichting Volare) werd uitgegaan van een verduurzamingsopgave. Stichting Educare heeft in de ontwikkelingsfase van de vorming van IKC Nunspeet Oost besloten af te zien van deelname in IKC Nunspeet Oost. Hierdoor zouden zij voor zowel het speciaal basisonderwijs als het speciaal onderwijs terugvallen op hun huidige locatie aan de Oosterlaan. Voor de Verschoorschool is de (aanvullende) huur van ruimte in het Boschhuis opgezegd. Hierdoor is een (niet-voorziene) verbouw-/nieuwbouwopgave voor deze school ontstaan.
In het kader van het creëren van ruimte voor voorbereiding en planvorming is gekozen voor tijdelijke huisvesting in de vorm van units nabij de Verschoorschool. Beide scholen hebben onlangs aangegeven samen verder te willen in een gezamenlijke voorziening ten behoeve van het verder positioneren van speciaal onderwijs in de regio. Zij zijn op dit moment bezig met de visieontwikkeling. Het renovatieproject betreft het openbaar onderwijs. Openbaar onderwijs wordt in Nunspeet aangeboden door de Eerste Veluwse Montessorischool. De school is gevestigd aan de Arthur Briëtstraat. De basisschool wordt tegenwoordig bestuurd en beheerd door Aurora Onderwijsgroep te Nunspeet. Aurora heeft enkele jaren geleden de basisschool overgenomen van het toenmalige algemeen bijzondere schoolbestuur Stichting Monton. Met deze overname is ook besloten de voormalige openbare basisschool De Schakel samen te laten gaan met de Montessorischool. Hierdoor is de Montessorischool nu de enige openbare basisschool in Nunspeet. In het vorige huisvestingsplan zou het openbaar onderwijs onderdeel worden van het nieuw te bouwen IKC Nunspeet Oost. Bestuurlijk is echter destijds besloten niet mee te gaan in deze ontwikkeling; het toenmalige schoolbestuur wenste als solitaire school – destijds nog de openbare basisschool De Schakel - verder te gaan in Nunspeet. Dit standpunt wordt nog steeds gehuldigd door Aurora.
Qua ruimte is het huidige schoolgebouw ruim genoeg voor het aantal leerlingen van het openbaar onderwijs, verdere groei van het openbaar onderwijs in het gebouw is mogelijk. Echter de technische staat van onderhoud maakt renovatie van het reeds erg oude schoolgebouw noodzakelijk.
-3-
De acht upgradings-/verduurzamingsprojecten zijn er meer dan in het vorige SHP. In het vorige SHP waren de St. Franciscus, ds. C. de Riddderschool, ds. A. van Stuijvenberghschool, prinses Beatrixschool en de Eben Haëzer. Ten aanzien van verduurzaming/upgrading zijn de volgende scholen toegevoegd: CNS Immanuël, CNS Da Costa en CNS De Bron. Door de woningbouw in Nunspeet Noord (Molenbeek en toekomstig ’t Hul Noord) is de noodzaak ontstaan om bij De Bron eerder maatregelen te nemen dan gepland in het oude SHP. Hiervoor heeft in 2021 een tussentijdse evaluatie plaatsgevonden. Het nieuwe uitgangspunt voor de huisvesting is nieuwbouw in Nunspeet Noord én verduurzaming van de hoofdlocatie CNS De Bron. Voor Nunspeet West (CNS Immanuël en CNS Da Costa) wordt eerst ingezet op verduurzaming en op termijn op vernieuwing/nieuwbouw. CNS is reeds samen met SKN bezig met planvorming voor de toekomstige positionering van beide basisscholen en de kinderopvang in dit deel van Nunspeet. Fase 2 bevat 1 project uit het oude SHP: aanpak CNS De Bron (Nunspeet Noord) en 2 nieuwe projecten. Aanpak CNS De Bron was in het oude SHP onder de noemer ‘ontwikkeling Centrum’ opgenomen. Het project houdt verband met de groei van leerlingen in Nunspeet Noord.
Door de ontwikkeling van plan Molenbeek en de voorgenomen ontwikkeling van ’t Hul Noord wordt de druk op de huidige onderwijshuisvesting in Nunspeet Noord (CNS De Bron) steeds groter. De school kampt inmiddels met ruimtetekort (pagina 17 Koersplan) en dit zal door de woningbouwontwikkelingen verder toenemen. Door deze ontwikkelingen is uitbreiding van onderwijshuisvesting nodig. Uitbreiding op bestaande locaties is niet mogelijk. Locatie van de nieuwbouw is een aandachtspunt bij de woningbouwontwikkelingen. In het stedenbouwkundig plan voor de verdere ontwikkeling van ’t Hul Noord is reeds een locatie opgenomen voor de realisering van een nieuwe onderwijsvoorziening. Ten opzichte van het vorige SHP krijgt het Koersplan een uitbreiding op de volgende onderwerpen: • Florion vereniging voor gereformeerd primair onderwijs uit Zwolle is in 2021 gestart met een nieuwe school in Nunspeet (Aventurijn). Deze ontwikkeling vormde geen onderdeel van het oude SHP. In het nieuwe Koersplan Onderwijshuisvesting krijgen zij een plek in fase 2 omdat de nieuwe basisschool haar bestaansrecht de komende jaren moet waarmaken (conform wetgeving dient de basisschool binnen 5 jaar meer dan 200 leerlingen te hebben). Omvang en locatie vormen op termijn onderwerp van gesprek met het schoolbestuur van de Aventurijn. • In het vorige plan heeft het reformatorisch basisonderwijs (ds. C.
De Ridderschool en ds. A. van Stuyvenbergschool) aangegeven tevreden te zijn met hun huidige gebouwen. Deze stellingname is destijds overgenomen in het huisvestingsplan met daaraan gekoppeld een verduurzamingsslag. In het nieuwe plan wordt geconstateerd dat beide reformatorische scholen qua duurzaamheid en technische kwaliteit te wensen overlaten. Alleen verduurzamen gaat niet de gewenste huisvestingskwaliteit brengen voor een toekomstbestendige oplossing. Voor het reformatorisch onderwijs worden in het koersplan 2 scenario’s aangedragen: de huidige scholen gaan samen als 1 school (unilocatie) of er blijven 2 separate scholen. Het schoolbestuur is bezig met het ontwikkelen van een strategisch perspectief en een verkenning van (draagvlak voor) deze scenario’s. Op basis hiervan vindt verder overleg plaats over de optimalisering van de huisvesting van het reformatorisch onderwijs in Nunspeet.
-4-
Fasen 3 en 4 omvatten de renovatie of (ver)nieuwbouw van de scholen die in fase 1 gepland staan voor verduurzaming. De verduurzaming zorgt ervoor dat de gebouwen de komende 10 tot 15 jaar verantwoord in stand kunnen worden gehouden door de schoolbesturen. Daarna is een grootschaliger aanpak nodig. Omdat het in de praktijk niet mogelijk (en nodig) is om deze projecten gelijktijdig in ontwikkeling te brengen, is fasering van deze projecten noodzakelijk. Daarom is in dit Koersplan de planning voor de fasen 3 en 4 niet gespecificeerd naar afzonderlijke scholen. In het kader van een periodieke actualisering van het koersplan zal t.z.t. een verdere planning worden opgesteld op basis van analyse van de dan aan de orde zijnde huisvestingssituatie van de verschillende scholen. Overige aandachtspunten Naar aanleiding van het eerdere conceptplan heeft de gemeente een aantal bestuurlijke opmerkingen gemaakt. Deze opmerkingen hebben vooral betrekking op de voorwaarden die de gemeente aan de uitvoering van het Koersplan stelt: • Het openbaar onderwijs i.c. Aurora Onderwijsgroep doet een oproep aan de andere schoolbesturen mee te werken aan een versterking van het openbaar onderwijs in Nunspeet. De oproep komt erop neer dat Aurora aan de overige schoolbesturen vraagt mee te werken aan (huisvestings)randvoorwaarden om groei in het openbaar onderwijs mogelijk te maken.
Dit betekent concreet dat het openbaar onderwijs in de vernieuwing van haar huisvesting meer onderwijshuisvesting vraagt dan waarop ze op basis van de leerlingenprognoses recht heeft. Dit appel wordt gedaan om daarmee goede ruimtelijke randvoorwaarden te creëren voor verdere groei van het openbaar onderwijs in Nunspeet. Dit zal echter ten laste van de overige scholen moeten worden gerealiseerd. Dit appel vraagt commitment van de andere schoolbesturen en een mede door de overige schoolbesturen gedragen visie op het openbaar onderwijs. Het Koersplan bevat een bestuurlijke opdracht waarin, mede in lijn met de opmerkingen over het openbaar onderwijs in het collegeakkoord, deze oproep geconcretiseerd moet worden door het gezamenlijk onderwijsveld. Het onderwijsveld dient duidelijkheid te geven over deze oproep van Aurora inzake een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de instandhouding van voldoende openbaar onderwijs in de gemeente. Dit betekent voor de gemeente dat de afronding van deze opdracht voorwaardelijk is voor de start van de optimalisering van de huisvesting van het openbaar onderwijs. • Educare en Volare, schoolbesturen van het speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs in Nunspeet hebben aangegeven dat zij met elkaar in een proces zitten om te komen tot een regionale herstructurering van het (V)SO en SBO.
Hierbij wordt bekeken wat de gewenste inrichting van het scholenlandschap is over de gemeenten Harderwijk en Nunspeet. De voorlopige plannen van Educare en Volare hebben betrekking op de vorming van een ‘Integraal Kind en Educatiecentrum’ (IKEC) voor (V)SO en SBO in zowel Harderwijk als Nunspeet. Deze plannen betekenen een koerswijziging ten opzichte van het vorige huisvestingsplan. Om voor deze wijziging een breed draagkracht te garanderen, is een bestuurlijke opdracht tot visievorming op inclusief onderwijs in het koersplan opgenomen. Dit betekent dat de afronding van deze opdracht voorwaardelijk is voor de start van de optimalisering van de huisvesting van het speciaal basisonderwijs (SBO De Arend) en speciaal onderwijs (De Wingerd en de Verschoorschool). • In het koersplan is voor meerdere scholen renovatie of nieuwbouw als solitair gebouw opgenomen terwijl ook de lijn van IKC-vorming in het plan staat opgenomen. In het Koersplan is een bestuurlijke opdracht tot visievorming op IKC-vorming in het koersplan
-5-
opgenomen e.e.a. in lijn met de Lokale Educatieve Agenda (LEA) en de gezamenlijke – gemeente, schoolbesturen, kinderopvangorganisaties – belofte aan het Nunspeetse kind. Op grond van geldende wet- en regelgeving ligt het bouwheerschap voor onderwijshuisvesting bij de schoolbesturen. In overleg met de gemeente kan hiervan worden afgeweken en kan het bouwheerschap bij de gemeente worden belegd. Gezien de grote opgave voor de toekomst is in het Koersplan de wettelijke lijn (bouwheerschap bij het schoolbestuur) vastgelegd. Per project zal conform de regelgeving hierover nader overleg plaatsvinden tussen de gemeente en de schoolbesturen. Uitkomsten OOGO In de vergadering van het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) van 28 maart jl. is het Koersplan besproken. Meerdere schoolbesturen is specifiek gesproken over de opgenomen cofinanciering door schoolbesturen in het Koersplan. Vanuit de gemeente is aangegeven dat zij vast wil houden aan de gezamenlijke verantwoordelijkheid en daarmee aan de cofinanciering door schoolbesturen. Daarbij wordt gehecht aan een helder, uniform uitgangspunt voor de cofinanciering. Naar aanleiding van deze bespreking spreken de schoolbesturen de intentie tot cofinanciering uit in de lijn van de uitgangspunten zoals genoemd in het Koersplan.
Wel is er afgesproken wanneer er zwaarwegende argumenten zijn en/of zich onvoorziene omstandigheden voordoen met betrekking tot het bedrag van de cofinanciering, gaan de gemeente en het schoolbestuur vanuit vertrouwen met elkaar in gesprek over mogelijke oplossingsrichtingen. Indien nodig vindt er – vanuit volledige transparantie – overleg plaats in het OOGO over een aanpassing van de eigen bijdrage en de consequenties daarvan voor de fasering van het Koersplan. Indien noodzakelijk kan een mogelijke oplossingsrichting zijn dat de schoolbestuurlijke cofinanciering wordt voorgefinancierd door de gemeente. De cofinanciering zal dan gedurende de afschrijvingstermijn van de renovatie of (ver)nieuwbouw minimaal jaarlijks in rekening worden gebracht. Financiële toelichting In het Koersplan is een financieel overzicht onderwijs en een financieel overzicht kinderopvang opgenomen (pagina’s 81 en 82). Dit onderscheid is aangebracht vanuit de gedachte dat huisvesting voor kinderopvang geen gemeentelijke verantwoordelijkheid is. Kinderopvang wordt aangemerkt als een commerciële activiteit die voor zijn eigen huisvesting moet zorgen. In dit Koersplan wordt daarom de huisvesting van kinderopvang budgettair neutraal opgenomen.
Concreet betekent dit dat de gemeente wel in beginsel de investering (als onderdeel van een totaal gebouw/IKC) financiert, maar dat de kapitaallasten hiervan, alsmede verzekeringen en belastingen voor dit deel (als onderdeel van een kostendekkende huur) bij de kinderopvangorganisatie in rekening worden gebracht door de school. De school draagt dit deel van de huur over naar de gemeente. Het risico bestaat dat op enig moment de kinderopvangorganisaties niet aan hun financiële verplichtingen kunnen voldoen. Om dit risico zoveel mogelijk te beperken worden de volgende maatregelen genomen: • Voordat wordt overgegaan tot investering in huisvesting voor kinderopvang, vinden gesprekken plaats met de kinderopvangorganisaties over hun financiële positie. Hierbij wordt nagegaan in hoeverre de organisaties financieel in staat zijn de (kapitaal)lasten van nieuwbouw te dragen;
-6-
•
Met de kinderopvangorganisaties worden langjarige huurovereenkomsten afgesloten. Een gebruikelijke termijn is 10 jaar.
Bovengenoemde maatregelen vormen geen garantie dat de kinderopvangorganisaties aan hun verplichtingen kunnen blijven voldoen. Wel geven zij enig inzicht in de financiële solvabiliteit en mogelijkheden. Daarnaast zijn er kabinetsplannen om de kinderopvang met ingang van 1 januari 2025 bijna gratis te maken. Ouders gaan 4% van de kosten als eigen bijdrage betalen ongeacht hun inkomen. Verondersteld wordt dat door deze ontwikkeling de vraag naar kinderopvang verder zal toenemen. Dit zal naar verwachting (positieve) gevolgen hebben voor de bezetting van de kinderopvang en daarmee leiden tot een verdere (financiële) versteviging van de opvangorganisaties. De begrote, totale stichtingskosten in fase 1 (2023-2026) voor onderwijs en kinderopvang gezamenlijk bedragen op basis van het Koersplan € 16,6 miljoen. Uitgaande van bovengenoemde budgettaire neutraliteit voor kinderopvang en ook voorgestelde eigen bijdragen van schoolbesturen bedraagt het gemeentelijke aandeel in deze stichtingskosten circa € 11,7 miljoen, prijspeil 2023 (stichtingskosten zijn de bouw- en installatiekosten, bijkomende kosten en btw): Totale stichtingskosten fase 1 Dekking kinderopvang Bijdrage schoolbesturen Begrote subsidies duurzaamheid Gemeentelijke aandeel
€ 16,6 miljoen € 2,2 miljoen -/€ 1,95 miljoen -/€ 0,75 miljoen -/€ 11,7 miljoen
In de berekening van de stichtingsbudgetten is gerekend met de VNG-normvergoedingen en de vaste startbedragen. Op basis van de ontwikkelingen in de bouwkosten is bij de berekening van de budgetten tevens rekening gehouden met een opslag van 20%. Deze opslag is bedoeld om stijgende bouwkosten op te vangen en functioneert daarmee als een post ‘onvoorzien’. In sommige situaties kan het voorkomen dat ook niet-schoolgebouw gerelateerde investeringen noodzakelijk zijn. Denk hierbij aan de ontwikkelingen rond IKC Nunspeet Oost en de aangenomen motie bij het bestemmingsplan over een verkeersplan. De kosten van de uitwerking van een verkeersplan zijn ‘bijkomende kosten’. Dergelijke kosten zijn in principe niet verdisconteerd in de stichtingsbudgetten. Uiteraard zal geprobeerd worden de bijkomende kosten in eerste instantie op te vangen binnen de stichtingsbudgetten. Mocht dit niet lukken dan zullen voor de uitvoering en financiële dekking van dergelijke kosten afzonderlijke voorstellen aan uw college en gemeenteraad worden voorgelegd. Zoals hierboven aangegeven zijn in het Koersplan vanuit de kinderopvang en schoolbesturen eigen bijdragen/cofinanciering verwerkt. Kinderopvang is een commerciële activiteit. De huisvesting hiervan is geen gemeentelijke taak. De huisvesting kinderopvang is daarom in het Koersplan voor de gemeente budgettair neutraal geraamd.
De bijdragen vanuit de schoolbesturen zijn gebaseerd op de (Rijks)vergoedingen die schoolbesturen ontvangen voor het onderhoud van de gebouwen. Bij renovatie en (ver)nieuwbouw zal de school voor renovatie/(ver)nieuwbouw geen (onnodig) groot onderhoud meer uitvoeren. Ook in de jaren na realisatie zullen de eerste jaren de onderhoudskosten laag zijn. Dit rechtvaardigt de vraag om een bijdrage van schoolbesturen en past in lijn van (aankomende) wetgeving. In de achterliggende tijd zijn er meerdere subsidieregelingen met betrekking tot verduurzaming
-7-
gebouwen beschikbaar geweest. Verwacht wordt dat deze regelingen ook de komende tijd beschikbaar komen of blijven. Uitgaande van de maximale kapitaallasten op het gemeentelijke aandeel in jaar 2026 bedragen deze totaal afgerond € 415.000,-. Deze lasten hebben betrekking op de (volgens planning) afgeronde projecten per 2026. Volgens het Koersplan worden 2 projecten (De Ontdekking en (V)SO & SBO) uit de eerste fase afgerond in 2027 resp. 2028. In de huidige Programmabegroting 2023-2026 zijn de volgende, structurele dekkingsmiddelen beschikbaar: • Nieuw beleid € 315.000,• Vrijvallende budgetten € 285.000,- (budgetten huurkosten huisvesting) • Inzet reserve Nuon € 125.000,Totaal € 725.000,Uit deze vergelijking blijkt dat de kapitaallasten van de afgeronde projecten in fase 1 passen binnen de beschikbare structurele dekkingsmiddelen. Over de jaren 2023-2026 zit er ruimte tussen de beschikbare en benodigde dekkingsmiddelen. Uitgaande van de investeringsplanning in het Koersplan kan er over deze jaren € 2,1 miljoen worden gespaard. Deze middelen kunnen worden gestort in de in 2022 ingestelde reserve Onderwijshuisvesting. De totale investering van het gemeentelijke deel in duurzaamheidsmaatregelen (inclusief rentelasten o.b.v. percentage 2023) bedraagt € 920.000,-.
De reserve Precario is door de gemeenteraad voor afgerond € 4,8 miljoen (de halve reserve) gelabeld voor duurzaamheidsprojecten. Het andere deel van deze reserve (€ 4,8 miljoen) is nog vrij besteedbaar. Geadviseerd wordt de kapitaallasten van de duurzaamheidsmaatregelen te dekken uit het vrij besteedbare deel van de reserve Precario. In het Koersplan wordt verondersteld dat voor de duurzaamheidsmaatregelen subsidiemogelijkheden beschikbaar zijn op het moment dat de werkzaamheden worden gestart. Mochten deze mogelijkheden alsnog niet beschikbaar zijn, dan stijgt het gemeentelijke deel in de investering in duurzaamheidsmaatregelen (inclusief rentelasten o.b.v. percentage 2023) naar € 1,7 miljoen. In het verleden zijn de SUVIS-regeling en de DUMAVA-regeling beschikbaar gesteld als subsidiebronnen voor o.a. onderwijshuisvesting. Op dit moment is een nieuwe DUMAVAregeling in voorbereiding. Gezien het risico dat de subsidiemogelijkheden op het moment van start van de werkzaamheden toch niet beschikbaar zijn (de vorige DUMAVA-subsidiepot was binnen een halve dag volledig beschikt) en vanuit voorzichtigheid wordt voorgesteld ook voor het subsidiabele deel vooralsnog dekking beschikbaar te stellen uit de reserve Precario. Mochten de subsidiemogelijkheden wel beschikbaar zijn, dan zal de onttrekking aan de reserve Precario lager zijn.
Door de oplopende investeringsplanning hebben de kapitaallasten ook een oplopende lijn. Als de verduurzamingsmaatregelen gedekt worden uit de reserve Precario, stijgen de kapitaallasten van € 90.000,- in 2025 naar € 1.830.000,- in 2039. Hier zijn de kapitaallasten aan het eind van fase 4 (2039) op hun hoogtepunt. Om de financiële dekking wel geleidelijk te laten verlopen, zijn de kapitaallasten op over de jaren 2025-2039 gemiddeld. Uitgaande van de planning in het Koersplan bedraagt de gemiddelde kapitaallast € 1.024.000,-. Afgezet tegen de beschikbare, structurele dekking (€ 725.000,-) bedraagt het gemiddelde tekort € 299.000,-
-8-
Gemiddelde kapitaallast t/m 2039 Beschikbare dekking: huidige middelen Saldo tekort
€ 1.024.000,€ €
725.000,- -/299.000,-
Over de jaren 2021-2023 kan de vrijvallende dekking gestort worden in de reserve Onderwijshuisvesting. Over boekjaar 2021 is € 154.000,- gestort in de reserve. Over de jaren 2022 en 2023 kan € 600.000,- per jaar gestort worden (omdat € 125.000,- uit de structurele dekking al in de reserve Nuon zit). Dit betekent per einde 2023 een reserve Onderwijshuisvesting van € 1.354.000,-. Bij een inzet over 40 jaar (afschrijvingstermijn nieuwbouw) betekent dit een jaarlijkse dekking (vanaf 2031) van € 33.750,-. Ter dekking van het resterende tekort wordt geadviseerd de gemeenteraad een geleidelijke stijging van de Onroerend Zaakbelasting (OZB) voor te stellen. 1% OZB komt overeen met afgerond € 62.500,-. Om per saldo over de jaren 2024-2039 een sluitende dekking te krijgen, moet de OZB over de jaren 2024-2029 per jaar met 1% worden verhoogd. Hiermee wordt de volgende dekking van het gemiddeld jaarlijkse tekort gerealiseerd: Gemiddeld tekort 2024-2039 Gemiddelde jaarlijkse onttrekking reserve onderwijshuisvesting 2024-2039 Gemiddelde effect OZB stijging 2024-2039 Gemiddeld (positief) saldo per jaar 2024-2039 2024
€ 299.000,€ 19.000,€ 316.000,€ 36.000,-
2026 351.000 -725.000
2027 418.000 -725.000
2028 695.000 -725.000
2029 896.000 -725.000
2030 1.112.000 -725.000
2032
2033
2034
2035
2039
2043
0 -725.000
2025 91.000 -725.000
2031
Kapitaallasten Beschikbare dekking Onttrekking reserve onderwijshuisvesting (OWH) Saldo
1.155.000
1.148.000
1.141.000
1.271.000
1.495.000
1.803.000
1.759.000
-725.000
-725.000
-725.000
-725.000
-725.000
-725.000
-725.000
0 -725.000
0 -634.000
0 -374.000
0 -307.000
0 -30.000
0 171.000
-3.625 383.375
-33.750 396.250
-33.750 389.250
-33.750 382.250
-33.750 512.250
-33.750 736.250
-33.750 1.044.250
-33.750 1.000.250
Verhoging OZB (jaarlijks 1%) Verevening via reserve OWH
-62.500 -787.500
-125.000 -759.000
-187.500 -561.500
-250.000 -557.000
-312.500 -342.500
-375.000 -204.000
-375.000 8.375
-375.000 21.250
-375.000 14.250
-375.000 7.250
-375.000 137.250
-375.000 361.250
-375.000 669.250
-375.000 625.250
Doordat in de jaren 2024-2030 niet of bijna niet aan de reserve Onderwijshuisvesting wordt onttrokken, komt de gemiddelde onttrekking uit op € 19.000,-. Ditzelfde effect is er bij de OZBstijging: het structurele effect bedraagt € 375.000,- maar in de eerste jaren is het effect lager (€ 62.500,- oplopend naar € 375.000,-) waardoor het gemiddelde op € 316.000,- uitkomt. De voorgestelde OZB-verhoging (2024-2029) heeft een langere scope dan de nieuwe Programmabegroting 2024-2027. Deze langere scope wordt voorgesteld om de volgende redenen: • De onderwijshuisvesting in Nunspeet is verouderd. In het verleden lag de nadruk op conserveren en niet op vernieuwen. Dit heeft geleid tot een veroudering van de portefeuille en daarmee op een dreigend stuwmeer aan (ver)nieuwbouw. Om dit stuwmeer te voorkomen is een gefaseerde aanpak en vernieuwing van de huisvestingsportefeuille noodzakelijk. • Het regelen van een dekking binnen de scope van de komende Programmabegroting (20242027) leidt ertoe dat per jaar hogere OZB-stijgingen noodzakelijk zijn om dit plan in deze vorm uit te voeren. Omdat er nu nog geen zicht is op de financiële effecten op de totale begroting, is er ook nog geen zicht op de noodzaak van aanvullende OZB-verhogingen. • Gezien de reeds beschikbare dekkingsmiddelen voor onderwijshuisvesting is het mogelijk de voorgestelde OZB-verhoging beperkt te houden.
Tevens maken de reeds beschikbare
-9-
middelen ten opzichte van de planning in het Koersplan een geleidelijke opbouw in de OZBverhoging mogelijk. Met andere woorden: met (relatief) geringe verhogingen (1% per jaar) over een langere looptijd (6 jaar) blijven de kapitaallasten betaalbaar. Risico’s Na vaststelling van het Koersplan worden bij de uitvoering ervan de volgende risico’s onderkend: Stijging bouwkosten De bouwkosten zijn berekend op basis van kengetallen van 2022/2023. Het gaat hierbij om de VNG normvergoeding BENG (bijna energie neutraal; gebouwgebonden energie duurzaam opwekken). Omdat uit ervaring blijkt dat deze normvergoeding niet in lijn ligt met de marktprijzen is een opslag van 20% gehanteerd voor het bepalen van de stichtingskosten. Voor de stap van BENG naar ENG (energieneutraal; alle energie duurzaam opwekken) wordt een opslag van € 150,- per m2 gehanteerd. Wat in de toekomst de ontwikkeling van de bouwkosten wordt, is niet bekend en niet te voorspellen. Vertraging door bezwaarprocedures In sommige gevallen zal nieuwbouw niet plaats kunnen vinden op de huidige locatie. Bij een nieuwe locatie kan sprake zijn van een bestemmingsplanprocedure met het risico op vertragingen door bezwaren van belanghebbenden. Huisvesting kinderopvang De huisvesting van kinderopvang is geen gemeentelijke taak. Kinderopvangorganisaties moeten hun eigen huisvesting financieren.
Bij IKC-vorming zal kinderopvang een integraal onderdeel uitmaken van het huisvestingsconcept. Vaak zal de gemeente de huisvesting voor kinderopvang voorfinancieren omdat dergelijke organisaties vaak de eigen financiering van huisvesting niet rondkrijgen. De gemeente loopt daarmee het risico dat kinderopvangorganisaties op enig moment niet aan hun financiële verplichtingen kunnen voldoen en de gemeente blijft zitten met ongedekte kapitaallasten. Eigen bijdrage scholen Het Koersplan gaat uit van gezamenlijke verantwoordelijkheid en doet daarmee ook een financieel beroep op de schoolbesturen. De schoolbesturen hebben aangegeven bereid te zijn deze financiële verantwoordelijkheid op zich te nemen. Tegelijkertijd zetten zij kanttekeningen bij de beschreven hoogte van hun bijdragen. Hiermee loopt de gemeente het risico dat schoolbesturen niet aan deze verplichting kunnen voldoen. Dit kan gevolgen hebben voor de fasering van het Koersplan (temporiseren door minder beschikbare middelen) of voor de gemeentelijke bijdrage in projecten. Tijdelijke huisvesting Het Koersplan gaat uit van de mogelijkheid leegstaande schoolgebouwen in te kunnen zetten op het moment dat een school wordt gerenoveerd of ver(nieuw)bouwd. Dit houdt een risico in zich op het moment binnen de gemeente geen leegstaande schoolgebouwen beschikbaar zijn.
In dat geval zal er mogelijk tijdelijke huisvesting moeten worden geregeld. Dit kan een forse, financiële impact hebben.
- 10 -
Evaluatie Het koersplan heeft een planning van 4 fasen. Deze fasen lopen door tot 2038. Door diverse ontwikkelingen zoals leerlingaantallen, bouwkosten en resultaten uit de bestuursopdrachten is het wenselijk een dergelijk plan periodiek te herijken. In het Koersplan is opgenomen dat de visie en beleidsuitgangspunten over vier jaar worden herijkt. Standpunt commissie Dit onderwerp is in de commissie Maatschappij en Middelen tijdens haar vergadering van … aan de orde geweest. Bijlage(n) − Koersplan onderwijshuisvesting gemeente Nunspeet. FTC
Burgemeester en wethouders van Nunspeet, de secretaris, de burgemeester, mr. A. Heijkamp
C.W.J. Blom