AP 6b. Bijlage Bestemmingsplan Rietenweg-Hullerweg
Tekst van het document
Rietenweg-Hullerweg
bestemmingsplan Rietenweg-Hullerweg
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Geldend bestemmingsplan 1.5 Leeswijzer
6 6 6 7 7 9
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Beschrijving huidige situatie 2.2 Beschrijving toekomstige situatie 2.3 Verkeer en parkeren
10 10 12 14
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid
15 15 17 19
Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Geluid 4.2 Bodem 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Externe veiligheid 4.5 Bedrijven en milieuzonering 4.6 Geur 4.7 Ecologie 4.8 Archeologie & Cultuurhistorie 4.9 Besluit milieueffectrapportage 4.10 Water
26 26 27 27 28 30 33 34 36 37 38
Hoofdstuk 5 Juridische aspecten en planverantwoording 5.1 Inleiding 5.2 Opbouw van de regels 5.3 Bestemmingen
41 41 41 42
Hoofdstuk 6
44
Economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7 Vooroverleg, inspraak en zienswijzen 7.1 Vooroverleg 7.2 Inspraak en burgerparticipatie
45 45 45
Bijlagen bij de toelichting
47
Bijlage 1
Landschappelijk inpassingsplan
48
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek
50
Bijlage 3
Geuronderzoek
102
Bijlage 4
Stikstofonderzoek
125
Bijlage 5
Quickscan natuurwaardenonderzoek
150
Bijlage 6
Archeologisch adviesdocument
187
Bijlage 7
Watertoets
191
2
Inhoudsopgave (vastgesteld)
bestemmingsplan Rietenweg-Hullerweg
Regels
199
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
200 200 205
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Bestemmingsregels Agrarisch Wonen Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3 Waarde - Overgangszone
206 206 209 216 218 220
Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
Algemene regels Antidubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
221 221 222 223 224 226 227
Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
229 229 230
Bijlagen bij regels
231
Bijlage 1
Bedrijvenlijst
232
Bijlage 2
Sloopopgave
234
Bijlage 3
Landschappelijke inpassing
236
Bijlage 4
Cultuurhistorische waarden en landschapstype
238
Inhoudsopgave (vastgesteld)
3
bestemmingsplan Rietenweg-Hullerweg
4
(vastgesteld)
bestemmingsplan Rietenweg-Hullerweg
Toelichting
Toelichting (vastgesteld)
5
bestemmingsplan Rietenweg-Hullerweg
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Voorliggend bestemmingsplan heeft betrekking op de percelen gelegen aan de Rietenweg en op de hoek van de Rietenweg en Hullerweg te Nunspeet (hierna: het plangebied), in het buitengebied van de gemeente Nunspeet. Ter plaatse zijn de gronden bestemd als 'Agrarisch - Kwekerij' en 'Agrarisch'. Initiatiefnemer is voornemens om middels het vigerende 'functieveranderingsbeleid' van de gemeente Nunspeet een nieuwe woning te realiseren, gepaard gaande met een goede landschappelijke inpassing. Als compensatie is reeds op de locatie Kleine Kolonieweg 160 te Elspeet (hierna: slooplocatie) voormalige agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt. Van deze totale sloopoppervlakte van de bedrijfsbebouwing wordt circa 615 m² ingezet (aangekocht) ten compensatie voor de nieuwe woning. De meters zijn aangekocht middels een koopovereenkomst, het is daarom dan ook niet nodig om genoemde slooplocatie onderdeel uit te laten maken van voorliggend bestemmingsplan. De slooplocatie is daarbij reeds voorzien van een nieuw, eigen planologisch kader. Het wordt daarom enkel aangehaald wanneer dat nodig is voor de toetsing van het desbetreffende gemeentelijke beleid. Tevens wordt met voorliggend bestemmingsplan de gronden van de kwekerij herbestemd. De gronden zijn al jaren in gebruik als agrarische cultuurgronden en van een kwekerij ter plaatse is geen sprake.
Aangezien de beoogde nieuwe woning binnen de milieucontouren van de kwekerij zou bevinden worden de planologische bedrijfsmatige mogelijkheden tot uitvoering van een kwekerij wegbestemd. Op basis van de huidige planologische regime is voorliggend initiatief in strijd met de vigerende bouw- en gebruiksmogelijkheden. Binnen de agrarische bestemming ontbreken immers de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor een reguliere woning. Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Nunspeet heeft middels een principebesluit (21 september 2022) een positief standpunt ingenomen inzake het wijzigen van de bestemming 'Agrarisch' naar de bestemming 'Wonen'. Om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken is een herziening van het vigerende bestemmingsplan noodzakelijk. In voorliggend bestemmingsplan wordt daarom aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening en vanuit planologisch oogpunt verantwoord is.
1.2
Ligging van het plangebied
Het plangebied ligt globaal ingeklemd in de hoek tussen de Rietenweg en de Hullerweg te Nunspeet en staat kadastraal bekend als gemeente Nunspeet, sectie B, perceelnummers 7977, 7978 en 8776. In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de directe omgeving en de kern van Nunspeet weergegeven. Het plangebied is hierin met respectievelijk de rode ster en contouren aangeduid.
Afbeelding 1.1: Ligging van het plangebied ten opzichte van de Nunspeet en de nabije omgeving (Bron: PDOK)
6
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Rietenweg-Hullerweg
1.3
De bij het plan behorende stukken
Het bestemmingsplan 'Rietenweg-Hullerweg" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.0302.BP01209-vg01) en een renvooi; regels (met bijbehorende bijlagen) Op de verbeelding zijn de bestemmingen binnen het plangebied aangegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan, maar maakt geen onderdeel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.
1.4
Geldend bestemmingsplan
1.4.1
Geldende bestemmingsplannen
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van de volgende bestemmingsplannen: "Buitengebied 2019"; "Parapluplan Bed en Breakfast"; "Parapluplan Parkeren"; "Parapluplan Onzelfstandige Bewoning en Logies Arbeidsmigranten / Seizoenarbeiders e.a."; "Welstand Nunspeet 2015". De genoemde paraplubestemmingsplannen voorzien in aanvullende regels voor wat betreft bed & breakfast en parkeren. Het "Parapluplan Onzelfstandige Bewoning en Logies Arbeidsmigranten / Seizoenarbeiders e.a." voorziet in aanvullende regels ten aanzien van bewoning van de (reguliere) woningen in de gemeente Nunspeet waarbij deze woningen niet mogen worden bewoond door meer dan één (zelfstandig) huishouden. In het bestemmingsplan "Welstand Nunspeet 2015" is het welstandsbeleid van de gemeente geborgd. In voorliggend geval is hoofdzakelijk het bestemmingsplan "Buitengebied 2019" relevant. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding behorende bij dat bestemmingsplan opgenomen. Het plangebied wordt op deze afbeelding aangeduid met de rode omlijning.
Toelichting (vastgesteld)
7
bestemmingsplan Rietenweg-Hullerweg
Afbeelding 1.2: Uitsnede bestemmingsplan "Buitengebied 2019" (Bron: ruimtelijkeplannen.nl)
1.4.2
Beschrijving bestemmingen
Op basis van het bestemmingsplan "Buitengebied 2019" zijn de gronden binnen het plangebied voorzien van de enkelbestemming 'Agrarisch' met de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 2', 'Waarde Archeologie 3' en 'Waarde - Overgangszone'. De gronden zijn tevens voorzien van de gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone – verwevingsgebied'. Enkelbestemming
'Agrarisch - Kwekerij'
De voor 'Agrarisch - Kwekerij' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een boomen/of sierkwekerij en het telen van gewassen, niet zijnde een volkstuin. En mede het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke inpassing en/of erfbeplanting. Gebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak', met dien verstande dat teeltondersteunende voorzieningen ook buiten het bouwvlak mogen worden gebouwd, Enkelbestemming
'Agrarisch'
De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf, teeltondersteunende voorzieningen, het behoud, herstel en ontwikkeling van de natuurlijke en landschappelijke waarden van de gronden met de daarbijbehorende veldschuren, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en andere werken. Dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 2 en 3' De voor 'Waarde - Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden. Dubbelbestemming
'Waarde - Overgangszone'
De voor 'Waarde - Overgangszone' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende
8
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Rietenweg-Hullerweg bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden zoals deze tot uitdrukking komen in vorm van landgoederen, de bestaande houtwallenstructuur en de doorzichten. Gebiedsaanduiding
'Reconstructiewetzone – verwevingsgebied'
Ter plaatse van de aanduiding ' reconstructiewetzone - verwevingsgebied ' geldt dat Burgemeester en wethouders het plan kunnen wijzigen ten behoeve van het wijzigen van de vigerende bestemming ten behoeve van vergroting van het bestemmingsvlak van de bestemming onder bepaalde voorwaarden. 1.4.3
Strijdigheid
Binnen het plangebied is het voornemen, ter compensatie in het kader van rood voor rood, een vrijstaande woning te realiseren (zie aanleiding in paragraaf 1.1). De agrarische gronden beschikken niet over de juiste bouw- en gebruiksmogelijkheden. Daarnaast dient de landschappelijke inpassing te worden geborgd. Tot slot worden de planologische mogelijkheden tot de uitoefening van een kwekerij wegbestemd. Om het gewenste plan mogelijk te maken dient het bestemmingsplan te worden herzien. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het gewenste juridische planologisch kader om de voorgenomen ontwikkeling te kunnen realiseren.
1.5
Leeswijzer
De toelichting van dit bestemmingsplan is opgebouwd uit een zevental hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk volgt in Hoofdstuk 2 een beschrijving van het plangebied. In Hoofdstuk 3 is het beleidskader opgenomen dat van toepassing is op dit bestemmingsplan. In Hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de milieuen omgevingsaspecten. In Hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de wijze van bestemmen en juridische verantwoording. Ten slotte wordt in Hoofdstuk 6 en Hoofdstuk 7 ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.
Toelichting (vastgesteld)
9
bestemmingsplan Rietenweg-Hullerweg
Hoofdstuk 2 2.1
Planbeschrijving
Beschrijving huidige situatie
Het plangebied ligt ingeklemd op de hoek van de Rietenweg met de Hullerweg in het buitengebied van de gemeente Nunspeet. Het ligt op de rand van het buitengebied en ten noordwesten van de kern van Nunspeet. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich woonpercelen, agrarische bedrijvigheid, agrarische cultuurgronden en een bedrijventerrein. Deelgebied beoogde woning Langs de westzijde van het deelgebied van de beoogde woning, vormt de Rietenweg en aan de zuidoostzijde de Hullerweg met een houtsingel de begrenzing van het plangebied. Aan de noord- en noordoostzijde vormen agrarische cultuurgronden de begrenzing. Het plangebied zelf bestaat in de huidige situatie uit agrarische cultuurgronden (grasland). Er zijn geen gebouwen of bouwwerken aanwezig. Deelgebied kwekerij Aan de overzijde van de Rietenweg liggen de gronden van de 'kwekerij'. Het deelgebied wordt aan de noordzijde en zuidzijde begrenst door twee woonerven. Aan de westzijde vormen agrarische cultuurgronden de begrenzing. Het plangebied zelf bestaat in de huidige situatie uit agrarische cultuurgronden (grasland). Er zijn geen gebouwen of bouwwerken aanwezig. In afbeelding 2.1 en 2.2 zijn respectievelijk een luchtfoto en straatbeelden van de huidige situatie binnen het plangebied weergegeven. De locatie van de beoogde woning is indicatief met rode ster weergegeven.
Afbeelding 2.1: Luchtfoto huidige situatie plangebied (Bron: PDOK)
10
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Rietenweg-Hullerweg
Afbeelding 2.2: Straatbeeld huidige situatie plangebied (Bron: Google.Streetview)
Toelichting (vastgesteld)
11
bestemmingsplan Rietenweg-Hullerweg
2.2
Beschrijving toekomstige situatie
2.2.1
Het plan
Het voornemen is om een nieuwe woning met bijgebouw te realiseren, met de ontsluiting aan de Rietenweg. De woning zal een landelijk en passende uitstraling krijgen. In paragraaf 2.2.2 en in Bijlage 1 wordt de landschappelijke inpassing nader toegelicht. Om de compensatiewoning te mogen bouwen is reeds aan de Kleine Kolonieweg 160 te Elspeet voormalig agrarische bedrijfsbebouwing gesloopt. In afbeelding 2.3 is de desbetreffende sloopopgave weergegeven. Van voorliggende slooplocatie wordt circa 615 m² aan rechten aangekocht. Op de slooplocatie zijn reeds de gebouwen gesloopt en zijn de terugbouwmogelijkheden met het wijzigingsplan "Stakenbergweg 106 & Kleine Kolonieweg 160" wegbestemd. De aankoop van de sloopmeters is vastgelegd middels een koopovereenkomst. Slooplocatie Middels de sloop van voldoende oppervlakte kan (elders) een compensatiewoning teruggebouwd worden. Echter is de kavel aan de Kleine Kolonieweg 160 van een te kleine omvang om hier een woning terug te bouwen. De woningen zouden ruimtelijk te dicht op elkaar worden gerealiseerd. Hiervoor is gekozen dit nieuwbouwrecht te verkopen en elders een compensatiewoning te realiseren. Dit is het plangebied aan de Rietenweg 21 te Nunspeet geworden.
Afbeelding 2.3: Sloopopgave Kleine Kolonieweg 160 te Elspeet (Bron: BJZ.nu)
12
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Rietenweg-Hullerweg
2.2.2
Landschappelijke inpassing
Als voorwaarde voor de realisatie van het planvoornemen moet de woning landschappelijk ingepast worden alsmede gerealiseerd worden binnen een afstand van 20 meter gemeten vanaf de houtsingel van de Hullerweg. De agrarische cultuurgrond ter plaatse van de voormalige 'kwekerij' blijft in huidige hoedanigheid bestaan. Door BJZ.nu is dan ook een landschappelijk inpassingsplan gemaakt welke is toegevoegd als Bijlage 1 van deze toelichting. In afbeelding 2.4 is een uitsnede van het landschappelijk inpassingsplan weergegeven. Opgemerkt wordt, zoals eerder reeds beschreven, dat enkel de nieuwbouwlocatie landschappelijk wordt ingepast. De voormalige 'kwekerij' blijft zoals de huidige situatie behouden als agrarische cultuurgrond (grasland). De woonbestemming ligt op (meer dan) 30 meter vanaf het bedrijventerrein Lepelingen. Zodoende vormt dit geen belemmering voor het voornemen zoals beschreven in paragraaf 4.5. Erfinrichting De in- en uitrit (ontsluitingsweg) is gesitueerd aan de Rietenweg. De voor- of zijgevel van de woning wordt binnen de 20 meter van de houtsingel van de Hullerweg gesitueerd. Dit geldt als voorwaarde gesteld in het principebesluit, tevens is omtrent deze afstand aanvullend overleg geweest. Groenstructuren Op het perceel worden diverse groen structuren aangebracht en versterkt. Ten noorden wordt een nieuwe houtsingel gerealiseerd (1).
De houtsingel zal bestaan uit een van de volgende soorten: zomereik, berk, els,lijsterbes, gelderse roos, meidoorn, sleedoorn, vuilboom, hazelaar. De bomenrij ten westen van het woonperceel (2) bestaat bijvoorkeur, uit zomereik of linde. Om de tuin van het woonerf met de omliggende gronden te begrenzen wordt deze omsloten middels een robuuste haag, bijvoorkeur een meidoornhaag (3). Op het erf worden ook fruitbomen geplant bijvoorkeur, hoogstammen (4).
Afbeelding 2.4: Landschappelijk inpassingsplan (Bron: BJZ.nu)
Toelichting (vastgesteld)
13
bestemmingsplan Rietenweg-Hullerweg
2.3
Verkeer en parkeren
2.3.1
Algemeen
Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de mogelijke extra verkeersgeneratie en parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiervoor kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 381` (december 2018)' van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. De gemeente Nunspeet beschikt samen met de buurgemeenten (Elburg, Hattem en Oldebroek) over een eigen parkeernota. Hierin zijn de uitgangspunten zoals vermeld in de CROW-publicatie 'verkeer en parkeren' omtrent verstedelijkingsgraad, stedelijke zone en functie grotendeels overgenomen. Daarnaast is ter plaatse van het plangebied het paraplubestemmingsplan “Parapluplan Parkeren” van toepassing. Dit bestemmingsplan “Parapluplan Parkeren” verwijst voor de te hanteren parkeernormen naar de Parkeernota van de gemeente Nunspeet.
In de beleidsregels is nader uitgewerkt wat de parkeerbehoefte bij een bepaald gebruik (de parkeernormen) is en - als de extra parkeerbehoefte niet op eigen terrein kan worden gerealiseerd - onder welke voorwaarden er een ontheffing respectievelijk een afwijkingsvergunning kan worden verleend. 2.3.2
Uitgangspunten
Ten aanzien van de verstedelijkingsgraad en stedelijke zone worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Verstedelijkingsgraad: Weinig stedelijk; Stedelijke zone: Buitengebied; Functie: Wonen, koop, vrijstaand. Opgemerkt wordt dat ter plaatse van de voormalige kwekerij deze bedrijfsmogelijkheden wegbestemd worden. Per saldo zal er ter plaatse meer ruimte zijn voor parkeren en een afname aan verkeersbewegingen. Ten aanzien van de stedelijke zone 'buitengebied' wordt vanuit de parkeernota verwezen naar de publicatie van het CROW. In onderstaande paragraaf 2.3.3 wordt dit nader uitgewerkt. 2.3.3
Parkeren
Uitgaande van voorgenoemde uitgangspunten geldt per vrijstaande woning een gemiddelde parkeernorm van 2,5 parkeerplaatsen per woning (afgerond 3). Het woonerf beschikt over voldoende ruimte om aan de eigen parkeerbehoefte te voldoen. Gesteld wordt dat in de parkeerbehoefte op eigen terrein ruimschoots wordt voorzien. 2.3.4
Verkeersgeneratie
Huidige situatie In de huidige situatie is ter plaatse van het plangebied geen woning aanwezig. De nieuw te realiseren woning heeft een verkeersgeneratie van 8,2 verkeersbewegingen per etmaal. In het totaal betreft het een toename van afgerond 9 auto's per etmaal. In de gewenste situatie ontsluit de woning zich via de eigen in- en uitrit op de Rietenweg. Gesteld wordt dat dit geen onevenredige hinder veroorzaakt voor de omgeving en dat de omliggende wegen beschikken over voldoende capaciteit om het verkeer als gevolg van het voornemen op een veilige wijze af te wikkelen. 2.3.5
Conclusie
Het aspect 'Verkeer en parkeren' vormt geen belemmering voor de uitvoering van voorliggend bestemmingsplan.
14
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Rietenweg-Hullerweg
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
3.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 3.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.
Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.
Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 3.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte;
Toelichting (vastgesteld)
15
bestemmingsplan Rietenweg-Hullerweg 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. 3.1.1.4 Toetsing van het initiatief aan de NOVI Het betreft een project waarbij geen nationale belangen in het geding zijn en er is geen sprake van enige belemmering met betrekking tot de prioriteiten zoals verwoord in de NOVI. Geconstateerd wordt dat een woonfunctie een passende vervolgfunctie is voor deze locatie. Bij het uitwerken van het plan zijn de kenmerken en identiteit van het gebied centraal gesteld. Geconcludeerd wordt dat de NOVI geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan opgenomen herontwikkeling. 3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking
3.1.2.1 Algemeen In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), de voorloper van de NOVI, is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In het Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.
stedelijke ontwikkeling: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.2.2 Toetsing van het initiatief aan de Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking (hierna 'Ladder') is van toepassing op bestemmingsplannen, uitwerkings- en wijzigingsplannen en omgevingsvergunningen als bedoeld in artikel 2.1 lid 1 sub c in samenhang met artikel 2.12 lid 1 onder a sub 3 van de Wabo. Is er sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Op basis van jurisprudentie blijkt dat de vraag of sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van die ontwikkeling, in relatie tot de omgeving. Voor wonen geldt, dat voor woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen sprake is van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is.
11 woningen geen nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) 12 woningen wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953). Het begrip "woningbouwlocatie" (zoals opgenomen in de omschrijving van het begrip "stedelijke ontwikkeling" in artikel 1.1.1. Bro) is niet nader gedefinieerd. In de praktijk speelt daarom regelmatig de vraag, hoe bepaald moet worden wanneer woningen één woningbouwlocatie vormen. Er is sprake van één woningbouwlocatie als er tussen de te realiseren woningen, ruimtelijke en functionele samenhang bestaat. Uit de jurisprudentie volgt dat daarvoor onder meer betekenis toekomt aan de onderlinge
16
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Rietenweg-Hullerweg afstand tussen de woningen. De voorgenomen ontwikkeling betreft een woningbouwontwikkeling die voorziet in de realisatie van slechts een woning. Dit blijft ruimschoots onder de grens van 11 woningen. Daarom hoeft hiervoor er geen nadere toetsing te worden uitgevoerd. Hieruit volgt de conclusie dat met de realisatie van dit aantal woningen er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Een nadere toetsing aan de ladder van stedelijke ontwikkeling is niet nodig. Conclusie Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat het plan in overeenstemming is met de Ladder voor duurzame verstedelijking. 3.1.3
Conclusie toetsing van het initiatief aan het rijksbeleid
Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.
3.2
Provinciaal beleid
Het provinciaal beleid behelst een doorvertaling van rijksbeleid en is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste beleid betreffen de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland en de Omgevingsverordening Gelderland. 3.2.1
Omgevingsvisie Gelderland
3.2.1.1 Algemeen De provincie Gelderland heeft een integraal provinciaal beleidsplan, de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. De Provinciale Staten van Gelderland heeft de Omgevingsvisie op 19 december 2018 vastgesteld. In de Omgevingsvisie heeft de provincie twee doelen gedefinieerd die de rol en kerntaken van de provincie als middenbestuur benadrukken. De doelen zijn: 1. een duurzame economische structuurversterking, 2. het borgen van de kwaliteit en de veiligheid van onze leefomgeving. Deze doelen versterken elkaar en kunnen niet los van elkaar gezien worden. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat is meer dan een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Het betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. In deze Omgevingsvisie staat het 'fysieke' in de leefomgeving centraal. Tegelijk zit er een sterke 'sociale' component aan de opgaven voor sterke steden en een vitaal landelijk gebied. 3.2.1.2 Woon- en leefomgeving: Dynamisch, divers, duurzaam Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Bovendien draagt een goede kwaliteit van de leefomgeving bij aan gezondheid.
Goed bereikbare voorzieningen, aansprekende evenementen, unieke cultuurhistorie, inspirerende culturele voorzieningen, een mooie natuur; het is allemaal van belang. Ook goed wonen hoort daarbij. Gelderland heeft op woongebied een bijzondere positie met uiteenlopende woonkwaliteiten, zowel stedelijke als landelijke. De Gelderse streken hebben ieder hun eigen aard, waar mensen zich thuis en verbonden met elkaar voelen. In onze groeiende Gelderse steden komen veel activiteiten samen. Tegelijkertijd investeren we in een vitaal platteland, juist als daar krimp plaatsvindt. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied ons vertrekpunt. Gelderland geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen. Gelderland gaat voor concentraties van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, breiden we uit aan de randen van onze steden of dorpen. De provincie streeft naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. De ambities zijn als volgt geformuleerd: Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. We benutten de bestaande bebouwde
Toelichting (vastgesteld)
17
bestemmingsplan Rietenweg-Hullerweg omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen; Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas; Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal. Om vorenstaande ambities te realiseren gaat de provincie in overleg met de Gelderse regio's, om zodoende regionale afspraken te maken. 3.2.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Gelderland Voorliggend plan betreft het wegbestemmen van de planologische mogelijkheden van een kwekerij en de realisatie van een woning. Het plan wordt ter plaatse van de woning landschappelijk ingepast waarbij gelet wordt op de ruimtelijke kenmerken van de omgeving en de natuur. Tevens wordt de woning conform het bouwbesluit gerealiseerd waarbij aandacht wordt geschonken aan een duurzame bouw van de woning gelet op de gestelde klimaatdoelen. Het plan voldoet aan het borgen van kwaliteit van de woon- en leefomgeving en het behoud van de vitaliteit van het buitengebied zoals omschreven in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Uit de gemeentelijke woonvisie blijkt tevens de behoefte aan woningen in de gemeente Nunspeet (zie paragraaf 3.3.3). Gesteld wordt dat voorliggend initiatief past binnen de beleidsuitgangspunten zoals opgenomen in de Omgevingsvisie Gelderland. 3.2.2
Omgevingsverordening Gelderland
3.2.2.1 Algemeen Met een ruimtelijke verordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke plannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn het bestemmingsplan op deze regels afstemmen. 3.2.2.2 Van toepassing zijnde artikelen In voorliggend geval zijn in het kader van dit project artikelen 2.2, 2.38, 2.56 en 3.33 van belang. Deze artikelen luiden: Artikel 2.2 Instructieregel bestemmingsplan doorwerking regionale woonagenda 1. Een bestemmingsplan maakt nieuwe woningen alleen mogelijk als die ontwikkeling past binnen een door Gedeputeerde Staten vastgestelde regionale woonagenda. 2. Als een ontwikkeling niet past binnen de vigerende regionale woonagenda, kan een bestemmingsplan vooruitlopend op de eerstvolgende actualisatie van de regionale woonagenda nieuwe woningen toch mogelijk maken onder de volgende voorwaarden: a. a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b.
de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling, en d. Gedeputeerde Staten stemmen in met deze ontwikkeling. Artikel 2.56 (ontwikkeling in Nationaal landschap) a. Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Nationaal landschap maar buiten de Groene ontwikkelingszone, het Gelders natuurnetwerk en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, maakt ten opzichte van het op 17 oktober 2014 geldende bestemmingsplan alleen bestemmingen mogelijk die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap, bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen, niet aantasten. b. In afwijking van het eerste lid zijn activiteiten die deze kernkwaliteiten aantasten alleen mogelijk als: 1. er geen reële alternatieven zijn; 2. er sprake is van redenen van groot openbaar belang; 3. compenserende maatregelen plaatsvinden ter waarborging van de kernkwaliteiten van de Nationale Landschappen zoals vastgelegd in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen.
18
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Rietenweg-Hullerweg
Artikel 2.38 en 3.33 (instructieregel bestemmingsplan Intrekgebied) en (verbod op winning fossiele energie in Intrekgebieden) 2.38: Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Intrekgebied maakt de winning van fossiele energie niet mogelijk. 3.33: Het is verboden in een Intrekgebied werken tot stand te brengen of handelingen te verrichten ten behoeve van de winning van fossiele energie. 3.2.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsverordening Gelderland De plancapaciteit waarin voorliggend bestemmingsplan voorziet kan worden ondergebracht in de aan de gemeente Nunspeet toegekende plancapaciteit. Voor nadere toelichting op de woonvisie wordt verwezen naar paragraaf 3.3.3. Er wordt dan ook voldaan aan artikel 2.2 van de Omgevingsverordening Gelderland. Daarnaast is er reeds voormalige bebouwing gesloopt en wordt ter compensatie een woning teruggebouwd (in Nunspeet) welke tevens landschappelijk wordt ingepast gelet op de kernkwaliteiten van het Nationaal Landschap. Hieruit blijkt dat het Nationaal Landschap niet wordt aangetast. Er wordt dan ook voldaan aan artikel 2.56 van de Omgevingsverordening Gelderland. Tot slot wordt gesteld dat voorliggend initiatief geen fossiele energiewinning beoogd. Er wordt dan ook voldaan aan artikel 2.38 en 3.33 van de Omgevingsverordening Gelderland. 3.2.3
Conclusie toetsing van het initiatief aan het provinciaal beleid
Geconcludeerd wordt dat voorliggend voornemen in overeenstemming is met het provinciale beleid.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie 2018 Nunspeet
3.3.1.1 Algemeen De gemeenteraad van Nunspeet heeft op 29 november 2018 de Omgevingsvisie Nunspeet vastgesteld. De gemeente Nunspeet heeft een integrale toekomstvisie opgesteld voor de gehele gemeente, de Omgevingsvisie Nunspeet. In deze visie kijkt de gemeente vooruit in een periode tot 2030. De gemeente blijft bouwen aan een krachtige en vitale gemeente, waar het goed wonen, werken en recreëren is. De gemeente werkt hier graag aan mee met zoveel mogelijk partijen uit de samenleving. De omgevingsvisie heeft een breed karakter. De Omgevingsvisie Nunspeet geeft de koers, die voor een belangrijk deel samen met de samenleving uitgestippeld is en waar de gemeente vervolgens ook samen mee aan de slag willen gaan. Deze koers is niet nieuw, de gemeente bouwt voort op documenten als de 'Integrale Toekomstvisie Nunspeet 2030'.
3.3.1.2 Planspecifiek Voor de gemeente Nunspeet wordt ingezet op de volgende koers: Behoud en versterken van het aantrekkelijk woon- en onderneemklimaat; Een rustige uitvalsbasis en woonomgeving voor alle doelgroepen en opleidingsniveaus; Inzetten op verbeteren kwaliteit woongebieden en van bedrijventerreinen Faciliteren van een goed ondernemingsklimaat, vergroten van de diversiteit hierbinnen (kansen voor innovatieve maakindustrie, voedselindustrie, ICT, zakelijke dienstverlening en zorg en recreatie oppakken); Aantrekkelijk maken voor nieuwe bedrijvigheid voor hoger opgeleiden, versterken relaties tussen onderwijs en bedrijvigheid. Op het gebied van wonen wil de gemeente dat toevoeging van woonlocaties in balans moet zijn met de uitbreidingsbehoefte. Ook wil de gemeente dat er tot 2030 circa 895 woningen bijkomen. Op afbeelding 3.1 is een uitsnede van de Omgevingsvisie 2018 te zien waar het plangebied met een rode contour indicatief is weergegeven.
Toelichting (vastgesteld)
19
bestemmingsplan Rietenweg-Hullerweg
Afbeelding 3.1: Uitsnede kaart Omgevingsvisie 2018 Nunspeet (Bron: gemeente Nunspeet) Voor het gebied waarbinnen het plangebied zich bevindt is de volgende ambitie opgesteld: Behoud van het open landschap en agrarische karakter. Versterking van natuurwaarden en bekenstructuur in het veenweidegebied Behoud van doorzichten naar de bosrand en naar het grootschalige open landschap Versterken van de landschapstructuur; houtwallen in het coulissenlandshap en de open enken Nieuwe ontwikkeling zorgvuldig inpassen in de bosrand en het kampenlandschap Bosrand bestaande uit loofhout behouden en versterken 3.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie 2018 Nunspeet Wanneer de gewenste ontwikkeling wordt getoetst aan de 'Omgevingsvisie Nunspeet, wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling aansluit bij de gemeentelijke beleidsambities op het gebied van duurzame ontwikkeling van het buitengebied. Het voornemen voorziet in de versterking van de landschapsstructuur. Er wordt onder meer landschapsontsierende bebouwing gesloopt (in Elspeet) en houtsingels aangeplant (in het plangebied), die de natuurlijke structuur van het coulisselandschap versterkt (zie paragraaf 2.2.2). Met het planologisch wegbestemmen van de kwekerij en realisatie van de woning wordt invulling gegeven wat past bij de beoogde kenmerken van de Omgevingsvisie, namelijk 'Versterken identiteit groot dorp'.
Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling aansluit bij de 'Omgevingsvisie Nunspeet'.
3.3.2
Integrale toekomstvisie Nunspeet 2030
3.3.2.1 Algemeen De gemeente Nunspeet heeft de Integrale toekomstvisie Nunspeet 2030 vastgesteld. Deze integrale toekomstvisie (ITV) vormt voor de gemeente de koers voor het te ontwikkelen beleid om de visie in al haar facetten gerealiseerd te krijgen. Vanuit de gedachte 'meer samenleving, minder overheid' zal de gemeente meer vanuit een stimulerende, faciliterende en uitnodigende rol de toekomstvisie gaan uitvoeren, waarbij het benutten van kansen centraal staat. Daarnaast vormt de ITV een uitdaging voor ondernemers, inwoners, maatschappelijke organisaties, enzovoorts om met elkaar, vanuit de kracht van de samenleving ervoor te zorgen dat Nunspeet in 2030 een vitale, ondernemende en zorgzame gemeente is waar het uitstekend wonen, werken en recreëren is.
20
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Rietenweg-Hullerweg
De uitdaging is om te blijven streven naar een goede onderlinge balans tussen dynamiek en rust, tussen wonen, bedrijvigheid en infrastructuur enerzijds en natuur en landschap anderzijds. Om alle aanwezige kwaliteiten te behouden is hier en daar ook verandering noodzakelijk. In de toekomstvisie zijn vier ontwikkelingsrichtingen uitgewerkt: Eén autonome gemeente met vier hechte kernen; Een prettige woonomgeving voor iedereen; Een bereikbare, bedrijvige en duurzame gemeente is; Een plek om van de natuur te genieten. In voorliggend geval is met name het thema 'Een prettige woonomgeving voor iedereen' van belang. 3.3.2.2 Een prettige woonomgeving voor iedereen In de kernen van de gemeente Nunspeet is het niet eenvoudig om betaalbare woningen te kunnen aanbieden voor jongeren, starters, jonge gezinnen of senioren. Het waarborgen van voldoende diversiteit en beschikbaarheid op de woningmarkt vormt dan ook een wezenlijke voorwaarde voor het waarborgen van de sociale samenhang en verscheidenheid van de lokale samenleving. Verder is van belang dat de kerngerichtheid van de bewoners groot is. Er wordt ernaar gestreefd om elke inwoner woonruimte te kunnen bieden in zijn/haar eigen kern. Dit betekent niet automatisch veel bouwen, maar zorgvuldig en periodiek analyseren wat noodzakelijk is om het aanbod voor alle groepen op peil te houden en de doorstroming te bevorderen.
De strategie is maatwerk. De gemeente wil op basis van de werkelijke behoefte in de kernen woningbouw mogelijk maken, waarbij ook het bestaande aanbod in aanmerking wordt genomen. Het doel is om aan iedereen kansen te geven, belangrijke doelgroepen zijn de starters, jonge doorstromers en senioren. Nieuwe ontwikkelingen moeten er vooral op gericht zijn de bestaande kernkwaliteiten te versterken en recht te doen aan het credo 'het hart op de juiste plaats'. Daarom zal bij de woningbouwopgave bezien worden of er in het bestaand bebouwd gebied kan worden ingebreid. Hierdoor wordt het landschap ontzien en wordt er voldoende aandacht besteed aan beeldkwaliteit en cultuurhistorische waarden. 3.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Integrale toekomstvisie Nunspeet 2030 Het voornemen draagt bij aan de versterking van de natuurlijke- en landschappelijke kwaliteiten. Voor wat betreft de gebiedsgerichte opgaven geldt dat het plangebied zich uitstekend leent voor een functietransformatie in combinatie met de gestelde landschapsmaatregelen (zie paragraaf 2.2.2). Geconcludeerd wordt dat voorliggend initiatief in overeenstemming is met de 'Integrale toekomstvisie Nunspeet 2030'. 3.3.3
Woonvisie gemeente Nunspeet 2020-2025
3.3.3.1 Algemeen In de woonvisie legt de gemeenteraad de ambities op het gebied van wonen vast. De woonvisie 'Goed wonen in de gemeente Nunspeet' is op 20 februari 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. Deze woonvisie is vastgesteld voor de periode van 2020 tot 2025. Met deze woonvisie wordt een nieuw fundament gelegd voor voldoende aantrekkelijke woningen voor iedereen, een kwalitatief en energetisch hoogwaardige woningvoorraad, waar iedereen in elke levensfase, met of zonder zorgbehoefte, kan (blijven) wonen. In de woonvisie staan drie ambities centraal: a. een gezonde woningmarkt met passende woningen, voor nu en later; b. ambitieus in energietransitie; c. evenwichtige en zorgzame wijken. Het gemeentebestuur wil dat alle inwoners van de gemeente Nunspeet zo passend mogelijk wonen, en wil de vier kernen 'in balans' houden. Daarvoor is een uitbreiding van de woningvoorraad nodig in de periode 2020 tot 2025. Voor starters is de grootste urgentie, maar ook het passend wonen voor senioren is een grote opgave. Dit vraagt vooral om meer betaalbare woningen: sociale huur en betaalbare koop. De gemeente wil een duurzame woningvoorraad die zich kenmerkt door groen en zuinig energieverbruik,
Toelichting (vastgesteld)
21
bestemmingsplan Rietenweg-Hullerweg dan wel energieneutraliteit. Tevens wil de gemeente goed wonen voor mensen met een zorgbehoefte mogelijk maken. 3.3.3.2 Dilemma's op de woningmarkt De woonvisie biedt inzicht in de ontwikkelingen op het brede gebied van het wonen. Het geeft ook een beeld van de effecten van beleid van de afgelopen jaren. Ook richt de visie zich op de toekomst waar zich grote veranderingen aankondigen, in hoofdlijnen worden de volgende dilemma's benoemd: Aantal huishoudens blijft groeien, dit vraagt om flexibele oplossingen; Veranderende bevolkingssamenstelling; ontgroening, vergrijzing en kleinere huishoudens; Vertrekoverschot, met name door jongeren en jongvolwassenen; Langer zelfstandig wonen en toenemende zorgbehoefte (senioren verhuizen nauwelijks); Kwaliteit en geschiktheid bestaande woningvoorraad; Wat te doen met nieuwbouwplannen. 3.3.3.3 Kwantitatieve woningbehoefte Op 1 januari 2019 kende Nunspeet 10.851 woningen (Bron: CBS). De vraag is hoeveel woningen er in 2025 nodig zijn om aan de woningbehoefte te voldoen. In de meest recente huishoudensprognose in Nunspeet voor de periode van 2019-2025 een toename van 535 huishoudens verwacht. Ook speelt er een huidig woningtekort van huishoudens die nu al graag zelfstandige woning wensen in Nunspeet maar nog niet zelfstandig wonen.
Dit woningtekort moet bij de geraamde groei van het aantal huishoudens worden opgeteld om tot een reële woningbehoefte te komen. Het is niet duidelijk hoe groot dit tekort in Nunspeet precies is, maar de provincie Gelderland raamt voor de hele provincie dat de woningbehoefte ongeveer 25% hoger ligt dan de groei van het aantal huishoudens. Wanneer deze vuistregel toegepast wordt op Nunspeet dan is er in de gemeente tot 2025 sprake van een extra woningbehoefte van circa 670 woningen. Voor de periode 2025-2030 gaat het om respectievelijk een huishoudensgroei van 282 huishoudens en een extra woningbehoefte van 350 woningen. 3.3.3.4 Plancapaciteit Momenteel kent de gemeente een plancapaciteit van 919 woningen, waarvan ruim een kwart harde en driekwart zachte plannen betreft. Wanneer we deze plancapaciteit afzetten tegen de geraamde woningbehoefte dan blijkt dat Nunspeet onvoldoende plannen heeft om in de verwachte extra woningbehoefte te kunnen voorzien. Zowel voor de periode tot 2025 als daarna. De realiteit is dat een deel van de plannen uiteindelijk niet doorgaat. Wanneer we rekening houden met dergelijke planuitval dan blijkt het tekort aan woningbouwplannen nog groter. Tot 2025 komt de gemeente plannen te kort voor circa 277 woningen. Bovendien zijn de plannen tot 2025 slechts 100 woningen in harde plannen voorzien.
Er worden dus naar verwachting te weinig woningen gerealiseerd om in de woningbehoefte te kunnen voorzien. Sturen op realisatie en versnelling is noodzaak. 3.3.3.5 Toetsing van het initiatief aan de Woonvisie Nunspeet Voorliggend initiatief voorziet in de bouw van een nieuwe woning, aan de rand van het buitengebied van Nunspeet. Hiervoor geldt dat de gemeente faciliteert bij concrete behoefte van onderop, van de inwoners zelf. In voorliggend geval is hiervan sprake, het betreft een particulier initiatief. Daarnaast is het van belang dat met woningbouw een bijdrage geleverd worden aan de vitaliteit/leefbaarheid en de ruimtelijke kwaliteit in het buitengebied. In voorliggend geval wordt hier bij aangesloten. Het betreft namelijk de bouw van een woning voor de lokale behoefte, waarbij de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid van het buitengebied door de sloop en de landschappelijke inpassing aanzienlijk wordt verbeterd. Daarnaast wordt bijgedragen aan het vergroten van het aanbod in vrijstaande woningen, waar op basis van het woonbeleid de komende jaren de grootste behoefte in ligt. Daarmee is sprake van het bouwen voor de lokale behoefte. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de 'Woonvisie Nunspeet'.
22
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Rietenweg-Hullerweg
3.3.4
Welstandsnota Nunspeet 2015
3.3.4.1 Algemeen De gemeente Nunspeet heeft op 9 december 2015 de Welstandsnota 'Welstand Nunspeet 2015' vastgesteld. In deze welstandsnota zijn de beleidsregels met daarbij welstandscriteria die worden gehanteerd bij de welstandbeoordeling van bouwplannen vastgelegd. 3.3.4.2 Toetsing van het initiatief aan de Welstandsnota Nunspeet 2015 Het stedenbouwkundige ontwerp van het planvoornemen dient met de gemeente te worden besproken en akkoord bevonden worden. Vervolgens is het aan de welstandscommissie of het bouwplan voldoet aan de welstandsnota. Dit aspect maakt onderdeel uit van de omgevingsvergunning voor het bouwen. 3.3.5 Notitie functieverandering - Uitgangspunten voor nieuw functieveranderingsbeleid van agrarisch naar wonen 3.3.5.1 Algemeen De agrarische sector is van groot belang voor de gemeente Nunspeet. Net als in andere gemeenten staat deze sector voor enorme toekomstige opgaven en veranderingen: een transitie naar circulaire landbouw en het naleven van de (Europese en nationale) doelstellingen op het gebied van milieu, duurzaamheid, klimaat, biodiversiteit, dierenwelzijn, plantgezondheid en bodem. Daarnaast staat het landelijk gebied van Nunspeet onder druk als gevolg van allerlei ruimte vragende opgaven zoals woningbouw, en duurzaamheids- en klimaatvraagstukken.
En zeer actueel heeft de landbouwsector te maken met de stikstofcrisis en de gevolgen van Covid19-uitbraak. Agrarische bedrijven zijn in deze complexe situatie bezig om te overleven en om voor hun bedrijf haalbare toekomststrategieën te ontwikkelen. Ook zullen agrarische bedrijven noodgedwongen moeten stoppen. Functieverandering naar wonen is één van de mogelijke alternatieven voor stoppende agrariërs. Na circa 15 jaar met deze beleidsregels voor functiewijziging naar wonen te hebben gewerkt, heeft de gemeenteraad gevraagd om het beleid en de regels voor functieverandering te evalueren en een herijking door te voeren. De actuele ontwikkelingen en de toekomstperspectieven in het landelijk gebied vragen om een passende regeling. De visie is gericht op: het behoud van de gebieden met grondgebonden landbouw in de gemeente; geen verdere functiemenging met wonen in het gebied waar de grondgebonden landbouw als hoofdfunctie wordt gezien (open randmeergebied); het passend ondersteunen van agrarische ondernemers in de intensieve veehouderij die op korte termijn gaan stoppen. 3.3.5.2 Functiewijziging naar wonen Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Nunspeet heeft per 5 juli 2022 een Besluit van tot specificatie van de beleidsregels voor de uitvoering van functieverandering van agrarisch naar wonen in de gemeente Nunspeet 2021-2022.
Met dit besluit eeft het college voorgenomen uitgangspunten voor nieuw functieveranderingsbeleid van agrarisch naar wonen, d.d. 17 december 2020 nader te specificeren. Keuzes over functiewijziging naar wonen worden gebaseerd op de beslisboom van afbeelding 3.2.
Toelichting (vastgesteld)
23
bestemmingsplan Rietenweg-Hullerweg
Afbeelding 3.2 Beslisboom specificatie van de beleidsregels voor de uitvoering van functieverandering van agrarisch naar wonen (www.Overheid.nl) Uit de beslisboom blijkt dat nieuwbouw in het kader van functieveranderingsbeleid niet mag plaatsvinden in het door de provincie aangewezen waardevol open gebied. Ook moet de woning teruggebouwd worden op het eigen perceel, tenzij dit (aantoonbaar) ruimtelijk niet wenselijk is. 3.3.5.3 Staffeling Voor de functiewijziging van agrarische bebouwing naar wonen in het kader van deze functieverandering wordt onderstaande staffeling gebruikt (afbeelding 3.3). Met het voornemen is op de slooplocatie in Elspeet (zie paragraaf 1.1) voldoende m² aan bebouwing gesloopt waarvan circa 615 m² verkocht wordt ten behoeve van de ontwikkellocatie Rietenweg 21.
24
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Rietenweg-Hullerweg
Afbeelding 3.3 Staffeling (bron: Notitie functieverandering Uitgangspunten voor nieuw functieveranderingsbeleid van agrarisch naar wonen) 3.3.5.4 Toetsing aan de Notitie Ruimtelijke kwaliteit In voorliggend geval wordt voor circa 615 m² aan reeds gesloopte bedrijfsbebouwing aangekocht, waardoor het recht op één compensatiekavel ontstaat. De locatie ligt niet binnen, door de provincie aangewezen als, waardevol open gebied. De woning wordt op een ander perceel teruggebouwd aangezien het terugbouwen op de slooplocatie Kleine Kolonieweg 160 niet wenselijk is (zie paragraaf 2.2.1, slooplocatie). Gezien het vorenstaande wordt voldaan aan alle voorwaarden die worden gesteld in de 'Beleidsregels functieverandering Buitengebied' en 'Functieveranderingsbeleid van agrarisch naar wonen gemeente Nunspeet'. 3.3.6
Conclusie gemeentelijk beleid
Geconcludeerd wordt dat de in voorliggend bestemmingsplan besloten ontwikkeling past binnen het gemeentelijk beleid.
Toelichting (vastgesteld)
25
bestemmingsplan Rietenweg-Hullerweg
Hoofdstuk 4 4.1
Geluid
4.1.1
Algemeen
M ilieu- en omgevingsaspecten
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 4.1.2
Situatie plangebied
4.1.2.1 Wegverkeerslawaai In voorliggend geval wordt, vanuit planologisch oogpunt, een nieuw geluidsgevoelige object toegevoegd (de nieuwe woning). Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is noodzakelijk als de geluidsgevoelige bestemming binnen de wettelijke geluidszone van de weg is gelegen. Met het planologisch wegbestemmen van de kwekerij worden geen nieuwe geluidsgevoelige objecten gerealiseerd. Onder paragraaf 4.5 milieuzonering wordt nader ingegaan op de invloed van de bedrijfsactiviteiten op de omgeving. In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen: De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: wegen die zijn aangeduid als woonerf (art. 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art. 74.2). Situatie plangebied Het plangebied voor de nieuwe woning is gelegen binnen de wettelijke geluidszone van de Hullerstraat en Rietenweg. Deze wegen worden, gelet op het omliggende wegennet, voornamelijk voor bestemmingsverkeer gebruikt en hebben een relatief lage verkeerintensiteit.
Op basis van geluidscontouren van het Regionale verkeersmodel van de Omgevingsdienst Noord-Veluwe voor 2030 blijkt de geluidsbelasting vanwege wegverkeer voor het plangebied Rietenweg/Hullerweg met 40-42 dB, ruim onder de voorkeurswaarde te liggen. Er is daarmee sprake van een aanvaardbaar woonen leefklimaat te verwachten ter plaatse van de te realiseren woningen. Een nader akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is daarom niet noodzakelijk. 4.1.2.2 Industrielawaai In de omgeving van het plangebied is geen gezoneerd bedrijventerrein, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, aanwezig. Het aspect industrielawaai is niet van toepassing. Wat betreft de invloed van individuele bedrijven op de woningen wordt verwezen naar paragraaf 4.5 (milieuzonering). 4.1.2.3 Railverkeerslawaai Het aspect railverkeerslawaai kan in voorliggend geval buiten beschouwing worden gelaten omdat de dichtstbijzijnde spoorlijn op ruime afstand (circa 1,3 kilometer) van het plangebied ligt. 4.1.3
Conclusie
Het aspect geluid vormt vanuit de Wet geluidhinder geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
26
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Rietenweg-Hullerweg
4.2
Bodem
4.2.1
Algemeen
Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van de bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de NEN-richtlijnen. 4.2.2
Situatie plangebied
In voorliggend geval is door Sigma Geo- & Milieutechniek B.V, een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd rond de beoogde woning. Dit onderzoek is toegevoegd aan de toelichting onder Bijlage 2. Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. Voor de planologische wijziging van de voormalige kwekerij wordt gesteld dat de gronden hier de bestemming 'Agrarisch' blijft houden. De bedrijfsmatige mogelijkheden tot een kwekerij worden enkel wegbestemd. Er wordt geen verblijsobject gerealiseerd. Een bodemonderzoek wordt hiervoor niet noodzakelijk geacht. Zintuiglijke waarnemingen: Op basis van zintuiglijke waarnemingen is in het opgeboorde bodemmateriaal geen asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal geen bijzonderheden waargenomen. Bovengrond (0.0-0.5 m-mv) De bovengrondmengmonsters MM1 en MM2 bevatten geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Ondergrond (0.5-2.0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM3 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde. Peilbuis 1 (1.4-2.4 m-mv) Het grondwater t.p.v. peilbuis 1 bevat geen van de onderzochte componenten verhoogd t.o.v.
de streefwaarde en/of detectiewaarde. Toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch onverdacht aangemerkt. 4.2.3
Conclusie
Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
4.3
Luchtkwaliteit
4.3.1
Beoordelingskader
Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan onder andere grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen).
Toelichting (vastgesteld)
27
bestemmingsplan Rietenweg-Hullerweg
4.3.2
Besluit en de Regeling niet in betekende mate bijdragen
Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtverontreiniging van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend omstikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg. Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 4.3.3
Besluit gevoelige bestemmingen
Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleegen bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 4.3.4