AP 6b. Bijlage Bestemmingsplan bedrijventerrein Elspeet, toelichting en regels
Tekst van het document
28
Bedrijventerrein Elspeet
Om in beeld te brengen en zo goed mogelijk te anticiperen op de aangetroffen dassen, is aanvullend dassenonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 8). In de bestaande noord-zuid lopende houtsingel is ten zuiden van het plangebied een dassenburcht aangetroffen. Deze houtsingel blijft behouden, de dassenburcht hoeft niet verwijderd te worden. Wel vindt de planontwikkeling plaats in het fourageergebied van de das. In het onderzoek wordt geadviseerd enkele mitigerende maatregelen te treffen. Deze maatregelen betreffen onder andere de aanleg van nieuwe houtsingels en specifieke hekwerken. Verder moeten de naastgelegen gronden zo worden ingericht dat dit een kwalitatieve impuls geeft voor het leefgebied van de das. Hiervoor is een aanvullend inrichtingsplan opgesteld (zie bijlage 9). Dit is vervolgens vertaald in een beplantingsplan (zie bijlage 2 van de regels van dit bestemmingsplan). De maatregelen uit het beplantingsplan zijn voorwaardelijk verplicht in de regels en zullen worden getroffen. Het zwaarte punt van de onderzoeken in 2020 lag niet op de noordelijk gelegen gronden buiten de planlocatie. Daarom is aanvullend onderzoek uitgevoerd op deze noordelijke delen, zodat vastgesteld kan worden wat de functie van deze noordelijk gelegen gronden in relatie tot het essentieel leefgebied van de das. Dit onderzoek is als bijlage 10 bij dit bestemmingsplan gevoegd.
Uit het onderzoek blijkt dat de das voornamelijk foerageert in de gebieden ten zuiden van het raster en ten noordoosten van de planlocatie. De routes die de das gebruikt lijken van opportunistische aard. Echter is het van belang dat de graspercelen ten noordoosten bereikbaar blijven van en naar de aanwezige burcht. Indien deze graspercelen bereikbaar blijven is er geen sprake van aantasting van essentieel leefgebied van de das. En kan de burcht functioneel blijven. Er is derhalve geen sprake overtreding Wet natuurbescherming. Naar aanleiding van de resultaten zijn het schetsontwerp en het beplantingsplan aangepast, zodat de genoemde route kan blijven bestaan. Voor het perceel Diepeweg 20 binnen het plangebied is een apart verkennend ecologisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is toegevoegd als bijlage 7. Hierin wordt geconcludeerd dat voorafgaand aan de werkzaamheden aanvullend onderzoek dient te worden uitgevoerd ten aanzien van huismussen en gebouwbewonende vleermuizen. Dit onderzoek is ook uitgevoerd en toegevoegd als bijlage 11. Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat de bedrijfswoning (Diepeweg 20) op de planlocatie één nestlocatie biedt voor de huismus. Indien de bedrijfswoning wordt gesaneerd en omliggend groen wordt verwijdert dient vooraf een ontheffing van de Wet natuurbescherming voorhanden te zijn alvorens de beoogde ingreep uitgevoerd kan worden.
Deze ingreep is niet beoogd, de woning zal blijven gehandhaafd. Tijdens het onderzoek zijn verder geen verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld. Het bestemmingsplan wordt met de te treffen maatregelen uitvoerbaar geacht op het gebied van ecologie.
4.4
Verkeer
Onderdeel van goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. Het plangebied wordt vanaf de Uddelerweg/N310 ontsloten met een nieuwe ontsluitingsweg. De Uddelerweg is de belangrijkste ontsluitingsroute voor Elspeet vanuit het zuiden en heeft voldoende capaciteit om een verkeerstoename door de realisatie van een kleinschalig bedrijventerrein op te vangen. Om de te verwachten verkeerseffecten inzichtelijk te krijgen is een verkeersnotitie opgesteld. Deze notitie is toegevoegd als bijlage 14. Hierin wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling naar verwachting zal leiden tot ruim 300 nieuwe verkeersbewegingen in het gebied over het gehele etmaal van een gemiddelde werkdag. Van die 300 motorvoertuigbewegingen zullen er zo’n 60 ritten door vrachtverkeer gemaakt worden. Tijdens de drukste uren van de dag gaat het om 30 ritten van of naar het plangebied. Wetende dat de huidige verkeersintensiteiten nabij de planlocatie rond de 7.000 motorvoertuigen per etmaal liggen, is vastgesteld dat de impact zowel over het gehele etmaal als in de drukkere uren van de dag geen onderscheidende invloed heeft op de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid. Ook ten aanzien van het
Bedrijventerrein Elspeet
29
vrachtverkeer kan niet gesproken worden over een ongewenste of onveilige toename door het plan. Met de vastgestelde lage toename van het (zware) vrachtverkeer zullen de bestaande risico’s niet meetbaar toenemen. De nieuwe aansluiting op deze Uddelerweg moet vanwege de drukte en verkeersveiligheid zorgvuldig worden vormgegeven. Het plangebied wordt ontsloten via een nieuw aan te leggen rotonde. Deze weg ontsluit alle te ontwikkelen percelen. De percelen aan de westzijde worden via de voorkant ontsloten en de percelen aan de oostzijde via de achterzijde. Zie voor een verdere toelichting het stedenbouwkundig plan in bijlage 1. Door de realisatie van de rotonde en de gewijzigde ontsluiting van de bestaande supermarkt, mag verwacht worden dat er in de toekomst sprake is van een lichte verbetering van de situatie (zie bijlage 14). Het in- en uitrijden naar de supermarkt is eenvoudiger en veiliger, en de rotonde zelf levert een bijdrage in het versterken van de overgang naar het verblijfsgebied (de kern Elspeet). Het parkeren zal op eigen terrein plaatsvinden. In artikel 12.1 van dit bestemmingsplan van dit plan is geborgd dat op eigen terrein aan de geldende parkeernormen moet worden voldaan. Het bebouwingspercentage dat in de regels van dit bestemmingsplan wordt gehanteerd, houdt hier rekening mee. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect verkeer.
4.5
Cultuurhistorie en archeologie
In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden.
Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken.
30
Bedrijventerrein Elspeet
Planspecifiek Cultuurhistorie Het plangebied bestaat in de huidige situatie uit agrarische percelen en een houtbewerkingsbedrijf. Het plan wordt ingepast in de bestaande landschappelijke structuur. Ook worden houtsingels toegevoegd die hier voorheen ook in het landschap aanwezig waren (zie Hoofdstuk 2). In het plangebied is geen sprake van specifieke cultuurhistorische waarden. Ook in de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen cultuurhistorisch waardevolle objecten waar het initiatief een effect op kan hebben. Archeologie Het plangebied heeft de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'. Hierbij geldt een onderzoeksplicht bij bodemingrepen met een oppervlakte groter dan 500 m2 en dieper dan 0,5 meter onder het maaiveld. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is daarom een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is toegevoegd als bijlage 15. Hierin wordt geconcludeerd dat er een hoge verwachting op het aantreffen van intacte archeologische resten vanaf een diepte van 40 cm -Mv. De voorgenomen ingrepen in het plangebied bestaan uit de realisatie van een bedrijventerrein. De exacte aard, omvang, locatie en diepte van de bodemverstoringen als gevolg van deze herinrichting is nog niet bekend, maar aangenomen wordt dat het gehele plangebied in meer of mindere mate wordt ontgraven tot in het archeologisch relevante niveau.
Gezien de hoge archeologische verwachting wordt daarom een vervolgonderzoek geadviseerd in de vorm van een proefsleuvenonderzoek. Dit zal worden uitgevoerd in de loop van het planproces. Hiermee wordt het initiatief uitvoerbaar geacht vanuit de aspecten cultuurhistorie en archeologie.
4.6
Economische uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien: het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is; het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is; het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek De gemeente Nunspeet is in hoofdzaak initiatiefnemer van de beoogde ontwikkeling en heeft de gronden grotendeels in eigendom. Voor de ontwikkeling zal een grondexploitatie worden opgesteld. Eventuele planschadekosten worden gedekt uit deze grondexploitatie. Hiermee is de economische uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan gewaarborgd.
Bedrijventerrein Elspeet
31
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).
Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken. Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten; Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik. Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden. Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.
5.2
Wijze van bestemmen
Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen: 'Bedrijventerrein', waarbij de functie bedrijvigheid wordt neergelegd; hierbinnen kunnen bedrijven worden gerealiseerd tot een bedrijfscategorie die nader op de verbeelding is aangeduid; in dit bestemmingsplan is gekozen voor het aangeven van bouwvlakken op de verbeelding; binnen deze bouwvlakken kan het terrein flexibel ingedeeld worden met gebouwen en omliggende erven, wegen, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven. Tevens is een aanduiding ten behoeve van bedrijfswoningen opgenomen. 'Groen', ten behoeve van groenvoorzieningen en voorzieningen voor de waterhuishouding. 'Natuur - Landschap', waarbij de (deels bestaande) houtsingels zijn neergelegd. Tevens is de aanleg en instandhouding van deze houtsingels op uitgeefbare gronden geborgd met een voorwaardelijke verplichting; 'Tuin', ten behoeve van de voortuinen van de woningen. 'Verkeer', waarbinnen de verkeersfunctie is neergelegd. Het opgestelde beeldkwaliteitplan kent zowel een borging via het welstandspoor op basis van de Woningwet als een borging via voorliggend bestemmingsplan op basis van de Wet ruimtelijke ordening. De regels in
32
Bedrijventerrein Elspeet
combinatie met de verbeelding vertalen de Wro-aspecten van het beeldkwaliteitplan door. Denk hierbij aan de postitie en omvang van de bouwmassa's. In het vaststellingsbesluit worden de architectonische aspecten van het beeldkwaliteitsplan geborgd op basis van de Woningwet. Het beeldkwaliteitplan is als bijlage 1 bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen. Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.
Bedrijventerrein Elspeet
33
Hoofdstuk 6 6.1
Procedure
Algemeen
Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.
Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld. Is er wel beroep ingesteld dan treedt het bestemmingsplan ook in werking, tenzij naast het indienen van een beroepschrift ook om een voorlopige voorziening is gevraagd. De schorsing van de inwerkingtreding eindigt indien de voorlopige voorziening wordt afgewezen. De procedure eindigt met het besluit van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
6.2
Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro
Dit bestemmingsplan is in het kader van het wettelijk overleg besproken met de provincie. Het waterschap is middels de digitale watertoets op de hoogte gesteld van het plan. Naar aanleiding hiervan is er overleg geweest en vindt er nog een vervolgoverleg plaats met het waterschap.
6.3
Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro
Naar aanleiding van de plannen is er gesproken met een aantal buurtbewoners over de te nemen ecologische maatregelen. Deze bewoners hebben aangegeven akkoord te gaan met de plannen. Ook de bewoners en gebruikers van enkele percelen die direct grenzen aan het plangebied, zijn geraadpleegd en meegenomen in de planvorming.
6.4
Verslag zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft van van 7 oktober 2020 tot en met 17 november 2020 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn er negen zienswijzen ingediend, waarvan er één later is ingetrokken. De zienswijzen zijn samengevat en van een reactie voorzien in de bijlage "Nota van beantwoording zienswijzen". Deze is als bijlage 16 opgenomen in de toelichting van dit plan. Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen zijn enkele zaken verduidelijkt en aangepast in het bestemmingsplan. Voor meer informatie wordt verwezen naar deze zienswijzennota.
6.5
Hernieuwde vaststelling
Naar aanleiding van enkele zienswijzen en voortschrijdend inzicht is besloten na de vaststelling aanvullend onderzoek naar het leefgebied van de das te doen. Dit heeft geleid tot enkele aanpassingen in het schetsontwerp en het beplantingsplan, gericht op het verbinden van het gebied ten zuiden en ten noordoosten van het plangebied. Dit heeft ook gevolgen voor de verbeelding van dit bestemmingsplan. Daarom is dit bestemmingsplan hernieuwd vastgesteld.
34
Bedrijventerrein Elspeet
Bijlagen bij de toelichting
Bedrijventerrein Elspeet
35
36
Bedrijventerrein Elspeet
Bijlage 1
Ontwerp Inrichtings- en beeldkwaliteitplan
Bedrijventerrein Elspeet
37
38
Bedrijventerrein Elspeet
Bijlage 2
Ladderonderbouwing
Bedrijventerrein Elspeet
39
40
Bedrijventerrein Elspeet
Bijlage 3
Bodemonderzoek Uddelerweg
Bedrijventerrein Elspeet
41
42
Bedrijventerrein Elspeet
Bijlage 4
Bodemonderzoek Apeldoornseweg 80
Bedrijventerrein Elspeet
43
44
Bedrijventerrein Elspeet
Bijlage 5
Watertoets
Bedrijventerrein Elspeet
45
46
Bedrijventerrein Elspeet
Bijlage 6
Quickscan flora en fauna
Bedrijventerrein Elspeet
47
48
Bedrijventerrein Elspeet
Bijlage 7
Quickscan flora en fauna Diepeweg 20
Bedrijventerrein Elspeet
49
50
Bedrijventerrein Elspeet
Bijlage 8
Aanvullend ecologisch onderzoek das 1
Bedrijventerrein Elspeet
51
52
Bedrijventerrein Elspeet
Bijlage 9
Inrichtingsplan ecologie
Bedrijventerrein Elspeet
53
54
Bedrijventerrein Elspeet
Bijlage 10
Aanvullend ecologisch onderzoek das 2
Bedrijventerrein Elspeet
55
56
Bedrijventerrein Elspeet
Bijlage 11
Aanvullend ecologisch onderzoek huismus en vleermuis
Bedrijventerrein Elspeet
57
58
Bedrijventerrein Elspeet
Bijlage 12
Voortoets ecologie
Bedrijventerrein Elspeet
59
60
Bedrijventerrein Elspeet
Bijlage 13
Voortoets stikstofdepositie
Bedrijventerrein Elspeet
61
62
Bedrijventerrein Elspeet
Bijlage 14
Verkeersnotitie
Bedrijventerrein Elspeet
63
64
Bedrijventerrein Elspeet
Bijlage 15
Archeologisch onderzoek
Bedrijventerrein Elspeet
65
66
Bedrijventerrein Elspeet
Bijlage 16
Nota van beantwoording zienswijzen
Bedrijventerrein Elspeet
67
68
Bedrijventerrein Elspeet
Regels
Bedrijventerrein Elspeet
69
70
Bedrijventerrein Elspeet
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij horende bijlagen; 1.2 plan: het bestemmingsplan Bedrijventerrein Elspeet met identificatienummer NL.IMRO.0302.BP01184-vg02 van de gemeente Nunspeet. 1.3 aan huis gebonden beroep: een beroep of het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch, of hiermee gelijk te stellen gebied, uitgezonderd prostitutie, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend door de gebruiker, waarbij het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Het oppervlakte dat hiervoor gebruikt wordt is maximaal 40% van het oppervlakte van de woning tot een maximum van 50 m2.
Detailhandel is niet toegestaan en reclame-uitingen alléén na een vergunning; Onder een aan huis gebonden beroep wordt tevens verstaan: een kleinschalige bedrijf(je) zoals deze gevoerd wordt door een elektricien, loodgieter of schilder en daarmee naar aard en omvang gelijk te stellen bedrijf en waarbij een kleine voorraad van kleine producten en / of grondstoffen inpandig aanwezig is en waarbij, beperkt en incidenteel, werkzaamheden worden uitgevoerd; een internetwinkel type A1 en A2 (zie 1.49); 1.4 aan huis gebonden bedrijf een bedrijf niet zijnde een aan huis gebonden beroep dat is gericht op het vervaardigen van producten en/of het leveren van diensten, uitgezonderd prostitutie, dat in of bij een woonhuis wordt uitgeoefend door de gebruiker, waarbij het woonhuis in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. Het oppervlakte dat hiervoor gebruikt wordt is maximaal 40% van het oppervlakte van de woning tot een maximum van 50 m2.
Detailhandel is niet toegestaan en reclame-uitingen alléén na een vergunning; 1.5 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.6 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.7 achtererfgebied: erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.8 ander bouwwerk: een bouwwerk, geen gebouw of een bijbehorend bouwwerk zijnde; 1.9 ander werk: een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheid; 1.10 antenne-installatie: installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een of meer techniekkasten opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie;
Bedrijventerrein Elspeet
71
1.11 antennedrager: antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne; 1.12 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.13 bebouwingsgebied: achtererfgebied alsmede de grond onder het hoofdgebouw, uitgezonderd de grond onder het oorspronkelijk hoofdgebouw; 1.14 bebouwingspercentage: de oppervlakte van de bebouwing binnen een bouwvlak, of binnen een bestemmingsvlak indien daarbinnen geen bouwvlak voorkomt, uitgedrukt in een percentage van de oppervlakte van dat vlak; 1.15 bed & breakfast: een bedrijfsmatige voorziening gericht op het bieden van de mogelijkheid tot overnachting en het serveren van ontbijt als toeristisch-recreatieve activiteit, welke bedrijfsmatige voorziening ondergeschikt is aan de hoofdbestemming; 1.16 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten, aan huis gebonden beroepen daaronder niet begrepen; 1.17 bedrijfsgebouw: een gebouw, dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.18 bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein noodzakelijk is; 1.19 beganegrondverdieping: de eerste
bouwlaag; 1.20 beperkt kwetsbaar object onder een beperkt kwetsbaar object wordt verstaan: verspreid liggende woningen van derden met een dichtheid van maximaal 2 woningen per hectare; dienst- en bedrijfswoningen van derden; kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van minder of gelijk aan 1.500 m2 per object; restaurants, voor zover hierin geen grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig plegen te zijn; winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van minder of gelijk aan 2.000 m2, voor zover zij geen onderdeel uitmaken van een complex waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd, waarvan het gezamelijk bruto oppervlak meer dan 1.000 m2 bedraagt en waarin een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd; sporthallen, zwembaden en speeltuinen; sport- en kampeerterreinen en terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet bestemd zijn voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen; bedrijfsgebouwen, voor zover zij geen gebouwen zijn waarin grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig plegen te zijn zoals: kantoorgebouwen en hotels met een bruto oppervlak van meer dan 1.500 m2 per object / complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk vloeroppervlak meer dan 1.000 m2 bedraagt, en winkels met een totaal oppervlak van meer
dan 2.000 m2 per object, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd; objecten die met onder a tot en met e en genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voorzover die objecten geen kwetsbare objecten zijn;
72
Bedrijventerrein Elspeet
objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voorzover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval. 1.21 bestaande bestaand en legaal aanwezig op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan; 1.22 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.23 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.24 Bevi-inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.25 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak; 1.26 bodemingreep grondwerkzaamheden, waartoe onder meer worden gerekend: a. het afgraven van grond waaronder ook wordt begrepen het verwijderen van bestaande funderingen en het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; b. woelen, mengen, diepploegen, ophogen, egaliseren en ontginnen van gronden, c. het verlagen van het waterpeil; d. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; e.
het uitvoeren van hei- en / of boorwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; f. het aanleggen van bos of boomgaard, of het rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; g. het aanleggen, verbreden of verharden van wegen, voet-, ruiter- of rijwielpaden, banen of parkeergelegenheden en het aanleggen van andere oppervlakteverhardingen; h. het aanleggen van nieuwe en / of het vervangen en / of uitbreiden van bestaande (ondergrondse) transport-, energie-, riool- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; 1.27 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk.
1.28 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.29 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.30 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.31 bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel; 1.32 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.33 bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang die direct en duurzaam met de aarde is verbonden;
Bedrijventerrein Elspeet
73
1.34 consumentenvuurwerk: vuurwerk dat is bestemd voor particulier gebruik; 1.35 cultuurhistorische waarde: de aan een bouwwerk of gebied (waaronder begrepen landschapselementen) toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt; 1.36 dak: iedere bovenbeëindiging boven de goothoogte van een bouwwerk; 1.37 daknok: hoogste punt van een schuin dak; 1.38 dakvoet: laagste punt van een schuin dak; 1.39 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending overwegend anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.40 dienstverlening: het bedrijfsmatig verlenen van diensten aan of ten behoeve van bedrijven en/of personen, waaronder zijn begrepen internetcafés, kapperszaken, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, evenwel met uitzondering van een garagebedrijf en een sexinrichting; 1.41 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of een beheersverordening van toepassing
is, deze die inrichting niet verbieden; 1.42 evenement: een verplaatsbare, voor het publiek toegankelijke, georganiseerde gebeurtenis, (openlucht-)manifestatie, (thema-)dag of week; 1.43 extensief recreatief medegebruik: een extensief dagrecreatief gebruik van gronden dat ondergeschikt is aan de functie van de bestemming waarbinnen dit recreatieve gebruik is toegestaan, waaronder in elk geval niet wordt verstaan: boerengolf, paintball, gemotoriseerde sport; 1.44 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.45 gebruiken: het doen gebruiken, laten gebruiken en in gebruik geven; 1.46 hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.47 horeca: een bedrijf waar bedrijfsmatig dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse worden verstrekt, zoals bijvoorbeeld een café, restaurant, hotel, pension, en naar de aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen bedrijven, een en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie; 1.48 huisvesting in verband met mantelzorg: huisvesting in of bij een woning van één huishouden van maximaal twee personen,
van wie ten minste één persoon mantelzorg verleent aan of ontvangt van een bewoner van de woning;
74
Bedrijventerrein Elspeet
1.49 internetwinkel een (bedrijfsmatige) dienst bestaande uit een keten van activiteiten gericht op het maken, onderhouden en exploiteren van een website met een afhaalcentrum*. Ondersteunend aan de website kan tevens een fysieke bezoekmogelijkheid aanwezig zijn gericht op het showen en informeren (etc.) van klanten. Er wordt onderscheid gemaakt in 4 type internetwinkels: A1. Zonder fysieke bezoekmogelijkheid op locatie. Indien een fysieke bezoekmogelijkheid elders aanwezig is dient deze aldaar passend bestemd te zijn. Dit geldt ook voor het elders aanwezige afhaalcentrum; A2. Zonder fysieke bezoekmogelijkheid en met een afhaalcentrum. Indien een fysieke bezoekmogelijkheid elders aanwezig is dient deze aldaar passend bestemd te zijn; B1. Met fysieke bezoekmogelijkheid. Het afhaalcentrum is elders gevestigd en aldaar passend bestemd; B2. Met fysieke bezoekmogelijkheid en met een afhaalcentrum.
*: Een locatie waar de consument uitsluitend via internethandel bestelde goederen kan afhalen of retourneren, waar uitsluitend logistiek en opslag van bestelde goederen gedurende een korte periode plaatsvindt en waarbij geen sprake is van uitstalling ten verkoop en/of overige activiteiten; 1.50 inwoning: twee huishoudens in een woning waarbij er sprake is van een hoofdtoegang, die toegang verschaft tot een gemeenschappelijke hal van waaruit rechtstreekse toegang tot de beide woonruimtes wordt verschaft en waarbij er sprake blijft van één aansluiting op de nutsvoorzieningen; 1.51 kampeermiddel: een tent, een vouwwagen, een camper, een caravan, een wagonette of een huifkar; 1.52 kampeerterrein: een terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen dan wel geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief dag- en nachtverblijf; 1.53 kap: een dak dat loodrecht geprojecteerd voor minder dan 50% in het horizontale vlak ligt; 1.54 kas: een gebouw, waarvan de wanden en het dak geheel of grotendeels bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal, dienend tot het kweken van vruchten, bloemen of planten; 1.55 kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten: het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q.
het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten, geheel of overwegend door middel van handwerk, geen detailhandel en prostitutie zijnde, waarvan de omvang zodanig is, dat het woonhuis of de bedrijfswoning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.56 kwetsbaar object onder een kwetsbaar object wordt verstaan: a. woningen, woonschepen en woonwagens, niet zijnde woningen, woonschepen of woonwagens die aangemerkt worden als beperkt kwetsbare objecten. Dit zijn: verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare, en dienst- en bedrijfswoningen van derden; b. gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: 1. ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; 2. scholen, of 3. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen; c. gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, waartoe in ieder geval behoren: 1. kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1500 m2 per object, of
Bedrijventerrein Elspeet
75
2.
complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1000 m2 bedraagt en winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 2000 m2 per winkel, voorzover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd, en d. kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen. 1.57 landschappelijke waarde: de aan een gebied toegekende waarde, in verband met de waarneembare verschijningsvorm van dat gebied; 1.58 lichte horeca: een bedrijf waar bedrijfsmatig overdag dranken en/of etenswaren worden verstrekt aan bezoekers van andere functies, met name functies als centrumvoorzieningen en dagrecreatie, zoals theehuisjes, ijssalons, croissanterieën, dagcafés, dagrestaurants en naar de aard en openingstijden daarmee gelijk te stellen bedrijven; 1.59 maatschappelijke voorzieningen: culturele, educatieve, medische, sociale, levensbeschouwelijke, sport- en recreatieve voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen; 1.60 mantelzorg: intensieve zorg of ondersteuning, die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, ten behoeve van zelfredzaamheid of participatie, rechtstreeks
voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie, die de gebruikelijke hulp van huisgenoten voor elkaar overstijgt, en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond; 1.61 natuurlijke waarde: de aan een gebied toegekende waarde, in verband met de geologische, geomorfologsiche, bodemkundige en/of biologische elementen, voorkomend in dat gebied; 1.62 normaal agrarisch gebruik: het regulier gebruik dat gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor het agrarisch gebruik van de gronden; 1.63 normaal bosbeheer: het onderhoud en beheer, dat gelet op de bestemming regelmatig noodzakelijk is voor een goede instandhouding van de cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke waarden van de bosgebieden en landgoederen; 1.64 normale onderhouds- of exploitatiewerkzaamheden: werkzaamheden die regelmatig noodzakelijk zijn voor een goed beheer van de gronden, waaronder begrepen de handhaving dan wel de realisering van de bestemming; 1.65 nutsvoorzieningen: voorzieningen ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie; 1.66 ondergeschikte bouwdelen: hieronder wordt verstaan plinten, pilasters, kozijnen,
gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken. (Schotel)antennes voor zover gelegen aan het voorerf vallen hier niet onder; 1.67 onderkomens: voor verblijf geschikte al dan niet aan de bestemming onttrokken voer- en vaartuigen en kampeermiddelen;
76
Bedrijventerrein Elspeet
1.68 openbaar toegankelijk gebied: weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar vaarwater en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer; 1.69 overig bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.70 overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat een overdekte ruimte vormt zonder wanden, dan wel met twee wanden, waarvan maximaal één wand tot de constructie behoort; 1.71 paardenbak: een door middel van een afscheiding afgezonderd stuk terrein met een andere ondergrond dan gras, kennelijk ingericht voor het africhten en/of trainen en berijden van paarden en pony's en/of het anderszins beoefenen van de paardensport, met of zonder de daarbij behorende voorzieningen; 1.72 pand: de kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is. 1.73 peil: a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b.
voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het plaatselijke niveau ten opzichte van Nieuw Amsterdams Peil; d. indien de onder a tot en met c genoemde peilen in het veld aanleiding geven tot onduidelijkheden, een door of namens burgemeester en wethouders aan te wijzen peil; 1.74 perifere detailhandel: detailhandel volgens een formule die vanwege de aard en/of omvang van de gevoerde artikelen een groot oppervlak nodig heeft voor de uitstalling, zoals de verkoop van auto's, boten, caravans, tuininrichtingsartikelen, bouwmaterialen, keukens en sanitair, alsmede woninginrichtingsartikelen, waaronder meubelen; 1.75 praktijkruimte: een niet voor bewoning bestemd gebouw of deel van een gebouw, dat uitsluitend dienstbaar is aan de uitoefening van een vrij beroep, zoals dat van accountant, advocaat, architect, arts of kunstenaar; 1.76 productiegebonden detailhandel: detailhandel in goederen die ter plaatse worden vervaardigd, gerepareerd en/of toegepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie; 1.77 recreatief medegebruik: vormen van recreatief gebruik van het agrarisch gebied en/of bossen en natuurterreinen, waarbij de recreatie geen specifiek beslag legt op de ruimte,
zoals wandel-, ruiter- en fietspaden, vis- en picknickplaatsen; 1.78 recreatieve overnachting: de overnachting die plaatsvindt in het kader van de weekend- en/of verblijfsrecreatie (dus niet als hoofdverblijf); 1.79 recreatieve voorzieningen: bezigheden, tijdverdrijf of lichamelijke activiteiten die door mensen en dieren worden ondernomen met als enig doel de activiteit zelf, of ter ontspanning en vermaak; 1.80 recreatiewoning een gebouw dat dient voor recreatief (nacht)verblijf voor recreanten die hun hoofdverblijf elders hebben;
Bedrijventerrein Elspeet
77
1.81 risicovolle inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen; 1.82 sexinrichting: een inrichting bestemd voor het doen plaatsvinden van voorstellingen en/of vertoningen van erotische aard en/of pornografische aard dan wel een gelegenheid waar sexuele handelingen worden verricht; onder sex en/of pornobedrijf wordt mede begrepen: a. sexbioscoop: Een inrichting, bestemd voor het doen plaatsvinden van film- en/of videovoorstellingen van erotische en/of pornografische aard; b. sexclub: een inrichting, bestemd voor het doen plaatsvinden van vertoningen van erotische en/of pornografische aard dan wel een gelegenheid waar sexuele handelingen worden verricht; c. sexautomaat: een inrichting, bestemd voor het door middel van automaten doen plaatsvinden van film- en/of videovoorstellingen van erotische en/of pornografische aard; d. sexwinkel: een ruimte, bestemd voor het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van sexartikelen, waaronder begrepen pornografische lectuur en videobanden, aan de uiteindelijke verbruiker of gebruiker; e.
prostitutiebedrijf: een ruimte, bestemd dan wel in gebruik voor het daarin uitoefenen van prostitutie, zijnde het tegen betaling hebben van sexuele omgang met anderen; 1.83 stacaravan: een gebouw, bestaande uit een lichte constructie, dat naar de aard en de inrichting is bedoeld voor recreatief verblijf, dat geen vaste verankering in de grond heeft en binnen 24 uur demontabel is. De stacaravan mag niet zijn/worden opgebouwd uit steenachtige materialen; 1.84 standplaats een locatie gelegen op of aan de weg, plein, (gras)veld, water of aan een andere voor het publiek toegankelijk ruimte waar vanuit / vanaf een middel zoals een gebouw, (open) voertuig, een kraam of tafel of hiermee vergelijkbaar middel handel wordt gedreven en / of informatie wordt verstrekt en / of dienstverlening wordt bedreven. Bij het middel, en onderdeel van de standplaats, kan bijbehorend meubilair voorkomen zoals een terras, statafels, parasols en afvalbakken.
Het al dan niet incidenteel of vast voorkomen van het middel op de standplaats is hierbij niet van belang; 1.85 teeltondersteunende kassen: kassen in, op of boven de grond die door agrarische bedrijven bij plantaardige teelten worden gebruikt om de volgende doelen na te streven: verbetering van de productie, onder meer door teeltvervroeging en -verlating; verbetering van de arbeidsomstandigheden, onder meer door gewassen verhoogd te telen; of het voorkomen van schade door vorst; 1.86 teeltondersteunende voorzieningen: voorzieningen in, op of boven de grond die door agrarische bedrijven bij plantaardige teelten worden gebruikt om de volgende doelen na te streven: verbetering van de productie, onder meer door teeltvervroeging en -verlating, terugdringing van onkruidgroei en beperking van vraatschade; verbetering van de arbeidsomstandigheden, onder meer door gewassen verhoogd te telen; het bereiken van positieve effecten op milieu en water (bodembescherming, terugdringing onkruidbestrijding, effectief omgaan met water); of het voorkomen van schade door vorst;
78
Bedrijventerrein Elspeet
1.87 tuincentrum: een detailhandelsvestiging met daarbij behorende kwekerij in kwekerijprodukten, zoals bomen, (kamer)planten, bollen en bloemen, alsmede in artikelen voor tuinaanleg, -inrichting en -onderhoud; 1.88 uitvoeren: het doen uitvoeren, laten uitvoeren en in uitvoering geven; 1.89 veldschuur: een vrij in het open veld staande schuur, die wordt of werd gebruikt voor het stallen of het melken van vee, en/of de opslag van agrarische producten of agrarische werktuigen; 1.90 verblijfsrecreatie: elke vorm van recreatie gericht op verblijf buiten de eigen woning, waarbij ten minste één overnachting plaats vindt in een recreatief nachtverblijf; 1.91 volumineuze detailhandel: detailhandel in volumineuze goederen zoals auto's, boten en caravans.
In dit bestemmingsplan wordt de detailhandel in keukens, badkamers, landbouwwerktuigen, grove bouwmaterialen en bouwmarkten hier niet onder begrepen; 1.92 voorerfgebied: erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied; 1.93 voorgevel: de naar de weg gekeerde gevel van het hoofdgebouw of, bij onduidelijkheid daarover, de als zodanig door of namens burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel; 1.94 voorgevelrooilijn: voorgevelrooilijn als bedoeld in het bestemmingsplan, de beheersverordening dan wel de gemeentelijke bouwverordening; 1.95 vuurwerkbedrijf: een inrichting waar professioneel vuurwerk en/of meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk aanwezig is; 1.96 Wgh-inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 2.4 van het Inrichtingen en vergunningenbesluit milieubeheer; 1.97 woning: een complex van ruimten dat dient voor de zelfstandige huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.98 woonwagen: voor bewoning bestemd gebouw dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst en op een daartoe bestemd perceel is geplaatst.
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de (zijdelingse) perceelgrens: tussen de zijdelingse grens van het perceel en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is; 2.2 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.4 de dakhelling: de hoek die het dakvlak maakt ten opzichte van het horizontale vlak gerekend in graden;
Bedrijventerrein Elspeet
79
2.5 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.
80
Bedrijventerrein Elspeet
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels Bedrijventerrein
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven ter plaatse van de aanduidingen: ‘bedrijf tot en met categorie 1’ bedrijven in categorie 1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; ‘bedrijf tot en met categorie 2’ bedrijven in de categorieën 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; ‘bedrijf tot en met categorie 3.1’ bedrijven in de categorieën 1 tot en met 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; en indien géén categorieaanduiding is opgenomen mogen die gronden alleen als tuin bij het desbetreffende bouwperceel gebruikt worden; en waarbij het bepaalde in artikel 10.3 Voorwaardelijke verplichting" van groot belang is; b. detailhandel als ondergeschikte nevenactiviteit op datzelfde bouwperceel vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen; c. bedrijfswoningen ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' tot niet méér dan het maximale aantal als aangeduid waarbij de gronden met deze aanduiding tevens alléén voor de woonfunctie bij de bedrijfswoning gebruikt mogen worden; d. buitenopslag van goederen met een hoogte van maximaal 3 meter voor zover het gronden betreft tussen een hoofdgebouw en een niet naar een openbare ruimte gekeerde zijde van het perceel; e.
bouwpercelen met een maximale oppervlakte van 2.500 m2, met uitzondering van bouwpercelen die op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan een grotere oppervlakte hebben; met bijbehorende gebouwen, bouwwerken geen gebouwen zijnde, wegen en (fiets)paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, water en (nuts)voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven en daarmee naar aard en omvang vergelijkbaar gebouwen en voorzieningen. Ten behoeve van deze bestemming is het bepaalde in artikel van extra belang, reden om dat 3.2 Bouwregels 3.2.1 Bedrijfsgebouwen Bedrijfsgebouwen voldoen aan de volgende kenmerken: a. gebouwd binnen het bouwvlak en met een minimale afstand van 3m tot de perceelsgrenzen; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' is aangegeven. Als geen bouwhoogte is aangegeven mag de bouwhoogte niet meer bedragen dan de bestaande situatie; c. het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage’ is aangegeven; d. de bedrijfswoning heeft een maximale goothoogte van 4 m, een maximale bouwhoogte van 9 m en een maximaal oppervlakte van 120 m2. Ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' worden voorgevels van bedrijfswoningen geplaatst in of niet meer dan 3,5 m achter en evenwijdig aan deze gevellijn.
Kelders mogen uitsluitend worden gerealiseerd loodrecht onder de bedrijfswoning, inclusief de aangebouwde bijbehorende bouwwerken, tot een diepte van niet meer dan 3,50 m. Voor wat betreft de bijhorende bouwwerken is artikel 3.2.2 van toepassing waarbij tevens geldt dat deze bouwwerken tot maximaal 15 m buiten de aanduiding 'bedrijfswoning' mogen worden gebouwd waarbij deze in elk geval 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel van de bedrijfswoning moeten worden gebouwd.
Bedrijventerrein Elspeet
81
3.2.2 Bijbehorende bouwwerken bij de bedrijfswoning Bijhorende bouwwerken bij de bedrijfswoning mogen binnen het bouwvlak worden gebouwd en voldoen aan de volgende kenmerken: a. goothoogte maximaal 3,5 m; b. bouwhoogte maximaal 6 m; c. minimaal 1 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw; d. gezamenlijke maximaal oppervlakte in het bebouwingsgebied bedraagt niet meer dan: 1. 60 m2 in geval van een bebouwingsgebied kleiner dan of gelijk aan 100 m2; 2. 70 m2 in geval van een bebouwingsgebied groter dan 100 m2 maar kleiner dan of gelijk aan 150 m2; 3. 80 m2 in geval van een bebouwingsgebied groter dan 150 m2 maar kleiner dan of gelijk aan 200 m2; 4. 90 m2 in geval van een bebouwingsgebied groter dan 200 m2 maar kleiner dan of gelijk aan 250 m2; 5. 100 m2 in geval van een bebouwingsgebied groter dan 250 m2 maar kleiner dan of gelijk aan 300 m2; 6. in geval van een bebouwingsgebied groter dan 300 m2 maar kleiner dan 1.500 m2: 100 m2 vermeerderd met 10% van het bebouwingsgebied dat groter is dan 300 m2 tot een maximum van 200 m2; 7. in geval van een bebouwingsgebied groter dan 1.500 m2: 200 m2 vermeerderd met 5% van het bebouwingsgebied dat groter is dan 1.500 m2 tot een maximum van 300 m2; e. afwijkend van de bepalingen onder: 1.
a en b geldt dat de goothoogte 5 m mag bedragen en de bouwhoogte 7 m als ten minste 15 m van de zijdelingse perceelsgrens wordt gebleven en ten minste 15 m van het hoofdgebouw mits het hoofdgebouw ten minste 9 m hoog is; 2. b geldt, daar waar de kapconstructie in het verlengde ligt van het hoofdgebouw, als maximale bouwhoogte de hoogte van het hoofdgebouw minus 1,5 m; 3. de bepaling dat binnen het bouwvlak gebouwd moet worden en de bepaling onder c voor bijhorende bouwwerken bij de bedrijfswoning in de vorm van erkers, ingangspartijen en daarmee vergelijkbare bijhorende bouwwerken mits de: diepte ten hoogste 1,5 m bedraagt; diepte van de overblijvende, niet met gebouwen bebouwde voortuin ten minste 2,5 meter bedraagt; breedte niet groter is dan 2/3 van de breedte van de gevel van het hoofdgebouw; bouwhoogte maximaal 3 m bedraagt. 3.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt: a. voor zover gelegen vóór de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van het gebouw, of het verlengde daarvan: 1. erf- en terreinafscheidingen maximaal 2 m; 2. vlaggen- en lichtmasten maximaal 6 m; 3. overige bouwwerken geen gebouwen zijnde maximaal 3 m; b. voor zover gelegen achter de voorgevel of een naar de weg gekeerde zijgevel van het gebouw, of het verlengde daarvan: 1. erf- en terreinafscheidingen maximaal 2,5 m; 2.
vlaggen- en lichtmasten maximaal 10 m; 3. overige bouwwerken geen gebouwen zijnde maximaal 10 m. 3.2.4 Welstand De geldende welstandseisen staan beschreven in hoofdstuk 5.
82
Bedrijventerrein Elspeet
3.3 Afwijken van de bouwregels 3.3.1 Afwijken Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.2 ten behoeve van het: a. een grotere bouwhoogte dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximale bouwhoogte’ is aangegeven tot maximaal 2 m boven deze aangegeven bouwhoogte; b. een hoger bebouwingspercentage dan ter plaatse van de aanduiding ‘maximum bebouwingspercentage’ is aangegeven; c. een kleinere afstand van gebouwen tot perceelsgrenzen; d. het doorbreken van het bouwvlak. 3.3.2 Voorwaarden voor afwijken Bij de afweging om, al dan niet, tot afwijking over te gaan worden in elk geval de volgende aspecten betrokken: a. het belang van de aanvrager; b. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van nabijgelegen gronden; c. de stedenbouwkundige, milieukundige, planologische en verkeerskundige belangen; d. de vraag of een zekerheidstelling nodig is m.b.t. de (plan)kosten; e. de vraag of er eisen gesteld moeten worden aan het plan met betrekking tot bijvoorbeeld de (perceels)inrichting, sloop, situering, gebruik, termijnen, vormgeving, materiaal- en kleurgebruik etc. 3.4 Afwijken van de gebruiksregels 3.4.1 Afwijken Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 3.1 ten behoeve van het: a.
uitoefenen van bedrijfsactiviteiten welke vallen in één hogere categorie en / of anders dan genoemd in artikel 3.1 en de bijhorende Staat van bedrijfsactiviteiten en waarbij de invloed op de omgeving gelijkwaardig is aan de in artikel 3.1 gegeven categorie; b. buitenopslag tot 8 m hoog alsmede buitenopslag waar dat niet is toegestaan; c. toelaten van een groter bouwperceel dan 2.500 m2. 3.4.2 Voorwaarden voor afwijken Bij de afweging om, al dan niet, tot afwijking over te gaan worden in elk geval de volgende aspecten betrokken: a. het belang van de aanvrager; b. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van nabijgelegen gronden; c. de stedenbouwkundige, milieukundige, planologische en verkeerskundige belangen; d. de vraag of een zekerheidstelling nodig is m.b.t. de (plan)kosten; e. de vraag of er eisen gesteld moeten worden aan het plan met betrekking tot bijvoorbeeld de (perceels)inrichting, sloop, situering, gebruik, termijnen, vormgeving, materiaal- en kleurgebruik etc. 3.5 Wijzigingsbevoegdheid 3.5.1 Wijzigen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd met toepassing van artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening het bestemmingsplan te wijzigen door: a. de categorisering als opgenomen in artikel 3.1 aan te passen; b.
specifieke aanduidingen als opgenomen in artikel 3.1 te verwijderen; 3.5.2 Uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan De uitvoerbaarheid van het wijzigingsplan moet zijn gewaarborgd, in verband waarmee in elk geval aangetoond moet worden:
Bedrijventerrein Elspeet
83
a. b. c. d. e. f. g. h.
de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden geschaad; het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen mogen niet onevenredig worden geschaad; dat het wijzigingsplan milieutechnisch aanvaardbaar is; dat het wijzigingsplan voldoet aan een goede waterhuishouding; dat het wijzigingsplan inpasbaar is in het volkshuisvestingsprogramma indien het gaat om woningbouw; dat het wijzigingsplan economisch uitvoerbaar is; verhaal van gemeentelijke (plan-)kosten is zeker gesteld; dat het wijzigingsplan stedenbouwkundig inpasbaar is.
Artikel 4
Groen
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. fiets- en voetpaden; b. groen- en speelvoorzieningen, alsmede voorzieningen voor jongeren/ouderen; c. ontsluiting van aansluitend aan de bestemming 'Groen' gelegen woningen; d. watergangen en waterpartijen; met bij een en ander behorende voorzieningen zoals wegen, paden, in- en uitritten, bermen, waterhuishoudkundige voorzieningen, nutsvoorzieningen en andere bouwwerken, zoals palen, masten, verkeers-, reclame- en andere tekens, kunstwerken, technische installaties en terreinafscheidingen. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Bouwen Op de voor 'Groen' aangewezen gronden mogen uitsluitend andere bouwwerken, en speeltoestellen en voorzieningen, ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 4.2.2 Eisen De bouwhoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan hierna is aangegeven: bouwwerken palen, masten en verkeerstekens: kunstwerken: speeltoestellen/speelvoorzieningen: andere bouwwerken:
Artikel 5
maximale bouwhoogte 9m 4m 4m 2,5 m
Natuur - Landschap
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Natuur - Landschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bos, houtwallen, solitaire bomen; b. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de natuurlijke waarde en de landschappelijke waarde; c. bestaande wegen, wandel-, fiets- en ruiterpaden; d. voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van het vasthouden, bergen, aan- en afvoeren van water; met daarbijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, andere werken en terreinen.
84
Bedrijventerrein Elspeet
5.2 Bouwregels Op de voor 'Natuur - Landschap' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. 5.2.1 Gebouwen Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met dien verstande dat bestaande gebouwen mogen worden gehandhaafd met de bestaande omvang. 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde geldt dat de bouwhoogte niet meer dan 2,5 m mag bedragen. 5.3 Afwijken van de bouwregels 5.3.1 Afwijking Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in a. 5.2.1 ten behoeve van onderhouds- en beheersgebouwen en jacht- en vogelkijkhutten, met dien verstande dat: 1. de oppervlakte niet meer bedraagt dan 40 m2; 2. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 6 m; 3. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke en landschappelijke waarden en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 5.4 Specifieke gebruiksregels 5.4.1 Strijdig gebruik Tot een met het bestemmingsplan strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruiken of laten gebruiken van de gronden ten behoeve van de aanleg van nieuwe wandel-, fiets- en ruiterpaden. 5.5 Afwijken van de gebruiksregels Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a.
5.4.1 in die zin dat nieuwe wandel-, fiets- en/of ruiterpaden worden aangelegd dan wel de tracees van bestaande wandel-, fiets- en/of ruiterpaden worden gewijzigd, met dien verstande dat: 1. de afwijking uitsluitend wordt toegepast voor de aanleg van nieuwe paden en/of het verleggen van bestaande paden ten behoeve van de verbetering van natuurwaarden vanuit beheerinrichting; 2. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden. 5.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.6.1 Vergunningsplicht Voor de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden is een omgevingsvergunning vereist: a. het verwijderen van landschaps- en/of natuurelementen; b. het vergraven en egaliseren van gronden; c. de wijziging van de waterhuishouding of van waterstanden beogen of ten gevolge hebben, zoals uitdiepen, draineren en slaan van putten; d. het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en het aanleggen van oppervlakteverhardingen; e. het aanbrengen van onder- en bovengrondse leidingen, constructies, installaties en apparatuur; f. het aanleggen van nieuwe waterlopen en het vergraven, verbreden en dempen van bestaande waterlopen en vennen; g. het ophogen van gronden en aanleggen van geluid- en/of grondwallen;